Wir haben einen Weg, die Stunde geht zu Ende,
Das Schicksal hat allein den Zeiger in der Hand.
Der eine hält sich auf, der andre stirbt behende,
Und endlich decket uns ein allgemeiner Sand.

 



      Veelgebruikte afkortingen

 HH, HSH = Hella (S) Haasse
 WHP = Will Haasse, Perth
 v Sill = van Sillevoldt
 Käthe Diehm-W. = Käthe Diehm Winzenhöler
 TK = Thijs Kramer  ; EK = Ellen Klomp-Brummel
 LL = Lillian Mulder-Lubega
 BatNbl = Bataviaasch Nieuwsblad
 IndCrt = Indische Courant
 NvdD N-I = Nieuws van den dag Ned.-Indië

        Dig Mus HH = Digitaal museum Hella Haasse
 Domm.h, Domm— = Dommels- / Dommershuizen
 wrs = waarschijnlijk
 aka = also known as
 c. / ca. = circa
 CBG = Centraal Bureau voor Genealogie
 KB = Koninklijke Bibliotheek
 BS = Burgerlijke Stand
 LM = Literair Museum

 

Lily, Käthe en Susi in het internaat van De Voorzienigheid

De ouders van Käthe en haar zusjes Lily en Susi waren Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler (Kreuzwertheim 14 april 1865 – Frankfurt 25 april 1934), en Seraphia Weitzel (22 april 1871 Frankfurt – 31 juli 1933 Heemstede). Het huwelijk vond plaats 18 febr. 1889 in Frankfurt. Het eerste kind is geboren op 8 aug 1889. Seraphine (Seraphia), die zich in Nederland Hélène liet noemen, verliet Johann met de drie kinderen rond 1896. De scheiding werd op 5 mei uitgesproken. Helena Seraphia is 24 sept. 1908 hertrouwd met de Nederlander Anne de Vries.
   De naam Werdheim wordt in het jaar 779 in een oorkonde van Kloster Bronnbach genoemd. Het ommuurde dorp kreeg Markrecht in 1009, Kreuzwertheim ontstond in 1306 op de westoever van de Main. Diehms en Winzenhölers woonden sinds eeuwen in Wertheim ; in 1708 vestigde zich een familie Winzenhöler uit Altfeld in Kreuzwertheim. Peter Hofmann (*3 dec. 1910, † 1989), Gastwirt in Wertheim, Heimatforscher, redder van de middeleeuwse Haslocher Turm, schrijver van boeken en artikelen over Wertheim en Kreuzwertheim, vooral te noemen Heimatbuch der Marktgemeinde Kreuzwertheim (1967 Bd. 1, 1980 Bd. 2), heeft pogingen gedaan een stukje geschiedenis van de Diehms en de Winzenhölers  te achterhalen, door oude inwoners naar hun herinneringen te vragen en door plaatseliijke archieven te raadplegen. Susi Schatborn-Diehm-W heeft haar neef Peter Winzenhöler in 1956 opgezocht. Omdat bijna niemand het oude Duitse schrift kan lezen, ook vele Duitsers niet, en steeds dezelfde voornamen terugkeren in verschillende takken, wat tot persoonsverwisseling leidt, zijn de resultaten van bijv. Frieder Winzenhöler onbruikbaar. Maar Peter Hofmann zat in 1956 op het goede spoor, zette door, en heeft in een brief aan Susi's man Barend Schatborn in 1983 uiteengezet wie de vader en grootvader van de zusjes Lily, Käthe en Susi waren. Hella's broer Wim in Perth WA kwam op streek door zich uit wijdere kring fotocopieën van aktes te laten sturen, wist niet goed raad met Johann Leonhard maar benutte de conclusies uit Hofmanns onderzoek. Zijn zoon Will breidde de stamboom verder uit. Hella had ook een copie van Hofmanns brief gekregen, maar heeft hem niet goed gelezen, zie Zwanen schieten p. 25, 26. In deze studie zijn we nog een stapje verder gekomen, o.a. met de ontdekking dat Seraphia Weitzelvóór Lily, Käthe en Susi nòg twee kinderen had gekregen, een jongetje Leonhard (8 aug. 1889) dat na zeven maanden stierf, en een meisje Marie (9 nov 1890). Toen ze vluchtte nam ze begrijpelijkerwijs de drie kleinsten mee.

De huwelijksakte die de basis van Käthe's afstamming vormt staat hieronder weergegeven.

 

Nr. 160        Blatt 161

Frankfurt a/Main, am achtzehnten Februar tausend acht hundert achtzig und neun.
Vor dem unterzeichneten Standes-beambten erschienen heute zum Zweck der Eheschließung :
1. der Schneider Johann Leonhard Diehm, /: genannt Winzen-höler :/, der Persönlichkeit nach bekannt, evangelischer Religion, geboren den vierzehnten April des Jahres tausend acht hundert fünfundsechzig zu Kreuzwertheim in Bayern, wohnhaft zu Frankfurt a/M, Allerheiligenstraße No 37, Sohn des zu Kreuzwertheim verstorbenen Catharina Diehm, ohne Gewerbe, und des Landmanns Leonhard Winzenhöler, wohnhaft zu Kreuzwertheim,
2. die Seraphia Weitzel, ohne Gewerbe, der Persönlichkeit nach bekannt, evangelischer Religion, geboren den zweiundzwanzigsten April des Jahres tausend acht hundert einundsiebenzig zu Frankfurt a/M, wohnhaft zu Frankfurt a/M, Tochter des zuhier verstorbenen Taglöhners Johann Heinrich Weitzel und dessen Ehefrau Catharine Elisabethe geborene Altmann, wohnhaft zu Frankfurt a/M.

Abschrift. Frankfurt, am 10. Juni 1898. Durch rechtskräftiges Urtheil der ersten Civilkammer des Königlichen Land-gerichts zu Frankfurt a/M vom 5. April 1898 ist die Ehe zwischen dem Schneider Johann Leonhard Diehm (: genannt Winzenhöler :) und Seraphine Diehm geboren Weitzel aufgelöst worden. Der Standesbeamte. In Vertretung Gez. Siebert. Die Uebereinstimmung mit dem Hauptregister beglaubigt. Frankfurt a/M 10. Juni 1898. Der Standesbeamte Gez. Ganz. Eingetragen den 8. Oktober 1898. Schlegel J. A.

Eheregister und Namensverzeichnisse 1849-1930. Signatur 9477. Hessisches Hauptstaatsarchiv, Wiesbaden, Deutschland.

Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler (14 apr 1865 - 25 apr 1934) was een zoon van Leonhard Winzenhöller (27 jan 1841 – 22 april 1922) en Catharine Diehm. Winzenhöler betekent wijnbouwer, Weingärtner, Winzer, wijngaardenier. Uit het huwelijk van Joh. Diehm gen. W. en Seraphia Weitzel sproten voort :

  Leonhard 8 aug 1889 18 mrt 1890
  Marie 9 nov 1890   ?   in 1935 leefde in Frankfurt een Marie Diehm
             Lily Helene (Lily) 6 nov 1891 31 mei  1975
  Catharine (Käthe) 5 juni 1893 24 jan. 1983
  Susanna Johanna (Susi, Suze) 8 juni 1894   1 jan. 1987


Moeder Seraphia was in 1896 met drie kinderen de echtelijke woning ontvlucht. Ze had Lily wrs in Zürich en de jongsten in Frankfurt bij haar moeder Käthe Weitzel-Altmann ondergebracht. Käthe Altmann was een vrouw die Seraphia een veelzijdige opvoeding had gegeven. Seraphia had ervaring als zangeres en actrice in de Duitse operette-, varieté- en circuswereld. Heeft wrs ook aan dressuur gedaan. Vanaf 1899, nadat de scheiding met Diehm op 21 mei 1898 in Frankfurt was uitgesproken, woonde S. Weitzel in Amsterdam. Voor die tijd had ze mogelijk geen vaste woonplaats, maar trok met een gezelschap artiesten mee, of werd onderhouden door een tijdelijke amant.

             21 aug 1899 Gravenstraat 24 ²
  1 jan 1900 Herengracht 363 ¹
   18 juli 1902 Damstraat 17 ¹
    2 juni 1904 1e Helmersstraat 52 hs


Na afsluiting van de persoonskaart (huwelijk 24 sept 1908) woonde ze met haar echtgenoot Anne de Vries in Amsterdam en Heemstede. Veel spreekt ervoor dat zij haar echtgenoot niet in 1892 (vlg Hella in Zwanen schieten) heeft leren kennen. De eerste foto van het paar (in Gent) dateert uit 1898, als de opgegeven datum klopt. Seraphia Weitzel was toen 27 jaar, noemde zich Helene en had in ieder geval drie kinderen. Pas tien jaar later zijn ze getrouwd, na de ontbinding van haar huwelijk met Joh. Leonhard Diehm.

         A M S T E R D A M

Haar kinderen heeft ze niet verwaarloosd, ze had het anders kunnen doen, maar after all heeft het niet slecht uitgepakt. Seraphia (‘Piano onderwijzeres’ ?) haalde eerst de oudste, haar naam ‘Lilly’ geschreven, in dec. 1899 uit Zürich op. Die zou bij een echtpaar Krebs (familie?) ondergebracht geweest zijn. De andere twee haalde ze begin 1901 uit Frankfurt op, waar ze vermoedelijk bij hun oma, (Anna) Käthe E. Weitzel-Altmann, hun eerste levensjaren gesleten hebben. Seraphia bracht Lily op 1 jan. 1899, de andere twee op 31 jan 1901 bij de Zusters van Liefde ("De Voorzienigheid") in A'dam in het internaat. Op "kostschool" zoals het formulier zegt. Hierbij heeft moeder de kinderen wijselijk de R.C. gezindte mee gegeven, terwijl in Frankfurt de Religion Evangelisch was. De kinderen zagen hun moeder weinig, wat op zo jonge leeftijd erger is dan als puber op een Engelse kostschool te zitten, de opvoeding bij de nonnen was diametraal tegengesteld aan het vrije leven dat hun moeder genoot, maar het had ook zijn goede kanten.

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 4
Inline afbeelding 2
Uit: Overgenomen Delen 1892-1920, Archief v h Bev Register NL-SAA-31104626, Stadsarchief Amsterdam.
Rsvpas of Rv.pas = reis&verblijfpas.

Vreemdelingenregisters

Onder de kop : Geleibrieven (zie onder) staat : Heimatschein dd 16 juni 1896. Op vertoon van dit Heimatschein kwam Seraphia Weitzel op 19 aug 1899 NL binnen met Kätchen en Susi. Dat is de registratiedatum, te vinden in de linkerkolom. Bij Seraphia staat Godsd. bel. Prot. Onderstaand formulier is niet al te duidelijk ingevuld, maar het lijkt erop dat ze van 1895 tot 1899 een domicilie in of bij Zürich heeft gehad, nabij het pleegadres van haar dochter Lily dus, terwijl zij de kost verdiende bij reizende gezelschappen.
   Daaronder de BS-kaart van het gezin de Vries, aangemaakt bij het huwelijk de Vries-Weitzel in 1908 en t.z.t. aangevuld. Op deze kaart wordt Seraphia nog niet Hélène genoemd, de meisjes heten nog steeds Diehm. Eerst op hun trouwaktes en in familieberichten wordt de tweede achternaam Winzenhöler toegevoegd. Op 3 maart 1922 verhuizen de Vries en Weitzel van A'dam naar Heemstede. Na het overlijden van zijn vrouw in 1933 gaat Anne de Vries op 17 mei 1934 weer in Amsterdam wonen, Vondelstraat 75a SK.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
     Kathchen en Susi "bijgekomen". Seraphia Weitzel woonde tot 19 aug 1899 in Zürich.
Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 6
Uit Archief v d Gemeentepolitie, Vreemdelingenregisters 1849 - 1922, NL-SAA-26862985, 1899, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 2
Uit Archief v h Bevolkingsregister Gezinskaarten NL-SAA-2576803, Stadsarchief Amsterdam.

In 1901 waren de kinderen weer bij elkaar, Lily sprak al Nederlands, de jongsten nog niet, ondergebracht in Amsterdam bij de congregatie van de Zusters van het Goddelijk Kind (de 'Liefdezusters') aan de Lauriergracht, algemeen als "De Voorzienigheid" bekend, die een aantal opvanggestichten annex internaten en scholen in Nederland hadden opgericht en nog bezig waren dat aantal te vergroten en uit te breiden met opleidingen als normaalschool, ULO, MULO, kweekschool, niet te vergeten een kapel etc. We kunnen gevoeglijk aannemen dat moeder Weitzel voor de Diehm-zusjes betaalde. Kinderen voor wie niet betaald werd moesten harder werken (aardappelen schillen, schoonmaken e.d.).

De Voorzienigheid was ca. 1850 begonnen onder de naam "De Arme Zusters van het Goddelijk Kind". Sinds 1900 werden ook jongens opgevangen. De eerste generaties Arme Zusters leefden naar hun naam : in armoede. Gelukkig konden pastoor P. Hesseveld (de bouwer van het zorghuis) en zr Mietje Stroot (= zr Theresia, de ‘Stigteres’ van de congregatie) en haar medezusters goed improviseren. De zusters vielen als kloosterorde niet direct onder het bisdom - al lezen we bij Van Heijst (Liefdewerk, 2002) "De bisschop [Van Vree] was helemaal niet de grondlegger van het meisjeshuis aan de Lauriergracht en van de congregatie maar had zich daartoe uitgeroepen" - en hadden nog weinig last van bedenkelijke regels zoals later het geval was. Regels die verontwaardiging opriepen, die adspirant-zusters afschrikten en tijdens de algemene ontkerkelijking in Nederland het aantal zusters eens zo snel decimeerden. Opvang, vorming en onderwijs stonden op de eerste plaats, aan actief apostolaat werd niet gedaan. De zusters hebben bijgedragen aan de vrouwenemancipatie o.a. doordat ze zelf functies bekleedden in de openbare ruimte. Zo was mijn tante zr Anselma gewoon hoofd van een lagere school, waar zij een schoolbibliotheek in het leven riep. Ook was zij directrice van een bejaarden-rustoord, waar mijn oma tegenover Maria Viola woonde. Ook hebben de zusters bijgedragen aan de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat, die zich nu in een crisis van afbraak en corruptie bevindt.
   Rondom dit tehuis groeide in de loop van de tweede helft van de 19e eeuw een groot R.K.sociaal-educatief centrum dat zich uitstrekte tussen de Lauriergracht, de Konijnenstraat en de Elandsstraat. De zusjes Diehm zijn wrs in dit oudste geleelte van de uitbreidingen aan De Tuin gehuisvest geweest en hebben tot hun 12e de Jozefschool bezocht.

Inline afbeelding 1
Klooster, scholencomplex en internaat De Voorzienigheid aan de Lauriergracht te Amsterdam.
debrug.ipabo.nl/websites/voorzienigheid/

Uit het boekje : Feesttonen op het 50-jarig bestaan van het RK gesticht de Voorzienigheid te Amsterdam, 1902 :
- de Fransche Tuin in de Elandsstraat werd op 13 nov 1857 betrokken.
Vergrootingen van "de Voorzienigheid" te Amsterdam :
- In 1858 School gesloopt en speelplaats voor de internen.
- 1862 bouw der St. Maria-School voor de externen.
- 1865 bouw van nieuwe refters.
- 1870 bouw der St. Josefscholen.
- 1882 Nieuwe kapel.
- 1892 Nieuwe refter, werkkamers en slaapzalen.
- 1902 Nieuwste bouw.

Het vernieuwde wees- en opvanghuis van gesticht "De Voorzienigheid" verrees in 1901 aan een rechthoekig binnenterrein aan de Elandsstraat. Het binnenterrein diende als speelplaats. Het grensde aan de zuidzijde aan de Elandsstraat en aan de oostzijde aan de Mariaschool. De noordzijde en een gedeelte van de westzijde van het binnenterrein werden door de kapel het L-vormige weeshuis in beslag genomen. De overige bebouwing op dat terrrein omvatte het meisjesinternaat en de Jozefschool. Wellicht was de groeiende overbezetting de reden voor de overplaatsing van de meisjes Diehm via tussenstation Nederhorst den Berg naar het nieuwere Steenwijkerwold, dat al in 1903 electriciteit kreeg.

Inline afbeelding 2            

1. Elandsstraat 34, Rooms-katholiek gesticht De Voorzienigheid ; dit hoekje lijkt een overblijfsel van De Fransche Tuin bij het gelijknamige voormalige logement en feestlokaal.**) Beeldbank Stadsarchief Amsterdam afb. bestand OSIM00003003510. 2. Zr Theresia had haar gezicht nog niet zo strak ingepakt als in de 20e eeuw ‘mode’ werd, waarbij ook de kin, de wangen en het voorhoofd tot aan de wenkbrauwen bedekt waren.   debrug.ipabo.nl/websites/voorzienigheid/
   Vanuit het klooster bestierden de zusters een Normaalschool [1897] voor kwekelingen in het Lager Onderwijs, een Weeshuis voor kleuters, de Mariaschool [1863] en de St. Jozefschool voor meisjes uit de burgerstand.
   Sinds 1858 haalden de zusters een inkomen uit de hostiebakkerij, ook op het complex aanwezig.
**) Er stond in de Elandsstraat een huis, / Voorheen zeer druk bezocht, / Bij feestbanket, concert en bal, Door feestelingen zonder tal. / Nu zag men 't graag verkocht. / Dat huis werd "De Voorzienigheid" (uit Feesttonen 1902).

          N E D E R H O R S T   D E N   B E R G

In 1904 werden de drie zusjes Diehm voor een paar weken om onbekende reden in Nederhorst den Berg geplaatst (22 mrt - 19 apr 1904) en verhuisden vandaar naar Steenwijkerwold, waar ze tot 21 febr 1906 bleven.

Inline afbeelding 1
Het internaat van de "Voorzienigheid" in Nederhorst den Berg. Uit: De Congregatie der Arme Zusters vh. Goddelijk Kind en het Gesticht 'de Voorzienigheid' 1852-1927. Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen.

Inline afbeelding 4

Diehm Lilly Helena, Diehm Kätchen, Diehm Suzie. De zusjes Diehm werden in het archief gevonden temidden van honderden inschrijvingen voor het R.C. gesticht in Ned.d.Berg. De kinderen stonden te boek als verpleegden. Ze werden verzorgd door de liefdezusters die in het klooster woonden. Ze verbleven, komende van De Voorzienigheid in Amsterdam, in Ned.d.Berg van 22 maart 1904 tot 19 april 1904, nog geen maand. Daarna gingen ze naar het V.-Huis in Steenwijkerwold, waar ze 8 april 1904 werden ingeschreven en van 19 april 1904 tot 23 feb 1906 woonden. Maar de V.-heid deed niet alleen aan liefdadigheid en opvang, maar breidde de vestigingen uit met onderwijsinstellingen. Ik denk dat Lily in Ned.d.Berg op de ULO zat, haar jongere zusjes nog op de lagere lschool.

Inline afbeelding 2
Bevolkingsregister Nederhorst den Berg 1883-1914. Streekarchief Gooi en Vechtstreek, Hilversum.

          S T E E N W IJ K E R W O L D

Kort na de eeuwwisseling (1902) telde de Voorzienigheid in Steenwijkerwold al 505 verpleegden / leerlingen, intern (pensionaat) en extern (sinds 1895 was er al een normaalschool (= kweekschool) waaronder 276 kinderen. Een onderdeel van het bevolkingsregister was het dienstbodenregister. Dit was bedoeld voor mensen die vaak van woonplek veranderden. Het bevat naast dienstboden ook knechten, nijverheidslieden, schippersgezinnen, seizoenarbeiders, bewoners van gestichten en marechausseekazernes. Vestigingen van de Liefdezusters waren er in Leiden, Kwintsheul, Edam en noem maar op, meer dan dertig. In het Erfgoedcentrum voor Nederlands Kloosterleven in St. Agatha is helaas maar weinig van de administratie van deze opvanghuizen, scholen en internaten bewaard gebleven.
   Lilly Helena, Kätchen en Suzie Diehm woonden van 8 april 1904 - 21 febr 1906 in het internaat van de de Voorzienigheid in Steenwijkerwold. Ze kwamen van Nederhorst den Berg en gingen na twee jaar terug naar Amsterdam, waar de centrale vestiging van de Zusters van de Voorzienigheid was gelegen aan de Lauriergracht / Elandsstraat.

Bestand:De voorzienigheid steenwijkerwold.jpg  Inline afbeelding 1
1. Steenwijkerwold (Gelderingen) 1894   andreasparochie.net/monument/index.html                  
2. Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 23 jan 1904.

Inline afbeelding 2

Inline afbeelding 3             Inline afbeelding 5
Inline afbeelding 4             Onder 'Kerkgenootschap' staat steeds R.C.
Uit : Dienstbodenregister Steenwijkerwold, 1890-1920, gemeentearchief Steenwijkerland.

Op 10 augustus 1893 of '94 werd de eerste steen gelegd voor een instelling waar kinderen en ouden van dagen zorg en onderwijs konden krijgen. Deze V-vestiging groeide uit tot een groot onderwijsbolwerk voor studenten uit Noord- en Oost-Nederland. In 1884 of '85 werd het gebouw in gebruik genomen.
    Het liefdesgesticht "De Voorzienigheid" had in Gelderingen een groot gebouwencomplex waarvan de pedagogische academie landelijke bekendheid verwierf door haar werkwijze (Jenaplan). In 1991 werd er brand gesticht in de toen leegstaande oudste en mooiste gebouwen van 'De Voorzienigheid'. Er verrees een woonwijkje. Momenteel zijn alleen de kapel (in gebruik als woonhuis) en huishoudschool ('Herbergier', een zorgformule voor mensen met geheugenproblemen, die niet meer zelfstandig kunnen wonen) nog intact.

         A M S T E R D A M

Vanaf 23 febr 1906 woonden de drie zussen weer in de A'damse Voorzienigheid tot 24 sept 1908, de trouwdatum van hun moeder met dr. Anne de Vries. Het gezin ging wonen Leisdchegracht 92, verhuisde 24 mei 1910 naar Den Texstraat 27 bv, op 12 nov 1913 naar Keizersgracht. Lily ging nov. 1912 uit huis naar Batavia, Käthe in 1914. Susanna Johanna was de enige die in Nederland bleef en op zichzelf is gaan wonen, vandaar dat alleen zij een eigen BS-kaart kreeg.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 4
Ze woonde ín A'dam op kamers in de Valeriusstraat 202, P.C. Hooftstraat 92 en Alex. Boersstraat 31.
BS kaart van Susanna Johanna DIEHM. Archief v h Bevolkingsregister overgenomen delen 1892-1920 NL-SAA-31806106, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 4    Inline afbeelding 2

1. Speeltafel van het orgel in de kapel van de Voorzienigheid aan de Lauriergracht in Amsterdam in de huidige toestand. Eerder heeft de speeltafel recht voor het orgelfront gestaan.
Cor Boer / Theo Proeskie. Orgels in Amsterdam. Rooms-Katholieke en Oud-Katholieke kerken en instellingen, 1980. Het orgel, dat 13 registers telt, is in 1912 door de fa. Jos. Vermeulen te Alkmaar geplaatst ter vervanging van een ouder instrument waarover gegevens ontbreken. Inspelingsconcert door de Zeereerwaarde Heer Th. Beukers, president van de Ned. Gregoriusvereniging, en Simon Kroon, altviolist in het Concertgebouworkest en tevens organist.
2. De kapel. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.Inventarisnr 20014823-RCE.

Inline afbeelding 1      

Inline afbeelding 1

          De Tijd, 17 juni 1912


Vóór dit ‘nieuwe’ orgel heeft er een oud orgel of een harmonium gestaan. Simon Kroon uit Assendelft was ‘directeur-organist’ van de Vondelkerk in A'dam, waar Louis van Tulder, als hij in het land was, de tenorsoli zong. Beukers is al ter sprake gekomen. De goed bekend staande firma Ypma was in 1902 door Jos Vermeulen opgekocht. Hij gebruikte de naam Vermeulen-Ypma tot 1914.

Inline afbeelding 2   Inline afbeelding 2
1,Bibliotheek Archief Amsterdam inventarisnummer 15030 : 107340, Stadsarchief Amsterdam. 2. De Fransche Tuin in de Elandsstraat werd op 13 nov. 1857 betrokken (Feesttonen p. 24).

Toen Käthe en haar zusjes in Amsterdam arriveerden spraken ze geen woord Nederlands. Ze zullen wat bijles in die richting gehad hebben. Käthe, die de beginselen van het pianospel van haar moeder geleerd kan hebben moet buiten het internaat pianoles gehad hebben. Immers, twee jaar na het verlaten van het pensionaat werd Käthe gevraagd bij het bezoek van het Belgisch koningapaar te spelen. In 1914 deed ze eindexamen en vertrok naar Indië. Ze had al een paar pianoconcerten op haar repertoire die ze in 1915 in Batavia met orkest uitvoerde. Om zover te komen moet ze tijdens haar verblijf in 'De Voorzienigheid' pianoles hebben gehad, en een studie-instrument. Laten we niet vergeten dat haar moeder bij haar inschrijving in Nederland als beroep 'piano onderwijzeres' heeft opgegeven.

Inline afbeelding 1

Anne de Vries tijdens zijn promotiediner in 1899

Beeldbank Stadsarchief Amsterdam afb. bestand OSIM000060029911

Inline afbeelding 5

Hélène (Seraphia) Weitzel in 1905

Coll. WHP.

Inline afbeelding 4

Coll. Fam. De Vries nr 9231-2.1.13-48-50, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 2

Archief v h Bev Reg Gezinskaarten NL-DAA-2307260, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 5

Deze Pauline Kralicek, geboren 2 april 1903 te Hamm, laat zich op 24 mei 1934 in Amsterdam inschrijven, komend uit Heemstede, waar ze huishoudster bij A. de Vries en Hélène S. de Vries-Weitzel (oma Hélène) was. Hélène was op 31 juli 1933 overleden en de Vries verhuisde naar Amsterdam, Vondelstraat 175, waar zich 11 sept. 1934 ook Pauline als “dienstbode” vervoegde. Het slecht leesbare kaartje schijnt aan te geven dat ze op dezelfde 11 sept 1934 de Ned. nationaliteit verkreeg. De Vries heeft er niet lang gewoond, hij overleed 18 mei 1936. Kralicek verhuisde 30 aprii naar Amstellaan 8 (het adresboek geeft Amsteldijk, drukfout), tegenwoordig Vrijheidslaan geheten. Vlakbij de Berlagebrug zat Kunsthandel Sierkunst, H. J. G. Jansen van Galen - Firma Jansen van Galen Zn., en D. J. Muller. Het adresboek vermeldt Pauline Kralicek niet. Ze werkte vermoedelijk bij de kunsthandel. Jansen van Galen verhuurde haar een kamer. Kralicek ging 15 april 1939 in het kunstenaarsdorp Bergen N.H. aan de Boulevard 2 wonen.

 

 

Käthe Diehm Winzenhöler (1893 - 1983)         


 Inline afbeelding 2                             Inline afbeelding 2

                      Twee aardige foto's van Käthe, ongedateerd.  Coll. WHP.


Inline afbeelding 2
     Reisdocument van Käthe Diehm-W. voor haar oversteek naar Batavia 1914-15.  Coll. WHP.

 DATA : Katharina Diehm genannt Winzenhöler — geb. 5 juni 1893  Frankfurt / Main Duitsland — dochter van Johann Leonhard Diehm genannt W. en  Seraphia Weitzel — 31 jan 1901 internaat De Voorzienigheid, Lauriergracht te A'dam — 17 maart 1904 De Voorzienigheid te Nederhorst den Berg — 8 april 1904 De Voorzienigheid te Steenwijkerwold — 23 feb 1906 De Voorzienigheid te A'dam — 24 sept 1908 (huwelijk S. Weitzel en A. de Vries) Leidschegracht 92 te A'dam (met haar zusjes en ouders) — 24 mei 1910 den Texstraat 27 te A'dam (idem) — 12 nov 1913 Keizersgracht 633 (idem zonder Lily die gehuwd en 16 nov 1912 naar Batavia vertrokken was) — vertrek naar N.O.Indië 21 nov. 1914 aankomst Batavia 5 jan. 1915 — Salembalaan 1 — gehuwd Weltevreden 2 mrt 1916 met Willem Hendrik Haasse (*19 mei 1889 Rotterdam) — 1918 Tandjonglaan 26 Weltevreden — 4 juli 1919 Rotterdam Oudedijk 214b (bij W2 en oma Cor) — 11 febr 1920 tot 18 mei 1922 Beukelsdijk 25a — SOERABAJA juni 1922 Daendelsstraat 23 — april 1923 Van Hogendorplaan 74 — DAVOS mei 1925 in het Nederlandsch Sanatorium — nov 1927 in Baarn bij de kinderen — genezen begin 1928 — aansluitend vacantie in Zwitserland met de kinderen — BAARN 18 mei -18 dec 1928 Eemstraat 3 — jan 1929 BANDOENG huurhuis bij GB Gouv Bedr — feb-mrt naar Progostraat 24 — 1930 BUITENZORG Villa Verona — 1931 BATAVIA-C, Kebon Sirih, Grisséweg 34 (hoekwoning), Vioslaan 31 tot mrt 1935 1935 BAARN 30 april - 8 nov Parkstraat 6 bij oma Cor — 5 dec 1935 BATAVIA Kramatlaan 22 — zomer 1940 Alataslaan 4 (huize Hubertha) — 1 nov 1942 kamp Kramat bij Batavia, div. kampen, laatstelijk 1943 Makassar bij Batavia — 18 oct 1945 AUSTRALIË Kalgoorlie — 1946 PERTH — 23 oct 1946 AMSTERDAM v Breestraat 123 hs — 23  dec 1946  BAARN Nassaulaan 42 — 3 jan 1950 Krugerlaan 24 — 15 nov 1950 Krugerlaan 24a — 24  sep 1955 Steijnlaan 2a — 1 nov 1955 echtgenoot W.H. Haasse overleden — 5 dec 1961 AMSTERDAM van Boshuizenstraat 595 (torenflat) — 25 apr  1962  v Boshuizenstraat 601 (t-flat) — 29 dec 1972  VOORSCHOTEN seniorencomplex Rossini appartement 211, Rossinidreef 1 — 20 oct  1976 DEN HAAG Kijkduinsestraat 1184 — 14  aug 1978 DEN HAAG v Boetzelaerlaan 213 — 27 juni 1980  SOESTDIJK vlakbij Baarn, in het vrijzinnig-protestants bejaardencentrum Braamhage, schuin tegenover paleis Soestdijk, herbouwd 1957, Inspecteur Schreuderlaan 2. — —
Overleden aldaar 24 jan 1983. Begraven 28 jan 1983 Baarn Wijkamplaan.

Willem werd 6 maart 1942 gearresteerd en met lotgenoten uit de hoge ambtenarij in de gevangenis van Batavia opgesloten. Verbleef in diverse kampen, laatstelijk een kamp bij Bandoeng waar hij een dysenterie-aanval overleefde en mager als een lat door Wim werd aangetroffen. Käthe bleef als geborene Duitse wat langer op vrije voeten, kon haar man voedsel brengen, maar werd ten slotte ook geïnterneerd en eindigde in een kamp bij Batavia, kampong Makassar, waaruit Wim haar met hulp van een paar Engelsen kon weghalen. Voor Nederlanders was het in de Bersiap-periode levensgevaarlijk op straat. In sommige kampen was men onder het Rode Kruis betrekkelijk veilig. Uit andere kampen werden de gevangenen door gewapende Japanners naar veiliger plaatsen gebracht. In de plantagewoning van Makassar stond een piano waarop Käthe van de Jap af en toe mocht spelen. A. Mijsberg zat in Tjideng, evenals M. J. Francken en de Carpentier Altings van de CAS.

Na hun repatriëring in sept. 1946 kregen Willem en Käthe 23 oct onderdak bij Jan en Hella in Amsterdam, van Breestraat 123. Twee maanden laten verhuisden ze naar Baarn en namen op hun beurt Jan en Hella bij zich in huis, Nassaulaan 42. Hella schreef daar Oeroeg. Begin 1950 verhuisden Willem en Käthe naar Krugerlaan 24, en in 1954 naar het huis Steynlaan 2a, hoek Nassaulaan, dat Willem had laten bouwen, en waar hij op 1 nov. 1955 overleed, 66 jaar oud. Na de crematie op Driehuis-Westerveld heeft de urn met zijn as daar jarenlang onder een zwerfsteen bij een boom in de grond gestaan, totdat Käthe in 1983 overleed. Käthe Haasse-Diehm Winzenhöler is op 24 jan. 1983 overleden en op 28 jan. 1983 in het familiegraf in Baarn begraven. Toen is de urn met de as van Willem in dat graf bijgezet. Käthe is 89 jaar oud geworden.
   Käthe verkocht op 1 dec 1961 aan Cornelis de Jong wonende te Hamburg haar woning Steynlaan 2a met garage en tuin, in eigendom verkregen bij akte van scheiding door overlijden 27 juli 1956, kadastraal bekend Gemeente Baarn sectie K nummer 453.



UK, Outward Passenger Lists, 1890-1960 / Ancestry.com
"ALIEN PASSENGER ? "daughter of physisien" ? "German Nationality" ? Anne de Vries voerde de titel dr (doctor), door iemand van de passagierslijsten begrepen als 'dokter'. Kennelijk was Käthe in 1914 niet genaturaliseerd.


Passagierslijst Alg. Handelsblad  20 nov. 1914

Inline afbeelding 5

Een van de foto's gemaakt t.g.v. Käthe's afscheid van vader Anne de Vries en moeder Hélène Weitzel in 1914. Coll. WHP.

Käthe Diehm Winzenhöler, Hella's moeder, staat in Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië van 4 jan. 1915 op de lijst van "Passagiers van het ss. Vondel, vertrokken van Amsterdam 21 November 1914" als "mej. K. Diehm Winzenhöler". Zij heeft een belangrijke rol in de eerste twintig jaar van Hella's leven gespeeld. Als Hella later zeggen kon dat ze op haar twintigste "driekwart van de muziekliteratuur tussen Bach en Honegger wel eens gehoord had", dankt ze dat aan haar moeder, al is de bewering op zich misschien overdreven. In Frankfurt geboren maar sinds 1899 in Nederland wonend werd ze ook wel Kaatje genoemd. Eenmaal in 1915 in Batavia aangekomen noemde ze zich weer Käthe en zo bleef het.

Hella had geen goede relatie met haar moeder, maar Käthes invloed reikte ver. Muziek en literatuur, bekent Hella, zijn haar noodlottig geworden. "Het intense genot dat klankschoonheid me gaf, werd de maatstaf voor wat ik verwachtte van lichamelijke liefde". Die verwachting is de beleving in de weg blijven staan. De beleving kon niet aan de verwachting beantwoorden (Elsbeth Etty over Zwanen schieten in Dames gaan voor, 1999). Als er ergens behoefte is aan Thomas Crombez’ Moord op de kunst, 2016 is het hier. “In de esthetica werd kunst een voorwerp voor het denken, een denkding”. Ook proza en poëzie, een liefdesrelatie e.d, kunnen tot object gemaakt worden. De stap van artist tot recensent of muziekjournalist is nog betrekkelijk onschuldig, maar het is oppassen geblazen voor de artist die ‘deskundige’ wordt, in bestuursorganen zitting neemt, over subsidies meebeslist. Hella heeft het muzisch-poëtische en wat daarmee verbonden is, zoals warmte en primaire gevoelens, van haar moeder meegekregen, en het prozaïsch, methodisch en analytisch vermogen van haar vader, is mijn indruk.
   Ze hoorde haar moeder spelen, reeds in Rotterdam en Batavia (tot mei 1925), maar wat hield dat eigenlijk in? Oefenen, herhalen (repeteren), in elkaar zetten, laten spreken, mislukken, slagen, kortom Helly leerde werken, doen, beoordelen, beschrijven, fantaseren, toneelspelen, alles wat haar in de jaren van alleenzijn in Baarn heeft kunnen beschermen. Pas toen ze allang tiener was, kwamen de problemen.

Daarom vang ik deze paragraaf aan met dat, wat over Hella's moeder en andere nabije personen bekend is, te checken en aan te vullen met nadere gegevens. Zo kan ontstaan, in samenhang met Haasse's autobiografische en autobiofictische verhalen, een nuancering in het beeld van haar groeitijd en van de plaats die ze innam c.q. verkoos in te nemen aan de rand van de kring van haar verwanten. Om te beginnen, de naam van haar moeder wordt door Hella in Persoonsbewijs (1967), door H. Alofs in Leven en Werk van Hella Haasse (Bzzlletin dec. 1981), in Schrijversprentenboek (1993), Truijens (1997) en in Digitaal Museum HH, alsmede in alle publicaties die zich daarop baseren Diehm 'Winzenhöhler' of 'Winzenhoehler' gespeld, hoewel haar moeder Diehm Winzenhöler heette, en de geboorteadvertenties, de ondertrouw- en huwelijksaankondigingen, ex libris, handtekening, concertprogramma's en composities, adres- en telefoonboeken, het begraafplaatsregister Wijkamplaan te Baarn tot en met de grafzerk getuigen dat de spelling Winzenhöler nooit veranderd is. Nooit heeft Käthe haar afkomst verloochend, ze trad op als de pianiste Käthe Haasse-Diehm Winzenhöler. Natuurlijk werd in de Indische kranten, ook in Nederlandse, haar tweede achternaam wel tot Diehn Wintzenhöhler, Winsen-Holer, Winsenhöller e.d. verbasterd, en haar mans naam tot Haase, Klaasse enz., maar dat neemt niet weg dat HSH haar moeder een naam aanmat, daarmee een behoefte bevredigend waarnaar men slechts kan gissen, maar die in de praktijk er op neerkwam de dingen anders voor te stellen dan ze zijn. De zucht om het onbenoembare te benoemen, te ontleden enz. en het fatalistisch-theosophische geloof dat alles met alles samenhangt, heeft desondanks niet verhinderd dat HSH onze taal met een aantal mooie en doorvoelde verzen heeft verrijkt.
   Soms onbegrijpelijk, die naamsveranderingen. Waarom schreven de zoons van Breugel over hun vader als Breughel ?

Concerten, recensies, andere musici

Van de eerste jaren van Käthe's loopbaan in het Verre Oosten heb ik elders al verslag gedaan. Ik vervolg die na haar terugkomst uit Rotterdam in juni 1922. Van 4 juli 1919 tot 18 mei 1922 had het gezin Haasse namelijk in Rotterdam gewoond, waar ook de befaamde pianist Anton Verhey woonde. Ik denk dat Käthe langer dan dat ene jaar 1921 bij Verheij gestudeerd heeft en van hem meer heeft opgestoken dan tien jaar eerder van Röntgen. Natuurlijk bracht ze nu een hoop ervaring mee. De Haasse's gingen in 1922 in Soerabaja wonen.

Lena Kruithof-van Diggelen, mevr. Vlielander Hein en Frans Hoffman gaven op 21 juli 1924 in de Logezaal te Toendjoengan (een wijk in Soerabaja) een klavier- en liederenavond samen met Käthe Diehm-Winzenhöler. In 1928 was Lena terug in Nederland, waar ze op 11 mei voor de NCRV optrad.
   In de IndCrt van 16 juli 1924 staat onder Kunst en Letteren een cv-achtige tekst, door een onbekende opgestuurd. Er blijkt uit dat Käthe het studeren allerminst verwaarloosde, integendeel, ze streefde ernaar hogerop te komen :

                       
Ter aanvulling van den in ons blad van gisteren aangekondigden klavier- en liederenavond van de dames Haasse en Vlielander Hein en de heer Frans Hoffman, nog het volgende :
  Evenals de heer Hoffman is Mevrouw K. Haasse-Diehm Winzenhöler een leerlinge van het Conservatorium te Amsterdam. Voor het Indische publiek is zij geen onbekende, daar zij reeds sedert 1915 met veel succès in West-Java is opgetreden, o.a. te Batavia, Buitenzorg, Bandoeng, Soekaboemi, enz.
  In eerstgenoemde plaats trad zij bij de instelling der z. g. Volksconcerten als soliste op, bij den op 1 juni 1915 gegeven openingsavond, o.a. met het 3e Concerto van Beethoven voor klavier met orkestbegeleiding. Gedurende het jaar 1921 studeerde zij met den kortelings overleden Nederlandschen pianist en toonkunstenaar A. B. H. Verhey verschillende concerten voor twee klavieren in.
       
Over hare praestaties naar aanleiding van het door Mevrouw Haasse in samenwerking met het orkest van de Stafmuziek te Batavia te gehoore gebracht A-moll concert van Grieg, schreef Hans van de Wall in het "Bataviaasch Nieuwsblad" van 24 Januari 1917 :
   "Zij speelde eerstgenoemd stuk met een ongelooflijk brio, daarbij met de bekoorlijkste elegance die zich denken laat, terwijl de rotsvaste zekerheid van haar geheugen en aanslag verbluffend werkten".
  Mevrouw Vlielander Hein, die voor het eerst hier ter stede in grooter kring optreedt, beschikt over eene warme mezzosopraanstem. Zij studeerde gedurende de laatste jaren onder de leiding van de bekende zang-leerares Mevrouw Roelofs-Achenbach. De heer Hoffmann, wiens mooie stem bij het Soerabajasche publiek voldoende bekend is, behoeft zeker geen nadere aanbeveling.
                IndCrt 16 juli 1924

 

             

                                           De Indische courant, 18 resp. 20 febr. 1924

In 1925 reisde Käthe met de kinderen van Batavia naar Genua met De Koningin der Nederlanden. Afvaart 22 april, aankomst 15 mei. Käthe was genoodzaakt te kuren in Zwitserland. De kinderen werden door hun grootmoeders per trein naar Holland gebracht. Vader Willem bleef in Indië, waar hij een dochter kreeg bij een Javaanse vrouw. Hella is een halve eeuw later toen ze in Frankrijk woonde eenmaal aangesproken door haar halfzus.

Inline afbeelding 2

   

Inline afbeelding 3

1. Aankomst te Genua 1925. De foto is door Käthe gemaakt. Links grootmoeder Hélène de Vries-Weitzel, 54 jaar oud, en Wim, 4 jaar. Rechts grootmoeder Cornelia Haasse-Braak, 'oma Cor', 63 jaar. In het midden Helly, 7 jaar. Coll. WHP.
2. Milaan. Achterop de foto heeft Käthe geschreven : “Milaan. Tegenover hotel Cavour waar wij logeerden. Met het standbeeld van Cavour als achtergrond. Mei 1925”. Hella staat niet goed zichtbaaar tussen haar oma's in. Käthe nam de trein naar Davos, de anderen naar Baarn.  Coll. WHP.

Een interessant boek voor liefhebbers is Hans Boomsma en J. B. Manhé, Indië-Bootreis. Herinneringen 1920-1940.

Inline afbeelding 1  Inline afbeelding 1
1. Het Nederlandsch Sanatorium te Davos c. 1913. Fotocollectie Het Leven (1906-1941), Spaarnestad Photo, SFA002002910.
2. Nieuws v d dag N-I. 19 sept. 1919.

Willem en Käthe hebben in hoog tempo brochures opgevraagd en een besluit genomen. Het Parksanatorium was "vormals" (notitie van Käthe) het Turban. Ze koos voor het Nederlandsch Sanatorium, waar ze 1925-1928 kuurde. De Nederlanders werden niet vergeten. Zo brachten de Nederlandse gezant in Zwitserland, W. F. Doude van Troostwijk en de Nederlandse consul te Davos dr. Fokke Sonies, t.g.v. het 25 jarig huwelijksfeest van H.M. de Koningin op 15 februari 1926 een bezoek aan het sanatorium.

Inline afbeelding 1              Inline afbeelding 1

1. Achterop deze foto staat Baarn November 1927. Käthe was aan de beterende hand en kwam haar kinderen bezoeken. Foto F. A. Voskuyl, Baarn.  Coll. WHP.
2. Käthe in haar jonge jaren met poes.  Coll. WHP.

HET NEDERLANDSCH SANATORIUM TE DAVOS-PLATZ. De Vereeniging tot behartiging der belangen van Nederlandsche Longlijders, opgericht in 1897, exploiteert te Davos-Platz een Sanatorium, dat niet alleen openstaat voor patiënten uit Europa, doch evenzeer voor de Nederlandsche onderdanen uit Indië. En Ned.-Indië, waarvan de laatste jaren ruim een vijfde deel der patienten afkomstig was, telt dan ook heel wat oud-patienten uit het Ned. Sanatorium te Davos. [...] De Stoomvaart-Maatschappijen Nederland en Rotterdamsche Lloyd bieden sinds kort een geheel kostelooze heen- en terugreis aan in het hospitaal hunner vrachtschepen. Waar van de overheden geen subsidies verstrekt worden, zijn giften aan het Indische Patiëntenfonds zeer welkom.
Aldus mevr. A. Vlielander Hein te Batavia in De Huisvrouw in Indië, 1934.

 

Natte rijstvelden (sawahs) aan de voet van de Goenoeng Gedeh bij Batavia (1925), E. Dezentjé. 143 x 160 cm.
Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen.

 



































       

 


Käthe 1927 in Baarn. Uitsnede uit foto.

       

Toen Käthe met haar twee kinderen uit Soerabaja via Batavia naar Europa vertrok om in Davos te gaan kuren, werd de gehele inventaris verkocht tot en met de bloempotten. Haasse liet zelfs een deel van zijn boeken veilen.
   Vader bleef voor zijn werk in Indië achter.
Hij ging naar Soerabaja als Inspecteur van Financiën, werkte in 1925-26 op Sumatra en een paar maanden in Singaradja op Bali en keerde in 1927 terug naar Weltevreden.
  Door overplaatsing en promotie waren ambtenaren gedwongen dikwijls te verhuizen. Men placht de meubels te verkopen, maar van het klein huisraad de dierbare gebruiksvoorwerpen en familie- stukken mee te nemen.
  De Steinberg vleugel die Käthe in 1925 kennelijk gebruikte was van klein formaat, dus gemakkelijk te vervoeren. Later nam ze een groter instrument.
MMW

Passagiers van het s.s. "Koningin der Nederlanden" d.d. 22 April 1925 van Batavia: .... mev K Haasse & 2 kdn ....

     Indische Courant 3 april 1925      Coll. WHP.      Sumatra Post 23 april 1925

Willem
kwam naar Holland toen hij hoorde van de genezing van zijn vrouw. Hij was ook wel weer aan zijn verlof toe, officieel eenmaal in de zes jaar.

Inline afbeelding 1
Haagsche Courant 2 juli 1928 - In Nederland aangekomen verlofgangers.

Het gezin was herenigd, bleef tot eind 1928 in Baarn met een vacantie in Zwitserland er tussendoor, en streek in 1929 in Bandoeng neer. Het Indische leven begon weer. Halverwege 1930 verhuisde men naar Buitenzorg. Het was daar wat koeler en de CAS - de middelbare schoolopleiding voor Hella en Wim - begon te roepen. In 1931 verhuisden de Haasses daarom naar Batavia-stad, aan Kebon Siri, dichtbij de school.

          ✦   ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦ 

I. E. V.-clubgebouw 
KUNSTKRING 26ste Jeugdconcert.  1934


De zorg voor het 26ste Jeugdconcert was toevertrouwd aan mevrouw G. Barbas-van Koetsveld van Ankeren, die het een en ander heeft verteld van de geschiedenis van den koorzang en in het bijzonder van de Nederlandsche koorcomponisten, wier faam dateert uit de meest glorierijke dagen van hun geboorteland.
  Een klein, doch select gemengd koor was aanwezig om het gesprokene kracht bij te zetten en behoudens eenige aarzeling in zuiverheid en ensemble bij de vertolking van het Agnus Dei van Dufay, waarmede werd begonnen — ook voor een koor, dat zich reeds ingezongen heeft, een gevaarlijk-moeilijke opgaaf — viel er doorloopend te genieten van toegewijd en blijkbaar zorgvuldig voorbereid musiceeren. Het programma was uiteraard te kort om eenig overzicht te kunnen geven, doch het bood voldoende afwisseling om ook van de jonge toehoorders de aandacht vast te houden.
  Van de accompagnatrice mevrouw K. Haasse Diehm-Winzenhöler, die wij reeds eerder als een vaardig en gevoelig pianiste leerde kennen, werd een Nachtgesang voor vrouwenkoor gezongen, een zoo al niet oorspronkelijk dan toch met natuurlijken eenvoud en evenwichtig gecomponeerd werkje van iemand, die het blijkbaar ernstig met de kunst meent.
  Twee leutige canons van Johan Wagenaar zonden de jeugd in de beste stemming naar huis. Mevrouw Barbas zag zich met een hartelijk en langdurig applaus beloond.

    De W. in BatNbl 26 nov. 1934.

              

Thé Musical ten huize van mevrouw Meyroos

De thee ten huize van Mevrouw Meyroos is goed en prettig verloopen en heeft weer iets bijgedragen tot het beter contact tusschen leden en bestuur. De gulle gastvrijheid van onze Eere-Presidente, zoowel als haar onvermoeide ijver verdienen een extra woord van lof, voor wij nog aan het artistieke genot toekoomen, dat mevrouw Peer met haar leerlingen ons schonk in bevalligen, lossen dans op het grastapijt van den ouden tuin.
   De liederen door Mevrouw de Waart gezongen, composities van Mevrouw Haasse Diehm Winzenhöhler, vielen zeer in den smaak, terwijl de middag een mooi slot had in eenige pianonummers door mevrouw Haasse ten beste gegeven.
   De koekjes, cake, het ijs, dat gepresenteerd werd, waren grootendeels bijdragen van de leden zelve, terwijl de geurige Djati Nangot thee en "de Beukelaar" biscuits ons vriendelijk door de firma Dunlop werden aangeboden.

    De Huisvrouw in Indië, nov. 1932.


"Mijn moeder werd ziek, echt ziek, op het moment waarop zij besefte dat ze nooit op een internationaal podium terecht zou komen. Dat heeft haar, denk ik, de das omgedaan" (interview HSH met Arjan Visser in Trouw, 20 sept. 2003). Ik geloof er geen woord van. “Dat internationale podium heeft Käthe 4 jaar later toch gekregen : de radio” (Bart Rietkerk).

Voorbeelden van Käthe's programmering. Indische radiouitzendingen konden sinds 7 jan. 1929 via Radio Kootwijk in Nederland ontvangen worden.

10 dec. 1929 Radiotelefoniezender (PLE, Bandoeng) golflengte 15.93 M. :
Sonate in A, D. Scarlatti ; Italienisches Concert, J. S. Bach ; Var. over The harmonious Blacksmith, Händel ; Le Coucou, Daquin ; Sonate in A, Mozart ; Var. opus 34 in F, Beethoven ; Impromptu no. 4, Schubert ; Spinnlied (Lied ohne Worte), Mendelssohn.

         Inline afbeelding 3

     Soerabaijasch Handelsblad 10 dec. 1929                                        Haarlems Dagblad 19 april 1930

22 april 1930 Radio Bandoeng :
Zes Gezichten op den Fuji, B. v. d. Sigtenhorst Meijer – Suite de Clavecin, Alex Voormolen – Dindang Tjina, Glatik Nineer en Lagoe sri Medan, Paul Seelig – Die verzauberte Prinzessin, Korngold – Lotusland, Cyrill Scott – Etude op. 15.2 van Bortkiewicz en Etude op. 8.5 van Scriabine – La cathédrale engloutie & Clair de lune, Debussy – Danzas Españolas nr. 7, Granados – Prélude op. 232.1 en Sous le Palmier de Seguidilla, Albeniz.
  Bernhard van den Sigtenhorst Meijer was een oudere medeleerling van Käthe aan de Muziekschool van Toonkunst in Amsterdam. Hij studeerde 1910-1912 muziektheorie bij Daniël de Lange, piano bij J.-B. de Pauw en compositie bij Bernard Zweers. In 1923 maakte hij met Rient van Santen een tournee door Indië.

15 juli 1930 Radio Bandoeng.
Phohi. S. de Blieck-Jurrjens (mezzosopraan) en K. Haasse-Diehm Winzenhöler (piano) :
1. Capriccio op. 76.1 - Intermezzo no. 3, Brahms.
2. Auf dem Kirchhofe - Meine Liebe ist grün - Sonntagmorgen (zang), Brahms.
3. Ernst ist der Frühling - Traurige Wege (zang), Wolff.
4. Liebeslied (piano), Schumann / Liszt.
5. Wie die jungen Blüthen leise träumen (zang), Sucher.
6. Un grand sommeil noir [Ravel] - Die Glocken läuten (zang), K. Haasse-Winzenhöler.
7. Es muss was Wunderbares sein (zang), Ries.
8. Berceuse op. 57 (piano), Chopin.

Bij Un grand sommeil noir van Verlaine schijnt de naam van de componist te ontbreken. Het moet wel om Ravel gaan.

Un grand sommeil noir / Tombe sur ma vie : / Dormez, tout espoir, / Dormez, toute envie !
Je ne vois plus rien, / Je perds la mémoire / Du mal et du bien… / O la triste histoire !
Je suis un berceau / Qu’une main balance / Au creux d’un caveau : / Silence, silence !

                       

                     BatNbl 2 dec. 1932                                                             BatNbl 3 dec. 1932

           Inline afbeelding 1            BatNbl en NIROM-Bode van 14 dec. 1934

Zou Hella bij zo'n programma weleens blaadjes hebben mogen omslaan?

Käthe schreef in 1932 voor het tijdschrift 'De Huisvrouw in Indië' als bijlage een Kerstlied waarover het BatNbl van 3 dec. 1932 bericht, In 't hart van ieder kindeke klein, en in 1933 een drietal artikelen over muzikale onderwerpen, 'De wereldlijke muziek in de Middeleeuwen', 'De muziek in de oudheid' en 'De gewijde muziek', welk laatste artikel, hoe kort ook, interessant is omdat ze van Mozart 'Hoch vom Heiligthum' (bew. Zulehner) noemt, wat aangeeft hoe lang die oude Mozart-receptie heeft doorgewerkt. In oct. 1933 schreef ze een lezenswaardig artikel over 'Het Volkslied'. Ook uit een serie van drie artikelen over Bach en zijn zonen blijkt dat ze enige research voor de te behandelen onderwerpen niet schuwde.

In 't hart van ieder kindeke klein,
daar brandt een lampje klaar en rein.
In Kerstnacht komen uit den Hoogen
de glanzende engelen aangevlogen,
die zachtjes van bed naar bedje gaan !
  Zij vullen de olie van 't lampje weer aan,
zij poetsen het glas, dat de vlekjes verdwijnen
en 't licht een jaar kan stralen en schijnen.
De naam van 't lampje zoo wel bewaard
is :  Vrede op aard !


KERSTLIED afgedrukt in De huisvrouw in Indië, Vereniging van Huisvrouwen te Djakarta (1932).  Coll. TK.
Special Collections (KL) / KILTV Collectie / Universiteitsbibliotheek Leiden.

Kerstlied heeft Käthe opgedragen aan haar moeder, Helena Serafia Weitzel, die 31 juli 1933 overleed. Käthe heeft een tweede kerstlied geschreven, Kerstnacht. Dat staat ook in De Huisvrouw in Indië, in de aflevering van december 1934. Opgedragen aan de “Vereeniging van Huisvrouwen” te Batavia 1934. "Tekst en compositie van Käthe Diehm/Winzenhöler".
   Voor vierstemmig koor schreef Käthe Gebet en Wandrers Nachtlied. Andere stukken duiken misschien nog ergens op. Haar opuslijst telt meer dan 30 nummers.

Inline afbeelding 1
        Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum.

De luxe eetzaal 1e klasse op de Baloeran in 1930. De vleugel die er staat is ook niet mis. Het gezin Haasse reisde in 1935 op de Baloeran van Marseille naar Batavia, eerste klasse ! Hella voer in 1938 er van Batavia naar Rotterdam. Käthe zal hier wel eens een mimi-recital gegeven hebben, zoals ze in 1946 tijdens de repatriëring ook nog eenmaal gedaan heeft. En misschien mocht ze op stille uren haar techniek bijhouden (reep stof onder de snaren, klep dicht). Het derde pedaal - op de foto onzichtbaar - zal wel geen sustain pedal maar een mute pedal zijn.

Kapelmeester Nico J. Gerharz (1872-1939) was twaalf jaar dirigent van de Stafmuziek in Batavia. Tijdens de periode 1905-1916 werden de symfonieconcerten van het orkest beschouwd als de beste in de Oriënt. Sinds 1836 had het leger een eigen stafmuziekkapel. Dit harmonie/fanfare-orkest kwam niet alleen zijn ceremoniële verplichtingen na maar gaf ook nu en dan een openbaar concert, en soms werd dansmuziek ten gehore gebracht tijdens officiële feesten.
  Onderluitenant Nico Gerharz werd in 1904 dirigent van Concordia in Batavia. Hij formeerde uit de militaire muziekkapel een symphonieorkest dat werd afgestemd op de uitvoering van het klassieke repertoire, waarbij ook solisten konden optreden. Vanaf 1905 werden onder zijn leiding symfonische concerten gegeven. De uitvoeringen van de Stafmuziek brachten een totale omwenteling in het muziekleven in Indië teweeg. De concerten werden eens in de maand gegeven en trokken telkens stampvolle zalen.
  Uit een andere bron : "Van 1904-1916 kwam dit orkest tot grote bloei en ging zelfs op tournee naar de grote plaatsen op Java. De toen jonge Käthe Haasse, moeder van Hella Haasse, de bekende schrijfster, voerde in die tijd concerten uit van van Beethoven, Grieg en Paul Seelig. Deze begaafde beroepspianiste componeerde tevens liederen voor meerstemmig koor". Ze moet gedurende een aantal jaren repetitor van een groot gemengd koor geweest zijn. Ook gaf ze schoolconcerten.

     

Inline afbeelding 1Inline afbeelding 1

   Nieuws van den dag voor Ned.-Indië, 5 april 1939      Nieuws v d dag voor Ned.-Indië 20 maart 1940


Käthe gaf in Indië (en Australië, in 1946 en 1956) pianorecitals, begeleidde vocalisten en violisten, speelde in Batavia en Bandoeng pianoconcerten van Grieg, Beethoven (III en IV), Paul Seelig, misschien ook andere concerten, en bewerkingen als Debussy's twee Danses voor harp en strijkorkest voor piano en strijkorkest (nog in 1939), had leerlingen, dirigeerde en begeleidde koren, componeerde, vormde een pianoduo met een onbekende muziekvriendin (volgens Hella Haasse die iets tegen het noemen van namen, plaatsen en datums lijkt te hebben), trad op voor de Indische omroepen, te weten de BRV te Batavia en de NIROM te Bandoeng / Batavia. De kist waarin de vleugel vervoerd werd stond altijd klaar. Ze moest dus studeren, de toonladders daverden door het huis, en Hella genoot van de muziek die ze hoorde.
"Ons huis was altijd vol muziek. Mijn moeder gaf in die tijd pianoles, zij trad ook wel op, alleen of met violisten en zangers. Zij studeerde uren per dag. Ik zat graag op de grond onder de vleugel. Ik zag de pedalen op en neer gaan onder mijn moeders energieke voetbewegingen en hoorde vlak boven mij de klanken bonzen en trillen in het hout, altijd met dat merkwaardige doffe slissende bijgeluid, veroorzaakt door het langs elkaar heen schuren van de viltlagen op de toetsenhamertjes." Hella liet de stukken niet naamloos aan zich voorbijtrekken, ze vroeg naar componist en titel, die ze zich veel later nog herinnerde (Sinds gipsen hoofden, Hermeneus jg 50/3, 1978, p. 260, Debussy ; in Zelfportret Bach, Brahms, Chopin, Debussy).

Uit een recensie in Het Nieuws van den Dag voor Ned.-Indië van 15 maart 1939 over een concert van het Bataviaasch Toonkunst-Orchest in Bandoeng op dinsdag 14 maart 1939 citeer ik, na een vernietigend oordeel over de blazers :
Gelukkig ging het beter in de twee dansen van Debussy, waarin mevr. K. Haasse-Winzenhöler op voortreffelijke wijze de pianopartij vervulde en waarbij de heer De Ruyter Korver met een punctueel accompagnement voor strijkorkest secondeerde. Muziek van pure verfijning en echt muzikaal élan, doortrokken van een Gallisch raffinement, welke men slechts in de beste werken der Fransche litteratuur kan terugvinden.
    In het BatNbl van 15 maart 1939 schrijft De W. over Käthe's aandeel in Debussy :
Al moet deze voorname muziek die als zoodanig in glorieuze eenzaamheid prijkte, verliezen bij een weergave van de harp-partij op het klavier, de pianiste mevrouw K. Haasse-Diehm Winzenhöler bleek er met succes naar te hebben gestreefd haar spel zoodanig af te stemmen dat het origineele instrument vaak verrassend goed werd benaderd.
    De krant kondigt een concert door het Toonkunst-Orkest o.l.v. De Ruyter Korver te Batavia aan, waarbij Käthe (met foto) wederom de Danses van Debussy speelt.

 

 

NIROM Bode 14 maart 1939 - Special Collections (KL) / KILTV Collectie /Universiteitsbibliotheek Leiden.

  Van het door Bandoeng verzorgde Gramophoon-intermezzo ontbreken nadere gegevens.

               

NIROM Bode 23-29 april 1939 - Special Collections (KL) / KILTV Collectie / Universiteitsbibliotheek Leiden.

VOLKSCONCERT.
Tweede Toonkunstconcert.

Mevr. K. Haasse – Diehm Winzenhöler (piano), J. de Ruyter Korver (dirigent).
     Wij hebben ditmaal de gelegenheid te baat genomen om het Toonkunst-orkest zoowel op het volksconcert als op de uitvoering van gisteravond voor leden van Kunstkring en Concordia te hooren. In hoofdzaak deden wij dit aanvankelijk voor de muziek van Hindemith, doch daarbij trof ons tevens het groote verschil in spel en samenklank bij deze beide uitvoeringen.
Om het kort te zeggen: zoo middelmatig als de uitvoering Maandagavond in den Stadsschouwburg is geweest, zoo constant goed was die gisteravond in de Concordiazaal. Dit nu kan niet uitsluitend daarmede verklaard worden, dat het orkest zijn „goeden dag" had, maar wij weten uit ervaring dat het op het podium van den Schouwburg moeilijk spelen is. Zou het niet raadzaam en mogelijk zijn om beide concerten in de Concordia-zaal te geven?
Reeds de inleiding van dit aantrekkelijk programma, de Turandot-ouverture van Weber, gaf goede verwachtingen voor den verderen avond.
 
Den hoofdschotel vormde het derde pianoconcert van v. Beethoven (waarom weer die nare fout den Vlaamschen naam van Beethoven te willen germaniseeren), met als soliste mevr. Haasse-Diehm Winzenhöler. Dit concert vormt als het ware de brug van zijn eerste concerten naar de twee daarop volgende, de overgang van den intiemen kamermuziekstijl naar den grooten concertstyl. Mevrouw Haasse beschikt over een behoorlijke techniek en muzikale dispositie, welke sterk naar het romantische neigt. Of dit opus een dergelijke mate van romantiseeren verdraagt, moeten wij sterk betwijfelen. Plotselinge en o.i. ongemotiveerde rubati en diminuendi leiden de aandacht te veel af naar het détail en verbrokkelen de algemeene lijn. Hoe moeilijk dit pianoconcert technisch te beheerschen is, bleek wel uit eenige onzekerheden in den aanslag en mislukkingen in de figuratie, zoo b.v. de inzet van het rondo. Toch mag gezegd worden, dat mevrouw Haasse met de voordracht van dit werk een respectabele prestatie gaf, welke terecht met een groot applaus en eenige bloemstukken werd beloond.

Het Nieuws van den Dag voor Ned.-Indië van woensdag 23 aug. 1939

Na mei 1940 verdween geleidelijk het NIROM-programma 'Pianovoordracht' waarin Käthe regelmatig optrad. Er kwam een nieuwe dirigent, Chris Hinze, die Käthe niet kende, en in Indië gestrande reizende kunstenaars als Szymon Goldberg en Lily Kraus aan werk hielp. Käthe schijnt meer als koordirigente aan de slag te zijn gegaan.

Voorzover mij bekend heeft Käthe haar laatste volwaardige recital gegeven aan boord van de Volendam, tijdens de thuisreis vanuit Australië, op 25 sept 1946 met het volgende programma :
1. Pastorale & Capriccio, Scarlatti-Tausig - 2. Romance op. 28 no. 2. Schumann - 3. Ballade nr 3 in A, Chopin - 4. Etudes op. 25 n° 1 in A, op. 10 n° 9 in G, op. 25 n° 5 in e, Chopin - 5. Clair de Lune, Debussy - 6. Allegro appassionato, Saint-Saëns.
Inline afbeelding 1

Zo zag het passagiersschip ss Volendam van de Holland Amerika Lijn (HAL) er toen uit. Tijdens WO II diende het als troepentransportschip, na de oorlog ook voor evacuatie en repatriatie.
Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnr 2158_053816, NIMH.

In een vraaggesprek met Ischa Meijer (26 mei 1984) zegt Haasse :

"Mijn moeder was pianiste. Een kleine, heel vrouwelijke vrouw; zoals je je een charmant dametje uit de oude tijd voorstelt. Ze speelde soms wel acht uur per dag, had leerlingen, gaf recitals. Mijn moeder bouwde vormen uit muziek. Ze had als ex-libris: Wo die Sprache aufhört, fängt die Musik an. Ik lag onder haar vleugel te luisteren. [...] Ik heb als kind wel pianoles gehad van mijn moeder. Maar ze stelde zulke hoge eisen, dat alle lust me al snel verging.
   Mijn moeder speelde echt briljant. Ik denk dat het in een bepaalde periode heel moeilijk voor haar geweest is dat ze haar gaven niet op internationale concertpodia ten gehore kon brengen. Maar mijn vader heeft haar altijd willen beschermen voor de bijverschijnselen van een dergelijke carrière".

Dat zijn mooie woorden, maar iets anders gezegd, vader heeft tot 1942 haar carrière niet gestimuleerd, maar na de oorlog helemaal niets gedaan om haar weer op het paard te helpen, integendeel, au contraire, ing nalisir, hoe duidelijk wilt u het hebben, hoewel de mogelijkheden daartoe in overvloed aanwezig waren. In Zwanen schieten schrijft de bejaarde Hella "mijn moeder ging de wijde wereld in om pianoles te geven of te trouwen". Niet te geloven. Hoe komt Hella erbij? En waarom kan/wil ze zo'n sneer niet binnenhouden? En waarom stond het overlijden van haar vader in het Dig HH Mus wèl aangegeven en verdwijnt haar moeder naamloos in het niets?

Composities van Käthe Haasse - Diehm Winzenhöler

Käthe componeerde. Ze had geen speciale begaafdheid op dit terrein, maar soms zag ze aanleiding iets te schrijven of welde spontaan een muzikale gedachte in haar op. Zo schreef ze in Davos drie toegiften of intermezzo's voor zangrecitals, in Indië en later in Baarn repertoire-aanvulling voor een van haar koren. Opus 1 t/m 3, drie liederen, zijn tussen 1925 en 1928 geschreven en in 1928 bij G. Alsbach & Co. in Amsterdam uitgegeven, plaatnummers 4155 t/m 4157. In die jaren kuurde ze in Davos terwijl Hella in Baarn in een kinderpension verbleef, Wim in Baarn bij zijn grootouders zat en haar man in Indië werkte. Na terugkeer op Java is ze intensief met koren aan de slag gegaan en heeft muziek voor gemengd koor geschreven, Gebet, Wandrers Nachtlied, voor vrouwenkoor een Kerstlied, een Nachtgesang, nog een Kerstlied en ander werk. Ik kom op zo'n twintig stuks vocaal werk. Voor piano solo schijnt ze niet geschreven te hebben.

De liederen opus 1 t/m 3 zijn gezet op drie korte gedichten. De tekst van Aan de andere Zijde van den Muur (opus 1) is van W. H. Haasse, haar echtgenoot; Vor meinem Fenster (opus 2) is van Arno Holz (1863-1929), hij was een bekend Duits dichter en dramaticus ; de tekst van Die Glocken läuten (opus 3) is waarschijnlijk van de componiste zelf. Een advertentie voor de uitgave kwam ik in Het Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 96, 1929 no. 5, 18 jan. 1929 tegen.
Vor meinem Fenster heeft WorldCat OCLC Number 71492479. De OCLC webpagina is niet in het Engels te citeren, Google vertaalt automatisch: "Voor midden- of hoge stem en piano. Opgedragen aan Susi Diehm Winzenhöler".
  Opus 2 is "Meiner Schwester Susi gewidmet", opus 3 is "Julie de Stuers gewidmet". De tekst van opus 3 is in "Davos 1925" geschreven, de muziek in "Baarn 1928". Opus 1 heeft geen gedrukte opdracht, maar op het omslag van het exemplaar in mijn bezit heeft Käthe geschreven : "Voor Mevrouw Bettink van haar oud-leerlinge Käthe. Holland 1928."   Coll. TK.

Opdracht Käthe

En de componiste noemde zich op hetzelfde omslag, het Schrijversprentenboek en het Digitaal HSH Museum ten spijt

            Käthe Haasse-Diehm Winzenholer

Op een exemplaar van opus 2 schreef Käthe Voor Jetty de l'Ecluse van de Componiste. — Djakarta 2602 —
24 / 9.
  Coll. TK.

                 Inline afbeelding 1

Djakarta 2602 24/9 betekent Batavia 1942 (Japanse tijdrekening), 24 sept. In nov. 1942 liet Käthe zich in kamp Kramat te Batavia opsluiten. In het kamp was de overlevings kans groter. Jettie / Jetty / Jet de l'Ecluse werd als Henriette Christine de l’Ecluse 10 juli 1926 te Malang geboren als dochter van Jan Hendrik Pieter de l'Ecluse (*9 mei 1891 te Amsterdam) en Neeltje van der Meer (*28 sept 1890). Hij was in Bandoeng en Batavia chef van een accountantskantoor afd. belastingen in de tijd dat de Haasses daar ook zaten. Jet had pianoles van Käthe. Ze was zeer begaafd. Frans Schreuder herinnert zich dat ze Beethovens 1e pianoconcert speelde met Käthe, die op de tweede vleugel de orkestpartij voor haar rekening nam. Na de kamptijd (Tjideng, Kapuas 2) en de repatriëring naar Holland is ze analiste geworden. - Met dank aan Frans Schreuder.

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 2

     Registratiecode VFADNL 028501-blad 5,  CBG.                       Alg Hbl 13 aug 1960

Het echtpaar Jansz - de l'Ecluse kreeg twee kinderen : Margriet Jansz en Just Jansz. Mensen met mooie wetenschappelijke carrières. Käthe en Jet (Henriette) hebben elkaar in Nederland (Den Haag) misschien nog wel gezien.

Inline afbeelding 1

Uit : Anton Anton Averkamp, De Zangkunst en hare sterren, 1928. Foto atelier Frans Hals, den Haag.

    

Jonkvrouw Julie Gertrude de Stuers is op 4 februari 1892 te Passoeroean op Java geboren. Tijdens een tournée van de Italiaansche Opera op Java trad zij als gast op. Ze bekwaamde zich verder in Berlijn en New York, en maakte een tournée door Ned.-Indië (waar jhr. L. de Stuers resident van de Preanger Regentschappen was), reisde vier jaar door de U.S. en was verbonden aan de Duitsche Opera van New York.
   Na 1920 woonde ze in Nederland waar ze kort bij de N.V. Nationale Opera gezongen heeft, o.a. als Amneris in Verdi's opera Aïda op 1 oktober 1922 en als Suzuki in Madame Butterfly van Puccini op 24 januari 1923. Ze gaf liederenrecitals, waarbij ze in het buitenland graag Nederlandse componisten introduceerde, zoals Alphons Diepenbrock, Badings, Michielsen, Dina Appeldoorn, Berta Frensel Wegener, e.a. Maar ook in aria's uit 'Samson et Dalila' (Saint-Saëns) en Mahler's 'Das Lied von der Erde' - dat zij samen met tenor Henk Noort heeft vertolkt - blonk zij uit.
  Bij het Concertgebouw Orkest o.l.v. Eduard van Beinum zong zij op 16 juli 1933 van Mahler delen uit de 'Rückertlieder' en uit 'Des Knaben Wunderhorn'. Op 16 februari 1936, eveneens onder Van Beinum, zong zij van Mahler de 'Lieder eines fahrenden Gesellen' en twee aria's uit Carmen van Bizet.
  Julie de Stuers huwde in 1919 in New York met Christian Moritz Beutler van wie zij in 1934 scheidde.
Ze is overleden in 1981.

Jacoba Wefers Bettink-Dominicus van den Bussche (*27 april 1877 Batavia, †8 maart 1964 Oosterbeek) was een bekend zangeres en zangpedagoog in Batavia. Ze was in 1897 in Batavia getrouwd met Th. H. Wefers Bettink. Theodor Henri is geboren op 25 juni 1873, op de boot naar Batavia, nabij Ceylon. Werd Kapt. Inf. O.I.L., na pensionering succesvol accountant. Hij was een verdienstelijk pianist en componeerde ook. Een van zijn stukken droeg hij op aan Ankie van Wickevoort Crommelin. Heeft hij zangles van haar gehad ? Een juffrouw Wefers Bettinck van de Utrechtse Marnixschool heeft Cato van Rennes naar de muziekschool van Richard Hol gestuurd (Marjan Berk, Madonnakindje, over het leven van C. v. Rennes 1858-1940).

- Jacoba Cornelia Dominicus van den Bussche geboren : 27 april 1877 te Batavia
- eindexamen HBS te Batavia : 14 mei 1892
- verloofd met Theodor Henri Wefers Bettink te Batavia : 23 oct 1895
- getrouwd met Th. te Batavia : 15 feb 1897
- eerste optredens in de pers aangekondigd : 1901, 1902
- Th. Wefers Bettink is overleden te Batavia 22 nov 1913
- kinderkoorschool opgericht in 1914
- pedagogische muziekavonden aangekondigd : 1917, 1918
- naar Nederland : 1918 ; terug in 1919 of 1920 (concert 1 mei 1920)
- Käthe draagt in Nederland haar opus 1 aan mevrouw Bettink op : 1928
- overleden te Oosterbeek : 8 maart 1964
- Mej. J. R. Wefers Bettink, Frederikspark 6, Haarlem, studeerde in 1939 Duits in Amsterdam. Ouderejaars   (> 5 jaar), candidaats gehaald, lid van het dispuut Witin.

 

       Inline afbeelding 1                    

  1. Bat Nbl 26 jan 1918.  Bedoeld wordt een soirée waarvan de opbrengst misschien voor een goed doel bestemd was.
 
 2. Jacoba Wefers-Bettink.

Hoewel de drie liederen tegelijkertijd bij Breitkopf & Härtel in Leipzig gegraveerd en gedrukt werden, verschenen ze niet bijeengebundeld. Käthe moet een zelfbewust persoon geweest zijn, want ze had voor elk lied een apart omslag laten ontwerpen. De korte liederen maken ook daardoor op mij de indruk bedoeld te zijn om als toegift gezongen te worden, niet in de stijl van de encores die een Moszkovsky voor de piano schreef, maar te gebruiken als afrondende stemmingsbeelden (op. 1 schertsend, op. 2 weemoedig, op. 3 ernstig) al naar gelang de inhoud van wat op een liederavond voorafging. De teksten luiden :

—— 1. Aan d'andere zijde van den muur daar hangen de kersen van mijn buur, Donkerrood tusschen groene blaren of het vlammende hartjes waren, Aan d'andere zijde van den muur plukt er de liefste van mijn buur, Van boomen die onder de weelde zuchten, de gloeiende rijpe roode vruchten.
O, buurman, wacht je voor een dief. Pas op je kersen en je lief. Je stelt maar al dat moois ten toon, de muur is laag en de kans zoo schoon, maar Kerel, wees voor mij niet bang! Kersen en kussen ken ik al lang.
De druiven aan d'and'ren kant van den muur, wat zijn ze zuur.
Lied voor mezzo-sopraan of sopraan.
—— 2. Vor meinem Fenster singt ein Vogel, ein Vogel; still hör ich zu, mein Herz vergeht. Vor meinem Fenster singt ein Vogel. Er singt: was ich als Kind besaß und dann vergessen. Lied für mittlere oder hohe Simme.
Op het omslag staat met potlood, half uitgewist Vrouw[enstem].
—— 3. Die Glocken läuten mit trübem Klang. Warum sie läuten, sie so läuten, mir wird es so bang, mir wird es so bange. Es schweigen die Vögel, die Luft wird ganz still! Mir ist's, als ob man wieder jemand grabwärts tragen will. Lied für mittlere Stimme und Klavier.

Op het omslag van 3. staat op mijn ex. (uitgegumd maar met enige moeite nog leesbaar) :
        Woonachtig Bejaardentehuis Kijkduinsestraat 1184 Den Haag tel. 250 660
        Moeder van Hella Haasse (Mevr. J. Lievegoed?) – Haasse Mozartlaan ? Den Haag

Jan van Lelyveld en Hella Haasse waren in 1967 inderdaad naar de Mozartlaan 67 in den Haag Kijkduin verhuisd aangezien Jan bij Koninklijk Besluit van 16 februari 1966 was benoemd tot rechter aan de arrondissementsrechtbank aldaar. Käthe had na de dood van haar man geen familie meer in Baarn. Ze ging haar zoon in Australië opzoeken en is in Amsterdam gaan wonen (Van Boshuizenstraat 601, ze ging Hella achterna). Datum onbekend. Rond 1967, toen Haasse naar Den Haag verhuisde ging Käthe niet ver van haar dochter wonen "op een verzorgingsflat in Voorschoten. Ze is nog steeds aktief als pianiste en geeft af en toe nog een concert voor haar medebewoners", aldus Hella in een vraaggesprek. Latere adressen zijn Kijkduinsestraat 1184 en van Boetzelaerlaan 213 in Den Haag. In 1981 verhuisden Jan en Hella naar Frankrijk. Käthe bleef in Nederland en overleed in 1983. Ze heeft volgens de in Baarn bewaarde grafkaart (Wijkamplaan, klasse IV, vak 31, nr 11) op de volgende adressen gewoond :
-- van Boshuizenstraat 601II, Amsterdam ("acc. juli '73", opm. op genoemde grafkaart)
-- Rossinidreef 1-211, Voorschoten ("wil t.z.t. ook in dit graf begraven worden")
-- Kijkduinsestraat 1184, 's-Gravenhage ("akk 22 nov 76")
-- later van Boetzelaerlaan 213, 's-Gravenhage
-- Braamhage, Soestdijk
Käthe vereerde haar dochter Hella zeer en zocht in haar latere jaren woonruimte bij haar in de buurt (Amsterdam, inschrijvingen BS Voorschoten niet gevonden). Helaas had Hella geen warme relatie met haar moeder. Zij vond haar ouderwets, bijgelovig en beperkt. Ze was evenwel een sterke vrouw, moedig ook, zoals haar gedrag in het jappenkamp bewees. Ook haar zussen waren sterke karakters.

Op 12 mei 1982 heeft Hella de begraafplaatsadministratie van de gemeente Baarn telefonisch laten weten dat haar moeder ziek was en dat ze beslist in het oude graf Wijkamplaan IV vak 31 nr 11 uit 1935 begraven wilde worden. Ze belde vanaf Stadhouderskade 17a in A'dam, maar woonde eigenlijk al in Frankrijk, Saint Witz, Rue du Gué d'Orient 25. Volgens familie en oudere Baarnaars is Käthe de laatste jaren van haar leven verzorgd in Braamhage in de Burg. Grothestraat 12, Soestdijk, gem. Soest, dicht bij haar oude huis aan de Steijnlaan in Baarn, dat ze volgens haar zoon Wim in 1956 verkocht had. Navraag bij het Kadaster leverde op dat Käthe het huis op 1 dec 1961 heeft verkocht. Bij haar begrafenis is de urn met de as van haar man uit Velsen-Driehuis opgehaald en in het graf bijgezet, bij zijn ouders Willem Hendrik Johannes Haasse en Cornelia Francisca Braak. Toen de familie stopte met het betalen van de grafrechten en ruiming ophanden was heeft iemand het gekocht, de zerk en belettering laten opknappen en rondom buxus laten planten.

Veel belangrijker is : Als Käthe in 1967 nog steeds piano speelde en oefende (o.a.de Campanella van Liszt), moet ze dat in 1950 a fortiori hebben gekund!

                     Inline afbeelding 1
                        Käthe in haar Haagse flat. —  Coll. WHP.

Wie was dan haar impresario, waar trad ze op, zoals in Indië, waar zijn de programma's, de recensies? Ze zijn er niet. Het zal de lezer wel duidelijk zijn. Vader Haasse had geen werk meer, zat halve dagen thuis, had geen trek in al die oefentoonladders, verbood zijn vrouw te oefenen wanneer hij thuis was en ging met zijn dochter concurreren. Bestsellers schrijven! De sfeer in huis was die van wederzijdse jaloezie.

Over de muzikale omstandigheden in Nederlandsch Indië heet het :
"De aanwezige vakmensen zijn veelzijdig en hebben diverse muzikale bekwaamheden. Wat echter ontbreekt, is het specialisme van uitvoerende kunstenaars dat bijvoorbeeld de dirigent Willem Mengelberg en een zangeres als Jo Vincent in Nederland tot grote hoogte brengt. Een enkele uitzondering is de charismatische Nico Gerharz : volgens zeggen heeft hij op de nominatie gestaan dirigent van het Amsterdamse Concertgebouw te worden. Zeker is dat hij meerdere malen Mengelberg heeft vervangen, en dat met groot succes. Meer dan plaatselijke uitstraling hebben bijvoorbeeld ook de pianiste en componiste Käthe Haasse, de in Indië geboren violist en dirigent Frits Hinze, dirigent De Ruyter Korver (opvolger van Gerharz), violist Francis Koene en pianist Frans Wiemans".
(Met kleine aanvullingen en correcties overgenomen uit het eerder genoemde
De oostenwind waait naar het westen, Henk Mak van Dijk).

Käthe werkte mee als repetitor wanneer een groot koor werd samengesteld en ingestudeerd om stukken als de Negende van Beethoven, Haydns Schöpfung of het Deutsches Requiem van Brahms uit te voeren.

   

De NIROM Bode 30 april 1934 ~ Special Collections (KL) / KILTV Collectie / Universiteitsbibliotheek Leiden.

Kunst. Bataviasche Kunstkring. Jeugdconcert.

 
Ware het nog, zooals tot voor kort, gebruikelijk de jeugd-concerten van een opdracht te voorzien, dan had deze gevoegelijk „aan de oud-Nederlandsche koormuziek" kunnen luiden. Weliswaar vermeldde het programma een tweetal namen van tijdgenooten, waaronder zelfs een van een stadgenoote, doch dit verhinderde niet dat de avond als geheel een oud-Nederlandsch karakter droeg. We zeggen liever niet „oud-Hollandsch" omdat de zuidelijke gewesten (Vlaamsch-Waalsche school) den hoofdschotel van het program leverden en het Noorden slechts met een enkelen componist, zij het dan zoo goed mogelijk, namelijk met Jan Pietersz. Sweelinck, was vertegenwoordigd.
  Het zou trouwens wel wat veel gevergd zijn om te verlangen, dat een concert van een uur, meer dan een hoogst vluchtigen indruk van een enorm omvangrijk onderwerp als dit zou geven. Wanneer men de namen van willekeurige componisten van de oud Nederlandsche school opslaat, dan treft telkenmale de welhaast onbegrensde productiviteit, welke toch bijna nimmer in veelschrijverij is verworden. Een verbijsterende ophooping van genialiteit welke haar weerga slechts vindt in de Italiaansche Renaissance en in het gouden tijdperk der Hollandsche schilderkunst.
  Eerst onlangs is men gaan beseffen hoeveel de latere West Europeesche ontwikkeling der muziek aan die periode te danken heeft gehad en is gebleken welke groote schatten – vooral in de Vlaamsche kloosterarchieven – nog bewaard zijn gebleven. Op een speciaal onderdeel van dit gebied, het oud Nederlandsche volkslied, heeft de Gentenaar Florimond van Duysse uitnemend werk verricht door van een uitgebreide verzameling dezer liederen de uitgave te verzorgen. Enkele hiervan werden door het gemengd koor van Mevr. Barbas ten gehoore gebracht en daar zij gemakkelijk in het gehoor liggen, vielen zij bij het talrijk opgekomen jeugdige publiek ten zeerste in den smaak.
 
Bij de oudere religieuze muziek was terecht de chronologische volgorde in acht genomen. Met een Agnus Dei van den vijftiende-eeuwschen kanunnik Dufay, den grondlegger van de vierstemmige koormuziek, werd het concert geopend. Dit is streng liturgische muziek en als zoodanig geenszins eenvoudig van uitvoering. In zooverre waren Mevr. Barbas' intenties als kundig dirigente wel bepaald, doch het gemengd koor had hier en daar in het volgen ervan eenige weifeling te overwinnen.
  A vos omnes van Compère, den besten leerling van Okeghem, en de indrukwekkende Psalm 138 van Sweelinck genoten een goede uitvoering. Toch konden wij het timbre van het koor, en dit geldt inzonderheid de dames, niet in die mate waardeeren als ons bij vroegere uitvoeringen wel mogelijk was. Misschien is echter de bitter slechte acoustiek van de voormalige Loge-zaal gedeeltelijk voor het ons wat schraal voorkomende effect verantwoordelijk.
  Na de volksliederen werd een compositie Nachtgesang van Mevr. Haasse-Diehm Winzenhöler uitgevoerd. Goedklinkende muziek, waarvan wij wel gaarne de beschikking over den tekst tot een nader volgen van de bedoeling, zouden hebben gehad. Mevr. Haasse, die aan den vleugel begeleidde, moest tenslotte naar voren komen om voor het applaus te danken.
  Het drukbezochte concert werd beëindigd met een tweetal geestige en knap geschreven canons van Wagenaar die ten zeerste werden toegejuicht.
  Voor den aanvang gaf Mevr. Barbas een korte inleiding over de ontwikkeling van de Nederlandsche koormuziek, waaruit ook de talrijke aanwezige volwassenen veel wetenswaardigs konden opsteken.


     

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, Maandag 26 nov. 1934


Inline afbeelding 1

                        Käthe aan de vleugel in Batavia.   Coll. Adrienne Maclaine Pont.

Op de vleugel staan een foto van Hella en een gesigneerde portretfoto van de pianist A. B. H. Verhey. Aan de muur hangt een tekening die van Hella kan zijn. De foto moet tussen 1938 en 1942 gemaakt zijn.

Inline afbeelding 1   Inline afbeelding 5

Coll. TK.

Verhey, bij wie Käthe in Rotterdam rond 1920 gestudeerd heeft, had een enorme muziekbibliotheek. Hij liet evenals bijv. Verheijen van het A'dams Concertgebouw vele dunnere muziekboeken samenbinden tot één dik boek, een z.g. convoluut, waarop een etiket geplakt werd met het nummer dat in zijn catalogus stond. Dat bespaarde heel wat zoekwerk.

Afscheids-Concert Stafmuziek In den Schouwburg.
Gisteren avond heeft het bekende corps Stafmuziek onder auspiciën van de Java-Bode in den Stadsschouwburg een afscheidsconcert gegeven, dat groote belangstelling trok.
   Deze avond was niet alleen gedenkwaardig omdat het een der laatste uitvoeringen gold van onze populaire Stafmuziek, waarvan de leden, naar men weet, op het tragische punt van "insmelting" staan, maar bovendien omdat de componist Paul Seelig den dag herdacht, waarop 50 jaar geleden zijn vader in Indië voet aan wal zette als onderkapelmeester van de Stafmuziek.
   Het concert, dat de Stafmuziek gisterenavond gaf, bestond uitsluitend uit composities van Paul Seelig, welke onder leiding van den bekenden dirigent, den heer De Ruyter Korver, een uitstekende vertolking vonden.
Mevrouw Haasse Diehm Winzenhöhler verleende haar medewerking als piano-soliste, waarbij te memoreeren valt, dat zij de eerste soliste is, die in Indië optrad in symphonie-concerten, namelijk sinds 1915. De voordracht van deze geroutineerde pianiste was eveneens voortreffelijk.
   Aan het slot van den zeer geslaagden avond, werden de dirigent, de componist, de soliste en de leden van het orkest hartelijk gehuldigd, waarbij een speciaal woord van waardeering werd gewijd aan de composities van Paul Seelig, en de hoop werd uitgesproken, dat hij weldra als een der beste Indische componisten algemeen erkenning zou mogen vinden.
Met een driewerf "Hoera!" voor het kranige Stafmuziek-corps werd de avond tenslotte beëindigd, en men ging huiswaarts met een aangename herinnering aan dit muziek-corps, dat gedurende zoo'n lange reeks van jaren een groote plaats in het Bataviasche muziek-leven heeft ingenomen.

Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 29 jan. 1931

Paul Seelig jr. schreef in 1931 een kaartje aan "Mevrouw K. Haasse-Diehm Winzenhöler in dankbare herinnering aan het mooie klavierspel" in het pianoconcert van zijn vader, Paul Johann Seelig. Deze was geboren in de trein op het station van Dortmund, maar de trein vertrok en de geboorteaangifte vond bijgevolg plaats in Breda, dus Seelig was Nederlander (Johan BS), *23 febr. 1876, †13 juni 1945 in het jappenkamp Mater Dolorosa bij Meester Cornelis in Batavia. Seelig, die in Duitsland gestudeerd had en 1900-1908 het hoforkest van de sultan van Solo dirigeerde, versmolt als componist gamelan- en krontjongmuziek met zijn westers idioom, met name ook in dit pianoconcert in fis mineur, Frau Käthe Haasse-Diehm Winzenhöler in Freundschaft gewidmet, Edition Matatani, Bandoeng. Veel over vader (†1903), zoon en kleinzoon Seelig in Henk Mak van Dijk (met een bijdrage van Frans Schreuder), 'De oostenwind waait naar het westen', KITLV Press 2007 i.s.m. het NMI, hoofdstuk 5, pp. 151-192, een bijzonder interessant en gedegen hoofdstuk in een dito boek. Seelig wordt ook herdacht in Rebel, mijn hart. Kunstenaars 1940-1945, inl. Max Nord, 1995. Het gezin Haasse woonde in 1929 in Bandoeng.

    Inline afbeelding 4

1. Ter herinnering aan de concerten te Batavia en Bandoeng op 28 en 29 jan 1931.  Coll. Ingrid Pascoe-Haasse. Een prachtige karakteristieke foto van Käthe uit deze jaren. “Ingrid looked exactly like her [Käthe] at the same age”, schreef Willem (W5) uit Perth. —  2.  Wim (W4).  Coll. WHP.

       
          Het nieuws van den dag voor Ned.-Indië, 16 maart 1932 (gedeelten uit recensie van ‘TERTS’).

18 Mei, Goedenwilsdag. Radio-uitzending.
Weder zal op 18 Mei a.s., Goedenwilsdag, een Radio Vredesboodschap uitgezonden worden door den Vrouwen-Wereldbond voor den Vrede (Union mondiale de la Femme pour la Concorde internationale) Afdeeling Nederlandsch-Indië.
  De uitzending zal plaats hebben a.s. Vrijdag-avond 18 Mei tusschen kwart vóór zes en zes uur, met welwillende medewerking van Mevrouw B. Bleeker-Feuerstein (zang) en Mevrouw K. Haasse-Diehm Winzenhöler (piano).
  In een korte rede zal de Presidente, Mevrouw H. Kluit-Kelder, het een en ander mededeelen over het Jeugd-Vredeswerk, terwijl zal worden uitgezonden de Radio-Vredesboodschap v. d. kinderen van Wales, en die van de kinderen in Indië in het Hollandsch en Maleisch. De uitzending wordt verzorgd door de Bataviasche Radio-Vereeniging.

Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, dinsdag 15 mei 1934.

Inline afbeelding 1       

Ca. 1940 heeft Käthe een operatie ondergaan, in ieder geval na Hella's vertrek naar NL, en waarschijnlijk nadat de verbindingen per post, telefoon en telegraaf met N.O.I. verbroken waren, dus na half mei 1940.

Maar zoon Wim was nog op Java.
Met haar bekende groene inkt schreef Käthe achter op de foto :

Pappie en mammie te Selabintanah, waar mams moest herstellen van een operatie. Door Wim genomen 1940 ?

Inline afbeelding 2

 

          Coll. WHP.


En toen begon met Pearl Harbour (Hawai) op 7 dec. 1941 de Japanse bezetting van de westelijke Pacific. Ned. Oost-Indië werd tussen 15 dec. 1941 (landing op Borneo) en 9 maart 1942 (algehele capitulatie) veroverd, om de oliebronnen. De Nederlandse bevolking werd in de beruchte ‘jappenkampen’ opgesloten.

I n t e r n e r i n g     (1942-1945)

Catherina - Catherina aka Katharina Diehm-Winzenholer - Jap asked her to play

Jap Asked Her To Play. The Daily News 1946, August 20 (Perth, WA : 1882 - 1950), p. 10 Edition: HOME EDITION.
Dit artikel is ook in de Pascoe Family Tree opgenomen.

Op 18 oct 1945 kwam Käthe Haasse met de Oranjefontein in Fremantle aan, de marinebasis aan de monding van de Swan River, grenzend aan Perth. Zoon Wim heeft er de hand in gehad dat zijn ouders daar konden herstellen van de ontberingen tijdens de oorlog. Kranteartikelen over hun verblijf aldaar zijn beschikbaar.

DUTCH PIANIST.  VISITOR FROM JAVA.  
Rest After Internment. —  Perth, Western Australia, 21 aug 1946

   For awhile yesterday morning the empty rooms of the Quamby Club were filled with the soul-stirring sounds of music such as only those to whom music is life itself can draw from a piano. The pianist was a slim, fair woman. Her thoughts, as she played the beauitiful cadenza of the Grieg A Minor Concerto, might have been of the occasions when she played it with Continental orchestras; or they might have been of the recitals she gave fellow-internees in Japanese camps in Java when her audience sat in the dust and her piano had been left to suffer from exposure to the heat and moisture of a tropical climate. Her name was Mrs. W. H. Haasse, and although she has been recuperating in Western Australia with her husband for some months, only her close friends knew of her pianistic talents and only a few have been privileged to hear her play. Tired and ill after her experiences, Mrs. Haasse has been resting, and it is only within the past few weeks that she has returned to the piano, and then only for the benefit of charity. "I feel that now I only want to play to make people happy," she said yesterday.
   Mrs. Haasse studied in Amsterdam and established a reputation as a concert pianist before she went with her husband to make her home in Java, where she played a prominent part in the musical life of the country. In 1938 she was planning a tour in association with Paul Seelig, a well-known Dutch composer and conductor who had written a concerto, founded on native melodies, especially for her to play, but unrest in the countries to be visited caused a cancellation of the tour. Mrs. Haasse has a married daughter in Holland and a son serving with the R.N.N. The daughter, Hella, whom she has not seen for eight years, is an elocutionist, and is well known on the Dutch stage. She has signed a contract to do a series of monologues, telling the old folk tales and history of the country. In this work she will be accompanied by her mother, who hopes to sail for Holland shortly.
    Her son married a West Australian girl who, with her baby, left recently to join her husband at Batavia. Their mother carried miniatures of both in a locket throughout her internment, hiding the locket in the centre of an old pin-cushion where it escaped notice by the Japanese. As well as playing the piano Mrs. Haasse composes, mostly music for voices. In this she is assisted by her husband, who prepares her manuscripts for the printer.

    DUTCH PIANIST. (1946, August 21). The West Australian (Perth, WA : 1879 - 1954), p. 10.

Hella werd hier door haar moeder 'actrice' en 'voordrachtskunstenares' genoemd. Käthe leefde in de veronderstelling dat ze na terugkomst in Nederland de voordrachten van balladen en oude volksverhalen door haar dochter aan de vleugel met welgekozen muziek uit haar grote repertoire zou afwisselen. In 1934 hadden moeder (piano) en dochter (dans) eerder samen opgetreden. Het woord 'contract' suggereert dat e.e.a. schriftelijk is vastgelegd. Of daar iets van terechtgekomen is? – ik heb er nooit iets over vernomen.
    Wim vond zijn moeder in kamp Tjideng en regelde haar evacuatie. Ze reisde op 13 oct 1945 aan boord van de Oranjefontein van Tandjong Priok naar Fremantle, waar ze op 18 oct aankwam. Ze verbleef eerst in het Ocean Beach Hotel in Perth en vervolgens bij de ouders van haar schoondochter Ethel Annear in Kalgoorlie. Korte tijd later reisden W4, Ethel, hun dochter Helen en Käthe terug naar Perth om daar de kerstperiode door te brengen. Käthe woonde bij Ethel. W4 werd weer opgeroepen.
   Ondertussen had Wim zijn vader, W3, in november 1945 in Batavia terug weten te vinden. Hij was uit het kamp bevrijd en in zijn oude functie hersteld. Maar W3 werd om gezondheidsredenen afgekeurd voor verdere dienst in de tropen. Hij werd van overheidswege geëvacueerd en kwam op 16 jan 1946 per vliegtuig aan in Brisbane. Vandaar ging hij - na een kort verblijf in Sydney - naar Perth. Daar vond eind januari de hereniging plaats met zijn vrouw. Ook W4 was toen voor een kort verlof in Perth.
    Op 4 sept 1946 stapten Willem en Käthe aan boord van de Volendam en op 1 oct 1946 kwamen ze te Rotterdam aan. De passagierslijsten lagen op vele plaatsen in Nederland ter inzage voor de in spanning verkerende familieleden.

Inline afbeelding 7

Nieuwsblad van het Noorden 26 sept 1946

Na de verhuizing naar Nederland in 1946 verdween Hella's moeder snel uit beeld. Ik maak kenbaar en het LM bevatten een foto van Käthe, Wim en Hella in 1972, toen Wim voor 't eerst sinds 1950 over was uit Australië. Aan het schrijverschap van Haasse's vader en zijn overlijden werd in het Dig Mus HH aandacht geschonken, maar Käthe's overlijden werd niet eens genoemd. Haar zussen, hun wederwaardigheden, echtgenoten, kinderen, neven en nichten en aangetrouwde verwanten, onder wie zich toch opmerkelijke personen bevonden? Willems zus Nel van Sillevoldt-Haasse, een productief schrijfster? Van hun bestaan wordt niet gerept. Vooral in het Digitaal Museum valt dat op en bevreemdt het. Het gaat niet om de familie Doorsnee. Dat kan de Querido-redacteuren toch niet volkomen ontgaan zijn . . . ?

advertentie muziekboeken haasse

  Symbolisch voor de vergankelijkheid van al het werk, alle studie, al het zweet, alle aantekeningen die in de loop der jaren in die bladmuziek en de vakliteratuur zijn gemaakt, de vingerzettingen, alle kennis en ervaring die daarin ligt opgeslagen, is deze annonce van een kleine vendutie. Het gaat om een paar spullen van vader Willem en muziek-boeken van moeder Käthe die de oorlog hadden overleefd.
     Zoon Wim woonde met Ethel (na 22 juni 1947 ook met dochter Ingrid) op Logeplantsoen 4 waar ze het huis een periode hebben gedeeld met de fam. Schotman.

De Nederlandse Dagbladpers Batavia van 6 feb 1947

NB: Wie i.h.a. uit de familiebiografische notities van Hella Haasse wil citeren, doet er goed aan haar mededelingen niet blindelings over te nemen. De eerste zin over haar moeder in Persoonsbewijs luidt : "In 1914, kort voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog, ging mijn moeder ... naar Indië". Evenwel, WO I begon 28 juli 1914, Käthe scheepte zich ondanks de Duitse duikboten op 21 nov. 1914 op ss Vondel in en kwam op 4 jan 1915 in Batavia aan. Hier en daar heeft Haasse later correcties aangebracht, maar van Winzenhöhler deed ze geen afstand. De eerste zinnen over haar vader in Persoonsbewijs luiden :
"Tot zover de aantekeningen van mijn vader. Ik kan daar nog aan toevoegen, dat mijn grootvader in 1882 [moet zijn 1883] in Rotterdam getrouwd is met Cornelia Francisca Braak, en dat uit dit huwelijk drie kinderen geboren werden, allen te Rotterdam : Gertrude [Geertrui, Truusje], die op tweejarige [moet zijn vierjarige] leeftijd stierf, Nell [Nelly, Nel] en Willem Hendrik (1888-1955) [moet zijn 1889-1955]. Mijn vader trouwde in 1916 in Batavia met Katharina Diehm Winzenhöhler [moet zijn Winzenhöler]".

De drie zusjes Diehm uit Frankfurt

      Inline afbeelding 1


1. De drie zusters. Op deze foto staat links Suze, oud 63 jaar, dan Käthe, 64 jaar. De dame met dichtgeknepen ogen is Corry, 37 jaar (Bandoeng 23 jan 1920 - 27 juli 2014) en helemaal rechts zit het feestvarken Lily die op die dag 66 werd. De foto is op 6 nov. 1957 genomen door Jan Schatborn, de man van Suze en de vader van Käthe Haasse's petekind Käthe, wier echtgenoot, Frans Sluijter, in November 2014 overleden is. Corry is de jongste dochter van Lily. Ze is de moeder van Piet Maclaine Pont en ze is ook een tante van Adrienne Maclaine Pont (de jongste zus van Adrienne's vader Gerard Bijl de Vroe).   Coll. Adrienne Maclain Pont.2. V.l.n.r. "Lily 8,5 jaar, Käthe 7 jaar, Suze 6 jaar" schreef W4 achterop de foto. Maar de foto kan niet eerder dan 31 jan. 1901 genomen zijn, omdat op die datum Käthe en Susi in de BS Amsterdam werden ingeschreven, komende uit Frankfurt.  Lily was al op 30 dec. 1899 in Amsterdam ingeschreven. Verkleedpartijtje voor kindertoneelstukje ? Of was het echt winter?   Coll. WHP.

Wie zou menen dat Käthe, gewend aan de tucht van hard studeren, in '46-'47 na terugkomst in Nederland haar speeltechniek binnen een half jaar weer op peil zou hebben gekregen, en dat zijzelf of iemand anders contact met een impresario, een radio-omroep of een platenfirma zou opnemen – vanaf 1950 zat Philips Phonografische Industrie in Baarn – rekent buiten haar echtgenoot. Die vond dat geen goed idee, schrijft Hella. Hij wilde haar beschermen tegen de onwenselijke bijverschijnselen van een dergelijke carrière. Ik denk dat het iets minder genuanceerd ligt. Ze mocht niet. Kees de Leeuw schreef in zijn artikel, W. H. van Eemlandt 1889-1955 (in Boekenpost no. 101, sept./okt. 2009), over Van Eemlandt : "Wat stoort is dat vrouwen, en in het bijzonder de echtgenote van commissaris Van Houthem, als verlengstuk van de man beschreven worden. Zij is onzelfstandig en draagt pantoffels en koffie aan voor heer echtgenoot".
   "Veel kwam er weer bij mij boven", schrijft een familielid, "over de vele jaren dat ik in Baarn logeerde bij 'tante Kaethe' en toen hij nog leefde bij 'oom Wim'. Het verbaasde mij toen al dat zij zo gehoorzaam aan hem was. Het voelde aan als ook wel jaloezie van hem." Sinds 1946 leidde ze het dameskoor Ariette. Tot 1951 was ze bestuurslid van de afd. Baarn/Soest van de Ned. Ver. van Huisvrouwen en luisterde nadien nog dikwijls de vergaderingen muzikaal op. Na Willems dood begon ze nog vol enthousiasme en met succes aan het dirigeren van een ander koor.

Inline afbeelding 4   

1. Distributiekaart Käthe. — 2. Käthe en Lily met dochter Lily kort na aankomst van Käthe in Indië.  Coll. WHP.

Voor psycholoog spelen voel ik niet. Maar ik wil wel opmerken dat Hella trouwde met een man die veel op haar vader leek: Jan van Lelyveld, ambtenaar/jurist, een man van de oude stempel, moeilijk bereikbaar, 'de baas'. In 1943 maakte hij het uit en verdween voor acht maanden naar Engeland zonder een teken van leven te geven (althans volgens Hella, die verlatingsangst zou hebben gevoeld). Maar Jan v. L. zegt dat hij het helemaal niet uitgemaakt heeft, hij zette naar eigen zeggen alleen zijn zin door om als militair zijn steentje bij te dragen in de oorlog. Helaas werd hij op weg naar Spanje op dag één al bij de grens uit de trein naar Parijs gehaald. Na een paar weken wist Hella waar hij zat, in Scheveningen, later in Vught en Amersfoort, van mei 1943 tot jan. 1944. Hij mocht pakjes ontvangen en kreeg die ook, niet van Sinterklaas, maar van familie en bekenden die wisten waar hij zat. Vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.
  Nico Richter (1915-1945), was een joods arts, violist en componist. Tegen het einde van zijn verblijf in Vught (vlak na Dolle Dinsdag werd het kamp ontruimd, Richter ging 15 nov. 1943 op transport, dat moet uit Westerbork geweest zijn) werd zijn medegevangene Cor Dommelshuizen (sr. of jr.) vrijgelaten. Die heeft kans gezien een paar ongecensureerde brieven en documenten van Richter voor zijn familie het kamp uit te smokkelen. Ze zijn niet bewaard gebleven. Over Dommelshuizen verderop meer.
   De 'goede' Baarnse politieman Chris Dragt is op 20 mei 1943 gearresteerd. Op 29 oct werd hij naar Vught gebracht en daar ingedeeld bij het Polizeiliches Durchgangslager, waar al verzetsmensen en politieke gevangenen zaten. Hij werd kaalgeschoren en kreeg een streepjespas en klompen. Voor zijn gevangenennummer staat een P, (evenals bij van Lelyveld) wat betekent dat zijn zaak politiek is en nog in onderzoek. Hij zat in het zogeheten Philipskommando, dat mondjesmaat post en pakket mocht ontvangen (Elly Dragt, Politieman in oorlogstijd, 2014). Het is geen gewaagde veronderstelling dat Jan door Dragt in Eindhoven aan zijn onderduikbaan geholpen is.

                        Archiefblok nr 1421, rubriek II.J, inv nr 33,  Erfgoed Leiden en Omstreken.

Hella en Jan trouwden op 18 febr. 1944. Jan had schrijversaspiraties al was hij geen partij voor Hella (vader Haasse later wèl). Toneelspelen en dichten vond hij niks voor Hella, hij vreesde ook dat Hella's succes de aandacht van de bezetter op hèm zou vestigen. Hella vertelt bij Dijkgraaf 2014 onverwacht dat ze vaak in Velsen optrad. Dat zal voornamelijk bij mensen thuis in de privé-sfeer plaatsgevonden hebben, maar een enkele keer ook in Thalia of de schouwburg in de agglomeratie IJmuiden/Velsen Zuid. Van een betrokkenheid van Haasse in positieve of negatieve zin bij de Velser affaire, die zowel voor als na de bevrijding speelde (men hoeft mr. Nico Sikkel maar te noemen), is niet gebleken. Personages in De Meermin (1962), dat rond 1945 speelt, zijn mr. Hazekamp, Leonard en Sera (Serafia). Ook andere namen doen een belletje rinkelen, zoals Erik Mastland, een jaar na de Baarnse moordzaak. Curieus is het wel. Mulisch die in Haarlem woonde schreef De aanslag. De Velser affaire heeft velen het leven gekost, maar alles kon onder het tapijt geveegd worden. Niemand is ooit vervolgd, laat staan veroordeeld. We hebben in de gesprekken met Sjoerd Gerbrandy dan ook maar nagelaten de naam Sikkel te noemen. Hij begon al met te ontkennen dat hij bij VN iets anders deed dan wat typewerk en dat hij met van Randwijk optrok.

Dit is een ongeschikt moment, maar minder ongeschikt dan andere, om nog eens in het midden te brengen dat het Haasse-onderzoek, voorzover het die naam kan dragen, naar mijn mening te veel bestaat uit het optekenen van wat Haasse aanreikte, en het geven van meningen en beweringen, die vervolgens eindeloos worden overgeschreven en herkauwd.
  In het bovenbeschreven vluchtverhaal zeggen Hella en Jan ieder het hunne, en daar zit je dan. Wie schreef ook weer "kom achter dat bureau vandaan"? Ga naar het Regionaal Archief Leiden. Dat beheert een Familiearchief Van Lelyveld, 1622-2000. Onder no. 33 bevindt zich het "etiket van een pakket gezonden door Eleonore Gertrude van Lelyveld (19 aug 1880 Leiden – 27 mrt 1954 Utrecht, tante van Jan) aan de Schutzhäftling Johannes van Lelyveld in concentratiekamp 's Hertogenbosch (kamp Vught zeiden de Nederlanders), Barak 18. Het is maar een klein feit, maar het biedt een uitweg uit de bovenbeschreven patstelling, en het gaat onnodige speculatie tegen. Een Haasse-student kan de overige in aanmerking komende archiefstukken ter plaatse inzien. Het schiet het doel van dit essay voorbij alle bekende bronnen in binnen- en buitenland door te spitten en onbekende bronnen op te sporen. Het gaat er hier om een overzicht te geven van Haasse's dichtwerk, inzicht daarin te geven, lacunes in haar biografie op te vullen, en biografische onjuistheden te corrigeren. Dat laatste valt voor een deel samen met het vervangen van het imago dat Haasse over zichzelf gecreëerd heeft.

Weinig particulieren bezaten in 1945 een wirerecorder. Maar tien jaar later had half Nederland een taperecorder. De jongeren boden tegen elkaar op met Sony, Philips en Revox recorders, met Sennheiser microfoons, transistorradio's, Triotrack pickups en noem maar op. Concerto in de Utrechtsestraat floreerde. Ik reed Cadillac met een 45toeren-plaatjes-speler aan boord. Ramses met Marije. Piet van Egmond nam zijn concerten in het Concertgebouw sinds 1950 met zijn eigen apparatuur op. De vijfde trede van Van Eemlandt (1957, het verhaal speelt in 1955) is voltooid door Hella Haasse ; de plot, uitgedacht door Hella, berust op het gebruik van opname- en afspeelapparatuur, er is sprake van een combinatie van twee tape-recorders en van proefopnamen. Ook in eerder werk van Van Eemlandt (Duister Duel) spelen "geluidsbanden" een rol. En nog verder terug in de tijd, zou er in 1938 een leerling van het CAS in Batavia geweest zijn die géén slingergrammofoon had?
  Maar voor zover mij bekend is er na de oorlog geen enkele geluidsopname van Käthe's spel gemaakt, noch zijn eventuele opnamen uit vroeger jaren bewaard. Ongelooflijk. Käthe is slechts een paar seconden lang spelend te zien – zonder geluid – op een filmfragment uit 1939 in Max Pam, Het vierde leven (2004). Ik heb een bandopname van Brahms' Deutsches Requiem door de COV Baarn o.l.v. Mety Smit-Duyzentkunst, in 1953 in Baarn opgenomen door Dick Spil, met Piet van Egmond aan de vleugel. Bloeiend muziekleven in Baarn – maar van pianiste Käthe Haasse geen spoor. Ze vond een andere weg om in haar vak íets te doen. Nog in 1946 richtte ze in Baarn het dameszangkoor Ariette op (Ariette = een kleine aria), waarvoor ze ook zelf koorliederen componeerde op Duitse teksten, zoals in 1928 Der zarte Vogel van Mei-Scheng, vertaald door Klabund (Uit Chinesische Gedichte, 1921), – de uitgave van Alsbach bevat enkele drukfouten, zoals "Am Ufer, hinter Weiden, blüht ein Haus.", en een mogelijke verandering door Käthe zelf, Klabund heeft "steht das Haus" gevolgd door een komma. Hoogst merkwaardig dat Siegfried Reda in 1947 ook "Am Ufer, hinter Weiden, blüht ein Haus." heeft.

D e r   z a r t e   V o g e l

   Am Ufer, hinter Weiden, steht ein Haus,
Ein zartes Mädchen sieht zur Tür hinaus.
   An der Voliere steht der Mandarin,
Ein zarter Vogel singt und hüpft darin.
   Verschließ den Käfig! Hüte gut das Haus!
Sonst fliegt der Vogel in den Wald hinaus!

Mei-scheng / herdichting Klabund


Klabund was het pseudoniem van Alfred Henschke, een speelse samenstelling van de begin- en de eindlettergreep van Klabautermann en Vagabund. Klabund was vooral bekend door het toneelstuk Der Kreidekreis (1923), dat door zijn leerling Brecht tot de Kaukasischer Kreidekreis bewerkt is. Henschke was sinds 1906 longlijder. Hij is geboren op 4 nov. 1890 in Crossen/Oder, in Davos (weer) opgenomen in mei 1928 en aldaar overleden op 14 aug. 1928. Käthe kan hem daar ontmoet hebben voordat zij zelf Davos verliet.

Alfred Henschke. Litho (1915) van Emil Orlik, schilder, lithograaf                 >      >      >      >      >      >

Wikipedia © Public Domain

    File:Orlik Klabund.JPG

Käthe Brandpunt Käthe vleugelKäthe vleugel

1. Käthe Haasse was op 6 oct. 1976 als eregast in Het Brandpunt te Baarn aanwezig bij het feest t.g.v. het 30-jarig bestaan van Ariette. Ze was toen 83 jaar oud.   Baarnse Courant 8 oct. 1976.
2-3. Käthe aan de vleugel in Batavia 1939. Stills uit filmpje.  Coll. WHP.

Käthe accompagneerde nog andere koren in Baarn. Bij het 30-jarig jubileum van Ariette in okt. 1976 schreef de Baarnsche Courant over "Mevr. Haasse, de bijzonder viefe oprichtster en eerste dirigente, die nog 'n indrukwekkend goede pianiste is." Een foto uit het jubileumboek toont Käthe uit Frankfurt als gesoigneerd Indischachtig dametje in 1976.

Ex libris Käthe Haasse Diehm Winzenholer  

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 1

W. H. Haasse heeft verscheidene ex libris gemaakt. Het linker ex libris was voor Käthe bestemd.    Coll. TK.
Het rechtse voor mr. M. de Vries, adjunct-inspecteur van financiën, vertegenwoordiger der A. V. A. in de commissie voor G. O. en voorzitter van de afdeeling Batavia van de C. S. P.   Coll. WHP.

Het ex libris van Käthe heeft als motto Wo die Sprache aufhört fängt die Musik an.
   Richard Wagner legde Johann Friedrich Reichardt (1752-1814) de woorden "Es bleibt ein für allemal wahr : da wo die menschliche Sprache aufhört, fängt die Musik an" in de mond (in 'Ein glücklicher Abend', uit Ein deutscher Musiker in Paris, Novellen und Aufsätze 1840-41). Wagner schreef het korte verhaal voor de Revue et Gazette musicale de Paris in 1841 onder de nom de plume W. Freudenfeuer, met de titel Une soirée heureuse ; fantaisie sur la musique pittoresque. Daarin schreef hij "C'est une vérité établie à tout jamais : là où le domaine du langage poétique cesse, commence celui de la musique". Een gevleugeld gezegde dus, zoals 'cantare bis orare'.
   Het motto zal door Käthe in Sütterlin-schrift geschreven en door Willem gecopieerd zijn met behulp van een gedrukt alfabet. De krabbel rechtsonder is onleesbaar, maar het ontwerp is waarschijnlijk van haar echtgenoot Willem, die ook voor Hella en anderen een ex libris gemaakt heeft. Aardig tweezijdig ontwerp, beetje slordig uitgevoerd – de kleine letters van 'Diehm Winzenhöler' (alleen Hella schreef Winzenhöhler) hebben niet hetzelfde formaat als 'van', de g-sleutel staat scheef in wat een gietvorm op een schotel lijkt. Een schotel? De op- en aflopende breedten van de rechthoekjes in de cirkel suggereren een opstaande of aflopende rand. Dit ex-libris is in elk geval een staande voorstelling, een 'logo' met een onderschrift. Daarin een schotel of [de rand van] een halve bol, binnen de tekstcirkel bevestigd. Heeft Haasse een Schildpad als bak- of puddingvorm gekozen, de bekende fabel indachtig?
   Het afgebeelde ex libris is in Entheiligte Stadt (1954), de vertaling van De scharlaken stad van HSH geplakt. Het boek bevond zich in Hella's nalatenschap en is in gelezen staat. Misschien las Käthe zo'n boek toch liever in haar moedertaal.

Het ex libris voor M. de Vries heeft de tekst ΙΗΣΟΥΣ ΥΙΟΣ ΘΕΟΥ ΣΩΤΗΡ, Jezus Christus, de Zoon van God, [is onze] Redder. De beginletters van deze woorden vormen het acroniem ΙΧΘΥΣ oftewel ICHTHUS, dat betekent vis, een 'geheime' aanduiding van Jezus. Dat woord, een parool, is in het midden van de cirkel afgebeeld. Kunstig ontworpen en goed uitgevoerd in 1937, op 6 januari als ik de signatuur juist interpreteer. Het uiteinde van de staartvin vormt de w, waaraan de h is vastgemaakt, w h , willem haasse.

           Inline afbeelding 18
                                       Ex libris. NB: niet Hella S. maar Hella Haasse.   Coll. TK.

Voor het ex libris van Hella koos haar vader de woorden van Seneca die boven een raam aan de zuidelijke zijgevel van het stadhuis in Rotterdam staan [si nihil aliud, hoc certe] sciam omnia angusta esse mensus deum : één ding hoop ik steeds te beseffen : dat alles nietig is naar goddelijke maatstaf (Seneca).                                      Inline afbeelding 1 Gesigneerd r.o. wh

Afstammingslijnen Weitzel / Diehm genannt Winzenhöler

"Hella’s grootouders van moederskant waren dr. A. G. C. de Vries en Helene Serafia Weitzel (Diehm Winzenhöhler)", aldus luidde het onderschrift bij een foto in het Digitaal H. H. Museum, zomer 1898 in Gent genomen. De betere genealogische sites vermelden echter dat Susanna Johanna Diehm Winzenhöler, *Frankfurt 1894, een dochter was van Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler en Seraphia Weitzel. Vergelijk de overlijdensadvertentie verder onder waar ze Hélène Serafine genoemd wordt. Is Serafia tweemaal gehuwd geweest, of klopt het onderschrift bij de foto niet? vraagt de argeloze lezer zich af. Inderdaad, daar had "Weitzel, ehemals Diehm Winzenhöler" moeten staan. Joh. Leonhard had een goed lopende kleermakerij in Frankfurt, met veel personeel, maar dronk en mishandelde zijn vrouw. Seraphia verliet hem rond 1896, bracht de kinderen in Zürich onder bij een echtpaar Krebs, vond werk in theaters en trok rond '97 met drie kinderen naar Nederland. De scheiding tussen Joh. Leonhard en Seraphia, die zich op zeker moment na de scheiding Hélène Serafia is gaan noemen, vond 5 april 1898 plaats. Toen woonde ze met de kinderen al in Amsterdam. Seraphia beschuldigde haar man van drankzucht en grove mishandelingen. Beide partijen beschuldigden elkaar van ontrouw. Hélène verloor het proces. Joh. Leonhard (*1865) is aan lager wal geraakt, in 1934 gestorven en van de armen begraven.

Elisabetha Weitzel huwde NN. Zij had een zoon :

- Johann Heinrich Weitzel (*22 mei 1836 Rückershausen, Kassel) zoon van Elisabeth Weitzel, huwde Catharina Elisabeth Altmann (*23 jan 1838 Seigertshausen, †16 sept 1914) dochter van Adam Altmann en Elisabeth geb. Albrecht Mittwoch 14 april 1869 in Frankfurt am Main.

      Vóór dit huwelijk (alle kinderen in Frankfurt geboren) :
1) Anna Katharina *9 feb 1867, † 2 juli 1938.
      Uit dit huwelijk :
2) Christian Weitzel *30 april 1869 (15 dagen na het huwelijk van zijn ouders geboren), † 13 nov 1875.
3) Seraphia Weitzel *22 april 1871, † 31 juli 1933. Huwde Amsterdam 1908 Anne de Vries.
4) Anna Elisabeth Weitzel *1 jan 1873, † 24 maart  1874.
5) Anna Elisabeth Weitzel *8 april 1874, † 23 juni 1874.
6) Johanna Weitzel *18 april 1875 † ...
7) Heinrich Weitzel *19 feb 1877, † 5 mei 1877.
8) Carl Weitzel *13 apr 1878, † 21 aug 1879.
9) Franziska Weitzel *25 juli 1880 (tr in 1898) † ...

 

Inline afbeelding 1

Anna Catharina Elisabeth Weitzel Altmann met dochter Seraphia. Coll WHP.

Vorkommen des Namens W E I T Z E L

Inline afbeelding 1

          ✦   ✦   ✦   ✦   ✦      ✦ 

Onder de vaders, moeders, broers, zussen en zonen & dochters van Johan Philip Weitzel en van August Wilhelm Philip Weitzel is geen Johann Heinrich gevonden. Terug kunnen gaan tot 1760. Uitelkaar gegroeide takken dus, maar verre verwanten. Want de geboorteplaats van Guus Weitzels overgrootvader, Niedermittlau tussen Kassel en Frankfurt, ligt in het ‘stamgebied’ van de Weitzels.

August (Guus) Willem Philip Weitzel (den Haag 1816 - idem 1896) was tussen 1872 en 1888 Nederlands minister van oorlog, koloniën en weer oorlog. Hij heeft veel publicaties op zijn naam staan. Een hoogst opzienbarend artikel van Weitzel was "Twee Keizers" (ca. 1875), waarin hij een beeld schetst van de tsaren Paul I en Peter II die beide krankzinnig waren, en bovendien voorouders van koning Willem III der Nederlanden en zijn beruchte zoon kroonprins Wiwill (die de vader zou zijn van oma Cor, de grootmoeder van Hella Haasse). De door Weitzel getrokken parallellen tussen de krankzinnige autocraten en de onberekenbare Nederlandse koning ("koning Gorilla") waren van dien aard dat De Gids het artikel niet durfde te publiceren. Maar het werd in afschrift in kleine kring wel bekend. Emma noemde Wilhelmina's frequente woede-aanvallen "Russische buien".
    Een kleinzoon van deze minister van oorlog was Guus Weitzel (Teteringen, 11 mei 1904 - Hilversum, 23 nov 1989), een bekend Nederlands radio-omroeper en verslaggever.


Inline afbeelding 2

Deze advertenties betreffen Sophia Carolina Weitzel *28 febr 1820 te Heusden, † 25 jan 1887 te Amsterdam.

    Inline afbeelding 1
Registratiecode VFADNL143623-blad 1, CBG.   Registratiecode VFADNL143623-blad 1, CBG.

Sophia is de dochter van Johan Philip Weitzel *8 maart 1765 te Niedermittlau en de zuster van de latere minister van oorlog August Willem Philip Weitzel *1816 te den Haag.

Sophia Carolina Weitzel is geboren 28 febr 1820 te Heusden, RC gedoopt 19 maart 1820 aldaar. Ze trouwde met IJsbrand de Vries *26 juli 1805 te Heusden. Het echtpaar kreeg drie dochters en woonde o.a. in Amsterdam aan de Leidschegracht. IJsbrand de Vries was een zoon van Anthonij de Vries en Suzanna Hopman.

Zowel deze hier genoemde de Vries-tak als deze hier genoemde Weitzel-tak zijn militair gerelateerde families. Tot nu toe is geen connectie gevonden met Anne en Reinier de Vries. Sowieso rijst in het verhaal van Seraphia Weitzel de vraag : waarom is ze naar Amsterdam getrokken met de kinderen ? Omdat ze in 1898 al kennis had aan A. G. C., natuurlijk. Maar zat er ook Weitzel-familie in Amsterdam/Nederland ?

          ✦   ✦   ✦   ✦   ✦      ✦

 [Hélène] Seraphia Weitzel (*22 april 1871) is een dochter van Johann Heinrich Weitzel (Taglöhner) en [Anna] Catharina Elisabeth Altmann, die uit een joodse familie in Hongarije – Debrecen – zou stammen. Anna Katharina Elisabeth Weitzel Altmann nam inderdaad (later) Anna als eerste voornaam. Geboren 23 jan 1838 te Seigertshausen (Schwalm-Eder-Kreis, Hessen) huwde zij op 14 april 1869 te Frankfurt Johann Heinrich Weitzel. Ze overleed 16 sept 1914 te Frankfurt. Seraphia deed melding van het overlijden van haar moeder bij de gemeente Frankfurt. "Oma Hélène was 10 jaar jonger dan oma Cor" (vlg. Alofs, dat klopt dan). De Poolse tak moet bij eventueel later onderzoek niet vergeten worden : een Catharina Elisabeth Altmann werd 20 juni 1650 in Nowogrodziec (Naumburg am Queis, ruim 100 km oostelijk van Dresden) geboren. Seraphia Weitzel zal in Kreuzwertheim een span paarden hebben leren mennen maar moet ook een opleiding gehad hebben en gewerkt hebben in de theaterwereld van Frankfurt vóór haar eerste huwelijk. Zang-, acteer- en dansles. En een vrienden / bekendenkring hebben opgebouwd. Zonder dat had ze na haar vlucht geen geld kunnen verdienen in de theaters van Zürich, München, Basel of bij welk reizend gezelschap dan ook. Hella vermeldt dat zij weleens uit haar rol viel en zong Und hast du einmal A gesagt / sagst du auch B. Hella citeert het liedje onritmisch en laat de laatste regels weg. Het liedje gaat als het zg. 'Draufliedchen' eigenlijk zo :
  Hast du einmal A gesagt | sagest du auch B | Hast ihn einmal rin gehabt | tut es nicht mehr weh
.

Inline afbeelding 1  

1. Dr. A. G. C. de Vries (1872-1936), oudste zoon en opvolger van R. W. P. de Vries sr. in zijn veilinghuis annex antiquariaat in Amsterdam. Foto uit 1930 op 58-jarige leeftijd. 2. ‘Oma Helene’. Coll. WHP.

Anne Gerard Christiaan de Vries is op 14 aug. 1872 te Amsterdam geboren en op 24 september 1908 te Amsterdam getrouwd met Hélène Serafine Weitzel, geboren in 1870 (Persoonsbewijs) of 1871 (Zwanen schieten) in Frankfurt. A. G. C. de Vries werd dus de stiefvader van de drie zusjes Diehm W., en zou volgens Hella (Zwanen schieten) de biologische vader van Käthe geweest zijn. Käthe zou haar dit voor haar overlijden in 1983 verteld hebben. Mogelijk. Niet alle leden van de Haasse-familie zijn daarvan overtuigd. — Seraphia Weitzel is geboren 22 april 1871. Zij overleed op 31 juli 1933 (1934 op genealogische sites is foutief). Anne de Vries overleed 18 mei 1936. In publicaties werd naar hem meestal als dr. A. G. C. de Vries, soms ook als Anton of Gerard de Vries verwezen.

Inline afbeelding 4

Inline afbeelding 5 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

    Coll. WHP

     Dr. A. G. C. de Vries   1872-1936
     Hélène Serafine Weitzel   1871-1933



A. G. C. de Vries is de auteur van het standaardwerk De Nederlandsche emblemata, Geschiedenis en Bibliographie tot de 18e eeuw, Amsterdam, Ten Brink en De Vries, 1899, herdruk 1976. Het is zijn dissertatie.
   Van hem is ook Antiquarian bookseller's catalogue describing 684 items from the collection of the compiler of the Vondel bibliography (1907). Hij was boek- en kunsthandelaar.
   Anne's vader Reinier Willem Petrus werd 1 mei 1841 geboren. Hij trouwde 19 oct 1871 te A'dam met Catharina de Graaff, geboren 13 oct. 1841.
  Hij overleed in 1919. Anne Gerard Christiaan (14 aug. 1872 -19 mei 1936), in de huiselijke kring Gerard genoemd) was zijn oudste zoon, Reinier Willem Petrus junior (*3 mrt 1874) de jongste.
   Van 1906 tot 1930 was deze R. W. P. de Vries jr. (3 mrt 1874 - 1953) redactielid van Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. Hij was getuige bij het huwelijk van George Marinus Tamson en Lize Groot in 1904 (zie hier de link naar een artikel over Tamson). Werd tekenleraar in Hilversum. Maakte houtsneden en etsen. Schreef o.a. over M.W. van der Valk in Elsevier's. Stierf H'sum 27 mei 1953.
   Anne de Vries was vanaf 1 mei 1900 deelgenoot in de firma Ten Brink en De Vries, in de firma Schleyer, De Vries en Kraay, en in de firma van zijn vader R. W. P. de Vries.

Antiquariaat en veilinghuis R. W. P. de Vries is opgericht in 1865, en was vanaf 1901 tot aan het faillissement in 1934 gevestigd aan het Singel 146 in Amsterdam. De bloeitijd van het huis lag tussen 1890 en 1914. Met WO I en de dood van de oprichter in 1919 werd de neergang een feit.

Inline afbeelding 1    Overlijdensbericht A.G.C. de Vries

                                        Coll. WHP                                                            Het Vaderland 20 mei 1936

In het archief van BuZa bevindt zich correspondentie betreffende in Nederland geïnterneerde burger- en militaire onderdanen van oorlogvoerende mogendheden. De "Oma Kamp Eden", over wie Hella hoorde spreken, is tussen 1914 en 1918 mogelijk enige tijd in het kamp te Ede (Gld.) geïnterneerd geweest..
  De jonge Hella Haasse werd na aankomst in Nederland ca. nov. 1925 aanvankelijk bij haar grootouders van moederskant ondergebracht, opa A. G. C. de Vries ('Vader') en oma Hélène Serafina Weitzel, in Heemstede, in hun huis met gevelsteen ‘Meermin’, Jeroen Boschlaan 7. Dat ging niet lang goed. In hetzelfde jaar nog werd ze ondergebracht in een kinderpension aan de Ferdinand Huycklaan 39 in Baarn, tot de genezing van haar moeder in Davos in 1928. Haar broer Wim verbleef ook in Baarn, bij opa Willem en oma Cor.

Haasse zelf vertelt in haar laatste interview ('Zwanenzang', Groene Amsterdammer 10 aug. 2011) : "Een heerlijk instrument, die shredder". En : "Op mijn manier heb ik geprobeerd uit te vinden waar ik vandaan kom, maar veel feiten zijn niet te achterhalen : de moeder van mijn moeder kwam uit Frankfurt am Main, waar de oude stadsarchieven in de oorlog grotendeels zijn verwoest. Berichten over mijn grootmoeder . . . bestaan eenvoudig niet meer". In 'Zwanen schieten' gaat het om "verhalen" en "verifieerbare gegevens".
  Met alle respect, waarom "op mijn manier" ? . . . Tientallen lezers, fans van Hella, bekend met de genealogische werkwijzen, zouden het een eer gevonden hebben, Haasse's voorgeslacht 'op hun manier', namelijk vakmatig in kaart te brengen, niet slechts aan de buitenkant (de datums en verdere gegevens die een persoon identificeren) maar ook met de binnenkant (beroep, persoon, levensloop die een persoon karakteriseren). Op archiefkaarten staat dikwijls meer dan alleen *, ✕ en †. Bovendien kunnen personen bevraagd worden. Haar broer Wim heeft NB vanuit Perth veel genealogische gegevens weten te verzamelen !
  Met evenveel respect, feiten, berichten en verhalen behoren tot verschillende categorieën informatie. En zoeken naar een vast omschreven gegeven is iets geheel anders dan mensen opzoeken en luisteren naar wat ze eventueel te vertellen hebben. De "feiten" (harde gegevens) die Haasse zegt achterhaald te hebben, zijn niet alle juist. Het zijn dus geen feiten, maar ongeverifieerde data, berustend op vergissingen, loze beweringen, van-horen-zeggen – verzinsels zelfs.
  "Veel feiten zijn niet te achterhalen", geeft Haasse te kennen. Ze moet beter hebben geweten.

De autobiografie is een vorm van non-fictie waarin de leugen gewoon geoorloofd is. Ten eerste omdat men soms wel kan zien dat er waarschijnlijk iets niet klopt, maar de waarheid niet kan achterhalen. Ten tweede omdat wij vinden dat een leugenachtige auteur ons met zijn gelieg belangwekkende informatie over zichzelf geeft - vooropgesteld dat we weten dat hij liegt.

          Allard Schröder ‘Dat vind ik nu eenmaal’ in De Revisor, jaargang 35.

Met behulp van randliteratuur, internet en toegankelijke archieven zijn steeds meer data te achterhalen, zie eens wat Annejet van der Zijl over prins Bernhard boven water heeft gekregen, zie deze site. Maar daar ligt het probleem eigenlijk niet. Was Hella de familieverhalen en -bescheiden vergeten? Vele 'feiten' hoefden niet moeizaam achterhaald te worden. Hella kon de telefoon grijpen en haar tantes of verdere familie opbellen om over de familiehistorie bijgelicht te worden. Mimi, een achternicht, is op 29 april 2008 in Amsterdam overleden. Een volle neef, zoon van Susi, leeft nog, in Amsterdam. Een dochter van Susi woont nabij Eindhoven. Lily en Susi hebben kleinkinderen. Familie uit Nederland is in 1956 in Kreuzwertheim op bezoek geweest. Fotoalbums zijn er, overlijdensberichten, huwelijksaankondigingen, verhalen. Maar Hella was er nooit wezenlijk in geïnteresseerd. Totdat plotseling, opmerkzaam gemaakt op een artikel van de historica mevr. Roodhuyzen, de mogelijkheid haar begon te intrigeren dat zij via Neeltje Braak een "hooggeboren personage" als voorvader zou kunnen hebben en/of uit een geslacht van "kapiteins-ter-zee en marineofficieren in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden" stamde. Hella heeft de historica in kwestie persoonlijk benaderd, maar deze kon haar niet aan een sluitende stamboom helpen. Daarover meer in de Aanhang (stamboom Braak).
  Ook in het geval van Hella's Duitse grootmoeder ligt de zaak eenvoudig. De archieven van Frankfurt zouden in WO II grotendeels verloren gegaan zijn, best mogelijk (toch zijn er veel documenten uit dit archief via internet in te zien). En daarom meldt Zwanen schieten dat "volgens de geruchten" de vader van Seraphia kleermaker was. Maar toen Anne de Vries en Helene Serafia Diehm genannt Winzenhöler (zo noemde zij zich in 1898, woonachtig Leidschegracht 92, Amsterdam) in 1908 in Haarkem wilden trouwen, bestonden de archieven van Civil-Stand en Landesgerichtshof wèl. Amsterdam vroeg bij de BS in Frankfurt afschriften van geboortebewijs en scheidingsakte aan. De afschriften werden opgestuurd en als bijlagen bij de huwelijksakte gevoegd, noodzakelijk voor de rechtsgeldigheid ervan. De genealoge Landheer-Roelants, wie ik voor het opdiepen van deze documenten zeer erkentelijk ben, trof ze aan in het Noord-Hollands Archief te Haarlem.

Inline afbeelding 1       

                Civil-Stand
          der Stadt Frankfurt.

 


   Auszug aus dem Geburts-Buch
        |  Jahr 1871  |  Seite 488.


Weitzel, Seraphia, eheliche Tochter
und 2. Kind des Taglöhners Johann
Heinrich Weitzel aus Rückershausen
im Regierungsbezirk Caßel und dessen Ehefrau Catharina Elisabethe,
geborene Altmann, (: getr. 14. April
1869. S. 213 :) wurde geboren dahier Klappergasse N° 49, Samstag den
22. April 1871 Nachts um 1 Uhr
.
Grundlage des Eintrags : Erklärung
des Vaters.

In fidem
Lorenz.

Daß vorstehender Auszug mit dem Civilstands-Register in Frankfurt am Main gleichlautend ist, wird hiermit bestätigt.
Frankfurt am Main, am 18ten August 1908.
Der Standesbeamte. [getekend onleesbaar]

Gezien voor legalisatie bij het
Consulaat-Generaal der Nederlanden.
Frankfort o/M. 21 augustus 1908.
Voor de Consul-Generaal
[getekend onleesbaar], Vice-Consul.

CONS BEP N° 4 | g. | ƒ 1.-

Geb: 0,86 M         [Gebühr = leges]


Opmerkingen. 1. Seraphia was niet het tweede maar het derde kind van Weitzel en Altmann. Het oudste kind, Anna Katharina *1867, was buitenechtelijk geboren en telde als zodanig niet mee. 2. Frankfort o/M is een anglicisme, vgl London on Thames. In 1908 brengt zo'n onbewust ingeslopen taalfout politieke kriebels teweeg. Had het consulaat in Frankfort zoveel Britse contacten ?

De vader van Seraphia was in het begin van zijn huwelijk dus dagloner in Frankfurt, zou hij zich tot kleermaker hebben kunnen opwerken? Denk het niet. Seraphia zelf is in een van de grootste steden van Duitsland geboren en opgegroeid, een stad die haar veel kansen bood, die ze al tijdens haar (gedwongen?) huwelijk gegrepen moet hebben. Ze keek om zich heen, had in 1895-96 tenminste familie of kennissen in Zürich waar ze een of meer van haar kinderen kon onderbrengen.

Inline afbeelding 1   Coll. WHP.

(Anna) Katharina Elisabeth Weitzel-Altmann en haar dochter (Helene) Seraphia Weitzel in 1905. Foto wrs genomen in Frankfurt bij een bezoek van Seraphia vanuit Amsterdam. Om deze tijd nam Seraphia een tweede voornaam erbij en liet zich voortaan Helene noemen. Ze trouwde in 1908 Anne de Vries. Haar moeder stierf in 1914.

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 1

1. Vergroting van Seraphias hand met eem polsparelsnoer en drie vingerringen. Coll. WHP.
2. Anna Katharina Elisabeth Weitzel. Foto H. Junior, Frankfurt/Main, Rossmarkt 13. Coll. WHP.







Klappergasse,
Frankfurt -
Sachsenhausen.
Klappergasse, Frankfurt







Tekening
Peter Becker,
1877

 

 

 

Wikimedia Commons © Public Domain


Ets Bernhard Mannfeld, Kade met Dom van Frankfurt


            Bernhard Mannfeld (1848-1925), kade met op de achtergrond de Dom van Frankfurt,
                         ets, gesigneerd en gedateerd, 1895. Afmetingen: H 80 x B 58 cm.

Bijlage Huwelijksakte Anne G. C. de Vries en Seraphia Weitzel (1908).

     [In de weergave van dit document zijn alle sz vervangen door ss, en punt kapitaal door punt spatie kapitaal.]

Bijlage behoorende bij de registers van den Burgerlijken Stand der gemeente Amsterdam, berustende ter Griffie der Arrondissements-Rechtbank aldaar, overgelegd bij huwelijk van:
       A. G. Chr. De Vries en S. Weitzel.
Reg. 5 f Fol. 27. dd. 24 September 1908.

An Frau Helene Diehm genannt Winzenhöler zu Amsterdam, 92 Leidschegracht.

A f s c h r i f t .
Geschäftsnummer: R. 47/97 IVa 1867/2
Verkündet am 5ten April 1898.
(gez.) Fohrer. Gerichtsschreiber.

IM NAMEN DES KÖNIGS!
In Sachen der Ehefrau Helene Serafia Diehm, genannt Winzenhöler, *Weitzel zur Zeit in Amsterdam.
Klägerin und Widerbeklagte, Prozessbevollmächtigter: Rechtsanwalt Justizrat Dr. Fritz Meijer in Frankfurt a/M.
       gegen
ihren Ehemann Schneider Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler in Frankfurt a/M, Beklagte und Widerkläger, Prozessbevollmächtigter: Rechtsanwalt Dr. Löwenthal zu Frankfurt a/M.
       wegen Ehescheidung
hat die I Zivilkammer des Königlichen Landgerichts in Frankfurt a/M. auf die mundliche Verhandlung vom 5ten April 1898 unter Mitwirkung des Landgerichtsdirektors Dr. Schrader, Landgerichtsrats Walter und Gerichtsassessors Itschert,
       für Recht erkannt:
  Unter Abweisung der Vorklage wird auf die Widerklage des Beklagten die am 18. Februar 1889 in Frankfurt a/M. geschlossene Ehe der Parteien wegen Ehebruchs der Klägerin mit Heinrich Philipp Stumpf dem Band nach getrennt, die Klägerin für den schuldigen Teil erklärt und in die Kosten des Prozesses verurteilt.
               Tatbestand:
  Nach der vorliegenden und verlesenen Heiratsurkunde des Standesamts in Frankfurt a/M. (Fol. 4 d. Acten) haben die hier wohnhaften Parteien, am 18. Februar 1889 hier die Ehe geschlossen.
  Während der Beklagte noch hier wohnhaft ist, wohnt Klägerin zur Zeit mit ihren drei aus dieser Ehe geborenen Kindern in Amsterdam.
  Sie behauptet, der Beklagte sei ein liederlicher, dem Trunk ergebener Mann, habe sie seit Beginn der Ehe fast täglich in betrunkenem und nüchternem Zustande durch Schimpfworte, wie Hure, Saumensch, gemeines Mensch beleidigt, und in bestialischer Weise gemisshandelt, sie am Halse gewürgt, mit der Faust ins Gesicht geschlagen, mit Füssen getreten, am Genick gepackt und wider die Wand geworfen. Durch Arbeitsscheu und Trunkwucht haber er sich ausser Stande gesetzt seine Familie zu ernähren und dadurch das Ruin der Familie herbeigeführt. Auch habe er nach dem Weggange der Klägerin eine Frauensperson die Marie Fugmann zu sich genommen und lebe mit derselben in einem ehebrecherischen Verhältnis. Endlich habe er durch dieses sein Verhalten einen unversöhnlichen Hass bei ihr gegen den Beklagten hervorgerufen.
  Indem sie demnach als Ehescheidungsgründe Ehebruch, fortgesetzte grobe Beleidigungen, harte Misshandlungen und unversöhnlichen Hass geltend macht, hat sie beantragt, Königl. Landgericht solle die Ehe der Streitteile dem Bande nach trennen und den Beklagten für de schuldigen Teil erklären und in die Prozesskosten verurteilen.
  Nachdem sie für den Ehebruch des Beklagten die Maria Fugmann als Zeugin benannt hatte, die Vernehmung dieser Zeugin welche durch Beweisbeschluss vom 14. Januar 1898 angeordnet war aber nicht hatte erfolgen können, da die Zeugin unter der angegebenen Adresse nicht aufzufinden war, hat Klägerin erklärt, für diese Instanz weitere Beweise für ihre Behauptungen nicht antreten zu wollen.
  Der Beklagte hat die Angaben der Klägerin bestritten und beantragt,
          die Klage abzuweisen.
  Zugleich hat er behauptet, Klägerin habe wiederholt durch geschlechtlichen Verkehr mit dem Schneider Georg Wiesner, Gärtner Heinrich Stumpf und Gastwirt Schmidt, letztere Beiden zur Zeit in Rüsselsheim die Ehe gebrochen und
          Widerklage erhebend seinerseits weiter den Antrag gestellt,
die Ehe der Parteien dem Bande nach zu trennen und die Klägerin für den allein schuldigen Teil zu erklären, indem er als Ehescheidungsgrund den Ehebruch der Klägerin geltend machte.
  Durch Beweisbeschluss vom 14. Januar 1898 ist die Vernehmung der von dem Beklagten für den Ehebruch der Klägerin benannten Zeugen Wiesner, Stumpf und Gastwirt Schmidt angeordnet. Zeuge Wiesner ist am 4. Februar 1898 vom Grossherzoglichen Amtsgericht Ortenberg eidlich vernommen, hat aber von seinem Verweigerungsrecht gebrauch machend, auf die Frage, ob er mit der Klägerin die Ehe gebrochen habe, die Antwort verweigert. Die Zeugen Schmidt und Stumpf sind eidlich vom Grossherzoglichen Amtsgerichte Gross Gerau am 16. Februar 1898 vernommen. Ihre Aussagen ergeben sich aus dem Protokoll von diesem Tage (fol. 24 d.a.) welches verlesen ist und hier in Bezug genommen wird.
  Die Klägerin hat den Ehebruch bestritten und beantragt:
          die Widerklage abzuweisen.
                   Gründe:
die von der Klägerin geltend gemachten Ehescheidungsgründe des Ehebruchs, fortgesetzter grober Beleidigungen, harter Misshandlungen und unversöhnlichen Hasses sind zwar dem hier massgebenden Frankfurter Gesetze, die bürgerliche Ehe betreffend vom 19. November 1850 anerkannt. Die Vorklage musste indes abgewiesen werden da die Behauptungen der Klägerin ohne Beweis geblieben sind. Zu der Widerklage hat Zeuge Schmidt eidlich bekundet, keinen geschlechtlichen Umgang mit der Klägerin gehabt zu haben; insoweit ist also das Gegenteil der Behauptungen des Beklagten dargetan.
  Für den Ehebruch mit Wiesner ist kein Beweis erbracht, da dieser als Zeuge vernommen, seine Aussage verweigert hat. Dagegen ist durch das eidliche Zeugnis des Johann Heinrich Stumpf erwiesen, dass dieser im Jahre 1895 mehrmals mit der Klägerin geschlechtlichen Verkehr gehabt hat.
  Dieserhalb war auf die Widerklage wegen des soweit festgestellten Ehebruchs der Klägerin mit diesem Zeugen die Ehe dem Bande nach zu trennen, die Klägerin für den schuldigen Teil zu erklären und nach Paragraf 87 der Zivilprozessordnung in die Kosten zu verurteilen.

gez. Dr. Schrader.    Walter.    Itschert    [etc.    ......     ]
  Gezien voor legalisatie bij het Consulaat-Generaal der Nederlanden. Frankfort a/M. 22. Juni 1908. Voor den Consul-Generaal [get.] onleesbaar . . . . . Vice Consul.
Stempel: Consulat Général des Pays-Bas à Francfort.
       Das Urteil ist rechtskräftig seit 21. Mai 1898.
              Frankfurt a. M. den 14. August 1908.
No. 84. Geregistreerd te Amsterdam, den zes en twintigsten Augustus 1908. Deel 141, folio 14ro. Vak 8, vier bladen, geen renvooi. [etc.      .......     ]

Seraphia had drie dochters in 1895-96 naar Zürich (buitenland!) gebracht en blijkt reeds in 1898 in Amsterdam te wonen. Misschien vond ze het in Zürich al gauw niet veilig meer voor de kinderen die ze in feite ontvoerd had. Ze zal met een grote boog om Frankfort heen via Frankrijk naar Amsterdam gereisd zijn.   Merk op dat men zich in 1898 tot Helene Diehm genannt Winzenhöler richt. Bij haar huwelijk in 1908 was ze S. Weitzel. Daarna mevr. H. S. de Vries-Weitzel.

De afsluiting van dit hoofdstuk begin ik met een citaat uit Al of niet autobiografisch. Kroniek van het proza, door Ton Anbeek, in Neerlandica extra muros, Tijdschrift van de Int. Ver. voor Neerlandistiek (IVN), XXXVI, okt. 1998.

De problematische relatie tussen fictie en eigen leven wordt op een heel originele manier verbeeld in het laatste werk van Hella Haasse, Zwanen schieten. [...] Deze sterk poëticale tekst lijkt op het eerste gezicht uiteen te vallen in twee delen. In het eerste en derde hoofdstuk spit Haasse het verleden van haar familie om, waarbij vooral de beide grootmoeders een belangrijke plaats krijgen. Kennelijk autobiografisch materiaal dus. Daartussen staat dan een tweede hoofdstuk waarin de jonge Australiër Jason de hoofdrol speelt, onmiskenbaar fictie. Wat is nu de relatie tussen dit Jason-verhaal en de twee andere hoofdstukken waarin Haasse op zoek is naar de waarheid rond haar voorouders?
De eerste overeenkomst is thematisch: zowel kleindochter Haasse als kleinzoon Jason zijn op zoek naar hun identiteit en ze zoeken die allebei in het verleden, hun roots. Maar juist op dat punt begint zowel in het kader als het binnenverhaal de grens tussen 'waar' en 'verzonnen' te vervagen. Jason droomt zich een interessante aboriginal-herkomst, even echt of fictief als de hoge Duitse afkomst die zijn grootvader verzon. En op precies dezelfde manier stuit ook Haasse in haar eigen voorgeschiedenis op allerlei al of niet fictieve verfraaiingen van de stamboom. En de lezer krijgt de indruk dat ze zelf met evenveel overgave aan dergelijke geschiedvervalsing meedoet. De conclusie die men uit kader en binnenvertelling kan trekken is: een identiteit blijkt vooral te berusten op een verleden dat je zelf verzint. [...] Zwanen schieten is een handleiding bij het lezen van Haasse's imposante œuvre. En het is tegelijkertijd de meest wijze relativering van de kwestie; wat is autobiografisch, wat is verzonnen? Haasse lost die vraag op door hem te ontmaskeren als een schijnprobleem.

Autobiofictie

Nu, Haasse zelf, hoewel geen neerlandica, zou de vraag beantwoorden door die / ze / haar te reduceren tot een schijnprobleem dat geen oplossing behoeft. Dat daargelaten, met Anbeek in de tweede geciteerde alinea (in de eerste alinea is Haasse nog "op zoek naar de waarheid") ben ik het eens, dat Haasse niet in de harde gegevens uit haar voorgeschiedenis geïnteresseerd is. Het is volgens Hella haar broer Wim die de afkomst van Cornelia Braak onderzocht heeft (lees : vanuit Australië zou hebben laten onderzoeken), hoewel vaststaat dat Hella zèlf op dit punt actief is geweest, en bot heeft gevangen aangaande haar in de 90er jaren opgekomen wensdroom van het 'zeeheldengeslacht' Braak af te stammen. Het is haar tante Susi, niet Hella Haasse, die verwanten in Kreuzwertheim heeft opgezocht en over de familiehistorie bevraagd. Des te opvallender is het, dat Hella er zoveel over schrijft. Maar kan met Anbeek "geconcludeerd" worden dat Haasse, en in het algemeen dat men zijn/haar identiteit op verzinsels "blijkt" te laten berusten? Natuurlijk niet. Ik zie Haasse's gemanœuvreer met sommige familieleden en het doodzwijgen van andere 'gewoon' als collateral damage van haar lopende-band-bedenkselwerk, – gevoed, maar niet verklaard, door onderliggende antipathieën. Een aversie kan onderkend en beheerst worden, maar dat is Haasse niet altijd gelukt. Iets van deze haarscheurtjes in het Haasse-imago heeft iemand zich ergens gerealiseerd, en de flaptekst van Dieptelood met de zin "Zij schetst een liefdevol familieportret" weggelaten in de 7e herziene druk van 2010. — Van 1954 Zelfportret tot 2010 – meer dan een halve eeuw – met je voorfamilie bezig zijn . . . meer dan met je levende tijdgenoten, broer, tantes, neven, nichten . . . Het is een verstandig besluit geweest uit Zwanen schieten niets in Dieptelood op te nemen.

In een vraaggesprek met Trouw in 1997 vertelt Haasse "dat ze zich juist de laatste jaren zeer met haar persoonlijke levensgeschiedenis bezig was gaan houden . . . ik zoek nu ["NU"! werkelijk? TK] naar de ervaringen uit mijn jeugd . . . ik wil de mythologie van de verbeelding en de naakte feiten scheiden". Het boek dat toen nog in wording was, verscheen datzelfde jaar onder de titel Zwanen schieten (geciteerd uit «Nauw verwant», NN, 1999). Van de aangekondigde "absolute zekerheid" is weinig terechtgekomen, het boek is minstens zo fantastisch en geheimzinnigdoenerig als zijn voorgangers.
  Geef mij dan maar de sprookjes van Grimm of, in ernst, als het om familiehistorie gaat, Tadellöser und Wolff en andere biographisch angehauchte Romane en Tagebücher van Kempowski.
  Het tweede hoofdstuk van Zwanen schieten is een gemystificeerde geschiedenis van vijf generaties Diehm Winzenhöler. De chronologie en de persoonsaanduidingen zijn soms onbegrijpelijk (wie is/zijn "hij" op pag. 69?). Wie is de draad kwijt, Hella of de lezer? Toch, hoe het nu precies zat met die familiegeschiedenis interesseert mij op zich weinig, al wordt ze hier voor het eerst tot in details nageplozen neergezet ; meer verwondert het me waarom ze voor Hella zo belangrijk was, waarom Hella voortdurend in een da capo con variazioni vervalt – bij Zwanen schieten begin ik aan een obsessie te denken. Wàs Hélène Weitzel, een vrouw die – anders dan Hella – heeft moeten vechten voor haar bestaan en dat van haar kinderen, wel de door Hella met weinig sympathie beschreven persoon? In haar gedichten uit haar beginjaren vind ik geen sporen van duistere histories en moeilijke relaties, zeker ook niet wanneer Haasse zich in het gedicht In het park (Stroomversnelling, 1945) "der zwanen zuster" noemt. Ik blijf liever bij de poetessa Haasse van Stroomversnelling en omliggende jaren dan dat ik me mee laat voeren op stromen van verbeelding van een intriganteske zwerfster tussen allang overleden schimmen, langs de neergaande lijn Zelfportret als legkaart, Persoonsbewijs, Krassen op een rots, Een handvol achtergrond, Bzzlletin 91, Ik maak kenbaar wat bestond, Digitaal Museum Hella Haasse, Zwanen schieten, dat laatste door uitgever Querido wijselijk 'autobiofictie' genoemd. A u t o b i o f i c t i e. Een feitenbiografie ligt aan de andere kant van het spectrum.
   Mededelingen van de strekking "In Zwanen schieten toont Hella Haasse openhartiger dan ooit hoe zij te werk gaat. De lezer is er getuige van gebeurtenissen en feiten uit eigen en andermans leven ordent en met behulp van haar verbeelding soepel omsmeedt tot een fictief verhaal. Want - zoals ze zelf zegt - alleen door het verzinnen van verhalen kan zij deelnemen aan de werkelijkheid", aldus Els Broeksma in 1998, komt de lezer uit den treure tegen in interviews en eigen werk. Die 'gebeurtenissen' en 'feiten' zijn voor een deel onjuist of gewoon verzonnen. En dat deelnemen aan de door Haasse verzonnen werkelijkheid berust op zelfbedrog. Het is één tragische kant van haar persoonlijkheid.
   Haasse las in deze periode veel over de zeekapiteins Braak. Ze was begonnen te geloven in haar afstamming uit dit maritiem geslacht, weet ik van personen met wie ze erover gesproken heeft.
  "Al haar werk is autobiografisch. Vroeger schreef ze nooit veel over echte privé-zaken. In haar laatste boek «Zwanen schieten» komt ze ineens met allerlei autobiografische feiten. Ik kom erin voor, haar grootouders, onze twee dochters. Waarom ze dat nu doet, weet ik niet. Het is haar meest directe boek", aldus Jan van Lelyveld in De Groene van 18 febr. 1998. Nu deed Hella het al eerder, de eerste keer in Zelfportret als legkaart (1954). Een gedeeltelijke verklaring is misschien te vinden in een uitspraak van haar echtgenoot : "Ze heeft een enorme behoefte om zichzelf te rechtvaardigen." Ik leg Haasse's uitspraak, gedaan tegenover Arjan Peters in 2007 («De handboog») daarnaast : "Mijn naasten hebben er helemaal niet om gevraagd om in mijn levensverhaal te komen figureren [...] zij hebben geen weerwoord". Dat besef komt wel wat laat, zou je zeggen. è tardi! kreunde la traviata in een overigens niet vergelijkbare situatie, een van de indringendste te-laat-momenten. "Toch liep Hella Haasse in 2009 nog rond met een idee voor een laatste boek, De ontbladering was de titel. Waarover ze losliet dat het over haarzelf zou gaan en de verhouding tot haar man, Jan van Lelyveld (1918-2008)". In haar laatste interview, met Heerma van Voss en van der Meer in De Groene 10-08-2011, zegt ze evenwel [gelukkig, T.K.] "Mijn relatie met mijn man wil ik met niemand echt delen. Dat is van ons". Ingrid van der Graaf bericht op www.literairnederland.nl 3-10-2011 : "Maar verder heeft ze alle informatie die voor een biograaf enige aantrekkelijkheid kan bevatten, zoals de relaties tot haar dierbaren, vertrouwd aan de papierversnipperaar".

De uitgeverij had m.i. Haasse beter moeten begeleiden toen ze met Zwanen schieten bezig was. Iets duidelijker gezegd, moeten beschermen tegen wat zich ontwikkelde als mythomanie. Ik denk hier even aan Auf die Haasen-Jagd van Horatius, vertaald door Bachs tekstschrijver Picander.

Hier muß ich stille stehn, und seuffzende betrachten,
Ach! wenn wir Menschen doch auch so behutsam wachten,
Und wichen manchmal aus, wenn uns ein Unfall droht.
Allein, so rennen wir oft selbst in unsre Noth.

Natuurlijk heb ik daar niet aan gedacht, maar het er met de haren bijgesleept, in overeenstemming met de werkwijze van Haasse, die in Zwanen schieten op p. 89 de Zwaan van Tuonela er met de haren bijsleept.

Elly de Waard schreef over een congres van schrijfsters en andere kunstenaressen die iets ophadden met het feminisme in de jaren '80 in De Treek waar Hella een gedicht voorlas, "dat zij ook uitgereikt had, naar ik meen en dat herkenbaar refereerde aan een moeilijke situatie in haar huwelijk. In de daarop volgende discussie bleek dat zij het niet wilde publiceren omdat ze dat pijnlijk vond voor haar man. Ik betreurde dat want het was een goed gedicht en ik zei haar dat ook. Maar zij zei, dat het nu eenmaal zo was en dat er meer was dat op die manier in de lade bleef liggen. Daar moest je mee leren leven. Het hielp niet dat ik tegen haar zei: Het is toch maar kunst, Hella!"

"Haar dichtbundel noemde ze eens 'mijn jeugdzonde', de uitdrukking van 'ongevormde en onbeheerste pathos' van een chaos van gevoelens," zo schrijft Alofs in Bzzlletin 91. Nu ja, behalve dat de uitdrukking van gevormde en beheerste pathos de poëzieliefhebber van een paar prachtige gedichten in Stroomversnelling beroofd zou hebben, Haasse heeft geleefd zoals ze heeft willen leven, en ze is op bewonderenswaardige wijze met haar talenten omgegaan. Ik denk wel eens, ach, een Magna Peccatrix is misschien niet aan haar verloren gegaan, maar toch . . . Hella kan zo begripvol over andermans poëzie schrijven ; lees hoe ze een opdracht om "over het spiegelbeeld van oorlog en bezetting in de Nederlandse proza-literatuur" te schrijven meesterlijk omdraait naar een subliem vertoog over de onmacht van proza zonder poëtische meerwaarde («Leestekens», 1965, p. 152-53). Haar beschrijving van het "innerlijk verruimingsproces" bij Achterberg, Vroman, Hoornik en tijdgenoten is dermate superbe, dat men, gegeven deze indringende belangstelling voor de Nederlandse poëzie, ook van Haasse zèlf nog iets verwachten kon. Het heeft niet zo mogen zijn, op SIC 1988-1 en Het liegend konijn 2006-2 na.
  "Poëzie is, dunkt me, in toenemende mate een 'voertuig' voor het uitdrukken van ervaringen en waarnemingen die in het vlak van een verscherpt of verfijnd bewustzijn liggen, verwoording van wat te gecompliceerd is om verteld, uitgelegd, logisch geformuleerd te worden" Haasse in gesprek met José de Ceulaer, Te gast bij nederlandse auteurs, 1966). Dit klinisch rapport over het zorgvuldig formuleren van waarnemingen enz. is niet afkomstig uit een leefwereld waarin de flits van inspiratie of de urenlange scheppingsroes een grote rol, zo niet de hoofdrol spelen. Poëzie is geen anatomische zelfontleding die in een medisch dossier, het gedicht, haar neerslag vindt. Poëzie is communicatie (naar buiten!), mededeling, evocatie, vragen om empathie ("hebt u, kent u, lezer, dat nou ook?"). Poëzie verleidt, ontroert. Een goed gedicht is geen levend wezen maar tenminste toch een compagnon - 'metgezel' is net niet het juiste woord.
Het gelijkmatige proza van Haasse's beschouwingen kent vele bladzijden waar elk woord dat ze uit haar onmetelijke woordenschatkamer te voorschijn haalt onnadrukkelijk raak is, onmisbaar in het geheel, en het geheel vormgevend afgestemd is op de delen. Een hoogst enkele keer echter ontploft er een bommetje. "Van een omgang op niveau van gelijkwaardigheid tussen mijn ouders en Indonesische intellectuelen heb ik nooit iets gemerkt [...]. Was ik wél bij dergelijke contacten betrokken geweest, mijn leven zou volstrekt anders verlopen zijn" (Krassen op een rots 1970). Dat is me nogal een uitspraak! Wel, wanneer een loopbaan in de politiek het schrijven van een aantal "ongevormde" en "onbeheerste" gedichten van de kwaliteit van Ariadne op Naxos of De bitt're toespijs van genot, niet in de weg had gestaan . . . Heeft nooit een Ischa Meijer die ontboezeming van Haasse opgepakt?

Overlijdensadvertentie Mathilda Catharina de Graaff          Overlijdensadvertentie Mathilda Catharina de Graaff

De Nieuwe Amsterdamsche Courant,                Algemeen Handelsblad,17 sept 1913. De Telegraaf spelt Mathilde.

                   

1. Het Nieuws van den Dag, Vrijdag 18 Sept. 1914 / Algemeen Handelsblad, Vrijdag 18 Sept. 1914.
2. Algemeen Handelsblad, Dinsdag 1 Augustus 1933.

In Persoonsbewijs meldt HSH dat Hélène op 64-jarige leeftijd stierf. Dat klopt uiteraard niet.

Nogmaals en ten overvloede : in geen van deze rouwberichten komt de naam Diehm genannt Winzenhöler voor, noch de spelling Winzenhöhler.

Diehm genannt W i n z e n h ö l e r

De naam Winzenhöler betekent ‘inwoner van Winzenhohl’ / ‘persoon uit Winzenhohl afkomstig’. Onderstaande verspreidingskaart geeft aan dat het stamgebied van de Winzenhölers in de buurt van Frankfurt ligt. En inderdaad, Winzenhohl ligt halverwege Frankfurt en (Kreuz)wertheim, ca 50 km ten oostzuidoosten van Frankfurt aan de oorsprong van de Winzenhohler Bach, die via de Aschaff zijn water in de Main loost. Het gehucht Winzenhohl ligt aan de Haibacher Straße, die van Hösbach naar Haibach loopt en vlak voor Haibach Winzenhohler Straße gaat heten.
   Hösbach ligt een paar kilometer ten noorden van Winzenhohl. Tussen Hösbach en W. lag sinds 1218 het vrouwenklooster Schmerlenbach. Toen beide Dorfschaften samengevoegd werden lag Winzenhohl in het uiterste zuidelijke stukje. De reden daarvan was dat alle beekjes die bij Winzenhohl op de Schmaleberg ontsprongen zich verenigden tot de Winzenholer Bach en naar het noorden stroomden, richting Hösbach dus. Het laatste stukje bij Hösbach, voor de uitmonding in de Aschaff, heet de Nonnenbach. Ook de westelijker gelegen stroompjes lopen richting Hösbach. De waterscheiding (alle toppen hoger dan 300 m.) vormde hier de natuurlijke grens.

Die erste urkundliche Erwähnung Hösbachs stammt aus dem Jahr 1189 als Hostebach: Ein Hermann de Hostebach und sein Sohn Conrad werden in einer Urkunde des Erzbischofs Konrad von Mainz als Zeugen genannt. 1218 wird das Frauenkloster Schmerlenbach (im heutigen Ortsteil Winzenhohl) von der Familie von Kugelberg gestiftet und diesem das Patronatsrecht über die Hösbacher Kirche verliehen. Im 13. Jahrhundert verliert sich das Geschlecht der Hostebachs – der Name Hösbach bleibt. Seit dem 14. Jahrhundert sind Forsthuben (Forsthöfe) in Hösbach angesiedelt, die sich im Laufe der Zeit zu Großbauernhöfen weiterentwickelten. Am 1. Juli 1862 wurde das Bezirksamt Aschaffenburg gebildet, auf dessen Verwaltungsgebiet Hösbach lag.

Inline afbeelding 2 m   image.png


1. Vorkommen des Namens Winzenhöler in 2008.
2. Het langgerekte Winzenhohl (weg met lintbebouwing) heeft een wapen. Is Winzenhohl dan een vestingstad geweest ? Nee. Het is een heraldisch wapen (coat of arms), dat door dorpen, families en verenigingen gevoerd kon worden mits de continuïteit gewaarborgd was. Een wapen of logo dat iemand voor zichzelf laat maken en dat met zijn dood betekenisloos wordt valt niet onder de heraldische wapens. Duitsland kent vanouds twee verenigingen om burgerwapens te registreren. Dit kan in de Deutsche Wappenrolle van de Herold te Berlijn. Deze vereniging is opgericht in 1869 en daarmee de oudste heraldische vereniging in Europa. Het kan ook in de Niedersächsische Wappenrolle van de vereniging Zum Kleeblatt te Hannover.
– De bron van de afb van het wapen is Wikipedia.

Dit wapen toont Maria en haar kind, uiteraard ingegeven door de nabijheid van het vrouwenklooster Schmerlenbach. In het rad met spaken zijn de griekse letters I en X te onderscheiden, de initialen van Ιησους Χριστος (Iesous Christos). Evenals Ιχϑυς ( vis ) een vroeg-christelijk symbool, veelvuldig in de Romeinse catacomben aan te treffen.

image.png
Overzichtskaart. Links Frankfurt en Darmstadt, rechts van Frankfurt Hanau, in het midden Aschaffenburg, r.o. Wertheim en Kreuzwertheim. Bij de rode ballon Winzenhohl. De afstand naar Frankfurt is hemelsbreed 42 km, over de weg 50 km.

image.png
Kaartje van de Landkreis Aschaffenburg 1875.          

Johann Leonard Diehm genannt Winzenhöler, Schneider, trouwde Frankfurt/Main 19 febr. 1889 (echtscheiding uitgesproken Landesgerichtshof Frankfurt am Main 5 april 1898) Seraphia (Helene Serafina) Weitzel, *Frankfurt am Main 22 april 1871, dochter van Johann Heinrich Weitzel en (Anna) Catharina Elisabeth Altmann; zij hertrouwde in Amsterdam op 24 sept. 1908 met Anne Gerard Christiaan de Vries, boek- en kunsthandelaar.

Uit dit huwelijk:
1. Lily Helene Diehm genannt Winzenhöler, *Frankfurt am Main 6 nov. 1891, † Amsterdam 31 mei 1975, ✕ 3 okt. 1912 Sander Cornelis Willem Johan Bijl de Vroe,* *Meester Cornelis 16 nov. 1888, scheik. ing., luitenant-kolonel artillerie KNIL, hoofd Pyrotechnische werkplaats te Bandoeng, hoofd Techn. aansch. en voorlichtingsdienst Ministerie van Oorlog, † Bilthoven 4 aug. 1966. Sander was een zoon van Cornelius Govert Nicolaas Bijl de Vroe, ambtenaar Ministerie van Financiën, en Cornelia de Rooij.
*(Bijl) de Vroe in Nederland’s Patriciaat 52 (1966), pp. 393/4.

2. Catharine (Käthe) Diehm Winzenhöler, *Frankfurt am Main 5 juni 1893, concertpianiste, † Soest 24 jan. 1983, ✕ Batavia 2 maart 1916 Willem Hendrik Haasse, *Rotterdam 19 mei 1889, ambtenaar ter beschikking van Financiën (1919), hoofdinspecteur van financiën in Ned. Indië (1922), † Baarn 1 nov. 1955, zoon van Willem Hendrik Johannes Haasse en Cornelia Francisca Braak.

     




Seite 444          Nr. 2244

Frankfurt a/Main, am 6. juni 1893.

          Vor dem unterzeichneten Standesbeamten erschien heute, der Persönlichkeit nach bekannt, der Schneider Johann Leonhard Diehm, genannt Winzenhöler, wohnhaft zu Frankfurt a/M, Breitegasse N° 25, evangelischer Religion, und zeigte an, daß von der Seraphia Diehm, genannt Winzenhöler, geborenen Weitzel, seiner Ehefrau, evangelischer Religion, wohnhaft bei ihm, zu Frankfurt a/M in seiner Wohnung, am fünften Juni des Jahres tausend acht hundert neinzig und drei, vormittags um fünf ein halb Uhr ein Kind weiblichen Geschlechts geboren worden sei, welches den Vornahmen Catherine erhalten habe.

 

 

 

Vorgelesen, genehmigt und unterschrieben Joh. Leonhard Diehm, gen : Winzenhöler.

 

 

Der Standesbeamte.
In Vertretung
Lorenz.

 

 

Die Uebereinstimmung mit dem Hauptregister beglaubigt
Frankfurt a/Main, am 6ten Juni 1893.

Der Standesbeamte.
In Vertretung
A. Lorenz.

 


Geburtenregister und Namensverzeichnisse 1851-1901. Signatur 903_9120. Hessisches Hauptstaatsarchiv, Wiesbaden, 
Deutschland.

3. Susanna Johanna (Susi) Diehm genannt Winzenhöler, *Frankfurt am Main 8 juni 1894, woonde 1914 in Laren, toneelspeelster (1917), zangeres, inspectrice bij de Bijenkorf te ‘s-Gravenhage (1934), † Bosch en Duin 1 jan. 1987,
✕ 1e Amsterdam 13 dec. 1917 Maurits (Maurice) Frederik Spoor,* (echtsch. 25 aug 1933, volgens de BS-kaart op 16 jan 1934 ; de kaart rept niet van de beslissing van de arr. rechtbank den Haag, waartegen Spoor vermoedelijk hoger beroep had aangetekend), *Amsterdam 24 okt. 1877, fluitist Concertgebouworkest, † Zeist 15 maart 1951, zoon van Cornelis Roelofs Hendrik Spoor, toneelspeler, regisseur, letterkundige, en Maria van der Groen (akte BS Zeist);
✕ 2e ‘s-Gravenhage 2 dec. 1936 Johannes Barend Schatborn, *Rotterdam 27 aug. 1914, kantoorbediende, zoon van Pieter Cornelis Schatborn en Petronella Riet. Suze overleed 1 jan. 1987. Ze was dus nog geen maand voor haar dood 50 jaar getrouwd geweest. Käthe Schatborn is het enige kind uit die verbintenis. Käthe Haasse was haar peetmoeder. Susi was de langstlevende van de drie zusjes uit Frankfurt.
*Spoor in Bijblad Nederlandsche Leeuw 8 (1986), p. 305-308.

Inline afbeelding 2      Inline afbeelding 3
       Sander Bijl de Vroe en Lily.   Coll. WHP.                          Maurice Spoor en Susi.    Coll. WHP.

 

Inline afbeelding 4

 Inline afbeelding 2Inline afbeelding 1

          Registratiedatum 13 dec 1917, aktenr REG.6KFOL.40v, Noord-Hollands Archief, Haarlem.

Getuigen waren Philippus Metman, letterkundige, en Johannes Sonnenberg, kunstschilder.
   Philip(pus) Metman (1892 - 1967) was schilder, auteur, psycholoog, astroloog. Woonde sinds 1924 in Londen. Veelzijdig man, veel boeken gepubliceerd (Mythe en levenslot, Eros & Agape etc maar ook studie over schizofrenie bijv), had briefcontact met de Zwitserse psychiater C.G. Jung. Kunstwerken bij grote veilinghuizen verkocht.
   Johannes (Johan, sign. Jo) Sonnenberg (1886 - 1937) was lithograaf, schilder, tekenaar. Autodidact (kopieerde bijv. De Anatomieles van Rembrandt).

Bij het huwelijk van Lily 3 oct 1912 waren moeder Helene Weitzel en stiefvader Anne de Vries plus zijn broer als getuigen aanwezig. Bij het huwelijk van Susi 13 dec 1917 schijnt dat niet het geval geweest te zijn. En bij de begrafenis van Anne de Vries was de belangstelling van vrienden en branchegenoten minimaal, en uit de familie beperkt tot het zenden van 1 bloemstuk.

Inline afbeelding 1
Nederlandsche Staatscourant 18 nov 1933

Lily Helene Diehm [genannt] Winzenhöler, de oudste zus van Käthe, werd geboren 6 nov. 1891 (volgens Hella in «Zwanen schieten» in 1890, volgens Geni in 1892) te Frankfurt am Main. De samenvoeging van de namen Diehm en Winzenhöler duikt bij het huwelijk (18 febr 1889) van haar ouders, Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler en Seraphine Weitzel voor zover mij bekend voor het eerst op, in de huwelijksakte, in Frankfurt am Main. Lily en Susi lieten het 'genannt' van hun geboorteakte op zeker ogenblik weg — of de zusjes gedoopt zijn is niet bekend —, Käthe heeft het bij mijn weten nooit gebruikt, maar het heeft wel in haar paspoort gestaan, getuige de stamkaart van de BS Amsterdam, aangemaakt na de repatriëring in 1946.


Coll. WHP

 


Het Nieuws van den dag, kleine courant, 15 juli 1913


    Hier ruht in Gott
   Leonhard
   Winzenhöller

    geb. 27. Jan. 1841
    gest. 22. April 1922.


Hij was de grootvader van de drie zusjes D. g. W.

Diehm genannt Winzenhöler

Vergel. met geb. akte (dagt. en paraaf) 31 Jan 52 AA. Het is zo gegaan : Catharine Diehm verwachtte een kind van Leonhard Winzenhöller (1841-1922), die echter 7 jaar lang als soldaat onder de wapens was, en daarom niet mocht trouwen. Het kind werd Johann Leonhard Diehm (1865-1934) genoemd, naar zijn moeder. Tijdens de diensttijd van Leonhard overleed Catharine, unverheiratet. Na terugkomst uit het leger trouwde Leonhard de zus van Catharine, Rosine Diehm. Er is op dat moment verzuimd zoon Johann Leonhard de naam Winzenhöller mee te geven. Dit resulteerde voor Johann Leonhard in het voeren van de naam Diehm genannt Winzenhöller, later ook als dubbelnaam Diehm-Winzenhöller/Winzenhöler gebruikt *). Johann Leonhard was de vader van Lily, Käthe en Susi. Vgl. bijv. pag. 94-95 van het Heimatbuch der Marktgemeinde Kreuzwertheim, 1967, van Peter Hofmann. Met Lauterbach, Frankfurt, Darmstadt, Würzburg en het omringende platteland in Hessen en Baden-Württemberg was de geboortestreek van de Diehms en de Winzenhölers geconcentreerd rond Wertheim. De naam ‘Diehm genannt Winzenhöler’ komt in de BS van Kreuzwertheim en Frankfurt bij mijn weten verder niet voor. Diehm en Winzenhöler zijn op zichzelf staande namen. Zo zijn er in het huidige Kreuzwertheim twee schoenhandels, die van Diehm en die van Winzenhöler.
  Ook de spelling Winzenhöller komt voor ; sinds 1848 was een Johann Winzenhöller hulp, sinds 1860 kantoorhouder bij de posterijen in het dorp Kreuzwertheim aan de Main, na hem zijn zoon Georg, na hem diens schoonzoon. Een Leonhard Winzenhöller vocht 1870-71 in de Frans-Duitse oorlog, een Philipp Winzenhöler sneuvelde 1914 in Frankrijk, beiden uit Kreuzwertheim. Een zekere Katharina Diehm staat te boek als "Auswanderer aus Lindelbach" (bij Würzburg): 1858, naar Australië. Of zij daar bleef of terugkeerde is niet bekend. — De "Holz- und Wellenmauserei der Frau Winzenhöler zu Wertheim" had in 1765 contact met de Stadt und Grafschaft Wertheim inzake een civiele kwestie.
  *) In het Kirchenbuch van 1632 staan de namen Diehm en Winzenhöler onder de 19 vermelde namen van inwoners van het dorpje Kreuzwertheim, dat toen omstreeks 60 huishoudens telde. De spelling Winzenhöhler kwam/komt maar weinig voor, Verwandt.de vindt in Duitsland slechts 1 telefoonaansluiting op de naam Winzenhöhler tegen 7 op Winzenhöller en 32 op Winzenhöler, voornamelijk in de Landkreis Main-Spessart. Die naamvoorkomens liggen in werkelijkheid een stuk hoger, maar het zegt toch wel iets. De naam Diehm vinden we in het kerkboek van 1632 en op de lijst van belastingbetalers in 1359, op deze laatste Thyme gespeld. Zie het reeds genoemde Heimatbuch van Peter Hofmann.

 DATA : Lily Helene Diehm genannt Winzenhöler — geb. 6 november 1891  Frankfurt am Main Duitsland — dochter van Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler. en  Seraphia Weitzel — 1899 Amsterdam — 3 oct 1912 gehuwd met Sander Cornelis Willem Johan Bijl de Vroe, *16 nov 1888 Mr Cornelis —  huwelijk gesloten 3 oct 1912 te Amsterdam — 16 nov 1912 met ss Tambora naar Indië, aankomst 22 dec 1912. In N.-I. : BARAVIA later BANDOENG.
 Woonplaatsen en adressen na terugkomst uit N.I. : DEN HAAG - 22 apr 1937 RIJSWIJK ZH Lindelaan 11 —  6 oct 1937 BREDA Baronielaan 265 — 10 nov 1937 BREDA Baronielaan 306a — 28 apr 1938 BREDA  Baronielaan 57 — 19 oct 1938 RIJSWIJK ZH Lindelaan 11 — 25 oct 1938 WASSENAAR 's-Gravesandeweg 80  — 4 juni 1941 PB 002593 — 12 nov 1948 DE BILT Gezichtslaan 64 — Sander Bijl de Vroe is 1 aug 1966 overleden — 12 sept 1966 DE BILT Kometenlaan 325  — 5 mrt 1973 J v Eijcklaan 31. Overleden in ziekenhuis te Hilversum, 31 mei 1975.
      Kinderen :
- Lily *6 juli 1913 te Batavia NI, gehuwd op 9 mei 1933 te Bandoeng met H. P. van Haselen
- Gerard Christiaan *25 nov 1914, gehuwd op 27 oct 1944 met A. H. E. R. Kloosterhuis
- Cornelia *23 jan 1920 te Bandoeng NI, gehuwd op 10 aug 1943 met P. A. Maclaine Pont


Gezien haar theaterachtergrond kan Hélène Weitzel haar oudste dochter Lily naar Lilli (= Elisabeth) Lehmann, de beroemdste Wagnersopraan van die tijd, genoemd hebben.

De Heer en Mevrouw Dr. A. G. C. de Vries-Weitzel hebben de eer U kennis te geven van het voorgenomen huwelijk van hunne dochter Lily Helene Diehm Winzenhöler met den Heer S. C. W. J. Bijl de Vroe, 2e Luitenant der Artillerie N. I. L., waarvan de voltrekking is bepaald op Donderdag 3 October a. s.
Amsterdam, 3 September 1912. Den Texstraat 27.

Inline afbeelding 1
...... “geboren in te Frankfurt aan den Main in Duitschland, wonende alhier, oud twintig jaren, Duitsche, meerderjarige dochter van Johann Leonhard Diehm genaamd Winzenhöler, .....”. Niet genaturaliseerd dus.

Inline afbeelding 2

Inline afbeelding 3          

Inline afbeelding 1

De handtekeningen van Bijl de Vroe, L. H. Diehm genannt Winzenhöler en moeder S. Weitzel, 3 oct. 1912.
Registratiedatum 3 oct 1912, aktenr REG.2Hfol.2, Noord-Hollands Archief, Haarlem
.

Sander Cornelis Willem Johan Bijl de Vroe werd geboren 16 nov. 1888 in Meester Cornelis bij Batavia. Hij was het oudste kind van Govert Bijl de Vroe en Cornelia de Rooij en verhuisde met zijn moeder, broer en twee zussen naar Nederland toen hij 10 jaar oud was, i.v.m. de echtscheiding van zijn ouders. Sander ging naar de Kadettenschool in Alkmaar, vervolgens naar de KMA. Op 3 oct. 1912 huwde hij te Amsterdam Lily Diehm genannt Winzenhöler. Nog in 1912, op 16 nov., vertrok het echtpaar met de Tambora van Rotterdam naar Batavia, aankomst 22 dec.

            Inline afbeelding 1   Alg. Hbl 23 dec 1912.

Lily en Sander kregen drie kinderen, Lily (6 juli 1913, in het geboortebericht NvdD-kk 15 juli 1913 genoemd Lili Hélène, *12 juli te Batavia), Gerard Christiaan (25-11-1914 te Batavia), en Cornelia (Corrie, 23 jan. 1920 te Bandoeng, naar haar grootmoeder van vaderskant vernoemd, overleden 27 juli 2014 te Oudemirdum). In 1920 reisde het gezin met de Sindoro naar Nederland, waar Sander op kosten van het leger in Delft scheikunde ging studeren, omdat hij daar aanleg voor had. Men had iemand nodig die een pyrotechnische werkplaats kon oprichten en leiden. Sander werd scheikundig ingenieur. In 1925 ging het gezin met ss Vondel terug naar Bandoeng. Cornelia werd pianiste ; zij huwde 10 aug. 1943 te 's Gravenhage Pieter Archibald Maclaine Pont (*Batavia 28 juli 1920, leraar aan het Muzieklyceum te Hilversum, violist Radio Philharmonisch Orkest. Mimi (29 oct. 1924) was een kind van Cornelis Govert Nicolaas Bijl de Vroe, de jongere broer van Sander. [Als geboortejaar en -plaats van Sander Bijl de Vroe kan men op internet vinden 1889, Jatinegara, Tegal, Centraal Java. Het zal een naamgenoot betreffen.] Op 10 sept. 1919 meldde Het nieuws van den dag voor Ned.-Indië dat Sander van 1e luitenant tot kapitein bevorderd was. Op 4 dec. 1934 werd hij in dezelfde krant majoor ir. S.C.W.J. Bijl de Vroe genoemd. Hij werd in 1938 gepensioneerd als luit. kolonel van de artillerie (KNIL). Zijn vrouw, zoon Gerard en dochter Corrie waren in 1935 naar Nederland vertrokken i.v.m. de studie van Gerard aan de KMA. In 1938 kwam ook Sander naar Nederland. Ze gingen in Wassenaar wonen. Dochter Lily was in 1932 in Indië getrouwd en bleef daar met haar man. Ze kwamen, net als Käthe en Wim Haasse, in Jappenkampen terecht.

Kinderen Haasse en De Vroe
Van links naar rechts Wim Haasse, Corrie BdV, Helly Haasse, Lily BdV, Gerard BdV. Ca. 1929.
Coll. Adrienne Maclaine Pont.

De gezinnetjes Haasse en de Vroe zochten elkaar in Indië regelmatig op. Logisch, want er was daar verder geen familie, ook geen grootouders.
  Eenmaal in Den Haag deed Corrie een conservatoriumstudie piano en trouwde in 1943 met de violist Piet Maclaine Pont. Hun dochter Lilly Maclaine Pont werd violiste in het RPhO. Sander en Lily zijn altijd bij elkaar gebleven, gelukkig voor de kleinkinderen "want het waren fantastische grootouders!". Na de oorlog zijn ze van Wassenaar naar Bilthoven verhuisd, waar ze verder altijd gewoond hebben (Gezichtslaan, Kometenlaan). Sander overleed 1 aug. 1966 te Bilthoven, Lily overleed 31 mei 1975 te Hilversum.

"Hermanus Petrus van Haselen, zoon (achtste kind) van Hermanus Petrus van Haselen en Johanna Sand Scholten, roepnaam Herman, geboren te Amersfoort den 3 Augustus 1903, gedoopt te Amersfoort den 23 Augustus door Ds. A.M. Donner in de Gereformeerde kerk Langegracht, [is] gehuwd te Bandoeng den 9 Mei 1933 met Lily Bijl de Vroe, geboren 6 Juli 1913, dochter van Ir. S.C.W.J. Bijl de Vroe en L.H. Diehm Winzenhöler. Het huwelijk werd kerkelijk bevestigd 10.30 uur v.m. in de Protestantsche kerk, Pieter Sythoff Park te Bandoeng door Ds. H. Jansen. Hij is leraar aan de H.B.S. in de Engelsche taal en in gymnastiek te Djokjakarta". (Uit: Genealogie van het geslacht Van Haselen.) Echtscheiding uitgesproken Landgerecht Batavia 20 mrt 1946.

Lily Diehm had geen beroep. Haar hobby's waren piano spelen, concerten recenseren in de plaatselijke Bandoengse krant, ze kon fantastisch naaien, borduren, koken, etc. en maakte o.a. toneelkostuums voor amateur theater voorstellingen. Haar biologische vader was kleermaker, haar moeder was de dochter van een kleermaker, zij had de muzikale en theatrale genen van haar moeder geërfd. Ze zou verder een zeer victoriaans type geweest zijn in tegenstelling tot haar jongere zusters.
  Sander overleed op 1 aug. 1966, Lily op 31 mei 1975. Lily van Haselen-Byl de Vroe is in WO II in kamp Tjihapit bij Bandoeng opgesloten geweest.

Inline afbeelding 3   
                                     De Telegraaf 5 aug 1966           ———————————          De Telegraaf 2 juni 1975

Het valt op dat bepaalde naaste familieleden op de algemene advertentie (links) ontbreken.

Gerard Christiaan Bijl de Vroe. Geboren te Batavia 25 nov. 1914, overleden te Leusden 10 juli 1988. Tltn. d. inf. (01-08-1938), eltn. (02-04-1947), kapt. (05-010-1955), kolonel der Grenadiers b.d. Bronzen Kruis.
K.B. no. 15 van 7 febr. 1948. Tijdelijk benoemd kapitein van het Wapen der Infanterie.
  Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door in Januari 1944 tijdens een transport van Nederlandse krijgsgevangen officieren uit een rijdende trein te springen [ontsnapt uit trein van Oflag 67 naar Neu-Brandenburg 11 jan. 1944] en over de Karpathen Boedapest te bereiken. Voorts door in Boedapest, ook nadat Hongarije in Maart 1944 door de Duitsers was bezet, zoveel mogelijk de Nederlandse en Geallieerde zaak onder dikwijls moeilijke en gevaarvolle omstandigheden op beleidvolle wijze te dienen. Tenslotte door zich, nadat Boedapest eind December 1944 door de Russen was bezet, over Moskou-Odessa naar Engeland te begeven, alwaar hij zich begin Mei 1945 bij de Nederlandse Regering meldde.
  Bron: Meijer (1990), p. 241 ; NRLL 1956 p. 51 ; overlijdensadvertentie Leusder Krant, 14 juli 1988.
http://www.onderscheidingen.nl/decorandi/wo2/dec_b16.html

In Oflag 67 = Kgf Offizier-Lager 67 Stanislau had Geert Bijl de Vroe gereedschap verzameld, o.a. een ijzerzaagje, dat tijdens het transport naar Neu-Brandenburg goed van pas kwam. De vier man die als tweede groep op 11 jan. 1944 uit de trein ontsnapten en allen Hongarije wisten te bereiken bestond uit (je wrijft even je ogen uit) :
    F. J. G. Brackel (1914-2007), 2e luitenant artillerie KL
    L. A. D. Kranenburg (1916-1999), 2e luitenant infanterie KL (later generaal-majoor Infanterie)
    J. A. baron Bentinck (1916-2000), 2e luitenant infanterie KL (zie EA 2)
    G. C. Bijl de Vroe (1914-1988), 2e luitenant infanterie KL

Wilhelmina Elisabeth (roepnaam Mimi) Bijl de Vroe, *29 oct. 1924 in Bandoeng, is op 11 nov. 1949 te 's-Gravenhage met Augustinus Maria van Spanje getrouwd. Op 9 april 2008 is ze te Amsterdam overleden (overlijdensannonce in de Volkskrant). Mimi was een dochter van bovengenoemde Govert Bijl de Vroe, dus een achternicht van Hella Haasse. De acteur Will (Willem Jan) Spoor (A'dam 3 dec. 1927 - A'dam 25 nov. 2014), zoon van Susi Diehm Winzenhöler, is een neef van haar. Overlevenden van een generatie, stadgenoten in Amsterdam ook, tot ver na het jaar 2000.

Käthe en Lily in Batavia

De jongedames Käthe (15 j. en Susi (14 j.), foto na 8 juni 1908 (geb. dag Susi) bij American Automatic Fotografie Kalverstraat 155 in Amsterdam gemaakt ; en hun oudste zus Lily in 1913 in Batavia (22 j.). Beide Coll. Adrienne Maclaine Pont.

Käthe (Katharina) zelf werd geboren op 5 juni 1893 te Frankfurt. Haar moeder liep weg bij haar man en bracht Lily in Zürich en de twee jongsten wrs bij hun grootmoeder in Frankfurt onder. Seraphia Weitzel haalde in 1899 Lily en in 1901 Käthe en Susi naar Amsterdam. In 1914 ging Käthe naar Indië, naar een schimmige half-verloofde, een indo naar verluidt, maar haar moeder vond het niets en het werd dus niets. Ze zou trouwens voor haar vertrek volgens sommigen al contact met Willem Haasse gehad hebben. "Zij vertrok, eenentwintig jaar oud, zonder een cent op zak, zonder tropenuitzet, met de passage enkele reis als afscheidsgeschenk van een oude dame die zij wel eens had voorgelezen", schrijft Hella in «Persoonsbewijs», "om pianoles te geven of te trouwen" («Zwanen schieten»). Anderen schrijven het haar na : "berooid" (Popelier). Maar Käthe's stiefvader A. de Vries was een welgesteld man, en Seraphia Weitzel en haar familie zaten ook niet klem. Zonder geld, zonder kleding – Hella doet het een onbezonnen onderneming lijken, maar in feite ging Käthe gewoon naar haar zus Lily, die met haar man Sander en twee kindertjes sinds 1912 in Batavia (Weltevreden) woonde. Van haar 'onsympathieke' ouders kreeg ze toch maar mooi een aantal sets concertkleding mee, en een tropenbestendige vleugel, waarvoor een speciale reiskist gemaakt was. Käthe logeerde korte tijd bij Lily en Sander en begon haar pianotechniek weer op te halen (alle drie de zusjes hadden trouwens pianoles gehad). Al snel huurde ze een klein paviljoen om les te kunnen geven en te studeren voor haar concerten. Ook Willem Hendrik Haasse woonde in een paviljoen.
  De Jappen veroverden 4 mrt 1942 Batavia. Willem werd op 6 mrt in de gevangenis gezet. Via andere kampen kwam hij in Bandoeng terecht, Tjimahi, waar hij in sept. "bevrijd" werd. Toen pas, want de Britten konden buiten het kamp geen veiligheid garanderen, was het niet veiliger dan in het kamp, Käthe sinds nov. 1942 in het vrouwenkamp Kramat bij Batavia, waar het gezin aan de Kramatlaan 22 gewoond had. Ze speelde er piano bij kampvoorstellingen, soms met een Japanner met een zweepje naast zich als ze de boel wat moest opvrolijken. Begin mei was ze tijdens een massale verplaatsing – waarmee de Jappen weinig goeds in de zin hadden (massamoord, afgelast) – in Kampong Makassar bij Batavia terechtgekomen. Daarna kwam ze in de hel van Tjideng terecht. Na WO II wist Wim zijn moeder Käthe op te sporen en per schip naar Australië te krijgen, ze landde 18 oct. '45 in Fremantle. Zijn vader vond hij een maand later in Batavia. Die werd medisch afgekeurd en per vliegtuig geëvacueerd naar Brisbane. Eind januari zagen Willem, Käthe en Wim elkaar in Perth, waar Willem en Käthe nog een half jaar verbleven om van de ontberingen te herstellen. In aug. 1946 voeren ze terug naar Nederland, woonden eerst bij Jan en Hella in de Van Breestraat 123 in Amsterdam in, en vestigden zich 23 dec. 1946 in Baarn. Käthe overleed 24 jan. 1983 in een verzorgingshuis te Soest, schuin tegenover paleis Soestdijk. Ze is 89 jaar oud geworden. Andries Kint, broer van Cor Kint, luchtgeograaf, verbleef voor de oorlog als militair in Tjimahi ; later was hij 1948-50 commandant van het militair kamp Laren (het latere kamp Crailo). Een foto van hem heeft het opschrift “2e Luitenant 2e Bat. Infanterie, Tjimahi, Java”.

pianospel  
In de afgesloten woonwijk van het vrouwenkamp was de situatie deze. In een niet geplunderd huis stond ergens wel een piano of vleugel waarop gespeeld kon worden, het publiek zat buiten "Binnenkomen mag niet ! Kampalam zijn verboden !". Ook mocht een piano wel naar buiten gebracht worden (zo ook in Bandoeng waar Corry Vonk geïnterneerd was). Er werden kamermuziek en zangspel-achtige voorstellingen gebracht. In Kramat kon dat nog.
     "Laatst speelde er een mevrouw op de piano en werd begeleid door een jongen op de viool. Misschien wel mooi, maar ik houd niet erg van vioolmuziek". Er bevonden zich verschillende musici onder de kampbevolking en er waren meerdere instrumenten voorhanden. Maar in Tjideng (1944-45) onder commandant Sonei was van muziek maken geen sprake meer. Proberen te overleven was de enige bezigheid.


Käthe zat alleen in de kampen, zonder man en kinderen, een van haar kampnummers was 6350. Haar laatste kamp was Makassar. Daar zat ze i.e.g. op 5 juni 1945, bleef na de capitulatie van Japan in het kamp wachten, want het was daar veiliger dan buiten het kamp. En werd er in sept. door haar zoon Wim met assistentie van een paar mariniers uitgehaald. Ze bewaarde in een dichtgenaaid kussensloop wat papieren, een filmpje, glasnegatieven en een opschrijfboekje waarin ze op 27 dec. 1944 schreef :

 

Zelfs in uren van groote smart
Bracht Gij Licht en Liefde
In ons aller hart.
Heer, wij danken U het meest
Dat Gij altijd zijt geweest
In deez' zwaar beproefde tijd
"Onze Vader" –
Die in de Heem'len zijt.

Inline afbeelding 1
  Dat geloof en die kracht had ze zeker voor een deel
meegekregen van de zuters van De Voorzienigheid.
Het laatste kampspeldje van Käthe.
Makassar.    Coll. WHP.


In Baarn raakte Käthe na de oorlog aan twee of drie koren verbonden, als dirigente of begeleidster. Ze schreef en arrangeerde er ook muziek voor. Dat vond haar echtgenoot beter dan opnieuw een pianistische carrière op te bouwen in Nederland. Dat hijzelf naam maakte met zijn detectives was natuurlijk iets heel anders. Käthe is wel blijven pianospelen, gaf in de omgeving soms nog een (huis)concert en bij zich thuis pianolessen, volgens inlichtingen van dorpsgenoten. Op haar woonadres na het overlijden van haar man had ze een vleugel, toen ze in een onderkomen met verzorging neerstreek een piano. De Steynlaan hield ze aan volgens het register van de begraafplaats Wijkamplaan, de gegevens van het Kadaster wijzen anders uit. In de seniorenflat stond een piano in de 'gemeenschapsruimte'. In het bejaardencentrum Braamhage vlakbij paleis Soestdijk kon ze weinig meer dan op bed liggen, ze was hulpbehoevend geworden, droeg een stoma. Op 24 jan. 1983 is ze overleden, na bijna 90 jaar getracht te hebben een gezin bij elkaar te houden, en 80 jaar niet aflatend piano gestudeerd te hebben. Door de sociale problemen en de tijdsomstandigheden kon zij in beide niet geheel slagen, maar ik plaats het rouwbericht niet zonder de intentie van bescheiden eerbetoon aan de overledene die zich zo goed mogelijk van haar taken is blijven kwijten.

In Käthe's overlijdensadvertentie – zie onder – ontbreekt Lily, de oudste dochter, bij de kennisgevenden. Zij was in 1975 overleden. Redactie en plaatsing zullen door Susi Schatborn en haar familie verzorgd zijn.

DATA : Susanna (Susi, Suzy, Suze) Johanna Diehm genannt Winzenhöler — * 8 juni 1894 Frankfurt/Main (D.) — dochter van Johann Leonhard Diehm genannt Winzenhöler en Seraphia Weitzel — arr. Amsterdam 1901 — De Voorzienighed — genaturaliseerd Ned.? — heeft in Laren gewoond — huwde Maurits Frederik Spoor (*Amsterdam 24 oct 1877) op 13 dec 1917 te Amsterdam — scheiding 25 aug 1933 Arr. Rb. 's Hage (Staatscourant) — hoger beroep, aangetekend door Maurits Spoor, afgewezen door de rechtbank in Amsterdam op 16 jan 1934 — tweede huwelijk gesloten met Johannes Barend Schatborn (*27 aug 1914 Rotterdam) op 2 dec 1936 te den Haag.
Woonplaatsen en adressen na het tweede huwelijk :
DEN HAAG - febr 1934 Tulpenboomlaan 72
DEN HAAG - 20 sep 1937
ROTTERDAM Schieweg 125a - [26 mei 1941 PB 039958]
ZEIST Roemer Visscherlaan 39, 27 aug 1945 ; 1 mei 1948 Jan Luykenlaantje 1 ; 6 aug 1952 Dennenweg 23
Suze is op 1 jan. 1987 overleden in Bosch en Duin gem. Zeist.
Joh. Schatborn is overleden te Heeze 21 nov. 2014

Kleindochter Käthe Schatborn (*1938) is petekind van haar tante Käthe Haasse - Diehm Winzenhöler.


Susi
(Suze), Käthe's jongste zus, Susanna Johanna Diehm Winzenhöler, werd geboren op 8 juni 1894 in Frankfurt am Main. In 1914 woonde ze in Laren. Toen Käthe in 1915 in Batavia arriveerde was zij de enige van de drie zussen die in Nederland woonde. Ze is altijd in Nederland gebleven. Op 13 dec 1917 huwde ze te Amsterdam Maurits Frederik Spoor, toonkunstenaar, *24 oct. 1877 als zoon van Cornelis Roelofs Hendrik Spoor en Maria van der Groen. Susi gaf als beroep toneelspeelster op (huwelijksbijlage BS Haarlem). Maurits was fluitist, hij speelde in 1898-1900, maar vermoedelijk langer, in het Concertgebouworkest. Het was snel gedaan met de liefde, maar Maurits wilde niet in een scheiding toestemmen, eerst op 25 aug. 1933 werd de scheiding uitgesproken door de arrondissementsrechtbank te den Haag, 4½ maand later door de Amsterdamse rchtbank. Maurits (Maurice, Maus) overleed 15 (of 16) maart 1951 in Zeist. Mogelijk was hij een van de leden van het muzikanten- en acteursgeslacht Spoor, waarvan ook André Spoor (1867-1929), eertijds tweede dirigent en concertmeester van het Concertgebouworkest, een vertegenwoordiger geweest zou kunnen zijn. Tijdens het huwelijk werden drie kinderen geboren, Maurits Frederik (1918), Humphrey (1921, zoon van Louis Henrij Arnold Cardinaals, *1895, kunstschilder) en Willem Jan (1927, bekend als Will Spoor – de biologische zoon van Pierre Jean Jacques Fardon, kunstschilder, *Amsterdam 14 nov 1873 - † 2 juni 1930 ?, mogelijk de datum van de vondst van zijn stoffelijk overschot).

Inline afbeelding 1

Rotterdamsch nieuwsblad 4 juni 1930

Inline afbeelding 1    

De letters AG voor Carillonstraat zijn een wijkaanduiding.

Onder Spoor staat "inw". M.a.w. Fardon woonde bij Suze Spoor in.

Will (Willem Jan) Spoor is geboren op 3 dec 1927 aan de Hoofdweg 171 ten huize van de "Echtg. Spoor".
Hij overleed 25 nov 2014.
Ik meen me te herinneren dat Will Spoor in zijn laatste jaren in Amsterdam bij zijn dochter aan de Adm. de Ruyterweg woonde.

Uit Gezinskaart 1893-1939, Fardon, P.J.J. - 14-11-1873 - 5422-0393-3240, Stadsarchief Amsterdam.   Voordien had hij op een havenbootje op het ADM-terrein gewoond.

Willem Jan - zich noemende Will - Spoor *den Haag 3 dec 1927, zoon van Maurits Frederik en Susanna Johanna Diehm genannd Winsenhöler [sic], mimespeler, huwde 25 feb 1964 te 's-Hage Johanna Frederica Cornelia Dellevoet, *den Haag 5 apr 1927. Huwelijk ontbonden A'dam 26 feb 1965. Will Spoor had twee kinderen, Pépin (*A'dam 11 jan 1958) en Camilla (*den Haag 11 jun 1959).

Inline afbeelding 1
Persoonskaart NL-SAA-8536262, Stadsarchief Amsterdam.

Will Spoor (3 dec 1927 – 25 nov 2014) kreeg vooral bekendheid als pantomimespeler. Op zijn BSkaart is 'acteur' doorgehaald. Hij studeerde viool en altviool en vertrok in 1951 naar Parijs, waar hij zijn debuut maakte als mimespeler. Terug in Amsterdam had hij van 1962 tot 1967 een eigen mimeschool. In 1968 begon hij zijn eigen mimetheater. Samen met het Willem Breukercollectief maakte hij diverse producties, waarin hij ook als zanger optrad. Met zijn mimetheater maakte hij tournees door Engeland en de U.S. Ook produceerde Spoor enkele films.
   Hij doceerde mime aan de Theaterschool, stichtte enkele theatergroepen, waaronder Waste of Time en Onk Theater Overal. Met eigen groepen of solo werkte hij mee aan mime- en straattheaterfestivals in talloze Europese landen, waaronder Hongarije, Rusland en Duitsland. De laatste jaren trad hij vaak op in gastrollen in producties van jonge theatermakers. Gebruikte vaak het pseudoniem Fred Saels. De laatste jaren had hij geregeld gastrollen in producties van jonge theatermakers. In 2014 stond hij nog op Oerol en het Festival Over Het IJ.
    Spoor woonde en werkte op het ADM-terrein*) in het noordelijk havengebied van A'dam, een vrije woon- en werkplaats voor artiesten, een unicum. Hij had er een schip liggen, maar kwam er de laatste jaren nog maar zelden. Hij takelde langzaam af. Ik kende hem oppervlakkig uit zijn toneelschooltijd - heb hem in 2013/14 nog eens gesproken, maar over Hella wilde hij niets zeggen, nergens meer over praten eigenlijk. Hij kwam niet meer op zijn boot en overleed 25 november 2014 op 86-jarige leeftijd in het St. Lucas-Andreas Ziekenhuis in Amsterdam.
     *) ADM = Amsterdamse Droogdok Maatschappij.

Will has lived on the ADM for many years on his little tug-boat called "Nova Zembla".
ADM community being analysed by University of Wageningen (2008).
https://adm.amsterdam/?q=article/rip-will-spoor-december...

Inline afbeelding 3
Gezinskaart 1893-1939, Spoor, M.F. - 24-10-1877 - 5422-1404-0310, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 2
Gezinskaart 1893-1939, Spoor, M.F. - 24-10-1877 - 5422-1404-0310, Stadsarchief Amsterdam.

Maurits Frederik Spoor, artiest.

Inline afbeelding 2

Laurens Maurits Augustinus was de enige biologische kleinzoon van de musicus Maurits Frederik Spoor en de actrice Suze Diehm Winzenhöler.

Roman- en toneelschrijver, tekst-dichter, toneelvertaler, dramaturg, regisseur, acteur, speldocent.

Registratiecode: VFADNL12549, blad 36, CBG

              

                    TheaterEncyclopedie

Halewijn Literatuurprijs (1997)  ,  Charlotte Köhler Stipendium (1991).

Frederik Maurits, de vader van Laurens, is geboren 11 april 1910.
De tweede zoon van Suze, Humphrey (*Amsterdam 1921), was verwekt door kunstschilder Louis Henry Arnold Cardinaals. Louis Cardinaals trouwde in 1932 een weduwe. Hij overleed op 53-jarige leeftijd. In zijn overlijdensadvertentie staat zijn enige zoon Humphrey niet genoemd.

Laurens Spoor, geboren 16 oct 1953 in den Haag, is een kleinzoon van Maurits Spoor en Suze Diehm. Een buitengewoon veelzijdig en productief kunstenaar. Kwam in 1977 van de Amsterdamse toneelschool en werd bij het Publiekstheater geëngageerd. Daar deed hij ervaring op als assistent- en co-regisseur, terwijl hij als produktie-dramaturg betrokken was bij "Turcaret". Sindsdien heeft Laurens Spoor een viertal kernactiviteiten op theatergebied ontwikkeld: je kunt hem met evenveel recht als vertaler, als regisseur, als acteur en als schrijver karakteriseren. Bovendien treedt hij ook nog met regelmaat als docent op: veelzijdige troef dus . . .

   Spoor zette met zijn eerste werk Ismene en Orestes, twee tragikomedies in berijmde alexandrijnen, de toon voor zijn verdere werk. Hij schreef meerdere hoor- resp. toneelspelen in versvorm, dito vertalingen van Franse toneelstukken, vertalingen van Oscar Wilde en Noel Coward, eigen tragikomedies in alexandrijnen en romans als Kwartsiet, Personen - Personages en De Omhelzing. Te veel om op te noemen.
   Acteur bij Het Nationale Toneel, dat een tournee maakte met de succesvolle voorstelling Design for Living van Noel Coward, opgevoerd in de vertaling van dezelfde Laurens Spoor.
   Vertaalde o.a. De Cid, tragikomedie (1637) van Pierre Corneille (1992, 1999), Cyrano de Bergerac (1897) : epische komedie in vijf bedrijven in verzen van Edmond Rostand (2003). Een ideale echtgenoot van Oscar Wilde. Twee edities tussen 1991 en 2001. Andromache ; Brittannicus ; Phaedra van Jean Racine (1639-1699). Vertaling in onberijmde alexandrijnen van drie noodlotstragedies van de Franse schrijver, 1994. De alexandrijnen van Racine lijken niet makkelijk te vertalen al hoeven ze in het Nederlands niet per se berijmd te zijn. 'Het klinkt misschien pompeus, maar er moet een dichter in je schuilen om een dichter te vertalen.' Pieter Kottmann, NRC 9 nov 1990.
De misantroop van Molière. Drie editiies tussen 1990 en 1994. Komedie.
De mensenhater van Molière. Twee edities tussen 1997 en 2003.
   De auteur Laurens Maurits Augustinus Spoor tenslotte schreef Ismene en Orestes, twee tragikomedies in alexandrijnen (1991), de romans Kwartsiet (1993), Personen, personages (1995), de sleutelroman Dansen op glas (1999), De Omhelzing (2003). Zijn stijl is licht, humoristisch, ironisch, soms cynisch ; met name in zijn verzen is van zijn verzorgd en fraai taalgebruik te genieten.

Britanicus bij het Vlaamse gezelschap De Korre. In 1990 regisseerde Gerardjan Rijnders eveneens een door Laurens Spoor gemaakte vertaling van een tragedie van Racine, namelijk de succesvolle productie Andromaque. In 1991 ontving hij voor deze vertalingen het Charlotte Köhler-stipendium voor de literatuur. Laurens Spoor werkte ook aan de vertaling van Pierre Corneille’s grote drama Le Cid. Naast zijn bekroonde vertalingen van Molière en Racine maakte Spoor ook heel wat vertalingen van Engelstalig theaterwerk; ondermeer van Oscar Wilde, Noël Coward, Alan Ayckbourn . . . NTGent gebruikt voor God van de Slachting (Le Dieu du Carnage van Yasmina Reza) de vertaling van Laurens Spoor.

Spoor over kunstvormen waarin de artist binnen gegroeide of zelfopgelegde regels werkt.
Overdenkenswaard.

Wat intrigeert hem nu zo in deze strak gecomponeerde drama's, waar de vorm, het metrum en rijmschema, de inhoud geheel en al lijkt te beheersen? Spoor: "Er is een verhouding tussen die beheerste vorm en de hevige emoties die eronder schuil gaan. Dit samengaan van twee aan elkaar tegengestelde krachten levert de theatrale spanning op die trouwens voor ieder drama en iedere voorstelling onontbeerlijk is. Toneelspelen is doen alsof, en tegelijkertijd doen alsof je niet doet alsof. Deze paradoxe toestand verleent het aan het publiek vertoonde zijn spanning. Met het rijmschema is er iets dergelijks aan de hand: aan het eind van regel A staat er al iets vast over het eind van regel B. Dat kun je als noodlot zien. Versregels werpen hun schaduw in de volgende regels vooruit, bepalen voor een deel de toekomst.
      Uit toelichting bij Nero, tragedie of komedie? in 2003 door de Toneelvereniging Wetteren/Overbeke.

∼∼∼∼∼∼∼∼ UitVERBORGEN MONUMENT IN DE DICHTERSWIJK, artikel over de tuinmanswoning bij de voormalige villa Veldheim te Zeist in Dichterbij 11/4, dec. 2009.
"Over enkele bewoners die er sindsdien [de vernieling van het landgoed TK] gewoond hebben valt iets meer te vertellen. Van 1948 tot 1952 woonden fotograaf Jan Schatborn en zijn echtgenote Susanna Diehm-Winzenhöler er met hun dochter Käthe. Käthe is vernoemd naar haar tante Käthe Diehm-Winzenhöler, getrouwd met Wim Haasse. Dit zijn de ouders van de beroemde schrijfster Hella Haasse. Wellicht heeft zij hier wel eens gelogeerd".
Ik verwijs voor een foto uit 1910 ('Tuinmanswoning aan het Jan Luykenlaantje') van de fraaie tuinmansvilla naar genoemd artikel.

Susi ging in februari 1934 - eindelijk vrij! - in Den Haag op het adres Tulpenboomlaan 72 wonen. Ze was toen als inspectrice aan de Bijenkorf verbonden. In 1936 hertrouwde ze met Jan (Johannes Barend) Schatborn, *Rotterdam 27 aug. 1914-1992, kantoorbediende bij een brandstoffenhandel, zoon van Pieter Cornelis Schatborn en Petronella Riet. Het echtpaar verhuisde op 20 sept. 1937 naar de Schieweg in Rotterdam, waar dochter Käthe op 5 dec. 1938 geboren werd, het enige kind uit deze verbintenis. Het meisje werd vernoemd naar haar peettante Käthe Haasse-Diehm W.
Zij was mimekunstenares, danseres, regisseur. Men komt haar tegen bij Lurelei, In Holland staat een Riddergoed, de Stichting Support Anne Frank Tree en dergelijke.
  Bovendien zong ze. Ook speelde ze viool en piano. Alle drie zusjes hadden in hun jeugd piano- en vioolles gehad. Suze zou op een recital ooit liederen van Henriette Bosmans gezongen hebben. Bosmans' verloofde, de violist Francis Koene, zou met zijn vriend Cor Kint zeker in het publiek gezeten hebben. Käthe heeft een toegift aan haar opgedragen. Maar sporen van optredens, zoals recensies, ben ik niet tegengekomen. Suze is op 1 jan. 1987 overleden, de laatste van de drie zusjes uit 19e eeuws Frankfurt, vier jaar na Käthe.
   Gerard Jalkes Spoor was via zijn zoon Cees de stamvader van een dynastie artiesten. Maurice Spoor begon aan het toneel maar werd fluitist. Hij trouwde met de zangeres en actrice Suze Diehm. De acteur Will Spoor (*1927 A'dam) is hun zoon. Maurits' zuster Josephine (1868-1961) was van 1894 tot 1903 getrouwd met Willem Royaards, die nog in hetzelfde jaar 1903 de beeldschone actrice Jacqueline Sandberg (1876-1976) huwde.

Voor meer Spoor-naamdragers zie Piet Hein Honig, Acteurs- en kleinkunstenaarslexicon, Diepenveen 1984.

Als geboortedatum wordt in het overlijdensbericht van Susi 6 juni i.p.v. 8 juni vermeld. Het tussenvoegsel 'genannt' in Diehm genannt Winzenhöler duikt hier nog eens op, hoewel Susi op overlijdensberichten van haar zus Käthe en andere familieleden als S. J. Spoor-Diehm Winzenhöler, later S. Schatborn-Diehm Winzenhöler vermeld staat. Toen ze nog niet getrouwd was : S. Diehm Winzenhöler. Voor de aangifte van overlijden zal haar geboortebewijs opgediept zijn – daarop zal D. genannt W. gestaan hebben.

Inline afbeelding 2   Inline afbeelding 4

NRC Handelsblad 28 jan 1983 — — — — — — — — — —   NRC Handelsblad 2 jan 1987

Inline afbeelding 1    

De foto is niet gedateerd. Op de achterkant heeft Käthe aan haar kleinzoon Willem in Australië geschreven :

Inline afbeelding 1

Dear Willem,
many thanks for your letter. I hope that Ingrid will get the cup. Will you write me sometimes please? I don't know if you got already this card from my home, but I haven't got another one. I wanted to thank you for your letter. Much love from Oma !!

Willem en Käthe betrokken het nieuwgebouwde huis op 24 sept 1955. De foto is vermoedelijk na de dood van Willem (1 nov 1955) in voorjaar of zomer 1956 gemaakt ; Käthe schrijft my home i.p.v. our home. Ze heeft nog zes jaar in dit huis gewoond. Käthe was de laatste Haasse in Baarn.

Coll. WHP.

Steijnlaan 2a, Baarn. Soms geschreven Steynlaan. Käthe staat in de tuin. De spaniel is misschien nog van Gerrit († 1950) geweest. De tuin is van de straat gescheiden door een na-oorlogse uitvoering van het typische in Baarn alomtegenwoordige hekwerk.

Will, Käthe's kleinzoon, schreef in 2018 als commentaar bij deze foto :

The letter from Oma talking about Ingrid winning the cup was a letter from Oma to me. I used to write to Oma periodically and in this instance Ingrid and myself were good swimmers, Ingrid one year ahead of me. Ingrid was swimming in her year to win the Girls swimming championship at Bunbury Senior High School, I had told Oma this in one of my letters, Oma was also hoping Ingrid would win, Ingrid came second. I won my year and was the School champion, I also won a bronze medal swimming against the Western Australian students event in Perth the same year.
   Dad taught the three of us to swim in a steel water tank around 1954-55, some 20 feet off the ground, on a timber pole stand, this tank fed water to the gold mine rock crushing plant. When the mine was not operating Dad helped the three of us to the top of the tank, lower us in one by one and then swirl the water around so that we were slowly moving in a circular motion, around the inside of the tank, Dad made sure the tank only held water to our waist high. The three of us were all good swimmers in our younger years, we still are!!

Op 1 dec 1961 verkocht Käthe het huis aan de Steynlaan (landhuis met garage en tuin) dat ze op 27 juli 1956 in eigendom verkregen had. Ze ging naar Amsterdam Buitenveldert, van Boshuizenstraat eerst nr 595 op de tweede verdieping en vervolgens nr 601 op de derde in flatgebouw Jacob van Campen, dat 36 appartementen heeft, verdeeld over zes verdiepingen. Ze had op nr 595 de kans afgewacht op een hogere etage een appartement op het zuiden te bemachtigen. De huisnummers van het appartementengebouw zijn 583 t/m 655 (oneven nummers). Hella woonde in de buurt.

Inline afbeelding 1        Inline afbeelding 2
          Algemeen Handelsblad 14 jan 1961              De Telegraaf 15 april 1961


TE HUUR TE VOORSCHOTEN 2- EN 3-KAMER VERZORGINGSFLATS
die beantwoorden aan de hoogste eisen van geperfectioneerd wooncomfort

Inline afbeelding 1
                     NRC 5 aug 1972

Inline afbeelding 2   

Kijk, die lange pianistenvingers !    Coll. WHP.

De familie De Vries

Johannes de Graaff *22 jan 1815 – ? trouwde 3 mei 1838 te Amsterdam Anna Gerarda Christina van Veen.

Inline afbeelding 1
Dagblad van 's Gravenhage 9 mei 1838

Op 13 oct 1841 werd hun een dochter geboren, Mathilda Catharina.

Inline afbeelding 2
Algemeen Handelsblad 19 oct 1841

Reinier Willem Petrus de Vries sr, 1 mei 1841 – 25 sept. 1919, was bibliofiel, boekverkoper en veilinghouder, stelde een prachtige platen- en kaarten-atlas van oud Amsterdam samen. Hij was een zoon van Jan de Vries (14 jan 1789 – 15 sept 1859) en Atje Trijntje Oetronella Meyjes (10 dec 1797 – 14 juni 1871), en een kleinzoon van Rubertus (Ruard) de Vries, een van de twee firmanten van de in 1785 gestichte boekhandel en uitgeverij Ten Brink en De Vries te Amsterdam. Hij trouwde Alida Halfman. Atje Meyjes was een dochter van Jeremias Meyjes en Henriette Smits.

R. W. P. sr trouwde 19 oct. 1871 met Mathilde Catharina de Graaff (*Valkenburg bij Oegstgeest, 13 oct. 1841, † 15 sept. 1913).   Uit dit huwelijk :

1. Anne Gerard Christiaan, *14 aug 1872, † 18 mei 1936
2. Reinier Willem Petrus (jr), * 3 maart 1874, † 27 mei 1952 Hilversum
3. Christiaan Hendrik Gijsbert, * 19 nov. 1875, † 8 aug 1877
4. Christina Henrietta Gijsberta, * 13 maart 1878, † 12 april 1879
5. Christiaan Hendrik Gijsbert, * 17 april 1880, † 28 maart 1928 Parijs

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 4

Gezinskaart van vader R. W. P. de Vries. Archief van het Bevolkingsregister Overgenomen Delen 1892-1920 (Afgedane Gezinskaarten) NL-SAA-33636369, Stadsarchief Amsterdam.

 1. Anne Gerard Christiaan, *14 aug 1872, † 18 mei 1936.

Antiquair, veilinghouder. Legde het accent binnen de firma van boeken naar antiek en kunst. Hij was bijzonder geleerd, maar een slecht zakenman. Droeg zijn proefschrift 'De Nederlandsche Emblemata' in 1899 op Aan mijne Ouders en aan de nagedachtenis van mijne Grootmoeder en van mijn Oom G. van der Hans.
   In zijn dankwoord memoreert hij voorts “den hulpvaardigen, vriendelijken Th. J. I. Arnold te Gent”.
   Die grootmoeder kan niet de moeder van zijn vader geweest zijn, want die was al voor zijn geboorte gestorven. Blijft over de grootmoeder van moederszijde, Anna Gerarda Christina de Graaff – van Veen, geboren 30 juli 1819 te Amsterdam. Ze is te Amsterdam getrouwd met Johannes de Graaff (*1815- ?), en aldaar overleden op 28 jan 1899, het jaar waarin Anne Gerard promoveerde. Hij is kennelijk naar haar vernoemd.
A. G. C. huwde Helene Seraphia Weitzel op 24 sept. 1908.
                                               Coll. WHP
                 Inline afbeelding 1


Inline afbeelding 1
Bevolkingsregister Leiden, Archiefnr 0516, invnr 1144, aktenr 103, folio 91, Ergfoed Leiden en Omstreken.

De vestiging in de gemeente Leiden (vanuit Valkenburg) heeft plaats 1 mei 1848. Anna Gerarda Christina gaat met de kinderen bij haar moeder (Vos) wonen. De scheiding is vermoedelijk in 1860 definitief. Er staat hier achter Anne Gerarda Christina een W (weduwenstaat), was er geen mogelijkheid S in te vullen ? Was hij in 1845 overleden ? In 1848 schreef zijn ex-vrouw zich in Leiden als weduwe in. Een overlijden is dus niet uit te sluiten al is een sterfdatum niet te vinden.

Inline afbeelding 2
 Registratiecode: VFADNL039692, blad 10, CBG.

De sterfdatum van Johannes de Graaff is nergens te vinden. Zou hij tijdens of na deze scheiding naar het buitenland zijn vertrokken ?

Inline afbeelding 1
Registratiecode: VFADNL039692, blad 11, CBG

Inline afbeelding 1
Registratiecode: VFADNL039692, blad 14, CBG

Anna Gerarda van Veen is weduwe van ds M. van Veen, niet van Johannes de Graaff.

Inline afbeelding 6

Inline afbeelding 8
1860.    —  Registratiecode: VFADNL039692, blad 17, CBG.

Inline afbeelding 5
Algemeen Handelsblad 2 febr 1899.

Voor zijn onderzoek was A. G. C. in universiteitsbibliotheken, openbare bibliotheken en prentverzamelingen in o.a. Gent te vinden. In de zomer van 1898, bijna een jaar voor zijn promotie - 10 mei 1899 -  nam hij Seraphia Weitzel mee naar Gent. De firma Dr. De Vries gleed na 1928 af tot de grauwe middelmaat. In 1934 werd het faillissement uitgesproken. Nog even heeft Gerard de Vries in april 1935 tevergeefs geprobeerd veilingen op te zetten. Na een auctie van 14 mei 1936 kwam hieraan een einde. Vier dagen later op 18 mei 1936 overleed de Vries op 63-jarige leeftijd.
   Hij is evenals zijn vrouw Helene Seraphia begraven op Zorgvlied.
   Bij de begrafenis sprak de enig overgebleven broer R. W. P. de Vries Jr. een dankwoord.

Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 2

                        Alg Hbl 26 sept 1934                                                    Het Vaderland 20 mei 1936

2. Reinier Willem Petrus (jr), * 3 maart 1874, † 27 mei 1952 Hilversum. Graficus, schilder, lithograaf, tekenaar, pastellist, kunstcriticus, ontwerper, vervaardiger van houtsnedes, tekenleraar middelbaar onderwijs. Was kunstcriticus voor o.a. Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift en diverse andere week- en dagbladen; van 1913 tot 1935 leraar tekenen aan de Gemeentelijke H.B.S. te Hilversum. Ontwierp boekbanden en affiches en was auteur van diverse boeken over kunst en kunstenaars. Werkzaam geweest in Amsterdam, Utrecht, Hilversum, Brugge, Antwerpen. 

3. Christiaan Hendrik Gijsbert, * 19 nov. 1875, † 8 aug 1877.

4. Christina Henrietta Gijsberta, * 13 maart 1878, † 12 april 1879.

5. Christiaan Hendrik Gijsbert, * 17 april 1880, † 28 maart 1928 Parijs. In 1908 toegetreden tot de firma de Vries speciaal ten dienste van de kunstveilingen. Bleek ongeschikt als zakenman. In 1926 werd de zaak uitgekocht. Chris begon een antiquariaat in Parijs, maar dat mislukte. Op 28 maart 1928 benam hij zich het leven.

Op 19 oct. 1911 werd te Amsterdam in grootse stijl feestgevierd t.g.v. het 40-jarig huwelijk van Reinier Willem Petrus de Vries en Mathilda Catharina de Graaff.

Inline afbeelding 9

Telegram 19 oct 1911 van CLAR WEITZL uit Hanau. HERZLICHE GLUECKWUENSCHE ZUM HEUTIGEN TAGE. Ook is een felicitatieschrijven van Sander Bijl de Vroe (verloofd met Lily Diehm-Winzenhöler) bewaard gebleven, een telegram van Nel Lansberg, en, niet alleen van dit feest, vele menu's.
Coll. Fam. De Vries nr 9231-2.1.13-48-50, Stadsarchief Amsterdam.
  Het afgebeelde telegram kan niet van [A.] K. E. Weitzel-Altmann afkomstig zijn. Had zij dan een schoonzus Clara Weitzel in Hanau, 25 km ten oosten van Frankfort am Main ? Er was een Johanna Weitzel *18 april 1875 † .... Is Johanna zich Clara Johanna gaan noemen ? Vgl. Käthe Elisabeth Altmann, die zich Anna ging noemen, en Seraphia Weitzel, die zich Helene ging noemen. Anne de Vries liet zich met zijn tweede voornaam Gerard aanspreken.
  Nel Lansberg zou Cornelia Lansberg kunnen zijn, *26 juli 1863 Den Haag, apothekeres, heeft laatstelijk in Rotterdam gewoond, is op 26 oktober 1942 in Auschwitz gestorven. Haar telegram is om 8.27 u. 's avonds in Amsterdam opgegeven.

Inline afbeelding 1
Links Oom Gé (Anne werd Gerard, Gé genoemd), (broer van R. W. P. Jr.), Käthe en Helene.

Inline afbeelding 2
Coll. Fam. De Vries nr 9231-2.1.13-45-46, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 1
De Telegraaf 2 juli 1936

Bron van inkomsten en uitgaven boedel 18 mei 1936. Coll. Fam. De Vries nr 9231-2.1.13-58, Stadsarchief Amsterdam.
Kladje van de persoonsgegevens van de zusjes – erfgenamen :

Inline afbeelding 14

NB: de oudste zus wordt in dit erfgenamen-lijstje met de spelling Lilly vereerd. Het was toch echt Lily.
Bij de begrafenis waren aanwezig / tekenden 22 personen het condoléance-register, grotendeels onleesbaar.

Inline afbeelding 4                

 

Mevr. Bijl de Vroe en kinderen


Bloemstukken van


Mw. de Vries

Mw. v Meulenhof

Mw. van Trier

Mevr. Rijkaart

Paula Kralicek


Inline afbeelding 2
R.W.P. DE VRIES, Secretaris van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap 1876 - 6 Mei - 1901. Reinier Willem Pieter de Vries (1841-1919). Boekverkoper; veilinghouder; stelde een fraaie Atlas van Amsterdam samen.
Vervaardiger : Jan Veth, Collectie Atlas Dreesmannn, Beeldbank Stadsarchief Amsterdam, Afb.bestand 010094007880




D I S C O U R S   W I L L E M  II  &  III 

In Zwanen schieten probeert HSH aannemelijk te maken dat zij zowel van een Oranje (prins fl of Willem III) als ook van een Bataafse zeeheld (Braak) afstamt, en dat haar moeder de dochter van Anne Gerard de Vries is. Sommige familieleden geloven in een of meerdere van deze afstammingen, andere niet. Ook in het duo Klomp - Kramer liggen de meningen verdeeld. De Vries laten we nu even buiten beschouwing en willen hier de (on)mogelijkheden van Oranje en Braak na gaan en komen dusdoende met twee interessante hoofdstukken uit de vaderlandse historie in aanraking.

W I E   I S   W I E  ?

 

Nadat in 1815 Lebrun en een groot deel der Franse troepen Holland verlaten hadden staken Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum de koppen bijelkaar en vormden op 17 nov. 1813 een Voorlopig Bewind.

   Dit Driemanschap nam 0p 20 november 1813 in Den Haag per proclamatie het landsbestuur op zich. De volgende dag werd per proclamatie het Soeverein Vorstendom der Vereenigde Nederlanden uitgeroepen, onder leiding van het "Algemeen Bestuur der Vereenigde Nederlanden, in naam van den Prins van Oranje". "Alle landgenooten worden ontslagen van hun eed van trouw aan den Keizer der Franschen".

   De drie staatslieden nodigden de in Nederland vrijwel vergeten Prins van Oranje, de latere Koning Willem I der Nederlanden, per brief uit om naar 's-Gravenhage te komen en als "soeverein vorst" de regering op zich te nemen, teneinde zo een anarchie te voorkomen. Na aanvankelijk geweigerd te hebben stemde Willem toe. Een Brits fregat bracht hem op 30 nov. 1813 naar Scheveningen. Op 1 dec. werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, op 2 dec. ondertekende hij het accoord. De internationale erkenning van Willem I als vorst kwam tot stand bij het Congres van Wenen (1814-15), onderbroken door de ontsnapping van Napoleon uit Elba. Zijn veldtocht eindigde in juni 1815 met Quatre-Bras, Waterloo en opsluiting op St. Helena. Het Congres werd nu goed wakker. Frankrijk moest omringd worden door een aantal sterke staten om te voorkomen dat het land nogmaals een veroveringsoorlog zou beginnen. Daarom werden Nederland en België in 1815 samengevoegd tot het Koninkrijk der Nederlanden.

 

•• Willem I Willem Frederik *Den Haag 24 aug 1772 - † Berlijn 12 dec 1843, eerste Koning der Nederlanden, 1813 – 1840 uit het huis Oranje-Nassau, Groothertog van Luxemburg. Hij was de eerste kapitalistische heerser van Europa, hij was ondernemer die investeerde in grote nationale projecten (o.a. eerste stoomboot, eerste stoomlocomotief). Toch kwam het in 1830 evenals bij de Juli-revolutie in Parijs, waar de opera La muette de Portici al een Bourbon van de troon geworpen had, tot (georganiseerde) rellen, opstand en afscheiding der zuidelijke Nederlanden. Het definitieve verdrag over de Belgische onafhankelijkheid ondertekende Willem I eerst in 1839. Hij ervoer dat als een persoonlijke nederlaag en trad mede daarom in 1840 af.
Hij huwde in 1791 zijn volle nicht Frederica Louisa Wilhelmina van Pruisen *Potsdam 18 nov 1774 - † Den Haag Paleis Noordeinde 12 oct 1837. Kroonprins Willem II was hun zoon.
Hertrouwde in 1841 (met pauselijke dispensatie) Henriette Adrienne Louise Flore d'Oultremont de Wégimont *Maastricht 28 feb 1792 - Laurensberg (Aachen) 26 oct 1864.


•• Willem II Willem Frederik George Lodewijk *Den Haag 6 dec 1792 - † Tilburg 17 mrt 1849, Prins van Oranje-Nassau, 1840 – 1849 Koning van Nederland, Groothertog van Luxemburg. Zijn beslissende rol in de strijd tegen Napoleon bracht hem de bijnaam 'Held van Waterloo'. Opperbevelhebber v/h Nederlandsche leger in de Tiendaagsche Veldtocht. Zijn broer Frederik was sinds 1826 minister van Oorlog en richtte de Kon. Mil. Ac. te Breda op. De broers bewaakten en versterkten 1830-39 de grens met België. Legerhoofdkwartier in Tilburg.
    Tijdens Willem's regering werd een liberale grondwet aangenomen (1848) die de macht des konings aanzienlijk beperkte. Reden : hij zou chantabel geweest zijn.
Huwde 21 feb 1816 Anna Paulowna Romanova te Sint-Petersburg, de dochter van de Russische tsaar (*Gatsjina 18 jan 1795 † Den Haag 1 mrt 1865). Ze sprak beter Nederlands dan haar man, die in Engeland opgegroeid was. Frederik sprak aanvankelijk alleen Duits.


•• Willem III Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk *Brussel 19 febr 1817 - † Apeldoorn 23 nov 1890, Prins van Oranje-Nassau, 1849 – 1890 Koning der Nederlanden, Groothertog van Luxemburg. Bijnaam "Koning Gorilla".
Hij huwde 18 juni 1839 te Stuttgart Sophia Frederike Mathilde von Württemberg *Stuttgart 17 juni 1818 - † Wassenaar 3 juni 1877. Hun drie zonen Wiwill, Maurits en Alexander stierven in 1879, 1879 resp 1884.
Hertrouwde 1879 de 41 jaar jongere Adelheid Emma Wilhelmina Theresia van Waldeck-Pyrmont *Arolsen 2 aug 1858 - † Den Haag 20 mrt 1934. Bad Arolsen ligt 100 km ten oosten van Dortmund. Door in 1880 het leven te schenken aan Wilhelmina hield zij de dynastie in stand.

 

•• Wiwill Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik *Den Haag 4 sept 1840 - † Parijs 11 juni 1879, Prins van Oranje-Nassau. Deze troonopvolger zou volgens de familie-overlevering de vader zijn van Cornelia Francisca Braak (oma Cor), geboren 1861. Niet onmogelijk. Een DNA-test zit er voorlopig niet in, gezien het feit dat de Oranjes i.t.t. het Britse vorstenhuis de Russen niet terwille wilden zijn bij de identificering van opgegraven botten die vermoedelijk van de Romanovs waren. Afbeeldingen kunnen op lichamelijke gelijkenissen onderzocht worden, maar tot een harde conclusie leidt dat niet. De anonieme giften en ondersteuning die W3 en W4 ontvingen passen in het beleid dat de Oranjes t.a.v. hun bastaarden voerden. Daarover meer in de Aanhang.

 


J. W. Pieneman, La bataille de Quatre-Bras (de slag bij Quatre-Bras) in de Waterloozaal van paleis Soestdijk.Beeldbank.
Cultureel Erfgoed


Voorstudie voor het grote doek Quatre-Bras, 10 x kleiner. Olieverf op doek. 1817-1818. h 54 cm x b 77 cm.
Prins Willem II is op precies dezelfde plaats links van het midden geplaatst. Voor beide doeken geldt h : br = plm 1 : 1,4. Dit gegeven is is van belang omdat het verhaal gaat dat Pieneman een reep van het schilderij moest afsnijden. Hij zou de wandbreedte niet goed opgemeten hebben.
Rijksmuseum Amsterdam


Leeuwarder courant 2 oct 1818


Arnhemsche courant 21 jan 1819


Nederlandsche staatscourant 22 juli 1819

J. W. PIENEMAN pinx F Waanders lith , La bataille de Quatre-Bras par J. W. Pieneman. Den Haag, C.W. Mieling. 54 x 76 cm. Lithografie in zwart-wit op chine, beeldformaat 38 x 55 cm. Franstalig onderschrift. Zwaar lithopapier. Op de steen gebracht door Frans Waanders.  Coll. TK. Foto EK.
   Prachtige lithografie naar het schilderij van Jan Willem Pieneman (Abcoude, 4 nov 1779 – Amsterdam, 8 april 1853) ter gedachtenis van de Slag bij Quatre-Bras, 16 juni 1815, het grote wapenfeit van de Prins van Oranje, de latere koning Willem II. De faam die dit schilderij genoot werd nog eens onderstreept doordat Waanders er 25 steendrukken van maakte in 1853, na het overlijden van Willem II. Franciscus Bernardus Waanders was etser, graveur (prentmaker), lithograaf (Amsterdam 26 mei 1809 - den Haag 29 dec 1880). C. W. Mieling (1815-1903) drukte de prent.
   De afmetingen 54 x 76 cm verhouden zich nog steeds als 1 : 1,4.

J. Scheltema, Beschrijving v. h. groote schilderstuk van J. W. Pieneman. Amst. 1818. 24. In de voorrede wordt eene plaat van de schilderij eenigszins beloofd, die is echter toen niet verschenen."
  Nederlandsche Historieplaten F. Muller, 1879.

In de Aanhang zijn genealogische aantekeningen over het schildersgeslacht Pieneman te vinden, waarvan Jan Willem Pieneman (1779-1853), Nicolaas Pieneman (1809-1860), Nicolaas Pieneman (1853-1945) en Johanna Hendrika Pieneman (1889-1986) de bekendste zijn.

Afbeeldingsresultaat voor Pieneman Quatre Bras Afbeeldingen                   

1. W. Pieneman La bataille de Quatre-Bras (schilderij) zoals het in de Waterloozaal van paleis Soestdijk te zien is. Geschilderd 1817 - 1818, olieverf op doek op paneel. Afm. h 5,67 m × b 8,23 m. Tentoongesteld in Amsterdam 28 sept 1818, medio jan 1819 in den Haag 1819, en 17 juli 1819 in het jachtslot Soestdijk (gemeente Baarn) geplaatst. Het schilderij is aan een schoonmaak- en herstelbeurt toe.
    Beeldbank Cultureel Erfgoed.
2. Het 'oude' bronzen standbeeld van Willem II op de Grote Markt in Tilburg. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
   Den Haag verving het beeld door een replica van het ruiterstandbeeld van Willem II in Luxemburg. De 'oude' Georges werd aan de gemeente Tilburg, waar Willem II gestorven en begraven was, verkocht voor duizend gulden, exclusief zo’n zevenduizend gulden voor de kosten van demontage, vervoer en wederopbouw. De onthulling op de Heuvel vond plaats in 1924 door koningin Wilhelmina.
Video: Onthulling van standbeeld in 1924 op YouTube


          iziTravel

 

Wexy, opgezet in 1839 (Koninklijk Huisarchief)
Koninklijk Huisarchief.

Links het 'nieuwe' standbeeld van Willem II. Rechts Wexy, het paard van prins Willem, dat hij in de slagen van Quatre-Bras en Waterloo bereed. in de Slag bij Waterloo werden man en paard tegelijk gewond. De prins kreeg een musketkogel in zijn schouder, 'Wexy' een kogel in het linkerachterbeen. Beide overleefden de slag en Wexy ging met pensioen op de stoeterij van de Prins bij het paleis in Tervuren bij Brussel. Willem II liet zijn geliefde paard, nadat het op het op 38-jarige leeftijd was overleden, villen door Jacques Kets – de latere oprichter van de Antwerpse Zoo –, waarna de geprepareerde huid op een houten raamwerk werd vastgelijmd. Wexy kreeg een plaats in de Koninklijke Stallen.

Het nieuwe standbeeld van Willem II is in 1924 in den Haag op het Buitenhof geplaatst. Sinds 1853 stond daar het standbeeld van koning Willem II gemaakt door Edouard François Georges. Maar dat is in 1924 naar Tilburg verhuisd, waar Willem II in 1849 overleden is. Georges' beeld overziet nu het Marktplein in Tilburg. Het is een replica van het ruiterstandbeeld op de Place Guillaume II (het Willemsplein) in Luxemburg uit 1884, dat door Antonin Mercier (Mercié) uit Parijs ontworpen en vervaardigd is.
   Dat het koningshuis na 1813 snel aan populariteit won, was niet zozeer te danken aan koning Willem I maar veeleer aan zijn zoon prins Willem (Guillaume, Guillot), die hem in 1840 als koning Willem II zou opvolgen. Willem Frederik George Lodewijk (Den Haag, 6 december 1792 – Tilburg, 17 maart 1849) werd in 1815 de held van de gevechten bij Quatre-Bras en Waterloo, waarbij Napoleon, die van Elba teruggekeerd was, definitief verslagen werd. Kort daarvoor was al overwogen om niet zijn vader maar hemzelf tot koning van de Nederlanden uit te roepen.

Die heldenstatus was nu eens niet overdreven. Hij toonde zich onverschrokken. Zelfs Napoleon prees hem vanuit Sint-Helena waar hij gevangen zat: ‘De Prins heeft bewezen een génie de la guerre te bezitten. Alle eer van deze veldtocht komt hem toe. Zonder hem zou het Britse leger vernietigd zijn voor het slag had kunnen leveren.’

The Guillaume II statue
hotelsimoncini.lu

Het standbeeld van Willem II te Luxembourg

Detail van het bronzen ruiterstandbeeld op Place Guillaume II, 1884. Willem II regeerde van 1840 to 1849. Een jaar voor zijn dood schonk hij het Groothertogdom Luxemburg zijn eerste parlementaire grondwet, een van de meest liberale constituties in het Europa van die tijd.
    De Fransman Antonin Mercié (ook geschreven Mercier, 1845-1916) kwam over uit Parijs om de figuur van de ruiter gestalte te geven. Victor Peter (1840-1918) nam het paard voor zijn rekening.
    Op het voetstuk van het monument staan de wapenschilden van het Huis van Oranje-Nassau en de stad Luxembourg afgebeeld, alsmede die van de twaalf cantons van het Groothertogdom. Een exacte replica van dit standbeeld inclusief de sokkel is in 1924 in den Haag opgericht.


Het bronzen standbeeld van Georges op het Buitenhof in den Haag, geplaatst 1853. Staalgravure door G. M. Kurz naar een tekening van L. Rohbock. Op de vier hoeken van het hardstenen voetstuk staan vier allegorische figuren die Koningschap,Wetgeving, Wetenschap en Kunsten en Welvaart voorstellen.
Ingebeiteld zijn de plaatsen waar Willem als bevelhebber overwinningen behaalde:
Badajoz, Vittoria, Ciudad-Rodrigo, Salamanca, Quatre-Bras, Waterloo, Hasselt, Bautersem en Leuven.
Gerrit Benjamin van Goor (1815-1871, boekhandelaar, drukker) liet de prent afdrukken in Het koningrijk der Nederlanden, voorgesteld in eene reeks van naar de natuur geteekende schilderachtige gezigten, Johannes Leonardus Terwen, Gouda 1858.

 

Geheugen van Nederland
Foto uit 1922

DIT IS HET STANDBEELD
van
Z. M. KONING WILLEM II

Het was de wensch der Natie den geliefden Vorst
een gedenkteeken als dit te stichten.
Daartoe bragt zij vrijwillig hare bijdragen aan.
De uitvoering van dit Monument droeg zij op aan eene Commissie,
die het beeld in November 1853 plegtig onthullen deed.

De namen der 15 Commissieleden zijn o.a. in de berichtgeving van de Delftsche courant 17 mei 1924 te vinden.


Delftsche courant 17 mei 1924

Uit de kranten blijkt dat na het overlijden van Willem II in 1849 besloten werd Waanders een litho van Pienemans Bataille de Quatre-Bras te laten maken. Men kon daarop intekenen. De opbrengst zou een substantiële bijdrage vormen aan de som gelds die nodig was om een standbeeld voor Willem II op te richten. De prent verscheen in 1853 in een oplage van 25 stuks. F. Muller schreef in 1879 in Nederlandsche Historieplaten dat de Quatre-Bras litho voor de Gedachtenisfeesten in 1865 vervaardigd was. Vergissing. Dat was de Waterloo-litho. Die werd in 1865 in advertenties aangeboden.


Algemeen Handelsblad 2 april 1849

   
Nieuwe Utrechtse Courant 11 april 1849                      De Curaçaosche courant 28 juli 1849




Algemeen Handelsblad 11 nov 1853


Rotterdamsche Courant 25 maart 1854

WATERLOO litho in 1865 :


Nieuwe Rotterdamsche Courant 7 febr 1865

In 1854 werd op het Buitenhof in Den Haag een bronzen standbeeld van koning Willem II opgericht, naar een ontwerp van E. F. Georges. Den Haag verving het beeld in 1924 om onbekende reden door een replica van het ruiterstandbeeld van Willem II in Luxemburg uit 1884. Georges' standbeeld werd aan de gemeente Tilburg verkocht – Willem II was daar op 17 maart 1849 gestorven (en in Delft begraven) – voor duizend gulden, exclusief zo’n zevenduizend gulden voor de kosten van demontage, vervoer en wederopbouw. De onthulling op de Heuvel vond plaats in 1924 door koningin Wilhelmina.
    In 1993 werd het beeld verwijderd in verband met de aanleg van een ondergrondse fietsenkelder. In de voet van het beeld werd een loden doos uit 1924 aangetroffen met daarin twee boeken over Willem II en twee loden afdrukken van de penning die bij de onthulling was uitgegeven. Na restauratie werd het beeld in 1996 herplaatst.
   In 1996 werd door burgemeester Brockx in de sokkel een plexiglazen kist met daarin een laptop en CD-rom ingemetseld. Hierop staan actuele gemeentelijke beleidsdocumenten en historische informatie. In 2009 werd het beeld verplaatst naar de noordzijde van het heringerichte plein.
           Onder gebruikmaking van gegevens uit het Regionaal archief Tilburg.

In 1830 maakte België zich los uit het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Koning Willem I (1772-1843) vond dat hij als koning mislukt was als hij daarmee instemde. Noord-Brabant werd weer grensgebied, tot 1839 door tienduizenden soldaten bewaakt. De Prins van Oranje, de latere Koning Willem II (1792-1849) zwaaide samen met zijn broer Frederik (1797-1881) het bevel over de troepen en verbleef zodoende vaak lange tijd in de garnizoensstad Tilburg. Willem had een huis aan de Tilburgse Markt, dat het ‘oude paleis’ werd genoemd. Toen hij na de troonsafstand van zijn vader in 1840 zelf koning werd, was hij nog steeds veel in Tilburg te vinden, mede doordat Brabant ook na 1839 militair een belangrijke rol bleef spelen door de vele kazernes en oefenterreinen in de provincie. Na zijn troonsbestijging in 1840 was de stad in feite de tweede koninklijke residentie. Willem gaf in 1847 opdracht er een paleis te bouwen, waarmee de ‘koninklijke’ status van de stad bevestigd werd. Het paleis zou uiteindelijk het raadhuis van Tilburg worden.

Afbeeldingsresultaat voor afbeelding overlijden Willem II in Tilburg
Koning Willem II ontslapen in 'het oude paleis'. Regionaal archief Tilburg, foto nr 036013.

In de naamgeving van de oudste voetbalvereniging van de stad werd het belang van de koning voor Tilburg nog eens onderstreept: ze ging al snel Willem II heten.
Bron nog te evalueren Brabants Erfgoed / artikel Koning Willem II en Tilburg door Wouter Egelmeers 3 oct. 2017.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------

WILLEM III, Koning Originele foto met signatuur (1861) van koning Willem III der Nederlanden (1817-1890). Ovale foto (grootste maten 210 x 160 mm, beeldformaat max. 95 x 87 mm) op karton geplakt, waaronder de koning in potlood schreef: 'Het Loo 8 Februarij 1861' gevolgd door zijn handtekening, 'Willem'. Aan de achterkant met rond etiketje: 'R. Severin de Dusseldorf/ Photographe de plusieurs Cours/ Noordeinde 109 à La Haye'. Vooral aan de achterzijde is het karton ongelijk verbruind. De foto heeft enkele kleine vlekjes en krasjes. De ondertekening is vaag.
   Koning Willem III liet zich begin 1861 door Severin fotograferen. De in 1839 geboren fotograaf had zich in september 1860 aan het Noordeinde gevestigd. Coll. TK.

          


 H  e  t     L  o  o             8    F  e  b  r  u  a  r  ij    1  8  6 1
W  i  l  l  e  m

Francisca Braak (oma Cor, geboren 1861) zou een achterkleindochter van de stadhouder-prins, de held van Quatre-Bras en Waterloo, de latere koning Willem II geweest kunnen zijn.

E I N D E   D I S C O U R S   W I L L E M  II  &  III 

 


m
De afstammingslijn Haasse

Alle afb. Coll.WHP.



W1  1816 W.H.   Haasse 1816 – 1899 Wilm, Willem Nieuwkoop – Rotterdam
W2  1860 W.H.J.   Haasse 1860 – 1935 Willem Rotterdam  – Baarn
W3  1889 W.H.   Haasse 1889 – 1955 Willem Rotterdam  – Baarn
W4  1921 W.H.J.   Haasse 1921 – 2008 Wim / Willem / Will Rotterdam  – Bussington
W5  1948 W.H.   Haasse 1948 Willem / Will Den Helder
W 1974 R.W.   Haasse 1974 Ryan William Geraldton
W7  2009 W.A.   Haasse 2009 Willem Alexander Subiaco

 

De stamboom van de Haasses vóór W2 (1860) was nogal mistig, ook voor de familie zelf. Zie Persoonsbewijs van HSH. Bij de lijn Braak was zelfs de periode tot 1900 ontoereikend in kaart gebracht. Wij hebben hier enige klaarheid kunnen brengen door archiefonderzoek van Ellen Klomp en documenten die Wim W4 verzameld had.
   Beginnen we met een los stukje uit de genealogische legpuzzel. De schrijver is onmiskenbaar van Duitse afkomst en kan geïdentificeerd worden als David Karel Fischer/Visser. De onbekende die het origineel op een oude schrijfmachine overgetikt heeft is vermoedelijk Wim Haasse W4. Gerlingenhausen moet Gerlinghausen zijn, nog geen 40 km ten oosten van Keulen. W4 heeft geen raad geweten met Anabrug en er een vraagteken achter getypt. Er heeft oorspronkelijk gestaan Annaburg (de n met een streepje erop = nn, zogoed als Haasƒe = Haasse), een plaats halverwege Leipzig en Berlijn.

Inline afbeelding 1

. . . om veeler . . . de Armee verlaten en in Osnabruk als Tinnegieter gesel gear[beit] bij de Ster Senat :  . 7 . 2 jaar gewerkt vandaar weerom n a a r [H O L] L A N D  en na  A m s t e r d a m  gereist en gewerkt voor Knegt [bij den] Tinnegieter Meester Krul, daarna bij eene Gerlingenhuijsen ben [tevens] ANNO 1761 d. 12 Dec getrouwt met Margretha Agneta Lethmades (....) in Anabrug (?) warbij mijn deeze kinderen gebooren syn Anno 1762 de . . . Nov des avonts half 11 uur is mijn vrouw in 't kraam bevallen van een zoon  en den 14 dito gedoopt en de naam ontfangen Lodewijk.
Anno 1764 . . . July 's morgens de 3 uur is mijn Vrouw in kraam bevallen van onse 2te zoon en den 25 dito gedoopt en heeft de naam Johann Christoffel ontfangen.
Anno 1771 den 15 Aug. namiddag te 4 uur is mijn vrouw in 't kraam bevallen van een Dogter den 19 d[i]to in de Doop den Naam Anna maria ontfangen.
Anno 1773 d. 3 Nov. 's morgens half 11 uur is mijn vrouw bevallen van een 2te Dogter en den 5 dito in heil. Doop den Naam MARIA ELISABETH ontfangen.
Anno 1773 den 11 Dec. des morgens half 6 uur is mijn getrouwe Huijsvrouw Margretha Agnesa in een schielijke overvall gestorven en den 15 Dec. op het Antonies Kerkhoff begraven na dat ik met haar in Vreede en goeder Egt en trouwer liefte met malkanter geleeft hebben 12 jaar weniger 1 dag.


----------------------------------------------------------------------------------------------

Aanteekening van een der zoons :

"Int jaar 1786 is mijn eerwaar : Vaader overleeden den 2den Januwary op maandag. En den 8ste op het Kattuyzers kerkhof begraave. En de 10de Januwary ben wij in het L.w.huys gekoome en mijn broer is in het burgerweeshuys gekoomen."

-----------------------------------------------------------------------------------------------


Inline afbeelding 1

          G E L IJ K H E I D, V R IJ H E I D, B R O E D E R S C H A P.
De Colonel GELDERMAN,
Commandérende de 3e halve BRIGADE, in dienst der Bataafsche Republicq, verleent bij deezen aan Johannes Haasse, gedient hebbende, den tijd van Negen Jaaren, Negen Maanden, en twee en dertig Dagen, als Corporaal onder het Rgt Westerlo en 3e Bataillon van de 3e halve Brigade, zyne eerlijke Paspoort, hem bedankende voor zyne getrouwe Diensten, gelijk hy ons bedankt voor goede Betaaling. Verzoekende denzelven overal vrij en onverhindert te laaten passeeren en repasseeren.
Aldus gedann te Hoorn den agttienden May 1801 Het zevesde Jaar der Bataafsche Vryheid.  |  DE COLONEL | J. Gelderman
Uitgegeven door my Lieutenant Colonel Commandeerende het voornoemde Battaillon.    G. W. A. [?] Backer

Aanvraag toelating in Australië 16 jan. 1946 door W. H. Haasse senior [W3], met zijn handtekening in oude schrijfwijze (Haasʃe), die in de 19e eeuw nog algemeen gebruikt werd. Voorbeeld : De Amsterdamsche Mercurius V,1 (1809) vermeldt op pag. 65 het overlijden op 7 juli van Willem Carel Haasse op 16-jarige leeftijd als volgt :

Overlijdensbericht Willem Carel Haasse



Inline afbeelding 2

Römersberg
Johann Hering Lörenden Erfürth | Georg Adam Haasse | Rosamund Schröder | Johannes Saul | Helga Bruyn Yvonne .......
Summa 26 Kinder


Inline afbeelding 4

—   —   —    —   —  Im O[st] Weinberg | a 1778 | Johann George Dietshausen | Christoph Hille | Andreas, Anna Catharina Schröderin | Johannes Haasse | Johannes Knieß | Johann Conrad Eckhardt geb. am 30. 2. 1710 . Plaatsnaam.

Inline afbeelding 5

1781 Töchter   6) Anna Catharina Haaße | Summa 5 Töchter und überhaupt noch 4 Kinder

Inline afbeelding 6

1786 Töchter | 1. Anna Eva, Curth Haße Tochter

Inline afbeelding 7

Anno 1732 Johann Christoph von Haa | ßen ... ... bei der E...t gebohren, baptizabat ..... gestorben | Konf. 1746 | E90 et

Inline afbeelding 9


Inline afbeelding 11

Baptizati 1777. D. 1tn juli ist in Römersberg Hans Curth Haaße eine Tochter gebohren : wurth getauft d. 12 ..... Gedellerin war Anna Eva Loewenstein in Kinderwurf. Vocebat Anna Eva.

Inline afbeelding 12

Inline afbeelding 13


Johannes Haasse *1759 in Plüderhausen bij Stuttgart, †14 jan 1845, trouwde op 6 mei 1804 met Maria Elisabeth Fischer, *Amsterdam, †Harmelen. Beiden kwamen uit Duitsland. Maria Fischer werd Maria Visser, Haasse bleef Haasse.
Uit dit huwelijk sproten
Maria Elisabeth Haasse *Amsterdam 1810, tr 13 mei 1834 Arij Jacob van Wijngaarden (1810-1882), †Nieuwveen ; en
Willem Hendrik Haasse *Nieuwkoop 29 juli 1816, tr 30 dec 1857 Geertrui Korpershoek (1815-1898), †Rotterdam.

Inline afbeelding 1

Margretha Angeneta Lethmates Visser, H[uisvrouw] v[an] Carel David Visser op KattenBurg 3k, overl 15 dec 1773, begr St. Anthonis Kerkhof Amsterdam. Huisvrouw, moeder van Maria Elisabeth Fischer, die de 2e echtgenote van Joh. Haasse zou worden.
Begraafregisters voor 1811: NL-SAA-10612392, Stadsarchief Amsterdam.
  De spelling van de naam Lethmates/Letmaats met slot-s is uitzonderlijk en wrs een plaatselijke Nederlandse variant. In Duitsland en later in Nederland vindt men Lethmate, Letmathe, Lethmathe, Letmate, Letmade, Ledmate, Ledmade, Letmaath, Litmathe, Litmaath e.d. In de 17e-18e eeuw een hoogst enkele keer Von Lethmat. Het dorp Letmathe (huidige spelling) is nu een stadsdeel van Iserlohn.
  Onderstaande Anna Maria is een zusje van Maria Elisabeth, ze zijn dochters van Carel David Visser en Margaretha Agnes Letmaats. De kinderen werden Evangelisch-Luthers gedoopt, Anna Maria op 17 aug 1771.

Den 17. Augustus Ds Boonenhuys \ Anna Maria \ vader : Carel David Visser | moeder : Margaretha Agnes Letmaats | Getuigen : Dirk Haanebeek, Anna Maria Nelhuys.

Inline afbeelding 2

Archief van de Burgerlijke Stand : doop-, trouw- en begraafboeken van Amsterdam (retroacta van de Burgerlijke Stand), Doopregister: NL-SAA-23868278, Stadsarchief Amsterdam.

W1 - Willem Hendrik Haasse (1816 - 1899) huwde 11 juli 1840 Neeltje van Eijken (1810 - 1855).
Uit dit huwelijk 8 kinderen :
1) Johannes Haasse, *Nieuwkoop juni 1841, † Rotterdam 10 maart 1860
2) Hendrika Haasse, * Nieuwkoop 1842, † Rotterdam 1 nov. 1899
3) Maria Elizabeth Haasse, *Nieuwkoop 13 jan. 1844, † Nieuwkoop 6 maart 1846
4) Lucas Haasse, *Nieuwkoop 10 jan. 1846, † Nieuwkoop 14 mei 1847
5) Maria Elizabeth Haasse, *Nieuwkoop 21 nov. 1847, † Leiden 1 jan. 1935
6) Neeltje Haasse, *Nieuwkoop [1850], † Tiel 22 mei 1898
7) Wilhelmina Hendrika Haasse, *Woubrugge 27 febr. 1852, † Teteringen 13 juli 1905
8) Jacoba Adriana Haasse, *Rotterdam 11 maart 1855, † Rotterdam 2 april 1855
    Neeltje van Eijken stierf in het kraambed, op 11 maart 1855, de dag waarop zij haar jongste kind, Jacoba Adriana, baarde. Jacoba overleed drie weken later. W1 heeft zijn vrouw en dochter kort na elkaar moeten begraven.

Geertruij Korpershoek (1815 - 1898) was weduwe van G. H. Schupper (1814 - 1853), met wie zij 9 kinderen kreeg :
1. Maria Geertruida Hendrica Schupper *Rotterdam 29 maart 1839, † Ginneken en Bavel 20 jan. 1922
2. Catharina Petronella Schupper *Rotterdam 31 dec. 1840, † Apeldoorn 8 febr. 1922
3. Gerard Hendrik Schupper, *Rotterdam 29 mei 1843, † Rotterdam 1 okt. 1843
4. Petronella Geertruij Schupper, *Rotterdam 28 juli 1844, † 23 mei 1916
5. Gerhard Hendrik Schupper, *Rotterdam 10 april 1847, † den Haag 27 maart 1899
6. Geertruida Hendrika Schupper *Rotterdam 23 maart 1849, † Oegstgeest 4 juli 1927
7. Hendrika Schupper *Rotterdam 7 febr. 1851, † Rotterdam 5 jan. 1930
8. Simon Samuel Schupper, *Rotterdam 27 juli 1853, † Rotterdam 1 mei 1855
9. Maria Elizabeth Schupper, tweeling met voorgaande, *Rotterdam 27 juli 1853, † Rotterdam 17 okt. 1854

W1 - Willem Hendrik Haasse (1816 - 1899) huwde de weduwe Geertruij Korpershoek (1815 - 1898).
Uit dit huwelijk 1 kind :
W2 - Willem Hendrik Johannes Haasse *Rotterdam 11 febr 1860, † Baarn 3 jan 1935

W1 - Willem Hendrik Haasse (1816 - 1899) :
- ✕ 1e Neeltje van Eijken (kregen samen 8 kinderen)
- ✕ 2e Geertruij Korpershoek (kregen samen 1 kind, W2 1860)

W2 - (WH, 1860 -1935). W2 ✕ Cornelia Francisca Braak = oma Cor, kinderen : Geertruij, Nellie en Willem W3)

Geertruij Korpershoek was weduwe van G. H. Schupper, met wie zij 9 kinderen had gekregen

* Catharina Petronella Schupper (1840 - 1922) ✕ Joannes Jacobus Drukker
* Petronella Geertruij Schupper (1844 - 23 mei 1916) bleef ongehuwd

W2 had dus een hele stoet (17 welteverstaan) halfbroers en halfzussen (uit het eerste huwelijk van zijn vader en uit het eerste huwelijk van zijn moeder). Hijzelf was het laatste kind, het enige van W1 en Geertruij Korpershoek.

W2 (1860) scheelde met zijn halfzus Petronella 16 jaar, voor W3 was zij 'tante Pietje'.

Schupper-Korpershoek

W4 had niet alle kinderen gevonden : Geertrui Korpershoek, Willems [W1] second wife, had brought 6 [moet zijn 9] children out of a previous marriage to Gerhard Hendrik Schupper, into the household, five [6] daughters and one [3] son. One [2] of these daughters, named Pietje, never married.
All these children and their numerous offspring, used to come and visit their parents most Sundays after church, which kept the family close. Willem had a large garden behind the house and when the weather was favourable, everybody congregated out there and exchanged family news or talked about the topics of the day.

Uit Haasse Family History 1665 - 1976 Researched and written by WHJ Haasse, 1990.

Inline afbeelding 2         Inline afbeelding 1
Beide Coll. WHP

1. Achterop staat "Tante Anna - van Paps - uit den Haag oud 95 jaar". Johanna Pieternella van Duijn (*Rotterdam 2 juni 1847) was getrouwd met Gerhard Hendrik Schupper, een halfbroer van W2 *1860. G. H. Schupper was dus een oudoom van Hella en Anna Schupper-van Duin een oudtante van Hella. Voor Hella's vader was zij 'tante Anna'. ('Paps' is W3).
2. 1921 WHJ & WHJ (W2 en W4) Rotterdam 1921 kort na zijn geboorte.

Geertruij Korpershoek (*17 april 1815 te Rotterdam – † 26 oct 1898 te Rotterdam) ✕ Rotterdam 7 nov. 1838 Gerhard Hendrik Schupper (*Rotterdam 18 aug. 1814 – † Rotterdam 29 aug. 1853, zoon van Gerhard Frederik Schupper en Maria van der Waal.

Uit dit huwelijk:
1. Maria Geertruida Hendrica Schupper (*Rotterdam 29 maart 1839 – † Ginneken en Bavel 20 jan. 1922) ✕ Rotterdam 18 maart 1863 Leendert van Kesteren (*Kathel en Spaland 21 april 1834), commissaris Loodswezen, † Rotterdam 19 dec. 1907, zoon van Dirk van Kesteren en Sophia van Son. In 1916 naar Teteringen.

— Uit dit huwelijk:
1a. Sophia Geertruida Maria van Kesteren (*Rotterdam 22 dec. 1863) ✕ bij volmacht Rotterdam 6 aug. 1896 Pieter Cornelis Willem van de Rest, *Dordrecht 9 sept. 1863, zoon van Johannes van der Rest en Alida Willemijntje Dieën. Op 6 aug 1896 naar Kraksaän (Java). — Uit dit huwelijk: Alida Maria Cornelia van der Rest, *Kraksaän 21 okt. 1897.
2a. Geertruida Leonora van Kesteren, *Rotterdam 5 juni 1865, † Rotterdam 31 aug. 1866.
3a. Geertruida Leonora van Kesteren, *Rotterdam 27 febr. 1867, onderwijzeres te Streefkerk 1895–1897, te Rotterdam 1897-, te ‘s-Gravenhage 1934, terug in Rotterdam 1954.
4a. Marie Leonora van Kesteren (*Rotterdam 10 jan. 1869, modiste, † Ede 19 febr. 1946) ✕ Rotterdam 8 jan. 1903 Gustav Carl Hermann Krause (*1865 of '66 of '67 Bernsdorf, Pruisen, zoon van Friedrich Krause en Charlotte Königsberg). Krause overleed 24 sept 1911 te 's-Gravenzande. Het huwelijk was door echtscheiding ontbonden.  

       — Uit dit huwelijk:
       1b. Maria Elisabeth Charlotte Krause, *'s-Gravenzande 14 okt. 1903, ✕ 5 juli 1928 Maarten Boll.
       2b. Carl Friederich Krause, *'s-Gravenzande 14 mei 1905, voer na 1925 op de Java-China-Japan lijn.

5a. Leonora Maria van Kesteren, *Rotterdam 16 sept. 1870, † Rotterdam 14 febr. 1875.
6a. Dirk Gerard Hendrik van Kesteren, *Rotterdam 1 okt. 1872, handelsagent, 1905 naar Amsterdam.
7a. Gerarda Hendrika van Kesteren, *Rotterdam 15 jan. 1874, † Rotterdam 26 jan. 1874.
8a. Leonora Maria van Kesteren (*Rotterdam 28 febr. 1875,) ✕ Rotterdam 3 aug. 1899 Evert Hendrik Zöllner (*Rotterdam 25 nov. 1864, kantoorbediende, zoon van Berend Hendrik Zöllner en Everdina Elizabeth Moerman). 1913 naar ‘s-Gravenhage, 1928-1930 in Brussel, 1932 naar Wassenaar, † Wassenaar 8 mei 1952.
— Uit dit huwelijk: Barend Hendrik Zöllner, *Rotterdam 11 nov. 1900, 22 mei 1923 naar Batavia.
9a. Gerarda Hendrika van Kesteren, *Rotterdam 17 sept. 1876, † Rotterdam 23 jan. 1879.

2. Catharina Petronella Schupper (*Rotterdam 31 dec. 1840, † Apeldoorn 8 febr. 1922) ✕ Rotterdam 22 jan. 1868 Joannes Jacobus Drukker (*Amsterdam 20 febr. 1845, hoofd-machinist), † Rotterdam 20 april 1929, zoon van Joannes Drukker en Antje Jacoba Haag.

Uit dit huwelijk:
1a. Antje Jacoba Geertrui Drukker (*Rotterdam 2 juli 1868) ✕ Kralingen 4 febr. 1892 Pieter Hoeneveld (*Rotterdam 3 febr. 1870), achtereenvolgens molenaar, fabrikant, sleper en pensionhouder, faillissement 11 jan. 1901 geëindigd, zoon van Simon Hoeneveld en Stijntje Hartkoorn.

Uit dit huwelijk:
1b. Simon Hoeneveld (*Rotterdam 2 juli 1892) achtereenvolgens kantoorbediende en handelsreiziger, ✕ Rotterdam 4 sept. 1919 Maria Christina van Woerkens (*Rotterdam 4 okt. 1892, dr van Franciscus Jacobus van Woerkens en Huberdina Derks). — Uit dit huwelijk: Pieter Hoeneveld, *Rotterdam 25 febr. 1923.
2b. Joannes Jacobus Hoeneveld, *Rotterdam 18 okt. 1893, † Rotterdam 21 febr. 1895.
3b. Joannes Jacobus Hoeneveld, *Rotterdam 31 jan. 1896, sleper, directeur NV, ✕ Rotterdam 23 juni 1921 Elizabeth Brezet, *Rotterdam 2 mei 1897, dr van Johannes Cornelis Brezet en Wilhelmina Maria Elizabeth Schenk.
        — Uit dit huwelijk:
        1c. Joannes Jacobus Hoeneveld, *Rotterdam 20 febr. 1926.
        2c. Elizabeth Hoeneveld, *Rotterdam 21 nov. 1931.
4b. Stijntje Hoeneveld, *Rotterdam 18 maart 1900, gezelschapsjuffrouw, † Rotterdam 13 juni 1950.

2a. Geertrui Hendrika Drukker, *Rotterdam 16 maart 1870, † Renswoude 12 febr, 1950, ✕ 1e Kralingen 27 maart 1890 Arie Lans, *Rotterdam 24 aug. 1862, † Rotterdam 20 febr. 1901, zoon van Gabriel Lans en Anna de Klerk en wedr van Hendrika Pieternella van Gelderen; ✕ 2e Renkum 28 aug. 1902 Gabriel Lans, *Rotterdam 12 okt. 1853, boekbinder, † Renkum 1 jan. 1930, zoon van Gabriel Lans, schilder, en Anna de Klerk en wedr van 1e Corstina Mijer en 2e Christina Carolina Johanna Woudenberg.

Uit het eerste huwelijk:
1a. Anna Geertruida Hendrika Lans, *Rotterdam 10 maart 1891, † Rotterdam 11 mei 1898.

Uit het tweede huwelijk:
1b. Arie Lans, *Oosterbeek 12 mei 1903, handelaar in manufacturen.
2b. Joannes Jacobus Lans, *Oosterbeek 3 aug. 1904, commissionair.

3a. Catharina Petronella Drukker, *Rotterdam 8 maart 1872.
4a. Johanna Jacoba Drukker, * Rotterdam 12 dec. 1873, ✕ 1e Rotterdam 1 april 1897 Cornelis de Jong, *Hoorn 25 maart 1870 (winkelier, horlogemaker, † Rotterdam 16 jan. 1913, zoon van Lieuwe Fongers de Jong en Cornelia van der Willigen); ✕✕ 2e Rotterdam 30 dec. 1923 (echtsch Rotterdam 26 nov. 1929) Pieter Hannik, *Rotterdam 2 okt. 1871, onderwijzer, leraar Duits HBS, zoon van Samuel Hannik en Maria Diepenhorst en gesch. echtgenoot van Johanna Voogd; hij ✕✕✕ 3e Rotterdam 24 dec. 1929 Johanna Beck. In 1930 naar Soest.
— Uit het eerste huwelijk: Cornelis de Jong, *Rotterdam 31 maart 1905, graanhandelaar.
5a. Joannes Drukker, *Kralingen 14 sept. 1876, † Kralingen 31 dec. 1876.
6a. Joanna Drukker, *Kralingen 27 jan. 1878, † Kralingen 31 jan. 1878.
7a. Willem Hendrik Drukker, * Kralingen 11 dec. 1878, † Kralingen 4 sept. 1879.
8a. Joannes Drukker, tweeling met voorgaande, *Kralingen 11 dec. 1878, achtereenvolgens melkverkoper, 2e controleur Drinkwaterleiding en meteropnemer, ✕ Rotterdam 21 nov. 1901 Maria Valk, *Kralingen 10 maart 1878, dr van Antonie Valk en Pietertje Timmers. 1934 naar Veurscheweg 80, Voorschoten.

Uit dit huwelijk:
1a. Catharina Petronella Drukker (*Rotterdam 19 juli 1903 ✕ Rotterdam 5 juni 1930 Engel Ooms (*‘s-Gravenhage 19 sept. 1902, brood- en banketbakker, zoon van Nicolaas Ooms en Maria Valk). Naar 's-Gravenhage 1926.
2a. Antonie Drukker (*Rotterdam 23 jan. 1905, bakker) ✕ ‘s-Gravenhage 26 okt. 1932 Elisabeth Johanna Kwant (*Rotterdam 27 jan. 1907). In 1932 naar ‘s-Gravenhage, Zuiderparklaan 28, 1938 naar Bergh.


Uit dit huwelijk: Joannes Jacobus Drukker, *‘s-Gravenhage 22 febr. 1935.
3a. Joannes Jacobus Drukker, *Rotterdam 27 juli 1907, † Rotterdam 19 dec. 1907.
4a. Petronella Drukker, *Rotterdam 18 juli 1909, ✕ Elias Hartogs.

9a. Joannes Jacobus Drukker, *Kralingen 4 sept. 1881.
10a. Maria Geertruida Hendrika Drukker, *Kralingen 3 dec. 1882, ✕ Wijngaarden 29 juli 1902 Otto Johannes Quéré, *Alblasserdam 1878, zoon van Charles Louis Quéré en Geertruida Bekker. Uit dit huwelijk oa (?) Charles Louis Quéré, *Wijngaarden 1903, ✕ Maartensdijk 10 juli 1930 Floortje Gerritje Maria van Stuivenberg, *Driebergen 1907, dr van Aart van Stuivenberg en Adriana Maglina Elisabeth Witjens.
11a. Willem Hendrik Drukker, *Kralingen 22 maart 1884, machinist, mecanicien, ✕ Renkum 16 sept. 1909 Anthonetta Gerritsen, dr van Gerit Gerritsen en Rika Evelina Janssen van Essen.

Hier schijnt een kind te missen. Tot nog toe niet gevonden.

13a. Johan Petro Wilhelm Drukker, *Kralingen 20 maart 1887.

3. Gerard Hendrik Schupper, *Rotterdam 29 mei 1843, † Rotterdam 1 okt. 1843.
4. Petronella Geertruij Schupper, *Rotterdam 28 juli 1844 – † 23 mei 1916 ("tante Pietje")
5. Gerhard Hendrik Schupper, *Rotterdam 10 april 1847, ✕ Rotterdam 29 juli 1874 Johanna Pieternella van Duijn, *Rotterdam 2 juni 1847, dr van Fredrik van Duijn en Cornelia Luurman. Wim: "Shire clerk" (gewestelijk ambtenaar).
6. Geertruida Hendrika Schupper (* Rotterdam 23 maart 1849 - 16 jan. 1910 naar Endegeest, Oegstgeest, † Oegstgeest 4 juli 1927) ✕ 's-Gravenhage 23 okt. 1872 Jan Cornelis Hendrik Brandwijk, *'s-Gravenhage 6 maart 1849, spekslager te 's-Gravenhage, † 's-Gravenhage 21 mei 1924, zoon van Dirk Brandwijk, vleeschhouwer, en Maria Kiep.
7. Hendrika Schupper (*Rotterdam 7 febr. 1851, † Rotterdam 5 jan. 1930) ✕ Rotterdam 4 april 1877 Johannes van Ommen, *Rotterdam 12 febr. 1843 - † 13 mei 1931 onderwijzer gemeenteschool te Delfshaven -1882, te Rotterdam 1882-, 1931 naar Rusthuis ’Susanna’, Plassingel 11 te Overschie, zoon van Johannes Mansvelder van Ommen en Hendrika Sophia Ente.

Uit dit huwelijk:
1a. Johannes Adrianus van Ommen, *Delfshaven 8 mei 1881 (onderwijzer gemeenteschool) ✕ 1e Rotterdam 16 mei 1907 (echtsch ingeschr ald. 31 mei 1913) Maria Elisabeth Zuurdeeg, *Leiden 20 febr. 1882, huisbewaarster, dr van Willem Frederik Zuurdeeg en Maria Cornelia van der Voorden; ✕✕ 2e Rotterdam 19 april 1914 Sijtje Snel, *Rotterdam 15 aug. 1889, dr van Willem Snel en Neeltje Heuzeveldt.

— Uit het eerste huwelijk:
1b. Hendrika van Ommen, *Rotterdam 19 juli 1909, ✕ Rotterdam 5 sept. 1934 Karel Marius Cornelis Zevenboom, *Zierikzee 9 jan. 1909, adjunct ijker, zoon van Johan Anthonij Zevenboom en Willemina Lourina de Vrieze.
         — Uit dit huwelijk:
        1c. Rudi Zevenboom, *Rotterdam 5 mei 1936.
2b. Levenloze zoon, *Rotterdam 30 mei 1912.
— Uit het tweede huwelijk:
3b. Johannes van Ommen, *Rotterdam 8 sept. 1915.
4b. Levenloze dochter, *Rotterdam 23 jan. 1917.
5b. Francina van Ommen, *Rotterdam 27 juli 1918.

2a. Willem Hendrik van Ommen, *Rotterdam 4 sept. 1882, † Rotterdam 29 okt. 1891.

3a. Hendrika Josephina van Ommen, *Rotterdam 23 febr. 1884, onderwijzeres gemeenteschool, † Utrecht 3 juni 1851, ✕ Rotterdam 3 aug. 1905 Johannes Zuurdeeg, *Leiden 7 okt. 1879, hoofdonderwijzer gemeenteschool, zoon van Willem Frederik Zuurdeeg en Maria Cornelia van der Voorden. Op 5 okt. 1939 naar Utrecht.

        — Uit dit huwelijk:
       1b. Willem Frederik Zuurdeeg, *R'dam 20 mei 1906, 5 okt. 1927 – 17 juni 1931 in strafgevangenis Leiden, 1932         naar Leiden.
       2b. Jan Zuurdeeg, *R'dam 20 maart 1909, 5 okt. 1927 – 17 juni 1931 in strafgevangenis Leiden, 1931 naar Utrecht.
       3b. Hendrika Maria Zuurdeeg, *Rotterdam 15 okt. 1914.

8. Simon Samuel Schupper, *Rotterdam 27 juli 1853, † Rotterdam 1 mei 1855.
9. Maria Elizabeth Schupper, tweeling met voorgaande, *Rotterdam 27 juli 1853, † Rotterdam 17 okt. 1854.

Inline afbeelding 14   Inline afbeelding 15           W1, W2 en W3 Foto P. W. Roemer, Rotterdam.                    W2, W3 en W4

         Inline afbeelding 3   Inline afbeelding 1
  Geertruij Haasse geb. Korpershoek (1815-1898) -- Cornelia Francisca (oma Cor) met W3 (de vader van Hella)

Inline afbeelding 1

V.l.n.r. Rena van Ommen - Schupper, W. H. J. Haasse W2, Pia (Petronella) Schupper (tante Pietje).
Photographie H. G. Gerstenhauer-Zimmerman, Rotterdam. Coll. WHP.

Inline afbeelding 1

Tante Pietje (Petronella Geertruij Schupper), geb. R'dam 28 juli 1844.   Reg code VFADNL 120112-blad 4, CBG.

Petronella Geertruij Schupper leefde 1844 - 1916. Ze is ongehuwd gestorven. Haar halfbroer W2 (*1860) verzorgde de overlijdensadvertentie. Neeltje Braak was een oudtante van Petronella Schupper. Vanuit de tijd van Hella bezien laat zich de familierelatie beter zo omschrijven : De vader van Petronella Braak (Cornelis Franciscus *1863) was een broer van oma Cor (Cornelia Francisca Haasse-Braak *1861).
    Op deze tak van de familie doelt Hella op haar bekende cryptische manier, als ze de eveneens onherkenbaar neergezette prins Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel van Oranje-Nassau (1840-1879), bijgenaamd Wiwil of Wiwill, tot een van haar voorvaderen wil opwaarderen.
   Neeltje Braak hoort bij de de Braak-kant van het gezin Haasse-Braak. Is er aan de Haasse-kant ook een Petronella ? Jawel, zij is gehuwd met de acteur Cor Dommershuizen sr.




   

Afstammingslijn Braak

Neeltje Braak en haar dochter Cornelia Francisca Braak

Drie zaken moeten hier onderscheiden worden.

1. De suggestie van Hella Haasse in Zwanen schieten dat ze uit het geslacht Braak van zeekapiteins en marineofficieren in dienst van de Republiek zou stammen. Het idee op zich komt misschien van Wim, die het artikel Anna Braak, een achttiende eeuwse marinevrouw van D. J. A. Roodhuizen-van Breda Vriesman in het Tijdschrift voor Zeegeschiedenis (1992) gelezen zal hebben en zijn zuster erop opmerkzaam heeft gemaakt.
2. De bewering van Hella Haasse dat op een copie van de geboorteakte van 'oma Cor', Cornelia Francisca Braak, die Hella in de nalatenschap van haar vader aantrof, "Vader onbekend" stond. Quod non.
3. De suggestie van Hella Haasse dat de verwekker (de biologische vader) van Cornelia Francisca Braak een "hooggeboren personage" is geweest.

Ad 1. Anneke Landheer, die punt 1 ook onderzocht heeft schreef mij "Er is een overvloed aan Braak-en in het Rijnland. Het lijkt waarschijnlijk dat Hendrik Braak’s vader ook uit het Rijnland afkomstig was. Het lijkt mij onwaarschijnlijk Pieter Braak uit Amsterdam bij deze familie te betrekken. De afstamming van Neeltje is niet buiten het kleine Rotterdamse kringetje waarin zij verkeerde te zoeken, het kringetje Korpershoek-Kapteijn-Braak. En dat een landarbeidersfamilie in Alkemade een afstamming, al dan niet onwettig, uit Adriaan Braak zou hebben, lijkt mij heel onwaarschijnlijk".
   Ik benader het onderwerp van diverse kanten, diep het uit, en kom tot dezelfde conclusie. Er is geen spoor van een aanwijzing, laat staan bewijs voor Haasse's bewering dat haar zilt bloed door d'aadren stroomt. Er schijnt een zekere maritieme interesse in de Haasse-tak aanwezig te zijn geweest, die zich uit in een ex-libris, een wapenschild, een naam (Marina, een van Hella's dochters), betrokkenheid bij het welzijn van zeelieden (W2). Dan hebben we die twee Duitsers : Johan Josep[h] Haasse uit Potsdam, soldaat, was van 1 jan. 1770 (Ned.) tot 1784 (Batavia) in dienst van de VOC, vnl. in Indië; Daniel Haasse uit Berching (Oberpfalz) werkte van 1792 tot 1795 overzee als scheepstimmerman bij de VOC. Hella's broer Wim was marinier voordat hij naar Australië emigreerde.
  Maar meer dan een toevallige samenloop van weinig omstandigheden kan ik het niet noemen. Dat het Digitaal Museum Hella Haasse met geen woord over deze vermeende afstammingen rept spreekt boekdelen.

Daar moet tegenover gesteld worden dat Wim, Hella's broer, door uitvoerige correspondentie vanuit Australië met archieven in vooral Duitsland in de jaren '90, een heel goede stamboom heeft opgezet, die door zijn zoon nog vervolledigd is.

Ad 2. De geboorteakte van 'Oma Cor'. Daar ga ik onderstaand uitvoerig op in, gesteund door Delpher en ander materiaal dat sinds kort digitaal toegankelijk geworden is.

Ad 3. Zie Intermezzo Wiwill in de Aanhang.

De inspringende regels geven couleur locale uit een verdwenen Rotterdam waar de families Haasse, Braak en van Sillevoldt lange tijd gevestigd zijn geweest.

Hendrik Braak, geboren 8 dec. 1796 te Arnhem, zoon van Gerrit Braak (*1766 Arnhem) en Jannetje van der Mast (*1773 Utrecht), was werkzaam als arbeider in Alkemade, en is overleden aldaar op 29 okt. 1859. Hij huwde te Alkemade op 16 febr. 1823 Kornelia van Egmond, *1797 in Rijnsaterwoude Z.H., overleden in Alkemade 8 jan. 1860. Zij was een dochter van Arie van Egmond en Anna Maria de Ras. Cornelia van Egmond, de bruid, was zwanger van een tweeling, die op 19 april 1823 ter wereld kwam, een dood jongetje en een meisje, Jannetje, dat in 1850 in Sassenheim trouwde met Johannes Bedijn. Uit dit huwelijk Braak-van Egmond werden 14 kinderen geboren, waarvan er vier volwassen werden, onder wie een zoon Gerrit (*2 mrt 1834), die naar de U.S.A. is geëmigreerd.
   Neeltje Braak was het negende kind. Zij werd geboren op 15 okt. 1832 in Alkemade. Aangenomen kan worden dat zij als dienstbode naar Rotterdam trok. Haar grootvader Gerrit Braak uit Arnhem was 15 jaar oud toen kapt. Adriaan Braak uit de Alkmaarse ‘zeetak’ zich in 1781 in de slag bij de Doggersbank onderscheidde.

Cornelis Franciscus Kapteijn (soms Kaptijn, Kapteyn, Capteijn, Kappetijn) *17 juni 1820 R'dam – †8 juni 1884 R'dam), zoon van Cornelis Izaak (Cornelis Jesaias) Kapteijn (1797-1844), winkelier in de Peperstraat, en Johanna Anraadt (ook Anraat, Anraad, soms Anrood 1799-1842). Hij wordt in 1841 als arbeider, en later als kuiper en 'ketelmaaker' vermeld. Hij trouwde te Rotterdam op 1 dec. 1841 met Catharina Korpershoek, *31 jan 1819 [in het archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Bevolking zijn bewonerskaarten te vinden waarop 3 febr 1820 genoemd wordt als geboortedatum van deze Catharina Korpershoek], toen 22 jaar. Uit dit huwelijk werden tussen 1843 en 1852 vijf kinderen geboren. Drie ervan stierven kort na de geboorte, twee werden volwassen : Johanna Catharina (1850-1931) en Cornelis Franciscus (1852-1896). Catharina Korpershoek overleed in Rotterdam op 28 dec. 1874. Zij is mogelijk na de geboorte van haar laatste kind door een zware handicap of ziekte getroffen.

Inline afbeelding 3

Cornelis Kapteijn en Catharina Korpershoek hoefden wegens onvermogen voor de officiële sluiting van hun huwelijk niet te betalen.
1841 Inventarisatienr b157v-0011, Stadsarchief Rotterdam.

  Peperstraat, Rotterdam

       

Hoeren, Burgers en Buitenlui,
Zeg Rooje wat zal jij verschrikken
Als jij is thuis gevaren ben.
Dan zal je zien en ondervinden
Dat jij de polder niet meer ken.
De heele keet wordt afgebroken,
De heeren krijgen nou d'r zin.
De meides motten uit d'r zaakies,
De burgemeester trekt er in.

Aldus dichter-zanger Koos Speenhoff (1869-1945) in zijn ‘Polderlied’, gemaakt naar aanleiding van de sloop van het Zandstraatkwartier in 1912.
De armoedige buurt met het rosse leven moest plaats maken voor ambtenaren en beambten in een nieuw Stadhuis en Postkantoor.

De Peperstraat (verlengde Halvemaanstraat) in het Zandstraatkwartier ('de Polder') in oud Rotterdam liep uit op de Coolvest, hier op de achtergrond. De foto is uit 1911, vlak voor de afbraak van de buurt. Een buurtkuiper met beperkte opslagruimte verdiende de kost niet met het vervaardigen van enorme wijnvaten. Hij maakte en repareerde allerlei wastobbes, watertonnen, emmers, bakken en bierfusten. In Rotterdam zorgde de scheepvaart (Nieuwe Waterweg 1872) voor toenemende klandizie.

   In de Zandstraatbuurt groeiden ook op Esther de Boer van Rijk, Heintje Davids, Koos Speenhoff, Hetty Bloemgarten, Jules Weyl, Pisuisse . . .

Catharina zal in een verzorgingshuis of gesticht opgenomen zijn, veronderstel ik, en C. F. Kapteijn heeft met zijn kinderen en huishoudster Neeltje Braak in 1854-55 een tweede gezin gevormd. Hun eerste kind werd levenloos geboren, maar daarna kwamen er acht levend ter wereld. De laatste, Gerrit, in 1872. Van deze acht werden er vijf volwassen : Cornelia Francisca (1861), Cornelis Franciscus (1863), Hendrik (1867), Johanna Cornelia Francisca (1869) en Gerrit (1872), allen te Rotterdam geboren. De moeder erkende de kinderen respectievelijk op 9 jan. 1883 (Hendrik, vanwege zijn vertrek naar Indië), en op 28 maart 1883 de overigen. Van erkenning door de vader kon uiteraard geen sprake zijn.

Lijst van de kinderen van C. F. Kapteijn en Catharina Korpershoek (eerste gezin) I
en van de kinderen van C. F. Kapteijn en Neeltje Braak (tweede gezin) II

     I  Kapteijn             *             †       Achternaam : KAPTEIJN
 - - - doodgeboren  29-12-1841    
 Cornelis Franciscus  29-05-1843  NH  15-09-1843  
 Johanna Cornelia 1  13-01-1845  NH  18-05-1845  
 Pieter Gerrardus  06-03-1848  NH  04-03-1850  
 Johanna Catharina  06-07-1850  NH  09-06-1931  (Johanna Kapteijn) ✕ Dirk Hoogerwerf  (1847- 1918) op 30 oct 1872 te R'dam
 Cornelis Franciscus 1  27-09-1852  NH  26-06-1896  steendrukker ✕ 1872 Anna Catharina  Jacoba  Bertels (1853-1907)
     II  Braak           Achternaam : BRAAK
 - - - doodgeboren  24-09-1856    
 Hendrik Christiaan  26-03-1859  NH  21-04-1866  
 Christina  06-06-1860  NH  06-08-1860  
 Cornelia Francisca  02-09-1861  NH  26-12-1948  tr W. H. J. Haasse 2 mrt 1883, ‘oma Cor’
 Cornelis Franciscus 2  02-09-1863  NH  23-02-1940  bediende, magazijnmeester, ✕ 23 oct  1889  Johanna Lokker (10 aug 1866) ,6 k.  onder wie  Petronella Braak *1890 ✕  Cornelis Hendrik  Dommershuizen (acteur)
 Johanna Cornelia 2  29-06-1865  NH  11-10-1866  (Johanna Braak)
 Hendrik  08-04-1867  NH  09-07-1925  militair, vernoemd naar vader van Neeltje
 ✕ 1 Cornelia H. Wagenaar, 2 Mina Bauer
 Johanna Cornelia Francisca  02-11-1869  NH  05-02-1917  ingeschr. 30 jan 1886 GK Delfshaven,  toiletjuff.
 Gerrit  26-12-1872  NH  17-05-1914  arbeider, soldaat


NH = Ned. Herv. gedoopt. Allen overleden in Rotterdam, behalve Cornelis Franciscus (Poortugaal 1940) en Gerrit (Arnhem). Hendrik was in 1887 korporaal in het leger. Beroepsmilitair gebleven? Gerrit vertrok als soldaat op 16 juni 1892 van Rotterdam naar Harderwijk. Hij kwam op 16 sept. 1903 in Rotterdam terug komende van Padang (Sumatra). Op 27 juli 1906 schijnt hij naar Arnhem uitgeschreven te zijn. Arnhem. Daar kwam deze tak van Braaken vandaan : grootvader Hendrik *1796, overgrootvader Gerrit *1766. De enige broer van zijn moeder Neeltje heette ook Gerrit. Die was in 1834 in Alkemade geboren.
  De lijst leest als een geschiedkundig verslag. De kindersterfte daalt gelijktijdig met de uitvoering van het veelomvattende Rotterdamse Waterplan dat de gemeenteraad in 1854 goedkeurde, de bouw van nieuwe wijken om de opgekropte bevolking lucht te geven, de verbetering van de hygiëne en de oprichting van de Dienst Gemeentewerken.
  De eerste drie kinderen uit gezin 1 stierven in hun eerste of tweede levensjaar. Neeltje Braak is van 1832. Ze zal niet eerder dan 1849-50 bij Kapteijn in huis zijn gekomen. Vanaf dat moment bleven de kinderen uit gezin 1 in leven. Die constatering snijdt weinig hout, want ook van de eerste drie van Neeltje Braak haalde er maar één de zeven jaar.

   Waarschijnlijk is vanwege de fysieke of psychische toestand van Catharina Korpershoek *31 jan. 1819 een echtscheiding niet mogelijk geweest. Na haar overlijden op 28 dec. 1874 trouwden Cornelis Franciscus Kapteijn en Neeltje Braak alsnog, met inachtneming van de negenmaandentermijn, op 10 nov. 1875. Op dat ogenblik was Kapteijn volgens de trouwakte 'zonder beroep', en was Neeltje 'uitdraagster' d.w.z. ze handelde in tweedehands goederen. Na 1875 komt ze niet meer voor in de adresboeken (als N. Braak) omdat ze dan getrouwd is met Kapteijn.

Adresboeken Rotterdam 1863-1864
Inline afbeelding 7
Adresboeken Rotterdam 1864-1865
Inline afbeelding 6
Adresboeken Rotterdam 1866-1867
Inline afbeelding 5
Inline afbeelding 4
Adresboeken Rotterdam 1869-1870
Inline afbeelding 9

Inline afbeelding 10
Adresboeken Rotterdam 1873
Inline afbeelding 11
Inline afbeelding 12

Adresboeken Rotterdam 1875
Inline afbeelding 13
Inline afbeelding 14
         
Cornelis Kapteijn stierf in 1884. Neeltje Kapteijn-Braak is gestorven op 11 december 1910, in de nieuwe eeuw, in Rotterdam, vlak voordat W. H. Haasse uit Rotterdam naar Indië vertrok. Haar laatste woning was volgens de 'doodakte' Josephstraat 100a, vlakbij de van Speijk-straat waar ze eerder gewoond had.
Anne de Vries was toen al met Helene Weitzel getrouwd, Käthe zat al op het conservatorium. Neeltje's dochter 'oma Cor' en W. H. J. Haasse, hun zoon W. H. Haasse en hun dochter Nelly Haasse, die allen in Rotterdam woonden, zullen aan haar sterfbed gestaan hebben tenzij ze plotseling aan een hartaanval bezweken is. Zo dichtbij is dit verleden nog.


         Adresboeken Rotterdam 3023-19 t/m 3023-24, Stadsarchief Rotterdam.

Volgens wijlen Wim Haasse, de broer van Hella, was Cornelia Francisca *1861 "rumoured to be the Daughter of the Crown Prince of Holland" oftewel Willem van Oranje-Nassau, 1840-1879, achterkleinzoon van Willem I, bijgenaamd Wiwill.
   Willem III probeerde de kroonprins te koppelen aan een grootvorstin uit het Huis Romanov. In 1860 werd een bezoek gebracht aan Rusland. "De boerin wil mij niet," concludeerde Wiwill. Zijn moeder vond dat hij beter met een dochter van Victoria kon trouwen. Prinses Alice bleek aanvankelijk niet afkerig van het idee om koningin van Nederland te worden, maar haar oudere zuster Victoria stuurde haar vanuit Berlijn een brief met roddels en geruchten over de Nederlandse kroonprins. Alice was gewaarschuwd en het bezoek van Wiwill aan Windsor Castle in januari 1860 werd geen succes. Zowel Victoria als Alice bleken weinig inschikkelijk. Alice trad op 1 juli 1862 in het huwelijk met de groothertog van Hessen, Lodewijk IV van Hessen-Darmstadt. Een relatie van Wiwill met de Britse lady Diana de Vere Beauclerk werd door zijn moeder getorpedeerd en zijn vader keurde alle Nederlandse edelvrouwen waarop hij zijn oog liet vallen af. De kroonprins bleek geen compromissen te kunnen sluiten.
   Hella schreef over haar (Oma Cor) "Zij groeide op als oudste in het gezin van haar moeder en haar stiefvader, een acteur. Een van haar halfbroers werd ook toneelspeler." Hella haalt hier de levensgeschiedenissen van haar grootmoeder en een tante door elkaar. Dat ziet ook de ingevoerde lezer niet onmiddellijk omdat Hella zoals gewoonlijk geen namen, datums en plaatsen noemt.

Stadsarchief Rotterdam id : 22624859, bestandsnaam NL-RtGAR-356-303-172

In het Inschrijvingsregister der lotelingen ontdekte Ellen Klomp, in aanvulling op eerder onderzoek, dat er nòg een kind van Kapteijn en Neeltje Braak de volwassen leeftijd bereikt had, en wel Cornelus [Cornelis] Franciscus Braak, *2 sept. 1863 te R'dam. Bij de keuring op 17 maart 1883 stelde de militie-commissaris hem vrij van dienst wegens "kortzigtigheid". Hij was 1.682 m. lang en had een "lidt. l. hals. Blond, blaauwe ogen, ronde kin". Zijn beroep was bediende, en hij woonde bij C. F. Kapteijn, Mauritsstraat 30 te R'dam. Deze Cornelus Franciscus had dus als vader Cornelis Franciscus senior, en een van zijn zusters was Cornelia Francisca Braak. Zij trouwde met de onderwijzer W. H. J. Haasse W2 met wie ze drie kinderen had, 1. de jonggestorven Geertrui, 2. Nelly = Cornelia die met Gerrit van Sillevoldt trouwde, 3. Willem Hendrik Haasse W3, en was de grootmoeder, 'oma Cor' van Hella en Wim Haasse W4, en van Corrie van Sillevoldt. Dit is een voorbeeld van directe naamdoorgave van Cornelis / Cornelia, evenals dat bij de Haasse's met de naam Willem het geval was – en is!
  Hendrik Braak, *8 april 1867 te R'dam, werd op 18 maart 1887 vrijgesteld omdat hij beroepshalve al in het leger diende, als korporaal. Hij was toen woonachtig bij C. F. Kapteijn [jr.] en Neeltje Braak, Tulpenstraat 57 te Rotterdam. C. F. Kapteijn sr. is 8 juni 1884 gestorven (akte nr. 2370 BS R'dam).
  Gerrit Braak, *26 dec. 1872 te R'dam, werd op 14 maart 1892 aangewezen voor de dienst. Hij mat 1.637 meter. Hij woonde op die datum bij Neeltje Braak, weduwe van C. F. Kapteijn, ketelmaaker, aan de van Speijkstraat 24 te Rotterdam.

Inline afbeelding 4

Uit: Huwelijksakte van C. F. Kapteyn en Catharina Korpershoek. 1841 b157v-0001, Stadsarchief Rotterdam.


Cornelis Franciscus Kapteyn, oud 21 jaar, Kuiper, Minderjarigen Zoon van Cornelis Jesaias Kapteyn, zonder beroep, en van Johanna Anraad, wonende alle in deze stad.
/ Peperstraat \
En
Catharina Korpershoek, oud 22 jaar, zonder beroep, wonende mede in dezer Gemeente en Minderjarige dochter van wylen Pieter Korpershoek en mede wylen Gerritje Verdelman.
/ Waschbleeklaan \
Gepubliceerd den 29 Augustus en 5 September 1841.
S. Geh. 1 Decb. 1841.
n. 595 B S ROTTERDAM

Johanna Anraad (Anraadt, Anrath) was een dochter van Cornelis Franciscus Anraad en Cornelia Vokkestaart (ook Volkestaart, Fokkestaart ; Vokkestaarten woonden in de Peperstraat). Ze is overleden op 31 mei 1842, leeftijd 42 jaar, 9 mnd en 11 dgn. [dus *ca. 20 aug. 1799], akte nr. 1289 BS R'dam.

Gezinskaarten Rotterdam 1880-1940, 851-059-0063645, Stadsarchief Rotterdam. Gezin Cornelis Franciscus Braak (nr 1) en Johanna Lokker (nr 2). Voorkant kaart :

Stadsarchief Rotterdam. Zwartjanstraat bij Tuinderstraat 11, Josephstraat 76  → 100a. Achterkant kaart

Inline afbeelding 1

Geboorteakte van Johanna Lokker *Stellendam 10 aug 1866.
Registers van de Burgerlijke Stand / Stellendam Geboorten 1843-1882 / 1866 akte nr 23 / Nationaal Archief den Haag.

Petronella Braak, de oudste dochter (nr 3 voorzijde) van Cornelis Franciscus Braak en Johanna Lokker, zou in 1914 met de acteur Cor Dommelshuizen trouwen.

'Vader onbekend'

Het verschijnsel "tweede gezin", waar Anneke Landheer mij opmerkzaam op maakte, ontmoette men vaker. Oorzaken : een te groot sociaal verschil of verschil van godsdienst. In de regel was het onmogelijk om een echtscheiding te verkrijgen, zowel wegens geestesziekten als om andere redenen. De kinderen waren soms de dupe, vooral als ze het stempel meekregen uit een omgeving te komen waar men laag op de sociale ladder stond. Cornelia Francisca Braak, een van de kinderen van Neeltje Braak, wordt eerst vermeld als naaister, vervolgens coupeuse, modiste, onderwijzeres maatknippen. Zij trouwde, kort na de erkenning door haar moeder, met Willem Hendrik Johannes Haasse, onderwijzer aan een gemeenteschool in Rotterdam. Cornelia 'deed een goed huwelijk', zij kwam kennelijk niet uit een slecht nest. Haar schoonmoeder, Geertruij Korpershoek, was overigens een nichtje van Catharina Korpershoek – zij hadden dezelfde grootouders, Jan Sijmons Korpershoek en Pieternelletje Ariensdr Kroon.
  In het geval Kapteijn-Braak is er op zich geen reden om aan te nemen dat Kapteijn niet de vader was van de kinderen uit zijn tweede gezin. Hella Haasse schrijft wel "Toen ik na het overlijden van mijn vader familiepapieren ordende, vond ik haar geboortebewijs [dat van Oma Cor]. Daaruit bleek, dat zij te Rotterdam was ingeschreven, met de vermelding 'Vader onbekend'." Maar ten eerste staat die vermelding niet op het geboortebewijs en ten tweede is de situatie bovenstaand duidelijk genoeg uit de doeken gedaan. Zolang Kapteyns wettige echtgenote leefde fungeerde C. F. Kapteijn als de vader van de kinderen van Neeltje BraakCornelia Francisca Braak.
   Als er al een geboortebewijs met de vermelding 'Vader onbekend' bestaan heeft moet het een officiële, gewaarmerkte, zoniet ambtsedige copie van het origineel geweest zijn, anders was het niet geldig. Op het origineel, dat bij de BS van Rotterdam berust, hieronder afgebeeld, staat die aantekening niet, evenmin als bij haar broers uit het tweede gezin. Ook hebben wij het in de familiepapieren in Australië niet aangetroffen. Ik zou dat geboortebewijs waarover Hella spreekt wel eens willen zien. Kapteijn was nu eenmaal met Catharina Korpershoek getrouwd, en kon moeilijk als de vader van de kinderen van Neeltje Braak ingeschreven worden zolang hij niet met Neeltje Braak getrouwd was. Denk alleen eens aan de juridische consequenties. Mijn indruk is dat Cornelia Francisca uit een net middenstandsgezin kwam waarin de kinderen de gelegenheid kregen zich te ontwikkelen. Cor las zich in in de theosofische literatuur van haar tijd (Blavatsky e.d.). Haar dochter Nelly schreef meer dan tien boeken. Ik vrees dat Hella een familieschandaal verzonnen heeft dat in werkelijkheid niet bestaan heeft, althans in de maatschappij van die dagen niet als zodanig ervaren werd. Het voortzetten ('redden') van het gezin Kapteijn-Korpershoek door Kapteijn en Braak zou ook heden ten dage in brede lagen van de bevolking op volledig begrip kunnen rekenen.

Een geheel andere vraag is, of Kapteijn dan wel kroonprins Wiwill de vader van Cornelia Francisca was.

           

De geboorteakte van 'Oma Cor', 2 sept. 1861, N°. 2898. Opzij rechts is de vermelding van de akte van erkenning door Neeltje Braak op 28 maart 1883 bijgeschreven. Het gezin was toen (1861) woonachtig Peperstraat 5. Een aantekening 'Vader onbekend' is er niet. Cornelia Francisca zal dus rond 1 dec 1860 verwekt zijn.
BS geboorte Registratiedatum 1861 pagina d115v, aktenr 2898, Stadsarchief Rotterdam.

"Zij was achtentachtig jaar oud. Toen ik na het overlijden van mijn vader zijn papieren ordende, vond ik haar geboortebewijs : 2 september 1860, Cornelia Francisca, dochter van Neeltje Braak, vader onbekend" schreef Hella in Persoonsbewijs (1967).

Inline afbeelding 2        

Ook op de overlijdenskaart van Cornelia Francisca Braak in het Archief Eemland te Amersfoort is geen "vader onbekend" aantekening te ontwaren.

En er staat expressis verbis dat de overledene "zeven en tachtig jaren" oud was, niet achtentachtig, zoals Hella schrijft.

Zo kloppen ook haar opgaven betreffende haar vader, moeder, grootvader, Gertrude, oma Hélène, Corrie en anderen niet.

Een reden te meer om de uitgebreide psychologische 'analyses' waaraan Hella Haasse haar grootmoeders en andere familieleden onderwerpt met een flinke korrel zout te nemen.

Erst kommt das Fressen, dann die Moral.
Eerst graag de feiten, dan het verhaal.

Overlijdensregister - Baarn - 1946-1950, aktenummer 173, Gemeente: Baarn, Periode: 1940-1950, Archief Eemland

— W. H. Haasse  (WI) —

1856 W1

1866 - 1867 W1

1866 - 1867 W1

    

1869 - 1870 W1

1873 W1

1875 W1

1878 W1


Adresboeken Rotterdam 3023-12 t/m 3023-25, Stadsarchief Rotterdam

vanaf 1886 Noordplein 10, W. H. Haasse, particulier
1897 Noordplein 13, W. H. Haasse,                    ,,
1898 Noordplein 10, W. H. Haasse,                    ,,
1899 Noordplein 10. W. H. Haasse gestorven


ADRESSEN HAASSES ROTTERDAM met aantekeningen

(in de oudere adressen is het eerste getal het wijknummer, het tweede het huisnummer)

 1859 & 1860 Haasse W.H. deurwaarder der  directe  belastingen 1e afd. Varkensweg 5, 17  1896 Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 71
 Haasse W.H. particulier Noordplein 10
 1862 Haasse W.H. deurwaarder der directe  belastingen 1e afd. Varkensweg 5, 17  1897 Haasse W.H. particulier Noordplein 13
 Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 71
 1863 t/m 1865 Haasse W.H. deurwaarder der  directe belastingen 1e afd. Leuvehaven 3, 15  1898 t/m 1900 Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstr.
 71 Haasse W.H. particulier Noordplein 10 (sr † 1899)
 1866 & 1867 Haasse W.H. deurwaarder
 Boomgaardslaan 15 - 442/2
 1901 t/m 1902 Haasse C.F. tailleuse Saftlevenstraat 9
 Haasse W.H.J. onderwijzer, Saftlevenstraat 9
 1869 & 1870 Haasse W.H. deurwaarder
 Tuinderslaan 15 - 61
 1903 Haasse C. robes & Confections Saftlevenstraat 11
 Haasse W.H.J. onderwijzer Saftlevenstraat 11
 1873 Haasse W.H. deurwaarder
 Tuinderslaan 45
 1904 t/m 1905 Haasse C.F. in robes Houttuin 79
 Haasse W.H.J. onderwijzer Houttuin 79
 1875 Haasse W.H. deurwaarder
 Waschbleeklaan 85
 1906 t/m 1909 Haasse C.F. tailleuse Hoogstraat 173
 Haasse W.H.J. onderwijzer Hoogstraat 173
 1878 t/m 1882 huwelijk met C.F. Braak 1883
 Haasse W.H. deurwaarder Eendragtsstraat 74
 1910 Haasse C.F. costuumnaaister Hoogstraat 176c
 Haasse W.H.J. onderwijzer Hoogstraat 176c
 1884 Haasse W.H.J. onderwijzer Zwaanshals 183
 dochter Geertrui geboren, Nelly 1885
 1911 t/m 1915 gezin W.H.J. Haasse Kortenaerstraat 8a
 In 1911 (niet 1913 adr.boek) vertrok W.H. in 1913 Nelly
 1886 t/m 1889 W.H. jr 1889 geboren
 Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 77
 Haasse W.H. particulier Noordplein 10
 1888 dochter Geertrui overleden
 1911 t/m 1915 Haasse C.F. leerares maatknippen
 Haasse N. muziekonderwijzeres
 Haasse W.H. kantoorbediende
 Haasse W.H.J. onderwijzer allen  Kortenaerstraat 8a  
 1890 t/m 1891 Haasse W.H. particulier Noordplein  10 ; Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 75
 Haasse-Braak C.F. modiste Tollensstraat 75
 1916 t/m 1920 Haasse W.H.J. onderwijzer Oudedijk  214b en echtgenote Haasse-Braak C.F. 'Oma Cor' en van
 juli 1919 t/m feb 1920 gezin Haasse W.H.
 1892 Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 73
 Haasse W.H. particulier Noordplein 10
 Braak H. reiziger (Hendrik Braak was een jongere
 broer van Oma Cor)
 1921 t/m 1922 Haasse W.H. hoofdinspecteur der  gemeentefinanciën Rotterdam Beukelsdijk 25a
i(met vrouw en  kinderen)
 Haasse W.H.J. particulier Oudedijk 214b (en 'Oma Cor')
 1893 t/m 1895 Haasse W.H. particulier Noordplein  10 ; Haasse W.H.J. onderwijzer Tollensstraat 75  na 1922
 geen Haasse van deze tak meer in Rotterdam


Alle adressen liggen in of vlakbij Kralingen. De Varkensweg in Feyenoord staat in sommige oude adresboeken als afkorting voor de Varkenoordscheweg, ook Varken.weg of Varkenoordweg, Varkensoordweg.

 

Het gezin van Willem Haasse (Willem, Käthe, Hella, Wim)

 


NvddNI 2 mrt 1916

Op 2 februari 1918 werd in Weltevreden hun eerste kind, een dochter, geboren. In de eerste geboorteberichten werd geen naam vermeld. Uiteindelijk werd het kind naar haar grootmoeder van moederskant Hélène Serafina vernoemd, wier tweede echtgenoot misschien haar biologische grootvader is geweest (Hella in Zwanen schieten).

 

               Familiebericht BatNbl 4 feb 1918                       NRC 14 feb 1918 onder Familie Advertentiën


Familiebericht NvddNI 4 feb 1918

    
1. Familiebericht AlgHbl 19 febr. 1918.                                2. Coll. WHP ongedateerd.

Het heeft wel even geduurd voordat vader Haasse de naam van zijn dochter bekend maakte. Ze kreeg de voornamen van zijn schoonmoeder, mogelijk na tussenkomst van zijn (rijke) schoonvader, de beweerde biologische vader van Käthe. In 1919 kwam het gezin naar Holland, waar Willem een baan bij de gemeente Rotterdam aanvaardde.

  Registratiecode VFADNL 042482-blad 2, CBG

Tijdens Haasse's verlof werd in 1921 hun tweede kind geboren. Hij werd Willem (Wim) genoemd. Kort na hun tweede aankomst in Nederland in 1925 kregen Hella en Wimmie een hondje van oom Gerrit (v Sill) uit Rotterdam. Ze werd Miarca genoemd. Ik vermoed dat Miarca meer contact had met Käthe dan met de kinderen. Hella was meer op poezen. Miarca kreeg puppies. Op eentje daarvan, Bonzo, was kleine Wim erg gesteld, maar hij zal Bonzo hebben moeten achterlaten.

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hella & Wim
ca 1929 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coll. WHP

Hella, een hoogbegaafd meisje, groeide in een ontwikkeld en kunstzinnig milieu op. Reeds op de Lagere School in Baarn had zich Helly's drang geuit om schrijfsels te creëren, in brieven, opstellen en verhaaltjes. Een brief die Hella op 12 oct. 1931 uit Batavia aan haar vereerde Baarnse onderwijzer Rijsdorp schreef, eindigt ze met "P.S. Ik wordt [sic] tegenwoordig Hella genoemd, omdat ik op 't lyceum ben!" (druk en facsimile in Toen ik schoolging). Meester Willem Klaas Rijsdorp (*Apeldoorn 1900 – †Apeldoorn 1950), begon als kwekeling en was sinds 1927 onderwijzer aan de Openbare Lagere School 'De Oorsprong' te Baarn. Van Rijsdorp heeft Hella bijzonder veel opgestoken, en niet alleen van zijn rode strepen in haar opstellen. Ze schrijft : "Mijnheer R., die ook van geschiedenis hield, leende me boeken, De lelie van ons vorstenhuis, over Charlotte de Bourbon, de Franse echtgenote van Willem de Zwijger, en Roswitha, door Marie Boddaert, [...] Ik mocht eens met mijnheer R. en zijn verloofde mee naar het Landsspel, het jaarlijkse historische schouwspel op een open plek in het bos" . . . enz. Rijsdorps jongste broer Klaas bracht het tot bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van de Lichamelijke Opvoeding en de Sport aan de Universiteit van Utrecht.

 

 Meester Rijsdorp  Tijdschrift Baerne 1994                           Ferdinand Huycklaan, Baarn, in aanbouw ca. 1925

Hella logeerde 1925-1928 in het kinderpension 'Het Sonnehuisje' te Baarn, Ferdinand Huycklaan 39, dat door de dames Kroes en Breijer geleid werd (Baerne 1994/3 in addendum "Gepuzzel' op p. 20). Het is een van de twintig tussen 1920 en 1925 waar de korenvelden begonnen gebouwde dubbele landhuisjes, nu een gemeentelijk monumentencomplex. Ze ging naar de Openbare Lagere School 'De Oorsprong' aan de Acacialaan. De kinderen hadden in de Baarnse bossen veel speelterrein zoals de Kuil van Drakestein en de Blauwe Koepel. 's Zondags was Hella bij haar opa en oma W. H. J. Haasse en C. F. Haasse-Braak, Parkstraat 6, vlakbij de Brink.

Rechts de Openbare Lagere School 'De Oorsprong' ; links de oude brandweerkazerne met de karakteristieke toren.
Wie, wat, waar: De Baarnse Brandweer - Stichting Groene Graf, bericht 28 aug 2017.


Stichting Groene Graf


Baarn 1929 uitgave Th.P. Vethake
Op deze uitsnede is te zien dat in de 20er jaren de Acacialaan direct op de Eemnesserweg uitkwam.

In Soerabaja had Hella een jaar op de kleuterschool gezeten (1922). Van sept 1924 tot april 1925 zat ze in de eerste klas van de lagere school bij de zusters Ursulinen in Soerabaja. Het verschil tussen katholieken en niet-katholieken werd streng gehandhaafd. Aan godsdienstige activiteiten deed ze niet mee.


Twee klassen van de kinderschool van de Zrs. Ursulinen in Soerabaja. Foto tussen 1920 en 1930.
Collections KITLV, Digital Image Library - Universiteit Leiden.
Als Hella al op deze foto staat, zou ze het meisje

     kunnen zijn, met strik in het haar.

Mijn verjaardag valt in Februari. Ik was dus al zes en een half jaar, toen ik naar de eerste klas van de lagere school ging. Uit practische overwegingen kozen mijn ouders de school die het minst ver van ons huis lag. Dat dit een katholieke school was, vonden zij een kwestie van ondergeschikt belang.  Hella Haasse, Zelfportret. Dat was dus 1 sept. 1924.

Käthe moest kureren in Davos, ze vertrok met de kinderen in 1925 naar Europa. Hella moest na een paar weken in Heemstede naar een kinderpension in Baarn, dicht bij haar broertje Wim. De openbare lagere school in Baarn was wat strenger dan de nonnen in Soerabaja 1929 (laatste week januari tot begin 1930). Daarna belandde ze in Buitenzorg, waar ze de lagere school afmaakte. Het gezin verhuisde sept 1931 naar Batavia. Daar werd ze in sept 1931 eerstejaars aan de CAS.


          Haagsche Courant 2 juli 1928

  

Ferdinand Huycklaan 39, Baarn, waar Hella in pension was. Ook dit huis is bewaard gebleven.
Foto EK 2016.
Het lag in 1925 nieuwgebouwd aan de rand van de landbouwgronden in N.O. Baarn, dichtbij kasteel Groeneveld.

1. "Hella met ons meisje voor ons verlofhuisje, Eemstr. 3. Baarn" schreef Käthe achterop deze foto (1928). Coll. WHP. Het huisje staat er nog. Met de woning ernaast en de twee tegenoverliggende pandjes vormt het in de versmalling van de Eemstraat a.h.w. een buurtje, een hofje op zich. – 2. Ferd. Huycklaan 39.

        

oma Hélène

aan 't stuur

voor ons huis Eemstr. 3

Baarn

[Door Käthe geschreven
op de achterkant 1927 of 1928]

 

Coll. WHP

De sportieve oma Hélène verplaatste zich in een Austin 12'4 Mulliner Two Seater 1926 convertible. Het stuur zit rechts.

Soms werd plotseling in de mollige dame met het à la Marcel gefriseerde golfjeskapsel een heel andere vrouw zichtbaar, bijvoorbeeld wanneer zij achter het stuur van haar auto zat. In 1925 was in Nederland een chauffeuse nog een uitzondering. Omdat ik uit eigen ervaring weet hoe temperamentvol en competent ze reed, kan ik het verhaal geloven dat zij als jonge vrouw een eigen tweespan mende in de lanen van het Vondelpark. Aldus Hella Haasse in Zwanen schieten.

De kunstkenner R.W.P. de Vries had een zoon A.G.C. de Vries (1872-1936), grootvader van HSH. Zou deze met een broer of vriend(en) een tocht gemaakt hebben zoals door Tucholsky beschreven ? De zgn. Weinstrasse was lange tijd een populair toeristendoel. "Als Kurt Tucholsky, der unverwüstliche Berliner Bürgerschreck und Antiphilister, im Herbst 1927 sich mit zwei befreundeten Zechkumpanen weinselig durch die fränkische Bocksbeutel-Landschaft soff, kam er an einem Mittwoch vom Kloster Bronnbach tauberabwärts an den Main" schreibt Manfred Schneider, Kreuzwertheim in alten Ansichten, o. J.).

   Das Wirtshaus im Spessart  (Tucholsky 1927)
Der Herbst tönt, und die Wälder brennen. Wir sind in Wertheim gewesen, wo der Main als ein Bilderbuchfluß dahinströmt und wo die Leute mit einer Fähre übersetzen wie in einer Hebelschen Erzählung.
* Drüben, in Kreuzwertheim, war Gala-Pracht-Eröffnungs-Vorstellung des Welt-Zirkus. Vormittags durfte man die wilden Tiere ansehen: einen maßlos melancholischen Eisbären, der in der vergitterten Schublade vor sich hinroch und schwitzte; etwas Leopard, und einen kleinen Panther, den die Zirkusjungfrau auf den Arm nahm, das Stück Wildnis. Da kratzie er. Und die Jungfrau sagte zur Wildnis: 'Du falscher Fuffziga!' Das konnten wir nicht mitansehen, und da gingen wir fort.
         *Johann Peter Hebel leefde 1760–1826.

Ver voor Wims zesde verjaardag, 4 oct. 1927, werd Käthe genezen verklaard. Oma Cor nam Hella en Wim mee naar Davos, waar ze met Käthe een paar maanden vacantie vierden. Vader Haasse kwam 26 mei 1928 vanuit Genua per trein in Den Haag aan. Zo kon de koperen bruiloft 2 mrt 1916 - 2 sept 1928 in Baarn gevierd worden.

    
  De Tijd 31 mei 1928

         Het Vaderland 22 mei 1928

Haagsche Courant 2 juli 1928 - In Nederland aangekomen verlofgangers.

In het huis aan de Parkstraat was in 1928 klaarblijkelijk geen plaats voor drie personen erbij. In 1935 verbleef het gezin in Baarn (Indische Dienst, ambtenaren met verlof : W. H. Haasse, insp. van Financiën 1e kl. b/h hoofdkantoor van de dienst der belastingen, Parkstraat 6, Baarn, Het Vaderland 8 mei 1935). Op 3 jan. 1935 was W. H. J. Haasse gestorven. In 1939 woonden volgens het adresboek op Parkstraat 6 de weduwen Haasse-Braak, Laurillard-Frowein en Hogenhout-van Oostveen. Sinds wanneer en tot wanneer is van de laatste niet bekend.

De inwonende verpleegster kan Marijtje van Oostveen, weduwe van Hendrik Hogenhout, geweest zijn. Maar ook iemand anders. Van Oostveen is geboren op 17 feb. 1884 in Nieuwer Amstel, overleden op 14 jan. 1963 in Baarn, 78 jaar oud, en begraven in Ouderkerk / Amstel. Haar man, melkslijter, leefde 4 apr 1886 Ouder Amstel tot 4 april 1923 Amsterdam, en is begraven in Ouderkerk / Amstel. Ze hadden een zoon Jan, Amsterdam 1915 - Baarn 1980. Deze Jan woonde in de jaren 1925-28 niet in de Parkstraat 6 in. Hij zou, 8-9 jaar oud, door Marijtje ergens in of bij Baarn ondergebracht moeten zijn. Hij begon nl. als boerenknechtje maar had later (adresboeken 1948 t/m 1968) een slagerij aan de Kerkstraat 6. Maar misschien had ze een voorgangster en volgde ze eerst een verpleegstersopleiding voordat ze in dienst trad. Vergelijk wat HSH over Parkstraat 6 schrijft in Zelfportret hfdst. 4.



Het Vaderland 3 mei 1935

Het gezin Haasse heeft in 1935 als verlofadres Parkstraat 6 vermeld. Gerrit bleef officieel tot 1944 in Rotterdam ingeschreven. Nel woonde sinds 6 febr 1936 (ik vermoed reeds medio 1935 al vermeldt de BS-kaart dat niet) op de Krugerlaan 24 in Baarn. In Een handvol achtergrond schrijft Hella "aanvankelijk werd besloten dat ik in Baarn zou blijven voor de resterende schooljaren [op het Baarnsch Lyceum]. De nieuwe cursus was in september begonnen, ik woonde al bij een tante, toen mijn ouders op het laatste moment van mening veranderden". Die tante moet Nel geweest zijn, want tante Lily woonde 1935 in Wassenaar en tante Susi in den Haag, en dit is het jaar, 1935, waarin Hella en Corrie elkaar beter leerden kennen (blijkt uit Persoonsbewijs). Een groot deel van de familie was nu bij elkaar in Baarn. W2 was in januari 1935 overleden. Het gezin W3 woonde zes maanden aan de Parkstraat. Tijdens het Europees verlof van hun vader in 1935 bezochten Hella en Wim het Baarnsch Lyceum, van april tot november. Hun laatste schooldag zal zaterdag 8 nov. geweest zijn.

       

Bataviaasch Nieuwsblad, 4 juni 1938                                                          NvdDvNI, 28 mei 1938
Marie-Anne Mijsberg, *6 juni 1920                                                             Paula Mijsberg, *31 dec. 1922
"Bevorderd tot doctor in de geneeskunde op proefschrift 'De osmotische resistentie van gewassen erythrocyten' mej. M. Mijsberg, *te Amsterdam". — De Tijd, 7 juli 1953.

In Batavia genoot Hella een buitengewoon goede schoolopleiding aan het Bataviaas[ch] Lyceum van de Carpentier Alting Stichting, de CAS. Na veel verhuizingen, te beginnen in Batavia, in 1919-22 ruim twee jaar in Rotterdam, 1922 Soerabaja, een langer verblijf 1925-28 in Baarn, 1928 Zwitserland, 1929 Bandoeng, 1930 Batavia, in 1935 zes maanden verlof in Nederland, daarna weer Batavia, woonde en studeerde Hella sinds sept. 1938 in Amsterdam (GU Zweeds en oud-Noors, 1940 - '43 Tooneelschool).

Het gezin Haasse en NB het hondje aan Käthe's voeten voor het vertrek van Hella naar Nederland in 1938.
Coll. WHP.

Haar ouders bleven in Ned.-Indië en werden daar door WO II vastgehouden. Pas na de oorlog zouden ze Hella, die inmiddels met Jan van Lelyveld (1918-2008) getrouwd was, weerzien.

N a   d e   o o r l o g     

   

                 Acht jaar later : Willem en Käthe Haasse op 16 juni 1946 in Perth.   Coll. WHP

Willem en Käthe trokken 23 sept. 1946 in Amsterdam bij Jan en Hella in, van Breestraat 123hs (in deze tijd heerste woningnood), en konden per 23 dec. 1946 aan de Nassaulaan 42 in Baarn neerstrijken.

    
mmm
   
     Registratiecode VFADNL 042482-blad 2, CBG   Dagblad van het Zuiden 21 febr 1944

Op 11 november 1944 werd Hella's eerste kind geboren, het werd Chrisje (Christina Margaretha) genoemd. Op 13 april 1947 overleed ze aan difterie. De voornaam Christina van het meisje komt in het Rotterdamse gezin Kapteijn-Braak voor, en prominenter bij Van Sillevoldt : Christina Been, 1831-1898, Gerrits moeder, haar grootmoeder Christina Jutte, en Cornelia Christina (Corrie) van Sillevoldt, *1915, vriendin van Hella. Ook moeten genoemd worden opa Anne Gerard Christiaan de Vries, en Hella's neef Gerard Christiaan, zoon van haar tante Lily, geboren 1914 in Batavia, die hopeloos verliefd op Hella is geweest. 'Margaretha', de tweede voornaam, is moeilijker te plaatsen. Een nicht van Corrie van Sillevoldt heette Margaretha Henriette van Sillevoldt (*1928 Rotterdam). Deze naam komt bij de Van Lelyvelds slechts op de achtergrond voor.
   Toevalligerwijze droeg ook de vrouw van Douwe Radsma als tweede naam Margaret. The Gettysburg Times, June 6 1967: "Six persons are naturalized here: Dr Douwe Radsma and Elizabeth Margaret Lukas Radsma and Elizabeth Radsma, 3 natives of the Netherlands".
    NB de naam van de dochter "Elizabeth Margaret Radsma" in het artikel is een drukfout, hier uiteraard gecorrigeerd.

Uittreksel uit de gezinskaart van Jan van Lelyveld, Archief v h Bev. Register A'dam Persoonskaarten NL-SAA- fAnderse

8254044, Stadsarchief Amsterdam.

Dat Hella haar eerste kind Van Sillevoldt-namen gaf – kwam Jan er niet aan te pas? – is een van de feiten die haar eindeloos herhaalde bewering tegenspreken dat ze er in Nederland alléén voor stond, dat alleen oma Haasse haar met warmte bejegende. "Ik had hier praktisch geen familie" (Dijkgraaf 2014, p. 115). Nou ja! Corrie bedankt!
  Op 7 juni 1945 bemachtigden Jan en Hella de woning Van Breestraat 123hs in Amsterdam. Op 16 mei 1947 verkasten ze naar Nassaulaan 42 in Baarn, waar ze bij Hella's ouders gingen inwonen. Daar bleven ze twee jaar, tot ze zich op 17 mei 1949 voor een periode van 18 jaar in Amsterdam vestigden (Courbetstraat 49, Milletstraat). In 1967 verhuisden ze naar de Mozartlaan 67 in Den Haag, waar Jan tot rechter was benoemd. Van 1981 tot 1990 woonden ze in Saint-Witz bij Parijs. Het landschap daar deed Hella aan Indië denken. Frankrijk had reeds het decor van verschillende van haar romans gevormd. In 1990 keerde het echtpaar naar Nederland terug, waar ze tijdelijk in Hollandsche Rading verbleven totdat het appartement aan het Leidse Bosje in Amsterdam opgeleverd werd. Daar overleed Jan in 2008, Hella in 2011.

*   *   *   *   *   *   *   *   *   *   *   *   *

Jan van Lelyveld

Hella's echtgenoot is hier en daar al ter sprake gekomen. Het huwelijk van Hella en Jan was niet paradijselijk. De dood van Chrisje hebben ze niet samen kunnen verwerken, ze leefden een poosje apart. Jan was in zijn schoonfamilie Haasse niet bijzonder geliefd. Sommigen zeggen hem nooit te hebben zien lachen. Hij was niettemin de man achter HSH die haar in staat stelde alles te doen wat ze deed. Hij was opgeklommen van substituut-griffier tot politierechter / rechter-commissaris, had graag civiel rechter willen worden. Jan en Hella verhuisden naar Den Haag, waar haar echtgenoot bij K.B. van 16 febr. 1966 was benoemd tot rechter-commissaris aan de arrondissementsrechtbank.
   Van Lelyveld steunde met een landelijk bekend geworden schrijven aan de magistratuur het protest van Yvonne Keuls tegen de Haagse doofpotcultuur. Zijn vrouw daarentegen wilde zich niet in het openbaar achter Keuls scharen.

Onderstaande schets van HH is gedateerd 1944.

■     ■     ■           LM

Vergelijk De verborgen bron hfdst 1. „Hij zweeg, bukte zich, en trok een blad papier uit een map. De bovenste helft was beschreven, maar de letters waren doorgehaald, onleesbaar. Onder die rijen zwarte krassen stond, driemaal onderstreept, een enkel woord : ‘Vrijheid’. Meinderts schoof het stuk papier terug”.
De ballpoint die Haasse in de correcties / alternarieven gebruikte, werd omstreeks 1950 in Nederland geïntroduceerd.
m

Uit: Gesprek met Elisabeth Andersen T. K. en E. K. 10 maart 2015. Citaat tussen < > uit Rob van Gaal. Elisabeth Andersen, actrice, @ TIN.

“...ze is altijd heel egocentrisch gebleven dacht ik wel...¨
Eind 1940 zat Hella op de Tooneelschool. Ik kwam daar als ik het wel heb op 18 januari binnen < bij de eerstejaars, die al in september gestart waren >, onder wie HH en Louise Saalborn.
  Hella was dus, laat ik maar zeggen, de primus inter pares van de klas, wánt ze had gestudeerd. En wij hadden geen van allen gestudeerd. Hella was in onze ogen een intellectueel. En ze was vrolijk, ze was altijd vrolijk. Grappenmakerij. Gek doen. Ja, ze was een vrolijke meid. Maar toen ging zij het tweede jaar in, toen alles al minder werd, ook de treinen gingen slechter lopen, leerlingen kwamen niet meer. De school ging lijden onder de oorlog en allerlei nare dingen. En Hella bleef vaak weg. Zo maar.
  Ze woonde in Amsterdam, ergens in de Johannes Verhulststraat, of de Valeriusstraat. Eén van die straten in Oud-Zuid. Toen was ze in slechte doen. Het verhaal was toen, toen ik daar dus kwam, kijk, wij hadden geklaagd, want je deed samen scènes en als Hella er dan niet was dan zat je heel vervelend natuurlijk. Toen heeft Walch haar van school gestuurd. Toen kwam Laseur, die was erg op d'r gesteld, want het was natuurlijk een Indisch meisje net als Cees, in Indië geboren. Cees had meteen al dacht hij: die wil ik later hebben als de school afgelopen is. De klassen waren nog klein en het was de enige toneelschool, dus de enige waar je toekomstig talent kon plukken voor alle gezelschappen in Nederland. Toen zei Laseur: wat belachelijk, dat meisje dat moet weer terug komen. Hij zei meteen al : "waar is dat meisje Haasse?"
   Toen zei ik, ja want ik had toch een rotgevoel daarover, kan niet eens iemand naar haar toe gaan? En toen zei ik : ja, dat wil ik wel doen. Toen ben ik bij haar geweest en ze was niet thuis, maar de hospita zei je kan wel even op haar wachten. En ze had een schitterende kamer, een prachtige grote kamer met veel boeken en een bureau en ik vond dat allemaal geweldig. Want ik woonde nog bij mijn moeder thuis, ik had een eigen klein kamertje. Echt een studentenkamer, dat vond ik geweldig natuurlijk. En toen kwam Hella. Die was wel blij dat ik er was en toen kwam er een heel tragisch verhaal over haar en Jan van Lelyveld. Dat hij zo moeilijk was en dat hij jaloers was en dat hij haar het leven onmogelijk maakte en dat ze zo eenzaam was. Ik was daar diep van onder de indruk. En toen liet ze me haar eerste gedicht lezen. Toen, die dag. Ik weet nog dat gedicht ging dat als je door een hand keek, dat je het bloed in de bloedvaten... dát gedicht. Dat is het enige gedicht dat ik ooit van haar gelezen heb. Ik was daar zo diep van onder de indruk dat ik naar huis gereden ben, want we fietsten toen natuurlijk allemaal, en tegen mijn moeder zei dat meisje is eenzaam, die mist haar familie en zou ze hier eens mogen komen eten of een poosje mogen komen logeren? Ik, drammerig, heb dat toch voor elkaar gekregen. Onmiddellijk teruggefietst naar Hella, die ook zei: oh, wat lief en wat aardig. En weer met mij mee naar mijn moeder ging en zei: mevrouw, ik ben u zo dankbaar en o wat lief. En ze is nooit gekomen. Typisch Hella, typisch Hella. En ik heb haar nog wel eens een paar keer gevraagd: kom je nou nog of kom je nog eens eten? Jaja, maar dat hield ze af. Dus daar is niets van terecht gekomen. En Hella bleef haar eigen weg gaan. En ik heb daarna nooit meer van haar iets over Jan van Lelyveld gehoord.
   Vanaf eind 1942 heb ik geen contacten gehad met wie dan ook. Behalve met mijn moeder, de bovenburen.
Jan zag er nooit vriendelijk uit, Jan was strak. Het was zo'n stugge man, zo afstotend onvriendelijk dat je blij was als je hem voorbij was.
   Mijn belangstelling voor Hella is niet groot geweest na de oorlog. Werner had verzameld gedichten van natuurvolken in verschillende talen. Toen heb ik tegen Werner gezegd: ik weet iemand die dat prachtig voor je zou kunnen vertalen. Dat was na de oorlog en toen heb ik Hella en Werner in contact gebracht.
   Ze was heel mooi, dat kan je hier wel zien, een hele mooie vrouw, mooie tanden, altijd vrolijk. Maar ze speelde ook wel eigenlijk altijd een rol, had ik het gevoel.
   Ze was geen goede actrice. Ze was gestileerd, alles was gestileerd. Het was nooit natuurlijk, het was altijd intelligent, natuurlijk want ze wás intelligent, smaakvol, maar aangeleerd, opgelegd zal ik maar zeggen.
Hella was een fantaste, ze fabuleerde. Dat weet ik zeker”.
   [[ Elisabeth heeft geen weet van een verloving van Hella met Douwe Radsma, is er verbaasd over dat ze dat niet heeft geweten. Klopt, die verloving was al verbroken voordat Andersen in jan '41 op de Tooneelschool kwam ]].
   “De meisjes [Ellen en Marijn] hebben voor hun vader gekozen in veel opzichten. Ik kan me ook Hella niet zo heel erg goed voorstellen als een echte moeder. Ik hield wel van d'r hoor. Ik heb ook erg voor haar gekozen.
   Ik heb ook stukken uit mijn dagboek voorgelezen aan iemand waarin ik zeg: Hella en ik gaan samen verder op school, tegen de andere meisjes in. Ik was dol op d'r. Ik bewonderde haar, natuurlijk, ik wou zelf graag schrijfster worden hoewel ik op die Tooneelschool zat, was dat eigenlijk mijn eerste wens. Dus ik bewonderde haar. Er was veel jaloezie, al in die klas.
   Hella is maar heel kort in mijn leven geweest. Zij heeft zich ook nooit meer tot mij gewend. Ik heb dus echt twee keer... ik had ook een prijs gekregen en dat zij mij niet feliciteerde met die prijs en ik haar wel.
   ... laat ik zeggen dat zij een kleine tic had, zoals zoveel kunstenaars. En die tic lag bij haar bij zeer zelfbewust, was ze wel. Terecht, mevrouw heeft wel wat gepresteerd”.

“Het is een raar hoofdstuk, vol misverstanden volgens mij ook. Zoals dat rare verhaal dat Hella dat huis [Herculesstraat 12 hs] gehuurd zou hebben [maar dat had Andersen zelf gehuurd]. Want dát wist ik wel, dat ik Hella niet kon vertrouwen, dat ik haar nooit had durven vertellen dat Werner bij mij ondergedoken zat. Voor geen goud had ik haar dat willen laten weten. Dat had ik geleerd door die toestand dat ze bij mijn moeder kwam en die verhalen ophing en nooit kwam. Daar was ik wél achter”.
– TK : Wij vinden het zo merkwaardig dat Hella tijdens de oorlog geen verzetsgedichten heeft geschreven.
– Andersen : "daar was ze niet in geïnteresseerd, ze was zo ... ik denk niet dat ze daar in geïnteresseerd was. Ze was zo met zichzelf bezig en natuurlijk de worsteling met wat ze moest worden, actrice of schrijfster.
Raar meisje hè? Vrouw! Vrouw.
Ze deed alsof ze totaal verlaten was en dat heb ik allemaal geloofd in die tijd. Later dacht ik: nou ja, wat daar van waar is ... daarom had ik ook geen zin meer om met Hella contact te onderhouden. Ik had wel bewondering voor wat ze bereikt had, schrijfster.
Ze heeft zich vreselijk verwaarloosd. Het was zo'n mooi meisje en ook heel fotogeniek. Ze zag er op foto's nog mooier uit dan in de werkelijkheid bijna”.

Aan het kleine hoektafeltje bij Geiger *) schoof laatst Muensterbergers jonge en fijngesneden gezicht tussen het zijne en het mijne en in een korte flits was ik bijna ontsteld erover hóe oud zijn gezicht toch is, net of er vele levens overheen gegaan zijn inplaats van dat ene leven van hem. En er kwam toen even een kleine reactie in me, een momentopname : ik zou mijn leven toch niet voor altijd aan het zijne willen verbinden, dat is iets onmogelijks. Maar eigenlijk is zo een reactie zo platvloers en beneden peil. Ze gaat uit van het conventionele begrip : huwelijk. Mijn leven is toch aan het zijne gebonden, of liever het is verbonden met het zijne. En niet eens onze levens, maar onze zielen - [...].
     Het Werk 1941-1943, Etty Hillesum, 2012. Uitgegeven onder redactie van Klaas Smelik. Deze druk is de zesde herziene en aangevulde, met nieuwe titel. De eerste druk verscheen in 1986.
*) Het Zwitserse echtpaar Max Geiger dreef in de Nic. Maesstraat 66 een vegetarisch eethuis, dat vooral bij Joden in trek was. In maart 1937 nam Etty Hillesum een kamer in het huis van de accountant Hendrik (Han) J. Wegerif (1897-1946) aan de Gabriel Metsustraat 61, met de afspraak dat zij voor het huishouden zou zorgen. Met Wegerif ontstond een intieme verhouding. Op dit adres woonde ze tot haar definitieve vertrek naar Westerbork op 6 juni 1943.

     [Max Geiger's restaurant, Nic. Maesstraat 264 , is een drukfout in Het Werk 1941-1943, uitg. 2012].

 

Theater

Een leven lang theater :

Circusvrouwen Tekst: Hella Haasse Muziek: Cor Lemaire. Fien de la Mar zong het lied Circusvrouwen voor het eerst kort na de oorlog in Scheveningen.
Op verzoek Auteur: H. Haasse, Willy van Hemert, Louis Gimberg. Gezelschap: Regenboogcabaret. Regie: onbekend. Rol: diversen. Met o.a.: Ko van den Bosch, Willy van Hemert.
Yvonne de spionne Tekst: Hella Haasse. Muziek: Jos Cleber. Live opname door studio NEKOS, Amsterdam. In 1961 waren spionnen wereldnieuws: de kranten stonden er vol van.
Van toen en thans Gezelschap: Cor Ruys' Cabaret. Auteur: Brammetje, Hella Haasse. Muziek: Han Beuker, A. Mercier Regie: Cor Ruys. Met o.a. : Truuk Doyer.
De Stuart Story Auteur: Hella Haasse, Annie M.G. Schmidt, Wim Sonneveld, Martie Verdenius, Guus Vleugel. Muziek: Harry Bannink, Han Beuker, Jelle de Vries, Wim de Vries.
Zee-Geruys Gezelschap: Cor Ruys' Cabaret. Auteur: Brammetje, Hella Haasse. Muziek: Peter Kellenbach, A. Mercier. Regie: Cor Ruys Met o.a. : Mary Dresselhuys.
De Mallemolen Auteur: Brammetje, Hella Haasse, Cor Ruys Muziek Han Beuker, Wouter Denijs Regie: Cor Ruys Gezelschap: Cor Ruys' Cabaret. Met o.a. : Anna van den Berg, Ko van Dijk, Georgette Hagedoorn.
De Mallemolen Gezelschap: Cor Ruys' Cabaret Auteur: Brammetje, Hella Haasse. Muziek Han Beuker, Wouter Denijs. Regie: Cor Ruys. Met o.a. : Louis Bouwmeester.
Het Zeemanslied van HSH werd nog in Herhalingsoefeningen (juli 1951) uitgevoerd. Lia Dorana maakte er in 1961 een opname van.

■     ■     ■

Het eerste sololied dat Haasse voor Sonneveld schreef was een Matrozenlied (1943).
Manuela Kemp vertolkte bij Haasse's 80e verjaardag een smartlap over een 'matrozenmeid : „Ik ben maar een matrozenmeid / zo'n meid die zonder onderscheid / met elke losse zeeman vrijt / zijn geld versmijt, zijn dekens spreidt...". Het is afgedrukt onder de titel Matrozenmeid in het bundeltje Yvonne de spionne (De Lange Afstand, 2000). Dit kan moeilijk het Matrozenlied uit 1943 zijn, want dàt is een mannenlied (foto van Sonneveld als matroos gekleed in Hilde Scholten, Wim Sonneveld, p. 71), dít is een vrouwenlied, wèl in '43 of '44 geschreven :

   Het exemplaar van Eri Rouché (1916-2008, cabaretière, zangeres, actrice) loopt als volgt.
           Matrozenmeid.
           ■     ■     ■            Ik zie ze genoeg / In de herinnering / maar die dan, die is er nooit bij ...

Smartlappen. Maar de acteurs werkten niet alleen met sentiment. Fien de la Mar draaide op 25 juni '45 aan het slot van Yvonne de spionne de zaal haar achterste toe, daar stond met grote letters "for officers only".

De randfiguur als held / Hella S. Haasse 1918 / door Jaap Goedegebuure

"In hoge mate gestimuleerd door de romantische pianomuziek waar ons huis altijd van vervuld was, beleefde ik in mijn verbeelding de voorsmaak van erotische ervaringen. In werkelijkheid is niets ooit die vroegere extase nabijgekomen. Het intense genot dat klankschoonheid me gaf, werd de maatstaf voor wat ik verwachtte van lichamelijke liefde. Muziek en litteratuur zijn me noodlottig geworden, in die zin, dat het imaginaire, de abstracte voorstelling, de geestdrift, die taal en toon over kunnen brengen, het onmiddellijke beleven in de weg staan". Haasse legt hier de vinger op de kern van haar schrijverschap. Wat haar verbeelding in werking zet is niet zozeer wrok, religieuze bevlogenheid of profetische pretentie (zoals bij haar mannelijke generatiegenoten Hermans, Reve en Mulisch), maar een leesgeschiedenis die allengs de plaats van levensgeschiedenis is gaan innemen.

Sommige auteurs mijden de literatuur, al was het alleen maar om zich op die manier te beschermen tegen indrukken die afleiden van de eigen kern. Hella Haasse daarentegen hoort tot het type Borges, de noest voortlezende auteur die oude boeken verwerkt om er nieuwe van te maken. Wat Haasse, die geboren werd in de kolonie Nederlands Indië en ook daar haar jeugd doorbracht, in ieder geval vermeed was de drukte van het literaire leven, dat wil zeggen de polemieken, de hectiek van tijdschriften en wat dies meer zij, behalve het tv-programma 'Hou je aan je woord' met Bomans en Mulisch. Dat had ze niet nodig om in de jaren tachtig erkend te worden als een van Nederlands grootste auteurs.
Schrijvende vrouwen : een kleine literatuurgeschiedneis van de Lage Landen. Onder redactie van J. Bel en T. Vaessens, 2010.

*    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *
m

Elza Hoek

HSH schrijft in Zelfportret
Het korte verblijf in een huis dat aan de achterzijde aan het Vondelpark grensde. Ik deelde die [enorme TK] kamer met een zieke ondergedoken vriendin. Overdag, terwijl ik op de Tooneelschool was, zat zij in een naast het raam geschoven bed en keek uit over de rode en gele en roestbruine boomkronen. Zij maakte ook het eten klaar op een elektrisch komfoortje in een van de twee muurkasten. De andere werd, aangezien zij zich niet in de gang of op de trap mocht vertonen (beneden in het huis woonde een 'foute' tandarts) als wc gebruikt. 's Avonds droeg ik de toiletemmer naar beneden. Wij wisten dat wij daar niet langer dan een paar maanden zouden wonen ; er was geen stookgelegenheid en het liep tegen de winter. Misschien was ook dat vooruitzicht van spoedig vertrek de reden dat wij ons zo weinig moeite gaven die kamer op te fleuren. [...] Het rook in de kamer doordringend naar appels ; ik was er in september in geslaagd twee koffers vol fruit uit de Betuwe door de controle heen te brengen. [...] Toen het 's nachts begon te vriezen en wij overdag zelfs met mantels aan niet warm konden blijven, was de tijd rijp voor een nieuwe verhuizing.
   Helle (sic, niet Hella) Alofs schrijft in Bzzletin 91 (1981)
De drie jaren Tooneelschool vielen samen met de chaotische oorlogsjaren. Enerzijds waren er de lessen aan de Tooneelschool in de Marnixstraat en de contacten met collega's. Anderzijds haar privéleven van huurkamer naar huurkamer. Ze leidde als reactie op de noodtoestand van oorlog en de daaruit voortvloeiende chaos – de binding met het ouderlijk milieu, dat juist steeds zeer beschermend en beveiligend was geweest, was ook ontijdig en abrupt verbroken – een kluizenaarsbestaan, waarin ze overigens opnieuw veel las. Ze verwierf zich een grote belezenheid in de moderne Nederlandse en buitenlandse literatuur. Op een van die vele huurkamers zat gedurende enige tijd een joodse vriendin, Elza Hoek, bij haar ondergedoken. Hella Haasse verdiende in die tijd voor hen beiden de kost. Ze nam als Tooneelschoolleerlinge deel aan toernees van een jeugdtoneelgezelschap. Haar eindexamen vond  in juli 1943 plaats.

Curieus is dat alleen Helle Alofs de naam Elsa (sic, moet zijn Elza) Hoek noemt, in haar doctoraalscriptie en in een artikel in Bzzletin. In het interview van Bibeb met Haasse in Vrij Nederland van 29 april 1963, waarnaar Alofs verwijst, valt de naam Hoek niet. Haasse zelf noemt de naam niet in een van haar schrifturen of interviews. Deze informatie staat of valt dus met het vraaggesprek dat Alofs met Haasse had. Niettemin schrijf ik de volgende gegevens neer zodat een volgend onderzoeker een paar uitgangspunten heeft.
    Het zal bij het adres van Haasse en Hoek's huurkamer niet gaan om Leidseplein 13, maar eerder bijv. om de woning van dr NN, Roemer Visscherstraat, Amsterdam, lang eigenaar van het pand, woonde beneden achter, kunstverzamelaar, speculeerde op de beurs. Het voorhuis was na de oorlog verhuurd. Maar volgens de BS heeft Hella in de jaren 40-43 nooit in een huis gewoond dat aan het Vondelpark grensde. Hella gaf niet al haar verhuizingen aan de BS op. in het stadsarchief van Amsterdam bevindt zich een persoonskaart van Elza Hoek, met haar woonadressen daarop. Deze kan niet getoond worden omdat haar overlijdensdatum niet bekend is.
   Elza heeft de oorlog overleefd, kwam in de U.S.A. terecht. Volgens een passagierslijst van S.S. "Queen Elizabeth" (te vinden in The National Archives, U.K.) is Elza Hoek, age 32, op 7 maart 1952 van New York naar Southampton vertrokken. Ze was op dat moment nog ongehuwd. De vraag op welk adres Elza met Hella gewoond heeft, blijft nog even onbeantwoord.

image.png

National Archives and Records Administration © Ancestry.com .

Elza zou in Engeland met William Thomas Lloyd getrouwd zijn. In de archieven van Gateshead (Engelse stad in het graafschap van Tyne and Wear) valt te lezen dat Elza Lloyd, 78 jaar, in januari 1998 aldaar is overleden.

————————

BLARICUM
Het jubileum van "Hoog-Blaricum" ( het Amsterdams Kinder Sanatorium, opgericht in 1912).
Een jubileumgift van bijna ƒ43.000.
[. . .]

                        
 De Gooi- en Eemlander 6 juli 1937

 

Namens een Comité van dankbare ouders sprak een hunner woorden van dankbaarheid, onder aanbieding van een gekleurde ets van Everbach, met een voorstelling van een mooi punt der Amsterdamsche grachten.
   Een patiëntje, de 16-jarige Elsa Hoek, hield een aardige, toegejuichte toespraak, waarbij zij van den regel afweek en den geneesheer-directeur, dr. Huët, toesprak, hem namens de patiënten een herinneringsalbum overhandigend, waarvan veel werk was gemaakt.
Alg. Hbl 6 juli 1937

Nevenstaande ets (39 x 31  cm) van Frans Everbach (1877-1947) is een voorbeeld van zijn kunst en zou door het Comité aangeboden kunnen zijn.

 



Particuliere collectie vh notarishuis Arnhem



Algemeen Handelsblad 12 juni 1940  
   


 Nieuw Israelitisch Weekblad 21 juni 1940

 

De Joodsche Schouwburg

Op bevel van de Duitse bezetters werd in october 1941 de naam van de Hollandsche Schouwburg, Plantage Middenlaan 24, gewijzigd in Joodsche Schouwburg. Daar gaven het Joodsch Symphonie Orkest en het Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble voorstellingen, die "uitsluitend voor Joodsch Publiek" toegankelijk waren op vertoon van persoonsbewijs en waarbij de zaaldeuren op slot gingen. De laatste productie Wiegelied door Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble werd op 12 juli 1942 gespeeld.
   De repetities waren al gaande voor de première van Dat Smaakt, een revue met teksten van Herbert Nelson, Rido en Willy Rosen waarvan de première voorzien was op 18 juli 1942. Maar 13 juli werd de schouwburg in gebruik genomen als doorgangshuis voor in razzia’s opgepakte en te deporteren joodse burgers.
   De stoelen werden in 1944 vervangen door strozakken. Tijdens de hongerwinter van 1944-45 werden de houten vloeren en betimmeringen als brandhout eruit gesloopt. Na de oorlog kocht de Stichting Hollandse Schouwburg het gebouw om te voorkomen dat het weer voor theateramusement - revue, cabaret enz. - gebruikt zou worden.

In de nacht van 15 of 20 juli 1942 reden voor het eerst trams met joodse gevangenen van de Hollandsche Schouwburg naar het Centraal Station van Amsterdam.

Elisabeth Andersen kwam 18 jan. 1940 op de Tooneelschool, de enige in Nederland. HSH en Elza Hoek kwamen aug. '40 op de Tooneelschool. Ze noemde zich toen Hélène Serafina Haasse *). In sept. '41 moest Elza Hoek, die met Hella een kamer gedeeld heeft, de school verlaten. Ze speelde in april '42 in de Joodse Schouwburg (was wrs niet op vrije voeten). Ze volgde de cursus '40-'41 tegelijkertijd met HH en  Elisabeth Andersen. Treves was naar België gevlucht.
          *) Stabielen en passanten, 125 jaar Amsterdamse Toneelschool. 2000, p. 200.

Elza Hoek behaalde in 1940 het einddiploma Barlaeus gymnasium alpha (Nieuwe Leidsche Courant, 13 juni 1940 pagina 7). Klasgenoten M. J. Heybroek, M. de Jongh, Anna G. Kijzer, Elsa Levenbach, Alice Meerwaldt, H. Mees.
   Winterwake (dramatische fantasie in 17 taferelen, 1948) van Luisa Treves verwierf de derde Koepelprijs voor toneelschrijvers van de Gemeente Amsterdam 1948. De jury bestond uit S. Carmiggelt, A. Defresne en A. Koolhaas. De prijs wordt in De Tijd van 28 jan 1948 de Abr. van der Viesprijs genoemd, door Hella Haasse de Mr. H. G. van der Viesprijs van de Vereniging van Letterkundigen, in haar voorwoord bij Van achteren naar voren, de verzameluitgave van Treves' toneelstukken (1989). In de dialogen tussen de hoofdpersonen Julia en de Dokter in Winterwake lijkt de ontwrichte Hella Haasse uit de periode 1940-45, zij het niet 'één op één', beschreven te zijn.

 

Huldeblijk aan de zestigjarige actrice Sophie (Fie) de Vries-de Boer, met portretjes en handtekeningen van collega's uit de voorstelling "Het loopt toch anders dan je denkt", juni 1942.
Met de klok mee vanaf jarige FIE :

Marie Hamel
Elza [soms Elsa] Hoek
Felix Bekkers
Hetty Bloemgarten
Valk v. Spiegel
Alie Mug
Robert de Vries
Eduard Veterman
R. (Ronny) Leefmans
Jules Weyl
Adolphe C. M. Hamburger
Enny de Leeuwe
Kurt Gerron

Lieve Jarige Fietje,
Je bent zoo'n gezellige Griet,
Dat 't gezelschap – zooals je ziet –
Je 'n verjaardagscadeau'tje biedt.
We voelen hierbij een beetje verdriet:
In 't volgende stuk, helaas, ben je niet.
Maar we zien je wel weer in het verschiet.
En kom onderwijl nog eens op visiet
Bij een van ons allen, van Veter tot Riet.

Amsterdam, 18 Juni 1942 (Slag bij Waterloo) / maar bedoeld voor de 19e Juni, op de / 'Dernière' van 'Het loopt toch anders dan / je denkt".

Collectie Joods Historisch Museum Amsterdam / objectnr D002196.

"Van Veter tot Riet" : met Riet zal Marietje Hamel bedoeld zijn. — In het interview met Hella Haasse door Bibeb, Vrij Nederland, 27 april 1963, wordt de naam Elza Hoek niet genoemd. Rest als bron alleen het het gesprek van Helle Alofs met Hella Haasse op 12 juni 1967. Elza zou bij Hella gewoond hebben, niet omgekeerd. Moet najaar 1942 geweest zijn. Maar toen stond Hella in Haarlem ingeschreven. Tja . . .
   Veterman heeft vermoedelijk het feestlied voor Sophie de Vries-de Boer gemaakt en de medewerkenden geconterfeit.

 

 

Valk van Spiegel *27 sept. 1896 te Utrecht, overleden 4 febr. 1967 te Arnhem, was een veelzijdig en handig toneelman. In 1915 maakte hij zijn debuut in de Plantage Schouwburg in Amsterdam. Vervolgens werkte hij bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, bij Royaards, Heijermans, Verkade, in Reprise, bij Het Schouwtooneel en bij Tooneelgroep Het Masker van Ko Arnoldi. Bij het gezelschap Jan Musch speelde hij in Het wederzijdsch huwelijksbedrog. Bij het A.T.G., het Amsterdamsch Tooneelgezelschap, in De comedie van het geluk.
   Hij was enige tijd clown bij circus Hagenbeck en werkte als acteur, inspiciënt, decorbouwer en souffleur bij Anton Ruys in Ned.-Indië.
   Bij Tooneelgroep Theater werkte Van Spiegel sinds de oprichting onder directeur Rob de Vries. Hij speelde Laflèche in De Vrek van Molière, de boerenknecht in De wijze kater van Heijermans, souffleerde bij Uburleske (Ubu Roi) van Alfred Jerry, De avonturen van de brave soldaat Svejk en bij Zes personages op zoek naar een schrijver van Pirandello.
     Foto Geni.com.


Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble is opgericht in nov. 1941. Het heeft twaalf producties op de planken gebracht. De première van 'Het loopt toch anders dan je denkt' van Veterman werd op 11 juni 1942 gegeven.

Inline afbeelding 1
Collectie Verzetsmuseum Amsterdam / Beeldnummer 111049.

Acteurs op het toneel van de Joodsche Schouwburg tijdens een voorstelling van 'Het loopt toch anders dan je denkt' van Eduard Veterman. Jules Weyl zit 2e van links in wit colbert. Helemaal rechts zit Fie de feesteling, zwart gekleed. Naast haar wrs Enny de Leeuwe. De man breeduit midden is Kurt Gerron. De baardman is Felix Bekkers. De meest linkse figuur kan Elza Hoek zijn, de enige met niet-zwarte haren.
   Ten slotte Alie Mug. Haar BS-kaart vermeldt dat ze 10 juli 1900 als Aaltje Mug in Amsterdam ingeschreven is als dochter van Abraham Mug (*Rotterdam 7 aug 1871) en Sophie Plots (*Londen 7 aug 1871). Ze werkte als ouvreuse en caissière, van 1925 tot '42 of '43 woonachtig Ruyschstraat 84 hs, niet ver van het voormalige Weesperpoortstation, dat in 1939/40 afgebroken is. (Op het verlaten emplacement heb ik in de hongerwinter nog naar kooltjes voor 't noodkacheltje gezocht. TK) Op zeker ogenblik zal Alie ondergedoken zijn. Met succes, ze was een van de overlevenden. Alie is overleden te A'dam 11 dec 1986.
   De tekeningen, wrs door Veterman, zijn als caricaturen bedoeld - Alie Mug weet niet hoe klein ze zich kan maken helemaal onderaan.

"Daarmee komen we al vroeg in het gesprek op het politieke bewustzijn en nog meer op het niet-politieke bewustzijn van de toneelschoolleerlingen in die dagen. Ton Kuyl wil er absoluut iets als eerste over zeggen. "Toen ik op school kwam in 1941 hoorde ik, dat er twee meisjes niet meer op school mochten terugkomen of niet werden toegelaten, dat weet ik niet meer precies. Het was in ieder geval omdat ze joods waren". (*)

(*) “Het grote zwarte boek waarin alle ingeschreven studenten aan de Amsterdamse Toneelschool vanaf de eerste dag handgeschreven vermeld staan, vertelt ons: Elza Hoek, Hetty Bloemgarten en Siem Vos hebben in september 1941 'als niet arisch' de school verlaten. Siem Vos overleefde de oorlog niet. Bij toeval heeft Ton Kuyl Hetty Bloemgarten later in zijn Parijse tijd ontmoet en hebben zij nog samen audities gedaan. Zij overleefde de oorlog en dat gold ook voor Elza Hoek, die nu in Engeland woont”.

      In : DE OORLOGSJAREN, internet-artikel van André Veltkamp, eerder gepubliceerd in: Stabielen & passanten, 125 jaar Amsterdamse Toneelschool, 2000. De gemoderniseerde spelling van e.e.a. komt voor rekening van de auteur.


Het Joodsche Weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam, 1 apr 1942. Het stuk ging ca. 12 keer.

* * * * * * * *

Terwijl de Duitsers begin jaren veertig de joden het leven steeds  zuurder maakten, debuteerde Hetty Bloemgarten als actrice in de Hollandsche Schouwburg te Amsterdam. De Groene, 20 nov. 2013.

   “In september 1940 ging ik naar de Toneelschool in Amsterdam. Een paar maanden later namen de Duitsers de eerste anti-joodse maatregelen. De Duitsers richtten  zich op de joodse ambtenaren, die massaal ontslagen werden. Elias van Praag, een uitstekende acteur en  toneelleraar, begon daarom een eigen opleiding in de huiskamer van een arts, wiens dochter toneelaspiraties had. In oktober 1941 – ik was  overgegaan naar de tweede klas – riep de directeur van de Toneelschool  mij bij zich in zijn kantoor. Met tranen in de ogen vertelde hij me dat hij mij niet meer op zijn school mocht handhaven. Ik stelde hem gerust:  ‘Geen probleem, die stomme Duitsers ook! Ik studeer gewoon verder bij  meneer Van Praag!
    's Middags, na school, nam ik afscheid  van al mijn medeleerlingen, die het afschuwelijk vonden dat ik weg moest. Ze hadden het liefst een protestdemonstratie willen houden, maar  de hele school telde niet meer dan dertig leerlingen en dat zou niets hebben uitgehaald. [Aan HSH kan dit alles niet onopgemerkt voorbijgegaan zijn].
    [ . . . . ] Het liep al tegen juni [1942]. Veterman bereidde een derde stuk voor, waarin hij mijn vriendin Elza Hoek de hoofdrol wilde geven. Het was logisch dat hij een ander meisje ook een kans wilde geven. Ik kreeg een klein  rolletje in dat stuk, maar het is nooit opgevoerd. Ik weet nog dat hij met plannen rondliep om een school te openen die gebaseerd was op de methodes van Stanislavski. Hij liet ons improvisaties doen die we allemaal met gemak uitvoerden. ‘Spreekt vanzelf', zei hij, ‘jullie zijn zo jong en nog niet misvormd door het vak.' Of Elza Hoek nog vaak heeft gerepeteerd herinner ik me niet meer. [Elza was nog niet ondergedoken.] Maar vanaf juli 1942, ruim een maand nadat Hetty optrad in de schouwburg, begonnen de systematische deportaties.”

* * * * * * * *


Algemeen Handelsblad 5 oct 1930. De Zilverschoonstraat ligt in A'dam Noord, een km vanaf de IJpont achter het CS.

Luisa Treves herinnert zich Elza Hoek als "een van die meisjes van die [toneel]school", maar daar houdt de herinnering op. Een broer van Elza, Coenraad, was tuinbaas in het joodse krankzinnigengesticht 'Het Apeldoornse Bos'. Toen de patiënten uit de inrichting werden gedeporteerd op 21 jan. 1943, is hij met hen meegegaan.

De ouders van de jongens Everard en Coenraad waren Ezechiël Jacob Hoek en Henriette Stom. Hun zussen waren Cathérine (1915), Elza (1919), Henriette Jacoba (1922) en Nora (1923). (bron: persoonskaart Ezechiël Jacob Hoek).
   Everard Hoek, doctor in de klassieke letteren, was ongehuwd. Hij woonde in Amsterdam, maar vluchtte uit Nederland. In de trein tussen Parijs en Zwitserland is hij opgepakt en naar Westerbork gestuurd, vanwaar hij werd gedeporteerd.
NIOD, Erelijst Verzet en Koopvaardij, database vervaardigd door J. W. de Leeuw.

Ezechiel Jacob Hoek, *12 aug 1883 te Vorden, zoon van Mozes Hoek and Bertha Eliza van Essen, was gehuwd met Henriette Stom, *23 feb 1885 te Amsterdam. Kinderen :
1) Catharina Hoek, *1915 ;
2) Everard Hoek, *22 oct 1916 Amsterdam, † 30 juni 1944, Midden-Europa, woonde febr 1941 Leidscheplein 13 II in Amsterdam ;
3) Coenraad Hoek, *8 jan 1918 Amsterdam, † 1 apr 1943 Auschwitz (Polen), beroep landbouwer, woonde rond feb 1941 Leidscheplein 13 II in Amsterdam. Getransporteerd naar Apeldoorn, vandaar naar Auschwitz ;
4) Elza Hoek *Amsterdam 18 sept 1919, Leidscheplein 13 II A'dam ; na de oorlog gehuwd met William Thomas Lloyd, naar Engeland gegaan ;
5) Henrietta Jacoba Hoek, *1922, gehuwd met Hans Philip Veerman ;
6) Nora Hoek, *1923, overleden 2 feb 2002, 78 jaar oud.

              
Het Joodsche Weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam, 17 april 1942

Van de medewerkenden aan deze productie hebben Eduard Veterman, Marie Hamel, Hetty Bloemgarten, Rob de Vries, Enny de Leeuwe, Elza Hoek en Alie Mug de vervolging overleefd.

Hetty Bloemgarten (*Maastricht 16 april 1922 - †Toulouse 1998) was verwijderd van de Tooneelschool, maar debuteerde als actrice bij Het Joodsche Toneelgeezelschap. Bij de generale repetitie en de première van de voorstelling 'Kaap de Goede Hoop' zat de hele familie Bloemgarten trots op de eerste rij (uit : Een schitterend vergeten leven: de eeuw van Frieda Belinfante door Toni Boumans, 2015). Ze overleefde de oorlog in Brussel. Trouwde in Parijs en is in Frankrijk blijven wonen.

— — — — — — — —

Niet overleefd hebben

Adolphe Cornelis Maria Hamburger, *Den Haag, – Dachau, .

Sophie (Fie) Adriana Juliëtte de Vries-de Boer, dochter van Henri de Boer en Esther van Rijk, *Rotterdam 19 juni 1882 - Auschwitz 11 feb 1944. Gehuwd Watergraafsmeer 5 dec 1907 met Hartog de Vries (*A'dam 6 apr 1881 - Auschwitz 11 febr 1944). Sophie de Boer kwam als dochter van Esther de Boer-van Rijk al vroeg op de planken te staan. In 1894-1907 speelde zij bij de Ned.Tooneelvereeniging. Examen tooneelschool 1901. Noemde zich in later jaren Sophie de Vries-de Boer van Rijk.

Inline afbeelding 1Interieur van de Joodsche Schouwburg. Ghetto Fighters' House Archives, Israel / Catalog No. 59558 / Registry No.60879

Philip 'Felix' Bekkers, *Rotterdam 20 mrt 1908, speelde in oct 1940 samen met Cor Dommelshuizen in Amsterdam, werkte in 1942 mee aan drie stukken bij Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble. Overleden in een concentratiekamp in Midden-Europa op 28 jan 1945.

R. (Ronny) Leefmans

Inline afbeelding 9

Inline afbeelding 10
Het Parool 11 maart 1946

Kurt Gerron (*Berlijn 11 mei 1897) was afkomstig uit een joodse familie in Berlijn. Studeerde eerst geneeskunde, maar werd in 1920 acteur. Trad op in films zoals Der blaue Engel met Marlene Dietrich als tegenspeelster en op het toneel in de rol van Brown (het hoofd van de politie in Londen) in de première van de Dreigroschenoper in Berlijn in 1928. Hij speelde in meer dan 70 films.
   Op zeker moment werd hij geïnterneerd in Westerbork, daarna in Theresienstadt. Werd daar gedwongen de propagandafilm Der Führer schenkt den Juden eine Stadt te maken. Toen de opname klaar was, moest Gerron naar Auschwitz. Hij werd onmiddellijk bij aankomst, 28 oct 1944, vermoord.
    Prisoner of Paradise en Kurt Gerrons Karussell zijn documentaire films waarvan Gerron het onderwerp is. Prisoner of Paradise is een Canadese documentaire uit 2003, geregisseerd door Malcolm Clarke en Stuart Sender.

Jules Jacob Weijl / Weyl, geb. Amsterdam 4 jan 1915, werd 16 juli 1943 in Sobibor vermoord. Zoon van Jozeph Weijl en Jenny Elekan, was hij in de jaren 1939-1941 leerling aan de Amsterdamsche Tooneelschool. Hij heeft in de jaren 1941-1942 bij Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble in de Hollandsche Schouwburg gespeeld.

Inline afbeelding 3
Het Joodsche Weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam 12 juni 1942

Inline afbeelding 2  

TOONEEL in den JOODSCHEN SCHOUWBURG

Inline afbeelding 6

1. Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam 1 april 1942

 

2. Het joodsche weekblad : uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam 12 juni 1942
← ← ← ←


De producties van Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble


Wiegelied - op zondagmiddag 12 juli 1942 werd de laatste voorstelling door het ensemble gespeeld. Deze werd in het Joodsche Weekblad van 17 juli 1942 nog gerecenseerd. "[...] Het scheen trouwens ook of men ditmaal het goede blijspel-tempo niet te pakken kon krijgen. Maar dat kan, op den Zondagmiddag, waarop wij de voorstelling bijwoonden, wel veroorzaakt zijn door de uiterst dun bezette zaal. Of misschien ook wel door andere redenen. [...]"
   Zowel de recensierubriek Joodsche Kunst in Amsterdam, alsook de advertenties die voorstellingen en concerten in de Joodsche Schouwburg aankondigden, zijn in de daaropvolgende nummers van het Joodsche Weekblad niet meer te vinden.

Voordat de Duitsers de naam Hollandsche Schouwburg in Joodsche Schouwburg wijzigden, waren daar verschillende Nelson-shows (zoals bijv. Muziek ! Muziek ! en Reislectuur met teksten van Herbert Nelson en muziek van Rudolf Nelson) te zien. Toegang uitsluitend voor Joods publiek. Op 24 oct 1941 heet het nog Hollandsche Schouwburg in de advertenties, vanaf 31 oct 1941 is de naam veranderd in Joodsche Schouwburg. In nov 1941 is tot de oprichting van Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble overgegaan. Met een gift van de Van Leer Stichting werd het mogelijk de eerste voorstelling reeds op 23 nov te geven.
    De artistieke leiding van het ensemble lag bij Henriette (Heintje) Davids ; dr. W. J. Levie regelde de organisatorische taken. In april 1942 bracht Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble voor het eerst een toneelstuk, Kaap de Goede Hoop. Davids en Levie bleven de directie vormen van het JKE, Elias van Praag nam de artistieke verantwoordelijkheid voor de toneelstukken op zich. Het JKE stoelde op drie poten, show, revue en toneel, drie verschillende genres, elk met eigen medewerkers, zodat er geen gaten in de programmering vielen.
    Het Joodsche Symphonie Orkest, opgericht met 73 musici onder leiding van dirigent Albert van Raalte, sloot zich — geen Kleinkunst zijnde — niet aan. Het orkest bestond acht maanden, het eerste concert vond op 16 november 1941 plaats, het laatste 9 juli 1942. De concerten van Het Nieuw Joods Kamerorkest stonden o.l.v. dirigent Salomon Abas.
    Een overzicht :

HET JOODSCHE KLEINKUNST-ENSEMBLE : show (5), operette (1), revue (1) en tooneel (4).

Hand in hand - première 23 nov 1941 o.l.v. Heintje Davids.
De Nieuwe Muzikale Nelson-Show met opera, tragedie, comedie, circus, operette en revue.
Iets anders - première 21 dec 1941. Een Nelson-Revue met dans, sketches en chansons o.l.v. Heintje Davids en W. J. Levie.
Muziek ! Muziek ! - première 18 jan 1942.
Tweede editie van de Nelson-show op veelvuldig verzoek. O.l.v. Heintje Davids en W. J. Levie.
Fortissimo ! - première 8 feb 1942. Voor het eerst was bij deze Nelson-show de artistieke leiding verdeeld in afd. Kleinkunst (Henriette Davids) en afd. Tooneel (Elias van Praag).
Kaap de Goede Hoop - première 11 apr 1942 -- TOONEEL. Dit was de openingsvoorstelling van de afd. Tooneel van JKE. De regie en decors vielen onder verantwoordelijkheid van Eduard Veterman.
De Czárdásvorstin van Emmerich Kálmán - première 18 apr 1942.
Operette in drie bedrijven in groote montering met 70 medewerkenden. Decors : Eduard Veterman.
Dokters geheim - 13 mei 1942 -- TOONEEL.
Regie : Eduard Veterman.
Sensatie ! - première op mei 1942.
Een Nelson-show. Met decors van Eduard Veterman.
't Loopt toch anders dan je denkt - première 11 juni 1942 -- TOONEEL.
Blijspel in drie bedrijven door Eduard Veterman.
Vuurwerk ! - première 20 juni 1942.
Willy Rosen-revue. Decors : Eduard Veterman.
Wiegelied - première 11 juli 1942 -- TOONEEL.
Blijspel. Regie en decors : Eduard Veterman. Na 12 juli 1942 zijn er geen voorstellingen meer gegeven, zo blijkt uit de meest betrouwbare bron, Het Joodsche Weekblad, sinds 26 oct 1941 het enige door de bezetter toegestane persmedium.
Dat Smaakt - première gepland 18 juli 1942.
Rido-revue met decors van Eduard Veterman.

Eduard Veterman (tekenaar, auteur, theatermaker) vervalste met zijn tekentalent in de oorlog persoonsbewijzen. Hierdoor heeft hij honderden mensen gered van deportatie. Hij maakte deel uit van de verzetsgroep Luctor et Emergo, later omgedoopt tot Fiat Libertas. In october 1943 werd hij verraden, vervolgens heeft hij 2½ jaar in verschillende gevangenissen in Nederland moeten doorbrengen. Veterman wist zich in leven te houden door regelmatig hartfalen te simuleren en privileges los te krijgen van bewakers, SS-ers en gevangenisdirecteuren door ze te portretteren. Waarschijnlijk heeft hij voor de 'Hulde aan de 60 jarige FIE' het feestdicht geschreven en de karikaturen getekend.
   Na de oorlog, 13 juli 1945, vroeg Prins Bernhard aan Veterman (in een persoonlijke brief) een boek over de Binnenlandse Strijdkrachten te schrijven. Toen Veterman liet blijken geen blad voor de mond te zullen nemen, trok de minister van Defensie Fiévez namens de regering de opdracht ijlings in, op 25 aug. ZI (‘Zekere Instanties’) waren alleen geïïnteresseerd in een laudatio, niet in geschiedschrijving. In mei 1946 liet Veterman provocerend weten dat hij met een boek bezig was waarin de de kool en de geit, te weten de Nederlandse regering in Londen en diverse na de bevrijding op hoge posten aangestelde personen niet gespaard zouden worden. Hem werd met klem verzocht dit werk te staken, o.a. door majoor Somer, hoofd van het Bureau Inlichtingen, de toenmalige BVD. Hij schreef onder toenemende bedreiging Balans der Misère, toonde het manuscript aan vrienden. Na zijn dood doorzochten ze zijn werkkamer. Het ms was verdwenen. Ze vonden alleen de eerste blz. en de hoofdstukindeling. "De Duitsers zijn verslagen, maar het fascisme niet". Dat bleek wel.
   Op 28 juni 1946 kwam Veterman bij een eigenaardig auto-ongeluk om het leven. Hij werd aangereden door een zware legervrachtwagen die niet op tijd zou hebben kunnen remmen toen Veterman voor hem opdook. Foto's zijn wel gemaakt maar er is geen diepgaand onderzoek ingesteld, slechts een formeel politierapportje opgemaakt. Hiermee zou het eigenaardige auto-ongeluk van pater Ludo Bleys op 15 aug 1945 in verband gebracht kunnen worden. De jeep van Bleys sloeg over de kop. De auto leek gesaboteerd te zijn geweest, aldus de geruchten.
   Bleys en Veterman kenden elkaar goed, ze wisselden meningen en ervaringen uit. Bleys was lid van de Grote Adviescommissie der Illegaliteit. Beiden publiceerden zeer kritisch aangaande leden van het oorlogskabinet en de nieuwe bestuurders.

   De auto's van beide mannen werden door dezelfde garage onderhouden, een autobedrijf in Utrecht waar een aantal voorwaardelijk vrijgelaten NSB-ers was ondergebracht, waar ook een paar jongelui werkten, die er geen geheim van maakten dat ze zonder veel moeite een auto-ongeluk konden ensceneren. De jeep van Bleys verloor een voorwiel doordat de boutgaten zouden zijn ingescheurd. Slijtage of opzet ? Meestal komt een wiel los omdat iemand vergeten is de wielmoeren vast te zetten. Na het ongeluk van Veterman verklaarden ooggetuigen dat ze zijn auto zagen doorschieten terwijl hij had moeten remmen. Heeft hij het verkeerde pedaal ingedrukt of was de reminstallatie onklaar gemaakt ? Het is niet onderzocht, of het onderzoeksrapport is 'verdwenen'. Er werd van een politieke liquidatie gesproken. Jan Willem Regenhardt behandelde het onderwerp beknopt in zijn Vetermanbiografie Het gemaskerde leven van Eduard Veterman (1990), overigens een uitstekend boek, maar de schrijver heeft geen poging tot onderzoek in deze zaak gedaan. Met Dieuwertje Blok maakte hij een documentaire over Veterman. Het Parool van 19 mrt 1991 schreef er een kort artikel over. Maar voor justitie en politie is het een cold case gebleven.
   Wel heeft De Dokwerker recentelijk het een en ander boven water gebracht. Zie DE DOKWERKER met een link naar Amsterdam. Door de ogen van Ben Verzet.

------------------------------------------------------------------------------------------------------

De eerste vermelding van de naam Joodsche Schouwburg is te vinden in een advertentie uit Het Joodsch Weekblad van 31 oct 1941. Het betrof een productie die daar, in de Hollandsche Schouwburg, al liep.
Naast de Joodsche Schouwburg mochten in 'Het Theater van de Lach' (huidige theater Desmet, Plantage Middenlaan 4, daar werden revue's en operettes opgevoerd) en in het 'Gebouw Rapenburgerstraat 109' (waar veelal concerten van het Joodsche Strijkkwartet te beluisteren waren) na sept 1941 alleen Joden deze programma's bezoeken.

Alle voorstellingen van Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble stonden o.l.v. Henriette (Heintje) Davids en Dr. Werner Josef Levie. Dit ensemble werd (evenals het Joodsche Symphonie Orkest) opgericht in nov 1941.
   Rido is het pseudoniem van de man waarmee Heintje Davids in 1914 was getrouwd, Philip Pinkhof. Juda en Menachem Pinkhof waren verre familie van Philip. Mirjam Pinkhof was geboren Waterman. Cf Ineke Brasz e.a. De jeugdaliah van het Paviljoen Loosdrechtsche Rade 1939-1945 (Verloren 1987, Historische reeks Loosdrecht dl 4). In dit boekje wordt ook vermeld dat J. C. de Haan, Hoenderpark Nieuwloosdrechtschedijk 41, een neefje van Eduard Veterman in huis had.
    Philip is geboren uit een Haagse Pinkhof-tak en Juda en Menachem uit een Amsterdamse Pinkhof-tak. Philip Pinkhof was geboren 1882 te den Haag, Juda geb in 1921 en Menachem geb in 1920 in Amsterdam.

Hermann Schey noemde zich soms in de oorlog Herman Schey. Hij overleefde en mocht graag vertellen dat hij in Zwitserland een villa had laten bouwen, das Scheyshaus. De riolering liep naar Duitsland.
   Henriette Davids ging als Heintje Davids door het artiestenleven.
   Franziska Schotter was 1932-1942 de derde echtgenote van dirigent Salomon Abas. Abas is in Sobibor vermoord. Zijn broer Abraham (1895-1986) was lid van de Commissie van Beheer van Groep 2000 ; zijn nummer 1015. Werkte in de Nieuwe Kerk (beheer voedsel en andere zaken voor het verzet), waar ook Jan Koopmans zijn Bureau voor chr. gedoopte Joden had.
   Hakkie Davids (Hartog Davids *22 mei 1879) was de oudere broer van Louis en Heintje Davids.
Sam Swaap en Jacob van der Woude waren de concertmeesters. Swaap had deze functie bij het Residentie-orkest vervuld.
   Ons kleine landje bezat een keur van vooraanstaande, geniale Joodsche kunstenaars ; vooral ons symfonisch orkestleven was rijkelijk bedeeld met instrumentalisten van internationale vermaardheid. O.a. Rosa Spier, in die tijd soloharpiste in het Concertgebouworkest ; Marix Loevensohn, solocellist van hetzelfde orkest ; [...] Albert van Raalte, een dirigent van superklasse, stampte in de kortst mogelijke tijd een orkest van wereldniveau uit de grond.    
          Bernard Drukker, Ik speel voor U (1979)
Het orkest speelde elke zondagmiddag. Na een carrière vnl in Duitsland werkte van Raalte sinds 1 jan 1928 voor de AVRO in Hilversum. Ook trad hij op als gastdirigent in binnen- en buitenland. Minder dan een week na de capitulatie van Nederland werd Van Raalte op 21 mei 1940 ontslagen door AVRO-directeur Willem Vogt. Vanaf april 1941 stond hij voor het Joodsche Symphonie Orkest.
De schouwburg had geen orgel. Bernard Drukker speelde de orgelsymfonie van Saint-Saëns en obligate orkestpartijen op een elektrisch harmonium met pedaal. De synagoge aan de Rapenburgerstraat had mogelijk een pijporgel.

P R O G R A M M A ' S     J O O D S C H E     S C H O U W B U R G

'Reislectuur' - 31 oct 1941 - Alle avonden 19.30 uur (behalve vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Een muzikale Nelson-show (Hollands-Duits). Teksten Herbert Nelson. Muziek Rudolf Nelson. Regie Kurt Gerron.
Met : Heintje Davids, Silvia Grohs, Liselotte Jacobi, Kurt Gerron, Michel Gobets, Kurt Lilien, Otto Wallburg, Herbert Scherzer. Orkest : Rudolf Nelson met solisten : Paul Godwin, Martin Roman, Max Cohen, Werner Ullmann, Eddie de Jong.

Het Symphonie Orkest der Van Leer Stichting - hierna Het Joodsche Symphonie Orkest genoemd.
Openingsconcerten 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solisten : Herman Leydensdorff, viool en Hermann Schey, bas-bariton.
16 nov 1941 - Mendelssohn Ouverture Ruy Blas, vioolconcert en de Italiaanse (4e) Symphonie.
19 nov 1941 - Goldman 1e Symph., Mahler Adagietto uit 5e Symph., Lieder eines fahrenden Gesellen, Dukas l'Apprenti Sorcier.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Hand in Hand'
23 nov t/m 17 dec 1941 - Iedere avond 19.30 uur (behalve ma, vr) en ma, di, wo, za, zo 14.30 uur.
Teksten : Herbert Nelson en Rido. Muziek : Rudolf Nelson. Met : Henriette Davids, Ellen Schwarz, Sylvain Poons, Silvia Grohs, Robert de Vries, Michel Gobets, Kurt Lilien, Otto Wallburg, Herbert Scherzer. Orkest : Rudolf Nelson. Solisten : Paul Godwin, Martin Roman, Max Cohen, Werner Ullmann, Eddie de Jong.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 30 nov 1941 - 10.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Hermann Schey, bas-bariton.
Goldman Symph. nr 1, Mahler Adagietto uit Symph. nr 5, Lieder eines fahrenden Gesellen, Dukas l'Apprenti Sorcier.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 4 dec 1941 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Sam Swaap, viool.
Mendelssohn delen uit Midzomernachtdroom, Wieniawski vioolconcert, Dukas La Péri.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 8 dec 1941 - Maandagavond (heldere maan).
Dirigent : Salomon Abas. Soliste : Paula Lindberg, alt.
Mendelssohn : voorspel Paulus, aria Sei stille dem Herrn uit Elias, Meeresstille und glückliche Fahrt, en o.m. Joodse liederen.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 14, 18 en 28 dec 1941 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Lotte Medak, sopraan.
Mahler Symph. nr 4, Mendelssohn Hebriden Ouverture en aria uit Elias Höre, Israel.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Iets anders !'
21 dec 1941 t/m 16 jan 1942 - Iedere avond 19.30 uur (behalve vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Teksten : Herbert Nelson en Rido. Muziek : Rudolf Nelson. Met : Henriette Davids, Ellen Schwarz, Sylvain Poons, Silvia Grohs, Robert de Vries, Michel Gobets, Kurt Lilien, Otto Wallburg, Herbert Scherzer.
Orkest : Rudolf Nelson. Solisten : Paul Godwin, Martin Roman, Max Cohen, Werner Ullmann, Eddie de Jong.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 22 dec 1941 en 19 jan 1942 - 19.30 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Soliste : Franziska Schotter, piano.
M.m.v. de radio-saxophonisten Ab van der Molen en Ab Witteboon. Gershwin Rhapsody in Blue.

Het Groot Joodsch Amusements Orkest - 25, 29 dec 1941 en 12 jan 1942
Openingsconcert 11 uur, andere 19.30 uur.
Gevormd uit 20 vroegere leden van de omroeporkesten o.l.v. Bernard Drukker.
Met o.a. Sal Doof, Maurice van Kleef, Ab van der Molen, Jacques Mossel, Flip Neeter, Maurice Poons, Ab Witteboon, microfoonzangeres Paukje Kosmar. Op het programma stonden o.a. Tiger Rag en Kálmán-Fantasie.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 26 dec 1941 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Stevan Bergmann, piano.
Mendelssohn delen uit Midzomernachtdroom, Sinigaglia Ouverture Le baruffe chiozzotte, Moszkowski pianoconcert.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 5 jan 1942 - 19.30 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Soliste : Jo Hekster, viool.
o.a. Mendelssohn vioolconcert, Milhaud La Création du Monde (voor 15 solo-instrumenten).

Het Joodsche Symphonie Orkest - 11 en 22 jan 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Imre Ungar, piano.
Goldmark Ouverture Im Frühling, Mendelssohn pianoconcert, Weiner Serenade Op. 3, Weinberger Polka en Fuga uit Schwanda der Dudelsackpfeifer.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 15 jan 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Ré Koster, mezzo.
Milhaud Serenade, Mendelssohn concert-aria Ah, ritorna, età felice, Sinigaglia Danze piemontesi, Mendelssohn Schotse (3e) Symphonie.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 18 jan 1942 - 10.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Jacob van der Woude, viool.
Mendelssohn : Ouverture Ruy Blas, vioolconcert, Schotse (3e) Symphonie.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Muziek ! Muziek !'
18 jan t/m 6 feb 1942 - Iedere avond 19.30 uur (behalve ma, vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Tweede editie van deze Nelson-show. Teksten : Herbert Nelson en Rido. Muziek : Rudolf Nelson. Met : Henriette Davids, Ellen Schwarz, Sylvain Poons, Silvia Grohs, Michel Gobets, Kurt Lilien, Otto Wallburg, Herbert Scherzer. Orkest : Rudolf Nelson. Solisten : Paul Godwin, Martin Roman, Max Cohen, Werner Ullmann, Eddie de Jong.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 25 jan 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Aan de vleugel Paul Frenkel.
Schönberg Verklärte Nacht, Mendelssohn Capriccio voor piano en orkest, op. 22, Dukas Symphonie.

Het Groot Joodsch Amusements Orkest - 26 jan 1942 en 1 feb 1942 - resp. 19.30 en 11 uur.
o.l.v. Bernard Drukker. Soliste : Bianca Barnet, sopraan.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 2 feb 1942 - 19.30 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Solisten : Fred Nandor, bariton en Elie Meyer, viool.
o.a. Lewandowski Hebreeuwsche Rhapsodie, Ernest Bloch Chassidische melodieën, L. Weninger Paraphrase over Eili Eili.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 5 feb 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Louis Schuyer, cello.
Mendelssohn Ouverture zum Märchen von der schönen Melusine, Davidoff cello-concert, Mahler Symph. nr 1.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Fortissimo !'
8 feb t/m 15 feb 1942 - Iedere avond 19.30 uur (behalve ma, vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Teksten : Herbert Nelson en Rido. Muziek : Rudolf Nelson. Artistieke leiding verdeeld in afd. Kleinkunst (Henriette Davids) en afd. toneel (Elias van Praag). Met : Henriette Davids, Sylvain Poons, Silvia Grohs, Michel Gobets, Kurt Lilien, Otto Wallburg, Herbert Scherzer.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 12 feb 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Raphael Lanes, cello.
Schönberg Verklärte Nacht, Saint-Saëns cello-concert, Dukas Symphonie.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 15 feb 1942 - 10.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Marjo Tal, piano.
Goldmark Ouverture Im Frühling, Mendelssohn pianoconcert, Weiner Serenade, Sinigaglia Danze piemontesi.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 15 feb 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Judith Toff, mezzo.
Mendelssohn Meeresstille und glückliche Fahrt, Mahler : liederen, Urlicht en Allegretto uit Symph. nr 2, Dukas Symphonie.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 16 feb 1942 - 19.30 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Soliste : Lotte Medak, sopraan.
O.a. van Mendelssohn de aria's Höre, Israel uit Elias en Jerusalem uit Paulus.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 22 feb 1942 - 10.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Benedict Silberman, piano.
Pleyel Symphonia, Gershwin Rhapsody in Blue, Goldmark Balletmuziek uit Die Königin von Saba.

Volgt een periode zonder voorstellingen. Kolenschaarste ?

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Kaap de Goede Hoop'
11 apr t/m 22 apr 1942 - Iedere dag 14.30 en 19.30 uur (behalve do-mi, vr-av).
Komedie van Ladislaus Bus-Fékete in drie bedrijven, vertaling : Maurits Parser. Met : Adolphe Hamburger, Elias van Praag, Enny de Leeuwe, Jo Sternheim, Hetty Bloemgarten, Kurt Gerron, Sam de Vries, Felix Bekkers, Jules Weyl, Siem Vos, Annie Follender, Rob de Vries, Ronny Leefmans, Elza Hoek. Regie en decors : Eduard Veterman. Belichting : Paul Planer.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'De Czárdásvorstin'
18 apr t/m 13 mei 1942 - Iedere avond 19.30 uur (behalve ma, vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Operette in drie bedrijven. Dirigent : Hakkie Davids. Muziek : Emmerich Kálmán. Tekst : Leo Stein, Bela Jenbach. Ned. bew. Rido. Regie : Sylvain Poons. Decors : Eduard Veterman. Dansen : Ben Ludowsky.
Met : Lotte Medak (als gast), Madeleine Gaby, Henriette Davids, Silvia Grohs, Egon Karter, Michel Gobets, Bert van Dongen, Sylvain Poons, Elias van Praag, Herbert Scherzer, Adolphe Hamburger, Robert de Vries, Felix Bekkers.

Het Groot Joodsch Amusements Orkest - 20 apr 1942 - 10.30 uur.
o.l.v. Bernard Drukker. Solisten : Johnny en Jones, zang.
Virtuoze arrangementen van Sal Breemer en Heinz Lachmann.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 26 apr 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solisten : Fania Chapiro, piano en Bernard Drukker, orgel.
Goldmark Ouverture Sakuntala, Rubinstein pianoconcert nr 4, Saint-Saëns Symph. nr 3, de 'Orgelsymphonie'.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Doktersgeheim'
13 mei t/m 21 mei 1942 - Iedere dag 14.30 en 19.30 uur (behalve vr-av).
Toneelspel in drie bedrijven van Ladislaus Fodor. Vert. Maurits Parser. Regie en decors : Eduard Veterman. Met : Enny de Leeuwe, Sophie de Vries-de Boer, Hetty Bloemgarten, Elza Melchers, Elias van Praag, Adolphe Hamburger, Sam de Vries, Jules Weyl, Siem Vos.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Sensatie !'
23 mei t/m 10 juni 1942 - Iedere avond 19.30 uur (behalve vr) en wo, za, zo 14.30 uur.
Detective revue-spel. Tekst : Herbert Nelson. Muziek : Rudolf Nelson. Arrangementen : Martin Roman. Regie : Max Ehrlich. Decors : Eduard Veterman. Met : Het Joodsche Kleinkunst Orkest o.l.v. Paul Godwin. Henriette Davids, Sylvain Poons, Silvia Grohs, Bert van Dongen, Max Ehrlich, Kurt Lilien, Fritz Steiner, Otto Aurich.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 31 mei 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solisten : Hermann Schey, bas-bariton en Bernard Drukker, orgel.
Goldmark Ouverture Sakuntala, Mahler Lieder eines fahrenden Gesellen, Rettich Drie liederen (o.l.v. de componist), Saint-Saëns Symph. nr 3, de Orgelsymphonie.

Irene Getrey - 8 juni 1942 - 19.30 uur.
Voordracht en dansavond. Pianobegeleiding : Ab Frank. Dans : Irene Getrey.
Frank Dansen : Nocturno, Bajazzio, Herinnering, Heimkehr, Vision, enz. Voordracht : o.a. Joodsche Volksliederen.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 10 juni 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Fania Chapiro, piano.
Saint-Saëns Symph. nr 2, Rubinstein pianoconcert nr 4, Mendelssohn (Reformatie-) Symph. nr 5.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Het loopt toch anders dan je denkt !'
11 juni t/m 17 juni 1942 - Iedere avond 19.30 uur en wo, za, zo 14.30 uur.
Blijspel in drie bedrijven door Eduard Veterman. Regie : Eduard Veterman. Met : Enny de Leeuwe, Marie Hamel, Sophie de Vries-de Boer, Hetty Bloemgarten, Kurt Gerron, Adolphe Hamburger, Felix Bekkers, Robert de Vries, Sam de Vries, Jules Weyl, Ronny Leefmans.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 18 juni 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Soliste : Olga Moskowsky, piano.
Mendelssohn : pianoconcert nr 2, Meeresstille und glückliche Fahrt, delen uit Midzomernachtdroom, Dukas Symphonie.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Vuurwerk !'
20 juni t/m 9 juli 1942 - Iedere avond 19.30 uur en wo, za, zo 14.30 uur.
Willy Rosen revue. Tekst en muziek : Willy Rosen. Ned. bew. : Rido. Arrangementen : Martin Roman. Regie : Max Ehrlich. Decors : Eduard Veterman. Dansen : Otto Aurich. Het Joodsche Kleinkunst Orkest o.l.v. Paul Godwin. Solisten : Willy Rosen en Martin Roman, piano en Paul Godwin, viool. Henriette Davids, Franz Engel, Sylvain Poons, Liesl Frank, Madeleine Gaby, Loekie van Oven, Otto Aurich, Bert van Dongen, Otto Wallburg.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 22 juni 1942 - 19.45 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Solisten : Marianne Diamand-Asscher, sopraan en Paula Lindberg, alt. Franziska Schotter en Mies Samethini, beiden piano.
O.a. Gershwin Rhapsody in blue, twee paraphrasen over Hebreeuwsche melodieën, n.l. Eili, Eili! van. L. Weninger en Adier Hoe van. S. Abas (eerste uitvoering).

Het Joodsche Symphonie Orkest - 28 juni 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solisten : Max Rodriguez, cello en Samuel Tromp, viool.
Saint-Saëns : Marche Héroïque, Introduction en Rondo capriccioso, Le Rouet d'Omphale, celloconcert. Mendelssohn Italiaanse (4e) Symphonie.

Het Joodsche Symphonie Orkest - 9 juli 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solisten : Paul Frenkel, piano en Sam Swaap, viool.
Mendelssohn Schotse (3e) Symphonie, Saint-Saëns Danse Macabre en pianoconcert nr 2, Dukas l'Apprenti Sorcier.
          Gezien de recensie in Het Joodsche Weekblad moest het programma gewijzigd worden :
Het Joodsche Symphonie Orkest - 9 juli 1942 - 14.30 uur.
Dirigent : Albert van Raalte. Solist : Sam Swaap, viool.
Mendelssohn Schotse (3e) Symphonie, Saint-Saëns Phaéton en vioolconcert nr 3, Dukas l'Apprenti Sorcier.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Wiegelied'
11 juli t/m 23 juli 1942 - 14.00 en 16.30 uur
Vervolgens ma, di, wo, vr 14.30 uur en za, zo 14.00 - 16.00 en 16.30 - 18.30 uur.
Blijspel in drie bedrijven van Ladislaus Fodor. Regie en decors : Eduard Veterman. Met : Enny de Leeuwe, Heleen Pimentel, Elza Melchers, Adolphe Hamburger, Kurt Gerron, Jules Weyl, Jacques van Hoven, Sam de Vries, Felix Bekkers, Rob de Vries.

Nieuw Joods Kamer Orkest - 12 juli 1942 - 10.30 uur.
Dirigent : Salomon Abas. Solisten : Lotte Medak, sopraan en Jac. de Leeuw, bariton.
o.a. Saint-Saëns : Bacchanale uit Samson et Dalila, Suite Algérienne. Offenbach : fragmenten uit De schoone Helena, Hoffman's Vertellingen en Orpheus in de Onderwereld.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble - 'Dat smaakt'
premiere op 25 juli 1942 - ma, di, wo, vr 14.30 uur en za, zo 14.00 - 16.00 en 16.30 - 18.30 uur.
Rido-revue. Teksten : Rido, Herbert Nelson, Willy Rosen. Muziek : Rudolf Nelson, Willy Rosen. Regie : Max Ehrlich. Decors : Eduard Veterman. Met : Henriette Davids, Franz Engel, Sylvain Poons, Liesl Frank, Silvia Grohs, Otto Aurich, Bert van Dongen.

In Het Joodsche Weekblad van 10 juli 1942 staan advertenties voor de voorstellingen Wiegelied en Dat smaakt.
Ook voor een concert van Nieuw Joods Kamer Orkest op 12 juli en voor een concert van Het Joodsche Symphonie Orkest van 22 juli.
In Het Joodsche Weekblad van 17 juli 1942 staan advertenties voor de voorstellingen em>Wiegelied en Dat smaakt.
Er staan recensies in van het concert van JSO met Sam Swaap op 9 juli en van de voorstelling Wiegelied, datum wordt niet genoemd, wrs 12 juli.
In Het Joodsche Weekblad van 24 juli 1942 staan geen advertenties, geen artikelen over Joodsche Kunst in Amsterdam. Geen enkele mededeling over de Schouwburg.
14 juli 1942 waren de deportaties uit Westerbork begonnen.


Willem Hendrik Haasse (1889 - 1955)

DATA : Willem Hendrik Haasse (W3 *19 mei 1889 Rotterdam, z v Willem Hendrik Johannes Haasse W3 en Cornelia Francisca Braak. Huwde te Batavia 2 mrt 1916 Katharina Diehm genannt Winzenhöler *1893 Frankfurt/Main.
ROTTERDAM — 1889 geboren op Tollensstraat 77 — 1890 Tollensstraat 75 — 1892 Tollensstraat 72 — 1893 Tollensstraat 75 — 1896 Tollensstraat 71 — 1901 Saftlevenstraat 9 — 1903 Saftlevenstraat 11 — 1904 Houttuin 79 —1906 Hoogstraat 173 — 1910 Hoogstraat 176c — 1911 Kortenaerstraat 8a, kantoorbediende waterleiding ; Shell ; American Petroleum Company —INDIË — 11 nov 1911 in Soerabaja en Batavia employé APM — 1912 bestuursambt Gvt dept Landbouw, Nijverheid en Handel — Sawohlaan 51916 trouwt in BATAVIA Weltevreden met Käthe Diehm Winzenhöler — 1918 Tandjonglaan Weltevreden — ROTTERDAM 4 juli 1919 tot 11 febr 1920 Oudedijk 214b (bij W2 en oma Cor) — 11 febr 1920 tot 18 mei 1922 Beukelsdijk 25a — 1922 SOERABAJA Daendelsstraat 23 — april 1923 Van Hogendorplaan 74 — juni 1925 SUMATRA Medan, juli 1926 Singaradja BALI, sept 1927 JAVA, Batavia, Rembang— 1928 BAARN Eemstraat 3 — jan 1929 BANDOENG huurhuis bij GB Gouv Bedr — feb-mrt naar Progostraat 24 —1930 BATAVIA Buitenzorg Villa Verona, met tennisbaan en hertenkamp — 1931 BATAVIA-C, Kebon Sirih, Grisséweg 34 (hoekwoning), Vioslaan 31 tot mrt 19351935 BAARN 30 april - 13 nov Parkstraat 6 bij oma Cor — 1935 BATAVIA 5 dec Kramatlaan 22 —1942, gescheiden van Käthe —AUSTRALIË nov 1945 Brisbane verenigd met Käthe — jan 1946 Perth — 1946 PERTH — 23 oct 1946 AMSTERDAM v Breestraat 123 hs (bij Hella en Jan) — 23  dec 1946  BAARN Nassaulaan 42 — 3 jan 1950 Krugerlaan 24 — 15 nov 1950 Krugerlaan 24a — 24  sep 1955 Steijnlaan 2a — 1946 Baarn Nassaulaan 42 (met Hella, Jan en W4) 3 jan 1950 Krugerlaan 24 (met Nelly) — 15 nov 1950 Krugerlaan 24a (met Nelly) — 24 sep 1955 Steijnlaan 2a (alleen met Käthe) — di 1 nov 1955 overleden, vr 4 nov gecremeerd.
— Käthe is overleden 24 jan 1983
. De urn met Willem's as is bij haar begrafenis 28 jan bijgezet in het familiegraf aan de Wijkamplaan in Baarn.


KAMPTIJD.  Willem werd 6 maart 1942 gearresteerd en met lotgenoten uit de hoge ambtenarij in de gevangenis van Batavia opgesloten. Verbleef in diverse kampen, laatstelijk een kamp bij Bandoeng waar hij een dysenterie-aanval overleefde en mager als een lat door Wim werd aangetroffen. Käthe bleef als geborene Duitse wat langer op vrije voeten, kon haar man voedsel brengen, maar werd ten slotte ook geïnterneerd en eindigde in een kamp bij Batavia, kampong Makassar, waaruit Wim haar met hulp van een paar Engelsen kon bevrijden. In de plantagewoning stond een piano waarop Käthe van de Jap af en toe mocht spelen.

Willem is 19 mei 1889 geboren, niet in 1888 zoals veel auteurs van elkaar overschrijven. Toen het gezin Haasse aan de Saftlevenstraat woonde (1901) ging Willem (W3) naar de HBS, mogelijk die aan de dichtbije Kortenaerstraat. Evenals bij zijn zus Nelly gold een deel van zijn activiteiten de Schotse kerk. Hij heeft ook vier jaar vioolles gehad, maar hoewel hij uitgesproken handig was, kreeg hij het vioolspel niet onder de knie. Nam de viool wel mee naar Indië, maar in 1918, een jaar vóór het verlofvertrek naar Nederland, daar ging-ie !

       

     Het nieuws van den dag 29 juni 1918

Voorbeeld van een onbegrijpelijke vendutie. Käthe ging met Hella wegens de ondragelijke hitte in Buitenzorg wonen. Willem ging misschien met de trein naar zijn werk, had wrs een pied à terre nabij het Koningsplein, en was vaak naar Soerabaja of elders.

De Coöperatieve Winkelvereniging Eigen Hulp had verschillende grote gebouwen waarin ook veilingen gehouden werden.


     NvddvNI 3 dec 1918

Wim (W4) schreef over zijn vader : As a boy he also received spiritual education in the Scottish Church, which came the closest to to the Lutheran-Evangelical religion of his family. He won several prices for good attendance and scholastic effort in the form of books. These books are still in our possession. As a young man, he took an interest in school stage plays and choirs, and he was a good essay writer. (Haasse Family History 1665 - 1976 Researched and written by WHJ Haasse, 1990) [...] na het voordragen van 'Papa's Letter', gedicht van een onbekenden Amerikaanschen auteur door den heer W. Haasse, die in zijn keurig Engelsch den juisten toon wist aan te slaan [...] Rotterdamsch Nieuwsblad 23 juli 1909.


962.01 Register of Membership Archives of the Scots Church Rotterdam (Schotse Kerk) Inv.nr. 53 / Stadsarchief Rotterdam


Rotterdamsch Nieuwsblad 1 dec 1902

Over haar vader Willem (W3) Hendrik Haasse (19 mei 1889 Rotterdam – 1 nov. 1955 Baarn) schrijft Hella "Als mijn vader meer tijd had gehad, zou hij zeker eerder zijn begonnen met schrijven. Hij had een voorliefde voor detectives en heeft er ook onnoemlijk veel gelezen. Als hij op dienstreis moest, betekende dat dagenlang zitten op trein of boot en dan had hij altijd een koffer met detectives bij zich. Hij was ook een uitstekend schaker, en puzzels oplossen was zijn lust en zijn leven".


1. Voor het werk dat hij als Inspecteur van Financiën in Algemeenen Dienst verzet had werd Haasse in 1939 tot Officier in de orde van Oranje Nassau benoemd. 2. NvddNI 30 aug 1939. 3. Stempel op zegelring met de letters W en H.    Coll. WHP.

In Zwanen schieten schrijft HSH : uit nasporingen van mijn broer valt op te maken dat mijn overgrootmoeder stamde uit een geslacht van kapiteins-ter-zee en marineofficieren in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden.*) Mijn broer is in het bezit van een zegelring die aan een van deze heren heeft toebehoord.**) Hij gaf mij een afdruk in lak van het in de steen gegraveerde fregat. Op een familiefoto - zie Haasse-ea II en zoek : mooie familiefoto - draagt Wim de zegelring. Hoe die in Wims bezit gekomen is, weet zijn zoon niet. Een familielid in Nederland meende dat Wim er ergens tegenaangelopen was en hem gekocht had. Er is nu eenmaal handel in maritieme parafernalia. Afbeeldingen, documenten, reis- en strijdverslagen, onderscheidingen. Onderstaand afbeeldingen van de bewuste 'steen', nu in het bezit van Wims zoon Will (W5) Haasse te Perth, en van de houder, beide ter plaatse gedetailleerd gefotografeerd door Ellen Klomp. Ring en zegel zijn in Amsterdam door een expert naar de foto's beoordeeld.
*) Eén ding is zeker : die afstamming valt er niet uit op te maken. **) Dito. Zie onder.

     

1. Haasse's pressepapier. Wat had hij toch met schepen? Zijn jeugd in Rotterdam? In de heraldiek staat de driemaster voor reizen, handelen, verbindingen, de wereld kennen. Haasse had een pressepapier, een ring en een Crest met driemasters en wie weet wat nog meer.
2. Stempel op messing zegelring (vergroot weergegeven), met de ineengevlochten letters W H H : Willem Hendrik Haasse. — Beide Coll. WHP.

De steen.  Het afgebeelde schip is in ieder geval een zeegaand schip, een driemaster, maar voor verdere determinering van het scheepstype is de gravering te minimalistisch en is het schip te gestileerd weergegeven. De vlag aan de voorzijde zou misschien kunnen verwijzen naar de Engelse vlag. De 'steen' is volgens Will (W5) uit versteend hout gesneden. Zijn vader, Wim (W4) dus, meende dat hij meer dan 300 jaar oud was maar Will zet daar een vraagteken bij.
   De ring.  Voor eerbewijzen die uitgereikt werden voor betoonde moed is de ring niet rijk genoeg uitgevoerd. Dergelijke geschenken waren namelijk echte pronkstukken. Voor de vervaardiging werd gebruik gemaakt van kostbare materialen en verfijnde decoratietechnieken. Dit model ring is 20ste-eeuws en wordt tot op de dag van vandaag gemaakt. Zilvermerken ontbreken. De lijmresten op de achterzijde wijzen ook op een moderne datering, aangezien men in het verleden de setting zo strak maakte dat de steen op die manier goed vast zat.

Will zegt : “I am sure my Father told me he put this ring together. I am certain he said the ship crest was originally on the gold ring that I wear and over the years came apart. The gold ring was made smaller and the new crest with the two ships of Opa's engraved on it. There are no markings on the silver holder. I can see dried glue on the back of the original ship crest so it looks like it was stuck to another surface, whether it was the gold ring I now wear or another ring base”.

                                     

                                                                              Het zilveren frame.

               

                                                 Het ‘zegel’.         Coll WHP / foto EK


         ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ D I E H M ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀

Anne de Vries, Hella's grootvader, was in 1899 gepromoveerd op De Nederlandsche Emblemata. In zijn bibliotheek bevond zich ongetwijfeld het wapenboek van Siebmacher. De Vries zal Käthe Diehm genannt Winzenhöler en haar zussen het wapen van de Diehms, dat daarin staat, wel eens hebben laten zien. Het staat in
J. Siebmacher's | grosses und allgemeines Wappenbuch / in einer neuen, vollständig geordneten und reich vermehrten Auflage| mit heraldischen und historisch-genealogischen Erläuterungen.| — | FÜNFTEN BANDES, ZWEITE ABTEILUNG. | Zweitausend bürgerliche Wappen. | NÜRNBERG.| VERLAG VON BAUER UND HASPE | 1878.

image.png     

De afbeelding is helaas niet in kleur, maar de beschrijving maakt veel goed.

image.png

W = Wappe ; S = Silber ; s = silber ; B = Blau ; b = blau ; Thimianblume = tijm. Diehm werd ook in Wertheim in de 14e eeuw als ‘Thyme’ geschreven. Besamte Blume = bevruchte bloem. K = Kopfschutz ; D = (Helm)decke. De buitenkant blauw, de binnenkant zilver. Het wapen staat op het schild. Lauterbach lag vroeger in het groothertogdom Hessen-Darmstadt.

Het Großherzogtum Hessen-Darmstadt bestond uit Hessen-Kassel en Hessen-Darmstadt. Lauterbach ligt niet ver van Fulda in Ober-Hessen. De Lauterbachers waren een van Wertheim afgesplitste tak. De inburgering van de Diehms in Lauterbach blijkt wel uit het feit dat er een elektronicazaak aan de Johann-Friedrich-Diehm-Straße zit.

Shield parted per bend sinister silver (or white) top, blue bottom, with 2 roses one on each half (of the opposite color); crest: foliage & a helmet surmounted by (buffalo) horns of blue & silver (white) with a rose in the midst.
In heraldry, a bend is a band or strap running from the upper dexter corner of the shield to the ... Outside heraldry, the term "bend (or bar) sinister" is sometimes used to imply illegitimacy, though it is .... A shield party per bend (or simply per bend) is divided into two parts by a single line which runs .... Argent (white); Or (gold).

From: J. Siebmacher’s Grosses Wappenbuch, Band 9 Die Wappen bürgerlicher Geschlechter Deutschlands und der Schweiz, Teil 1, S. 25, Taf. 42. [Pl. 42]. Hella schreef : 5de deel afd 2 Tabel 42.

Diehm – Lauterbach (Grand-duché de Hesse). Taillé d’arg. Sur azur; à deux roses de l’un à l’autre, bout. d/or. C.: une rose d’azur, bout. D’or, tigée et feuillée de sin.: entre deux prob., coupées alt. d’azur et d’arg.
From: J.B. Riestap, Armorial Général, 2nd ed (1884), Tome 1, p 535 (Pl. CCI) [Pl. 201]
Diehm - Lauterbach in the Grand Duchy of Hessen.Shield parted per bend sinister silver (or white) top, blue bottom, with 2 roses one on each half (of the opposite color); crest: foliage & a helmet surmounted by (buffalo) horns of blue & silver (white) with a rose in the midst.
Zie hier.

-----------------------

Diehm History, Family Crest & Coats of Arms. Early Origins of the Diehm family.
The surname Diehm was first found in Frankfurt, where the name came from humble beginnings but gained a significant reputation for its contribution to the emerging mediaeval society. It later became more prominent as many branches of the same house acquired distant estates, some in foreign countries, always elevating their social status by their great contributions to society. The family is known to have come with the Teutonic Order to Prussia; [Knoghts] Knights bearing this name fought against the Poles at the decisive battle of Tannenberg. Diehm Spelling Variations. Spelling variations of this family name include: Diehl, Diel, Dele, Deel, Diehle, Diele, Diehlen and others.
Zie hier.

Bijschrift Hella :
Uit Het Duitse Wapenwerk van Sibmacher. / 5de deel afd 2 tabel 42.
Zilver en blauw. / v/de fam. Diehm. / stamplaats Frankfurt a/Main. oorspronkelijk v Hessische afkomst.
Wapen : geschuind schild met twee rozen op de helm. / twee trompen met een roos er tussen.
fam woonachtig in Lauterbach / benoorden. F a | Main in de wijnbergen.

-----------------------

Onderstaand een wapenschild, 'Crest' of 'Coat of Arms', wellicht door Willem W3 gemaakt nadat hij in 1939 geridderd was, het enige dat de familie-overlevering betreffende deze crest en andere kan melden. De crest is bedoeld als Haasse-familiewapen. Willem heeft er meer gemaakt voor familie en vrienden. Op de hieronder afgebeelde voeren beide schepen een kruis op de achtersteven, evenals de driemaster op de zegelring. Er blijft veel te vragen : Wat had Willem met 18e-eeuwse driemasters? Waarom twee stuks? Een lijkt in de plaats van hoofd en helm te staan. Wat is er verder te zien? Is er een achterliggende bedoeling? Ik denk van niet. Het gebruikt onmiskenbaar de kleuren rood, wit en blauw op een vaalbruine achtergrond in een oranje omlijsting, maar toch. De richting waarin een verklaring gezocht kan worden is daarmee niet aangegeven. Aan weerszijden van het 'hoofd' staan twee oren die tegelijk roeptoeters ("zur Schlacht!") zijn, uitgeholde hoorns.
   Hella heeft eens op een blaadje (bevindt zich in LM) getekend hoe het wapen van de familie Diehm eruit ziet. Dit vertoont weinig overeenkomst met onderstaande crest van haar vader. Hella heeft haar bron op het blaadje genoteerd : Het Duitse Wapenwerk van Sibmacher* - 5de deel afd 2 Tabel 42.
   Verder de notities : stamplaats Frankfurt am Main oorspronkelijk van Hessische afkomst. Zilver en blauw.
Vader Haasse heeft zich kennelijk laten inspireren door het wapen van de Diehms ; helm, roeptoeters, bloemen, kleuren zijn gelijk op beide familiewapens.
          *moet zijn Siebmacher.

   Coll. WHP

Een van zijn vele wapenschild-ontwerpen die onderling niet zoveel verschillen : gesloten helm met kijkgaten op kuras, bovenop de helm een driemaster, op het wapenschild dito, de helmtooi hangt aan weerszijden, eronder nòg een driemaster. Het idee om schepen op een wapen te zetten is misschien ingegeven door herinneringen aan de Rotterdamse haven, of door een opdrachtgever die in Indië zijn rijkdom vergaarde of hielp vergaren (sic itur ad oras fortunae), een planter of een kapitein dus.

image.png

 

 

 

       vgl :

image.png

Helm en borststuk uit de Haasse Crest. W3 heeft 't een beetje ongelukkig weergegeven.

-----------------------

W3 heeft voor Hella ("voor Hesje") een wapen getekend, gedagtekend Febr. 1941, dus wrs voor haar verjaardag. Ze hadden elkaar al tweeëneenhalf jaar niet meer gezien.  LM    ■    ■    ■
Het heeft weer twee schepen maar er was plaats voor een soort hoofdpantser.

         ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ M H Ǝ  ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀ ❀


Haasse liet op veel alledaagse gebuiksvoorwerpen zijn initialen zetten, zoals op zijn brille- en tabaksdoos en zijn wandelstok.

   
     Coll. WHP

Op deze fotografische gimmick van Will met behulp van de zilveren kop van WH's wandelstok, zo groot als een mannenhand, ziet men behalve de letters W en H, plafond, muren met raam en kast, bij nader toezien ook het bovenlijf en het fotomobieltje van de fotograaf zelf. Duidelijk geïnspireerd op Hand met spiegelende bol, litho (1935) van Escher. Hieronder een brilétui van W3.


     Coll. WHP

In zijn opleiding passeerde Haasse o.a. in dec. 1909 het boekhoudexamen en in juli 1915 het eerste gedeelte van het Groot-notaris-examen. In 1911 was hij naar Indië vertrokken, in 1916 getrouwd. Per 3 juli 1919 kreeg Haasse negen maanden verlof "wegens zevenjarigen dienst". Hij ging met vrouw en kind naar Rotterdam, waar hij op het stadhuis ging werken. Volgens mededeling van den Minister van Koloniën: is de Oost Indische ambtenaar met verlof W. H. Haasse, laatstelijk ambtenaar ter beschikking van den Directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel op verzoek, gerekend van en met 1 April 1920 eervol uit 's Lands dienst ontslagen 22 nov. 1920, NvddNI. In 1919 is men naar Rotterdam gereisd. Bij de BS Rotterdam valt te lezen dat W.H. met zijn echtgenote en dochter per 4 juli 1919 inwonend is bij zijn ouders aan de Oudedijk 214b in Rotterdam.
   Terugreis: W. H. Haasse, echtg. en 2 k. zijn 8 april 1922 met de Patria van R'dam naar Batavia vertrokken. De Patria werd ongeveer 12 mei 1922 te Tandjong-Priok verwacht.


     Indische Courant 19 juli 1924

In mei 1925 werd Käthe in Davos opgenomen. Ze vertrok op 22 april 1925 met Hella en Wim naar Marseille. Hoe verging het Willem in Indië ? Zijn werk voerde hem van Sumatra tot Bali. Een greep.


     Nvddv NI 2 febr 1925


     Bataviaasch nieuwsblad 13 juni 1925


     Het Nvddv N.I. 15 juni 1925



     Haagsche courant 28 sept 1925

Inline afbeelding 10

 |


|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|

|


     De Sumatra post 17 nov 1925

Door den Dir. van Fin. opgedragen : Met ingang van 2 Oct. het beheer van de Inspectie Singaradja aan den inspecteur van Financiën W. H. HAASSE, thans werkzaam op het Hoofdkantoor van den dienst der Belastingen.
     Nvddv NI 8 juli 1926


     NRC 31 juli 1926


      Bataviaasch Nieuwsblad 1 sept 1927


     Inspectie van financiën.


Wij vernemen, dat benoemd zijn [...] tot waarnemend tijdelijk inspecteur te Rembang ter beschikking van het hoofd van den dienst der belastingen :
W. H. Haasse.

     Haagsche courant 13 juli 1925         De Indische courant 3 sept 1927

Verlofgangers :


     Algemeen Handelsblad 14 juni 1928

  Coll. WHP

Hella's beschrijving van haar vader in Persoonsbewijs verzuimt te wijzen op de functies die hij in Indië bekleedde in verenigingen als de A.V.A. (Associatie van Vereenigingen van Academici), de Vereeniging van Hoogere ambtenaren, de N.I.B., en vindt noodzakelijke aanvulling in De Leeuws artikel en in de monumentale Escherbiografie van Wim Hazeu, wiens tekst ik onderstaand in grote lijnen met behoud van grotendeels dezelfde bewoordingen volg.

                       

                                                  Indische Courant, 11 dec. 1931

Willem Hendrik Haasse, voorzitter van de afd. Baarn van de Ned. Weer- en Sterrenkundige Kring, raakte in 1954 bevriend met Maurits Cornelis Escher, de graficus (1898-1972). Beiden waren atheïst, kettingroker, verstokt wandelaar, lezer. Haasse was na zijn terugkeer in Nederland nog een paar jaar werkzaam bij de Vermogensopsporingdienst, maar ging daar in 1950 met een blauw oog weg. Nog meer gedesillusioneerd was hij door het 'verlies' van Nederlands-Indië ; het was alsof hij er decennia lang voor niets gewerkt had. Behalve detectives schrijven voerde hij correspondenties met astronomen over de gehele wereld. Dat was een onderwerp dat Escher aansprak en het vormde de basis voor hun vriendschap. Escher had hem het boek Living Time and the Integration van Maurice Nicoll cadeau gegeven. Het werd het lijfboek van Haasse (en later van zijn dochter). Over het thema van het boek, de verstrengeling van tijd en ruimte, sprak hij met Escher op de avonden dat zij bij de sterrenkijker zaten, die Haasse zelf had gemaakt. Haasse was een handig knutselaar, een goed tekenaar ook. — Was Haasse teleurgesteld? gedesillusioneerd? verbitterd? Ik zie hem als een veelzijdig begaafde moeilijk te doorgronden deugniet. Een tikje ijdel. Moet dat etiket W. H. een zelfbevestiging zijn doordat de kroonprins Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik van Oranje-Nassau, Wiwill, zijn grootvader geweest zou zijn ? Het gevoel een koninklijke bastaard te zijn deed hem zeker geen kwaad.
  Zijn vrouw Käthe was een virtuoos concertpianiste geweest,*) en ontfermde zich wanneer Escher en Haasse op stap waren in haar huis aan de Steynlaan over Jetta, Eschers vrouw, en gaf haar soms pianoles. Jetta speelde piano, Escher cello en piano. Ook Escher nam een paar lessen, maar hij luisterde liever naar de wijze waarop Käthe Haasse Bach, Debussy en Ravel speelde. Jetta's contact met Käthe, alsmede de beslommeringen van Eschers verhuizing [begin jan.] (waarbij zij met Mauk discussieerde over wat bewaard en wat weggegooid kon worden van wat Mauk de 'ouwe rommel' uit 'Ekeby', hun vorig huis, noemde) en de inrichting van de nieuwe woning (de honderden boeken werden langs de wanden in de woonkamer gezet), leidden Jetta zodanig af dat ze merkbaar opknapte. Zij ging zelfs weer aquarelleren.
*) Geweest?! Ze was net zestig!
Haasse was op 1 nov. 1955 aan een hartaanval overleden. Op 4 nov. werd hij gecremeerd. Aan Käthe schreef Escher :

Hij was zonder enige twijfel mijn enige Baarnse vriend, al ken ik ook verscheidene andere vriendelijke mensen in Baarn. Hij voorzag in mijn behoefte aan iemand, tegenover wie ik gedachten kon uiten die men niet aan een willekeurige kennis prijs geeft en hij gaf wijze, soms rustgevende antwoorden op vragen. Het gebeurt zelden dat iemand op mijn leeftijd een late vriendschap sluit. Als ik zeg dat hij mijn vriend was, dan is dat zonder pretentie van, in gelijke mate, zijn vriend te zijn geweest. Vriendschap is, meen ik, zelden zo, dat beide partijen het zelfde voor elkaar betekenen. Hij was in levenswijsheid verre mijn meerdere en hij gaf mij daarom méér dan ik hem ooit zou hebben kunnen geven. Daarom vind ik het extra hard dat ik hem moet missen. En het was nog maar zo kort dat wij elkaar kenden ; er was iets tussen ons dat nog niet àf was, iets dat misschien nog had kunnen groeien. Wat mij, in mijn kortzichtigheid, onrechtvaardig toeschijnt, is, dat een eventuele verdere ontplooiing nu plotseling onmogelijk is geworden.
  Ik kan vooreerst nog onvoldoende dankbaarheid opbrengen voor wat ik heb gekregen + ik rebelleer alleen nog maar over wat mij werd ontnomen. Het komt allemaal neer op berusten in onvermijdelijke dingen en op aanvaarding van eenzaamheid. Nu racen we maar weer verder, alsof er nooit een Haasse is geweest.

Op de urn van Haasse werd een zwerfkei geplaatst met afgevlakte zijkant. Daarop werden in brons naam en geb.- en sterfdatum, alsmede een door Escher ontworpen vignet, embleem, ornament, of hoe het ook te noemen is, geplaatst. Het is afgebeeld in de Escher-biografie van Hazeu. Het naar de kosmos wijzende miniatuurtje is een berstensvolle collage zonder samenhang of perspectief van een aantal sterrekundige symbolen rond de Alpha en de Omega, bijeengehouden door de ouroboros. Het zou mij niet verbaasd hebben als Escher er nog de woorden Why did you lose eternity? van Maurice Nicoll onder gezet had, maar daar was eigenlijk geen ruimte meer voor. Nicoll was een esotericus in de lijn van Jung, Ouspensky en Gurdjieff, die Escher, Haasse en Hella S. hevig intrigeerde. Why did you lose eternity? had W. Haasse op een los stukje papier geschreven. Het is bij mijn weten geen letterlijk citaat uit Living Time (1952) van Nicoll.

De vriendschap was wederzijds, zoals Hella Haasse getuigde : "Ik ben er zeker van dat Escher mijn vader geholpen heeft met het dragelijk maken van zijn verbittering. Escher heeft hem een paar goede laatste jaren gegeven". Escher moet van de oorzaken van die verbittering, waarover Hella zwijgt, het nodige geweten hebben. Haasse is gecremeerd in Driehuis/Velsen, evenals zijn kleindochter Chrisje (in 1947). Zijn as is daar begraven. De urn is bij Käthes begrafenis in 1983 in het familiegraf in Baarn bijgezet. Ondanks de 'race' van het leven, waaraan hij onvermijdelijk deelnam, zou Escher Käthe Haasse, die hem de sterrenkijker van haar man had gegeven, regelmatig bezoeken en met haar naar concerten gaan. Voor de zeereis waaraan hij in aug. 1957 begon kreeg Escher van Hella Haasse, die in de zomer van 1955 met haar man een reis door Griekenland gemaakt had nog een stapel reisgidsen mee. Hij bracht ze netjes terug.
    Aan zijn zoon Arthur schreef Escher "Ik maakte, nog pas anderhalf jaar geleden, met hem kennis. [...] Er ging een warme mensenliefde van de twee-eenheid, die hij met zijn vrouw vormde, uit. Hij [bijna tien jaar ouder dan Escher] was in staat om mij rust en aanvaarding te leren in allerlei preoccupaties en onzekerheden die mij soms plagen. Ik mis hem ontzettend". Haasse was echter niet slechts een veelzijdig, maar ook gecompliceerd man met een deels verborgen tweede leven. En Escher was een apart wezen aan wie geen grote mensenkennis toegeschreven kan worden. Maar goed, het klikte.
   Van Escher heeft Hella een uitsnede uit de litho 'Drie werelden', gekocht, gesigneerd in potlood M. C. Escher VÆVO, in de prent MCE en gedateerd XII 55, afm. 36 x 24,5 cm. VÆVO staat voor Vereniging ter bevordering van het Aesthetische Element in het Voortgezet Onderwijs. Hella Haasse kocht deze litho "uit bewondering voor en als herinnering aan de Baarnse vriend van haar vader".
    Hella 'trok meer op haar vader dan op haar moeder'. Dat kan. In dit geval vind ik het niet zo gunstig, maar de lezer oordele zelf. Over haar vader schreef Hella in Een handvol achtergrond (1993) hij had veel gevoel voor humor en een vlotte pen. Gedurende een aantal jaren verzorgde hij regelmatig een rubriek, eerst, in 1923, voor de Oost-Java editie van de Indische Courant [...] en in 1924 voor de Indische Post. Op de inhoud gaat Hella niet in. Hij schreef onder de schuilnaam Mutabor. We zien hier de 19e-eeuwse Haasse. Mutabor of niet, παντα ῥει lag buiten zijn gezichtskring.
   Een voorbeeld van zijn 'Oudt-Hollandsche stijl' t.g.v. een prijsvraag in de Indische Courant van 6 april 1923.



Een lang en afstotend moralistisch Ghedight over kleding en opschik van speciaal jonge vrouwen, Sachte Sedeles van een oudtjen aen de jeught, werd notabene in het schoolblad DE ECHO jg II,1 van 8 aug. 1934, pp. 294-296 opgenomen! In die schoolkrantjes (er waren er meer) werden zelfs lofprijzingen van Mussolini en Hitler opgenomen, maar er werd ook tegen geprotesteerd.


V.l.n.r. Hella, Käthe, Willem en oma Cor Haasse-Braak, dochter van Neeltje Braak. Coll WHP

Een 'ingezonden' in het Bataviaasch Nieuwsblad van 11 mei 1934 kleurt het beeld van zedenmeester Haasse in.




BatNbl 30 oct. 1933

 

 

 

         BatNbl 11 mei 1934 —>


 


Ter vergelijking :
Hella Haasse werd in 2004 genomineerd voor de Gouden Tondeuse. "Schrijfster en erelid van de Maatschappij der Nederlandse Letteren. Betoogde bij Barend & Van Dorp dat bij immigratie de "ontvangende partij" begrip moet tonen voor de nieuwkomers. Vindt het heel erg voor de moslims dat ze dagelijks allerlei blote reclame-uitingen moeten aantreffen in het bushokje. 'Wij' als ontvangende partij moeten ons maar eens wat meer inleven in de gekwetste gevoelens van de moslims". Haasse, die zelden stelling nam, vond in een interview in de Volkskrant dat afbeeldingen van schaars geklede juffrouwen op reclameposters in bushokjes onze Marokkaanse medeburgers bespaard moesten blijven [ongedateerd kranteknipsel].

Hoe begrijpelijk ook, in Een handvol achtergrond ontbreekt een beschouwing zonder terughouding over de maatschappelijke ideeën en de mogelijke politieke aspiraties van W. H. Haasse, een beschouwing die meer licht kan werpen op de vraag of Hella Haasse inderdaad het onbeschreven blad was dat ze voorgaf te zijn toen ze in 1938 naar Nederland kwam, een beschouwing die kan verklaren waarom Hella zich gedrongen voelde in Persoonsbewijs vijf bladzijden te wijden aan die rare duitse leraar D. van de CAS die na 1933 zo dikwijls over de vloer kwam, en kan verklaren waar dat plotselinge besluit om de noordse heldensagen universitair te gaan bestuderen toch vandaan kwam.

 

Franciscus Jacobus Deierkauf  werd geboren 20 maart 1885 te Utrecht, is mogelijk in Frankrijk gestorven.
Vader: Johan Michael Deierkauf (*21 maart 1854 Utrecht - † 9 dec 1887 Utrecht), muziekmeester.
Grootvader: Franciscus Jacobus Deierkauf (*16 nov 1819 Amsterdam - † 11 nov 1917 Utrecht), pianomaker / pianohandelaar, muziekuitgever.

Eindexamen gymnasium Utrecht in 1905 – 1906 propedeuse en 1907 cand. theologie A'dam – Evangeliebediening Ev. Luth. gemeente 8 oct 1910 – veelgevraagd spreker, zie bijv. de Schager Crt 9 oct. 1915, over De Rozenkrans van Barclay – predikant in Winschoten 13 dec. 1910 – predikant in Breda 7 dec. 1912 – nam daar ontslag in 1919. – "Gooide mijn leven om" zoals hij zei, en was van 17 aug. 1919 tot 21 jan. 1920 directeur / hoofd-redacteur van de Bredasche Courant.

Vertrok naar N.O.I.. Werd 1920 adjunct ref. dept. financiën waar ook Haasse vanaf mei 1922 werkte, als inspecteur van fnanciën – werd lid van de C.E.P. (Christelijk Ethische Partij) – hield lezingen voor Pro Religione in 1921, 1922, 1924 etc. – werd 1926 leraar Latijn en Grieks aan de CAS (Bat. Lyceum) – 1930 conrector CAS, vermoedelijk tot 1936.

 

Conrector aan de CAS   F. J. Deierkauf, 1935
CAS gedenkboek 1902-1958

 

     Rotterdamsch Nieuwsblad 5 aug 1919

     NRC 4 juli 1920

 Huwde 1911 te Utrecht Jacoba Schreutelkamp (1893-1960). Zij kegen een tweeling, twee zoontjes, N. J. stierf na drie dagen, Fr. Jac. (Teteringen 1918 - Amersfoort 1984) overleefde. Scheiding uitgesproken Utrecht 1920.
   Hertrouwde met Adriana Maria Hoste (*13 sept 1897 Breda) op 6 juli 1920 te Ginneken en Bavel. Ze gingen naar Indië en vestigden zich in Weltevreden. Drie kinderen zagen het licht : 1921 (zn), 1923 (dr), 1928 (zn). Adrianus Franciscus Lambertus Herminus Deierkauf (*6 april 1921 Weltevreden, 4 sept. 1933 ingeschreven in Den Haag, vorige woonplaats Batavia, op 10 oct 1935 vertrokken naar Breda) en Wilhelmina Maria Johanna (*10 april 1923 Weltevreden 15 aug. 2007 Den Haag). Hierna zal een verlof in Holland doorgebracht zijn. Bleef Deierkauf in Indië?
   Het Nieuws van de dag voor N.O.I. van 12 mei 1932 meldt dat Mevrouw A. M. Deierkauf [plus] 3 k op de Christiaan Huygens van Amsterdam naar T Priok onderweg is. In jan. 1933 reisde A. M. Deierkauf-Hoste met twee kinderen met de Marnix van St Aldegonde van Batavia terug naar A'dam (De Indische Courant van 24 jan 1933). Bleef de oud
ste bij papa?

                  Nieuws vd dag v N.I. 11 dec 1934

    In dec. 1934 was A. M. Deierkauf alléén op weg van Europa naar Singapore op de Saarbrücken en pakte de aansluiting op de Plancius naar Tandjong Priok. Scheiding waarschijnlijk begin 1936 uitgesproken. Adriana overleed in 1995.
   Hertrouwde 28 jan. 1936 met S. Wilma Holsboer (1902-1993), die in 1928 naar N.O.I. was gekomen, les gaf in Batavia (aan de CAS, Frans) en in Semarang en tussendoor in 1933 in Parijs promoveerde in de Franse letteren. Na het huwelijk in jan. 1936 zijn ze in maart met de Beloeran naar Rotterdam gevaren. Hierna is niets meer van Deierkauf vernomen. De man lijkt spoorloos verdwenen. Wilma Holsboer heet in 1996 in artikel NRC 'weduwe'.

   


Bat Nbl 16 nov 1921



   Nieuws vd dag v N.I. 15 nov 1921   Bat Nbl 15 april 1922

                       
Zowel Haasse als Deierkauf waren lid van de Vereeniging van Hoogere Ambtenaren.

Als Hella zo graag en plain public wilde ontdekken en showen wie ze was — of die eindeloos beschreven en herhaalde zoektocht naar zichzelf nu echt was of een pose — had ze dit onderwerp niet mogen overslaan. De leraar D.*) was niet "een vroegere klasgenoot van mijn vader op de driejarige H.B.S. in Rotterdam", want hij was in Utrecht geboren (pianohandel Deierkauf) en had daar het gymnasium doorlopen. Hij was wel een vroegere collega van W. H. Haasse op Financiën, en een vurig aanhanger van het nationaal-socialisme, en gaf Grieks en Latijn. "Natuurlijk heb ik mij later vaak verwonderd over mijn vaders lankmoedigheid ten aanzien van D. en diens denkbeelden", schrijft Hella. "Later". Ze las alles wat los en vast zat, las ze dan geen kranten? Lazen haar klasgenoten en hun ouders geen kranten? Waren de ontwikkelingen in Duitsland geen gespreksonderwerp? Als Hella schrijft "eigenlijk is mij omtrent hem zo goed als niets bekend", is dat onaannemelijk. In elk geval wist Haasse sr. heel goed met wie hij te doen had. Vermoedelijk wisten de redacteuren van het CAS gedenkboek 1902-1977 dat ook, hoewel zij schrijven : "Van 1934 tot aan de oorlog [1942 TK] zijn ons geen gegevens bekend". Mij wel, maar je kunt ze niet kwalijk nemen dat ze er niet over willen schrijven.
  *) Hella noemt gewoontegetrouw geen naam, maar het gaat om Franciscus Jacobus Deierkauf, *Utrecht 20 mrt 1885.

   Alg. Hbl. 5 juli 1920

       
           NvddNI 18 mrt 1930  

Willem Haasse in 1930. Coll. WHP


              NvddNI en BatNbl 16 nov. 1921


               BatNbl 28 jan. 1936  > > >

 

 

    
             De Tijd / De Maasbode 1 dec 1959

 

Een heel leven nagelaten aan het Institut
Door Marc Chavannes, NRC 24 jan. 1996

Wilma Holsboer, geboren in Lübeck in 1902, moet zeker gelukkige jaren hebben gekend. De foto's laten het zien. Vooral in Indië, toen zij getrouwd was met de oudere man van haar leven, Franciscus Deierkauf, zat zij te stralen tussen het rotan. Ook de traditionele Borobudur-foto uit die tijd getuigt van vrolijkheid. Later vestigt het paar zich in Frankrijk. Het wordt stiller. Brieven en foto's ontbreken. Een reisje naar Luxemburg, met de Belgische vriendin, dat was een hoogtepunt.
   Wilma woont lange jaren als weduwe in Meudon, even buiten Parijs, waar zij in 1993 sterft. In haar apartement laat zij weinig tekenen van een druk en gezellig leven achter. Eerder een beeld van toenemende eenzaamheid. Maar het is niet voor niets geweest. Zij leeft voort op een manier die haar plezier zou doen: vanaf dit voorjaar kan ieder jaar een Nederlandse kunstenaar in Parijs aan het werk in een atelier dat haar naam draagt.

Zie hier het hele artikel.

*      *      *      *      *      *      *      *      

Een andere opvallende figuur is Henri Carel Zentgraaff (Hontenisse 1 oct 1874 - Bandoeng 22 mrt 1940). Hij trok in 1893 als 19-jarige met weinig schoolopleiding maar veel zucht naar avontuur naar de Oost en nam dienst in het Indische leger waar hij als onderofficier in zijn vrije tijd in Indische kranten kritische verhalen publiceerde over sociale misstanden. Daarna was hij freelance journalist, hij bracht vaak opzienbarend nieuws dat hem nogal eens aanklachten wegens smaad bezorgde. Op den duur grondig kenner van land en volk in de Archipel, typisch koloniale imperialist en na zijn vijftigste als hoofdredacteur van grote kranten een zeer invloedrijke opinievormer, die met zijn voortdurende ruzies en scheldpartijen maatgevend was voor de journalistiek in de tropen. Zijn beschouwingen dreven in de jaren dertig velen in Indië in de richting van de NSB, maar zelf bleef hij tot zijn dood toe ongebonden. Ongemakkelijke man, gehaat en gevreesd bij wie zijn aanvallen duchtten, maar bewonderd door de tabaksplanters, de heren van de thee en de suikerlords.
Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden.

De meningsvorming over de koloniale tijd is aan verandering onderhevig. Onvermijdelijk wordt Hella daarbij betrokken, en de gezaghebbende Haasse-literatoren doen er goed aan, er kennis van te nemen, al is men het er misschien niet mee eens. Ik geef een voorbeeld. Zo meent Dane Beerling in 2003 :

HOLA HELLA en Indische gelijkenissen.
  Uit: Tjabé Rawit Spésial nr. 33 / januari 2003 door Dane Beerling 2002/2003. Zie hier het hele artikel.
   De Hollandse schrijfster Hella S. Haasse ken ik als iemand die er voortdurend treurig over is dat Indischen haar nooit als Indisch hebben beschouwd: ze heeft er nooit bij gehoord. Alleen Rudy Kousbroek vond en vindt van wel, maar die kan je over dit onderwerp niet serieus nemen, hij is een totok met precies dezelfde treurigheid. Van alles deed ie om toch vooral te worden onderscheiden van de andere totoks in Holland, in de hoop niet te worden onderscheiden van de Indischen: de Indo's.
[...]   
   Hoe hef je het verschil nog meer op tussen Indo's en totoks, in Hella S. Haasse's geval haar handelwijze in bezet Nederland en die van de Indische vriendin in haar boek in het bezette Indië? Domweg door van het Indische meisje een beetje haar spiegelbeeld te maken. De Indische is weliswaar niet blijven toneelspelen in de oorlog, maar ze is wel een intieme relatie aangegaan met de vijand, een Japanner. Althans dat is de indruk die ik krijg van de recensie in De Volkskrant over Sleuteloog. De totokse, hoogbejaard inmiddels, ontmoet een Japanse industrieel.
“Via hem heeft jeugdvriendin Dee haar willen vertellen dat de Japanner haar zoon is”.
   De totok Hella Haasse en de vriendin van Indo afkomst zijn quitte: ze waren alle twee 'fout' in de oorlog
.

Het zal duidelijk zijn dat Hella's adolescentie moeilijker verliep dan ze voor zichzelf / voor haar publiek wilde weten. Echt moeilijk werd het pas toen de oorlog in volle gang was. Een moeilijk dilemma diende zich aan. Ze droeg geen verantwoordelijkheid voor haar vaders doen en laten. Toen niet en na de oorlog ook niet. Maar ze had het beter niet kunnen verzwijgen – uitkomen zou het toch. Jarenlang heeft ze er geen raad mee geweten — aan één kant haar vader voor wie ze een vorm van trouw en aanhankelijkheid koesterde, aan een andere kant de aanloop naar WO II en de verzelfstandiging van N.O.-Indië, waarover diezelfde vader controversiële meningen had, aan weer een andere kant zijn politieke en financiële handel en wandel die onwillekeurig aan bekende tijdgenoten doen denken. En dat allemaal in de krant.
  Een artikel in De Sumatra Post van 13 juli 1934 meldt de samenstelling van een groep personen, die zich de Nieuwe Indische Beweging (N.I.B.) noemde en in 1934-'35 te Batavia een blad met dezelfde naam uitgaf. De NSB, al eerder in Indië gevestigd, protesteerde hevig. "De N.I.B. gaat uit van de ondeelbaarheid van het Koninkrijk der Nederlanden, onder het regeerend Vorstenhuis van Oranje-Nassau." "Het volk heeft voor zijn zedelijk en materieel welzijn noodig een krachtig centraal gezag, orde, tucht, rechtszekerheid en een vorm van bestuur, gebaseerd op het te allen tijde voorgaan van het algemeen belang boven dat van groepen of personen" (Aneta). De N.I.B. is in 1936 of '37 ter ziele gegaan. Het devies van het N.I.B.-krantje was Met volle zeilen. Het is beslist geen duits-fascistisch blad. Haasse hoeft zich er niet voor te schamen. De meeste aandacht trekken de artikelen over de cumulatie van baantjes en dus inkomens voor de bestuurlijke vriendenkliek.
  De Telegraaf van 14 juli 1934 geeft enige bijzonderheden. Hella was toen een bakvis in haar meest ontvankelijke, anders gezegd kwetsbare jaren. Vergis ik me of had ze vóór haar puberteit een dikkere huid? Zeker was haar leven vóór 1932 overzichtelijker dan daarna. Zij zag haar vader nu regelmatiger. Hij was in veel opzichten een goede vader, maar niet in alle.

      
De mededeling over de Centrale Raad was voorbarig, omdat de heer Den Besten als militair niet zonder toestemming van een hogergeplaatste in de Raad zitting kon nemen    NvvdNI 12 juli 1934 en  NvvdNI 14 juli 1934.

Lees hier een artikel in De Sumatra Post van 16 juli 1934 waarin de beginselen van de N.I.B. worden uiteengezet. "Een NSB op Indische leest". Het tijdschrift van de N.I.B., waarvan Haasse hoofdredacteur was, bevat overigens bijna geen artikelen van zijn hand en is eigenlijk een keurig idealistisch tweemaandelijks blad, waarin de enige opwindende lectuur bestaat uit het aan de kaak stellen van de baantjescumulatie en de corruptie van de bestuurders van N.O.I.


Nieuwe Politieke Groep

O p  f a s c i s t i s c h e n  g r o n d s l a g .   NvddNI 7 juli 1934

Naar wij vernemen, is in het laatst van de vorige maand te Batavia samengesteld een groep, welke zich noemt "De Nieuwe Indische Beweging". In de vergadering, waarin dit plaats had, sprak de heer H. C. Zentgraaff, directeur-hoofdredacteur van de Java Bode een inleidend woord. De heer G. E. Rotgans, die de statuten had ontworpen, gaf daarvan een overzicht, waar uit bleek, dat de fascistische beginselen er aan ten grondslag liggen. Verder bleek, dat de nieuwe groep zich niet wil aandienen als een partij.
   Statuten en huishoudelijk reglement werden goedgekeurd. Het bestuur zal worden gevormd door een Raad van Acht. Daarin hebben o.m. zitting genomen dr. Den Besten, mil. tandarts, en de heer W. H. Haasse van de Associatie van Academici, benevens de heer Zentgraaff.
   Verder bleek, dat het in de bedoeling ligt, als dit mogelijk is, in deze nieuwe groep te doen opgaan de F.o.i.n.i. van welke organisatie de leden dienaangaande per circulaire worden gepolst. Komt deze samensmelting tot stand, dan zal in den Raad van Acht ook een plaats worden ingeruimd voor den heer Schooff, tot dusver leider der F.o.i.n.i.

   Wij hebben kort geleden gewaarschuwd tegen nieuwe partijgroepeeringen, waarmee sommige personen alleen en uitsluitend het eigen belang op het oog hebben. En anders niet. Die waarschuwing werd ons in de pen gegeven, doordat ons iets bekend was van het nieuwe relletje, waarbij lieden zijn betrokken met een hoop veeten tegen I.K.V. en Vaderlandsche Club, en – (helemáál niet fascistisch!) – bezig waren ook de baantjes te verdeelen . . . !!
   De jongste verkiezingen hebben duidelijk uitgewezen dat het Indische publiek, – en speciaal hier in West-Java, – al het gemier en gemodder moe is en zich uitsluitend in de vertegenwoordigende lichamen personen kiest, die een reëele, financieele politiek volgen.
   Niet personen, die vandaag een V. C. oprichten en haar morgen weer afbreken, die nu eens pro-Japan zijn en kort daarop weer anti-Japan, die vandaag een figuur die hun niet zint, uitschelden en hem morgen met hosannah binnenhalen, die vandaag zús meenen en morgen zóó, al naar de luim van hun onevenwichtige natuur en andere onberekenbare invloeden het willen.
   Indië is al dit even doorzichtige als redelooze gedoe moe, vandaar dat men zich niet al te druk over het nieuwe experiment hoeft te maken.
   Wij hebben hier weer te doen met een doodgeboren kindje met een lam handje.

[Een doodgeboren kindje met een lam handje' is een Vlaamse uitdrukking voor een waardeloze persoon of zaak.]

F.o.i.n.i of gewoon FOINI staat voor 'Fascisten Organisatie in Nederlandsch Indië'. De bijgedachte Phoenix (Φοίνιξ, broer van Europa) zal niet onwelkom geweest zijn. De leden stapten in kaplaarzen, rijbroeken, zwarte hemden en oranje dassen rond. Bij sportwedstrijden e.d. bracht men de fascistengroet. Ze waren vóór het vorstenhuis maar tegen de democratie. Het Clubgebouw van de Foini in Batavia werd op 26 nov. 1933 officieel geopend. Op 14 juli 1934 fuseerde de Foini met de N.I.B. Het NIB-blad is na maart 1935 niet meer verschenen. Willem schijnt na terugkomst van het gezin uit Nederland eind 1935 zijn politieke activiteiten gestaakt te hebben. Drong tot hem door dat hij verkeerde vriendjes had? Zijn ideeën zal hij niet voetstoots hebben opgegeven. Hella had er helaas al een tik van beet. Bij je opvoeding is toch iets misgegaan als je een couplet als het volgende schrijft (uit een lang gedicht van mei 1936 (LM), getiteld Aan het Noord-Europeese ras)

■     ■     ■

Veel wil ik er niet over zeggen. Iedereen heeft er recht op een aantal stommiteiten in zijn leven te begaan, Hella ook. Ze koos er in 1938 voor de noordse sagen en mythen (nog zuiverder dan de germaanse) te gaan bestuderen i.p.v. de Nederlandse taal en letteren, maar in de loop van de oorlog draaide ze langzamerhand bij. Willem Pijper, de onuitstaanbare betweter, was vlugger bijgepraat : "Veel zwakke takken en vruchten zullen afgerukt worden, maar wat overblijft, komt beter tot rijpheid", schreef hij in De Groene. Toen het Rotterdams Conservatorium, waarvan hij directeur was, in mei 1940 was platgegooid, piepte hij wel anders.
Een gedicht uit Stroomversnelling (nov. 1945) als

  Een boze wind verdreef mijn boot
diep in het grensland van de dood :
Ultima Thule, duisternis
waarin het hart verloren is
Ultima Thule is het uiterste Noorden, waar alleen de allersterksten en dappersten kunnen leven. Een saga komt daar in ijswolkjes de mond uit. Het begrip Ultima Thule belichaamde voor Hella het laatste bastion tegen de oprukkende verloedering. Uiteindelijk heeft het Germaanse wangedrag in Hella de twijfel doen ontkiemen.


schijnt van enige inkeer, van nieuwgewonnen inzicht te getuigen, ze beschrijft dat het hart (de menselijkheid), in die streken geen kans heeft. Het heeft jaren geduurd voordat Hella van de ideeën en vooral denkwijzen van deze waanwereld verlost was. Zij was slachtoffer van de opvoeding door haar vader. Zowel vader als dochter meenden dat de kolonie N.O.I. na de oorlog hersteld zou / moest worden.

-- Interview Peter van Zonneveld met Hella Haasse -- 6 nov 2009.
Er werd n.a.v. het 25-jarig jubileum van de Werkgroep Indische Letterkunde een symposium gehouden "Ooggetuigen van de Indische Geschiedenis" waar HSH gevraagd was om te spreken. Dit zag ze niet zitten, daarom was het interview met v Zonneveld tijdens het symposium te beluisteren.

HH: ik wil toegeven, er was natuurlijk discriminatie. Maar dat was ten aanzien van hele andere bevolkingsgroepen, onder hele andere omstandigheden ...
Zonneveld: Merkte je toen iets van het opkomend nationalisme?
HH ... als scholier merkte je dat helemaal niet ... mensen van Ambonese afkomst, ik noem maar namen, Apituley en nog meer. Apituley was een goede vriend, die heb ik ook goed gekend. En die hun ouders waren al artsen of juristen en die hadden al in Nederland gestudeerd. Dat waren ook de jongens die bij ons op school zaten.
Zonneveld: waren dat de gelijkgestelden?
HH: Ik weet niet, ik heb die term nooit gehoord. Het waren gewoon de jongens die bij ons in de klas zaten en de meisjes uit die families.
Zonneveld: bijvoorbeeld in Oeroeg, de jongen die ook in contact komt met de nationalistische beweging. Ik vroeg me af heb je dat zelf toen al zo ervaren?
HH: nee, na de oorlog heb ik dat ook gemerkt en beseft door ontmoeting met Javaanse regentendochters die ook een deel van de oorlog in Nederland hebben doorgebracht en die ook in het verzet zijn geweest hier in NL. En toen na de oorlog ook de manier van spreken over deze dingen makkelijker was en losser ging, toen heb ik dat eigenlijk pas gehoord. En ik heb het ook gelezen in paperassen van mijn vader.
Zonneveld: je had toen ook een sterke conservatieve stroming in Indië, hè? Veel aanhangers van de NSB.
HH: jaha, ja.
Zonneveld: De vaderlandse club. heb je daar iets van gemerkt?
HH: nee. Ik bedoel wij hadden een dansleraar, dat was een Duitser en die had een portret van Hitler hangen, daar giechelden wij dan over. Dat vonden wij meer een soort komisch verschijnsel. Maar ik bedoel..eh..je ging met zulke mensen niet om. Ik bedoel wij hadden niemand in onze kennissenkring waarvan je zou kunnen vermoeden dat die zulke opinies had. Mijn vader was absoluut..eh..ja..helemaal..was een gewoon een liberaal hè. En iemand ook met een sterke sociale inslag dat bleek uit het feit dat hij in de jaren '20 voor zijn collega's al een redevoering heeft gehouden om ze er op te wijzen dat in de twintigste eeuw de zelfstandigheid van Indonesië toch naar alle waarschijnlijkheid een feit zou worden. En dat de functie die je toen op dat moment als Europeanen daar had wel degelijk inhield het mede voorbereiden van die nieuwe fase. Daar is mijn vader wel door mensen ook scheef op aangekeken, dat hij zulke opinies had.
Zonneveld: Dus hij was helemaal in de lijn van de ethische politiek?
HH: ja, ja, absoluut, jaja.

             

 1.W. H. Haasse, pastel van Lambert Lancée, 1941. Coll. WHP     2.W. H. Haasse, Baarn 1950. Coll. WHP

Lambertus Lancée werd 12 juni 1904 te Amsterdam geboren en overleed 2 Juni 1973 in Enschede. Belastingadviseur. Meester in de rechten. Getrouwd 30 nov. 1928 te Nijmegen met Laura Bolt. Heeft van ca. 1929 tot na de oorlog in N.O.I. gewoond. Was werkzaam op een belastingconsulentenkantoor in Batavia. Schreef o.a. Interpretatie van belastingwetten : voordrachten gehouden te Batavia op 8 februari 1932, ter gelegenheid van de zesde algemeene vergadering der Vereeniging van Inspecteurs van Financiën. Gevorderd amateurschilder. Gaf in de jappenkampen adviezen bij tekenen en schilderen. Haasse en Lancée moeten elkaar goed gekend hebben.

National Archives of Australia Series number BP25/1, Barcode 4063439

Aanvraag toelating in Australië 16 jan. 1946 door W. H. Haasse W3, met zijn handtekening in oude schrijfwijze (Haasʃe), die in de 19e eeuw nog algemeen gebruikt werd. Voorbeeld : De Amsterdamsche Mercurius V,1 (1809) vermeldt op pag. 65 het overlijden op 7 juli van Willem Carel Haasse op 16-jarige leeftijd als volgt :

Na de oorlog keerde Haasse in 1946 in Nederland terug en hervatte zijn werkzaamheden bij de C.V.O.

In de tuin van Nassaulaan 42, Baarn. Was het een feestdag ? Käthe heeft een corsage opgespeld. Het Dig mus HH dateerde de foto op 3 juni 1946. Dat kan niet kloppen, want Willem en Käthe waren eind sept (trein vanaf Genua) of 1 oct (met ss Volendam) 1946 in Nederland teruggekeerd en woonden van 23 oct tot 23 dec 1946 in Amsterdam bij Jan en Hella in. Daarna in Baarn, Nassaulaan 42. Sinds 3 jan 1950 Krugerlaan 24. Jan en Hella woonden op hun beurt van mei '47 tot mei '49 bij haar ouders in Baarn in.     Coll WHP.

Centrale Vermogensopsporingsdienst weet veel schatten te achterhalen.


Eigen berichtgeving


AMSTERDAM, 22 April. - Er is een keerpunt gekomen in de werkzaamheden van de Centrale Vermogensopsporingsdienst. (C. V. O.) Dit recherche-apparaat richt zich thans meer naar de opsporing van het "verborgen vermogen".

Direct na de bevrijding stroomden millioenen bij het bureau binnen, elk collaboratie-geval bracht de boekhouding op tafel, bankrekeningen werden geblokkeerd, geld van Duitse instanties en onderdanen in beslag genomen. De grote collaborateurs zijn nu practisch alle afgewerkt. Ook in Duitsland togen rechercheurs van de C. V. O. op onderzoek en in totaal wisten zij ongeveer 65 millioen gulden op te sporen. Deze post bestaat uit 45 millioen aan effecten, 12 millioen aan diamant, verder kostbare postzegelverzamelingen en kisten bankbiljetten. Dit soort recherchewerk is sinds enige tijd afgelopen. De bezettingsautoriteiten in de verschillende zones hebben thans practisch alles geregistreerd. Het Nederlandse bezit hiervan zal wel in de grote pot komen, waaruit wij straks ook nog een deel hopen te ontvangen.
         Onder directeur W. H. Haasse vond een grondige reorganisatie van de dienst plaats, alleen de deskundigen op recherche-gebied bleven. Een uiterst kundige staf medewerkers ging stelselmatig en met beleid over tot de opsporing van het "verborgen vermogen". Zo ontstond een goed georganiseerd recherche-corps, centraal geregeld, dat van dag tot dag wordt gecontroleerd. Met doortastendheid wordt voortdurend gewerkt aan de groei van de tegenpost van het totale schadebedrag van 7.2 milliard, onlangs door minister Lieftinck genoemd. Het succes blijkt wel uit de cijfers voor 1947. In dit jaar werd voor omstreeks 20 millioen gulden opgespoord, bestaande uit 6.9 millioen vijandelijk vermogen, N.S.B. 900.000 gulden, collaboratie 11 millioen, afwezigen (Joden) 1.2 millioen. Hieraan werkten 80à 90 rechercheurs, die ieder gemiddeld 227.000 gulden binnenbrachten. Het salaris van deze rechercheurs loopt van 3000 tot 4000 gulden 's jaars, wel een bewijs welk een winst dit bureau voor de staat betekent. Van 1 October 1947 tot 1 April 1948 achterhaalde een afdeling van zes rechercheurs belast met een speciaal onderzoek, een half millioen gulden aan meubilair, schilderijen en andere goederen, alles verborgen vermogen. Op duizenden plaatsen in ons land zit nog vermogen in verkeerde handen. De enorme vermogensverschuiving tijdens en kort na de oorlog te reconstrueren, eist stelselmatig recherche-werk. Bij veel plattelandsbanken bijv. is veel vermogen gecamoufleerd ondergebracht, Duitsers openden hier onder een Nederlandse naam een rekening, bij onderzoek is reeds meermalen gebleken, dat daar posten staan, waarvan de man die het geld bracht onvindbaar is. Scheepswerven, ook vele kleine, kregen opdrachten van de Kriegsmarine, zij ontvingen voorschotten en materiaal ter beschikking, de bouw werd gesaboteerd, de Duitsers verdwenen, het geld en materiaal bleef op de werven. Fabrieken werden met Duitse machines uitgerust, op het eind van de oorlog hadden zij de vernieuwingen nog niet betaald. Op talrijke manieren is zo nog vijandelijk vermogen onder ons volk verborgen. Kort na de bevrijding werd in verschillende kleine gemeenten het huisraad van gedetineerden onder het raadhuis opgeslagen. De vroede vaderen vonden dit lastig, er waren brandgevaar en meer moeilijkheden. Bij haar huwelijk mocht dan een dorpsschone wel eens enige spullen uitzoeken, die zij kon gebruiken, ook weer vermogen, dat opgespoord moet worden. Duizenden Nederlanders zijn momenteel nog in overtreding met de Herstelwetgeving, wegens in bezit hebben van vermogensdelen.

          Bibliotheek gevonden

Een bibliotheek van 17.000 delen met een waarde van meer dan een ton, werd bij een opslagplaats gevonden, eigenaar onvindbaar. Onder deze boeken waren exemplaren uit de 16e en 17e eeuw van grote waarde. Een kist met porselein, afkomstig van de Russische Czarenfamilie stond bij een fietsenstalling, de man, die de kist bracht is spoorloos verdwenen. Toen een rechercheur aan een boer in een klein dorpje vroeg : "wat is hier nog van de Duitser, die bij jullie in huis is geweest, "antwoordde de landman, "oh, de fiets waarop mijn zoontje rijdt, dat kastje", en hij wees nog enige andere voorwerpen aan. "Heette die Duitser Meyer", informeerde de rechercheur verder. "Nee", was het antwoord, "dan moet u bij de boerderij een stukje verder zijn, die bij ons heette Braun". Resultaat een vrachtauto vol goederen uit een klein dorpje. Ontslagen politieke delinquenten, die verschillende instanties hebben afgewerkt om hun goederen terug te krijgen en dan tenslotte overgaan tot een klacht lopen door dit bureau ook wel eens tegen de lamp. Eén van hen noemde in zijn klacht antieke vazen en kostbaar Delfts blauw, C. V. O. spoorde de goederen op, de antieke vazen bleken gewone dingen van een paar gulden en het waardevolle porselein, bazargoed.
    De mannen van de heer Haasse werken secuur en onopvallend, zij kweken voor ons land een tegenpost van de milliardenschade, die wij in de harde jaren kregen te lijden.

  • Bron: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie
  • Datum: 23 april 1948

W. H. van Eemlandt

W. H. Haasse begon kort voor zijn pensionering detectives te schrijven. In 1953 kwam de eerste uit, onder het pseudoniem W. H. van Eemlandt. Eerlijk gezegd – smaken verschillen – sla ik En een kind zal hen leiden van Nel van Sillevoldt-Haasse hoger aan dan sommige wezenloze detectives van W. H. van Eemlandt, zoals Moord met Muziek, Code Duizendpoot of De vijfde trede (voltooid door Hella met alinea's ter lengte van 2-3 bladzijden). Ik haast me echter op te merken dat de zestien boeken van Haasse senior van zeer wisselende kwaliteit zijn, ook per boek gezien : het laatste kwart, waarin de geniale speurder de oplossing van de misdaad voor zijn auditorium uit de doeken doet, boeit doorgaans minder dan de actie in begin en midden van het boek. Van Eemlandt (verder v.E.) nam het model voor zijn moord-en-doodslaglectuur van auteurs als Conan Doyle en Agatha Christie over, maar dat beproefde model gaat op een leeglopende ballon lijken wanneer de schrijver niet uitkijkt. Als een boek van v.E. geslaagd is, is dat niet aan de onuitstaanbare Van Houthem, maar eerder aan de acties van een paar schavuiten te danken. De meerderheid van v.E.'s boeken heeft niettemin een verdiend succes gehad, kan gezegd worden. Zo is zijn veelbelovende eersteling Weer verdwijnt een atoomgeleerde (1953) een eersteklas avonturenroman die een prima verhaaltechniek aan levendig en verzorgd taalgebruik paart, en een actueelonderwerp heeft. Commissaris van Houthem komt er (gelukkig) pas laat aan te pas. En wat een plot! — Soms wordt getracht onderscheidingen in dit genre ontspanningslectuur aan te brengen. Van Eemlandt zelf sprak 't liefst over politieromans. Maar helaas, de latere boeken met de gepensioneerde advocaat Reiziger als hoofdspeurneus vallen daar niet onder. Van Eemlandt zelf spreekt in Kogels bij het dessert van 'roman policier', maar ook van 'detective-roman' en 'speurdersroman', in Duister Duel en Afrikaanse Venus van 'detective' en 'detectivestory'. De productie van het gezelschap van Conan Doyle, Ivans, Havank, Simenon, Dorothy Sayers, Ellery Queen, Manfred B. Lee, S. S. van Dine, John Dickson Carr enz. overziende, zou men bij v.E. van puzzelcrimi's kunnen spreken. Slechts in zijn eersteling, meteen een van zijn beste boeken, paste v.E. de geijkte formule niet streng toe. Van de Nederlandse crimischrijvers tot 1955 kan alleen Ivans zich met van Eemlandt meten, denk ik. De veel meer eigentijdse Willy van der Heide valt in een ander genre. Vader en dochter Haasse liepen niet voorop. Aardige toevalligheid : de Watson van Ivans' Geoffrey Gill was mr. Willem Hendriks.

Haasse was overigens een geroutineerd schrijver, op zijn vakgebied maar ook daarbuiten. Af en toe verzorgde hij een rubriek in een krant in quasi oudt-hollandsch, Mengeldighten en dergelijke. Kees de Leeuw in W. H. van Eemlandt 1889-1955 (in Boekenpost no. 101, sept./okt. 2009) : "Zijn (waarschijnlijk) eerste boek had direct met zijn werk te maken en ontstond naar aanleiding van de jaarvergadering van de Vereeniging van Inspecteurs van Financiën in 1927. De titel van het werkje (een brochure) luidt De inspectie van financiën: wat zij was, is en kan worden."

W. H. Haasse werd W. H. van Eemlandt. Zelden valt hij uit zijn rol van detectives-fabrikant, wiens hoofdpersoon commissaris van Houthem over het vermogen tot onfeilbaar logisch redeneren beschikt. Maar op de laatste bladzijde van zijn eersteling etaleert de schrijver een idealistische zienswijze aangaande de mogelijkheden en de rol van het instituut 'politie', die in haar bevlogenheid onwillekeurig aan Nelly van Sillevoldt doet denken. Zij uitte haar maatschappelijke betrokkenheid in haar boeken echter niet alleen op een andere manier dan haar broer, zij was ook actief bezig, en wel in de Oxford Beweging. In zijn laatste detectiveroman, De schat van Aros Killee, pleegt Van Eemlandt nòg een onverhoeds démasqué. Zijn hoofdpersoon is nu Justus Reiziger, gepensioneerd advocaat, qua type – voor zover v.E.'s personages karakter hebben – een saaie Van Houthem. Van Eemlandt legt hem de woorden "ik heb genoeg ervaring met strafrechters opgedaan om geen waarde te hechten aan het sprookje van de rechterlijke dwaling, waarmee in de fictie nog al eens wordt geschermd" in de mond. Het is moeilijk voor te stellen dat de schrijver van deze woorden dezelfde man is die in zijn functie van directeur van de Centrale Vermogens Opsporingsdienst in 1949 voor de Amsterdamse rechtbank als getuige werd gehoord (De Telegraaf, oct. 1949). De dienst werd per 30 juni 1950 opgeheven. Haasse kwam er met een blauw oog vanaf. Het ging niet om tientjes, maar om tonnen. Vergeleken met nu is er weinig veranderd. Zie onderstaand het slot van een artikel in de Waarheid.

  Enige vragen
Wij zijn ons er van bewust lang niet volledig te zijn geweest in deze zaak en dat het wel vast staat, dat veel meer personen met deze zaak te maken hebben, dan hier in dit bestek zijn genoemd. Wij zullen dan ook vragen willen stellen en wel :
1. Is het juist, dat de officier van corruptiezaken, mr Overbeek, de aanklager wegens chantage gevraagd heeft de aanklacht in te trekken ?
2. welke belangen zijn er mee gemoeid, dat deze zaak geen voortgang vindt ?
3. Hoe is het mogelijk, dat de heren Dey en Overdijk nog op vrije voeten rondlopen, terwijl het een publiek geheim is, dat de heren Overdijk en Waalput grote bedragen verteerden in nachtclubs en andere dure gelegenheden, ofschoon dit niet in overeenstemming was met hun salaris ?
Bij deze vragen zouden wij het voorlopig willen laten en we zien met belangselling de beantwoording van de betrokken instanties tegemoet.
 
       De Waarheid 18 aug. 1949  


Het was een doofpotaffaire die zich min of meer in de openbaarheid kon afspelen omdat ter ene zijde niemand wilde, ter andere zijde niemand durfde in te grijpen.


De Telegraaf 27 oct 1949

Op 1 juli 1950 ging Haasse met pensioen. Nog in 1952 schreef de Telegraaf over deze zaak :

Taak voor Parlementaire Enquête-Commissie inzake het optreden van F.I.O.D., fiscale recherche en centrale vermogensopsporingsdienst (C.V.O.)

Ook in 1919 had Haasse met iets vreemds de krant gehaald.

   
De Preanger-bode 9 oct 1918
  Bat.Nbl 20 dec. 1919    


De overtuiging, als zou tegen logisch argumenteren niets en niemand opgewassen zijn, dat het oplossen van een misdaad 'een sommetje uitrekenen' is (Odeon) is een achilleshiel in Van Eemlandts boeken, juist omdat zijn plots niet altijd logisch in elkaar gestoken zijn. Vandaar misschien dat Aart (Arend, de speurvogel, Arendsoog) voor Justus plaats moest maken. Willem Haasse hechtte aan namen met een speelse betekenis : Van Houthem (houd hem!), Staring (sta of ik schiet), Sluijter (opsluiten), de Graaf (graaf- en speurwerk), Bergsma (veilig opbergen – zo heet een neef van de commissaris). Justus (die het altijd bij het juiste eind heeft) Reiziger (die zijn achternaam heel misschien aan de audas viator van Verne te danken heeft), maar zijn voornaam zeker aan Vrouwe Justitia. Toevallig is zijn tweede kleindochter, geboren 15 dec 1947, Helene Justine genoemd.

Strijdig met de miraculeuze logica waarmee de criminele puzzels opgelost moeten worden zijn de ongeloofwaardige, zeg maar onmogelijke situaties waarin van Eemlandt zijn acteurs nog al eens laat optreden. Dat v.E. ook zonder kon, bewijzen boeken als Zwarte kunst. Dit verhaal onthult Haasse's verbluffende kennis van het oplichtersvak en het Amsterdamse bargoens – hij heeft heel wat zwart geld opgespoord –, en laat zien hoe hij over burgers (een paar overlevende joden, geldmagnaten, politiebeambten) in het Amsterdam van begin jaren '50 dacht. Daarmee komt hij sympathieker over dan met zijn opvattingen over de positie van de vrouw, het 'verlies' van Indië en het "zoekraken" van geld bij zijn Dienst.

Ook de zelfingenomenheid van Aart van Houthem en Justus Reiziger doet nu en dan afbreuk aan de leesbaarheid. Na 12 optredens (drie in 1953, vier in 1954, vijf in 1955) werd Van Houthem afgedankt. Zijn vervanging was beslist geen verbetering. Haasse stierf 1 nov. 1955. Hella voltooide posthuum in 1956 nog een van Houthem. NB: Aros Killee (1958, met Reiziger) is – behoudens wat redigeerwerk van Joop van den Broek op de slotbladzijden – geheel van Van Eemlandt. Vergeleken met zijn eersteling bevat dit boek weinig actie en veel geredeneer, evenals het posthuum uitgegeven (1956) Schimmenspel op zee en Afrikaanse Venus, waarin Reiziger niet in de buurt van Hercule Poirot komt. Het zijn meer deductieverslagen van een pijprokende rentenier dan de spannende politieromans die Haasse eerder geschreven had, denk aan Schatgravers aan de Amstel (1954), dat verfilmd is : Rififi in Amsterdam, met o.a. Willy Alberti, Ton van Duinhoven, Anton Geesink, Rijk de Gooijer en Maxim Hamel. Het contract voor deze film is door Käthe ondertekend – Willem was inmiddels overleden. In Afrikaanse Venus blijkt Justus een zoon Justus en een kleinzoon Justus te hebben, koesterde Van Eemlandt verderreikende plannen Justus ut palma?
  Van Eemlandts derde boek, Een Rubens op Drift (1953), bevat de opdracht "Aan mijn vrouw". Haasse noemt de echtgenote van de hoofdpersoon Otis Cardigan (Riverside, New York) Katherine (Kate), naar zijn vrouw. Aardig, denk je, om na vier bladzijden te moeten lezen "zij was een verdienstelijke pianiste, die op het podium van een concertzaal niet misplaatst zou zijn gebleken". (Hork! Lummel!)
  De laatste Van Houthem is Duister Duel (1955). "Met de nodige schroom draag ik dit boek op aan Hella, die haar schertsenderwijs gedane suggestie over het bedenken van een moordverhaal, waarin detectiveschrijvers als hoofdpersonen optreden, nauwelijks zal kunnen terugvinden tussen de verwarrende bijkomstigheden". Haasse discussieert ('duelleert') in dit boek met denkbeeldige Hella's over literatuur en lectuur, en laat tussen de regels door merken dat het met Van Houthem wel genoeg is geweest. Toch begon hij nog aan De Vijfde Trede met Van Houthem. Hoewel Haasse geboren Rotterdammer was, spelen 1, 2, 3, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 15 in Amsterdam, 13 op zee onderweg naar Rotterdam, 14 rond Echternach.
   De politieromans van Van Eemlandt dragen diverse autobiografische indrukken met zich mee, eenvoudig aan te wijzen en te duiden, niet gecompliceerd ingesponnen op de manier van HSH in De Meermin of De Doolhof. Zo kan simpel geconstateerd worden dat het dorpje Houthem in Zuid-Limburg 4 km verwijderd ligt van de buurtschap Helle, precies tussen beide in liggen de gehuchten Klein Haasdal en Groot Haasdal, tezamen Hazel genoemd.

      

          Landschap bij Houthem, Jan Everts (1899-1993)                       De Telegraaf 3 nov 1955

Na het kleurrijke leven dat WH geleid heeft, maar dat ik niet tot op de grond ben nagegaan, is het goed dit hoofdstuk af te kunnen sluiten met een lovende beoordeling van zijn schrijverschap van 1953-56. Vóór die tijd stelde het niets voor, maar zijn ambitie was niet verflauwd en gaf hem, gepensioneerd, met een succesvolle dochter, een enorme lift.

Bart Rietkerk maakt opmerkzaam op autobiografische elementen in Van Eemlandts boeken, zoals we die ook bij HSH aantreffen. Ik geef een aantal voorbeelden.

De gebonden drukken (Wereldvenster, Baarn) van Van Eemlandts misdaadromans hebben achterop het stofomslag een vignet, waarschijnlijk door de auteur ontworpen, waarop een haan centraal staat afgebeeld, met een landhuis en een veldboetje op de achtergrond, omschreven door de zinspreuk SAEVO TE SUB CUSTODE TENEBO (scil. 'manicis et compedibus') 'ik zal u geboeid en geketend in strenge bewaring houden', Horatius. Onderschrift : "Dit vignet met de haan siert uitsluitend de W. H. van Eemlandt-boeken. De haan symboliseert internationaal de waakzaamheid (der politie)". Op het frontispice heet het : "U herkent de W. H. van Eemlandt-romans aan het vignet met de haan der waakzaamheid op het titelblad". De afbeeldingen op het voorplat onder het stofomslag zijn dichtgelopen met inkt, dus onbruikbaar voor reproductie. Dat moet vermeld worden, omdat het omslag van deze 60 jaar oude boeken vaak ontbreekt. Door slijtage van het cliché oogt de haan bovendien alleen op de omslagen uit 1953 fris. — De letters zijn met de hand ingetekend, evenals op het ex libris van Käthe.

Het motto van de Amsterdamse politie was in Haasse's tijd "waakzaam en dienstbaar".

Nieuwe misdaadromans gelezen door AB VISSER

In de Zwarte Beertjes verschenen tevens de herdrukken van twee politieromans van W. H. van Eemlandt, die in 1955 op 66-jarige leeftijd overleed.
[...]
Het herlezen van de hierboven genoemde herdrukken was voor mij desondanks geen teleurstelling en in het historisch verband van onze detectiveliteratuur gezien beschouw ik van Eemlandt nog altijd als een van onze beste auteurs, die zijn metier grondig beheerste. "Een Rubens op drift" is een ingenieus en amusant avondturenverhaal rondom het gesol met een gestolen Rubens. Het speelt zich af in internationale politiekringen en in de wereld van de haute finance. "Arabeske in purper" is ernstiger, maar beweegt zich op hetzelfde plan van internationale misdaadorganisaties, rondom een grote bankroof en een wraakmoord.
[...]
Nieuwsblad van het Noorden 9 jan 1970.
Lees hier het hele artikel.

Volgens de regels van het spel
[...]

Dat Agatha Christie nu (in 1994) nog steeds gelezen wordt (al is het vooral door schoolgaande jeugd - de rest kent haar al), dat Sherlock Holmes nog steeds fascineert, en dat Ivans en Van Eemlandt voor de geïnteresseerde nog steeds leesbaar zijn, is zonder twijfel te danken aan de voor dat genre geldende spelregels. Die harde formule eist geen gezeur, geen uitgebreide familieomstandigheden van de speurder, geen gejerimiëer over de ellende in de wereld, geen gepsychologiseer, geen onlogische krankzinnigheid, geen erotische uitweidingen en geen nodeloos geweld - alles draait om de logische oplossing van een liefst ingenieus en raadselachtig probleem. De doorsneelezer in misdaadland houdt van traditie: met een vaste speurder en een duidelijke formule is de herkenning het grootst. Van Eemlandt bewees, in 1954, dat een detectivestory in de Sherlockiaanse opvatting nog perfect mogelijk was - en tegelijk ook dat het eigenlijk uit de tijd was”.
Door Rinus Ferdinandusse ‘Volgens de regels van het spel’. Over misdaadliteratuur rond 1954.
Lees hier het hele artikel.

Hier volgen de 'romans policiers'. Na de eerste vijf stuks zakt de kwaliteit sterk naar mijn smaak, nr. 7 en 10 uitgezonderd. Heerst in nr. 1 nog bijna een jongensboekensfeer, gaandeweg worden de figuren ouder en ouwelijker.

  1  Weer Verdwijnt een Atoomgeleerde  1953  v H  Spannend, goede compositie.
  2  Arabeske in Purper  1953  v H  Grandioos, beter dan Havank, taal!
  3  Een Rubens op Drift  1953  v H  Geinig. 'Naar het leven geschreven'.
  4  Kogels bij het Dessert  1954  v H  Variant op de locked room murder.
  5  Dood in Schemer  1954  v H  Originele plot. Speelt op Koro (Fidzji-eilanden).
  6  Moord met Muziek  1954  v H  Vergezocht.
  7  Schatgravers aan de Amstel  1954  v H  Spannend. Leest als een trein.
  8  De Odeon-Moorden  1955  v H  Tweederde wel aardig, dan is de zaak opgelost.
  9  Gevaarlijk IJs  1955  v H  Voor driekwart wel aardig, daarna zakt het in.
 10  Zwarte Kunst  1955  v H  Goede plot, sfeertekening, humor, afloop!
 11  Code Duizendpoot  1955  v H  Weinig geïnspireerd.
 12  Duister Duel  1955  v H  Lijdt onder discussies over het genre, literair of niet?
 13  Schimmenspel op Zee  1956  J R  Zouteloos. Tweede helft niet door te komen.
 14 Afrikaanse Venus  1956  J R  Interessante beginsituatie. Na tweederde resteert onleesbaar  gededuceer in lange monologen.
 15  De Vijfde Trede
 (voltooid door Hella Haasse)
 1957  v H  Saai, ongeloofwaardig, gekunsteld, amateuristisch.
 16  De Schat van Aros Killee
 (voltooid door Joop van den Broek)
 1958  J R  Saai, slecht verhaal, weinig actie, veel geredeneer in dialogen.

– Een goed gedocumenteerd boekje, origineel in zijn boekbesprekingen, is W. H. van Eemlandt, Biografie en Bibliografie van een wereldburger, Bart Rietkerk, niet uitgegeven maar als fotocopie in het bezit van enkelen (2007).
– Voor een artikel over W. H. van Eemlandt verwijs ik naar Kees de Leeuw, W.H. van Eemlandt 1889-1955, in: Boekenpost no. 101, sept./okt. 2009, pag. 11 t/m 13.

HOORSPELEN

Er zijn vier hoorspelseries naar romans van W.H. van Eemlandt uitgezonden. Bart Rietkerk heeft deze gegevens boven water gehaald en geplaatst op Geronimohoorspelen

Kogels bij het dessert
4 delen
Deel 1 op zaterdag 10 juli 1954
Regie: S. de Vries jr.
Omroep: VARA
  De Odeon-moorden
8 delen
Deel 1 op zaterdag 26 maart 1955
Regie: S. de Vries jr.
Omroep: VARA

Gevaarlijk ijs
9 delen
Deel 1 op  zaterdag 22 januari 1955
Regie: S. de Vries jr.
Omroep: VARA
 
Schimmenspel op zee
12 delen
Deel 1 op zaterdag 30 juni 1956
Regie: S. de Vries jr.
Omroep: VARA


De bewerkingen zijn verloren gegaan. De dure banden werden na uitzending voor nieuwe opnamen gebruikt.

*     *     *     *     *     *      

Het laatste interview met W. H. Haasse
7 april 1955

 

W. H. van Eemlandt :

Papieren misdaden aan lopende band.

Geestelijke vader commissaris Van Houthem
schrijft voor zijn genoegen.

Door Bob Spaak

 


                                      >  >  >  >   Coll. WHP

           


[...]

Intelligentie

Van Eemlandt zegt : „Ik verwacht van mijn lezer intelligentie. Men heeft mij wel eens verweten, dat ik te vroeg laat doorschemeren, wie ten slotte de misdadiger zal blijken te zijn. Kijk 'ns : Het leven is een film, door de tijd afgedraaid. In boeken als die van mij projecteer je een momentopname, de misdaad, nadat je de zaak zoveel bladzijden lang hebt ingeleid. Dan komt de politie. Die weet nog van niets, die wordt met de neus op de feiten gedrukt en kan aan het werk gaan. De geroutineerde lezer kan op dat moment misschien al zeggen, wie straks de zware hand van de wet rond z'n nek zal voelen, maar dat is geen bezwaar.
  Ik kan weliswaar de nep ook wel zo ver drijven, dat ik pas op de voorlaatste pagina, na een hele reeks geforceerde onwaarschijnlijkheden, met de door iedereen als dood onschuldig beschouwde dader voor de dag kom, maar ik geef er de voorkeur aan het accent te leggen op het politionele werk en de nieuwsgierigheid van de lezer, de dader te kennen, te herleiden tot het verlangen te weten, hoe de politie erachter komt.” [...]

BOB SPAAK
Interview zes weken voor Haasse's dood.  Het Vrije Volk, 8 april 1955.

Lees hier het hele artikel.

*     *     *     *     *     *

 

Maurits Escher


Deze 'ster-dodecaëder' van Maurits Escher werd in april 2012 onthuld op het scholencomplex van de Waldheim Mavo en Het Baarnsch Lyceum. Het kunstwerk is geïnspireerd op de prent Zwaartekracht, een litho die M.C. Escher in 1952 maakte. Wikvisually.

Käthe is overleden op 24 jan. 1983. Op 28 jan. werd ze begraven. De urn met de as van haar echtgenoot werd in Driehuis-Westerveld van onder de zwerfkei opgegraven, naar Baarn overgebracht en in het familiegraf op de begraafplaats aan de Wijkamplaan bijgezet. Het archief van Begraafplaats & Crematorium Westerveld te Driehuis deelde mee dat de urn van de heer W.H. Haasse aldaar op 5 jan. 1956 [in het urngraf] bijgezet is [uiteraard met de bewerkte zwerfsteen erop], en dat "de familie" op 26 jan. 1983 het urngraf heeft opgezegd [twee dagen na het overlijden van Käthe], en daarvoor getekend heeft. Daarmee liet de familie niet alleen de steen achter die bijna dertig jaar Haasses resten had bedekt, maar ook het aangehechte bronzen ornament, dat Escher uit bewondering voor en als herinnering aan zijn Baarnse vriend gemaakt had. De kei (zie foto's) is door een fout van de begraafplaats toen niet direct verwijderd, maar is nog ruim dertig jaar blijven staan. De laatste mij bekende gedateerde foto van de kei is van 30 jan 2005. Een tuinonderhoudsmedewerker van Driehuis-Westerveld vertelde dat hij de steen in 2014 heeft laten afvoeren naar een puinhandel. Grof steenslag kan de NS gebruiken, met fijngemalen puin worden paden onderhouden. Met de ruiming van de kei is tevens het naar de kosmos wijzende gedachtenisviignet van Maurits Escher verdwenen, tenzij een tweede gietsel op het deksel van de urn vastgeklonken zat. Escher († 1972) heeft van deze perikelen geen weet gehad. Zijn Oog, dat op 9 dec 2015 ter veiling € 48.000 opbracht, was niet alziend.

Hazeu schrijft in zijn Escherbiografie (p. 368) : "Op de [ingegraven TK] urn van Haasse werd een zwerfkei geplaatst met daarop een bronzen, door Escher ontworpen ornament : een cirkel van een slang die in zijn eigen staart bijt, met daarbinnen de letters van het begin en het einde, Alpha en Omega, en sterren en planeten". De woorden van Maurice Nicoll [?], die Escher en Haasse zo intrigeerden, hadden er nog onder gezet kunnen worden :
            Why did you lose eternity?    of    Why did we lose eternity?

De grafsteen in 2005. Een paar letters en cijfers hebben hun aanhechting verloren. In 1983 is de urn in het familiegraf in Baarn bijgezet, maar de steen is in Driehuis blijven liggen. Dat familiegraf bevindt zich op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan in Baarn, waar ook Maurits Escher ligt. Escher heeft het juiste geboortejaar 1889 op de kei gezet. Foto André Evers, 30 jan. 2005.

             

Credit line : Alle werken van M.C. Escher © 2016 The M.C. Escher Company – Baarn. Alle rechten voorbehouden. www.mcescher.nl

1. Een ontwerp, door Escher gemaakt als graf-‘ornament’ voor Willem Haasse, bestaande uit drie elementen, alpha, omega en de Ουροβορος. 2. Aan dit ontwerp voegde Escher zon en maan, sterren, planeten en kometenbanen toe. Dit laatste is op de urnsteen aangebracht. Zie de afbeeldingen in de biografie van Maurits Escher door Wim Hazeu ('  1998, ²2000, beide drukken p. 230). – Ik spreek in dit geval i.p.v. een ornament liever van een vignet. In proza en poëzie is een vignet een kort, impressionistisch tafereel dat een beeld schetst van een bepaald moment en een bepaalde plaats. Typisch is het de bedoeling om een scherp beeld van een personage, een idee, of een omgeving te geven. Dat doet dit vignet inderdaad. Haasse “leerde zichzelf Grieks en Latijn, had een grote belangstelling voor natuur- en scheikunde, sprak zijn talen en beschikte over een grote bibliotheek. Hij correspondeerde met astronomen over de hele wereld en bouwde bijvoorbeeld een sterrenkijker”, aldus Hella.

       

 

De graf- of gedenksteen, een zwerfkei, kort na plaatsing op de urnkuil in Velsen
op 5 jan 1956.

(Coll. WHP).

Op de achtergrond ligt wat sneeuw.

      De steen op de urn, nog in ongeschonden staat, kort na de bijzetting. Coll. WHP

www.bekendedodenederlanders.com     Foto André Evers, 30 jan. 2005. Een paar letters en cijfers hebben hun houvast verloren. Het vignet van Escher is op de haarscherpe foto tot in detail te onderscheiden.

Het familiegraf waarin Hella's ouders en grootouders Haasse rusten werd niet meer onderhouden. Ed Bos van De Vuursche (1928-2016) te Baarn, die ca. 300 graven onderhield, diende voor het graf van de Haasses elk jaar een rekening in bij HSH. Kort na 2000 is de betaling gestopt. Voordat hetgraf geruimd zou worden heb ik (TK) de rechten gekocht en de zerk plus beplanting onderhanden laten nemen. Voortbestaan en onderhoud ervan zijn tot 2030 verzekerd. De 'familie'' sprak met waardering over vader Haasse. Maar de realiteit wil, dat "de familie" in 1983 schriftelijk afstand deed van de steen die Willem's urn bedekte, met Eschers bronzen letters, cijfers en vignet er nog op. De famile besefte (toen) kennelijk niet wat ze deed.

 
Groene Graf

 

                           

De URN waarin zich de as van W. H. Haasse (1889-1955) bevindt of bevonden heeft en waaraan mogelijk een klein monumentaal vignet van M. Escher bevestigd was.

 jan 1935 Sinds jan 1935 ligt W.H.J. Haasse (*1860) begraven in Baarn, begr.pl. Wijkamplaan.
Grafnummer IV 31 11.
 dec 1948 In dec 1948 gevolgd door zijn weduwe C.F. Haasse-Braak (*1861).
 jan 1949 De huidige deksteen wordt geplaatst.
 1 nov 1955 Hun zoon W. H. Haasse overlijdt in Baarn.
 4 nov 1955 Crematie van W. H. Haasse te Driehuis-Westerveld in Velsen.
 5 jan 1956 De urn met de as van W.H.H. wordt geplaatst in een urngraf op Driehuis-W. Een door Haasse's vriend M. Escher bewerkte zwerfkei wordt erop geplaatst. Escher heeft een stuk laten afvlakken en daarop de personalia (naam, pseudoniem, geb.- en sterfdatum, alsmede een vignet dat de overledene karakteriseert, alles in brons) vastgehecht.
 27 mrt 1972 Maurits Escher overlijdt 27 maart 1972.
 24 jan 1983 Käthe Haasse overlijdt 24 jan 1983.
 26 jan 1983 "De familie" zegt het urngraf van W.H. Haasse in Velsen op, laat de urn opgraven en naar Baarn brengen. Archief Driehuis-W.
 28 jan 1983 Begrafenis van Käthe op Alg Begrpl Wijkamplaan Baarn. Volgens de grafkaart is de urn van W.H. Haasse op deze datum bij deze gelegenheid bijgezet in het familiegraf.
De beschrifting van de zerk bevat een fout : geb. jaar W. Haasse 1888 moet zijn 1889.
 ...... ■■■
 1998
 3 oct t/m
 20 dec
Op een expositie in kasteel Groeneveld te Baarn van 3 oct t/m 20 dec zou volgens mededeling van Mark Veldhuijsen van de Escherstichting een van de twee 'ornamenten' te zien geweest. Als catalogus fungeerde J. L. Locher (red.) Leven en werk van M.C. Escher. Het levensverhaal van de graficus. Met een volledig geillustreerde catalogus van zijn werk, 8e druk 1998. De catalogus is niet volledig, de twee vignetten voor Willem Haasse worden niet genoemd, dus ontbreken ook de afbeeldingen. Bijgevolg kan geen gedocumenterd antwoord gegeven worden op de vraag wèlk van de twee vignetten geëxposeerd was, als ontwerp op papier of in brons, als er al iets geëxposeerd was.
 30 jan 2005 Datering van André Evers’ foto van de zwerfkei van W.H.H. te Driehuis-W. Op de foto is het vignet van Escher nog steeds aanwezig.
 ...... ■■■
 22 mei 2008 Wim Haasse, Hella's broer, overlijdt in zijn woonplaats Busselton WA.
 27 nov 2008 ■■■
 ...... Er is een foto van het graf, ongedateerd, met een bordje ervoor geplaatst, waarop staat : "Grafrechten vervallen. S.v.p. contact opnemen met de beheerder tel 035-5412814." De gemeente ontkent ten stelligste dat zulke bordjes ooit geplaatst werden. De beschadiging aan de steen, rechtsonder, is zichtbaar.
 2014 De zwerfkei van W.H.H. te Driehuis-W is medio 2014 geruimd, zo vernemen wij medio 2015 van een begr.pl. medewerker.
 sept 2014 Zes jaar of langer is er niet voor het familiegraf in Baarn betaald. Het wordt gekocht door TK. Hij heeft het laten restaureren. A. van der Horst heeft de belettering onder handen genomen. LL verzorgt de beplanting.
 ...... ■■■
 ...... Er is vandaag weinig gelegenheid om verder te speuren. De gemeente neemt tijd in beslag.
■■■
 ...... ■■■
 ...... ■■■
 24 juli 2018 Het archief van Driehuis-W., steeds behulpzaam, weigert EK nu mede op grond van de nieuwe privacywet inzage in het archief. De inhoud daarvan is ons grotendeels bekend, maar er zouden notities van tel. gesprek en en een of twee brieven kunnen liggen. Vele archieven hebben tengevolge van de uitspraak in de rechtszaak tegen Erfgoed Leiden heel veel materiaal off-line gehaald uit angst voor enorme boetes en zijn praktisch op slot.
 1983 - - - Er is na de opzegging in 1983 geen nieuw urngraf voor W. Haasse op Driehuis-W. ingericht.
 ...... ■■■
 aug 2018 Contact met Mark Veldhuijsen van de M.C. Escher stichting en The M.C. Escher Company, B.V. Hij laat weten dat vignet 2 op de Escher-tentoonstelling in kasteel Groeneveld (3 oct - 20 dec 1998) in Baarn te zien is geweest. Hij heeft het gezien en in handen gehad. "De familie" zou het ter beschikking hebben gesteld. Het is echter niet in de catalogus (van Locher) opgenomen, noch in de Galerij van de Escher Stichting. Waar het ornament / de ornamenten zich nu bevindt / bevinden is hem naar zijn zeggen ook niet bekend.
Ik stel Veldhuijsen ervan op de hoogte dat vignet 2 ten tijde van de tentoonstelling nog in Driehuis-W. op de steen vastgeklonken zat. Hij wil niet reageren.
 nov 2018 Nieuwe beplanting - buxus en varens - door LL aangebracht.


De Van Sillevoldts hadden een eigen graf. Hella's onbekendheid met haar naaste familie treedt pijnlijk aan het daglicht. Opvallend is dat ze de naam van haar moeder op de zerk voor éénmaal correct heeft moeten laten spellen.
  ■■■
De benaming 'ornament' is wrs van HSH afkomstig. De biografie van Hazeu spreekt over "ontwerpen voor een grafmonumentje". Dat is een goede omschrijving. Maar ik noem ze liever vignetten. Een persoonlijkheidsbeschrijving of -karakterisering door middel van een beeld of beelden. In proza en poëzie is een vignet een kort, impressionistisch tafereel dat een beeld schetst van een bepaald moment en een bepaalde plaats. Typisch is het de bedoeling om een scherp beeld van een personage, een idee, of een omgeving te geven.
Escher heeft twee 'ornamenten' ontworpen. Het eerste is mogelijk op het urndeksel bevestigd geweest. Hij heeft veel aandacht besteed en werk gehad aan ontwerp 2 en heeft de bijvoegsels (naam, datums) gemaakt of laten maken. Hij heef( er twee maanden over gedaan. Het is niet direct aannemelijk dat hij het eenvoudiger ontwerp 1 niet zou hebben uitgevoerd, zoals Veldhuijsen zegt, mede gezien zijn vriendschappelijke relatie met de Haasses.
Asbussen van blik en urnen van terracotta vergaan in de grond, tenzij ze met vakmanschap van duurzaam materiaal gemaakt zijn (roestvrij staal, geëmailleerd keramiek, speciaal behandeld aardewerk), wat van Escher uiteraard verwacht mag worden. Trouwens, voorbeelden van eeuwenoude bewaarde urnen van aardewerk zijn trouwens legio.
De urn van W. H. Haasse die 26 jan 1983 in Driehuis-W. opgegraven werd was niet vergaan. Ze had sinds 5 jan 1956 in de grond gezeten. Crematie werd in Nederland in 1955 gelegaliseerd, Haasse was een van de eersten die legaal gecremeerd werd. De urn met zijn as werd in 1983 tegelijk met de lijkkist van Käthe in het familiegraf Wijkamplaan IV 31 11 geplaatst.
Verschillende verdachte omstandigheden die hier niet vermeld zijn om een ervaren onderzoeker niet te hinderen door voorkennis bij te bevragen personen gaven aanleiding te onderzoeken of de urn zich nog in het graf bevindt, quod non.
Of hier sprake is van enigerlei vorm van grafschennis mogen juristen uitzoeken. De urn van Haasse kan tussen 26 en 28 jan 1983 verwisseld zijn voor een blikken bus, ze kan uit het graf gestolen zijn. Ze kan in Käthe's kist geplaatst zijn, maar wie heeft gezien dat de urn daadwerkelijk in de kist is gezet ?
Het gaat er allereerst om uit te vinden waar de urn en het vignet 1 van Escher (àls het inderdaad in brons gegoten is) zijn gebleven. Er moet rekening mee gehouden worden dat pogingen om de urn in handen te krijgen zich minder op de urn en haar inhoud richtten dan op de geldwaarde van het verondersteld daaraan bevestigde vignet 1 van Escher.

Het overlijden van W. H. Haasse, B.N.-er geworden als W. H. van Eemlandt.

Eind oktober 1955 werd mijn vader op een avond na het eten plotseling onwel. Huisarts en specialist constateerden een hart-infarct. [...] Om mijn moeder bij het verplegen te kunnen helpen was ik op 31 oktober naar B. gegaan. [...] Mijn vader scheen makkelijker te ademen, maar van tijd tot tijd mompelde hij iets, dat ik niet begreep, en waaruit ik opmaakte dat zijn geest niet meer helder was. Hij sprak over "opgebaard worden" in verband met een niet te negeren traditie, en over een gebeurtenis met ver-strekkende gevolgen, die plaats gehad zou hebben in het gebouw van de Roei- en Zeilvereniging te Rotterdam. Na de begrafenis nam ik enkele boeken, waar mijn vader bijzonder op gesteld was geweest, mee naar huis, onder andere Living Time en The new man van Maurice Nicoll. Op vele plaatsen waren de vertrouwde Riz-la-Croix sigaretten-vloeitjes als bladwijzers tussen de pagina's gestoken. Op een van die papiertjes stond in mijn vaders handschrift : "Why did you lose eternity ?"  Persoonsbewijs (1967).

       

          De Tijd 3 nov 1955                         Alg Hbl 4 nov 1955 (deze overl adv is door de familie opgesteld)

Wanneer de familie kenbaar zou hebben gemaakt dat WHH gecremeerd ging worden, zou dit niet in stilte hebben kunnen plaatsvinden, omdat in 1955 alleen Driehuis Westerveld een crematorium had. Dan had de hele wereld geweten dat van Eemlandt daar gecremeerd werd. De toelooop zou onoverzienbaar geweest kunnen zijn.

                      

        Algemeen Handelsblad 4 nov 1955                     Registratiecode VFADNL 042482-blad 2, CBG

De confrontatie met het foute geboortejaar van W. H. Haasse 1888 geeft geen goed gevoel over de band tussen de weinige levende leden van de families Haasse en Van Lelyveld. Niemand schijnt moeite gedaan te hebben in het geboortejaar 1888 de laatste 8 door een 9 te laten vervangen.

        

                                  De steen dateert van 1948.   Vóór de restauratie, 2014. Foto EK.

HIER RUST / WILLEM HENDRIK / JOHANNES HAASSE / *4 APRIL 1860 / OVERL. 3 JAN. 1935

CORNELIA FRANCISCA / HAASSE *BRAAK / *2 SEPT. 1861 — OVERL. 26 DEC. 1948

WILLEM HENDRIK / HAASSE / 1888 — 1955

KÄTHE HAASSE – / DIEHM WINZENHÖLER / 1893 — 1983

        

                                  Na de restauratie door A. van der Horst, 2015. Foto LL.

 

Dommershuizen en Dommelshuizen
in
U t r e c h t – R o t t e r d a m

 

Dank deelneming overlijden Geertruy Korpershoek

Rotterdamsch Nieuwsblad 7 nov. 1898

        

Ondertrouwd: Cornelis Franciscus Kapteijn en Neeltje BraakGetrouwd: Cornelis Franciscus Kapteijn en Neeltje Braak

          Reg code VFADNL 072823-blad 12, CBG

1. Geertruy Korpershoek *Rotterdam 16 april 1815 ✕ Rotterdam 7 nov 1838 Gerard / Gerhard Hendrik Schupper
(*± 1814, † R'dam 29 aug 1853), ✕✕ R'dam 30 dec 1857 W. H. Haasse (W2).
2. NB de bruidegom noemt zich C. F. Kapteijn Senior.

   

BS Huwelijk Registratiedatum 1889 pag. f094 aktenr 1136, Stadsarchief Rotterdam

Uittreksel uit de huwelijksakte, opgemaakt bij het huwelijk van Cornelis Franciscus Braak en Johanna Lokker op 23 oct 1889 te Rotterdam. Neeltje Braak was als moeder van de bruidegom aanwezig, en Willem Hendrik Johannes Haasse compareerde als getuige, zijnde een “behuwdbroeder van den Bruidegom”.

Het document zien we ondertekend door (links onder) C. F. Braak, daaronder Neeltje Braak, rechtsonder Johanna Lokker en W. H. J. Haasse (W2), nevens de overige getuigen en de ambtenaar.

Joh. Lokker overleed 18 jan 1936, Cornelis Fr. Braak overleed 23 febr 1940, beiden te R'dam. Zou HSH de begrafenis van haar oudoom C. F. Braak, de broer van Oma Cor, hebben bijgewoond?

Kinderen uit het huwelijk van C. Fr. Braak en Johanna Lokker :
Petronella Braak,*21 apr 1890 te R'dam, † 13 sept 1956 te R'dam, gehuwd met de acteur Cor Dommelshuizen sr.
Johanna Maria Braak,*25 mei 1893 te R'dam, † 13 oct 1909 te R'dam
Cornelis Franciscus Braak,*29 dec 1894 te R'dam, † 21 maart 1895 te R'dam
Cornelia Francisca Braak,*7 dec 1897 te R'dam, † . . . .
Cornelis Franciscus Braak,*19 juli 1900 te R'dam, † 17 juni 1952 te R'dam
Marinus Hendrik Braak,*8 dec 1902 te R'dam, † 2 mei 1906 te R'dam
   Wanneer Corrie *1897 is overleden is (nog) niet achterhaald. Zij was getrouwd met Willem van Tuil (Tuill, Tuyl). Ze worden vaak genoemd in de brieven die Petronella naar man en zoon in kamp Vught-schreef : Corrie & Wim.

Deze akte brengt ons bij het geslacht Dommershuizen / Dommelshuizen. Immers, de oudste dochter van het echtpaar Braak-Lokker, Petronella Braak, huwde in 1914 de acteur Cor Dommershuizen die zich Dommelshuizen noemde. Daarmee parenteerde ze de families Braak, Haasse en Van Sillevoldt aan een geslacht dat bijzondere kunstenaars onder zijn leden telde.
   De tweede verbindingslijn loopt via Cornelia Henriette D-–-, de zuster van de schilders Pieter C. D--- en Cor Chr. D-–- .


E m i g r a t i e  –  i m m i g r a t i e

Onderstaand kaartje geeft de huidige verspreiding van personen met de naam Dommershausen in Duitsland weer. In totaal zijn het er krap vijftig. Vermoedelijk kwamen de Utrechter Dommershausens uit de streek rond Koblenz.   

Inline afbeelding 1       Op de Hunsrück in Rheinland-Pfalz ligt het dorp Dommershausen, dicht bij de samen-vloeiing van Rijn en Moezel. Lieden uit dat dorp kwamen dus ‘von Dommershausen’ en konden die aanduiding als naam aanvaarden.    De naam werd verhollandst tot (van) Dommershuizen, waarbij huizen als huisen, huijze, huysen etc. werd geschreven.    Dommelshuizen met l in plaats van r lag voor velen beter in de mond, en sommigen van degenen die naar Engeland overstaken maakten er om praktische redenen Dommersen / Dommerson van.

   Zoek eens op www.verwandt.de/karten/ Karte zum Namen: Die Verteilung eines Nachnamens in Deutschland.
   De ‘schildersmoeder ’ Cornelia D. (gedoopt Utrecht 27 mei 1807) wordt in tenminste één document Dommershausen genoemd. Te vermoeden valt dat leden van de voorgaande generatie ten gevolge van de Erste Koalitionskrieg die het Rheinland, speciaal de streek rond Koblenz teisterde, naar Holland gekomen zijn. J. W. Goethe vluchtte in 1792 per schip van Koblenz naar Düsseldorf.
  Voeren er Dommershausens per schip naar Utrecht aan de Rijn, naar Rotterdam aan de Maas, kwam een enkeling over land naar Amsterdam ?

Jourdan en o.a. Pichegru (jawel, díe) verdedigden La France en haar revolutie aanvankelijk tegen Oostenrijk en Pruisen, maar al snel sloten andere staten zich bij de coalitie aan. De ook wel Revolutionskrieg genoemde strijd duurde van 1792 tot 1797. Nederland had zich er in januari 1795 uit teruggetrokken en nam vluchtelingen op. Ik reken de vredelievende en kunstztnnige Dommershausens tot deze categorie. Iets over hun beroepsbezigheden in Duitsland zal wel te vinden zijn.
   De vroegst gevonden persoon met de naam D. is tot nu tot Anton Dommershausen. Hij leefde ca 1660-1718 in Prath, een dorpje aan de Rijn, zo'n 20 km zuidelijk van Koblenz, in het ‘stamgebied’ dat op het kaartje rood gekleurd is.
   Leden van de familie Haasse kwamen uit de omgeving van Kassel, maar niet als vluchteling. Johann Haasse heeft tien jaar als soldaat voor Napoleon en zijn broer gevochten voor hij in 1801 “eervol uit de dienst der Republiek ontslagen” werd.

Onderstaand document lijkt een Utrechter inkwartieringslijstje te behelzen.

Zaturdag den 31 October 1795 Gerardus Ebbers J. M. [Jonge Man] in 't Wystraat [= achter 't Wystraat]
Johanna van der Grint J. D. [Jonge Dochter] op de nieuwe Graft
-------------------------------
Anthony Dommershausen J. M. in de lange Viesteeg
Petronella Smits J. D.op de Oude Graft
------------------------------
Adrianus Herman Wedr van Aletta Rynders te Scherpenseel
Grietje Kerkman J. D. op den Drift
Certificaat gezonden na Scherpenseel om aldaar te trouwen

Inline afbeelding 1
DTB Trouwen Registratiedatum 1795 Archief 711 registratienr 88 pag 223, Het Utrechts Archief

In de Almanak voor de studenten aan de Akademie te Utrecht voor het jaar 1825, in de catalogus van een boekenveiling genoemd, staat dat daar een zekere Dommelshuizen studeeerde. Mogelijk geneeskunde bij Vosmaer (die naam wordt genoemd). Hij woonde bij "zijne Moeder" of bij juffr. Knijff aan de Lijnmarkt. Van deze student is verder niets bekend. Een zoon van Anthony ? In de Almanak uit 1828 staat student N Wisen Elia inwonend op de Voorstraat bij de familie Dommershuizen. In 1838 woont de familie daar nog steeds.
   In het volgende wordt de naam Dommelshuizen, hoe dan ook gespeld, soms vervangen door D__.

  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  

Exposé in kort bestek van de gemeenschappelijke oorsprong en vervlechting van de stamlijnen van de toneelspelers en schilders Dommershuizen / Dommelshuizen

Utrecht trouwboeken 1779 - 1795
Inschrijving Anthony Dommershausen en Petronella Smits, 31 oct 1795

Utrecht RK doopboeken 1788 - 1811
Doopinschrijving Elizabetha Dommershousen, 5 sept 1796
Vader : Antonius Dommershousen, Moeder : Petronella Smits

Doopinschrijving Magdalena Dommershuijze, 12 mei 1798
Vader : Antonius Dommershuijze, Moeder : Petronella Smits

Doopinschrijving Anna Dommelshousen, 6 jan 1801
Vader : Antonius Domelhousen, Moeder : Petronella Smit

Doopinschrijving Anthonia Dommelshuisen, 12 mrt 1804 RK Dominicuskerk Tiel -- zij is een overgrootmoeder van de acteur Cornelis Hendrik sr. Zie de stamlijn hieronder
Vader : Anthoon Dommelshuisen, Moeder : Petronella Smits

Doopinschrijving Cornelia Dommelshausen, 27 mei 1807. Zij is de moeder van de schilders PCD en CCD (en van Cornelia Henriette bij wie de acteur Cornelis Hendrik D. sr. in Rotterdam opgegroeid is). Cornelia is de vierde dochter van Anthony en Petronella). NB In onderstaande overlijdensakte staat dat ze 54 jaar oud is geworden. Dat strookt met het geboortejaar 1807, niet met 1813 of 1816.
Vader : Anthoon Dommelshausen, Moeder : Petronella Smits
Het Utrechts Archief

Inline afbeelding 2
Registers van de Burgerlijke Stand Overlijden 9 apr.-17 okt. 1861, Noord Hollands Archief, Haarlem

De moeder van de schilders, Cornelia D__, is gedoopt op 27 mei 1807. In bovenstaande overlijdensakte van Cornelia staat dat ze 54 jaar oud was toen ze 10 oct 1861 overleed. Dat klopt met de datum 27 mei 1807. De akte (1861) is mede ondertekend door haar zoon PCD. Ze overleed in haar laatste huis, Hartenstraat, Kanton 3, Buurt LL nr 186.
  Maar in de BS A'dam staat ze ingeschreven als geboren in 1813 en 1816. Dat klopt niet. Zie onderstaande scans.
Inline afbeelding 1   1913
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853 : NL-SAA-22129608 Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 107

Inline afbeelding 1  1916
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853: NL-SAA-22345344, Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 107

Inline afbeelding 1
Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- en begraafregisters 1807, Toegangsnummer 711, inventarisnummer 58, paginanummer 74, Het Utrechts Archief.

Bij de doop van Cornelia op 27 mei staat Petrus Dommelshausen als Susceptor (doopheffer) bij Pater et Mater. Cornelia, die de moeder van de schilders Pieter en Christian Dommelshuizen zou worden, is een geboren Dommelshausen. Dat ze op sommige BS-kaarten weduwe Smit(s) genoemd wordt is een nog onopgehelderde zaak.

Inline afbeelding 1
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853 : NL-SAA-22129608 Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 107

Ook haar kinderen Pieter Cornelis, Thomas Hendrik, Christiaan Cornelis en Cornelia Henriette dragen in dit register de naam Smit.

De sterfdatum van Cornelia Dommershausen is 10 oct 1861 :

Inline afbeelding 1

uit het Alphabet op het Register van Overlijden over den Jare Achttien Honderd Een-en-Zestig, Stadsarchief Amsterdam.

 

 

                   D e   A c t e u r s k a n t

——— Dommershuizen / Dommelshuizen———



[TiN = Theatercollectie Bijzondere Collecties UvA (St. TiN)] vroeger
[TIN = Theater Instituut Nederland ; TiN - Theater in Nederland] nu
De bronnering TiN duidt op :
Archief Cor Dommelshuizen Sr. (1880-1963), acteur en Cor Dommelshuizen Jr., perschef Circus Mullens. Referentienummer 200000373.001

Er vonden verschuivingen plaats van RC=RK (zie de doopbewijzen met peter en meter) naar NH en omgekeerd bij de schilders en acteurs.

       

  Utrecht trouwboeken 1779 - 1795
  Inschrijving Anthony Dommershausen en Petronella Smits, 31 oct 1795

  Utrecht RK doopboeken 1788 - 1811
  Doopinschrijving Elizabetha Dommershousen, 5 sept 1796
  Vader : Antonius Dommershousen, Moeder : Petronella Smits

  Doopinschrijving Magdalena Dommershuijze, 12 mei 1798
  Vader : Antonius Dommershuijze, Moeder : Petronella Smits

  Doopinschrijving Anna Dommelshousen, 6 jan 1801 RK
  Vader : Antonius Domelshousen, Moeder : Petronella Smit

  Doopinschrijving Tiel Anthonia Dommelshuisen, 12 mrt 1804 RK Dominicuskerk
  Vader : Anthoon Dommelshuisen, Moeder : Petronella Smits

  Doopinschrijving Cornelia Dommelshausen, 27 mei 1807
  Vader : Anthoon Dommelshausen, Moeder : Petronella Smits

  Utrecht huwelijk / overlijden (BS)
  Huwelijk Petrus Josephus Singel en Elisabetha Dommershouse, 2 mei 1827
  Vader v d bruidegom Petrus Singel, Moeder v d bruidegom Gertrudis Voermans
  Vader v d bruid Antonius Dommershouse, Moeder v d bruid Petronella Smits 

  Huwelijk Antonius de Marie en Magdalena Dommershuijze, 7 oct 1829
  Vader v d bruidegom Nicolaas de Marie, Moeder v d bruid Antonia Smitzaarts
  Vader v d bruid Antonius Dommershuize, Moeder v d bruid : Petronella Smits

  Overlijden Petronella Smits, 10 dec 1834, weduwe van Anthonie Dommershuijsen
  Namen ouders onbekend

  Huwelijk Albertus Schreinders en Magdalena Dommershuijze, 13 dec 1837
  Vader v d bruidegom Engel Schreinders, Moeder v d bruid Gerrigje Baljard
  Vader v d bruid Antonius Dommershuijze, Moeder v d bruid Petronella Smits

  Overlijden Anna Dommelshausen, 24 juli 1857, Leeftijd 50, weduwe van Matthijs
  Zingel.   Vader : Antonius Dommelshausen, Moeder : Petronella Smits

  Overlijden Magdalena Dommershuijze, 22 nov 1872, weduwe van Albertus
  Schreinders.   Vader : Antonius Dommershuijze, Moeder : Petronella Smits

  Overlijden Elisabetha Dommershouse, 5 dec 1874, weduwe van Petrus Josephus
  Singel.   Dochter van Antonie Dommelshuizen en Pieternella Smits

  Overlijden Antonia Dommelshuizen, 4 sept 1879, Leeftijd 72
  Dochter van Antonie Dommelshuizen en Pieternella Smits

  ———— vervolg stamlijn  ————

  Geboorte Elisabeth Dommershousen, 22 dec 1823

  Geboorte Helena Johanna Dommelshuizen, 15 mrt 1850

  Geboorte Cornelis Hendrik Dommershuizen, 5 sept 1880

  Geboorte Cornelis Hendrik Dommershuizen, 20 dec 1914

  Geboorte Theunis Jitse Dommershuizen, 4 mei 1951


ouders onbekend

NB doopdatums zijn geen
geboortedatums !

Elisabeth Dommershuisen
komt ook voor.
In deze tabel worden spellingen van de doopboeken enz. overgenomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De schrijfwijze Zingel komt ook voor

Tot zover het gezin van Anthony Dommershausen.
Wanneer het vijfde zusje, Cornelia, overleed,
is niet bekend.


-- De lezer bekommere zich niet om de verscheidenheid aan naamspellingen – ze illustreren niet alleen dit chaotische (voor de onderzoeker onpraktische) aspect van de inhoud der archieven en hoe sommige amateurgenealogen ermee omspringen, maar ook het immigratiegebeuren : de Einwanderer spraken thuis Duits maar leerden Hollands en pasten gaandeweg hun namen aan die nieuwe taal aan.

• Met dank aan Tonny Steenhagen voor aanvullende genealogische gegevens.

Vermelding van de eerste D_ in Findbuch I : Urkunden 1252-1854 uit Stadtarchiv Koblenz :

1384 Jan. 2 (in crast. circumcis. dni. 1383)
Thile Dommershausen (Dumershusen) und seine Frau Bentzing (Bentznige) verkaufen ihr Wohnhaus und ihr Kelterhaus in Platenrucks Hofe.

1584 Dez. 13
Die Eheleute Johann und Maria Dommershausen (Dummershausen) wohnhaft zu Damscheid, Bürger zu Oberwesel, setzen genau bestimmte Liegenschaften zu Pfand.

1. Anthony Dommershausen

Geboortedatum niet bekend. Huwde 1795 in Utrecht Petronella Smits (*Buuren bij Tiel 1764, † Utrecht 10 dec 1834). Petronella werd bij de volkstelling van 1824 weduwe van A. Dommershuizen genoemd, maar in de bijlage van de huwelijksakte van hun oudste dochter staat dat vader Anthony in het najaar van 1813 'in stilte van hier is vertrokken met achterlating van zijne vrouw en vijf kinderen' zonder vermelding van woon-of verblijfplaats. Petronella werd 70 jaar oud (overl. akte). Anthony stierf in 1827. Kinderen uit dit huwelijk :
1) Elizabetha Dommershousen *Utrecht sept 1796, † 5 dec 1874 ✕ Petrus Josephus Zingel (*27 nov 1802) op 2 mei 1827. Uit dit huwelijk : *10 juli 1827 zoon Matthijs Josephus Zingel, *27 sept 1828 dochter Anna Geertruida, *10 jan 1830 zoon Petrus Josephus Zingel. [Singel /=/ Zingel], *15 juni 1832 dochter Geertruida Zingel.
2) Magdalena (Helena) Dommershuijze (*Utrecht 1798, † 1872) ✕ 7 oct 1829 Antonius de Marie. Uit dit huwelijk : *18 sept 1832 Maria Hendrica en ✕✕ 13 dec 1837 Albertus Schreinders († 22 oct 1857). Uit dit huwelijk : *17 nov 1839 Johanna Schreinders, *14 jan 1842 Helena Schreinders.
3) Anna Dommelshousen *Utrecht jan 1801
4) Antonia (*Tiel 1804, † 4 sept 1879), 72 jr oud [vlg overl akte, klopt niet]. Moeder van Elisabeth Dommershousen (*1823) en Leendert Dommershuijsen (*1828).
5) Anna Dommelshausen *Utrecht 1806, † 24 juli 1857 ✕ in Utrecht op 3 juni 1829 Matthijs Singel (*3 april 1807). Uit dit huwelijk *30 jan 1831 dochter Johanna Geertruida Zingel, *12 mei 1841 zoon Carolus Zingel.
6) Cornelia Dommelshausen *Utrecht 1807, † 10 oct 1861. Doopakte : 27 mei 1807. De ouders van de dopeling Cornelia D. worden vermeld : Anthony D. en Petronella Smits. Cornelia is de moeder van de schilders.

Antonia *1804 Tiel. Overl. akte zegt : "geb. Tiel. Zonder beroep, ongehuwd. Woonde [sinds 18.....] in Utrecht, Gasthuissteeg J166ee, in ieder geval vanaf 1872. Wordt later schoonmaakster, werkster genoemd. † Utrecht 4 sept 1879 (naam in overl. akte : Antonia Dommelshuizen). Ongehuwd. Vader : Anthonie Dommelshuizen, moeder Pieternella Smits. Antonia staat in de adresboeken Utrecht als Dommenshuizen en Dommelshuizen vermeld.

2. Antonia Dommershuisen *1804

Antonia D__ *Tiel 1804 (vlg. doopboek RK Dominicuskerk, 12 mrt 1804, de vader wordt Anthoon genoemd, getuigen Jan/Johann D_ en Anna Greuls) † 4 sept 1879. Van haar kinderen zijn er twee bekend, Elisabeth *1823 en Leendert (Leenderd) *1828, † 16 oct 1874, vader NN. Leendert Dommershuijsen ✕ Antonia Paulina Bouwmeester (*1829) in den Haag. Uit dit huwelijk werden geboren :

Elisabeth Isabella Theresia Dommershuijsen, *den Haag 27 sept. 1857, † den Haag 17 febr 1926. Laarsenstikster (ook bottines stikster genoemd), ✕ den Haag 24 juni 1885 Frederik van den Brand, timmerman, *12 jan 1851.
Anna Isabella Leonora Dommershuijsen, *den Haag 29 febr 1860, zonder beroep, † den Haag 3 mei 1926 ✕ 8 juni 1881 te den Haag Diedrich Wilhelm Ihnken, wachtmeester Veldartillerie. Later pensionhoudster na de dood van haar man ?
Leonardus Wilhelmus Franciscus Dommershuysen *4 mrt 1862 den Haag (woont uiteindelijk in den Haag, gaat scheiden, hertrouwt en overlijdt in Rotterdam in 1927), beroep opzichter, landopziener.
Theodorus Hendrikus Leonardus Dommershuijsen *13 mrt 1864 den Haag, † 12 aug 1933 in Laren. Vertrok 21 mei 1880 naar de Artillerie Kazerne in Schoonhoven. Beroep sergeant der Vestingartillerie te Naarden.
Jacobus Hendricus *27 nov. 1865 geb. 27 nov. 1865, vertrok 18 april 1878 naar de Kazerne Damlust (Genie Kazerne) in Utrecht, beiden vermoedelijk als loteling.
Peter Cornelis Jacobus *1868 en Willem Johan Alexander *1869 stierven kort na de geboorte.
Helena Antonia Paulina Dommershuijsen *4 aug 1871 den Haag.

 

   — Antonia Paulina Bouwmeester (geen directe familie van Louis Bouwmeester), *10 juli 1829 in Eecloo (West-Vlaanderen, 20 km onder Terneuzen), tapster, later koffiehuishoudster, is 21 juli 1851 te Breda getrouwd met Leendert D__ (Utrecht, *4 feb 1828 - † 16 oct 1874). Op zeker moment woonplaats den Haag. Beiden RC. Eenmaal weduwe geworden verhuisde Antonia naar Apenburg 4 (den Haag Centrum, een straatje tussen de Korte Poten en de Herenstraat van waaruit men nu naar de echte Apenburg kan opzien. Later woonde ze Bleyenburg 30. Twee van haar kinderen trouwden in Rotterdam, maar een woonadres van Antonia in Rotterdam is niet gevonden. Op 13 april 1891 verhuisde ze naar den Haag vanuit Rotterdam. Overleden 10 juli 1897 te den Haag.

   — In De klop op de deur van Ina Boudier-Backer peinst Van Dugten over 'waar gaan we vanavond naartoe' "Bij Boas en Judels Louis Bouwmeester en zijn zuster. Ach, zo konden we nog wel eens goede toneeljaren gaan beleven in Amsterdam".

        Inline afbeelding 1
         Bevolkingsregister 's-Gravenhage 1913-1939 invent nr 1576.14, Haags Gemeente Archief

3. Elisabeth Dommershousen *1823  

Antonia's dochter Elisabeth, naaister *Utrecht 22 dec. 1823 - † na 1874 ✕ 19 nov. 1864 te Haarlem (op 41-jarige leeftijd) Hendrik Tieman (*1 maart 1828 - † 18 aug 1872). Elisabeth kreeg voorzover bekend een (natuurlijke, niet erkende) dochter Henrietta (*Utrecht 1844 - † den Haag 15 aug 1896), zoon Johannes (*Utrecht 2 dec 1846) en dochter Helena Johanna (*Utrecht 15 mrt 1850). Ze erkende Henrietta niet, maar Helena Johanna, de moeder van Cor D_ sr, in 1874, wel. Henrietta, dienstbode, trouwde 6 aug 1873 in den Haag P. L. Finnenberg, besteller. Een van de getuigen bij het huwelijk van Henrietta was de wagenmaker Marinus Witte, met wie zus Helena Johanna het jaar daarop trouwde. Broer Johannes vertrok op 30 april 1878 als sigarenmaker naar Rotterdam, vervolgens op 15 oct 1878 naar Amsterdam.

4. Helena Johanna Dommershuisen *1850

Namen, datums, plaatsen, het zijn markeringen in een stamboom, mijlpalen in een geslachtslijn. Ga 100 jaar terug : er zijn geen ooggetuigen meer, 150 jaar terug, de foto's worden zeldzaam, 200 jaar terug, er zijn nog wat tekeningen en schilderijen van wat allang bebouwd is, of verbouwd, of gesloopt, gestorven. We kunnen 'eertijds' weinig gezicht geven. Bij Helena Johanna Dommershuizen, de moeder van de toneelspeler Cor D__ senior, hebben we een beetje geluk. Haar geboortehuis in Utrecht stond tegenover de Westerstraat, onder de plek waar nu volgens Google 'Bijou Brigitte' op de Boven Vredenburgpassage in de lucht hangt. Maar er is een foto, er is een bijzonder schilderij !


Op heden den Zestienden Maart achttien honderd vijftig, is voor ons ondergeteekende Ambtenaar van den Burgelijken Stand der stad Utrecht, in het Huis der Gemeente, verschenen : Dirk Johannes van de Water Vroedmeester van Acht en Vijftig jaren Wonende alhier in de Lijnmarkt E 74-- welke ons verklaard heeft, dat Elisabeth Dommershuisen zonder beroep, Wonende alhier in de wijk D RijnStraat nr 163 I, op den vijftienden dezer maand des avonds ten tien bevallen is van een kind van het vrouwelijk geslacht, waaraan zij de Voornamen Helena Johanna heeft gegeven.
Burgerlijke Stand Registers 1811-1902, inv nr 716-01, aktenr 345, Het Utrechts Archief.





M O E S M A N

 

Waar lag de Rijnstraat in Utrecht ca 1850 ? Haaks op de Rijnkade en de Catharijnesingel (de Stads Buiten Gracht). Ze liep via het Vredenburg naar de Neude, waar Joop Moesman (*Utrecht 6 jan 1909 - †Schalkwijk 3 febr 1988) in de middagpauze van 1½ uur snel bij zijn ouders een maaltijd genoot en verder in het atelier boven zijn vaders drukkerij schilderde of soms wat grafisch werk verrichtte. Tot de dood van zijn vader ontstonden zo dertig schilderijen, de helft van zijn œuvre. In 1982 gebruikte hij voor Het echte Oud-Hollandse Ornaprentenboek de schuilnaam Ton van Zuilen. Zijn moeder heette van Zuilen.


Het Utrechts Archief catalogusnummer 214322
Kadastrale kaart uit ca 1840. Het huis waar Helena Johanna Dommershuisen werd geboren is Rijnstraat wijk D nr 163 I, met het kadastrale nummer 3178, aangegeven door een blauwe stip. Het huis met de luiken, te zien op de foto en het schilderij hieronder afgebeeld, van resp. Moesman sr en jr, is het geboortehuis van Helena Johanna, na zoveel jaren in verbouwde staat en iets uitgebreid, mag aangenomen worden. De naastliggende huisjes 3179 en 3080 waren afgebroken, er viel wel een metertje te halen. Waar de rode stip staat fietst de dame op Het Gerucht, een bekend surrealistisch schilderij van Joop Moesman, vanaf de Rijnkade de Rijnstraat in. Moesman kwam hier dagelijks langs op weg naar zijn werk in HGB 1, De Inktpot, het hoofdgebouw van de Nederlandsche Spoorwegen schuin tegenover de Rijnstraat. Hij woonde en had zijn atelier tot 1939 op Neude 7 waar zijn vader een drukkerij bezat. Vanaf 1940 woonde hij aan de Oudegracht 313 bis, ook vlakbij de Inktpot. In 1967 liet hij zich in het rustige Schalkwijk neer (Tull en 't Waal) waar hij tot zijn dood woonde.

   Foto J. A. Moesman sr, 20 mei 1909. Collectie Het Utrechts Archief.

 

   © Erven – J. Moesman

  

Gezicht in de Rijnstraat te Utrecht vanaf de Rijnkade. Links het huis Rijnstraat 13, in het midden het stalgebouw met koetshuis, r. achter is nog een fragment van de toenmalige Stadsschouwburg aan het Vredenburg te zien.
  Dit deel van de Rijnstraat werd in 1913 afgebroken. Het resterende stukje werd bij het Vredenburg getrokken en de naam Rijnstraat kwam te vervallen.
   Joop Moesman schilderde 1935-41 zijn surrealistische ‘Het Gerucht’ in dit verdwenen stadsbeeld. Hij leefde 1909--1988. Tot 1968 ambtenaar bij de NS.

De Rijnstraat baadt aan de overkant in zonlicht. De zon moet wel heel hoog staan, gezien de schaduw die de fietsende dame werpt. Die twee schaduwlengten verschillen zozeer, dat van twee tijdstippen gesproken moet worden : het tijdstip waarop Moesmans vader de foto nam, en het tijdstip waarop de dame het niet meer bestaande stadsbeeld binnenfietst. Haar schaduw valt zo dicht bij de fiets, dat men zich in het Middellandse Zeegebied waant. Ook haar kleding geeft daartoe aanleiding.
  Ze heeft de blik naar links gewend, naar het afgebeelde huis dat het hoekhuis is.
  Het is moeilijk om aan dit soort schilderijen een duiding te geven. Dat is vaak ook niet de bedoeling, maar dit werk nodigt er wel toe uit.
  Het miniviooltje dat de fietster achterop meevoert deed mij eerst aan een zgn Tanzmeistergeige denken. Maar het bleek vier snaren te hebben. Het ligt op een ovale houder.
  De dame heeft niet in de Catharijne-singel gezwommen, haar kapsel zit nog onberispelijk. Fietst ze terug om zonder portemonnaie een badpak te kopen ?
  Moesman zelf placht desgevraagd als uitleg te geven : "Ze zoekt een strijkstok". Als hij gezegd en bedoeld zou hebben "ze is op zoek naar een strijkstok" (Moesman praatte zoals Trump twittert), schuift hij zich de absurdistische kant op. Maar die strijkstok is door dr. J.G.H. Holt bedacht, niet door Moesman.

Dat deed hij eigenlijk wel met de titel Het Gerucht, want Moesman maakte er geen geheim van uitlegkundigen op het verkeerde spoor te willen brengen met titels die niets met de afbeelding te maken hadden.
   Moesmans werk zorgde in combinatie met zijn onbehouwen, onbezonnen uitspraken voor veel opschudding. Vaak werden schilderijen geweigerd of, wanneer tentoongesteld, verwijderd. Men vergeet dat hij bijv. fijne tekeningen en grafiek maakte, met engelengeduld, en een letter, de Petronius, ontwierp, en jaarlijks nauwgezet het Ned. spoorboekje afleverde. De man had twee kanten en aan beide kanten was hij vrijwel onmogelijk in de omgang. De vraag daargelaten of zijn werk mooi is of niet, obsceen of niet, kan wèl geconstateerd worden dat zijn materiaalkeuze bij het schilderen (linnen, verf, roestende ijzeren kopspijkerjes) niet altijd zorgvuldig was – sommige doeken worden of zijn nu al gerestaureerd –, en dat een zelfde soort onverschilligheid maakte dat hij belangrijke onderdelen van een voorstelling stiefvaderlijk behandelde, zoals het malle viooltje in Het Gerucht. Toch kan men van Het Gerucht niet echt vrolijk worden, de dame komt een kijkje nemen in het verdwenen verleden, in het Utrechtse geval verschrikkelijk en voorgoed vernietigd.
   Het schilderij is een momentopname. een still uit een onwerkelijke film. De fietster rijdt immers door. Waar naartoe ? Zou zij, nog steeds met de rug naar de toeschouwer, van de fiets gestegen zijn en bij een paar van het viooltje geplukte noten een metasurrealistische stem aan de vergankelijkheid hebben gegeven ?

G l ü c k l i c h   i s t
w e r   v e r g i ß t
w a s   d o c h   n i c h t   z u   ä n d e r n   i s t

Deze tekst / melodie / gedachte uit de Fledermaus van Strauss zweeft en weerkaatst nu tussen de alleen nog in de herinnering bestaande gebouwen, en vervliegt op hun laatste nagalm. Moesman kan deze fantasie of gedachtenlijn gevolgd hebben, want de Inktpot (Hfdgeb. Ned. Sp.) waar hij werkte, herbergde honderden vleermuizen. Tegenwoordig zijn ze beschermd.

          

Het zal wel aan mijn ogen liggen, maar ik meende eerst dat het instrumentje twee stemschroeven, dus twee snaren had. Pas na ettelijke vergrotingen werden nog eens twee stemschroeven (-sleutels, -pennen) zichtbaar. Het viooltje had er vier !
  Die twee minuscule stemschroeven zijn tegen hun achtergrond zo slecht zichtbaar, dat de schilder ze evengoed had kunnen weglaten zonder de zeggingskracht van de compositie ook maar in het minst te schaden.
  Moesmans lege straat doet me denken aan de verlaten straten in Willinks Jobstijding (1932) waarin een vrouw met een brief in de hand een uit beeld lopende heer achterna holt, tegen de stijgende straat omhoog, terwijl donkere wolken zich samenpakken.


Moesman zelf schrijft over Het Gerucht (zie Pieter Schermer, Sur-place, 1996 p. 54) :
1947 — 140 jarig bestaan van Kunstliefde en het schilderij ingezonden voor de jubileum tentoonstelling in het Centraal Museum. Het schilderij had echter tot op dit moment nog géén titel dat het voor deze tentoonstelling beslist wel moest hebben. In een gemoedelijke bijeenkomst van Kunstliefde leden werden talloze titels gesuggereerd waarbij het door de heer Weidema uitgesproken woord 'Gerucht' mij het juiste leek. Hierbij denkende aan de woordspeling : Er loopt een gerucht / Heb je wel eens een gerucht zien lopen / Hier rijdt een gerucht.

Fedde Weidema (1915-2000) was vice-voorzitter van Kunstliefde. Twee dozijn regels uit de c. 500 van Nijhoff :

Maar vreemder, ja inderdaad
veel vreemder dan dat de straat
leeg was, was het feit
der volstrekte geluidloosheid,
en dat de stap van de man
die zojuist de hoek om kwam
de stilte liet als zij was,
ja, dat zijn gestrekte pas
naarmate hij verder liep
steeds dieper stilte schiep.
Hij maakte op het trottoir
het onheilspellende maar
onhoorbare gerucht
van het hoog in de lucht
verschoten vliegerbericht:
in een wolkje ploft licht
tot een blinkende ster uiteen,
en langs heel de vuurlinie heen
weet men: dit meldt het uur u,
nu gaat het beginnen, nu
verdwijnt de onzekerheid
van de mij gegunde tijd,
nu is het voor alles te laat.

Het Uur U, 1936.

Pieter Schermer ziet in Sur-place verwantchap tussen Moesmans Het Gerucht, Willinks Jobstijding (1932) en "de literaire culminatie van 'onheilszwangerschap' in Het uur U (1937) van Nijhoff. "De stilte van de verlatenheid, van het niet-meer en het nog-niet . . ." Schermers boekje belicht in beknopte vorm de vele tegenstrijdige opvattingen over magisch realisme en surrealisme en diverse analyses van wat Moesmans werk onuitgesproken zegt – of zonder woorden verbeeldt – of ostentatief verzwijgt. Dat verschijnsel, zonder woorden iets zeggen, of suggereren, doet zich niet alleen in de beeldende kunsten en de literatuur voor, maar ook in de muziek. Men denke aan het tekstloze naspel van Brahms' Schicksalslied, of aan de ouverture Romeo en Julia van Tschaikovsky waarin de componist de geliefden verenigt d.m.v. een parallelle prime (in de muziekleer een 'verboden schrede') tusssen Julia's melodie en de smachtende hoorn-Seufzer van Romeo.
    Tegenover de dreigende sfeer bij Willink staat de zonovergoten ontspannen scene bij Moesman. Willinks werk kent sporen van engagement, zowel vóór, tijdens (Gezicht op Amsterdam [Weteringschans], 1944) als na WO II (Ruïnes van Europa, 1950). In zoverre is zijn werk duidbaar, of men op zijn œuvre nu het etiket surrealisme of magisch realisme of intentiemanco plakt. Bij Moesman is daar niets van te merken, voorzover ik zijn werk ken. Picasso schiep het surrealistisch meesterwerk Guerníca (1937). De duiding ervan is even eenvoudig als die van De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine.

-- Dat surrealistische kunst niet geduid mag worden, abstract moet zijn, is een idée fixe. Maar mag ze misschien wel ondergaan, zelfs beoordeeld worden ? Lees eens een als ècht surrealistisch gewaarmerkt kort gedicht van Willem den Broeder (*1951) :

    De reuk van een viool / is als parfum. / Waar de strijkstok / wortel schiet. / In het land / waar alle harten / liggen begraven.

Moesman streefde een ander soort surrealisme na. Waar Moesman twee tijdmomenten op dezelfde plek liet samenvallen, schoof Hoornik twee plaatsen over elkaar heen : is dit de Spree, en dat de Grenadierstraat? * – Het is de Amstelstroom, 't is Amsterdam. ... De Jodenbreestraat is een diep ravijn – het is maar tien uur sporen naar Berlijn (1938). Hoornik kan natuurlijk geen surrealist genoemd worden ; maar men zou kunnen zeggen dat deze kunststroming niet helemaal aan hem voorbijgegaan is. Mij treft in Het Gerucht het schokkende concept om het nieuwe, nog niet bestaande in het niet meer bestaande, hier nog opgeroepen maar reeds ontvolkte beeld te plaatsen. Waar is het NU ?
          * De Grenadierstraße was het centrum van een wijk waar voornamelijk Ost-Juden woonden.

Dit is de laatste kaart waarop de Rijnstraat is ingetekend (1912). De Rijnkade loopt na de sloop van twee huisjes nu onbelemmerd over in de Catharijnekade.

Met betrekking tot bovenstaande descriptie van Het Gerucht ben ik een andere mening toegedaan. Mijn mede-auteur slaat hier de plank (gelukkig niet het viooltje) mis. Met een goede bril of scherp oog zijn de stemschroeven alle vier zichtbaar (het doek meet 1,20 m hg bij 1 m br). Hoezo een stiefvaderlijke behandeling ? Je blik valt allereerst op de dame en direct daarna op het viooltje wegens de absurde plek waar het zich bevindt en de wijze waarop het vervoerd wordt. Het trekt hierdoor beslist de aandacht. [EK]

1912 : in rood de tramlijnen. Dit laatste deel van de Rijnstraat werd in 1913 afgebroken.
Beeldbank Het Utrechts Archief


De Petronius


Uit : Op Engelvoeten, à pas de loup. Editions Surréalistes ‘Brumes Blondes’, 1975. J. H. Moesman, Schalkwijk (2558).[2558 is het boeddh. jaar 1975]
  Moesman is de majuskel IJ vergeten, behalve in de rij van Initialen waar hij als laatste staat. Tussen u en v staat een onduidelijk teken ("&").
  We zijn hier 12/13 jaar voor zijn dood. Hij zal, methodisch als hij was, zijn alphabet wel vervolledigd hebben.
   
    


Afbeeldingsresultaat voor Petronius lettertype
Autobahn.gallery

Bovenstaande letterset van Petronius, nu verkrijgbaar bij ontwerpbedrijf Autobahn te Utrecht, is een bewerking, restauratie genoemd, waarbij gedrukte letters in teksten uit 1968-1975 over elkaar heengelegd zijn en digitaal het gemiddelde is genomen. Andere versies zijn op internet aan te treffen, bijv. in Dutch Type van Jan Middendorp (2004). Tekens als de € zijn bijgemaakt. Ik houd me aan Moesmans eigen ontwerp (hier links afgebeeld) en zijn gebruik ervan in Op Engelvoeten (1975), dat hij besluit met

De uiterste consequentie, de i met een ligatuur aan de j tot de schrijfletter ij te verbinden, heeft hij niet getrokken. Wel liet hij de krul van de j bij wijze van ligatuur nèt onder de i eindigen, bij wijze van ligatuur.
   Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 1

Echte ij-ligaturen zijn in weinig lettertypen aan te treffen. De ij komt dan ook alleen in het Ned. alphabet voor. Een monografe hoofdletter IJ is alleen als sierletter gevonden.

De calligraafMoesnan was tabellenschrijver bij de NS. Hij schreef de spoorboekjes met de hand en zo werden ze gedrukt. Hij kon een volmaakte cirkel uit de losse pols tekenen.

              

                   Ligatuur ij.jpg          

Moesman :        ij     IJ

m
ööööö

MOESMAN, J.H.

Op Engelvoeten, à pas de loup.

De ij, de 25e letter van ons alfabet heeft Moesman niet vergeten. Zie in Op Engelvoeten diverse passages (hierboven in slot voorvoorlaatste pag.) i.t.t. Rob Stolte Typography en anderen op Google te vinden.
  Het ging Moesman denk ik om eerherstel voor de letter ij, waarvoor de typistes indertijd maar één aanslag nodig hadden. Moesman beleefde de komst van de IBM Selectric in 1961, en de pc's, waarop hij knarsetandend i en j moest tikken, als hij al . . . .
  Wat hebben we in Utrecht ? Catharijnesingel, Rijnsweerd, Wijde Begijnestraat, Lijnmarkt, Kromme Rijn.
  Amsterdam heeft het IJ, de Nieuwendijk, de Pijp, het Rijksmuseum, Sloterdijk, het IJsbaanpad, de Vijzelstraat.
   Geografische namen : Rijswijk, Zijpe, Wijhe, het Wijd enz.
   Mijn voornaam Thijs telt nog altijd 4 letters, het Nederlandse
alphabet 26 letters ; Byl de Vroe = Bijl de Vroe.
Vooral in persoons- en aardrijkskundige namen kon men uit y en ij kiezen. Cf s en z. In Enkhuizen noemden zich de roomsen Roozendaal, de protestanten Roosendaal.

Moesman heeft vooral naam gemaakt als schilder, maar was ook actief als graficus en typograaf. Steen wijdt een uitgebreid hoofdstuk aan ‘Moesman als kalligraaf, lithograaf en typograaf’, waarin ook de ontstaansgeschiedenis van de door hem ontworpen letter Petronius onder de loep wordt genomen. Men neemt aan dat hij met de naam van zijn letter naar de Romeinse senator Petronius verwees (Steen en Keers p. 58-59). Heel goed mogelijk, maar tevens zou ik de aandacht op HGB 1, de Inktpot, waar hij als NS-ambtenaar werkte, willen vestigen.
    Pteropus vampyrus, Pteropus edulis; Pteropus phaiops Gray, is een van de grootste vleermuizen ter wereld. Moesman was met de Utrechtse kleinere soorten bekend, want honderden van die diertjes bewoonden de Inktpot. De vervaarlijke pteropus heeft een vleugelwijdte van 1,5 m, zijn leefgebied loopt van Madagascar via Z.-O.-Azië tot Australië. In Moesmans verbeelding zal hij ze misschien wel eens hebben zien vliegen boven Utrecht dat hij begon te haten om het lawaai, de drukte, de venieling van het stedeschoon en de verspilling op allerlei terrein.
   Mogelijk heeft naast de vleermuizen ook de Pterotype (de eerste in serie vervaardigde schrijfmachine) door zijn hoofd gespeeld bij de naamgeving van zijn letter.

Die naamgeving wordt in onderstaand stukje niet verklaard. Maar met uitzondering van de tweede zin (onbegrip van de journalist) geeft het Moesmans ideeën over lettervorming duidelijk weer.


Het Parool 30 jan 1988

       

Afbeelding van een regel van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone (1914-1951), op de muur bij de roltrap aan het Jaarbeursplein bij het Beatrixtheater te Utrecht. Een Loesje als het ware, bijzonder toepasselijk op deze plek. Het is een citaat uit de novelle (1939) Het feestelijke leven van C.C.S. (Kees) Crone (1914-1951) :
[“.... bedacht hij, dat een mensch zichzelf niet kan ontvluchten,]
en hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg”.
  De boektitel "Het feestelijke leven" is ironisch bedoeld.
Deze regels stonden voorheen op de zijgevel van een pand aan de Van Sijpesteijnkade bij de ingang van de Noordertunnel onder het Centraal Station te Utrecht, in een onbestemd lettertype. Later is het door Jos Peeters in de Petronius geschilderd.

Foto D. C. Goosen dec. 2014. Het Utrechts Archief.

‘En hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg’. Dit bekende citaat uit de novelle ‘Het Feestelijke Leven’ van de Utrechtse schrijver C.C.S. Crone krijgt een nieuwe plek in het Stationsgebied: op de ombouw van de lift aan de kant van het Beatrixtheater op het Jaarbeursplein. De kunststof letters, uitgevoerd in gebroken wit en variërend in grootte [??], worden woensdag 23 maart geplaatst. De tekst is niet te missen voor iedereen die van het Jaarbeursplein naar het station gaat.
    Het citaat stond vanaf 2002 ruim tien jaar op de zijgevel van het inmiddels gesloopte pand Van Sijpesteijnkade 35 :

      

waar het vanuit de treinen zichtbaar was. Sinds oktober 2014 stond het citaat op de zijgevel van gebouw Leeuwensteyn aan het Jaarbeursplein. Dit kantoorpand werd gesloopt om plaats te maken voor het WTC. De dichtregels *) passen goed in dit gebied waar reizen de gemene deler is. Daarom is gezocht naar een locatie dicht bij de voorgaande plekken. Het infobord over het leven en werk van de schrijver krijgt ook weer een plek bij de dichtregels.   Zie hier   21 Maart 2016.
*) Het zijn geen dichtregels, het is een zin uit een stuk proza.

  Litt.
-- J. H. Moesman, Schalkwijk (2558). OP ENGELVOETEN à pas de loup. Editions Surrealistes 'Brumes Blondes'. 1975.
-- Frans Lapoutre.De deur van Moesman, verteld aan Hans van Straten. 1989.
---Loek Brons & Bavo van Rossum red..Moesman. Een kompleet overzicht in beeld van alle olieverfschilderijen en het klavecimbel van de surrealist J. H. Moesman. Waarin opgenomen zijn belangrijkste artikelen. Aangevuld met een catalogus, bibliografie en lijst van tentoonstellingen. Mei 1993.
-- John Steen met bijdragen van Frits Keers. Moesman. Monografie / Catalogus van schilderijen en objecten, Zwolle/Amsterdam, Waanders Uitgevers / Prins Bernhard Fonds, 1998, 216 p., ISBN 9040098697. Omvangrijke monografie.
-- Her de Vries. VAN HOEGENAAMD GEEN WAARDE. J. H. Moesman en de publiciteit. 1994.
-- Pieter Schermer. Sur-place. Het perpetuum immobile van de lust. 1996.
-- Pieter Schermer. Moesmans wraak in iconografisch perspectief. Chronologie van J. H. Moesman door Her de Vries. 1998.

 



Helena Johanna Dommershuisen
is geboren 15 maart 1850 Rijnstraat wijk D nr 163 I te Utrecht, en gestorven te Rotterdam 7 mei 1927. Dienstbode en pianiste / pianolerares.
Is gehuwd geweest 1. ✕1874 met Marinus Witte (1850 -1883),
en 2. ✕✕ 1884 met Pieter de Vries (1860 - † na 1930).
   Op haar geboorteakte is in 1874 (het jaar van haar 1ste huwelijk) aangetekend, dat haar moeder Elisabeth Dommershuisen "dit kind voor het hare erkent" bij akte van 10 april 1874 in Den Haag opgemaakt. "Bovenstaande aantekening gedaan .... door mij griffier bij de Arrondissements Regtbank te Utrecht op heden den een en dertigsten augustus 1800 vier en zeventig".

MEER DATA. Helena Johanna, de biologische moeder van Cor D. sr (de acteur), is geboren in Utrecht en overleden in Rotterdam. Ze trouwde op 6 mei 1874 in den Haag met Marinus Witte. In 1878 en 1880 baarde ze in Utrecht twee zonen (Thomas Hendrik, overleden na 7 maanden, en Cornelis Hendrik) van N.N. vaders (buitenechtelijk dus, Witte overleed 26 aug 1883) en beviel tussendoor in den Haag van een dochter (1879). Mogelijk is er sprake van een persoonsverwisseling, de originele akten vertellen ons vooralsnog dit verhaal.
     Op 1 oct 1884 hertrouwde ze te Rotterdam met Pieter de Vries (*12 juni 1860), met wie ze in Rotterdam woonde.

             Uit de trouwakte met haar eerste man, Marinus Witte :

Inline afbeelding 2

....... En Helena Johanna Dommershuisen oud vierentwintig jaren, dienstbode, geboren te Utrecht, wonende alhier, minderjarig, natuurlijke erkende dochter van Elisabeth Dommershuisen, dienstbode, wonende alhier, alhier tegenwoordig, en consenterende . —
Huwelijken 's-Gravenhage 1874 akte 758, Haags Gemeentearchief.

Uit de trouwakte met haar tweede man, Pieter de Vries :

Inline afbeelding 1

 Huwelijken 's-Gravenhage 1884 akte 2675, Haags Gemeentearchief.

Helena Johanna huwde dus tweemaal en kreeg zes kinderen.
Eerste huwelijk gesloten in den Haag, 6 mei 1874, met Marinus Witte (wrs geen fam. van de orgelbouwers Witte te Utrecht). Ze kreeg een docher en buitenechtelijk twee zonen Thomas Hendrik en Cornelis Hendrik.
Tweede huwelijk gesloten in Rotterdam, 1 oct. 1884, met Pieter de Vries. Uit dat huwelijk drie kinderen.

1. Thomas Hendrik Dommershuisen *20 mei Utrecht 1878 - † 31 dec 1878 Boterstraat E 333 Utrecht, het kind is na 7 maanden overleden).

In de Utrechtse BS zijn onderstaande geboortes aangegeven :
- Thomas Hendricus Dommershuizen 1839 broer van PC en CC, de schilders, en
- Thomas Hendrik Dommershuisen 1878 broer van Cor sr, de acteur.
De combinatie van de voornamen Thomas en Hendrik komt zo weinig voor (in Utrecht in deze jaren 2 keer, i.t.t. bijv. Helena Johanna), dat de conclusie 'aan de naamkeuze ligt de familieband ten grondslag' gewettigd is.

2. Maria Johanna Witte *30 juli 1879 te Den Haag ✕ 21 april 1904 Carl Heinrich Tetsch *1877 Emmerich (Preußen).
3.
Cornelis Hendrik Dommershuisen *5 sept 1880 Utrecht, † 26 oct 1963 Amsterdam (de acteur).

Tweede huwelijk Helena Johanna ✕✕ Rotterdam 1 oct 1884 Pieter de Vries. Uit dit huwelijk:
4. Jippe Pieter de Vries *24 april 1885 te Arnhem.
5. Leendert Johannes de Vries *29 juni 1886 ✕ 31 oct 1912 Pieternella Maria van Reijn (*16 sept 1884).
6. Elisabeth Petronella de Vries *27 juni 1888 te Emmerich, † Rotterdam 4 jan 1954.

Op 1 oct 1897 kwam het gezin de Vries in Rotterdam wonen, komende van Emmerich waar ze in ieder geval vanaf 1888 gevestigd waren (de jongste dochter is daar geboren).

Na het overlijden van Marinus Witte, in den Haag op 26 aug 1883, werd Cor sr op 13 oct 1883 als 3-jarig jongetje ingeschreven in BS Rotterdam, komende van Utrecht. Zijn moeder hertrouwde 1 oct 1884 te den Haag de 10 jaar jongere spoorbeambte Pieter de Vries. Zal Cor nooit bij zijn biologische moeder Helena Johanna hebben gewoond ? Zal hij na zijn geboorte in Utrecht bij familie in huis genomen zijn en in 1883 bij de zuster van zijn oma, Cornelia Henriette (*1844), de pianiste (de Pub : vrouw ?! foutieve notitie, zie BS kaart) zijn gaan wonen ?

's-Gravenhage Huwelijken 1884 Akte 758
Pieter de Vries, 24, spoorbeambte (zoon van Jippe de Vries, arbeider, en Trijntje Jacoba Soodsma, zonder beroep) trouwt met Helena Johanna Dommershuisen, 34, zonder beroep. Vorige partner Marinus Witte, overleden. Vader van de bruid NN, moeder van de bruid Elisabeth Dommershuisen, zonder beroep. Getuigen Thomas Epskamp, 38, schoenmaker, Wilhelmus Mauritius Rotteveel, 76, z.b., Hermanus Wilhelmus van Schie, 52, smid, Hermanus Witte, 65, wagenmaker.
     's-Gravenhage 1 oct 1884.

In de geboorteakte van Thomas Hendrik *1878 en in de geboorteakte van Cornelis Hendrik *1880 staat Helena Johanna zonder beroep vermeld. Maar in onderstaande overlijdensakte van Thomas in Utrecht staat duidelijk : Helena Johanna Dommershuisen, pianiste, wonende alhier in de Boterstraat wijk E nr 333. Het is opvallend dat de vrouw die Cor sr op 3-jarige leeftijd adopteerde, Cornelia Henriette in Rotterdam, ook pianiste was.

Inline afbeelding 3
Toegangsnummer 481 BS Registers 1811-1902 Inventarisnr 456-02 aktenr 1890, Het Utrechts Archief.
Register van Overlijden 1878 4e deel.

5. Cornelis Hendrik Dommelshuizen *1880  

Cornelis Hendrik Dommershuisen (*5 sept 1880 Boterstraat E 340, Utrecht - † Amsterdam 26 oct 1963) ✕ Rotterdam 15 apr 1914 Petronella Braak (*Rotterdam 21 april 1890 – † Amsterdam 13 sept 1956). Was naar eigen zeggen in een interview zoon van Helena Johanna. Groot toneelspeler. Gebruikte als acteursnaam ‘Cor Dommelshuizen’. Leider tooneelklassen Haagsch Conservatorium.

Inline afbeelding 3 

1899 Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

1. Cornelis Hendrik Dommershuisen sr *Utrecht 5 sept 1880 – † Amsterdam 26 oct 1963, noemde zich Cor Dommelshuizen sr. huwde in 1914 te Rotterdam Petronella Braak *Rotterdam 21 april 1890 – † Rotterdam 13 sept 1956. Uit dit huwelijk werd geboren:
2. Cornelis Hendrik Dommelshuizen jr *Den Haag 20 dec 1914 – † 30 oct 1984, noemde zich Cor Dommelshuizen Jr. Hij huwde in Harlingen op 27 oct 1950 Hinke Jonker. Is op 18 jan 1954 van haar gescheiden. Uit dit huwelijk is geboren:
3. Theunis Jitse Dommershuizen *Harlingen 4 mei 1951.

 



Rotterdamsch Nieuwsblad, 4 april 1914 

 

 

De acteur Cor Dommelshuizen sr.

                Inline afbeelding 2

                                                                                         Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

Petronella Braak *21 april 1890 † 13 sept 1956 -- familieconnectie met Haasse

Neeltje Braak, de grootmoeder van Willem en Nelly Haasse, was een oudtante van Petronella Braak. Anders gezegd, oma Cor was een tante van Petronella Braak. Beiden woonden tot 1914 in Rotterdam. Geboren Rotterdam 21 april 1890 was ze op 15 april 1914 in Rotterdam getrouwd met de acteur Cornelis Hendrik Dommershuizen (*Utrecht 5 sept 1880). Petronella Braak woonde met haar ouders Zwartjanstraat 64, Cor met Cornelia Henriette op Zwartjanstraat 56b. Op 17 oct 1914 betrok het echtpaar een woning aan de Theresiastraat 194 in het Bezuidenhout te 's-Gravenhage. Op 9 jan 1939 verhuisden C. Dommershuizen sr. en P. Braak naar Amsterdam, 2e J. v. d. Heijdenstraat 14'''.

Inline afbeelding 4  

 

Ansichtkaart met gezicht op Deventer

van Cor aan zijn vrouw
L. N. (Lieve Nel)
(Petronella Braak)

1924

Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

 



————    Cor Dommelshuizen sr. 1880 - 1963

 
 DATA : Cornelis  Hendrik Dommershuizen sr — *5 sept 1880 te Utrecht —  beroep toneelspeler — gehuwd 15 apr 1914 te Rotterdam met Petronella Braak *21 april 1890 te Rotterdam,  dochter van Cornelis Franciscus Braak en Johanna Lokker — Ned. Herv. --- Noemde zich als acteur Dommelshuizen. Geen naamsverandering aangevraagd. In officiële stukken bleef het Dommershuizen.
1880 UTRECHT Boterstraat E340 — 1883 ROTTERDAM — 1906-1908 INDIE — daarna ROTTERDAM — 17 oct 1914 DEN HAAG J v Riebeekstraat 12 — 7  febr 1917 DEN HAAG Schenkweg 132 — 19 juni 1922 DEN HAAG Vechtstraat 42 en Geleenstraat 42 — 11 jan  1923 DEN HAAG Weimarstraat 45" — 7 april 1929 DEN HAAG Ger. Reijnststraat 49 — 7 dec 1932 DEN  HAAG Theresiastraat 194 zf (vóór de omnummering van 1957) — 9 jan 1939 AMSTERDAM 2e Jan vd  Heijdenstraat 14''' —  overleden aldaar 13 sept 1956.
 Cornelia Henriette, de vermeende moeder van Cor sr, de zuster van de schilders, woonde met Cor op  Zwartjanstraat 56b. De Braaken, Petronella incluis, woonden Zwartjanstraat 64
.


Cor werd 5 sept. 1880 geboren in Utrecht, zijn moeder was Helena Johanna D_ *1850, maar hij werd in Rotterdam door Cornelia Henriette D_ (*1844), zus van de schilders, grootgebracht. In 1892 was Cor 12 jaar. Hij werd gekeurd voor de opleiding handelsvaart :


Inline afbeelding 2   
Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

De Vereeniging "Opleidingsschip voor de Handelsvaart te Rotterdam" erkend op 20 december 1890 bij KB nr. 43 had als doelstelling Jongelieden op te leiden en te bekwamen tot zeevarenden. Staatscourant 26 feb 1891. Hoe het met dat examen afgelopen is weten we niet, maar zeker is dat Cor vanaf zijn 14e jaar op het toneel stond.

Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 1
          Haagsche Courant 20 oct 1927             De Tijd 7 febr 1940

 

Inline afbeelding 1Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940 851-103-0109916, Stadsarchief R'dam.
BS-kaart Rotterdam van Cor Dommershuisen. Ingeschr. 13 oct 1883 [komende] van Utrecht. Hij was drie jaar oud.

Inline afbeelding 1 Inline afbeelding 1
Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940 851-103-0109918, Stadsarchief R'dam.

Adreskaart R'dam van Cornelia Henriette ———————— en van Cor Dommelshuizen sr.
Wat opvalt is dat de adressen Hofdijk, Diergaardekade (ook Smalle Westerkade genoemd) en Zwartjanstraat uitwisselbaar zijn. Cor lijkt niet direct bij aankomst in Rotterdam door Cornelia Henriette te zijn opgevangen, hij verbleef ten huize van zekere Ramspek aan de Crispijnlaan 159. Toen CH en Cor samen op Diergaardekade 10 woonden, werd door de ambtenaar aangetekend dat Cor ten huize van 'zijn moeder' woonde. Zijn biologische moeder woonde op dat moment ook in Rotterdam, met haar gezin de Vries, maar niet op Diergaarkade 10. Hieronder is het adressendeel van de BS kaart van het gezin Pieter de Vries geplaatst.


Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940, Stadsarchief R'dam.

De verblijfplaatsen van Cornelia Henriette in Rotterdam zijn te vinden op haar BS-kaart en in de Rotterdamse adresboeken. Na bestudering blijkt dat de adresboeken een vollediger beeld geven van haar handel en wandel dan de BS-kaart.
In de BS-archieven staan de kaarten van Cornelia Henriette, Cornelis Hendrik en het echtpaar D_ Braak direct na elkaar genummerd op de plank. Alle zijn in hetzelfde regelmatige handschrift weergegeven, zonder doorhalingen of later toegevoegde opmerkingen zoals deze bijv. te zien zijn op de BS-kaart van de Vries hierboven. Het ziet ernaar uit dat een ambtenaar deze kaarten opeenvolgend heeft (over)geschreven met weglating van een aantal adressen.

▬❚ Cornelia Henriette Dommershuizen 1844 - 1912 ❚▬

De voornaamste trait-d'union tussen Dommershuizen en Dommelshuizen
de acteurs en de schilders

Cornelia Henriette Dommershuizen *Utrecht 16 mrt 1844 - † Rotterdam 5 mei 1912 (resp. BS Utrecht en Stadsarchief Rotterdam). Cornelia Henriette is geboren als zesde kind van Cornelia Dommelshuizen (de moeder van de schilders Pieter Cornelis Dommershuizen/Dommersen en Cornelis Christiaan Dommelshuizen. Vader N.N.)
   Op haar BS-kaart Rotterdam staat dat ze een zoon Cornelis H heeft. Deze zoon (tooneelspeler) bewoonde op zeker moment hetzelfde pand als Cornelia in Rotterdam. Zeker is dat Cornelis Hendrik de biologische zoon van de Utrechtse Helena Johanna Dommershuisen is. Zie onderstaande geboorte-aangifte die onmiskenbaar zegt dat op 5 sept 1880 Helena Johanna Dommershuisen het leven geschonken heeft aan Cornelis Hendrik.

Geboorte-aangifte Utrecht 1880 :
Inline afbeelding 1
Toegangsnr 481 BS Registers 1811-1902 inv nr 125-04 aktenr 1825, Het Utrechts Archief

Deze vrouw (Cornelia Henriette Dommershuisen, haar moeder was een zus van Cor's oma, zij was een zus van de schilders PCD en CCD) heeft de acteur Cor H. in huis gehad mogelijk vanaf 1883, vanaf zijn derde levensjaar (op de BS-kaart Rotterdam van Cor Sr staat dat hij vanaf 1883, komende van Utrecht, in Rotterdam woonde). Heeft het kind deze vrouw voor zijn moeder gehouden ? Was er een conflict in de Utrechtse familie ontstaan of wilde Helena Johanna een nieuw leven beginnen ?

Nu plaatsen we de jongste zuster van PC en CC in haar familie :

Cornelia Dommershausen/huizen (Utrecht gedoopt 27 mei 1807 - † 10 oct 1861) kreeg zes of meer kinderen, vaders onbekend. Alleen gaf Thomas Hendricus bij zijn huwelijk in Trinity Church, Marylebone, op dat zijn vader Thomas Dommershuizen was, een “gent” zonder beroep. Deze man schijnt inderdaad bestaan te hebben, omdat Thomas' moeder Cornelia op zeker moment weduwe genoemd werd.

1. Pieter Cornelis (PC) *  6 dec 1833    Utrecht † 15 nov 1918 Haydon Bridge, UK. Britse nat. aangenomen.
2. Sophia Elisabeth *26 mrt 1838   Utrecht † 28 dec 1912.
3. Thomas Hendricus *23 dec 1839    Utrecht † 22 jan 1901. Merchant, Commercial Traveller. Britse nat.
4. Cornelia Christina *12 feb 1841  Utrecht †   2 aug 1841 Utrecht.
5. Cornelis Christiaan (CC) *11 nov 1842    Utrecht † 23 mei 1928 den Haag. Heeft o.a. in Engeland gewoond.
6. Cornelia Henriette *16 mrt 1844    Utrecht †   5 mei 1912 Rotterdam.


De laatste, 6) Cornelia Henriette (Hendrika) Dommelshuizen kreeg op 5 juni 1874 te Utrecht een dochter, die als Cornelia Dommelshuizen ingeschreven werd. Vader onbekend. De baby overleed op 21 juli 1874 te Utrecht.

In 1880 verhuisde Cornelia Henriette naar Rotterdam, waar zij op zeker ogenblik Cor (*1880) in haar huis opnam.

In 1862 portretteerde de later wereldberoemde schilder Laurens Alma Tadema (meer over hem is in deel IV te lezen) broer en zus Thomas en Cornelia Dommershuizen.

PORTRAIT OF MADAME CORNELIA DOMMERSHUIZEN
Date: 1862 — Artist: SIR LAWRENCE ALMA-TADEMA (1836 - 1912) — Medium: Graphite — Object Number: 840001800
Dimensions: Overall: 14.6 x 12.1 cm (5 3/4 x 4 3/4")
Credit Line: Brigham Young University Museum of Art, England, gift of Mr and Mrs. James Nielson
.

         

PORTRAIT OF THOMAS HENDRIK DOMMERSHUIZEN
Date: 1862 — Artist: SIR LAWRENCE ALMA-TADEMA (1836 - 1912) — Medium: Graphite — Object Number: 840001700
Dimensions: Overall (Image): 12.5 x 9.2 cm (4 15/16 x 3 5/8") Overall (Sheet): 13.3 x 36.2 cm (5 1/4 x 14 1/4")
Credit Line: Brigham Young University Museum of Art, England, gift of Mr. and Mrs. James Nielson.

CORNELIA DOMMERSHUIZEN Alma Tadema schreef onder zijn signatuur op haar portret : Souvenir de Septembre 1862. De Tademas en de Dommersens gingen vriendschappelijk met elkaar om. Tadema woonde tot 1870 in Antwerpen. Toen de broers Domm__ naar Engeland verhuisden verflauwde het contact. CCD ging in 1874 terug naar Brussel. Van een correspondentie van deze twee met Cornelia is mij niets bekend. Maar sommige van de brieven die hun broer THOMAS HENDRIK DOMMERSHUIZEN en zijn zoons aan Cornelia schreven zijn bewaard. Ook weten we van bezoeken. Lawrence Alma Tadema heeft de portretten vervaardigd. In 1862, toen hij nog lang niet de titel Sir voerde. Zijn deze portretten in Engeland of in België getekend ? Er staat wel een enorme bronvermelding bij, maar die beantwoordt geen vragen (wat wordt hier niet vermeld ?), roept ze eerder op. Meer over L. Alma Tadema in deel IV.

Inline afbeelding 6   Inline afbeelding 7

Ansichtkaart van Babbacombe Bay die Thomas Hendrik op 28 juni 1900 aan zijn zuster Cornelie Dommershuizen (zus van de schilders, [stief]moeder van de acteur Cor D_ sr) stuurde vanaf zijn vakantieadres 4 Reddenhill Road, Torquay aan de Britse Riviera. “Dear Cornelia, I wrote you 21th & send card 15th & have not heard from you. I hope you have received these & are well. I am much better. Lovely local beer here & scenery splendid. Hope to hear from you soon”.
Ondertekend met “Your lov[ing[ Bro[ther] Thomas”. Deze kaarten bevinden zich in het archief van Cor D_ sr. Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

Inline afbeelding 4    Inline afbeelding 1

Kaart van Thomas' zoon Sidney (*1869) aan Cor sr. (*1880) in Rotterdam.  Gestempeld op 7 dec 1912. Cornelia was op 5 mei van dat jaar overleden. Sidney had zijn tante Cornelia (en Cor) al eerder bezocht, in ieder geval in 1899. Klaarblijkelijk sprak Thomas met zijn in Londen geboren en getogen kinderen ook nog wel een mondje Nederlands. Luxehotel Lievendael bestond sinds 1890.
"Dear Cornelis. Ik kom naar Rotterdam bij de Nederland-Rhine Stoomboot Maats‴ morgens (Donnerdag) en kom dan 3.15 n.m. Wil U s.v.p. komen als ik arrivee[r], wensch u te spreken, en de dag eerder met U door te brengen.
T. T.
[= till then, till tomorrow]. Sidney H. Dommelshuizen".
Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

Deze kaarten zijn de getuigenissen van de contacten tussen de schilderstak Dommersen/Dommelshuizen in Engeland en de toneeltak Dommershuizen in Nederland. Ze vormen het ontegenzeglijke bewijs dat de schilderszuster Cornelia zich jarenlang heeft ontfermd over de acteur Cor sr.
   Verschillende kaarten en brieven zijn in de nalatenschap van de acteurs D_ bewaard gebleven. Er is een redelijke kans dat ook ansichten en brieven van de Dommersen in Engeland en de acteurs Dommelshuizen aan Cornelia Francisca Braak (later Haasse-Braak, "oma Cor") zich nog ergens bevinden.

BS-kaart Rotterdam Cornelia (Henriette) Dommershuizen, 16 mrt 1845 - 5 mei 1912.
"Heeft een zoon Cornelis H."

Inline afbeelding 2
Gezinskaarten R'dam periode 1880-1940 851-103-0109918, Stadsarchief Rotterdam

Cornelia Henriette Dommershuizen is op 16 maart 1844 te Utrecht geboren. De BS-kaart Rotterdam geeft als geboortejaar foutievelijk 1845, maar de geboorte-akte in het Utrechts archief heeft 1844. Op 21 juli 1880 verhuisde ze naar Rotterdam, waar ze op 5 mei 1912 overleden is. Ze heeft in R'dam op tenminste dertien verschillende adressen gewoond, acht in onderhuur, de laatste twee als hoofdbewoonster. Op een gegeven moment staat ze als wed. in de adresboeken. Op de persoonskaart is het vakje 'Beroep' niet ingevuld maar onder de adreslijst is - wrs foutievelijk - aangetekend dat ze een "Pub : vrouw" was. Daar zal een vergissing in het spel zijn. Ook staat er "Heeft een zoon Cornelis H, zie AR".

Uit adresboeken Rotterdam :
Adresboeken Rotterdam 3023-28 t/m 3023-58, Stadsarchief Rotterdam
  Op de BS-kaart Rotterdam :
1884 :
  m
21 juli 1880 ingeschreven, komende van Utrecht.
adresboek uit 1885 is niet gevonden    
1886 :
 




Wijde Kerkstraat 9 thv Pelz.

1887 :
Inline afbeelding 4
  m
Westewagenstraat 28 thv Lamfers.

Warmoezierstraat 104 thv
wed. vd Berg.
1888 :
   
1889 C [v] D_ niet in adresboek.    
1890 :
Inline afbeelding 6
 

 

 

Weenastraat 17 thv Vermeer





Burgemeester de Roostraat 29 thv Vermeer

1891, 1892 :
 


Noorderstraat 2 thv Benedictus

vd Duijnstraat 2 thv Bendedictus

Hofdijk 28/8 thv wed. Theijs

1893, 1894 niet in adresboek    
1895, 1896, 1897, 1898 :
 
Diergaardekade 10 alleen 13.07.1905
1899 :
  m
[Diergaarkade = sm Westerkade]

dit adres en andere staan ook vermeld op BS-kaart van Cor
1900 niet in adresboek.    
1901 :
   
1902 niet in adresboek    
1903 :
   
1904, 1905, 1906 niet in adresboek    
1907 :
 


Cor sr
Zwartjanstraat 56b
- weduwe ?
1908 :
Inline afbeelding 14
   
1909 :
 



kok ?
1910 :
   
1911, 1912 :
Inline afbeelding 17
   
in 1912 is Cornelia Henriette Dommershuizen overleden
   
1913 niet in adresboek    
1914 :
   

Op 15 april 1914 trouwde Cor met Petronella Braak. Hij ging met haar in den Haag wonen, waar op 20 dec 1914 Cor Dommershuizen jr geboren werd.

NB De Diergaardekade heette in 1858 Westerkade bij de Kruiskade, later Smalle Westerkade. In de tweede helft van de negentiende eeuw woonden hier veel musici en toneelspelers.


id : 22625084 bestandsnaam NL-RtGAR-356-320-098, Stadsarchief R'dam. Militieregister van Cornelis Hendrik Dommershuizen 1899 Smalle Westerkade 10, beroep : artist.

Spamer over de Diergaardekade = Westerkade (Ton Spamer, Het Wonder van de Smalle Westerkade. Bouwmeester - van Dijk - Buziau - Kindler - Caron - Kresse. De fine fleur van toneel en muziek / Rotterdam 1860 - 1890. 2e herziene en uitgebreide uitgave juli 2015) : De studie beschrijft het ontstaan van het Diergaardekwartier in Rotterdam, met name de Diergaardekade, teruggaande tot ca. 1500. Tussen 1860 en 1900 woonde daar de fine fleur van Nederlandse acteurs/actrices van de Schouwburg alsmede artisten verbonden aan de Hoogduitse Opera, o.a. de families Bouwmeester, van Dijk, Buziau en andere grote namen. Beide gezelschappen gebruikten de schouwburg aan de Coolsingel. De studie bespreekt ook het ontstaan van de Diergaardekade als stedebouwkundig element, het type huizen dat er gebouwd werd en de sociale klasse van de bewoners. Dit gedeelte van Cool, het gebied ten westen van de Coolsingel, komt aan de orde tot en met de verwoesting door het bombardement van 1940. Hierover is tot nu toe bij mijn weten niets gepubliceerd.

   Het opmerkelijke daarbij is dat in de 19 huizen van die kade – vlak bij de Coolsingel- artisten woonden die allemaal op de een of andere manier aan elkaar verwant waren. Nieuw vervaardigde genealogische tabellen geven daar inzicht in.
  “Mijn vader werd daar in 1877 geboren te midden van een wereld van kunstenaars. Uiteraard waren dat bohémiens, maar wel de fine fleur van het Nederlandse toneel en de opera en bepaald geen zakkenrollers.
  Het werd na 1860 in hoog tempo een zeer artistieke buurt, bewoond door toneelspelers en zangers die werkzaam waren bij het toneel in de Schouwburg aan de Coolsingel of bij de Opera in dezelfde locatie. Men woonde daar vlak bij deze theaters. Het eerste station DP lag vrijwel in de achtertuin. Hier woonden de Bouwmeesters en de Van Dijks en vele anderen. Vanaf zijn 2e jaar kreeg mijn vader zangles van een in huis wonende operazanger. Zijn oudere zus kreeg les van een inwonende pianolerares”.

Na een aantal engagementen bij diverse gezelschappen, waaronder het Haarlemsch Tooneel waarmee hij van 1906 tot 1908 op tournee naar Nederlandsch Indië ging, was Cor Dommelshuizen sr. tot 1914 als acteur verbonden aan diverse Rotterdamse toneelgezelschappen, waaronder het Hofstad Tooneel, het Rotterdamsch Tooneel en het Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad Tooneel. Cor Dommelshuizen jr speelde en woonde in Amsterdam in de tijd dat Hella daar verbleef.

Inline afbeelding 2    Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 4   

Inline afbeelding 4

      Bredasche courant 4 juli 1933


Gezinskaarten R'dam periode 1880-1940 851-103-0109917, Stadsarchief Rotterdam

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 2

Adressen Dommelshuisen - Braak in den Haag. Bevolkingsregister 's-Gravenhage 1913-13939 Gezinskaarten 2557-3192/2652.34, Haags Gemeente Archief.

Inline afbeelding 4
Amsterdam, Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1940, Stadsarchief Amsterdam

Inline afbeelding 3
Amsterdam, Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1946 en 1950, Stadsarchief Amsterdam

Cor sr en zijn vrouw Nelly trokken op 9 jan 1939 op driehoog een zolderkamer in bij Cor jr, die volgens het Alg. adresboek A'dam (1938-39) in de Torresstraat nr 15 gewoond had. Op dat moment woonde volgens het adresboek ook een zekere G. J. Dommershuijzen op Jac. van Lennepstraat 261.
    Cor jr bleef wrs tot 1972 aan de 2e J. v. d. Heijdenstraat 14 wonen. Ondertussen huwde hij 27 oct 1950 te Harlingen Hinke Jonker (*Leeuwarden 17 nov 1923). Op 4 mei 1951 werd hun zoon Theunis Jitse te Harlingen geboren. Maar nog voor de geboorte van zijn zoon had Cor jr zijn biezen alweer gepakt – de scheiding werd op 18 juni 1954 te Harlingen uitgesproken. Cor jr verkaste 11 april 1972 naar Brussel.
    Hinke Jonker is hertrouwd met Libbe van Gans (*8 sept 1922, † 11 aug 1999). Ze is overleden op 11 juni 2009 en begraven op het kerkhof van de Ned. Herv. Kerk te Ureterp.

Het archief TIN bevat van D_ sr en jr correspondentie, recensies, foto's, programma's, rekeningen, contracten en een kasboek maart-dec 1944 (wrs van jr). Bij de correspondentie bevinden zich ook brieven uit 1943 van Nelly naar Concentratiekamp 's-Hertogenbosch, in de volksmond kamp Vught, waar vader en zoon enige tijd als Schutzhäftling vastzaten, sr in blok 8, jr in blok 15A. Het kamp bestond van jan. 1943 tot aan de ontruiming na Dolle Dinsdag 5 sept. 1944. Er hebben meer dan 32.000 mensen gezeten. Alleen al in het kamp kwamen er 750 om. Hoeveel er naderhand ten gevolge van de ontberingen en mishandelingen het leven lieten is niet bekend. "Toen de geallierden dichterbij kwamen, wist Charlotte van Beuningen de kampcommandant van Vught te bewegen om de gijzelaars vrij te laten" (101 vrouwen en de oorlog, red. Els Kloek, 2016).

Zo schrijft Corrie van Tuil (Cornelia Francisca Braak, zus van Nelly, getrouwd met Willem van Tuil) dat haar man, die sinds het bombardement op Rotterdam in 1940 aan een zenuwinzinking lijdt, in een inrichting is opgenomen. Deze brief, gedateerd juni 1943, is gehecht aan een brief van Nelly aan haar man Cor sr in Vught.

Beste Cor,
Hiermede even een groet van ons uit Rotterdam. Ik heb bij Nelly gehoord dat het jullie goed gaat. Gelukkig maar en houd goede moed, er komt wel weer vrijheid voor je hopen we.
Bij ons is veel gebeurd in dien tijd. Mijn Man ligt al 4 maanden in een zenuw-inrichting buiten de stad. Ik bezoek hem 2x p. w. en dat geeft hem veel afleiding. Ook woon ik niet meer in de Gr. V. straat*) want ons huis is op 31 Maart door Engelsche bommen totaal vernield, jammer van mijn mooie boeltje hè. Het is ook heel wat voor ons, dat kan je begrijpen. Ik ben 7 weken bij Wim's zuster thuis geweest maar nu heb ik weer een eigen huisje, wel ver weg aan de Dortsche straatweg, maar het is hier rustig. Ik heb een heel vrij huisje voor ƒ 4.60 p. w. dat is mooi he ! In het begin wel wat vreemd maar nu gaat het weer. Het is moeilijk om aan een nieuw huishouden te komen, want er waren hier in R. 4000 gezinnen dakloos, bijna het geheele westen bij mij daar is weg, en als ik niet juist bij Wim op bezoek was geweest hadden wij ook tot de slachtoffers behoord, maar we zijn gespaard gebleven. Wat gelukkig dat ik molest verzekerd was he ! Ze keren mij alles uit hoor, we hebben daar nog zoo dikwijls over gesproken he ! Ik ga de volgende week weer naar je vrouw toe. Ze houdt zich best hoor en ziet er goed uit. Ik hoop op je spoedige vrijheid en H. G. door je schoonzuster Corrie.
*) Groote Visscherijstraat.
Theatercollectie Bijzondere Collecties UvA (St. TIN).

Nelly zelf aan Cor (9 Juni '43) :

[...] 't Is hier op 't oogenblik erg schraal met de groente en ik heb van kwart over acht tot 12 u bij Jagtman gestaan (en gezeten) voor een bloemkooltje en een krop sla. Toen ik thuiskwam stond Jan z'n vrouw met haar dochtertje mij op te wachten. Ze bracht voor jullie een potje mayonese en 4 jusblokken mee en ook nog een doosje dropjes.

Kort voor de oorlog (9 jan 1939) kwam Cor Dommelshuizen sr naar Amsterdam (2e J vd Heijdenstr 14 III) en sloot zich aan bij Saalborn. Hij speelde o.a. bij het Gemeentelijk Theaterbedrijf Amsterdam. De laatste voorstelling waar Dommelshuizen sr aan meewerkte voor zijn gevangenneming was Antigone, febr 1943 in Amsterdam. Maar op 31 oct 1943 stond hij weer bij Cor v. dd. Lugt Melsert op de planken in de A'damse Stadsschouwburg. Aan 'Afscheid' in october ging natuurlijk een aantal repetities vooraf. Kamp Vught werd, met de gealliëerden in aantocht, na Dolle Dinsdag 5 sept 1944 ontruimd. Hij is dus van febr tot half sept 1943 als gijzelaar gevangen gehouden, zeg eens zeven, acht maanden.

Inline afbeelding 1   Inline afbeelding 1

Haarlem's dagblad 8 april 1942           De Tijd 25 feb 1944. Vader en zoon samen op de planken.

Inline afbeelding 2    Inline afbeelding 7
          Haarlemsche courant 28 jan 1943             Algemeen Handelsblad 27 oct 1943


Hella woonde vanaf aug 1938 in Amsterdam. Ze speelde toneel bij het studententoneel (bij de A.V.S.T.V. Kothurne). Volgde de Tooneelschool in Amsterdam vanaf 1940/1941. Ze woonde vanaf 10 maart 1942 aan de Leidschegracht, vlakbij de schouwburg ; vanaf 10 maart 1942 in de F v Mierisstraat voordat ze 5 aug naar Haarlem ging. In de oorlog speelden beiden toneel. Ze hebben nooit samen op de planken gestaan. Curieus is het om May Vollenga, voor wie HSH in Batavia en Bandoeng inviel in Bietje van Maurits Sabbe, hier met van Dommelshuizen tegen te komen. Vollenga trouwde in 1943 met Otto Couperus, 1939-1950 verbonden aan de Ned. Opera.
  Het is ondenkbaar dat Hella Cor D_ sr nooit heeft zien spelen. Maar toch, geen woord heeft ze ooit aan de man gewijd, en bij zijn jubileum en zijn begrafenis zal ze geen acte de présence gegeven hebben. Eerder kan men zich voorstellen dat oma Cor met haar man, toen hij nog leefde, wel eens is gaan kijken naar een voorstelling waarin hij optrad, tenslotte de beroemde man van haar nichtje Nel. Het is ook voorstelbaar dat W2 oma Cor in Rotterdam meetroonde naar de schouwburg. Hij had immers zelf schoolvoorstellingen georganiseerd.
  In kranten uit 1922 wordt Cor sr "de populaire tooneelspeler" genoemd, hij was toen al wijd en zijd bekend.

V U G H T
Het -- anders dan Amersfoort en Westerbork -- op Duitse leest geschoeide z.g. Konzentrationslager 's-Hertogenbosch was in Vught gelegen. De Waarheid van 29 oct. 1963 geeft een ietwat ingekorte versie van het ANP-bericht en laat de aanduiding 'Duits' (uiteraard) weg. Vught was een concentratiekamp naar Duits model , maar lag toch echt in Nederland. Dommelshuizen sr werd – vermoed ik – in de afdeling gijzelaars vastgehouden met vele andere bekende oudere Nederlanders, niet in het ‘echte’ strafkamp, van febr 1943 tot uiterlijk Dolle Dinsdag 1944. De laatste bewaard gebleven brief is van 7 juli 1943.
   Dommelshuizen jr heeft 7 maanden gezeten. Hij heeft geluk gehad. Uit een verslag in het Haarlems Dagblad van 18 juni 1953 over een congres van de Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland kan namelijk opgemaakt worden dat jr actief verzetsman is geweest. Zijn vader heeft langer vastgezeten, naar verluidt. — Overigens : van 4 mei 1942 tot sept. 1944 werd het seminarie in St. Michelsgestel door de Duitsers gebruikt als bewaringskamp voor Nederlandse gijzelaars. De laatste voorstelling waar Dommelshuizen sr aan meewerkte voor zijn gevangenneming is jan 1943 geweest.

Inline afbeelding 6

  Het Volk 1 nov 1943

       

Inline afbeelding 5

         De courant Het nieuws van den dag 22 nov 1943

                   Inline afbeelding 4

                 Delftsche courant 18 dec 1943

      

     De Tijd 25 feb 1944

 

Inline afbeelding 2                    

Inline afbeelding 1    

    Foto 1937       Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

De Telegraaf 6 sept 1950        Petronella Dommelshuizen-Braak staat met hoedje, glas en boeket naast haar man.

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 2

      Utrechts Nieuwsblad 5 sept 1950

        


 

 

 

* als zoon van een toenmaals zeer bekende pianiste.

Daar zal Cornelia mee bedoeld worden.

      Inline afbeelding 2

        Foto 1951      Theatercollectie
  Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).


Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 1   

Inline afbeelding 3

Utrechts Nieuwsblad 28 oct 1963       Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

 

 

————    Cor Dommelshuizen jr. 1914 - 1984

 DATA : Cornelis Hendrik Dommershuizen jr — geb. 20 dec 1914 te Den Haag — nat. Ned. — beroep : toneelspeler journalist — zoon van Cornelis Hendrik Dommershuizen *5 sep 1880  te Utrecht en  Petronella Braak *21 apr 1890 te Rotterdam — gehuwd 27 oct 1950 te Harlingen met Hinke Jonker  *17 nov 1923 te  Leeuwarden — huwelijk ontbonden 18 jan 1954 te Harlingen.
 Woonplaatsen en adressen na 1914 :1914 DEN HAAG J v Riebeekstraat 12 — 7  febr 1917 Schenkweg 132 — 19 juni 1922 Vechtstraat 42 en Geleenstraat 42 — 11 jan  1923 Weimarstraat 45" — 7 april 1929 Ger. Reijnststraat 49 — 7 dec 1932 Theresiastraat 194 zf (vóór de omnummering van 1957) — 9 jan 1939 AMSTERDAM 2e Jan vd  Heijdenstraat 14''' — 14 juni 1941 PB 118137 — 11 april 1972 België. Overleden te Brussel 30 oct 1984


Cornelis Hendrik Dommershuizen (aldus bij zijn geboorte ingeschreven), *den Haag 20 dec 1914 – † Brussel 30 oct 1984, begraven in Amsterdam, gebruikte als acteurs/auteursnaam Cor Dommelshuizen jr. Hij heeft een zeer actief leven geleid : acteur, mimespeler, poppenspeler, journalist, theaterchroniqeur, circus-. toneel- en kermishistoricus, columnist, publicist. Artistiek leider Ned. Jeugdtoneel, schrijver, administrateur tournees Louis Gimberg, archivaris v. h. Archief Concentratiekampen, lid Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet, perschef Circus Mullens, correspondent in Brussel en Knokke. Trouwde te Harlingen 27 oct. 1950 Hinke Jonker (1923-2009), maar verliet haar vóór de geboorte van hun zoon Theunis Jitse Dommershuizen, die 4 mei 1951 te Harlingen geboren werd. De scheiding is in 1954 uitgesproken. Hij woonde in Amsterdam, vertrok 11 april 1972 naar Brussel. verbleef afwisselend in Brussel en Amsterdam ; hij en een vriend ruilden op gezette tijden van huis.
    Op de ambassade in Brussel zou de ontmoeting met Hella Haasse hebben plaatsgevonden waaraan broer Wim Haasse in zijn Recollections refereert. "By chance Hella met a grandson of Cornelia's halfbrother, who was a cultural attache at the Dutch Embassy in Brussels, who confirmed that Cornelia's father was in fact the earlier mentioned Crown Prince. The man's name was van Dommelshuizen. His grandfather had been an actor and had his own theatre group". Deze 'stiefbroer' was Cornelis Franciscus Braak wanneer je aanneemt dat Wiwill de vader van oma Cor was. De oudste dochter van deze CF Braak was Petronella Braak, de moeder van Cor jr. De ambassade in Brussel berichtte dat een Dommers-/Dommelshuizen noch in het geheugen van het oudere personeel noch in de papieren archieven voorkomt. Cor D_ jr woonde sinds 1972 in Brussel en een toevallige ontmoeting met Haasse op de ambassade is denkbaar.

Cor Dommelshuizen jr was onder andere werkzaam als perschef van circus Mullens. Uit hoofde van die functie bevinden zich enkele archivalia in het TiN-archief, waaronder correspondentie en foto's. Hij stond tevens bekend als schrijver van biografieën : — Leven en werken van Franklin Delano Roosevelt (1946), — Louis Gimberg "van teen tot top" (z.j. [1946]), — In Rok tussen de bruinhemden (W. zu Putlitz, bew. en ann. C.v.D. 1964), — Louis Bouwmeester 1842-1925, herinneringen aan een groot Nederlander (1942) ; en artikelen als Amsterdam a Sinfonietta in het boekje 'Amsterdam à la carte' en 'Gelderland à la carte' in 'Gids voor Gelderland', redacteur van Fidus Achatus, maandblad van de Nederlandse Vereniging 'De Verzamelaar'.

Inline afbeelding 13        Inline afbeelding 1
Cornelia Francisca Braak (Corrie), gehuwd met Willem van Tuil, en haar zus Petronella Braak (Nelly), gehuwd met Cor Dommelshuizen. Cornelia Francisca Haasse-Braak, de oma van HSH, is hun tante.
Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).
 


De Vrije Alkmaarder 28 oct 1946
Bedoeld wordt C. H. Dommelshuizen Jr.


In de oorlog heeft Dommershuizen tweemaal zonder succes geprobeerd een blad op te richten. Zijn derde poging slaagde in zoverre dat van de PINKELKRANT tenminste één nummer is verschenen, in 1947. Onder degenen die hun medewerking hadden toegezegd zien we grote namen : Willy Corsari, Godfried Bomans, Hella Haase (sic), Marten Toonder, Wim Sonneveld.

Inline afbeelding 10

Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

Voor dit eerste en enige nummer hadden verschillende medewerkenden nog geen kopij ingezonden. Van Hella Haasse staat er geen bijdrage in, ook niet onder schuilnaam. Dommelshuizen jr zal haar overigens minder vanwege de familierelatie als wel op grond van haar groeiende naamsbekendheid gevraagd hebben.

Inline afbeelding 1       Inline afbeelding 2

1. Corrie sept. 1917.   2. Rond de twintig ?   Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN)

Inline afbeelding 3  

 

Het 16-Mei-1953-nummer van het blad van de VVN met het gewraakte artikel ligt in een of ander archief wel ter inzage.

Inline afbeelding 4  
Inline afbeelding 2
Het Vrije Volk 13 mei 1953   Het Vrije Volk 22 mei 1953


            

 

CONGRES
van de
Nationale Federatieve Raad
van het
Voormalig Verzet

 

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2

Haarlems Dagblad 18 juni 1953  

Het Vrije Volk 23 mei 1953

NB:  J. A. C. Kersten en Franz Althoff komen in de archieven van het NIOD niet voor. Dommelshuizen heeft kennelijk een lelijke blunder begaan.

Inline afbeelding 5  Inline afbeelding 3

Dagblad voor Amersfoort en Veluwe 25 juli 1946                                                Limburgsch Dagblad 7 juli 1951

Dat Dommelshuizen jr, naar eigen zeggen tot de doodstraf veroordeeld, na 7 maanden Vught vrijgelaten werd, is weinig geloofwaardig. Al was de doodstraf alleen maar g e ë i s t, dan nog !

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 2

Limburgsch Dagblad 18 aug 1951                                                    De Tijd 12 mei 1952

Inline afbeelding 1

De POLITIEKE sept 1946 (in Au Courant 1998 / 2)

           

Inline afbeelding 1

Limburgsch Dagblad 31 mei 1951

De naam Dommelshuizen wordt in Utrecht (en omgeving, Harmelen, Montfoort), waar de naam geconcentreerd voorkomt, op diverse wijzen gespeld, ook door de naamdragers zelf. Dommers / Dommels / Dommens, huisen, huysen, huijsen, huizen, hausen, soms met 'van' ervoor, in GB Dommersen/son. De 'acteurskant' en de 'schilderskant' zijn niet goed te scheiden. De familierelaties zijn door het veelvuldig ontbreken van vaders op de BS-aktes, en genealogische erreurs niet goed te bepalen. De Dommelrshaouiyijszens vormden een los gestructureerde maar wel samenhangende groep verwanten.
  Aardig is het om in de trouwakte van Cor D. en Petronella Braak te zien dat de ambtenaar "Dommershuisen" spelt en de naamdrager zelf "Dommelshuizen".

 

 

BS Huwelijk Registratiedatum 1914 pag E40, Stadsarchief Rotterdam

Inline afbeelding 2

   Theatercoll. Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

    

Inline afbeelding 1

Links Petronella met haar zoon Cor jr — rechts met Cor sr.

          Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

 

Inline afbeelding 5         Inline afbeelding 2

Het Vaderland vr. 31 jan 1936 ochtendblad B (Menno ter Braak)  //  Nieuwsblad v h Noorden 21 juni 1952

Inline afbeelding 1

Vermoedelijk is het aangekondigde boek nooit verschenen. De columns zijn wel geplaatst.

Eerder schreef Dommelshuizen columns in het Nieuwsblad van het Noorden, in 1947.

         
     
De Echo 27 dec 1956 (Amsterdam)   De Telegraaf 2 nov 1984


Boeken van Cor Dommelshuizen jr :
- Louis Bouwmeester - Herinneringen aan een groot Nederlander (Samengebracht door Cor Dommelshuizen jr), 1942.
- Leven en werken van Franklin Delano Roosevelt. President van de Vereenige Staten van Amerika van 4 Maart 1933 tot 12 April 1945, 1946.
- Louis Grimberg "van teen tot top", 1946.
- In rok tussen de bruinhemden, 1964.

                 D e   S c h i l d e r s k a n t

——— Dommershuizen / Dommelshuizen———

Cornelia Dommershausen/huizen (Utrecht gedoopt 27 mei 1807 - † 10 oct 1861), de schildersmoeder. Haar ouders zijn Antonius Dommelshausen en Petronella Smit. De verschillende BS kaarten geven echter verschillende geboortejaren. Beroep "naaister" of "zonder". Ze is in 1853 met haar oudste zoon Pieter voor de rechtbank in A'dam gedaagd i.v.m. zijn dienstweigering. Haar kinderen, vaders onbekend, zijn alle geboren te Utrecht :

1. Pieter Cornelis (PC) *  6 dec 1833  Jufferstraat wijk G nr 474 † 15 nov 1918 Hexham
2. Sophia Elisabeth *26 mrt 1838  Molensloot wijk G nr 276 † 28 dec 1912 Almelo
3. Thomas Hendricus *23 dec 1839  Witte Vrouwenpoort wijk I nr 176 † 22 jan 1901 London
4. Cornelia Christina *12 feb 1841  L. Nieuwstr. wijk A nr 527 †   2 aug 1841 Utrecht
5. Cornelis Christiaan (CC) *11 nov 1842  Springweg wijk nr 154 † 23 mei 1928 den Haag
6. Cornelia Henriette *16 mrt 1844  Viebrug wijk C nr 21 †   5 mei 1912 Rotterdam


Haar kinderen hebben Cornelia, op nr 4 na, ruimschoots overleefd, wat in die tijd zeker niet alleen op een sterk geslacht wijst, maar ook te danken kan zijn aan een goede - veilige en hygienische - opvoeding. De eerste en de laatste twee zijn meer dan een halve eeuw ouder geworden dan hun moeder Cornelia. PC en CC werden 84 en 85 jaar oud. Cornelia vertrok in 1847 met haar kinderen (behalve Sophia Elisabeth) naar Amsterdam, Utrechtsestraat. In 1851 vertrok moeder weer naar Utrecht, misschien zonder zich uit te schrijven want zij en Cornelia Henriette staan nog in de adresboeken Amsterdam uit '52 en '53.

Sophia Elisabeth *26 maart 1838 (in akte staat moeder: Cornelia Dommershuizen) ✕ 7 mei 1864 Hendrik Jan te Wierden. Hij is arbeider, zij is naaister. Op 2 mei 1886 sterft Hendrik Jan Beunk, 51 jr, te IJpelo (Wierden). Op 28 dec 1912 sterft Sophia Elisabeth, 74 jr, te Almelo. Van hun 9 kinderen bereikte slechts één het eerste levensjaar :
- 15 maart 1865 een levenloos geboren zoon.
- in 1866 te Wierden, zoon Hendrik, bierbrouwersknecht. Overlijdt 26 sept 1896 te Almelo.
- 13 feb 1870 overlijdt hun 5 maanden oude zoon, Jan Hendrik Beunk.
- 30 juni 1871 een levenloos geboren zoon.
- 20 dec 1872 overlijdt hun 6 maanden oude zoon, Jan Hendrik Beunk.
- 23 dec 1874, 6 maart 1876, 6 maart 1878 en 18 dec 1880 levenloos geboren zonen.

Het is niet bekend waarom Sophia niet mee verhuisd is naar Amsterdam, ze is niet te vinden in het stadsarchief van Amsterdam, de andere kinderen van Cornelia wel. Ze is ook niet meegegaan naar Engeland. Is ze door iemand verwekt die haar als baby of als kind meegenomen heeft ? Op meerdere manieren is bevestigd dat Sophia Elisabeth, echtgenote van Jan Hendrik Beunk, op 2 maart 1838 geboren te Utrecht, overleden in Almelo 28 dec 1912, de dochter van Cornelia Dommershuizen is. In haar overlijdensakte staat ten slotte nogmaals dat ze een dochter van Cornelia Dommershuizen is.

 

Thomas Hendricus *23 dec 1839 Utrecht Witte Vrouwe[n] Poort (in de geboorteakte wordt Cornelia Dommershuizen als moeder genoemd, over een vader wordt niet gesproken), huwde Emma Jane Hines op 13 juli 1867 in Trinity Church, Marylebone, Middlesex. Thomas stierf 22 jan 1901. Ze hadden vier kinderen :

• Sidney Hendrik Dommershuizen (13 apr 1868)

• Cornelia (geboren en overleden apr/mei/jun 1869)
• Frederick Ewart Dommershuizen (24 juli 1871)
• Henrietta Cornelia Dommershuizen (28 mrt 1874)
• Amy Emma Dommershuizen (juni 1882)



        Inline afbeelding 1
        Geboorte-annonce van Henrietta Cornelia    Algemeen Handelsblad 2 april 1874

Thomas, "from Holland, resident in London", verkreeg de Engelse nationaliteit op 13 febr 1880.
          Nationality and Naturalisation: Dommershuizen, Thomas Hendrik, from Holland.           Resident in London.  Certificate A3162 issued 13 February 1880.

Thomas bleef contact houden met zijn familie in Holland. Onderstaand een kaartje van hem aan zijn zus Cornelia vanuit Londen (219 Stanhope Street N 10 vlakbij Regent's Park, waar hij woonde), verzonden vrijdag 7 juli 1899 waarin hij de komst van hemzelf en zijn zoon Sidney aankondigde :

Inline afbeelding 4    Inline afbeelding 3



Mejuffrouw C Dommelshuizen 10 Smalle Westerkade 6/d Kruiskade Rotterdam | Vrijdag. Waarde Cornelie als gij deze ontvangt zal ik & mijn oudste zoon Sidney al in Rotterdam zijn & komen wij u tegen vier uur opzoeken & een kopje thee drinken zoo arrangeer gij te huis zijt & heb een goede thee klaar met wat vruchten ik zal er wel na zien. Wees hartelijk gegroet & tot ziens Uw toegenegen Broer Thomas
Theatercollectie Bijzondere Collecties UVA (St. TiN).

England & Wales, Civil Registration Death Index, 1837-1915 for Thomas H. Dommersen, 1901


General Register Office. England and Wales Civil Registration Indexes. London, England: General Register Office. © Crown Copyright - taken from Ancestry.co.uk

"Dommershuizen Emma Jane of 54 Plympton-road Brondesbury Middlesex, widow, died 3 June 1918, Probate London 10 July to Amy Emma Dommershuizen spinster. Effects £409 15s 3d."

 

Pieter Cornelis Dommershuizen (Dommersen) 1833 - 1918

 


Pieter Cornelis Dommersen De Ruyter's Raid on the English Fleet at Chatham (1880) – Brighton Museum & Art Gallery.

Revealing De Ruyter‘s Raid on the English Fleet at Chatham.
An article exploring the recently rediscovered painting at Brighton Museum & Art Gallery
by the artist Pieter Cornelis Dommersen. It also sheds new light on the Dommersen family
of artists who were prolific painters in Europe during the late 19th and early 20th century.


   “There appear to be many errors, least a confusion of identity in the existing biographies of Pieter Cornelis Dommersen and his family – many of whom followed in his footsteps as a painter. It is necessary therefore, to correct and clarify these errors in order to aid further research into a talented and prolific family of artists.” Dat gebeurt ten dele in het hier aangehaalde artikel van Timothy Lawrence Williams, dat op 26 oct. 2010 op de website van issuu.com geplaatst is.
P. C. Dommersen is overleden te Hexham 1918 (niet Londen 1902, volgens een notitie in een catalogus P. v.d. Kar 1963, ook niet in 1928 of andere jaren). Diverse auteurs hebben verschillende personen D. in biografische zin door elkaar laten lopen. Deze artistieke deskundigen plegen elkanders schrijfsels te copiëren zonder zelf enig onderzoek te verrichten.

  NB: nr = huisnummer in de wijk of buurt, niet straatnummer.
 1833 6 dec  UTRECHT. Geboren Jufferstraat, wijk G nr 474.
 1838 mrt Molensloot wijk G nr 276.
 1839 dec Witte Vrouwepoort wijk I nr 176.
 1840 Biltstraat, wijk I nr 176a.
 1841 feb Lange Nieuwstraat wijk A nr 527.
 1842 11 nov Springweg, wijk E nr 154.
 1844 mrt Viebrug wijk C nr 21.
 1847  AMSTERDAM. Utrechtschestraat, wijk Y nr 327, tot 23 mei 1851.
 1851 21 mei Rusland, wijk B nr 167.
 1851 aug Kerkstraat, wijk BB nr 593.
 1851 9 oct Amstel, wijk 2 nr 372.
 1852 mei Vijzelstraat, wijk X nr 549.
 1853 mrt Met zijn moeder Cornelia D__ aka Smits voor rechtbank Amsterdam gedaagd, vonnis.
 1853 23 apr Oude Waal wijk N nr 9.
 1854 6 mei Kerkstraat wijk 2 nr 278.
 1856 mei Botermarkt wijk Y nr 275.
 1857 mei Leidschestraat wijk CC nr 3. PCD vertrok in mei 1858 van dit adres naar Londen en was sindsdien niet meer in  A'dam ingeschreven. De rest van het gezin (Cornelia met haar andere kinderen) verhuisde in nov 1858 naar de  Reguliersgracht wijk AA nr 641. Mei 1858 Kerkstraat, wijk BB nr 527.
 1859 27 jan  LONDON. Trouwde met Anna Petronella Sijnja in de Holy Trinity Church, Marylebone.
 1859 54 Bolsover Street, vlakbij Regent's Park, nog geen km van Trinity Church.
 1859 Werd 'British Subject'.
 1859 oct Geboorte zoon William Raymond Daniel Dommershuizen († 1927).
 1861 18 Trinity Terrace, Lambeth, Brixton (niet nr 179 zoals T. Williams in de census meent te zien).
 1861 West Ham 61 Dacre Road, Greater London.
 1861 PCD bezocht zijn moeder in Amsterdam. Ze woonde 1860 - 1 mei 1861 aan de Leijdschestraat, wijk X nr 734, en na 1  mei 1861 aan de Hartenstraat, Kanton 3, Buurt LL nr 186. Tijdens zijn verblijf stierf ze, op 10 oct 1861.
Op 28 oct 1861 zijn de kinderen Cornelis Christiaan, Thomas Hendrik en Cornelia Henriette uitgeschreven. Of  Sophia bij overlijden / begrafenis aanwezig was is niet bekend.
 1862 dec Geboorte dochter Betsy Christiana, † maart 1863.
 1865 48 Oxford Terrace, Clapham, atelier 2 Angel Court.
 1867 Geboorte dochter, Christiana Betsy (1867-...).
 1871 9 Woburn Place, Well Street, Hackney. Geb. zoon Sidney D__ (1871-1922).
 1872 Geboorte dochter Emma (1872 4e q - 1906).
 1873 17 mrt Broer CCD komt naar London.
 1874 72 Woburn Place, Well Street, ofwel 72 Well Street (Post Office Directory of Middlesex 1874).
 1877 - 1880  BRUSSEL / LAEKEN. Vermoedelijk vaker, na 1873 en met zoon William Raymond Daniel
 1881  LONDON. Buxton Road 104.
 1883 Geboorte dochter Grace (†1942).
 1890 182 St. George's Road, West Ham, South Essex.
 1891 61 Dacre Road, West Ham, South Essex.
 1895 48 Oxford Terrace, Clapham Road.
 1901 - 1911 3 Woodlands Road, Leytonstone, South Leyton, Essex.
 1911 East London suburb of Leyton.
 1915 Hadrian Bungalow in Haydon Bridge, Hexham.
 1918 ER3/31 Registers of Voters for the Hexham Division vermeldt 923 Peter Dommison, Brigwood
(R = residencequalification).
  Anna Petronella overleden 27 febr 1918, begraven St. Cuthbert's Churchyard, Haydon Bridge.
PCD overleden 15 nov 1918, begraven 18 nov in St. Cuthbert's Churchyard, Haydon Bridge, Hexham.


De "further research" waarvoor dit artikel pleit, leverde op dat Pieter C. Dommershuizen in 1833 is geboren, te Utrecht. Niet in 1834, zoals veelal (in engelstalige artikelen en veilingcatalogi) te lezen is. Veelal, ja, zelfs bij pleiter Timothy Lawrence Williams - o schande - , maar nu juist niet in onderstaande geboorte-aangifte (die - het zij ten overvloede gezegd - in het BOEK 1833 van de BS Utrecht staat). NB De schilder P Chr Dommersen 1865-1913 heeft nooit bestaan, een fictie die zelfs Christie's in 2009 ontging.


Op heden den Zevenden December achttien honderd drie en dertig, den voormiddags ten half Elf ure, is voor mij Meester Jonkheer Paulus Adrianus Beelaerts van Oosterwijk Wethouder der Stad Utrecht, gecommitteerd tot waarneming van den Burgerlijken Stand, verschenen Petronella Vrijenbergh Vroedvrouw, oud negen en dertig jaren, weduwe Bernardus van de Vegt wonende alhier in het Hekelsteegje Wijk D nr 384 welke mij verklaard heeft, dat Cornelia Dommershuisen Naaister, oud drie en twintig jaren, wonende alhier in de Jufferstraat Wijk G nr 474 aldaar bevallen is den zesden dezer maand, des avonds ten acht uren van een kind hetwelk mij gebleken is te zijn van het Mannelijk geslacht, waaraan de Moeder de Voornamen van Pieter Cornelis heeft gegeven.
Toegangsnr 481 BS Registers 1811-1902 inv nr 699-03 aktenr 1344, Het Utrechts Archief.

Het verkeerde geboortejaar (1834) wordt reeds op onderstaande gezinskaart (BS Amsterdam) aangetroffen. Dochter Sophie ontbreekt.

Inline afbeelding 2
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853:NL-SAA-22345344, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 1
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853 NL-SAA-22140402, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 1
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853 : NL-SAA-22129608 Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 107.

Op bovenstaande BS-kaarten ziet men Cornelia weduwe Smit genoemd worden. Haar meisjesnaam is Dommershuizen.

Moeder Cornelia Dommelhuizen (26 jr) woonde met zoon Pieter Cornelis (6 jr) en zoon Thomas Hendricus (8 dagen) op Biltstraat, wijk A nr 176 in Utrecht. Cornelia was naaister en ze zijn alledrie Roomschen, hoewel op andere documenten NH staat.

Inline afbeelding 4
Het Utrechts Archief. Register Volkstelling 1840. Biltstraat 176A.
Cornelia (26 j.), Pieter Cornelis (6 j.), Thomas Hendrikus (8 dagen).

Pieter schijnt zich zelf de teken- en schilderkunst bijgebracht te hebben. De spoorlijn naar Amsterdam werd in 1843 geopend, wat voor Utrecht een opbloei betekende en voor PCD een snelle verbinding met een wereldstad waar picturale grootheden van zijn tijd werkten en exposeerden. In 1850 woonde en werkte PCD in Amsterdam. Hij verloofde zich met Anna Petronella Sijnja (Synja, Sinja).

Op 21 mei 1851 woonde PCD *1833 te Utrecht op het Rusland, wijk B nr 167 te Amsterdam. Godsdienst N.Hervormd, beroep Fijnschilder.
Inline afbeelding 1
Archief v h Bevolkingsregister 1851-1853 : NL-SAA-22372030, Stadsarchief Amsterdam

Met verloofde Anna Sijnja en zijn broer Cornelis Christiaan trok Pieter omstreeks 1858 voor jaren naar Engeland. Pieter trouwde met Anna in in the Parish of S. Marylebone Trinity Church in the county of Middlesex, London, op 27 jan 1859.

Inline afbeelding 1   
    Holy Trinity Church, Marylebone, Middlesex, London


London-Dutch Church : ATTESTATIONS, 1841 to 1872, Vol. 9 Nos. 2777 to 3052 / MS7386 - London Metropolitan Archives.

Dat is dus 18 nov 1858, get. door Posthumus Meijes. Rechts onder staat zijn acceptatienummer, 2938, dat overeenkomt met dat in Registers of members of the London Dutch Church 1667-1873. Gelijkluidende attesten zijn er ook voor Anna, Thomas en Cornelis Christiaan D__ (nog steeds met r i.p.v. l. Cornelia Henriette Dommershuizen, de zus van PC, TH en CC is geregistreerd op 5 juli 1862 samen met Henrietta Polonia Reissland (Mrs. Geverding).
Attestations London - Dutch Church 1841 - 1872.


De belijdenis van Cornelia Henriette Dommershuizen vond 5 juli 1862 in de Dutch Church plaats.
Registers of members of the London-Dutch Church, February 1667 till 24 September 1873 / MS7402-12 / CLC/180/MS07386/009, London Metropolitan Archives. Archives of the Dutch Church in London.


    1874

UK City and Country Directories 1766-1946 / 1878 © Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

         1915
ER3/31 Register of Voters 1918, Hexham Parliamentary Division, County of Northumberland - Northumberland Archives.

Inline afbeelding 5
Bevolkingsregisters 1853-1863: NL-SAA-41312085, Stadsarchief Amsterdam.
Thomas, Christaan en Cornelia H vertrokken naar Engeland, uitgeschreven in 1861.


Anna Petronella Sijnja 1838 - 1918

 1838 24 apr  AMSTERDAM. Geboren in het Binnengasthuis. Dochter van Betske Botma Synja en NN. Had broer Johannes Willem, *3 juni 1823 te Leeuwarden, † 28 juni 1869 te Riouw, Sumatra, Indië. Zusje Anna Petronella leefde niet lang, *febr 1829, † 4 nov 1829 te Leeuwarden. Anna is kort daarna (ca. 1830) naar Amsterdam gegaan.
 1852 26 sep Hoogte Kadijk, wijk U nr 601.
 1855 feb Rapenburgerstraat, wijk V nr 463.
 1856 juli Vijzelgracht, wijk AA nr 63.
 1856 aug Heerengracht, wijk V nr 292. Op dit adres woonden en werkten moeder Betske en dochter Anna Petronella als meid resp. als dienstbode bij de fam. van Looy.
 1857 mei Noorderstraat, wijk AA nr 463 waarschijnlijk tot mei 1858, toen ze met PCD naar Engeland vertrok.
Of vanaf Leidschestraat wijk CC nr 3, waar PCD in mei 1858 vandaan naar Londen vertrok.
 1859 27 jan  LONDON. Huwde Pieter Cornelis Dommershuizen in de Holy Trinity Church, Marylebone.
  Ze woonde bij haar man PCD. Voor adressen zie de tabel van PCD hierboven.
 1918 27 feb Overleden Haydon Bridge, Hadrian Bungalow, begraven St. Cuthbert's Churchyard, Haydon Bridge.
—  Op haar overlijdensakte staat vermeld dat Anna 80 jaar oud was, geboren in 1833. Dat klopt niet. Anna Petronella Sijnja is geboren 24 april 1838 in Amsterdam en overleden op 27 februari 1918 in Haydon Bridge, Hexham, U.K.


De geboorteakte van Anna Petronella, dochter van Betske Botma Sijnja.


Stadsarchief Amsterdam 5009 : Archief van de Burgelijke stand, 1838, deel 4. Inventarisnr, KLAB00796000153.


          De achtergrond van Betsche en Anna Petronella.

We hebben hier te maken met de Friesche landadel. Betske of Betsche (Anna's moeder) was een dochter van welgestelde ouders, Iede Sijnja en en Agnemietje Jelgershuis. Iede heeft verschillende beroepen gehad. Zo was hij zilversmid op het Nauw te Leeuwarden, en had hij het hotel De Doelen aan de Kelders te Leeuwarden. Ook was hij bode op het stadhuis ("messager du maître"). Na zijn overlijden exploiteerde zijn weduwe met haar beide dochters Betske en Anna Petronella het Sneeker Veerhuis aan het Klein Schavernek te Leeuwarden. Dit werd Anna Petronella fataal, zij overleed in 1827 bij de geboorte ven haar eerste kind.
    Betske is dus werkzaam geweest in "Het Sneeker Veerhuis". Zoals in die tijd gebruikelijk was voorzag ze haar gasten niet alleen van eten, drinken en onderdak, maar voldeed ze ook aan andere behoeften. Hierdoor wist ze zich te verzekeren van een behoorlijk inkomen. In die tijd waren er echter nog geen voorbehoedsmiddelen en de gevolgen laten zich raden. Ook Betske werd zwanger. In 1823 werd Johannes Willem geboren. In 1829 kreeg Betske haar tweede kind, een dochter. Ze noemde het meisje Anna Petronella naar haar in 1827 overleden zus. Helaas, binnen het jaar overleed het dochtertje. Daarna vertrok Betske met haar zoon naar Amsterdam. Daar liet ze zich vier jaar jonger inschrijven dan ze werkelijk was. Waarschijnlijk was dat aantrekkelijk i.v.m. haar beroep.
   Op 22 april 1838 kreeg ze haar derde kind, en weer noemde ze het Anna Petronella.
Toen ze ouder werd moest ze op een andere manier in haar levensonderhoud voorzien en trad ze samen met dochter Anna in dienst bij de joodse familie van Izaac van Looij aan de Heerengracht, wijk V nr 292. De dames werkten er aug 1856 - mei 1857 intern als dienstmeid resp. dienstbode. Betske trouwde op 13 mei 1857 te Amsterdam met Hendrik Beijleveld (*1 april 1813, Amsterdam, van beroep ondermeester = uitvoerder in de bouw). Het echtpaar woonde feb 1862 - sept 1877 in Amsterdam, Nieuwe Looijersstraat wijk AA nr 373.

Anna Petronella van Sytzama (geboren Sijnja), de zus van Betske, is geboren in 1806 als dochter van Iede Sijnja (*22 mrt 1758) en Angelietie Sijnja-Jelgershuis (*27 juli 1762). Anna trouwde met Maurits Pico Diderik van Sytzama (*1789). Zij hadden een zoon: Junius Sijnja. Anna is overleden in 1827, op 21 jarige leeftijd. Net als haar zus, Betske, kreeg Anna Petronella een kind terwijl ze niet getrouwd was. Hoewel ze als beroep hoedenmaakster opgaf, was het waarschijnlijk dat zij meewerkte en klanten hielp in het Sneeker veerhuis. Volgens overlevering is ze de maîtresse geweest van baron Maurits Pico Didrik van Sytzama uit Oenkerk. (Zie bijlagen.) Het is in elk geval opmerkelijk dat haar zoon, Junius, zijn zoon Maurits Pico Didrik noemde.

   Anna Petronella heeft haar zoon Junius vermoedelijk naar haar oom Junius van Alema vernoemd in de hoop dat, als er wat met haar gebeurde, hij de zorg voor het kind op zich wilde nemen. Tante Trijntje van Alema was immers bestuurslid geweest van het weeshuis van Harlingen. Bovendien was het echtpaar kinderloos.

         
https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/

Sytzama werd in 1814 lid van de Ridderschap van Schoterland, 1823 houtvester, 1826 lid Tweede Kamer, 1840 lid Raad van State en gouverneur van Friesland tot zijn overlijden 15 juli 1848.

--------------------------------

Iede (Yde, IJde) Sijnja gedoopt 22 mrt 1758 in Dokkum, overleden 16 mei 1818 in Leeuwarden. Beroep zilversmid, stadhuisbode te Leeuwarden. Zoon van Lieuwe Sinia † 19 mrt 1797 en Betske Namnens Botma † 4 jan 1811. Getrouwd met  Agnemietje Jelgershuis op 7 mei 1786 in Tytsjerk. Kinderen :
Lieuwe Synja 1 okt 1786, † voor 1806 — Jacobus Synja 23 jan 1789, † 1832 — Namne Sijnja 9 mei 1792, † voor 1806 — Grytje Sijnja sep 1794, † 22 nov 1823 — Johannes Sijnja *30 nov 1804 — Betske Sijnja apr 1803, † 1880 — Anna Petronella Sijnja *mrt 1806, † 22 jun 1827.

Anna Dommersen werd geboren als Anna Petronella Sijnja, op 24 april 1838 in Amsterdam. Haar moeder was Betske Sijnja, *25 april 1803 te Leeuwarden, gedoopt 15 juni 1803, gestorven 1880.

--------------------------------



Naamlijst van Gedoopte personen in de Hervormde Kerken in Leeuwarden in de jaren 1802-1809, Historisch Centrum Leeuwarden.

Betske trouwde op 13 mei 1857 te Amsterdam met Hendrik Beijleveld (*1 april 1813, Amsterdam), maar had eerder al drie kinderen van een of meer onbekenden gekregen :
1. Johannes Willem Sijnja (1823), Leeuwarden
2. Anna Petronella Sijnja (ca. februari 1829), Leeuwarden, overleden op 14 november 1829.
3. Anna Petronella Sijnja, 24 april 1838, Amsterdam. Zij trouwde 27 jan 1859 in Engeland met Pieter.


Leeuwarder Courant 19 mei 1818


Leeuwarder Courant 22 mei 1819

Leeuwarder Courant 27 juni 1820


Leeuwarder Courant 29 mrt 1822


Leeuwarder Courant 23 jan 1824

*    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *    *

Huwelijksakte van Anna en Pieter :

Huwelijksakte Pieter Cornelis x Anna Petronella Sijnja 27 jan 1859.
© Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

Hij was een zoon van Cornelia Dommershausen, *Utrecht 1816, † 1861, naaister. In 1853 is zij met haar oudste zoon Pieter voor de rechtbank in A'dam gedaagd omdat Pieter niet was komen opdagen bij de keuring voor de militaire dienst.
   “Overwegende, dat de beklaagde, blijkens Proces-Verbaal van B & W dezer Stad [...] verzuimd heeft haren zoon Pieter Cornelis Dommelshuizen welke, aan de lIgting voor de Nationale Militie van het jaar 1852 was onderworpen, daartoe te doen inschrijven” heeft de rechtbank haar veroordeeld.


198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam 1853, Vonnisnummer 160, Invtnr. 37 / Noord-Hollands Archief Haarlem.

De veroordeling van Pieter :       V O N N I S .   —    In Naam des Konings !
Overwegende dat de beklaagde hoewel behoorlijk gedagvaard en uitgeroepen niet is verschenen -
Gezien art. 270 - Wetb. van Strafr. / Verleent verstek tegen de beklaagde / en voorts . . .
De beklaagde werd "aangewezen", d.w.z. hij moest zijn dienst bij de Nationale Militie vervullen en de opgelegde boetes betalen. Zijn moeder werd uiteraard niet bij de miliciens ingelijfd maar werd tot hogere boetes veroordeeld omdat ze haar zoon niet op zijn plicht had gewezen.
   Hoelang Pieter onder dienst geweest is? In de 19e eeuw kon dat jaren duren, tenzij men zich vrijkocht. In ieder geval vinden we hem in 1861 in Engeland, nu als Peter.

MXG 709458 General Register Office England / Crown Copyright

Pieter (*1833) trouwde 27 jan 1859 in Londen met Anna Petronella Sijnja, in de District Church of Trinity. Hij woonde toen Bolsover Street, vlakbij Regent's Park, zij Trinity District. Hij noemt als zijn vader "Thomas Dommershuisen / Gentleman deceased", zij noemt "Louis Sijnja / Doctor of Medicine". Maar haar moeder is Betske Botma Synja en vader is de bekende NN. Anna Petronella neemt de tweede achternaam van haar moeder over.
   Tijdens de huwelijksceremonie in de Holy Trinity Church van Anna Petronella Sijnja en Pieter Cornelis Dommershuizen waren als getuigen aanwezig, ze tekenden : Warnar Gijselman en Barta Maria Haije. Deze twee vormden een echtpaar, ze waren 16 juni 1853 in Amsterdam getrouwd.

Gijselman

   Warnar Gijselman (Gijzelman) is 28 oct 1827 te Amsterdam geboren, in 1877 in Newton Abbot, Devonshire overleden (aktes staan in de archiefboeken, negeer wat bij Christie's e.a. aan geboorte- en sterfdatums wordt vermeld.) Gyselman is in de kunsthandel op gelijke voet met de Dommersen aanwezig ; gemeen hebben ze ook dat bij beide namen standvastig foute gegevens vermeld worden. Deze Warnar, 6 jaar ouder dan Pieter, was lithograaf, tekenaar, fijnschilder. Volgde de Academie voor Beeldende Kunsten. Hij vertrok in 1855 vanuit Amsterdam naar Londen. Dat zou voor PCD een aanleiding geweest kunnen zijn ook naar Engeland te vertrekken, of meteen met Gijselman mee te gaan voor een verkennend bezoek. Autodidacten heb je in soorten en maten. Was PCD een een fundamentele uit-het-niets-beginner, die nog nooit een tekening of schilderij had gezien voordat hij een potlood op het papier zette ? Nee. Hij kwam uit een familie waarin de beeldende kunsten beoefend werden. Heeft hij zijn ogen de kost gegeven wanneer ze aan het werk waren dáár en bij Warnar, met wie hij kennelijk bevriend was geraakt ? Antwoord overbodig.
    Zie hoe deze Gijselman schilderde, dat moet PCD geïnspireerd hebben.

Inline afbeelding 1
Warnar Gijselman, Dutch Canal scene – E. Stacy Marks Exhibitions. Niet gedateerd.

Warnar (A'dam 1827 - Newcott Abbott 1877) kwam uit een Ev.-Luth. familie : hij was een broer van Paulus Marcus (A'dam 1839-Islington 1929) (beeldhouwer) en Hendrik Gijselman 1837-1859 (beeldhouwer, Kon. Ak. BK A'dam), en een oomzegger van Hermanus Gijselman *1806 (amateur)schilder van vnl landschappen, † Rotterdam 1875). De Gijselmannen bevonden zich in een gelijksoortige situatie als de Dommershuizens in GB. Ook drie jongere broers van Warnar Gijselman vestigden zich in GB, Benjamin in St Pancras East, Paul Marcus (Paul Mark) en Michel Nicolaas Jean (Michael Nicholas John) in Islington. De broers schreven hun namen in GB als Gyselman. Warnar liet zich in 1858 bij de Dutch Church in Londen inschrijven. De nakomelingen Gyselman zijn net als Dommershuizen in meerdere census te vinden, ze verspreidden zich in Engeland.

Hendrik Gijselman en Paulus Marcus Gijselman, de jongere broers van Warnar, hebben zich ingeschreven aan de Akademie. Warnar zelf niet, ook Pieter D_ niet. Dat zegt niets over wel of niet genoten onderricht.
    In het boek met de inschrijvingen van de jaren 1855 - 1863 staat het volgende :
inschrijving nummer : 1639, Christiaan Cornelis Dommershuizen, geboren : 11 novb 1842, namen der ouders : Tomas Henderik overl en Cornelia Smits, geboorteplaats : Utrecht, woonplaats : Leydschestraat bij de Keizersgracht no 3, aangekomen : 17 nov 1857, afdeeling van onderwijs : voorbereiding, aanmerkingen : Schilder.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
Archief van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, inschrijvingen 1855 - 1863, toegangsnummer 681, inventarisnummer 1.7 - 120, Stadsarchief Amsterdam.

De naam van de vader van CC valt op : Tomas Henderik. In de trouwakte van PCD noemt deze als zijn vader "Thomas Dommershuisen / Gentleman deceased".

In het Alfabetisch Naamregister der leerlingen aan de Teekenscholen 1839 -1868 is te vinden :

Inline afbeelding 4

Inline afbeelding 5

Inline afbeelding 7
Archief van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Alfabetisch Naamregister der leerlingen aan de Teekenscholen 1839-1868, toegangsnummer 681, inventarisnummer 1.7 - 122, Stadsarchief Amsterdam.

Inline afbeelding 2
The Archives of the London-Dutch Church / Register of the Attestations or Certificates of Membership, Confessions of guilt, Certificates of Marriages, Betrothals, Publications of Bans &, & [preserved in the Dutch Reformed Church, Austin Frairs, London, 1568 to 1872, Edited by J. H. Hessels.
uit : Archives of the London Dutch Church. 1846. Ook Alma Tadema trouwde in St. Marylebone, London, in juli 1871. Hij kwam in 1870 naar Londen maar zijn naam is niet te vinden in het archief van de Dutch Church.


 

De kinderen van Pieter C. Dommelshuizen
en Anna P. Sijnja :
      - William Daniel Raymond (1859)
      - Betsy Christiana (1862)
      - Christiana Betsy (1867)
      - Cornelia (1869)
      - Sidney (1871)
      - Emma (1872)
      - Grace (1883)
      - Anna Betske Christina (1889)


 

 
© Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

In 1901 woonde Grace nog steeds bij haar ouders in Leyton (Groot-Londen). Op de 1911 census staat Grace er niet meer bij.
Op de 1871 census (bevolkingstelling) voor Pieter C. Dommershuizen ontbreken Anna zowel als Christiana Betsy. Christiana zou dan 3 of 4 jaar zijn; zij is geboren in Islington en niet waar de eerdere kinderen geboren zijn. In de 1871 Bevolkingstelling ontbreekt Anna Dommershuizen. Ze woonde toen misschien in Islington? Of was naar Holland gegaan.

Betsy / Betsey Christiana , Christina Betsy

DOMMERSHUIZEN, Betsy / Betsey Christina, 1d, 389, Lambeth, geboren dec 1862, gestorven jan 1863, Lambeth, London. Het meisje, vernoemd naar haar oma Betske, leefde niet lang,
Vervolgens in (april, mei of juni van het jaar) 1867 werd geboren Christina Betsy, zij trouwde in 1887, † onbekend.
Van beiden wordt ook de spelling Christiana aangetroffen.

Census 1881
Name: Christina B. Dommershuizen. Age: 13. Estimated birth year: abt 1868. Relationship to Head: Daughter. Father: Peter C. Dommershuizen. Mother: Anna P. Dommershuizen. Gender: Female. Where born: Islington, Middlesex, England. Civil Parish: West Ham. County/Island: Essex. Country: England. Street address: 104 Buxton Rd. Registration district: West Ham. Sub registration district: Stratford.
Household Members: Name / Age
Peter C. Dommershuizen 47
Anna P. Dommershuizen 42
Christiana B Dommershuizen 13
Sidney Dommershuizen 9
Emma Dommershuizen 8

Betsey Christina Dommershuizen is op 4 maart 1863 begraven op Norwood Cemetery, Lambeth. Sterfdatum onbekend. Ze is 5 maanden oud geworden. Het gezin woonde toen S Trinity Square in Brixton.
Inline afbeelding 2
Inline afbeelding 3
Board of Guardian Records, 1834-1906, and Church of England Parish Registers, 1813-1906. London Metropolitan Archives, London.
In een ander archief wordt Betsey genoemd, zonder precieze datering, zonder adres, maar met dezelfde spelling van haar voornamen :
Inline afbeelding 4
England & Wales, Civil Registration Death Index, 1837-1915

Maar ze heette wel degelijk Christiana. In 1887 trouwde ze, 33 jaar oud, met Robert Winter, 36 j.

England & Wales, Civil Registration Marriage Index, 1837-1915 / © 1997-2017 Ancestry.com

Bij de census van 1891 woonden ze in West Ham, met dochter Grace, Christiana's zus Emma (dressmaker) en huishoudster Emily Chessum. Winter werkte bij de spoorwegen ("Railway Clerk").

Inline afbeelding 4
© Crown CopyrightImages reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

Census van 1901 Robert & Christiana Winter en de tiener Grace.
Inline afbeelding 5



PCD en CCD waren Artists, zij maakten Marine Views, en woonden met zoontje William Daniel in Lambeth, Brixton.

1861 England Census Pieter Cornelis Dommershuisen
National Archives London, England © Crown Copyright / www.ancestry.co.uk

Timothy L. Williams leest 179 Trinity Terrace, maar 179, the "Number of Schedule" in kolom 1, is "not an adress as such, but is used by the enumerator to refer to the census form delivered to the household. It isn't useful as the number will be different from one census year to another for the same house. Anatomy of the census page / www.rootsuk.com

© Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

Onderstaand formulier heeft geen exacte datum. Er blijkt in elk geval uit dat de bejaarde PCD en zijn vrouw Anna nog in 1911 in the East London suburb of Leyton woonden.


Achterkant van het formulier :
805 = Holland Foreigners Residents     © Crown Copyright


© Crown Copyright - The National Archives copyright and taken from www.ancestry.co.uk   Jaartal zal 1911 zijn.

In 1861 woonden CCD, PCD, Anna en zoon William Daniel (*Stratford) 18 Trinity Terrace, Stratford, Greater London. Veel kunstreizen. In 1861 bezocht PCD A'dam. Kort nadien verwierf PCD de Britse nationaliteit en noemde zich Dommersen. Christiaan werd Christian.

In 1891 woonde het gezin 61 Dacre Road, West Ham in oostelijk Greater London, met twee kinderen meer, Sidney (19 jaar oud, die een baan in de verzekeringswereld had) en Grace die pas 7 jaar oud was. Grace ontwikkelde zich tot schilderes, maar had niet het succes dat haar vader en oom behaalden. In 1895 woonde men 48 Oxford Terrace, Clapham Road, London. PCD was weer veel op reis in Europa, woonde enkele jaren in Brussel.

William Raymond Daniel Dommershuisen/Dommersen 1859-1927

   Shipwreck. William D. R. Dommersen. 36.8 x 28.6 cm.

     

William Raymond was de oudste zoon van Pieter en Anna. Diverse combinaties van zijn voornamen staan in de archieven en catalogi vermeld. Als schilder signeerde hij met W. of W. R. Dommersen.
  Samen met zijn vader (en vaak met zijn oom Cornelis Christian) reisde William veel door Engeland, Nederland, Italië, België en Frankrijk om te schilderen. De kunstenaars zochten naast de grotere steden ook altijd de kustplaatsen op.
  Dat regelmatig met elkaar optrekken vertaalde zich in een verwantschap van werkstijl en onderwerpkeuze. Hun werk vertoont veel gelijkenis, wat auteurs tot onjuiste uitspraken verleid heeft.
  PCD voelde zich in Engeland thuis, CCD trok meer op Nederland. Pieter exposeerde in de Society of British Artists. Zijn uit 1871 daterende The Harbour of Harlingen sloeg zo aan dat het in The Daily News besproken werd. PCD verbleef 1877-1882 in Brussel, vaak met CC en William.
   William had de Britse nationaliteit. In Engeland kwam hij tot grote productie. Daar raakte hij vooral bekend om zijn schilderijen van Tunbridge Wells (tijdelijk zijn woonplaats), Windsor Castle en zijn Thamesgezichten.

Op sommige Engelse veilingsites staat William te boek als Dutch painter, daarnaast is op veel sites een foutief geboortejaar in omloop, namelijk 1850. Birth index 1859 :



          Ancestry.com

Men vindt William Daniel Raymond en William Raymond Daniel. Dommersen wordt ook (van) Dommersheusen en (van) Dommersheuzen genoemd.
  Dommersen (London, 1859 Stratford West Ham, 1927 London) maakte tussen 1875 en 1927 genrestukken, landschappen, marines, stads- en dorpsgezichten bij voorkeur aan het water. Geïnspireerd vakwerk.


W. R. Dommersen, Vuurtoren Tholen, 1889 Photo credit: Russell-Cotes Art Gallery & Museum.

Het gezin van William (1859-1927) en Annie (1864-1943) Dommersen :

Stanley Raymond (1883)
Florence Annie (1884)
Ernest William (1887)
Daisy (1889)
Edith (1891)
Percy Edwin (1894)
Reginald Septimus (1896)
Frederick (1899)
nn (1900)
William L. (1903)
Elsie (1906)

1911 Engeland Census for William Dommersen / National Archives London, England / www.ancestry.co.uk

 

Annie Louisa Gormer trad in 1882 in Westham in het huwelijk met William R. Dommershuizen.

 
 

Annie L. Gormer geboren 1864 Stratford, Essex, overleden
dec 1943 op 78-jarige leeftijd in Ilford, Essex.
Annie ziet er Nederlands uit, maar de naam Gormer kwam in de
18e eeuw in Engeland voor.

Voordat ze trouwde was Annie 'Glove maker'.

Er is in Ancestry een overgetikt Birth Register te lezen uit 1864, daar is per abuis de naam Gormar aan Annie meegegeven.

Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 2

          W R Dommerson                                                      W. Dommersen       - is dezelfde                

Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 1

William Louis Dommersen
, *Essex 1903, zoon van William, † Pembrokeshire, Wales, droeg de tweede voornaam van zijn moeder.

On the Maas. Particuliere collectie.
Bovenstaand een beeld van Louis' (Lewis) kunst en een duidelijk exempel van zijn signatuur en stempel, van een ander schilderij genomen. Grappig, die enorme zeilen en de twee stoompijpjes eronder. Een late hybride. De Engelsman kwam nog met enige regelmaat naar zijn familie in Holland, naar de plaats waar zijn voorouders opgroeiden en de grondslag voor hun respectabele carrières gelegd werd.


William Raymond Dommersen *1859 – (niet 1850 zoals in de catalogus staat) – † 1927), Engelse haven met boten en figuren bij een klifkust, olieverf op doek, gesigneerd, 35 x 50 cm. Catalogus Veilinghuis Peerdeman Utrecht.

PIETER CORNELIS DOMMERSON. John Martin wasn't the only famous artist to live in Haydon Bridge. Pieter Dommerson (Dommershuizen) 1834 [lees 1833 T.K.]-1918 [...] moved to Haydon Bridge with his wife Anna and daughter Amy, sometime before 1918. The family lived at 'Hadrian' in 'The Bungalows' before Pieter died on November 15th 1918 during the Spanish Influenza outbreak. Anna had died the previous March. The Haydon News on line / Issue 9, November 2011.
Het geboortejaar van Pieter is 1833, niet 1834. De wijk 'The Bungalows' wordt tegenwoordig Brigwood genoemd.

The deaths of Peter and Anna were registered as follows :
In the January/February/March quarter of 1918
Dommersen, Anna, aged 80, Hexham Volume (Vol.) 10b Page 472
In the October/November/December quarter of 1918
Dommershuizen, Peter C., aged 85, Hexham Volume (Vol.) 10b Page 756

"My 3x great grandmother, Jane Naisbitt, originally from Westmoreland, moved to London in the 1860's and is found to be lodging with the two dommerhuesssen brothers. There is speculation within our family that one of them was the father of my great grandmother! As they came from Utrecht, were they Jewish [een vreemde stelling, T.K., maar vgl. Stambomen van Nederlands Joodse families www.maxvandam.info]. Photos of my g grandmother show features pertaining to that theory", aldus een anonymus op The Hexham Historian - Forum / Dommersen/Dommershuizen / Hexham Local History Society.
    Volgens de 1871 Census woonde Anna Petronella Dommelshuizen Synja op de teldag niet bij haar echtgenoot. Vergissing van de ambtenaar? Had Peter iets met Jane ? #℅¡\≥! echtelijke twist, of was ze gewoon op familiebezoek ? Haar moeder leefde tot haar overlijden op 12 april 1880 in Amsterdam, dus . . . Ze had nog een broer Johannes Willem, *Leeuwarden 3 juni 1823, maar die is in 1848 naar Soerabaja vertrokken, nog vóór het huwelijk van zijn moeder, en overleden 28 juni 1869 in de provincie Riouw, Sumatra, Indië (Almanak voor Nederlandsch Indië 1848). Er is niets bekend terzake van de afwezigheid van Anna. Wèl is bekend dat er verscheidene 'echte', als zodanig geregistreerde nakomelingen van Pieter en Anna in Schotland wonen.

Emma Jane Dommershuizen of 54 Plympton-road Brondesbury Middlesex, widow, died 3 June 1920. Probate London 10 July to Amy Emma Dommershuizen, spinster. Effects £409 15s 3d. The Hexham Historian - Forum.
Emma D__ (dezelfde?) was getrouwd met George Henry R. Hare, zie de Faulkner Family Tree en de Simon & Louise Family Tree op Ancestry.

1871 Household Members : Name Age  
    Peter C Dommerson    37  
    Christian Dommerson    29  
    William R Dommerson    11  
    Jane Naisbitt    21  


1871 England Census Peter C. Dommerson / National Archives London, England © Crown Copyright / www.ancestry.co.uk

Jane Naisbitt werd geboren op 6 sept 1849 in Temple Sowerby, Westmorland. Haar ouders waren Francis Naisbitt en Sara Fenton (Fan-, Fainton). In 1854 overleed haar moeder ; Jane was toen 4 jaar oud. In 1861 woonde Jane nog bij een schoonzus in Temple Sowerby. Ze had dus ook nog een broer, en wrs meer broertjes en zusjes. In dat jaar zou ze (een kind van 11 jaar, met wie?) naar Londen verhuisd zijn. In elk geval woonde ze volgens de census van 1871 in het huis van de broers Dommelshuizen in Hackney, Londen.
  Jane trouwde op 28 mei 1871 met Benjamin Salter in Poplar, Middlesex, London. Salter was eerder getrouwd geweest met Elizabeth Mary Gilbert.
   Maar vóór haar huwelijk had Jane al een kind gekregen, Janett Naisbitt (*5 april 1868 / niet 22 febr 1868), van een onbekende vader. Jane was toen 18 jaar oud. Na de geboorte moest de moeder het babytje afstaan. Was Janett een dochter van PCD ?

In de 1871 England Census Register is Jane vermeld als (bezoeker?) household member bij de broers Dommershuizen die toen in Well Street woonden. Janett, het dochtertje van 3 jaar is vermeld as 'nurse child' bij een mevrouw Amelia Byard (1852) die op 78 Stainby Rd. woonde. Een 'nurse child' is een kind dat afgestaan werd ter adoptie of als pleegkind. In vele gevallen ging het om buitenechtelijke kinderen. Soms werden de foster parents ervoor betaald. Amelia Byard was een 'house keeper' met 4 kinderen. De twee oudste moesten werken.

   De afstand tussen Well Street and Stainby Rd was ca. 20 minuten lopen ; dichtbij genoeg voor Jane om af en toe haar dochter te bezoeken.

   Janett Naisbitt (13 jr) staat niet meer in de 1881 England Census Register hoewel Amelia Byard (inmiddels weduwe) nog steeds op 78 Stainby Rd. woonde. In 1886 trouwde ze.

   Janett plaatste bij het huwelijk van haar moeder de naam van Salter (haar stiefvader) achter de naam van haar moeder Naisbitt en noemde zich dus Janett Naisbitt Salter. Bij haar eigen huwelijk met Herbert Samuel Hayden Thouless (Thowless) op 25 dec 1886 in de All Saints Church in Hackney nam ze haar mans naam over : Janett Thouless. Ze kregen zes kinderen. In 1901 duikt Janett administratief nog op in Hackney, in 1911 blijkt ze naar Oxfordshire verhuisd te zijn, waar ze in 1913 is overleden.
   Op de geboorteakte van Janett Naisbitt wordt geen vader genoemd.


BXCH 065257 General Register Office England

De namen van moeder en dochter worden hier nog als Jane en Janet Naisbit gespeld. Jane woonde 26 Stainsby Road in Poplar, een wijk aan de Thames, 4 km ten zuiden van Stratford. De aangifte geschiedde op 14 mei 1868.

—  —  —  —  —  —  —  —  —  —  — —  — 
                      

      

The garden of Walter Butters, 49 King Edward's Road, Hackney, by Pieter Cornelius Dommersen. 1876. 57 x 83 cm. Private collection. In the section devoted tot the 'room or garden as subject', there is no question about the accuracy of Pieter Cornelius [zoals men hem in GB noemde] Dommersen's painting of a fashionable 'Italianate' Hackney garden in 1876 : it seems to have been executed with the assistance of photographs, which may explain why the builder Walter Butters and his family appear as if planted out in a flower-bed. The family was so proud of its garden that they had painted themselves in. –  John Hardy in The Burlington Magazine, June 2004.


DOMMERSHUIJZEN, P.C. (Pieter Cornelis) (1833-1918)
De in 1833 te Utrecht geboren oudere broer van C.C. Dommelshuizen maakte zichzelf het schilderen eigen. Na een verblijf in Amsterdam van 1852 - ca. '55 trok hij met zijn broer naar Engeland, alwaar hij met een zeegezicht tot de tentoonstelling van de Royal Academy van 1865 werd toegelaten. Ook in Brussel was hij korte tijd werkzaam. Zijn œuvre bestrijkt het klassieke marinerepertoire: Hollandse en Engelse zee-, rivier-. strand- en havengezichten, boten en schepen in woelige zee en storm en schipbreuken. Hij signeerde zijn werk met P. C. Dommershuizen, P.C.D. of P. C. Dommersen.
   Zijn broer C.C. nam wel degelijk les. Zie het Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad van 29 juli 1858 :
Heden had de prijsuitreiking der Koninklijke Akademie der Kunsten [te 's-Gravenhage] plaats : C. C. Dommershuizen verwierf eene loffelijke vermelding voor teekenen naar geschaduwde voorbeelden.

De gebroeders Pieter Cornelis en Cornelis Christiaan Dommelshuizen woonden en werkten niet alleen in hun geboorteland Nederland, maar al snel ook in Engeland, België en Frankrijk. De broers legden zich toe op het schilderen van marines en stadsgezichten. Al op jonge leeftijd openbaarde zich hun talent. Waarschijnlijk in 1861 trokken PC en CC naar Engeland, waar ze veel succes oogstten. Pieter heeft zich er blijvend gevestigd, maar Cor is na hun Vlaamse periode weer naar Nederland teruggekeerd..
   Cornelis Christiaan schilderde vele historiserende Amsterdamse stadsgezichten in een 17e-eeuwse setting, wat schilders als Springer ook deden. Toen hij in 1880 de Oude Kerk in Amsterdam tekende legde hij een enigszins 18e eeuws aandoend stadsbeeld vast, dat door de komst van grote zeeschepen via het in 1878 gereedgekomen Noordzeekanaal sterk van karakter zou veranderen.
   De Nieuwe Waterweg kwam in 1872 tot stand. Zie voor Dommelshuizen ook Van der Schaft en Vollering, Schilders aan de Nieuwe Waterweg -150 jaar Hoek van Holland.

 

Oude Kerk te Amsterdam, potloodtekening, 1894, [Peter C.] Dommersen.
BD/RKD/1448-NEG/Ned.II/Tekenkunst/ Stadsgezicht, Topografie /RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Inline afbeelding 2

Saluutschot van Ned. oorlogsschip. Joseph Vernet aan het werk bij Dordrecht, 1765. Gesigneerd Dommersen 1894 (l.o.). Het schip voert nauwelijks zichtbaar de Nederlandse vlag in top. Dit schilderij is voor studie-doeleinden nagetekend door zijn dochter Grace. Foto : BD/RKD/1448-NEG/Ned.II/Tekenkunst/ Stadsgezicht, Topografie /RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Inline afbeelding 3

Signaturen van Peter Dommersen uit 1896 en van Christian uit 1920.

img-kavel

Pieter Dommelshuizen ‘Vissers in woeste branding’. Paneeltje 15 x 20 cm. Sign. l.o. Verso lakstempel initialen P.C.D. Foto catalogus veiling 16 april 2018 Notarishuis Arnhem. Een hele kunst, zo'n miniatuur.

Een beeldend kunstenaar die van zijn werk wil leven moet exposeren. Alleen voor zware sculpturen is dat ‘lastig’. Een van de eerste tentoonstellingen waar werk van Pieter te zien was, vond in 1855 te Leeuwarden plaats.

    



Tweede Tentoonstelling van schilderijen, teekeningen, enz. / vol. 1 / https://books.google.nl/books

Tentoonstelling Arti in 1856, PCD en M.F.H. de Haas worden genoemd.
Inline afbeelding 1Inline afbeelding 6

          Algemeen Handelsblad 17 sept 1856.

Voorbeeld van de beeldend kunstenaar Hendrik Gijzelman uit de tijd dat PCD al aan de weg timmerde.

Inline afbeelding 7

Algemeen Handelsblad 5 sept 1856.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 5
Inline afbeelding 9

Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad 15 dec 1862.

P. C. Dommershuyzen werd bij Arti als kunstlievend lid van de Maatschappij Arti et Amicitiae, opgericht in 1839, gevestigd aan het Rokin te Amsterdam voorgesteld door Joseph de Groot, blijkens de notulen van de 593ste bestuursvergadering van 10 maart 1857. Arti telde toe plm 900 kunstlievende Leden.

Notulen VIII 26 feb 1856 tot 11 mei 1858 / Vergadering 551 - 645 / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam.

In de Naamlijst der LEDEN van de Maatschappij "Arti et Amicitiae", mei 1857 tot 1859, in het archief van Arti et Amicitiae en in het Rijksmuseum bewaard, staat echter dat Pieter op 3 maart 1857 lid werd. Dat klopt om een of andere reden niet.

Notulen IX 26 15 mei 1858 tot 9 oct 1860 / Vergadering 666 - 727 / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam.

P.C.D__ werd in maart 1857 lid van Arti et Amicitiae, hij werd op 2 juni 1859 wegens wanbetaling als lid geschrapt. —  (Lidmaatschap  fl  10  per jaar.) In 1858 vertrok hij naar Londen. ("over twee jaren contributie verschuldigd gebleven").'

690 Vergadering gehouden op Dingsdag den 31 mei 1859.    (Uittreksel)


. . . . Nog wordt door de voorzitter meedegedeeld dat er op voorstel des penningmeesters een schrijven is gerigt aan diegenen der gewone, buitengewone en kunstlievende leden, die gedurende korteren of langeren tijd, nalatig zijn gebleven in het voldoen der contributie, en die dus, volgens de wet, reeds van hun lidmaatschap zouden zijn vervallen; bij welk schrijven die nalatigen uitdrukkelijk gewezen zijn op de toepassing der wet zoo zij voor den 1 juni niet aan hunne verplichting zullen hebben voldaan. Hij wenscht het gevoelen der vergadering te meten nopens het vervallen verklaren van het lidmaatschap van diegenen onder de aangeschrevenen die niets van zich hebben doen horen, met name :

   Pieter Cornelis Dommershuizen plus 3 anderen
   Pieter Cornelis D__, kunstlievend lid, ook over twee jaren contributie verschuldigd gebleven.

Bij omvraag wordt met algemene stemmen de wet, die zij reeds zoo lang hebben overschreden, op bovengenoemde Heren toegepast, en zij dientengevolge van hun lidmaatschap worden vervallen verklaard. De secretaris wordt uitgenodigd de bedoelde Heeren kennis te geven van de wil der vergadering.

   Met betrekking tot diegenen die zich op het bovengenoemde schrijven tot het bestuur gewend hebben met verzoek om eenig uitstel onder bijvoeging der meer of minder gegronde belofte om binnen eenen zekeren tijd aan hunne verpligting te voldoen, wordt door den voorzitter voorgesteld, om hun uitstel tot 1 November te verleenen. Daar de bij het schrijven des bestuurs gestelde termijn den volgenden dag zoude verstreken zijn, wordt door de vergadering, overeenkomstig art. 24 der wetten, tot een dadelijk besluit overgegaan, en met algemeene stemmen besloten dat voorgestelde uitstel toe te staan.

Notulen Vergadering 690, den 31sten mei 1859 / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam.

    

Naamlijst der leden van de Maatschappij "Arti et Amicitiae", mei 1859 / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam.


Nr. 12 Register van Afgevoerde Leden / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam.

De namen Bertelman (immigrant, leerling van een leerling van J. S. Bach) en Hana vallen op.

Pieters broer Christiaan komt – althans in deze jaren – niet in de ledenlijsten voor. In 1877 deed Pieter, toen wonend te Brussel, aan een expositie bij Arti mee. Wij komen hier de inschrijving van R. P. de Vries tegen, die R. P. de Vries *1841 kan zijn ; R.W.P. sr is de vader van A. G. C. , is dus Käthe's grootvader, is Hella's overgrootvader. via Käthe oud-oudoom van Hella Haasse. Andere mogelijkheid Rutgerus Pieter de Vries, *8 maart 1833, zonder beroep.

   
GRAVES Algernon : The British Institution, 1806-1867 / A Complete Dictionary of Contributors and their work from the foundation of the Institution / 7856 FF 8 -British Library London.   — Links woonadres, rechts atelier.

       
Naamlijst der leden van de Maatschappij "Arti et Amicitiae", mei 1859 / Archief Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam


Leden van Arti et Amicitiae


1858
Verslag en naamlijst der leden van de Maatschappij "Arti et Amicitiae”, gevestigd te Amsterdam, vol 10 / https://books.google.nl/books

De getallen 685 en 771 zijn geen lidmaatschapsnummers. Op de lijsten staan namen, met de datum van inschrijving van nieuwe leden ervoor gezet. De nummers vóór de datumkolom zijn geen lidmaatschapsnummers. De naamlijst is een genummerde lijst van leden ; de nummers veranderen per jaarverslag (in dit geval 1857 en 1858) als gevolg van vertrek / overlijden van leden en toetreding van nieuwe leden.

             Expositie 1877
Tentoonstelling van schilder- en andere werken van levende kunstenaars / vol. 3 / https://books.google.nl/books

Pieters broer Christiaan Cornelis exposeerde in 1876 in Rotterdam :


Catalogus der Schilder- en Kunstwerken, op de Tentoonstelling op de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam in 1876.

Op de Salon van Antwerpen 1876 was werk van Chr. D__ en L. Alma Tadema aanwezig.

    

NOTICE des Ouvrages Exécutés par des Artistes vivants et exposés au Salon d'Anvers de 1876

              
           De Belgische Beeldende Kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw, A - K / Art in Belgium.

In de Catalogus Tentoonstelling van KUNSTWERKEN van Levende Meesters te 's-Gravenhage 1890 ziet men :

            

En in de Catalogus Tentoonstelling van KUNSTWERKEN van Levende Meesters te 's-Gravenhage 1893 :

             

                       NB — De l van Dommelshuizen komt in deze catalogi niet voor. —

Het huishouden van Pieter Cornelis Dommershuisen met vrouw Anna Petronella Synja, broer Christian Cornelis en zoon William Daniel in 1861. Leeftijden 28, 23, 18, 1 jaar. Ze wonen in Lambeth, 18 Trinity Terrace. De Artists maken Marine Views. Pieter is British Subject en Picture Painter. Anna is 5 jaar jonger dan hij.

 

In deze census (1901) wordt William (1859-1927) "Picture Painter (Artist)" genoemd. Zijn vrouw Annie P. is evenals William "native of Holland". Hun kinderen zijn Daisy, Edith, Percy, Reginald, William en Elsie. De twee kinderen wier namen niet vermeld zijn, woonden zelfstandig.  © Crown Copyright

Households Census (volkstellingen) : 1881, 1891, 1901 (na het overlijden van Thomas Dommershuizen/Domershingen)

England Census 1861, 1871, 1881, 1891

© Crown Copyright www.ancestry.co.uk/National Archives London.

Het is duidelijk dat Emma (*1872) in 1871 niet 37 j oud kan zijn en in 1891 niet 57 j oud kan zijn. Zulke opgaven van bepaalde spelers op het genealogische veld moeten reeds in principe met groot wantrouwen bekeken worden, maar de onderzoeker is gedwongen alle jaartallen op juistheid te controleren en personen met identieke namen genealogisch uit elkaar te halen. Ook persoonsverwisselingen komen voor. Ik aarzel niet deze opgaven als waardeloos te bestempelen.


Foto LL

Het woonhuis van Pieter en Anna Dommerson, Hadrian Bungalow, in Haydon Bridge, gelegen aan de Tyne, 28 mijl ten westen van Newcastle. "HADRIAN" staat op het bordje naast de deur. Het is niet bekend of zij hun woning in Londen aanhielden en tijdelijk ver weg op het platteland waren gaan zitten om de griepgolf te ontwijken. Het Parochieregister 1654-1991 ligt in de Newcastle Central Library. Bij de overledenen zijn de Dommelshuizens te vinden. Peter en Anna overleden beiden in 1918, Peter aan de spaanse griep. De naam van het huis, Hadrian, is ontleend aan de Hadrians Wall, een muur uit de romeinse tijd, aangelegd in opdracht van keizer Hadrianus, zo'n 120 km lang, dwars door Engeland van de Noordzee tot de Ierse zee. In de Bungalows, een welstandswijk, nu Brigwood genoemd, hadden de huizen wel een naam maar geen nummer. Peter ging wonen tegenover het geboortehuis van de schilder John Martin (*19 juli 1789 Haydon – sinds 1806 in Londen – †17 febr 1854) in East Land Ends aan de overzijde van de rivier.
In de maand nov. 1918 stierven 49 mensen in Haydon Bridge, op een bevolking van ruim 1500, aan de spaanse griep.

    © Crown Copyright 100045616 / www.geograph.org.uk


The Parish Register Series, Haydon Bridge, St Cuthbert, Burials 1654-1991. Haydon Bridge Library.

© Mike Quinn / Creative Commons licence / www.geograph.org.uk.

In de Anglicaanse St. Cuthbert zijn de uitvaartdiensten voor Anna en Peter gehouden. Vicar W. H. Ainger heeft de diensten geleid. De begrafenissen vonden plaats op St. Cuthbert's Churchyard, gelegen tegen en op de heuvel achter Alexandra Terrace, niet ver van Haydon Bridge Station. Het is nu een oord van verval. Vrijwilligers onderhouden wat er over is.
  Northumberland and Durham Family Society- in Newcastle upon Tyne is publishing an indexed transcript of baptisms and marriages 1654-1900 and burials 1654-1991 (microfiche PR208).
Register of Burials in the Burial Ground of St. Cuthbert's Haydon Bridge 1906-1933.
   Het origineel archief van St. Cuthbert's Church ligt in Ashington. Lang niet alles is gescand. Met de hand digitaal ingebrachte items geven in het kort alleen de belangrijkste data. Ook in Haydon Bridge Library zijn sommige gegevens te vinden, en in Tynedale Council in Hexham.
  Dat is onpraktisch, die verspreid liggende gegevens, maar het bewaren van alle originelen evt. samen met copieën in één gebouw kan bij brand een onherstelbare ramp veroorzaken. Dan is alles verloren. Moet ik voorbeelden geven ?

Pieter Cornelis (PC) *6 dec 1833 Utrecht Jufferstraat, † 15 nov. 1918 in Haydon Bridge, Hexham. PC is overleden, 85 j. oud, aan de spaanse griep op 15 nov 1918 in zijn verblijfplaats Haydon Bridge : 1. Influenza (7 days) 2. Bronchitis, Cardiac failure. Hij is begraven op St. Cuthbert Churchyard te Haydon Bridge.
   Zijn weduwe, Anna Dommersen [Anna Petronella Sijnja], was 27 febr 1918 (80 j. oud) al overleden en 2 mrt d.a.v. begraven. Ze had haar linker dijbeen gebroken en bezweek na 55 dagen aan cystitis en uitputting. Grace Stephens, Daughter, was present at the death.



† Anna D. : 27 feb 1918, Grace Stephens, Daughter, present at the death.
† Peter Cornelius D. : 15 nov 1918 Edward John Stephens, Son-in-Law, present at the death.
DYD 962971 & DYD 963052 General Office for England and Wales / Crown Copyright.


        

   
St. Cuthbert Churchyard te Haydon Bridge.   Foto's LL


In de loop der jaren zijn ondanks weer en wind de meeste opschriften op de headstones leesbaar gebleven. De gezochte graven van Pieter en Anna waren er niet bij. De omgevallen stenen zijn gekeerd en bekeken, maar ze zijn niet gevonden. Van de 48 mensen die in 1918 op dit kerkhof zijn begraven zijn er slechts acht teruggevonden Van de ca. 500 grafstenen zijn er 200 verdwenen, waaronder die van Pieter en Anna Dommelshuizen.

  

Hadrian’s Wall

Zie : hadrianswall.country

 

Cornelis Christiaan Dommelshuizen 1842 - 1928

 1842 11 nov  UTRECHT. Geboren op de Springweg, wijk E nr 154.
 1844 mrt Viebrug, wijk C nr 21.
 1847  AMSTERDAM. Utrechtschestraat, wijk Y nr 327.
 1851 23 mei Niet bekend.
 1851 aug Kerkstraat, wijk BB nr 593.
 1851 9 oct Amstel, wijk 2 nr 372.
 1852 mei Vijzelstraat, wijk X nr 549.
 1853 23 apr Oude Waal, wijk N nr 9.
 1853 6 mei Kerkstraat, wijk 2 nr 278.
 1856 mei Botermarkt, wijk Y nr 275.
 1857 mei Leidschestraat, wijk CC nr 3.
 1858 nov Reguliersgracht, wijk AA nr 641.
 1860 mei Leijdschestraat, wijk X nr 734.
 1861 1 mei Hartenstraat, wijk LL nr 186.
 1861 28 oct  LONDON CCD vertrok met zijn broers en zus naar Engeland, naar het huis van PCD. Philippo woonde in mei  1860 nog in Amsterdam.
 1861 18 Trinity Terrace, Stratford. Noemde zich nu Cornelis Christian of Chr. Dommelshuizen.
 1863 21 juli Algemeen Politieblad, soldaat.
 1874 17 mrt  BRUSSEL / LAEKEN komend van Londen. (?)
 1874 16 oct Huwelijk te Brussel met Henriette Johanna Philippo wonende te Laeken.
Vestigden zich in Amsterdam.
 1881 17 mrt Geboorte enige zoon Georges te Brussel, CC wonende te AMSTERDAM.
 1884 24 juni  BRUSSEL.
 1887 9 juli  PARIJS (Courbevoie).
 1895 half nov  LONDON.
 1897 in Londen tot .....
 1896 - 1897  NEW YORK.
 1903 20 sep Overlijden Henriette Johanna Philippo.
 1904 25 mei Georges vertrekt per schip (de Potsdam) naar New York, één dag voor het tweede huwelijk van zijn vader.
 1904 26 mei  DEN HAAG. CC hertrouwt met Carolina Maria Frederica de Geus, weduwe van
W. C. T. Kuyper. Prins Hendrikstraat nr 23 Den Haag / 1904-5 naar Pr H str 18.
 1910 Ziekenhuisopname.
 1928 23 mei Overleden Gemeenteziekenhuis Den Haag. Zoon Georges woont in Lake City USA.


Chr. Dommelshuizen verbleef blijkbaar eind 1895 in Londen (een jaar voor zijn grote reis naar NY) :

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2

     Inline afbeelding 3
Haagsche courant 17 dec 1895   Provinciale en Overijsselsche en Zwolsche courant 20 feb 1912

 

De naam van Pieter komt niet voor in de Index 1867-1880 en Register II 1881 á 1890 van Laeken, evenmin in het Register van 'strangers'. Volgens de medewerkers van het archief was het niet verplicht om je in te schrijven. Dus kan het zijn dat Pieter en zijn zoon William inderdaad regelmatig bij zijn broer te vinden waren, als uitvalsbasis voor reizen naar het zuiden, zeker ook om de vruchten van die reizen (België, Frankrijk, Italië) te exposeren. Een adres is opgedoken : 40 Rue de Marché aux Herbes in Laeken bij Brussel.

Prins Hendrikstraat 23, den Haag

Op 1 jan 1895, de datum van opname in het Wijkregister 1880-1895 van den Haag, wonen op de Prins Hendrikstraat 23 :
- C. Dommelshuizen (wrs met vrouw en kind).
- wed Philippo geb Philippo CC zal daar met zijn vrouw Henriette Johanna gewoond hebben èn met Hendrika Philippo, zijn schoonmoeder. Zij overleed 25 jan 1913 op 96-jarige leeftijd, ongehuwd.
- H. J. W. ten Bosch *1871 - dit is de oudste zoon (Henri) van Cornelia Clasina Philippo en Gerardus Henricus ten Bosch.
- G. W. ten Bosch - dit zal ook een van de kinderen zijn (de ouders ten Bosch zijn overleden in 1885 en 1887)
Op 17 juni 1895 woont op Prins Hendrikstraat 23 ook :
- Madeleine Vegtel *1878 - haar ouders (Johanna Christina Philippo en Hendrik Christoffel Vegtel) zijn overleden.

Het bovenstaande wil zeggen dat CC kinderen in huis had van zijn overleden schoonzussen en zwagers. Detail : zijn eigen zoon Georges lijkt hier niet te wonen.

Prins Hendrikstraat 18, den Haag

Op 26 mei 1904 (huwelijksdatum van CC met Carolina de Geus)
- C. C. Dommelshuizen
Op 29 juni 1898
De weduwnaar W. C. T. Kuyper staat op onderstaande kaart 2 regels boven CC. W.C.T. Kuyper (†) was eerder echtgenoot van Marie Cécile van Hoten / van Houten. In 1898 woonde Kuyper daar met zijn tweede echtgenote Carolina de Geus, maar Kuyper overleed in 1900. CC en Carolina kwamen elkaar regelmatig tegen, dus dat die connectie tot een huwelijk leidde van de twee alleen in het leven staanden is niet verwonderlijk. De weduwe Kuyper bleef tot haar dood in het huis wonen, vanaf 26 mei 1904 als echtgenote van CC, na diens dood als de weduwe Dommelshuizen.

Inline afbeelding 1
Bevolkingsregister 1895-1913 Woningregister, Delen Ab tot Zw lade 58, Haags Gemeente Archief.

CCD was geen autodidact, zoals van zijn broer Pieter gezegd is, maar kreeg teken- en schilderlessen.
“Heden had de prijsuitreiking der Koninklijke Akademie der Kunsten [te 's-Gravenhage] plaats” :


Nieuw Amsterdams handels- en effectenblad 29 juli 1858.

Onder de onderscheidenen treft men ook August Allebé en Johannes Jacobus Paling (Amsterdam 1844 - Laren 1892). Paling (zie Cor. v. Sillevoldt, in deel II) werkte in Amsterdam tot 1886, in Harlingen 1870-1871, daarna in den Haag en Laren (N.H.). Schilderde interieurs met figuren. Tentoonstellingen in Amsterdam en den Haag. Werk van hem in het Rijksprentenkabinet.

Cornelis Christiaan (in de akte staat: Dommelhuizen) (*11 nov 1842 Utrecht Springweg – † 23 mei 1928 Den Haag). Kunstschilder. Signeerde na ca. 1890 meestal met Christian Dommelshuizen, of C.D. Evenals Pieter in 1853 kreeg Cor met het gezag te maken. De Dommelshuizens hadden iets tegen de dienstplicht.

Inline afbeelding 1   
Registratiecode RPOLNL068933 afb 1863010318 Algemeen politieblad Koninkrijk der Nederlanden 1863 CBG.

Het CBG bezit de jaargangen 1852-1946 van het Algemeen politieblad. Het bevat signalementen (bijvoorbeeld van verdachten, veroordeelden, gedeserteerden, vermisten), gegevens over gedupeerden (van misdrijven), uitgezette en toegelaten vreemdelingen en rijkspolitieambtenaren (aanstelling, promotie, beloning, standplaatsen).

Moeder Hendrika Philippo (* Haarlem 28 sept 1819) had drie dochters :
1) Cornelia Clasina *A'dam 1850 ✕ Gerardus Henricus ten Bosch kunstkoper (zijn vader is schilder en kunstkoper Johannes Christiaan ten Bosch)
2) Hendrika Johanna *A'dam 1852Cornelis Christian Dommelshuizen kunstschilder
3) Johanna Christina *A'dam 1854 ✕ Hendrik Christoffel Vegtel kunsthandelaar

Madelaine [Rive] Vegtel is een dochter (enig kind) van Johanna Christina (dochter nr 3) en Hendrik Christoffel Vegtel

Inline afbeelding 1
Archief v h Bevolkingsregister 1853-1863 NL-SAA-40093432, Stadsarchief Amsterdam mei 1860.

HIer komen de lijnen Dommelshuizen en Philippo samen. Vragen en toelichting.

Hebben CCD en Hendrika Philippo elkaar via Ten Bosch leren kennen ?

   Achtergrond van de Philippo's. De drie dochters Cornelia Clasina *1 nov 1850, Hendrika Johanna *26 jan 1852, en Johanna Christina *16 juni 1854 dragen de achternaam van hun moeder, vader / vaders is / zijn niet in beeld, evenals bij PCD en CCD.
   Hendrika WIE is de moeder van Henriette Jeanne (de 1e vrouw van CC, moeder van Georges). Moeder Hendrika zelf blijft ongehuwd. Ze verhuist veel (zie kaart BS den Haag).

Beter verging het Gerardus Henricus ten Bosch en Cornelia Klasina Philippo (schoonzus van Christiaan Cornelis D). Goed katholiek gezin, veel kinderen. Uiteindelijk bleven er zes leven, maar de ouders overleefden hun kinderen niet.
Gerard overleed in 1885, Cornelia in 1887. Het jongste kind was toen 4 jaar oud.
   Ze woonden in Amsterdam, Brussel en den Haag (NB nadat Hendrika Johanna 17 maart 1881 in Brussel beviel van Georges, beviel haar zus Cornelia Clasina een maand later op 20 april 1881 ook van een zoon in Brussel).
   Gerardus was behalve kunstkoper óók kunstschilder, evenals zijn vader. Het lijkt erop dat de schilderzwagers en zussen dicht bij elkaar hebben gewoond in Amsterdam, Brussel en den Haag. Het is vrij duidelijk dat ze een gemeenschap vormden waarin huizen gedeeld werden, waarin kinderen en moeders opgenomen werden wanneer vader of vaders op kunstreis waren. De vergelijking met het leven van potvisgroepen (sperm whales) dringt zich op. "Vooral vrouwtjes verzorgen de overdracht van potviscultuur [...]. De mannetjes leven de eerste tien jaar van hun leven bij hun moeder. Dan verlaten ze de groep en trekken ze naar het koudere water rond de polen. Maar vrouwtjes blijven hun lange leven bij elkaar. Een typische potvisfamilie bestaat uit kalfjes, moeders, nichtjes, tantes en oma's. De potvissen zogen elkaars jongen en passen op de kalfjes als een moeder gaat duiken (Behavioral Ecology, 2009). Soms trekken twee of meer families samen op voor een paar uur of een dag. Familie, groep, clan. Dat zijn de drie lagen van de potviscultuur" (Lucas Brouwers, NRC 13 mrt 2016).
   Nadat Gerard en Cornelia overleden waren heeft Cristian C Dommels zich over hun (jonge) kinderen ontfermd.

Gerardus Henricus ten Bosch, kunstschilder :

Inline afbeelding 21
's-Gravenhage Overlijden 1885 serie, akte 500, Haags Gemeente Archief. Inschrijving overlijden 17 febr 1885.

Inline afbeelding 5
Het nieuws van den dag 5 mei 1870

Inline afbeelding 1
Algemeen Handelsblad 7 febr 1871

Inline afbeelding 15

Algemeen Handelsblad 11 juli 1872

Inline afbeelding 20

Locomotief 27 dec 1873

Inline afbeelding 19
Algemeen Handelsblad 10 dec 1874

Inline afbeelding 10
Algemeen Handelsblad 8 maart 1875

Inline afbeelding 8
Het nieuws van den dag 10 maart 1876

Inline afbeelding 17
Algemeen Handelsblad 7 juli 1877

Inline afbeelding 6
Het nieuws van den dag 16 febr 1878

Inline afbeelding 9

Rotterdamsch Nieuwsblad 1 juli 1879

Inline afbeelding 16
Algemeen Handelsblad 22 april 1881

Inline afbeelding 12

Algemeen Handelsblad 11 sept 1881

Inline afbeelding 7
Het nieuws van den dag 17 mei 1882

Inline afbeelding 3

Het nieuws van den dag 31 maart 1885

Inline afbeelding 13
Algemeen Handelsblad 15 april 1887

   Op 4 mei 1870 trouwden te den Haag Gerardus Henricus ten Bosch, kunstkooper, en de 1e dochter Cornelia Klasina Philippo, zonder beroep.
   De ouders van de bruidegom waren Johannes Christiaan ten Bosch, kunstkoper, en Anna Maria Meier, z.b.
   De vader van de bruid is NN, de moeder Hendrika Philippo. Hendrika overleed 25 jan 1913 op 96-jarige leeftijd, ongehuwd. Op dat moment woonde CC ook in den Haag. BS den Haag.

Een derde dochter van Hendrika trouwt met een kunstkoper in 1870 (Hendrika Philippo & CCD trouwen in 1874).

Madelaine [Rive] Vegtel trouwt 5 aug 1902 te den Haag met de zoon van haar stiefvader :
Frans Thodoor Maria Rive, 24, advocaat en procureur, trouwt met Madelaine Rive Vegtel, 23, z.b.
Ouders bruidegom Jacob Georg Louis Rive, industrieel, en Anna Geertruida Theodora Maria Schaepman, z.b.
Ouders bruid Hendrik Christoffel Vegtel (-) en Johanna Christina Philippo (-).

BS den Haag --- Madelaine Rive Vegtel is de dochter (enig kind) van Johanna Christina.
Het milieu is dat van kunstenaars en kunstvrienden.

....................................

https://discovery.nationalarchives.gov.uk

Sidney kreeg na WO I twee medailles en hij was niet de enige zoon van William Daniel Raymond D__ :
Stanley R Dommershuizen, Regimental Number 110873, Rank - Private (?), Royal Army Medical Corps
Ernest Dommersen, Regimental Number R26396, Rank - Private (?), King's Royal Rifle Corps
Reginald Dommersen, Regimental Number 931 /970671, Rank - Driver, Royal Field Artillery, C/303 Bde


Medal Card of Dommersen, Sidney / Registry of Shipping and Seamen : Index of First World War Mercantile Marine Medals and the British War Medal - BT 351/1/36815 - https://discovery.nationalarchives.gov.uk


Mercantile Marine WWI Miniature War Medal / www.mycollectors.co.uk

    

Sidney (*1871) was een zoon van William Daniel Raymond
Stanley Dommersen (*1884), idem
Ernest Dommersen (*1887)
, idem
Reginald, Reg genoemd, (*1896), idem
Alle vier hebben the Victory and the British Medal gekregen.













The British War Medal 1914-1919 (pictured on the left) was presented to men who had taken part in service between 5th August 1914 and 11th November 1918. Soldiers were required to have either entered an active theatre of war, or left the United Kingdom for service overseas between those dates as well as completing 28 days mobilised service.Out of the 8.7 million men who served in the British Army during the First World War, 6.5 million were issued with this medal.
   On the right is the Victory medal. This was awarded to anyone who had been mobilised in service and had entered a theatre of war between 5th August 1914 and 11th November 1918. Around 5.7 million of these medals were issued.

 

BRITISH ARMY WWI MEDAL ROLLS INDEX CARDS, 1914-1920 /© Crown Copyright. Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com.
Uitleg British War en Victory medailles : www.baldwins.co.uk
Je zou kunnen concluderen dat alle vier niet in het buitenland gevochten hebben want op de kaart staat niets bij "Theatre of War first served in / Date of Entry therein" ingevuld. Het lijkt erop dat ze in Engeland vrijwillig - de ouderen - of opgeroepen - de jongeren - aan de krijgsdienst hebben meegewerkt

The Board of Trade awarded this campaign medal, the Mercantile Marine War Medal, to people who had served in the Merchant Navy and who had made a voyage through a war zone or danger zone during the 1914-1918 war.
The British War Medal was automatically awarded to all recipients of the Mercantile Marine Medal.
-- RS2 is het nummer van het (identiteits)certificaat.
-- the mercantile marine office (M. M. O. ) waar de medailles naartoe werden gestuurd.
....................................

C. C. Dommelshuizen (*Utrecht 11 nov 1842) ✕ Brussel 16 oct 1874 Henriette (Hendrika) Johanna (Jeanne) Philippo (*Amsterdam 26 jan 1852 – † den Haag 20 sept 1903). ✕✕ Den Haag 26 mei 1904 de weduwe Carolina Maria Frederika Kuyper-De Geus (* Houtrijk en Polanen (een ambacht dat in 1863 bij Haarlemmerliede en Spaarnwoude is gevoegd) 15 april 1853 – † den Haag 2 jan 1937). Het huwelijk met de weledelgestrenge (mr. of ir.) W. C. T. (Willem Cornelis Taeke) Kuyper bleef kinderloos.

Inline afbeelding 1
BS Geboorten 1843-1863 MM9.3.1/TH-1-10838-15467-96, Noord-Hollands Archief. Geboortenregister Houtrijk en Polanen.
   [ Niet * Amsterdam 14 april 1853. ] Het volgende broertje en zusje van Carolina werden Pieter Christiaan (1855) en Henriette Juliana (1857) genoemd. Curieus toeval.

Willem Cornelis Taeke Kuyper
* 22 oct 1838 te Bergen op Zoom, opleiding in Dordrecht, † 9 oct 1900 te den Haag, 61 jaar oud, echtgenoot van Carolina Maria de Geus, eerder weduwnaar van Marie Cécile van Hoten (of van Houten).

Vader : Taeke Kuijper, Eerste luitenant / adjudant te Bergen op Zoom, Prinsenhofkazerne.
Moeder : Wilhelmina Cornelia van Oldenborgh uit Dordrecht.

Willem Cornelis Taeke Kuijper staat te Dordrecht geregistreerd in de boeken van de jaren 1860-1890.

Corneille Chrétien (Cornelis Chr. D.) kreeg uit zijn eerste huwelijk een zoon Georges (* 17 maart 1881 te Brussel) terwijl hij en zijn vrouw Hendrica Johanna Philippo nog in Amsterdam woonden. Ze waren misschien op reis, zeg maar een zwerfschildertocht. Na het overlijden van zijn moeder op 20 sept 1903 is Georges, die nog studeerde, naar Amerika vertrokken en daar gebleven. Op 25 mei 1904 vertrok zijn boot – op 26 mei hertrouwde zijn vader met Carolina de Geus. Was Georges daar op tegen ?
    Georges leefde nog in de 40er jaren als Georges Dommelshuizen, Amerikaans staatsburger, ongehuwd, "lodging" bij een familie Olson in St. Cloud, Berton, Minnesota. 'Geo' deed wat klusjeswerk, had "odd jobs" in "lawns & gardens". Overleden nov 1965.

Het nieuws v d dag kl c 19 juli 1899

Inline afbeelding 1

Het nieuws van den dag 26 juli 1893

 

Inline afbeelding 2

Het nieuws van den dag 18 dec 1899

Het nieuws v d dag 24 aug 1895

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
               Delftsche courant 10 juli 1901

Het Instituut Ubbens, kost- en dagschool, was breed georienteerd in zijn opleidingen. Het gaf niet alleen voorbereidend onderricht voor hogere studies, maar ook voor de KMA te Breda en het KIM in Den Helder, de Posterijen, overheidsdiensten. Georges heeft op een eliteschool voorbereidend middelbaar onderwijs genoten.

          Laeken Registre 1881 à 1890 DET - L  /  Archief van de Stad Brussel

 

10 mei 1890
uit Courbevoie terug
naar Nederland.
Lees : Kunstschilder  PrHendrstr. hnr : 23


Hendrika Johanna Philippo is op 26 jan 1852 te Amsterdam geboren. Haar voorvaderen zullen ooit Philippeau geheten hebben. Bevolkingsregister 1880-1895, Haags Gemeentearchief.

 


Hendrika Johanna (Henriette Jeanne) is geboren 26 Janvier 1852 [à] Amsterdam Ho[llan]de. Haar moeder Hendrika (Henriette) in Haarlem op 23 juli 1816. - Laeken - Registre 1881 à 1890 M - V / Archief van de Stad Brussel.

 

Inline afbeelding 2

Het nieuws van den dag 21 oct 1874.

De enige nakomeling van de schilder C. C. werd Georges genoemd. 
Algemeen Handelsblad 21 maart 1881




          Laeken Registre 1867 vol. 15Archief van de Stad Brussel.

Op 17 maart 1874 kwam de "art. peintre" C. C. van Londen naar Brussel en in aug 1874 betrok hij een huis in Laeken, met zijn vrouw (huwelijk 16 oct 1874) en met zijn belle mère, Hendrika (Henriette) Philippo (*23 sept 1816 geboortebewijs Haarlem of 23 sept 1819 BS A'dam of 23 juli 1816 Stadsarchief Brussel). Later kwamen zijn belle sœur, Jeanne Christine Philippo (* 16 juni 1857), weduwe van Christophe Vegtel nog even. Jeanne Christine Philippo vertrok op 11 april 1876 naar Laken (staat op haar BS-kaart Amsterdam), en nièce Madeline Vegtel in 1878. Op 24 juni 1884 woonde hij met zijn vrouw weer in Brussel (schoonmoeder verhuisde op 2 jan 1884 naar Den Haag en schoonzus was al op 20 sept 1882 naar Wenen vertrokken). Op 9 juli 1887 verhuisden C. C. en zijn vrouw naar Parijs. Ze keerden op 10 mei 1890 naar Nederland terug – Pr. Hendrikstraat 23 – vanuit Courbevoie, een stadje in de westelijke banlieue van Parijs. Op 20 sept 1903 overleed Henriette Johanna Philippo.

Inline afbeelding 1
Overlijdensakte Henriette Johanna Philippo, den Haag, overleden 20 sept 1903. BS Overlijden 1903 akte 2609 scan 439, Haags Gemeente Archief.

Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 4
Huwelijksakte C. C. Dommelshuizen en C. M. F. de Geus, 26 mei 1904 den Haag. BS Huwelijk 1904 akte 706 scan 357, Haags Gemeente Archief.

Inline afbeelding 2         Reg code VFADNL025648-blad1, CBG

  

Uit de BS-kaart van CCD__ (*11 nov 1842), gehuwd met Carolina Maria Frederica de Geus (*15 april 1853 te Houtrijk en Polanen, gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude – op haar 18e in Breda ingeschreven) blijkt dat het echtpaar in 1904 in den Haag aan de Prins Hendrikstraat nr 18 is gaan wonen (zij woonde er al als weduwe van W.C.T. Kuyper). CCD__ had met Henriette Philippo op nr 23 gewoond. Zijn tweede huwelijk was uiteraard kinderloos. Bij zijn dood had hij nog steeds de Nederlandse nationaliteit.
   Na het overlijden van CC op 23 mei 1928 werd Carolina de Geus als de weduwe Dommelshuizen-de Geus ingeschreven.   Ze is op 2 april 1937 gestorven.

Inline afbeelding 1   Inline afbeelding 1
                               Algemeen Handelsblad 24 april 1937                                       Haagsche courant 25 maart 1928


Inline afbeelding 1
Haagsche courant 24 april 1937

 
Naamlijst voor den intercontinentalen telefoondienst 1927.
Houd rekening met gemeentelijke huisnummerwijzigingen.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 3
Bevolkingsregister 's-Gravenhage1913-1939 Gezinskaarten 2651.38, Haags Gemeente Archief.

Men komt ook een zekere Pieter Christian Dommersen tegen, 1865-1913 (Nederland, geen verdere biografische gegevens). Deze man heeft nooit bestaan, maar is een fantasieproduct van een kunsthandelaar of -schrijver.

https://www.onderdeboompjes.nl/inc/upload/kavels/70/70_verh1-7-n1.jpg

Torenstraat en Zuidertoren in Enkhuizen. Dit schilderij, olieverf op paneel, gemaakt wrs kort na 1890, is van C. Chr. Dommelshuizen, 11 nov 1842 geboren in Utrecht aan de Springweg, gestorven in Den Haag 23 mei 1928.
   Het zicht is van west naar iets hoger oost. De schaduwval geeft aan dat de zon ergens in het noorden staat, een schilderlijke vrijheid. De torenklok staat op ruim half twee. Uurwerk kapot? De rook en de wasem op de achtergrond zijn deels van de waterstokerij aan het Zuiderkerksplein afkomstig. De parlevinkers voeren in de havens van Rotterdam, Amsterdam en ook Enkhuizen rond met allerlei proviand, waaronder heet water. Vergelijking met oude foto's leert dat de schilder zich enige vrijheden veroorloofde, maar hij was natuurlijk geen fotograaf. De sfeer van de bedrijvige Torenstraat is meesterlijk getroffen. Verschillende panden staan er nog. In de 'deftiger' Westerstraat, die achter de huizen links loopt, zaten een fotograaf, een boekwinkel, kledingzaken en dat soort winkels. De 75 m. hoge toren eindigt in een zeskantige opbouw, door een pompoen bekroond.  —       Coll. TK.

Het is de tijd waarin de kinderen 'in de teil' gaan. Als er geen warm water uit de kraan komt, dan kan zelf op het vuur water warm gestookt worden maar veel mensen gaan ook naar de waterstoker. Met emmers of houten vaatjes wordt er heet water gehaald en naar huis gebracht. Ook voor de was, meestal op maandag in die tijd, wordt warm water van de waterstoker gehaald. – In de waterstokerij staat een grote met bakstenen omklede waterketel waar vuur onder brandt. De waterstoker moet vroeg op, hij moet ervoor zorgen dat het water op tijd warm is. Op de etalageruit van de waterstokerij in de Kortwagenstraat in Rotterdam staat in 1916: "Voor het kraaien van den Haan heb ik het water kookend staan". – De waterstoker verkoopt naast warm water ook schoonmaakmiddelen en aanmaakhout voor de kachel. Ook heeft hij vaak een 'snoeptafel' staan, waar toffees, drop en andere lekkernijen per stuk worden verkocht. – In adresboeken van Rotterdam uit de jaren 1934/1935 staan meer dan 625 waterstokers. In sommige straten zelfs wel twee. Met komst van geisers, boilers en combiketels in de huizen, is de waterstoker aan het eind van de jaren 50 uit het straatbeeld verdwenen. [Harm Kramer, Stichting Ons Rotterdam.]

Onder winterse omstandigheden reisde C.C. naar de U.S.A. Had hij er een tentoonstelling?

Inline afbeelding 2
Heen          Het nieuws van den dag 20 nov 1896

Inline afbeelding 1
Terug          Het nieuws van den dag 17 maart 1897

Misschien heeft een dergelijke reis omstreeks 1910 veel van hem gevergd. in elk geval moest C.C. na terugkomst enige tijd in het Gemeentelijk Ziekenhuis van den Haag behandeld worden. Hij liep al tegen de zeventig.

  statue of liberty by cornelis christiaan dommelshuizen

S T A T U E   O F   L I B E R T Y

 

         CHRISTIAN DOMMELSHUIZEN
                        

                            1910

 


         Sign & dat lower right

 

       Olie op doek, 90 x 56 cm

       Signed & dated lower right

 

 

       Bonhams, New York

In 1897 had CC de Amsterdam II van de HAL geschilderd, buitengaats bij Boulogne-sur-Mer met de tender langszij ; in 1898 wederom de Amsterdam II van de HAL, met tender liggend in de haven van New York bij het Vrijheidsbeeld.

La liberté éclairant le monde, het standbeeld in de baai van New York, verwelkomt met de brandende fakkel der vrijheid in de rechterhand de aankomende schepen. Op 28 oktober 1886 werd het Vrijheidsbeeld ingehuldigd. D__ heeft het tot onderwerp van verscheidene schilderijen gemaakt. Het moet hem sterk aangesproken hebben.

Inline afbeelding 1

De vuurtoren op het Noorderhoofd (de noorderpier) bij Hoek van Holland. Christian Dommelshuizen 1893. Sinds 1890 woonde D__ weer in 's-Hage, na zijn vele reizen voer hij weer ‘in kalme wateren’, maar het rustige leven eens huisvaders weerspiegelt zich niet in dit vreeswekkend onstuimige zeetafereel. Particuliere collectie.


Wereldkroniek 9 nov 1907. Foto M. M. Couvée.  — 
D__ is voor de foto net in het pak gestoken tussen zoveel mogelijk schilderijen opgesteld in een huiskamer. Zijn atelier zag er wel anders uit.

Algemeen Handelsblad 25 mei 1912

 

   

Inline afbeelding 2

C. C. Dommelshuizen. Zonder titel, 1891. Simonis & Buunk, Ede

 

Voorwoord catalogus expositie "Christian Dommelshuizen, schilder van het schip", 8 dec 1970 – 30 jan 1971, Den Helder, marinemuseum.
De bestuurders van het Helders marinemuseum stellen er hoge prijs op om allereerst hun eerbiedige dank te betuigen aan Hare Majesteit de Koningin. die voor de expositie “Christian Dommelshuizen, schilder van het schip” in bruikleen heeft willen afstaan. Zij willen eveneens uiting geven aan hun grote dankbaarheid jegens de vlagofficier, belast belast met de officiersvorming bij het Koninklijk instituut voor de marine, en de diverse directeuren van musea, die stukken uit de door hen beheerde verzamelingen in bruikleen hebben willen afstaan, en jegens brigade-generaal tit. der artillerie b. d. A. Eterman, aan wie het Helders marinemuseum de drie „Dommelshuizens” dankt, die tot de eigen collectie behoren.Om in dit museum een expositie te wijden aan het werk van Cornelis Christiaan Dommelshuizen, die op 11 november 1842 te Utrecht werd geboren en op 23 mei 1928 te 's-Gravenhage overleed, kwam ons om verscheidene redenen zinvol voor. In verband met de doelstelling van dit museum is wel het belangrijkste motief dat dit werk voor een deel van zeer grote documentaire waarde is.Zo vormen Dommelshuizen's schilderijen van de vlootrevues op het Hollandsch Diep en op de Zuiderzee en van de Koninklijke bezoeken aan Hoek van Holland, Den Helder, Vlissingen en Amsterdam een waardevolle herinnering aan een periode uit de geschiedenis van de Nederlandse zeemacht, die weliswaar niet de meest belangrijke en meest spectaculaire is, maar die toch haar eigen waarde bezit. Zij onlenen bovendien een eigenaardige charme aan de omstandigheid dat in het middelpunt van de afgebeelde gebeurtenissen steeds weer staat de jonge Koningin Wilhelmina. Koningin Wilhelmina heeft zich, gezien het feit dat zich relatief veel werk van Dommelshuizen in de Koninklijke collectie bevindt, door dat werk laten boeien. Deze tentoonstelling zij daarom mede beschouwd als een vorm van eerbetoon aan Haar, die gedurende Haar gehele regering getoond heeft een warme belangstelling en genegenheid te koesteren voor 's Lands zeemacht.
    Wanneer wij als onze mening geven dat het werk van Dommelshuizen behalve van documentaire ook van artistieke waarde is, dan zijn wij er ons van bewust dat wij ter zake geen deskundigheid mogen pretenderen. De wijze, waarop Dommelshuizen in zijn beste momenten zon, wind en water in voor Nederland typische combinaties heeft weergegeven, treft ons echter zodanig dat wij die pretentie van artistieke waarde naar voren menen te mogen brengen. Wij menen bovendien dat Dommelshuizen ook in zoverre een ernstig te nemen kunstenaar is geweest, dat in zijn werk een bepaalde artistieke ontwikkelingslijn te bespeuren valt. De twee hier geëxposeerde vroege schilderijen van het barkschip Nicot zouden wij willen karakteriseren als „conventioneel-romantisch” in de traditie van Meyer of Schotel, zonder veel eigens. In schilderijen als die van de twee voor Hoek van Holland oefenende pantserschepen en van het Koninklijk bezoek aan Vlissingen – naar ons gevoel één van Dommelshuizen's beste werken – menen wij echter wel degelijk een eigen, gerijpte stijl te mogen onderkennen met in het bijzonder een fijn gevoel voor atmosfeer.
    Een tentoonstelling van zeventien nummers, begeleid door een beperkte documentatie – meer laten de personele en financiële middelen van dit museum niet toe – kan natuurlijk onmogelijk een volledig beeld geven van Dommelshuizen's werk als zeeschilder, terwijl andere facetten van zijn œuvre alleen kunnen worden aangestipt. Wij menen echter wel te mogen hopen, dat de expositie in deze vorm de bezoekers een zeker kunstzinnig genot zal bieden en misschien zal stimuleren tot verdere studie betreffende de schilder, die wij op deze wijze onder de aandacht van onze bezoekers hebben willen brengen.

        Ph. M. Bosscher, Schilder van het schip. Marinemuseum Den Helder 1970.

Tekst over CCD van Pia's Antique Gallery, Nashville TN USA. Offered for sale is a 19th century oil on canvas, the masterful strokes of Dutch painter, Cornelius Christian Dommelshuizen (1842-1928), relay the beauty of a placid lake filled with a bustling dock and sailing vessels set against a mountainous background. Dommelshuizen was a skillful artist who became famous for creating exceptional paintings depicting 18th century seascapes. His exemplary ability to create depth by layering his colors made his paintings appear to be lit from behind. The colors are warm and expertly blended, typical of this genre of Dutch seascapes. "Landing Plots" is a painting of rare beauty and pleasing balance. Similar paintings by Dommelshuizen have recently sold at major auctions houses for upwards of $70.000 ; in very good age appropriate condition; signed and dated.

De schilders Dommelshuizen hadden geen uitgesproken maritieme voorkeur, zie de Enkhuizer Torenstraat, boven afgebeeld. Hieronder drie schilderijen die (paard, hondenkar, trekschuit) het thema vervoermiddelen delen. Toch werden maritieme taferelen als een specialiteit op hun artistiek palet beschouwd, wat de broers het epitheton "zeeschilders" bezorgde.

    Inline afbeelding 3

1. Chr. Dommelshuizen, De hoefsmid aan het werk, olie op paneel 34,9 x 26,4 cm., sign. l.o. en gedateerd 1889. Op de lijst boven de deuren staat MARÉCHAL P.[RH..], d.i. HOEFSMID P. [.....]. Dommelshuizen heeft veel in België gewerkt. Een koetsier staat met een paard op zijn beurt te wachten. Particuliere coll. voorheen Simonis & Buunk, Ede.
2. Chr. Dommelshuizen, Hondenkar met twee begeleidsters, met twee honden bespannen, olie op paneel, 23 x 33 cm, ongedateerd, sign. r.o. In de kar kruiken waarvan er een aan de deur gekocht of verkocht wordt. Twee figuren verwijderen zich op de achtergrond, de langere met hoed, de kleinere met een stok of een geweer. Particuliere collectie.

Inline afbeelding 4

Chr. Dommershuizen, trekschuit en molen op het Zuider of Noorder Spaarne (waar anders?). Aquarel met gouache, 1905, 15.9 x 23.5 cm.   Particuliere collectie.
Vgl schilderij van Van der Nat, 'Gezicht op molen bij de Wijde Nel, Spaarndam'. Cat. De Boompjes, febr. 2019.

Fishing by the Windmill Signed and dated "Chr Dommelshuizen 1905" l.r. Watercolor with gouache on paper, sight size 6 1/4 x 9 1/4 in. (15.9 x 23.5 cm), framed (without glass). Condition: Mounted onto board, subtle toning, not examined out of frame. Skinner Auctions, Boston. Geveild 12 sept. 2008. Zonder glas is de gouache wel kwetsbaar, helaas. Daarom zal "without glass" expliciet vermeld zijn. – Dommelshuizen woonde in 1905 in den Haag.

Over de molenoever loopt een jaagpad. De kerk op de achtergrond moet de Grote Kerk van Haarlem wel zijn. Zorgvuldig is de brugleuning weergegeven, waar het trektouw zonder te blijven haken overheen glijdt. Huizen en molen staan in het ambacht Houtrijk en Polanen als ik me niet vergis. De molen lijkt sterk op de in 1927 gesloopte Liedemolen. De vereniging Historisch Halfweg denkt aan de Poelmolen, met de Roomolen op de achtergrond. Maar de Poelmolen stond op de westoever van het Spaarne, zodat mijn gedachten toch uitgaan naar een vrije schikking van de objecten in het landschap door de schilder.

Inline afbeelding 1

Thijs S., Haarlemmerliede, pentekening De Liedemolen.

site Historisch Halfweg

 

Inline afbeelding 3

           oppersfilatelie.nl


   Een poststempel van Houtrijk en Polanen. In dat plaatsje (een 'ambacht' in de buurt van Spaarndam) was de vrouw met wie CCD in 1904 trouwde geboren. Overigens is een schilderij geen foto. Een lelijk aanpalend gebouw of hinderlijke begroeiing mag een schilder rustig wergwerken. Paintingshopping bestond niet als woord maar wel als begrip vóór fotoshopping.

De molen op het aquarel is niet herkend door molenkenners. Verondersteld kan worden dat CC een stukje van de geboortegrond van zijn tweede vrouw Carolina de Geus afbeeldde met twee molens - meer of minder product van zijn fantasie - erbij. Hij maakte een sfeerplaat, geen foto.

wikipedia
© Public Domain
Broekdijkmolen   De poldermolen die in 1862 aan de rand van de Waarderpolder werd geplaatst, een z.g. grondzeiler, werd in 1974 naar Warmond verplaatst om de daar verbrande molen te vervangen.
De molen werd in zijn geheel naar Warmond overgebracht en op de gemetselde onderbouw gezet. In 1974 is de molen geplaatst; de restauratie was in 1976 beëindigd. De molen heet op haar nieuwe locatie Broekdijkmolen.


Maar of dit de door CC geaquarelleerde molen is ?

Inline afbeelding 6     
             Dagblad 10 nov 1898                Knipsel 24 febr 1905



              Het  graf   van  Cornelis   Christiaan   Dommelshuizen
   ——

      

          Het Vaderland 23 mei 1928                                                             Het Vaderland 26 mei 1928

Op Oud Eik en Duinen in Den Haag ligt het graf nog, op het historische gedeelte, maar het grafrecht is verlopen. Het graf werd niet meer onderhouden. De gebarsten zerk is een paar jaar geleden verwijderd maar niet bewaard, er schijnt een opbouw geweest te zijn, maar de begraafplaats beschikt niet over een volledige documentatie aangaande het graf - beschrijving, foto, schets, wat dan ook. Wel zijn administratieve gegevens bewaard. Mede dankzij de inzet van dhr Erasmus Laurentius, coördinator buitendienst van Oud Eik en Duinen, is er weer een steen op het familiegraf van Dommelshuizen geplaatst.

's Gravenhage Prins Hendrikstraat 18   [S. 113]                          2 mei 1923                          

   Ondergetekende
Mevrouw Dommelshuizen-de Geus vroeger weduwe van den Heer W. C. T. Kuyper overleden 7 October 1900 te 's Gravenhage en diens universeele erfgename heeft verzuimd te verzoeken het op zijn naam staand graf op haar naam te doen overschrijven en doet dit alsnog op de meest beleefde wijze,
vroeger wed´ W. C. T. Kuyper

C. M. F. Dommelshuizen-de Geus

Deze actie van mevr. Dommelshuizen is gelukkig bijtijds ondernomen. Het vierpersoons graf op Oud Eik en Duinen in den Haag was in 1894 gekocht door W. C. T. Kuyper n.a.v. het overlijden van zijn eerste echtgenote. In 1900 is hij er zelf te ruste gelegd.
Cornelis Christian Dommelshuizen is er in 1928 begraven. En als laatste zijn vrouw Carolina Dommelshuizen-de Geus in 1937.
  De grafzerk heeft meer dan een eeuw de tand des tijds doorstaan, maar moest geruimd worden en is vervangen door een hellende steen, waar het regenwater af kan vloeien.

Hiernaast de ruïne op Eikenduinen, pentekening van Victor de Stuers “naar een teekening van Josua de Grave van 1877”. De ruïne is van een kerkje uit de 13e eeuw.

Collectie Prenten. Identificatienr. kl. A 1397.
Naam vervaardiger Stuers, Victor de (1843-1916) naar Josua de Grave (1643-1712).
Jaar vervaardiging 1880.
Vervaardigingstechniek pen in zwart over sporen van potlood.
Beeldbank Haags Gemeentearchief.

   

Inline afbeelding 1

Het graf ligt op het historisch gedeelte van Oud Eik en Duinen. Daar bevinden zich ook de graven van Mesdag en Sientje van Houten, Koelman, Couperus en Maris, Piet Gerbrandy en zijn vrouw.

   

Links de kale plek zonder zerk, rechts de nieuwe steen. Foto's EK.
Johanna de Geus (de zangeres en aangetrouwde nicht van CCD, haar tante was C.M.F. de Geus) onderhield het graf, betaalde ervoor. Zij betaalde nog op 21 nov. 1984, werd vermoedelijk ziek en overleed in juni 1986. Daarna is er afstand gedaan van de grafrechten door de executeur-administrateur (Pierson Trust).
Archief Oud Eik en Duinen aangaande het graf van CCD en de afwikkeling tot afstand doen.

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 4

OUD EIK EN DUINEN, 1 JANUARI 1992
GRAFNUMMER: 1-1141,  FOLIONUMMER: J 113.
DIT GRAF HEEFT OP DE LIJST VAN VERVALLEN GRAVEN GESTAAN. IS PER 1 JANUARI 1992 HIERVAN VERWIJDERD. REDEN VAN VERVALLEN DIENT NADER ONDERZOCHT TE WORDEN VOORDAT GRAF WEER DEFINITIEF OP VERKOOPLIJST KAN WORDEN VERMELD.
DE GRAFSTEEN KAN VERWIJDERD ZIJN.
JAN VAN BUITEN
LENNO JOL 
                        Archief van Het Zandgraf 1e klasse nr 1141, Archief Oud Eik en Duinen, den Haag

        
          NRC 3 april 1923             NRC 25 mei 1928

 

In 1929, 1930 en 1931, CC was al overleden, stond hij nog steeds in het telefoonboek van den Haag :


Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst Den Haag

pas vanaf 1932 wordt vermeld :

Inline afbeelding 2

Tot aan haar dood in 1937 is Carolina Dommelshuizen-de Geus aan de Pr. Hendrikstraat 18 blijven wonen.

Gérard Antoine de Geus is de vader van Carolina de Geus, de latere echtgenote van Chr. Dommelshuizen. Hij is onder andere Opzigter van Rijnland geweest, ook wel Opziener genoemd.

Inline afbeelding 2
         Het nieuws van den dag : kleine courant 5 aug 1891

Gerard Antoine de Geus Geertruijda Diderica Hackstroh op 12 mei 1842 in Katwijk
(Geertruijda geboren in Katwijk, Gerard geboren in 's-Hertogenbosch). Uit dit huwelijk :

Elizabeth Johanna 5 maart 1843
Geertruida Antoinette 2 maart 1845
Arie Johannes 6 febr 1847
Elzebetha Johanna Samuella 19 feb 1849
Johan Casper Diderik 5 apr 1851
     Carolina Maria Frederica 14 apr 1853
Pieter Christiaan 18 maart 1855
Henriette Juliane 27 oct 1857
Gerard Antoine 9 nov 1860 te Leiden (1888-1939
    huisarts in Den Haag, schoonvader van CC).


Onderstaand het overlijdensbericht van G. A. de Geus (1860), die als getuige de huwelijksakte van zijn zuster tekende. Uit zijn huwelijk met Hermina Maria Johanna Gritters Doublet kwam één kind voort, Johanna, die een bekende zangeres werd.
Herman Gerard Adriaan Gritters is geboren op 19 sept 1870 in Amsterdam, overleden 1919 in Den Haag,

Inline afbeelding 1          Inline afbeelding 3

De Tijd 28 dec 1939                                                                 De Residentiebode 27 dec 1939     

  Ik vermoed dat dr. de Geus als huisdokter van zijn zwager Chr. Dommelshuizen de schilder in 1912 in het Gemeenteziekenhuis in den Haag heeft laten opnemen.
   In De Residentiebode van 13 jan 1940 verscheen een indrukwekkend In memoriam Dr. G. de Geus. Te betreuren is de drukfout  J. de Geus in de kop van het artikel.

Niet dikwijls wordt een overlijden in zoo breeden kring zoo oprecht betreurd als dat van Dr. G. de Geus. In voorname Haagsche families, maar vooral bij de armen en misdeelden, die in Dr. de Geus een weldoener en vaderlijken vriend hebben verloren. [...] van wien een der grootste Nederlandsche chirurgen eens verklaarde dat hij op het gebied der diagnose “de grootste was dien wij in Nederland bezaten!” Hij heeft genegenheid en liefde van velen, zeer velen gehad.

JOHANNA de GEUS sopraan. Johanna was een dochter van dr G. A. de Geus en een aangetrouwde nicht van C. C. Dommelshuizen. Ze was geen prima donna, maar heeft een gestage carrière op het tweede plan gemaakt die tot in de zestiger jaren liep. Het vierpersoons graf op Oud Eik en Duinen in 's Gravenhage is in 1894 gekocht door W. C. T. Kuyper, de eerste man van Carolina, omreden van het overlijden van zijn eerste echtgenote.


BS Geboorte 1903 akte 5322 scan 903 Haags Gemeente Archief : Johanna de Geus *23 oct 1903 Geboorteakte.

Het Vaderland 19 maart 1940

Het Vaderland 9 dec 1941


Het Vrije Volk 31 oct 1953

            Johanna de Geus, sopraan ➔ ➔

Foto J. Lanooy ca 1985. Identificatienr 1.62625, Haagse Beeldbank, Haags Gemeente Archief.

De sopraan Johanna de Geus heeft tot plm. 1960 opgetreden, voornamelijk met liederenrecitals, in Nederland, België, Frankrijk, Zwitserland, en een keer in Wenen. Haar medewerkingen in 1934 aan Boris Godounov van Moussorgski en Der Freischütz van Weber (in het Concertgebouw o.l.v. van Beinum, rec.  en aria Wie nahte mir der Schlummer - Leise, leise) waren uitzonderingen wat betreft opera.

 

De Maasbode 27 juli 1945

Inline afbeelding 1


    
  Johanna de Geus
      geboren 23 oct 1903 te 's-Gravenhage
      overleden 29 juni 1986 te 's-Gravenhage

 
             NRC Handelsblad 2 juli 1986                 De Tijd 8 jan 1949


Johanna de Geus was met o.a. Adriaan Engels en Bernard v. d. Sigtenhorst Meyer oprichter van de Vereeniging voor Protestantsche Kerkmuziek in 1935. "Zij stelt zich voor in verschillende centra van ons land een koor van zeer geschoolde stemmen op te richten. teneinde de moeilijkste Psalmen van Sweelinck en de motetten van Bach in studie te nemen". De Vereeniging beschikte over een uitleenbibliotheek. Correspondentie kon gericht worden aan de Dr Kuiperstraat 13 te Den Haag, het woonadres van Johanna de Geus. Aldus Het Vaderland van 24 jan 1935.
    Sinds 19 febr 2018 staat een artikeltje over haar op https://nl.wikipedia.org/wiki/Johanna_de_Geus.

                       ✦   ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦ 

 

Aanhang


De schilders Pieneman. Genealogie. Illustraties.

        

1860. TER ERE VAN DE SCHILDERS J. W. & N. PIENEMAN, door S. C. Elion. Borstbeelden naar links. Keerzijde drie Genii (gevleugelde mythische knapen) met een palet. Dirks 837. AE 67,8 mm.
J. W. Pieneman geb. 4 nov 1779 overl. 8 april 1853 * N. Pieneman geb. 1 jan 1809 overl. 30 dec 1860
Veiling catalogus 1 dec 2012 Schulman b.v.

Als "stamvader" van deze groep dragers van de naam Pieneman is Johann Ernst Pieneman *1703 te beschouwen. Hij was de vader van onder meer Jan Willem Hendrik *1744 (Tak 1) en Klaas *1755 (Tak 2). — Zie een gedeeltelijke uitwerking van hun stamboomtakken hieronder. Met ::: wordt aangeduid "uit dit huwelijk werd(en) o.a. geboren". — Het zijn geen volledige stambomen, slechts de hoofdlijnen worden aangegeven, veel personen zijn weggelaten. De rij van bekende en minder bekende schilders uit beide vertakkingen begint met Jan Willem Pieneman (1779-1853). Van de bekendste schilders onder de vele Pienemannen worden ter oriëntatie enkele werken of een typerend genre vermeld.
                    Duidelijk wordt dat de bewering, verspreid door Wikipedia en vele anderen
"Het kunstenaarschap in de familie zou in de volgende generaties voortduren: zijn zoon Nicolaas Pieneman (1809-1860), zijn kleinzoon Nicolaas Pieneman (1880-1938), en zijn kleindochter Johanna Pieneman (1889-1986) werden ook bekende kunstenaars"
                    niet juist is.

                   • • •    •    • • • •

Johann Ernst Pieneman (*Engter 29 jan 1703 - †Engter 2 mei 1760) ✕ Anna Christina Westerhuss (*Schleptrup †1760) op 17 aug 1735 te Schleptrup [Engter en Schleptrup liggen dichtbij Osnabrück] :::
   

     TAK 1

Jan Willem Hendrik
Pieneman (*Engter 10 mei 1744 - †Abcoude 1 sept 1807), tuinier ✕ 10 oct 1777 te Loenen Ibetje van Hees (*Abcoude 2 mrt 1755 - †Breukelen 7 apr 1833) :::

Klaas Janszn Pieneman, tuinman (*Abcoude 6 sept 1789 - †Breukelen, Nijenrode 23 mrt 1875) ✕ 15 oct 1819 te Breukelen Maria van der Horst, dienstmaagd (*Breukelen 6 mrt 1799 - †Breukelen 27 apr 1847) :::

1.1  Jan Pieneman (*Breukelen, Nijenrode 25 mrt 1821 - †Mijdrecht 14 nov 1867), timmerman ✕ 1845 te Breukelen, Nijenrode Mijntje van Reyswijk (*Utrecht 25 feb 1814 - †Mijdrecht 12 apr 1881).
1.2   Dirk Pieneman, schilder (*Breukelen 22 feb 1825) ✕ Anna Elisabeth van der Star (*1822) 12 mei 1852 te Amsterdam.

•  •  •  •  •  •  •

ad 1.1  Jan Pieneman (*Breukelen, Nijenrode 25 mrt 1821 - †Mijdrecht 14 nov 1867) ✕ 1845 te Breukelen Nijenrode Mijntje van Reyswijk (*Utrecht 25 feb 1814 - †Mijdrecht 12 apr 1881) :::

Klaas Pieneman, timmerman, scheepsbouwer (*Breukelen 14 feb 1846 - †Breukeleveen 23 jan 1927) ✕ Everdina Beuker (*Vinkeveen 26 juni 1838 - †Breukeleveen 2 nov 1926) 16 nov 1873 te Waverveen onder Vinkeveen :::

Meintje Pieneman (*Vinkeveen 8 nov 1874 - †Tienhoven 5 jan 1964) ✕ Breukelen 1901 Bart van Walderveen (*Tienhoven 7 oct 1870 - †Wilnis 4 mei 1910) :::

               [Walderveen is een buurtschap bij de bekende molen tussen Barneveld en Renswoude]

Klaas van Walderveen (*Tienhoven 10 aug 1903 - 4 oct 1988 Loosdrecht) ✕ Sliedrecht 2 mrt 1928 Aaltje Annetje Otten (roepnaam Alie) (*Tienhoven 13 oct - † Loosdrecht 4 dec 1987). Oom Klaas en tante Alie hadden een zoon Bob (Bart Jacobus) van Walderveen (*Loosdrecht 6 april 1931 - †10 juni 1995 Loosdrecht) schilder, grondlegger van het tropisme.
Zie hier de site over Bob van Walderveen.
Everdina Jannetje van Walderveen, "tante Dien" (*Tienhoven 2 oct 1907 - †Barendrecht 8 juni 2001) ✕ Tienhoven 21 mrt 1956 Wiebe de Jong (havenopzichter in Rotterdam) "hij kwam haar halen"). Ze gingen in Barendrecht wonen. Het was het tweede huwelijk van "oom Wiebe". Hij overleed 12 juni 1958 aan een hartfalen tijdens een bezoek aan Tienhoven en is in Rotterdam begraven bij zijn eerste vrouw Neeltje Zwaal, die 28 jan 1947 overleden was. Wiebe had uit zijn eerste huwelijk een dochter Jantje (*Rotterdam 5 mrt 1921). Zij huwde 23 dec 1947 Cornelis Jacobus Otten, overleden te Amsterdam. Otten had een zus Alie. Dat was Alie Otten, de vrouw van Klaas van Walderveen. Ze kon mooi piano spelen. Klaas was gereformeerd, Alie was katholiek. Tante Dien had weet van de verschillende Pieneman-vertakkingen. Ze was tenslotte al 20 jaar oud toen haar grootvader Klaas overleed, ze was met de familieverhalen vertrouwd. Haar aantekeningen zijn verloren geraakt.
Bart van Walderveen (*Wilnis 23 mrt 1910 - †Wapenveld 4 juni 1991) ✕ april 1933 Jantje Swart (*Emmen 30 mei 1910 - †Wapenveld 20 jan 2000) :::
Meintje Hendrika van Walderveen (*2 sept 1940).
Hennesien van Walderveen (*9 jan 1948), schilder.

•  •  •  •  •  •  •

ad 1.2  Dirk Pieneman, schilder (*Breukelen 21 feb 1825) ✕ 12 mei 1852 Anna Elisabeth van der Star (*1822) 12 mei 1852 te Amsterdam :::
-- Nicolaas Pieneman, schilder (*Breukelen 21 apr 1853 -†Maarssen 16 jan 1945) ✕ Amsterdam 13 mei 1878 Herremijntje de Hondt (*Amsterdam 25 sept 1849 - †Maarssen 16 mei 1939).
Uit dit huwelijk minstens drie schilderende kinderen :::
Dirk Pieneman (*Amsterdam 17 feb 1879 - †Alkmaar 22 feb 1962) ✕ Amsterdam 18 oct 1906 Eltje van der Meulen (*1883 - †1958), schilder, geen afb. beschikbaar
Nicolaas Pieneman (*Amsterdam 1 dec 1880 - †A'dam 1 dec 1938) ✕ Zeist 2 oct 1913 Johanna Jacoba Meijer (*1887 - †1971) (Molen over Diemen, Magere brug)
Johanna Hendrika Pieneman (*Amsterdam 17 feb 1889 - †Amsterdam 28 apr 1986) (Bullewijk, vogels).

Uit een verwante tak Nicolaas Pieneman (1853 – 1945), wonend in Amsterdam, Staatsieportret koning Willem I

•  •  •  •  •  •  •

      TAK 2

De ouders van de schilder Jan Willem Pieneman (Quatre-Bras, Waterloo) waren Klaas Pieneman en Annatje Hanau :

Ned. Herv. Kerk Abcoude / Trouwregister 1667-1796 / Doop-, trouw- en begraafregisters
in het werkgebied van het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen.

Klaas Pieneman J.M. uit Osnabrugge wonende onder Abcoude en Annatje Hanau J.D. van Amsterdam, beide onlangs gewoond hebbende onder Baambrugge hebben hunne Huwelijkse voorstellen op den 15, 22 & 29 Novbr in onze Kerke onverhinderd gehad en is aan derzelve betoon gegeven op de 29 Novembr 1778 - omme ten Abcoude daer zij in ondertrouw waren opgenomen in den Huwelijken Staat bevestigd te worden.

Doopinschrijving Jan Willem Pieneman :

Ned. Herv. Kerk Abcoude / Doopregister 1658-1797 / Doop-, trouw- en begraafregisters
in het werkgebied van het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen.

Klaas Pieneman (*Engter 1755 -†Abcoude 12 oct 1780) ✕ Abcoude 29 nov 1778 Annatje Hanau (*Adam 1756 - †1841) :::
Jan Willem Pieneman de schilder (*Abcoude 4 nov 1779 - †Amsterdam 8 apr 1853) ✕ Anna Susanna Embroek (*Haarlem nov 1783 - †Amsterdam 2 jan 1852). Uit dit huwelijk zijn acht kinderen geboren waaronder :::
Clasina Henriette Pieneman (*Amersfoort 27 juli 1806 - †De Bilt 1 jan 1872).
Nicolaas Pieneman, schilder (*Amersfoort 1 jan 1809 - †Amsterdam 30 dec 1860). Boutersem 1833, Diepo Negoro 1835, Koning W III, Lezende vrouw, portret kroonprins Wiwil.
Naast nog een zoon, Nicolaas Hendrik die vijf jaar oud werd, en een doodgeboren zoon in 1780, werden alleen dochters geboren. Nicolaas *1809 is ongehuwd aan een hartaanval gestorven. Dat wil zeggen : mocht hij kinderen hebben gekregen, droegen deze niet zijn naam, maar die van hun moeder of adopteerders. Met hem sterft deze Pieneman-tak uit.

Portretten

Registratiecode VFADNL 104942-blad 2, CBG.



Jan Willem Pieneman door zijn zoon Nicolaas Pieneman, olieverf op doek 136 x 101 cm, l.o. gesigneerd N. P. 1860.
      Inv. nr. SK-A-1116, Rijksmuseum Amsterdam.
Pi oftewel de Griekse letter , tegenwoordig meestal π of nog simpeler π geschreven, is een aanduiding van een 'getal' met een oneindig aantal cijfers achter de komma : 3,14592653.... Beter gezegd een onbenaderbare verhouding, mooi en bruikbaar weergegeven door 355 : 113 (gevonden door Ludolph van Ceulen, die 35 decimalen had berekend), daarom wel die Ludolphsche Zahl genoemd, grof gezegd 1 : 3,14159292.
   Hoogte en breedte van Pienemans portret verhouden zich ongeveer als 1 : 1,34 – bedoeld of niet, een aardig mathematisch kreupelrijm op 3,14 en een verwijzing naar de twee getallen in Pienemans naam, ‘pi’ en ‘ene’. Een aardig toeval is ook dat Ludolph van Ceulen begraven is in de PIeterskerk in Leiden, waar een monument voor hem is opgericht. Geen toeval is daarentegen dat de Pieterskerk op het Pieterskerkplein staat.

Portret door Nicolaas Pieneman.        
1. J. W. Pieneman geportretteerd door zijn zoon Nicolaas, tekening.
2. Uitsnede uit het portret van Nicolaas Pieneman van Louis Wegner ca. 1855.




Registratiecode VFADNL 104942-blad 2, CBG

•  •  •  •  •  •  •

De eerste postzegel in Nederland verscheen op 1 januari 1852 met het portret van de koning, Willem III, naar het schilderij van Nicolaas Pieneman. De postzegel werd gedrukt bij de Munt in Utrecht.
   De Nederlandse schilder en lithograaf Nicolaas Pieneman was een zoon van de schilder Jan Willem Pieneman. Natuurlijk opgeleid door zijn vader, studeerde hij later aan de Amsterdamse Academie van Schone Kunsten. Hij specialiseerde zich in schilderijen met recente historische gebeurtenissen. Hij was goed bevriend met Koning Willem III en schilderde talrijke portretten van leden van de Koninklijke familie.

       image.png
                       Catawiki

De Stentor, Apeldoorn, 29 juli 2010

 

APELDOORN - Koning Willem III heeft het in de Sociëteit Apeldoorn aan de Kerklaan een jaar lang moeten stellen zonder zijn echtgenotes Sophie en Emma. Maar sinds kort zijn ze herenigd, in de zaal die naar de koning is genoemd.

   Waarom deze vorsten in al hun glorie tronen in een zaal van de Soos? Op 11 juli 1849 kreeg het bestuur van de kersverse handboogschutterij bericht, dat het Z.M. behaagde het beschermheerschap van de vereniging op zich te nemen en als naam mocht dragen De Doelen van Koning Willem III. Deze datum wordt beschouwd als de oprichtingsdatum van de Sociëteit Apeldoorn. De koning, verguld, schonk de schutterij een vaandel en een schilderij dat zijn goede vriend Nicolaas Pieneman gemaakt had. De schilder was een beroemdheid in zijn tijd, want hij ontwierp de eerste postzegel van Nederland, verschenen op 1 januari 1852, met de beeldenaar van koning Willem III.

De traditie van Koninklijke postzegels begon in Nederland in 1852 bij Koning Willem III. Snelle berichtgeving werd voor de handel en de industrie steeds belangrijker. Tot 1852 werd het porto van een brief betaald door de ontvanger. De postbode moest dus voor iedere brief aanbellen. Door de invoering van de postzegel verliep de bezorging veel sneller.Voor de afbeelding op de postzegel werd – net zoals in andere landen – een portret van de regerend vorst gekozen. In 1852 was dat in Nederland Koning Willem III.
   Het ontwerp van de eerste postzegel bestond uit een medaillon met het portret en daar omheen een decoratieve rand met lauwertakken. Als uitgangspunt diende een geschilderd portret van Nicolaas Pieneman.

image.png

                     Rijkscollectie
   

image.png
Utrechtsche provinciale en stadscourant 21 nov 1851.

Dit staatsieportret van koning Willem III (N. Pieneman 1849), redelijk en profil, diende als uitgangspunt voor de beeltenis op de postzegel. Op 27 december 1851 verschenen de eerste postzegels van Nederland, ongetand, met de beeltenis van Willem III meer en profil in de waarden 5, 10 en 15 cts. Ze waren geldig vanaf 1 januari 1852.
    Voor ontwerp en staalgravure tekende J.W. Kaiser, die de drukplaten van de eerste Belgische postzegel (1849) had vervaardigd. Voor het zegel van 15 cents is slechts één drukplaat gebruikt. Voor de mindere waarden moesten wegens slijtage steeds nieuwe drukplaten gemaakt worden. Zegels van ½, 1, 1½, 2 cts droegen het Rijkswapen. Ze schijnen pas in 1869 ingevoerd te zijn. Misschien gaf de opkomst van de prentbriefkaart een duwtje in de rug van het postwezen.

Van plaat IV waren in de periode oct 1855 tot dec 1856 21.000 vellen à 100 zegels gedrukt. In het magazijn van de voormalige postzegeldrukkerij van 's Rijks Munt lag nog een partij versleten drukplaten. Die werden in 1894 aan een smid verkocht die van het geharde staal gereedschap (beitels) maakte. In strijd met de verkoopvoorwaarden heeft de smid een plaat IV van de 10 cts doorverkocht aan Joh. A. Moesman (1859-1937, drukker en postzegelverzamelaar, vader van Joop).  Moesman heeft in 1895 van de oorspronkelijke (versleten) drukplaat IV van de 10 cts herdrukken vervaardigd in verschillende kleuren op papier zonder watermerk, niet uitgegeven door de PTT en dus 'vals'. Moesman verkocht zijn vellen voor 75 cent per stuk. Goeie handel. De herdrukken zijn vager dan het origineel en wat vlekkerig, dus gemakkelijk te herkennen. Toch heeft Moesman in jan 1896 een aantal brieven ermee gefrankeerd, en die zijn op het postkantoor van Utrecht tegenover zijn zaak aan de Neude gewoon afgestempeld en verzonden. – Twee van Moesmans herdrukken :

image.png       image.png     Catawiki

•   •   •   •   •   •   •

Afbeeldingen (familiebezit) behorende bij  TAK 1


De scheepswerf van Klaas Pieneman *1846 in Tienhoven op de grens met Oud-Maarsseveen.


Meintje Pieneman (*1878) met haar ouders. Uitsnede van de foto op de werf.

   
1. Meintje van (Walderveen-) Pieneman.  2. Bart van Walderveen (een typisch van Walderveen-hoofd)


Everdina Pieneman-Beuker en Klaas Pieneman, de ouders van Meintje Pieneman op hogere leeftijd.

      
Meintje Pieneman bij de fotograaf en in haar karakteristieke werkhouding thuis, in haar hoekje..  


Meintje van Walderveen-Pieneman in de deuropening van haar kruidenierswinkel in Tienhoven.

     Trouw 8 jan 1964

 

Dien van Walderveen in de tijd dat ze als baker en kraamverzorgster in Hilversum werkte.
  Dien vervoerde veel spullen op de fiets, beschermd door haar verpleegstersuniform. Wat ze nog meer deed is niet bekend. Ze kwam vaak bij haar broer Gerrit (*1905) aan de Dwarsdijk, die een joodse onderduiker in huis had die Dien graag mocht.
   Was er een razzia, zette Dien zich aan het 'orgel' (harmonium) en riep de kinderen, die dan psalmen en gezangen moesten zingen terwijl onder de vloer de onderduikers gespannen luisterden.

mmm

Op de begrafenis van ‘Tante Dien’, dochter van Meintje van Walderveen-Pieneman bleek een vertegenwoordiger van het Voormalig Verzet aanwezig te zijn. Hij memoreerde haar verzetswerk in de oorlog. Niemand wist daar iets van, behalve oom Gerrit en misschien haar broer Bart, maar die zweeg ook over zijn eigen verzetsverleden als het graf. Een schrift met verzetsgedichten is van haar bewaard, eigen en andermans.

Hun broer Klaas van Walderveen heeft in zijn functie van gemeentesecretaris van Loosdrecht naar schatting ca. 40 reisdocumenten zonder J geregeld. Sommigen bleven in Loosdrecht ondergedoken, waar te weinig plaats was, anderen zwermden uit over Nederland, anderen probeerden Israel te bereiken. De helft tot tweederde van de vervolgden schijnt overleefd te hebben, o.a. de ‘reisleiders’ Menachim en Mirjam Pinkhof. Zie Ineke Brasz e.a. De jeugdaliah van het Paviljoen Loosdrechtsche Rade 1939-1945 (Verloren 1987, Historische reeks Loosdrecht deel 4).
Oom Klaas noemde zijn woning Feudum, dat is een 'leen'. Daarmee gaf hij uiting aan de overtuiging dat alles wat een mens op aarde heeft, inclusief zijn leven, slechts aan hem geleend is.

Bart was kantoorhouder bij de PTT, hobbyschilder, had veel contact met semi-beroepsschilder Piet Veenenbos (1881-1965), huisvriend. Hij nam onderduikers in huis, twee namen zijn bekend : Gerrit Swart en Menno Kramer. Bart had een pistool. Kort na de oorlog kwam een onbekende man een pentekening brengen, getiteld Amstelgracht, als dank voor - vermoedelijk - een daad van actief verzetswerk in de polder, waarvoor Bart eerst ds 'Ru' A. Flinterman in de pastorie tegenover zijn huis om raad gevraagd zal hebben. In Wapenveld was hij ouderling van de geref. kerk, in Tienhoven niet.

Janna, de oudste van de vijf telgen van Bart van Walderveen en Meintje Pieneman, was getrouwd met Jan Koppen, die een groot schildersbedrijf had, naast de kerk. Zijn grote erf met schuren en werkplaatsen liep helemaal tot aan de trekgaten, waar veel schuilplaats was in geval van nood.
Ook was er in de polder een verborgen hut.

De Duitsers en hun handlangers bleven wel op de dijk. Het gevaar kwam van verraders onder de bevolking.

Ds ‘Ru’ A. Flinterman werd op 22 mei 1938 predikant in Tienhoven, zijn eerste gemeente. 16 dec 1946 werd hij geestelijk verzorger ten dienste van politieke delinquenten. P. Boes was zijn opvolger, tot 1960.

•  •  •  •  •  •  •



Ad 7.  Jannetje Loenen.

Jannetje Loenen is geboren 9 aug 1850 te Tienhoven als dochter van Dirk Loenen en Jannetje van Oostveen. Zij huwde Gerrit van Walderveen, timmerman, *28 dec. 1843 te Tienhoven, ovl 3 dec 1872.
Uit dit huwelijk is geboren Bart van Walderveen (graanhandelaar) *22 oct 1870, gehuwd op 19 apr 1901 te Breukelen met Meintje Pieneman *8 nov 1874 te Vinkeveen. Zij kreeg een betrekking als baker en kraamverzorgster in Hilversum.
Op 21 mei 1909 is het gezin vertrokken van Tienhoven naar Wilnis. Daar is Bart van Walderveen overleden op 4 mei 1910.
Meintje Pieneman is weer teruggegaan naar Tienhoven op 27 apr 1911 en begon daar een kruidenierswinkel. Zij is overleden op 2 jan 1964.
Uit het huwelijk van Gerrit van Walderveen met Jannetje Loenen zijn geboren :::

Jannetje Everdina *7 feb 1902 Tienhoven
Klaas *10 aug 1903 Tienhoven
Gerrit Jacob *3 aug 1905 Tienhoven
Everdina Jannetje 2 oct 1907 Tienhoven (tante Dien)
Bart *23 mrt 1910 Wilnis

Jannetje Loenen huwde voor de tweede keer op 12 dec 1879 met Jacob Hoogendoorn, geboren 16 sep 1850 te Kockengen en overleden op 21 dec 1927 te Tienhoven. Jannetje Loenen is op 6 nov 1930 in Tienhoven overleden.


          
Klaas van Walderveen en Alie Otten. Gouden huwelijksfeest 1978 ?                  Hun zoon Bob van Walderveen.

Bernard Aschheim, Joseph Heinrich en zijn jongere broertje Arthur besloten zelf om naar Brussel te ontkomen. Joseph Heinrich : “Het probleem was natuurlijk dat we een J op ons persoonsbewijs hadden en niet mochten reizen. We besloten daarom naar het gemeentehuis in Loosdrecht te gaan naar de gemeentesecretaris, K. van Walderveen. We zeiden gewoon tegen hem : «Wij willen naar Brussel ontsnappen. Kunt u ons geen persoonsbewijs geven zonder J erin?» Hij zei dat we eerst naar de politie moesten gaan en daar moesten vertellen dat we onze persoonsbewijzen waren verloren. Met een verklaring daarover konden we bij hem terugkomen. Wij naar de politie. "Wat, alle drie tegelijk?" zei de man. «Ja, we hebben gezwommen in de Plassen en toen we eruit kwamen waren ze verdwenen».
We kregen een briefje dat we bij de gemeentesecretaris inleverden. Na een paar dagen mochten we terugkomen. We kregen toen een soort tijdelijk persoonsbewijs, een groene kaart zonder foto of wat dan ook. Maar inderdaad zonder J.

Vgl Ineke Brasz e.a. De jeugdaliah van het Paviljoen Loosdrechtsche Rade 1939-1945 (Verloren 1987, Historische reeks Loosdrecht deel 4).
Verzet zonder geweld. Herinneringen aan Joop Westerweel. Samengesteld bij de 20-jarige herdenking van de dood van Joop Westerweel.

                          

 

BRAAK en BENTINCK

zeekastelen en luchtkastelen

White man got no dreaming (William E. H. Stanner).

 

Hella had wel zeker haar 'dromen'. Niet alleen zou de onbekende vader van Oma Cor van adel of tenminste een BN-er van hoog aanzien geweest kunnen zijn, hij zou ook uit het 'zeehelden-geslacht' Braak kunnen stammen. Aan deze fabuleuze ideeën kon Hella Haasse kort voor de druk van «Zwanen schieten» geen weerstand bieden, met het bekende semi-mythomane gevolg. Ze was misschien de enige niet, denk eens aan de zeeschepen op Willems Crest en 'Hou koers'.

Braak. Dit geslacht van admiraliteitsfunctionarissen en scheepsbevelhebbers, afkomstig uit de stad Hoorn, heeft zijn naam gegeven aan het buiten Brakestein aan het Schildpad onder de Hogeberg op Texel. Jan Pietersz Braeck, *ca 1620, was te Oudeschild "biersteker en capitein-geweldige van het Ed. Mog. Collegie ter Admiraliteit". Ook zijn zoons Arien (Arjen, Adriaan) en Pieter combineerden het beroep van biersteker met het ambt van capiteyn-geweldige. Kapitein ter Zee bij de admiraliteit van de Maas Adriaan Braak sneuvelde 2 oct. 1706 als bevelhebber van het schip 'De Raaf'. Veel gegevens over het geslacht Braak en een stamboom, van ca. 1650 tot ca. 1800 reikende, is te vinden in
D. J. A. Roodhuyzen – van Breda Vriesman, Anna Braak, een achttiende-eeuwse 'marinevrouw', Tijdschrift voor zeegeschiedenis 1992-2.
Hella Haasse suggereert in «Zwanen schieten» dat zij via haar grootmoeder Cornelia Francisca Braak van deze zeehelden af zou stammen.

De verbindende schakel tussen de afstammingslijn
   Gerrit Braak, *1766, Arnhem, Gelderland, † ....
   Hendrik Braak, *1796, Arnhem, Gelderland, † 29 October 1859, Alkemade
   Neeltje Braak, *15 October 1832, Alkemade, Zuid-Holland , † 11 December 1910, Rotterdam
   Cornelia Francisca Braak, *2 September 1861, Rotterdam, † 26 dec. 1948, Baarn
en de maritieme lijn Braak heb ik niet gevonden. Anderen ook niet. Als die schakel zou blijken te bestaan, is de eerste en eigenlijk enige vraag deze : waarom verbergt Haasse die afstamming zo 'mystificieus' achter rookgordijnen, waarom toont ze niet eenvoudig een stamboompje, waarom houdt ze de lezer voor de gek? Na een paar geschiedkundigen en genealogen geraadpleegd te hebben, onder wie een Braak die in vrouwelijke lijn van de broer van Anna Braak afstamt, en de reeds door Hella benaderde mevr. Roodhuyzen–van Breda Vriesman, moet geconcludeerd worden dat die schakel er niet is. Hella zou eventueel van een van de Westfriese takken met de naam Braeck / Braak kunnen afstammen, maar ook om dàt aan te tonen ontbreken archivalia. Er is geen spoor van een spoor.

Op de kwartierstaat http://www.pondes.nl/detail/i_d.php?inum=8864567 vindt men :
Neeltje Braak *1838 en NN hadden een zoon Cornelis Franciscus Braak (*1871), die met Johanna Lokker (*1866 - † R'dam 18 jan 1936) getrouwd is (23 oct 1889). Deze echtelieden hadden een dochter, Cornelia Francisca Braak genaamd, die in 1890 geboren werd. Zij is een nichtje van "Oma Cor" (die ook Cornelia Francisca heette), op 17 juni 1925 getrouwd met Willem van Tuil (*26 sept 1896). Zie ook Stadsarchief R'dam.

De onbekende vader van Oma Cor (Cornelia Francisca Braak *1861) zou volgens HSH een afstammeling van bovengenoemde Pieter junior moeten zijn. De Arnhemse Braaks wijzen eerder in oostelijke richting. Hella maakt meer kans bij het geslacht Bentinck. Willem Hendrik Bentinck (1740-1757) en Wolter Johan Gerrit Bentinck (1745-1781) waren zonen van Berend Hendrik Bentinck tot Schoonheten en Diepenheim (1703-1773).

Ik besluit dit gedeelte graag met een kijkje in de fascinerende jaren rond de Franse revolutie en de wereld van handelaren en verzamelaars van boeken en prenten uit die tijd.


Adriaan Braak / Zeekapitein, later Vice-Admiraal, / Overleden in 1796. Gesigneerd J. Buys.
Daarnaast: ADRIAAN BRAAK, ZEE CAPITEIN. J. Buys, delin. Rein.r Vinkeles & C. Bogerts, sculp. Coll. TK.

Adriaan Jansz Braak (1742-1796) was een zoon van Jan Braak (±1694-1748) en diens nicht Anna Braak, beiden uit Texel. Anna, geboren ±1720, is 1773-74 naar Alkmaar verhuisd en daar in 1798 overleden. Adriaan was een kleinzoon van de roemruchte Adriaan (Arjen Jansz) Braak (1660-1706).
   Anna had twee zoons die een maritieme carrière volgden, Adriaan en Pieter. Volgens Hella Haasse («Zwanen schieten») zou, volgens naspeuringen van haar broer Wim, de jonggestorven Pieter Braak (1746-1774) een voorvader van Cornelia Francisca Braak zijn, Hella's grootmoeder van vaderskant. "De laatste officieren uit deze familie [Braak], kapitein Adriaan en luitenant Pieter Braak, zijn nooit getrouwd. A. Braak vervulde als kapitein extra-ordinaris één commando van 1781 tot 1784, wat onvoldoende basis voor het onderhouden van een gezin was. Zijn broer Pieter heeft nooit een commando over een eigen schip gevoerd" (Thea Roodhuyzen, In woelig vaarwater. Marineofficieren in de jaren 1779-1802, 1998). De kortste beschrijving van «Zwanen schieten» op Boekwinkeltjes luidt : "Autobiografische fictie".
   Deze Pieter Braak liet een buitenechtelijk zoontje na, naar zijn vader Pieter genoemd. Anna voedde de jongen, geboren in 1773, op, maar sloot haar bastaardkleinzoon van een erfdeel uit. Later nam haar zoon Adriaan zijn neef onder zijn hoede. In 1796 voer hij als pasbenoemd luitenant met zijn oom mee naar Suriname. Adriaan is vlak na zijn aankomst overleden aan de gele koorts. Pieter junior werd wegens wangedrag jegens matrozen zwaar gestraft, in 1799 in het cachot van een marinevaartuig naar Nederland gebracht en oneervol uit de dienst ontslagen. Het vonnis was waarschijnlijk politiek gekleurd – de naam Braak mocht hij blijven voeren. Hella's broer Wim zou hem in 1811 als ambteloos burger in Amsterdam getraceerd hebben, hij zou lid van een Loge geweest zijn, maar Hella geeft geen bronnen voor deze beweringen. Ook in Wims archief zijn ze niet te vinden.

De onbekende vader van Cornelia Francisca Braak zou een nakomeling van bovengenoemde Pieter junior moeten zijn, maar van Pieter junior zijn geen nakomelingen bekend, de man is in rook opgegaan. En de voornamen Gerrit en Hendrik komen in de 'zeeheldenlijn' niet voor. Die wijzen met Arnhem eerder in oostelijke richting.
   Of . . . naar het geslacht Bentinck. Willem Hendrik Bentinck (1740-1757) en Wolter Johan Gerrit Bentinck (1745-1781) waren zonen van Berend Hendrik Bentinck tot Schoonheten en Diepenheim (1703-1773). Nelly van Sillevoldt-Haasse voert wel een Bentinck maar geen Braak op in En een kind zal hen leiden. Zaten Hella en Wim op het verkeerde spoor? Er bestaat een Stichting Archivariaat Bentinck-Schoonheten die geraadpleegd kan worden. Maar Willem Frederik Gustaaf en zijn zoon Willem komen al niet in aanmerking voor de rol van hooggeboren weldoener die volgens Hella op de achtergrond steeds aanwezig was. De een stierf in 1835, de ander emigreerde in 1833 naar Amerika. Hella zat met Braak zeker niet op het goede spoor.
   Cornelia Francisca (*1861) genoot («Zwanen schieten») "protectie in de vorm van toelagen en geschenken", "haar leven lang" (! zij stierf in 1948) van haar verwekker, een "hooggeboren personage." Hier introduceert Haasse een hypothetische tweede onbekende, die na het overlijden van de hooggeborene diens goede werken richting Cornelia en haar zoon voortzette.

De bovengenoemde onbekende weldoener zou namens de onbekende vader de jonge Willem Hendrik Haasse in 1911 aan een overheidsbetrekking in Indië geholpen hebben, en hem weleens uit de brand geholpen hebben. Ook het feit dat zijn moeder oma Cor, de dochter van Neeltje Braak en NN op 27 aug 1935 (Willem, Käthe en de kinderen waren toen uit Indië over met verlof) de villa Krugerlaan 24 kon kopen mag te denken geven.

J. P. Daarnhouwer schrijft in De Navorscher, 1951, afl. 6, over „Het geslacht Braak op Texel”. Van deze wel uit Hoorn afkomstige familie zijn vele leden kapitein of commandeur ter zee geweest. De bekendste telg was wel Adriaan Braak, geboren in 1742 te Oude Schild, die het zelfs tot vice-admiraal bracht. Hij was eigenaar van „Brakesteijn”, nu een hoeve, vroeger een buitenplaats, gelegen nabij de z.g. „Weezenwaterput”, waaruit de voor Texel ankerende schepen hun drinkwater haalden. Veel roem verwierf Adriaan Braak zich in de bekende zeeslag bij Doggersbank in 1781 op zijn schip de Erfprins. Wegens zijn in die slag betoonde dapperheid werd hij door Prins Willem V beloond met een gouden medaille. Desondanks ontpopte Braak zich nadien als een vurig patriot, hetgeen uiteindelijk leidde tot zijn verbanning.
  In 1795, het jaar der omwenteling, keerde hij daaruit glorieus terug, werd nog in datzelfde jaar benoemd tot vice-admiraal en vertrok als commandeur van een eskader van zeven schepen naar Suriname, om aldaar het nieuwe gezag te bevestigen. Daar in de West is Adriaan Braak op 12 Augustus 1796 aan boord van zijn schip „De Admirael Piet Heijn” overleden.

Stimuleringsfonds.nl

Brakestein met Weezenput, Oude Schild, Texel. Jac. P. Thijsse vermeldt het in zijn boek Texel :
  "Nu gaan we bovenop den Berg nog wat liggen uitkijken naar Oude Schild en Texelstroom [de vaargeul aan de zuidoostkant van Texel]. Tusschen den Berg en Oude Schild zien we nog een boerderij mooi in de boomen, dat is Brakestein, en daar moet vroeger Tromp gewoond hebben of Maarten Harperts of Cornelis, dat weet ik niet". Vanaf de Hooge Berg vlakbij Brakestein kon men de schepen zien aankomen, uit de Zuiderzee of uit het Marsdiep.


  Coll. TK

ADRIAAN BRAAK, / Kapitein ter Zee. / H. Pothoven ad viv. del. J. Allart excud. Rein.r Vinkeles & C. Bogerts, sculp. (ad vivum delineavit, naar het leven getekend door - excudit, gedrukt door - sculpsit / sculpserunt, gegraveerd door).
  Gravure 1796. Adriaan Braak werd geboren te Oudeschild, Texel, op 22-04-1742. Hij overleed op zijn vlaggeschip de Admiraal Piet Hein van 56 stukken in Suriname op 12 aug. 1796. Literatuur: NNBW I, 446 en Tijdschr. v. Zeegeschiedenis jrg. 11, nr. 2, p. 115-136: Anna Braak, een achttiende eeuwse marinevrouw, door D. J. A. Roodhuyzen-van Breda Vriesman (Anna Braak, weduwe van kapitein Jan Braak, was de moeder van Adriaan en Pieter – na ±1770 in Alkmaar woonachtig).

Borststuk naar rechts van Adriaan Braak in zeekapiteinsuniform, in een cirkelvormig medaillon waarover links een draperie hangt. Rechts ver verwijderde schepen. Een wimpel aan een mast en links een kanon (een 'stuk') suggereren dat Braaks beeltenis tegen de reling van zijn schip is geplaatst, waarop men een zandloper en een sabel met eikenblad ziet. Daaronder op een voetstuk de inscriptie ADRIAAN BRAAK, Kapitein ter Zee. Daarvóór een anker, een banier en een kanonsloop met kogels en laadstok.
  Gestoken door Reinier Vinkeles en Cornelis Bogerts naar tekening van H. Pothoven (1726-1807). Uitg. J. Allart, in roze kleur gedrukt. Dit portret zet ik in groot formaat op deze pagina om vergelijking mogelijk te maken met Cornelia Francisca Braak, de grootmoeder van Hella Haasse aan vaderskant, en nakomelingen, in vivo en 'in foto', voor wie dat zou willen.


In 1668 nam Jan Pietersz. Braak (Braeck) ‘huis en huiskoog aan den put’ aan het Skillepaadje, het enige landgoed op Texel, van zijn schoonvader Adriaan Jansz Smit over. Hij noemde het Braecken Stede. Na 1683 was het tijdelijk in andere handen, maar nog voor 1700 kwam het door huwelijk en vererving terug in handen van de familie Braak, een aanzienlijke familie van zeeofficieren. Rond 1745 ging het Brakesteijn (-stein, -steyn) heten. Bij het huis liggen de zo genoemde Weezenputten, waaruit vanaf ongeveer 1637 goed drinkwater met een lange houdbaarheid (door het ijzergehalte) in vaten over de Skilsloot naar de rede van Texel werd vervoerd. In 1775 werd Brakesteijn door de familie verkocht. [Litt. o.a. E. Besse, 'De Westfriese naam Braak', in: De Westfries 10 (1947), p. 22-24 ; Cor Reij, 'Uit het leven van Adriaan Jansz Braak (1742-1796)', in: Uitgave van de Historische Vereniging Texel (2000), nr 55, p 3]. — Als HSH het huis en de naam Brexel in De verborgen bron (1950) op Braak en Texel geënt heeft, betekent dat dat ze al in 1950 het nodige over deze afstamming (feit of fictie) gehoord had. Zou die boektitel dan metaforisch naar de Weezenputten wijzen?

[Rechtsgedingen gevoerd door de Admiraliteit Amsterdam tegen de kapiteins A. Braak, P. H. van Pelt en J. Sels wegens hun overgang in dienst bij de Commissie van Defensie, 1787-1790.] In Mei 1787 werd Braak tot 10 jaar verbanning veroordeeld. Na de omwenteling van 1795 keerde hij uit Frankrijk (St. Omer, Parijs) terug en verkreeg 26 juni de rang van vice-admiraal.

   Coll TK.

Adriaan Braak. Quenedey fecit. Dit portret (borstbeeld naar rechts gewend in medaillon) is gemaakt door Edme Quenedey (1756-1830) tussen 1792 en 1795. Het wordt vermeld bij Van Someren onder nummer 733. Quenedey was een beroemde maker van portretten volgens een speciaal procédé, de physionotrace van Chrétien. Hij was werkzaam te Parijs en veel vooraanstaande patriotten hebben bij hem hun portret laten maken. Zo ook Adriaan Braak. Het is wel zo, dat de physionotraces van Quenedey meestal zijn voorzien van de naam van de maker eronder. En van de naam van de geportretteerde erboven. Dit portret is afgedrukt in (rood)bruine inkt en wordt wel eens een Bisterdruk genoemd. Die inkt werd gemaakt van schoorsteenroet. Meestal gebruikte men zwarte inkt voor prenten.
  De meeste uitgeweken of verbannen patriotten hebben in Parijs omstreeks 1790 hun portret laten maken bij Quenedey (Gravé avec le Physionotrace staat er dan onder gedrukt). Dit portret is met de hand door Quenedey betekend. Het kan gaan om een proefdruk voordat de belettering in de plaat werd gegraveerd. Het lijkt er ook wel op, dat Quenedey de plaat een nummer heeft gegeven (Q 67) en we dus te maken hebben met zijn 67ste portret.
  Over Quenedey en zijn machine is nog niet zo heel veel bekend. Hij heeft ook nog een tijdje in Groningen gewerkt voor de uitgever Oomkens (omstreeks 1824). Daar maakte hij portretten in aquatint.
  Op de Lijst van Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795 in Bataven! (2003) van Joost Rosendaal is te lezen dat Adriaan Braak als vluchteling verbleef te Brussel van dec. 1787 tot febr. 1790, te Parijs tot jan. 1792, en op kasteel Watte tot mei 1791. In Watte vlakbij Sint-Omaars in Frans Vlaanderen verbleef hij bij de vooraanstaande patriot Johan Valckenaer. Het zou dus goed mogelijk zijn, dat Braak al in november 1781 bij de uitreiking van de eretekenen niet zo veel met de Prins te maken wilde hebben en daarom thuis bleef.

Verklaaring ven eene MEDAILLE, Op den Roemryken Zeeslag [...] onder ZOUTMAN, [...] tegen PARKER, den 5 Augustus 1781 op de Doggersbank.
  Op de Voorzyde ziet men Nederland [...] aangerand [...] met het Omschrift : INJUSTIIS COACTA. Dat is : Door verongelijkingen gedwongen. Onder in de afsneede staat : IN VADO ASELLINO V. AUG. MDCCLXXXI. Dat is : Op de Doggersbank den 5 Aug. 1781.


[...] De naamen van de overige Zee-Kapiteinen, [...] te weeten [...] SALOMON DEDEL, WILLEM VAN BRAAM, VAN KINSBERGEN RIDDER, W. J. BARON BENTINCK, ADRIAAN BRAAK en EVERT CHRISTIAAN STARINGH, met het Omschrift : IMMORTALIBUS BATAVUM GLORIAE VINDICIBUS. Dat is : Voor de onsterfelyke Redders van den Roem der Nederlanderen.

Grafschrift voor Neêrlands vlootvoogd, Adriaan Braak,
Overleden te Suriname, op 's lands schip van oorlog, de Piet Hein, den 12den van augustus, 1796,
en begraaven op de fortresse Nieuw Amsterdam.


De braave Braak, in wien, vol zwiers,
De trek des ouden Bataviers
Gekend wierd, zo getrouw, zo eerlyk in zyn' handel
Als deugdzaam in zyn' levenswandel;
Die, voormaals, op de Doggersbank,
By 't donderend' metaalgeklank,
Den Brit deed Neêrlands moed bezingen;
Die, heen en weêr geseuld, door duizend folteringen,
Zelfs zo, dat ondank hem van 's vaders bodem dreef,
In ramp by ramp, standvastig bleef;
Die schoon 's lots wisseling daarna zyn' staat verhoogde,
Nooit op zyn' rang of grootheid boogde;
Die held, die menschenvriend, schonk ons zyne asch en aard',
Die, als een heiligdom, blyft in dit land bewaard.

L .

Deze Adriaan Braak zal in de eerste plaats de belangstelling getrokken hebben van Wim Haasse, die zelf in WO II als marineofficier gediend had en als zodanig onderscheiden was.
Braaks grootvader Adriaan, kapitein ter zee bij de Admiraliteit van de Maas, is gesneuveld 2 oct. 1706.

Bij de Slag op de Doggersbank, 5 augustus 1781, voerde Adriaan Braak het bevel over de Erfprins, Wolter Jan Baron Bentinck over de Batavier. Schout bij Nacht Zoutman voerde het smaldeel aan op de Admiraal de Ruiter. Op het rechterblad een deel van de opstelling vóór de slag.

     

Op de linkerblz. zien we in de Hollandsche Scheepsmagt Capt. Braak en Wolter Baron Bentinck (beide met 54 kanonnen), op het toegevouwen uitklapblad rechts in de slaglinie Capt. v. Braak op De Erfprins naast v. Kinsbergen op de Admiraal Generaal met 76 stukken. Bentinck op De Batavier neemt de 4e positie op die rij in. Op de achtergrond de Deensche kust.
(Vaderlandsch . . . Woordenboek deel VI, Jacobus Kok, Amsterdam, 1782, pag. 406-407).  Coll. TK.

Dit doet de deur dicht. Als je die slaglinie eenmaal in zo'n oude druk onder ogen hebt gehad, je hebt voor-ouders die Braak heetten, en je bent toch al op zoek, dan ben je verloren. Ik kan me dat wel voorstellen.

Grafdicht voor Wolter Jan Gerrit Baron Bentinck (*1745 –† in de nacht van 23 op 24 aug. 1781 en begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam op 28 aug. 1781).

Wild gij een Grafzuil voor den Braaven BENTINCK Bouwen,
Fondeer hem met den voet op Dond'rende Kartouwen,
Behang hem rondsom met Lauwrieren en Trophée,
Vertoon hoe Englands Magt geblixemd werd uit Zee.
Dat Neerlands roem zoo 't scheen geheel en al begraaven,
Werd wederom hersteld door die doorlugtigen Braaven,
Die tot zijn Eeuw'ge Eer en
Parkers Eeuw'ge schand,
De Britten overwon, en stierf voor 't
Vaderland.
Uit Vaderlandsch etc. Woordenboek, Jacobus Kok, zesde deel, 1782.

Ook van deze Bentinck had Hella S. Haasse vast wel willen afstammen!


W. J. G. BARON BENTINK SCHOUT BY NACHT VAN HOLL. & WESTFR.
J. Buys, delin. Rein.r Vinkeles & C. Bogerts, sculp.

Herdenkingsprentje met zandloper, scheepstoeter, schedel, knoken, lauwerkrans, degen en anker. Coll. TK.

          ✦   ✦   ✦   ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦      ✦     ✦   ✦      ✦   ✦   ✦   ✦ 

 

I N T E R M E Z Z O   W I W I L L

Hella's broer Wim Haasse schrijft dat Cornelia Francisca, dochter van Neeltje Braak, "is rumoured to be a Daughter of the Crown Prince of Holland". Kroonprins Willem Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel van Oranje-Nassau ('Wiwill', 1840-1879, zoon van koning Willem III). Hij ambieerde het koningschap totaal niet, maar stak zijn energie in het doorlopend verslechteren van zijn reputatie. Ca. 1874 verhuisde hij definitief naar Parijs. Op deze loot van de koninklijke stamboom doelt Hella Haasse op haar bekende cryptische manier, als ze in Zwanen schieten de onherkenbaar neergezette prins Willem van Oranje-Nassau (1840-1879), ‘Wiwill’ tot een van haar voorvaderen wil opwaarderen.

Hella schrijft in Persoonsbewijs (1967) pag 15 e.v. :

Later gaf zij [oma Cor] mij een portretje van haarzelf, op haar zeventiende verjaardag gemaakt : een meisje als een prinses, met een vracht pijpekrullen achter op het hoofd, fier en elegant in een geruite japon met een queue de Paris, een beeld, dat niet helemaal te rijmen viel met haar beschrijvinen van de simpele karige omstandigheden waarin ze was opgegroeid. Over haar ouderlijk huis heeft zij verder nooit gesproken. [...]
Toen ik na het overlijden van mijn vader zijn papieren ordende, vond ik haar geboortebewijs : 2 sept 1860, Cornelia Fransisca, dochter van Neeltje Braak, vader onbekend. Dat vergeelde stuk papier met zorgvuldig door een ambtenaar van de Rotterdamsse Burgerlijke Stand gecalligrafeerde letters, opende nieuwe perspectieven. Gezien tegen de achtergrond van een "onwettige" geboorte kregen de houding van mijn grootmoeder, haar trots, haar gereserveerdheid, de haast overdreven waarde die zij hechtte aan reputatie, haar angst en afschuw voor het frivole en oppervlakkige, pas betekenis. Wie was Neeltje Braak ? Ik herinner mij de nadruk, waarmee mijn grootmoeder wees op de eenvoud van de omgeving waarin zij was opgegroeid, en op de noodzaak voor haar destijds om een degelijk vak te leren, in dit geval costuumnaaien en fraaie en nuttige handwerken. [...] Mijn tante vertelde mij eens, dat mijn grootmoeder haar leven lang een zekere protectie genoten had, in de vorm van toelagen, geschenken, onmiskenbare aandacht voor de omstandigheden van haar en haar kinderen ; het wie en waarom bleven in duisternis gehuld.

Hella schrijft in Zwanen Schieten (1997) pag 40 e.v. :

Ik weet niet hoe het verhaal in de wereld gekomen is dat een (nooit bij name genoemd, maar wel herkenbaar aangeduid) hooggeboren personage de verwekker van mijn grootmoeder zou zijn. Ik kreeg het jaren na mijn vaders dood te horen, van een verre bloedverwant uit een oudere generatie, die kon begrijpen dat ik niet wist wat in zijn jeugd binnen de familiekring algemeen bekend, maar tevens volstrekt taboe was. Hij ook vertelde mij dat mijn grootmoeder haar leven lang van onbekende zijde een zekere protectie genoten had, in de vorm van toelagen, geschenken, onmiskenbare aandacht voor de omstandigheden van haar en haar kinderen. Natuurlijk ben ik mij er op een ogenblik van bewust geworden, dat de voorstelling af te stammen van een voorname anonymus een klassiek gegeven is in de psychologie. Ik heb mij dan ook altijd met scepsis, en vooral met zelfspot, innerlijk verzet tegen desondanks niet weg te dwingen opwellingen en reacties, die uit 'erfelijkheid' verklaarbaar zouden zijn, indien een en ander op waarheid zou berusten. Redenen om er heimelijk trots op te zijn, zag ik nooit. Uit nasporingen van mijn broer valt op te maken dat mijn overgrootmoeder stamde uit een geslacht van kapiteins-ter-zee en marineofficieren in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden. [...] Hoe kon een dochter uit een toch wel achtenswaardige familie ongehuwd moeder worden in een zo sterk op fatsoen gefixeerd tijdperk ? Stak er een romantische liefdesgeschiedenis achter, een verboden van hogerhand gedwarsboomde idylle ? Werd zij in de kringen waarin zij als huwbaar meisje verkeerde, de dupe van haar onschuld, dat wil zeggen : verleid en verlaten door de een of andere aristocratische losbol ? Of was haar maatschappelijke status toch eigenlijk niet die van een jongedame, en haar 'val' een zoveelste voorbeeld van het lot dat meisjes uit het volk of de kleine burgerstand kon treffen, als zij opvielen door een bekoorlijk uiterlijk ?

Vergelijk bovenstaande :
* “Eenvoud van de omgeving waarin zij was opgegroeid” (Persoonsbewijs) verandert in “achtenswaardige familie” (Zwanen schieten) zodra Hella in het spoor van haar broer gaat onderzoeken of ze afatammeling is uit een geslacht van kapiteins-ter-zee en vlootvoogden.
* “Werd zij in de kringen waarin zij als huwbaar meisje verkeerde, de dupe van haar onschuld” -- Neeltje Braak was acht jaar ouder dan Wiwill, daarnaast was dochter Cornelia Francisca (nb *1861) het vierde kind dat ze baarde en staat in de Adresboeken van Rotterdam vermeld dat ze kroeghoudster was. De onschuld spat er vanaf.
* Mijn tante vertelde mij eens, dat mijn grootmoeder haar leven lang een zekere protectie genoten had, in de vorm van toelagen, geschenken, onmiskenbare aandacht voor de omstandigheden van haar en haar kinderen” in Persoonsbewijs en een verre bloedverwant uit een oudere generatie vertelde mij dat mijn grootmoeder haar leven lang van onbekende zijde een zekere protectie genoten had, in de vorm van toelagen, geschenken, onmiskenbare aandacht voor de omstandigheden van haar en haar kinderen” in Zwanen schieten.
* Hella kreeg jaren na de dood van haar vader te horen dat een hooggeboren personage de verwekker van haar grootmoeder was terwijl ze van haar tante (Nel van Sillevoldt, gstorven in 1952, drie jaar voor het overlijden van Hella's vader) al eens vernomen had dat haar grootmoeder haar leven lang zekere protectie genoten had.
* “Redenen om er heimelijk trots op te zijn, zag ik nooit.” Hella heeft genealogisch onderzoek laten doen naar haar voorvaderen. Toen er geen link met de zeehelden bleek te zijn zat haar dat niet lekker.

Hella zou naar eigen zeggen "jaren na mijn vaders dood van een verre bloedverwant uit een oudere generatie" (iemand die "cultureel attaché" op de Ned. ambassade in Brussel geweest zou zijn) gehoord hebben dat Oma Cor (Cornelia Francisca Braak), de dochter van Neeltje Braak, door kroonprins Wiwill verwekt zou zijn. Volgens W4 zou W3 sterk op Willem III geleken hebben. Bij W4 lazen we dat Hella op een kleinzoon van Cornelia's stiefbroer doelde. “By chance Hella met a grandson of Cornelia's half brother.” Deze "stiefbroer" was Cornelis Franciscus Braak (*1863). Hij was evenals zijn twee jaar oudere zus Cornelia een kind van Cornelis Franciscus Kapteijn (*1820, 1875, †1884), beide geëcht door hun moeder Neeltje Braak. Maar als je aanneemt dat Wiwill de vader van Cornelia was, was haar broer een stiefbroer. Hoe dan ook, Cornelis Franciscus Braak (*2 sept 1863) huwde 23 oktober 1889 Johanna Lokker (*Stellendam 10 aug 1866) - † R'dam 18 jan 1936), en hun oudste kind was Petronella Braak.
   De ambassade in Brussel berichtte TK desgevraagd dat een Dommers-/Dommelshuizen noch in het geheugen van het oudere personeel noch in de papieren archieven voorkomt.
   Maar Cor Dommershuizen jr., een kleinzoon van C. F. Braak 1863, woonde sinds 1972 in Brussel en overleed daar plm. 1984. Zijn vrouw werkte bij de NAVO, NATO o.i.d. Een toevallige ontmoeting met Haasse op de ambassade is alleszins denkbaar. Alleen is Dommershuizen jr. geen "bloedverwant", maar een aangetrouwd verwant van HSH.

Wiwill was in 1860-61 dikwijls in Rotterdam te vinden.

Hanno de Iongh vertelt in een filmpje op Pateo TV (het kanaal van Johan Oldenkamp) dat hij een brief van Wiwill aan Wilhelmina Helderman heeft (hij laat een kopie zien). "Aan mijn enig beminde !" Hij heeft een hele map liggen met Wiwill-nakomelingen informatie.

Eind 1860 kreeg deze 20-jarige kroonprins een relatie met Wilhelmina Helderman (*R'dam, 10 jan 1841 – †R'dam, 29 dec 1914), dochter van Nicolaas Helderman (R'dam, 4 nov 1790 – R'dam, 7 mei 1882) en Gerritje Edenburg (R'dam, 10 oct 1806 – R'dam, 5 mei 1855). Uit deze relatie werd op 12 aug 1861 te R'dam een dochter geboren, genaamd Wilhelmina Francina. Deze eerste (?) bastaarddochter van Wiwill trouwde op 1 sep 1892 te R'dam met Hendrik Bouma, *R'dam 10 oct 1868. Wilhelmina en Hendrik kregen een zoon en een dochter: Hendrik Hendriks Bouma (R'dam, 26 oct 1894) en Wilhelmina Bouma (R'dam, 26 juli 1897 – Warmond, 15 juni 1981). Hendrik Bouma overleed te Wijk aan Zee en Duin op 7 februari 1931. Zijn vrouw Wilhelmina Francina Bouma-Helderman overleed te Beverwijk op 19 sep 1951. Zij is 90 jaar oud geworden.
   Cornelia Francina Braak (Oma Cor) werd geboren 2 sept 1861 te R'dam. Zij kan de tweede (?) bastaarddochter van Wiwill geweest zijn, rekening houdend met locatie en tijdstip.

Wilhelmina Helderman woonde met haar broer Arie bij hun vader Nicolaas Helderman aan de Goudscheweg in Rotterdam. Wilhelmina kreeg op 12 aug 1861 een dochter, Wilhelmina Francina (kl.dochter, kind van n/n en 3). Wilhelmina is nooit getrouwd geweest, heeft geen andere kinderen gekregen.


Stadsarchief Rotterdam

Hier de namen en adressen van het gezin Bouma :


Stadsarchief Rotterdam

Hendrik Bouma en zijn vrouw Wilhelmina Francina (de vermeende bastaarddochter van Wiwill) verhuisden op 19 oct 1927 naar Heemstede, Pieter de Hooghstraat 11. Hendrik is dan 59 jaar oud, zijn vrouw al 66. Lijkt een prijzig onderkomen voor een kantoorbediende. Zou er een toelage van onbekende herkomst aan te pas gekomen zijn ? Hoeft niet, de kantoorbediende kan promotie gemaakt hebben ; zijn zoon Hendrik Hendriks Bouma was "electr, techn. ingenieur" geworden.

   
1. Cornelia Francisca Braak Foto H. G. Gerstenhauer-Zimmerman, Rotterdam. Coll. WHP.
2. Prins Wiwill  koningshuis.wordpress.com.

   
1. Cornelia Francisca Braak ('Oma Cor') op jonge leeftijd. Photographisch Atelier Francois Hermans, Rotterdam. Coll. WHP.
2. Prins Wiwill. koningshuis.wordpress.com.
Oma Cor (Cornelia Francisca Braak), de dochter van Neeltje Braak, zou evenals Willem Haasse sterk op koning Willem III geleken hebben (o.a. geprononceerde neus).

Aangenomen dat koning Willem III de biologische vader van Wiwill is, en deze op zijn beurt de vader van Cor F. Haasse, luidt dit stukje van de stamlijn :

 Koning Willem III
 Kroonprins Wiwill
 Cornelia Francisca Haasse (oma Cor)
 Willem Hendrik Haasse (vader Hella en Wim)
 Zoon W4 schrijft over een gelijkenis  tussen Koning WIII en W3 Haasse

 W1 1816  W.H.   Haasse
 W2 1860  W.H.J. Haasse
 W3 1889  W.H.   Haasse
 W4 1921  W.H.J. Haasse

Wim (W4) schrijft in de HAASSE FAMILY HISTORY 1665 - 1976 :

Willem Hendrik Johannes did the necessary schooling and studied to be a teacher. He passed the final exams for assistant teacher on the 25th of April 1878. Two years later he succeeded in becoming a fully qualified teacher.
   On the 18th of April, 1883, Willem Hendrik Johannes married Cornelia Francisca Braak. Her mother Cornelia, or Neeltje, was the granddaughter of the earlier mentioned Admiral Braak. [• Dit is onwaarschijnlijk en kan met aktes en andere archivalia niet aangetoond worden. •]
    It is alleged by her peers and close relatives, that Cornelia Francisca's mother had been romantically involved with the Crown Prince of the Netherlands, Prince Willem of Orange (born 1840 and died 1879). This alleged relationship resulted in due course in the birth of a daughter named Cornelia Francisca, on the 2nd of September, 1861. This fact has always been kept from my sister and myself, possibly because in those days, children born out of wedlock were not as acceptable as they are today. [ Wanneer en van wie hoorde Wim dit ‘fact’ dan wel ? ]
   However, this fact remains that during Cornelia Francisca's life, certain hints were often dropped in the close family circle about the great likeness between her son, Willem Hendrik, and King Willem the Third of the Netherlands. It was not until later, when my sister Helene Serafia van Lelyveld, born Haasse, did research for one of her books, that more information came to light from one of Cornelia's relations, then in her 80's, who vouched for the truth of this matter. [ Onwaarschijnlijk door het leeftijdsverschil met de 'relatie', want Oma Cor leefde 1861-1948. HSH zocht informatie over Cor's vader in de 90-er jaren voor Zwanen schieten en ging daarvoor in Baarn of omstreken een relatie van Oma Cor zoeken ? De correspondentie van HSH zou nog iets op kunnen leveren. •] [Oma Cor was van de zorgzame. Wie weet was het een meisje uit de buurt, misschien was ze ongewenst zwanger, of had andere problemen en oma Cor had een luisterend oor. Allerlei scenario's te bedenken waarom twee vrouwen, een van 21 en een van 70, dierbaarheden uitwisselden. Dat zie ik niet als onmogelijk. Age doesn't matter. EK ].
   By chance, my sister met a grandson of Cornelia's halfbrother, who was a cultural attache at the Dutch Embassy in Brussels, who confirmed that Cornelia's father was in fact the earlier mentioned Crown Prince. The man's name was van Dommelshuizen. His grandfather [ foutje, lees: "his father" – Wim had het ook maar van horen zeggen ] had been an actor and had his own theatre group [ de vader van Petronella, Cornelis Fr. Braak, was bediende, magazijnmeester ]. He had known my grandmother's mother Corn. Fr. and had married her shortly after my grandmother's birth. It is also interesting to know that Cornelia Francisca received regular sums of money from a source unknown to us, for the remainder of her life.*)
   However, due to a lack of documents, we cannot confirm the identity of her father with absolute certainty.**) The amounts of money received by Cornelia Francisca must have been quite substantial because the salary which Willem Hendrik Johannes received as a teacher, good as it was for those days, would on its own not have been sufficient to keep them in the lifestyle which they enjoyed.
   The extra income must have certainly contributed to their ability to eventually purchase the lovely three storey country home on a few acres of ground, in the township of Baarn, to which they retired in later years.] Klopt niet, het huis aan de Parkstraat werd gekocht door mevr. Laurillard-Frowein.]
  On top of this, the couple became guardians and looked after five of their nieces and nephews after the parents of those children had died and took care of their education. ] Na 1899.]
*) Hier is Wim even het spoor bijster – Cor van Dommershuizen sr. trouwde met Petronella Braak, niet met Neeltje Braak.
**) There is no certainty, but there are some clues.

    Wim (W4) schrijft : "It is alleged by Neeltje's peers and close relatives that Cornelia's mother was romantically involved with the Crown Prince Willem (1840-1879). This relationship resulted in due course the birth of a Daughter Cornelia Francisca on 2/9/1861. This fact was kept secret due in that children born out of wedlock were not acceptable. During Cornelia's life hints were dropped by family members of the close likeness between her son Willem and King Willem III. It was not until later that when Hella did research for one of her books that more information came to light from one of Cornelia's relations, then in her 80's. By chance Hella met a grandson of Cornelia's half brother (Cultural Attache at the Dutch Embassy in Brussels) who confirmed, that Cornelia's father was in fact Crown Prince Willem. The man's name was Dommershuizen." ] Dit kan niemand anders geweest zijn dan de in Brussel woonachtige Cor van Dommershuizen Jr.]

 


1. Cornelia Francisca Foto Jac. & S. Schotel Szn, Schiedamse Singel 56 / Erasmusstraat 3, Rotterdam. Coll WHP.
2. Koning Willem III Historiek.

   
1. Willem Haasse W3 Coll WHP.
2. Koning Willem III Wikipedia.

•    Kroonprins Willem (1840-1879), aangeduid als ‘Wiwill’, ‘Prins Pince-Nez’ of ‘Piet van Ooijen’ (= Prins van Oranje).
Deze zou volgens de familie-overlevering de vader zijn van Cornelia Francisca Braak, geboren 1861. Een DNA-test zit er niet meer in, maar lichamelijke overeenkomsten die op foto's zichtbaar zijn, vooral de kenmerken van de hoofden, kunnen vergeleken worden. Vandaar het teruggrijpen op de getoonde schilderijen, prenten, foto's en standbeelden. Zijn er overeenkomsten in gelaatstrekken en andere uiterlijke kenmerken ?

Inline afbeelding 1
Amigoe 25 feb 1995    Wiwill door Nicolaas Pieneman (1809-1860).


     ✦      ✦      ✦      ✦      ✦      ✦      ✦      ✦ 
    ✦      ✦      ✦      ✦      ✦      ✦      ✦


Aanvulling literatuur, haasse-ea III

  • Op Engelvoeten à pas de loup. Editions Surrealistes 'Brumes Blondes'. Schalkwijk (2558). J. H. Moesman 1975.
  • Ik speel voor U. Bernard Drukker. 1979.
  • De deur van Moesman, verteld aan Hans van Straten. Frans Lapoutre. 1989.
  • Gemaskerde leven van Eduard Veterman. Jan Willem Regenhardt. 1990.
  • Indië-Bootreis. Herinneringen 1920-1940. Hans Boomsma en J. B. Manhé. 1991.
  • Moesman. Een kompleet overzicht in beeld van alle olieverfschilderijen en het klavecimbel van de surrealist J. H. Moesman. Waarin opgenomen zijn belangrijkste artikelen. Aangevuld met een catalogus, bibliografie en lijst van tentoonstellingen. Loek Brons & Bavo van Rossum red. Mei 1993.
  • Moesman. Monografie / Catalogus van schilderijen en objecten. John Steen met bijdragen van Frits Keers.1998.
  • M. C. Escher. Een biografie. Wim Hazeu. 1998.
  • Leven en werk van M. C. Escher. Het levensverhaal van de graficus. Met een volledig geillustreerde catalogus van zijn werk. J. L. Locher (red.) 8e druk 1998.
  • Moesmans wraak in iconografisch perspectief.  Pieter Schermer. Chronologie van J. H. Moesman door Her de Vries. 1998.
  • De Verschanste Legerplaats Vught De Lunetten. M. Kolster-van der Lugt & H. Peek. 1998.
  • De Lunetten te Vught. De Verwerving van de Gronden en de opmerkelijke Rol van Koning Willem II hierbij. M. Kolster-van der Lugt & H. Peek. 1999.
  • Dames gaan voor. Elsbeth Etty. 1999.
  • Stabielen en passanten, 125 jaar Amsterdamse Toneelschool. Red. André Veltkamp. 2000.
  • Liefdewerk. Een herwaardering van de caritas bij de Arme Zusters van het Goddelijk Kind, sinds 1852. A. van Heijst. 2002.
  • W. H. van Eemlandt, Biografie en Bibliografie van een wereldburger. Bart Rietkerk. Niet uitgegeven maar als fotocopie in het bezit van enkelen. 2007.
  • W. H. van Eemlandt 1889-1955. Kees de Leeuw. In Boekenpost no. 101, sept./okt. 2009.
  • Politieman in oorlogstijd. Elly Dragt. 2014.
  • Een schitterend vergeten leven: de eeuw van Frieda Belinfante. Toni Boumans. 2015.
  • Het Wonder van de Smalle Westerkade. Bouwmeester - van Dijk - Buziau - Kindler - Caron - Kresse. De fine fleur van toneel en muziek / Rotterdam 1860 - 1890. Ton Spamer. 2e herziene en uitgebreide uitgave juli 2015.
  • Moord op de kunst. Thomas Crombez. 2016.
  • Wilhelmina, mythe, fictie en werkelijkheid. Gerard Aalders. 2018.

Speciaal voor dit deel gaat onze dank voor hun medewerking uit naar :

Frans Schreuder (†)
Erasmus Laurentius
Adrienne Maclaine Pont
Anneke Landheer

Rechten Thijs Kramer, 2018.