W1  1816 W.H.   Haasse 1816 – 1899 Wilm, Willem Nieuwkoop – Rotterdam
W2  1860 W.H.J.   Haasse 1860 – 1935 Willem Rotterdam  – Baarn
W3  1889 W.H.   Haasse 1889 – 1955 Willem Rotterdam  – Baarn
W4  1921 W.H.J.   Haasse 1921 – 2008 Wim / Willem / Will Rotterdam  – Bussington
W5  1948 W.H.   Haasse 1948 Willem / Will Den Helder
W 1974 R.W.   Haasse 1974 Ryan William Geraldton
W7  2009 W.A.   Haasse 2009 Willem Alexander Subiaco

 

 

 Veelgebruikte afkortingen.HSH, HH = Hella (S) Haasse, Hella Haasse
Dig Mus HH≡ Digitaal museum Hella Haasse
WHJ = Willem Hendrik Johannes
WHP = Willem Haasse te Perth WA (W5)
Haasse-DW = Käthe Haasse-Diehm Winzenhöler
v Sill = van Sillevoldt
TK = Thijs Kramer
EK = Ellen Klomp-Brummel
LL = Lillian Mulder-Lubega
wrs = waarschijnlijk — aka = also known as

   

BS = Burgerlijke Stand
CBG = Centraal Bureau voor Genealogie
KB = Koninklijke Bibliotheek
LM = Literair Museum (tot 1 nov 2016
           Letterkundig Museum)
NvdD = Het Nieuws van den dag
BatNbl = Bataviaasch Nieuwsblad
G&E = Gooi- en Eemlander
NIMH = Ned.-Ind. Marine Hospitaal
MTB = motor torpedo boat

 

∼∼∼∼∼∼∼

W. H. J. Haasse (1921 - 2008)

 

Wim Haasse (Willem Hendrik Johannes, W4) was Hella's jongere broer. Hij had geen artistieke aspiraties, maar genoot van sporten, vooral watersport. Hij had een wilskrachtige natuur en een enorm doorzettingsvermogen. Voeg daarbij een flinke dosis handigheid en we denken de man voor ons te zien. Maar door zijn HBS-B opleiding aan de CAS kon hij zijn belangstelling voor de familiegeschiedenis, die bij Hella afwezig was, na de oorlog vorm geven, vooral toen hij in Bunbury en Busselton gevestigd was, door bij Burgerlijke Standen en Kerkvoogdijen in Ned. en Du. inlichtingen te vragen omtrent zijn voorouders. Uiteindelijk was hij in staat een stamboom op te zetten, die door zijn zoon Will uitgebreid is.

  

DATA : Willem Hendrik Johannes HaasseW4 — geb. 4 oct 1921 ROTTERDAM — zoon van Willem Hendrik Haasse en Katharina Diehm genannt Winzenhöler wonende tot 18 mei 1922 Beukelsdijk 25a — SOERABAJA juni 1922 Daendelsstraat 23 — april 1923 Van Hogendorplaan 74 — BAARN 1925 - 1928 Parkstraat 6, bij opa WHJ en oma Cor— 14 aug 1927 foto Parkstraat)— 18 mei-18 dec 1928 Eemstraat 3 — jan 1929 BANDOENG huurhuis bij GB Gouv Bedr — feb-mrt naar Progostraat 24 — 1930 Buitenzorg Villa Verona — 1931 Batavia Kebon Sirih - Kramatlaan 24 — Grisséweg (hoekwoning), Vioslaan 31 tot mrt 19351935 BAARN 30 april - 8 nov Parkstraat 6 bij oma Cor — 5 dec 1935 BATAVIA Kramatlaan 22 — mei 1940 diploma HBS-B — 6 aug. 1940 benoemd tot adelborst bij den zeedienst BANDOENG en SOERABAJA — 9–16 febr 1942 Hr. Ms. MTB 8, daarna MTB 5 — ontvlucht Java 2 mrt 1942 via Tjilatjap met de vrachtboot Sloterdijk naar Fremantle, mag aan land 9 maart in Melbourne — dient 16 juni 1942 tot 20 juli 1944 op Hr. Ms. Heemskerck — huwt in PERTH op 3 aug. 1943 Ethel May Annear (*1 nov 1918) — 30 juli 1944 tot 13 sept 1944 oudste officier Hr. Ms. MTB 236 — 13 sept 1944 tot 25 sept 1944 commandant Hr. Ms. MTB 236 — mei 1945 even in NED. — dec 1945 PERTH — Ethel en Helen kwamen aug 1946 in een gevaarlijk Java aan, Haasse trok in bij Schotman, Logeplantsoen 4, Batavia— 22 juni 1947 werd Ingrid geboren in een veiliger Jakarta — korte vacantie in oct. in Kalgoorlie — via Batavia KLM-vlucht naar Nederland — trekt nov 1947 met vr en k in bij Käthe en Willem BAARN Nassaulaan 42 — jan 1948 Billitonstraat 40 DEN HELDER — diensten op fregat Johan Maurits van Nassau. In jan en feb 1951 RHODE ISLAND U.S.A. — febr 1952 NIEUW GUINEA op Hr Ms Boeroe — 1 sept 1952 naturalisatie — YUNDAMINDRA West-Australië tot 1956 1956 BUNBURY WA tot zijn pensionering — Bezocht Holland in in 1976 en in 20...  — BUSSELTON WA, 54 Geographe Bay Road.
Ethel is daar overleden op 31 oct 2006, Wim is overleden op 22 mei 2008. —— Hun kinderen zijn Helen Elizabeth *Perth 15 juli 1944, Ingrid *Jakarta 22 juni 1947, en Willem Hendrik W5 *Den Helder 23 juni 1948.


    

Het dagblad : uitgave van de Ned. Dagbladpers te Batavia 22 oct 1946 Het Dagblad te Batavia 24 juni 1947 

     

Oma Cor met kleine Wim (W4) in 1921 in Rotterdam. ———— Het jonge gezin in Soerabaja.   Coll. WHP.

Hella's broer Wim (W4), Willem Hendrik Johannes, als klein kind Wimmy genoemd, is geboren op 4 october 1921 te Rotterdam, waar zijn vader toen met verlof en tegelijkertijd op het stadhuis werkzaam was. Op de terugreis naar Indië begin 1922 reisde het gezin met het ss Patria. In 1925 zouden Wim en Hella weer terug in Holland zijn.

 
Rotterdamsch Nieuwsblad van 6 oct 1921. -  Ook in Voorwaarts, Sociaal-Democratisch Dagblad van 7 oct 1921.       Kennisgeving geboorte zoon Wim in 1921.
    Registratiecode VFADNL 042482-blad 2, CBG.


In 1925-28 woonde Wim bij zijn grootouders in Baarn, Parkstraat 6. Het volgende verlof van zijn vader viel in 1935. In mei 1934 was Wim voor het toelatingsexamen van de vijfjarige H.B.S. te Batavia geslaagd. Hella en Wim zetten in april 1935 hun schoolopleiding aan het Baarnsch Lyceum voort, voordat ze in nov. van dat jaar terugkeerden.

De villa Waldheim met later geplaatste nevenbebouwing waarin Het Baarnsch Lyceum begon.
Groenegraf.blogspot.nl

Wim in 1935 tijdens een zondagswandeling  → → →
Coll. WHP

  

In 1935 vervolgde Wim zijn schoolloopbaan op 6 mei in de eerste klas van Het Baarnsch Lyceum. Maar begin nov. moest hij met Hella mee terug naar Batavia, naar de CAS. Na zijn eindexamen in 1940 werd hij als dienstplichtige opgeleid tot marine-officier. In zijn vrije tijd bedreef hij de roeisport op wedstrijdniveau. Op 17 april 1939 was er een incident op de 6000 m. kano ‘Rond de Pieren’ bij Tandjong Priok : "Bij een flinken ruk om rond de pier te komen breekt Wim Haasse zijn peddel. Van opgeven wilde hij echter niet weten, hij keerde met een blad varend naar de startlijn terug en leende een andere pagaai, waarna hij weer met vollen moed aan den strijd begon. Het pleit voor zijn sportieve opvatting". Op 4 sept. 1939 won hij de 1000 m. kano (NvddNI). Wim had zijn wedstrijdkano Hella genoemd!

       

             Het Nieuws van de dag voor N.I., 22 mei 1939                           Bat.Nbl 27 mei 1940  —  Haasse geslaagd

        

          Bataviaasch Nieuwsblad 27 juli 1940                                         Bataviaasch Nieuwsblad 24 mei 1940

Genoemd worden: Glaser, Munnik, Heckman, Haasse, Paul van der Meer Mohr,  G. P. F. Munnik (roepnaam Dops).

    


1. George Munnik en Wimpie Haasse in hun laatste jaar aan de CAS voordat ze naar de adelborstenopleiding gingen. Uit CAS gedenkboek 1902 - 1977. — 2. Eddy Glaser, *Malang 6 nov 1919".  Particulier bezit fam. Glaser.

Eind mei 1940 slaagde Wim voor het eindexamen lyceum HBS-B en werd onmiddellijk voor zijn dienstplicht opgeroepen. Na de keuring ging hij een marine-opleiding volgen, eerst in Bandoeng, vanaf 1 aug in Soerabaja. De officiële installatie van de jongens die door de keuring gekomen waren vond plaats op 6 aug.
   De lezer van Deel 1 zal het niet ontgaan zijn dat hij met Wim Haasse in een mannenwereld terechtgekomen is. We maken nu kennis met verschillende vrienden en collega's van Wim Haasse.

Het eerste hoofdstuk van W.H.J. Haasse's Recollections of the past, spanning the period from October 1921 to October 1956, eerste hoofdstuk (1921-1940), staat in deel I, onder de link ★ Recollections I
Het vervolg daarop, dat de jaren 1940-1956 bestrijkt, is via de volgende link toegankelijk :


Recollections 2–10

Een korte beschrijving van de structuur van het marine-apparaat en de daarin gangbare termen en afkortingen in de jaren '40 vergemakkelijkt het lezen van de opgetekende belevenissen van de mariniers.

Adelborsten, ook wel jonkers genoemd, waren oorspronkelijk de zonen van welgestelden (edele inborst) die in aanmerking kwamen voor officiersopleidingen. De rangen zijn :
-- adelborst
-- korporaal adelborst
-- sergeant adelborst
Dit zijn in feite rangen van de matrozen en onderofficieren. Na hun opleiding volgt beëdiging als officier 3e klasse.

Midshipmen zijn de onderofficieren aan boord van het schip. Zij zijn de leidende vaklieden terwijl de officieren de gevechtshandelingen leiden. Tijdens de opleiding zijn de adelborsten onderofficieren met een speciale status.

Jongens zijn hulpen, bedienden, vaak zonder speciale taak.

Het officierencorps is opgesplitst in een aantal specialisaties :
-- Zeedienst voor navigatie en operaties
-- Technische dienst voor onderhoud en nieuwbouw
-- Electrotechnische dienst voor alle electriek en ict (dit is een latere afsplitsing van de TD)
-- Administratie voor alle rekeningen en operationele inkopen
-- Mariniers voor amphibische operaties
Ravitaillage is de zorg voor eten en drinken. De afkorting MSD staat voor Marine Stoomvaart Dienst. Tegenwoordig noemt men dat Technische Dienst. MTB = motortorpedoboot, ook TM.
Schout bij nacht wordt tot sbn afgekort, commandant cdt, sergeant sgt, luitenant lt, korporaalt kpl.

   ✦ ✦ ✦ ✦ ✦ ✦

"Met ingang van 6 aug. 1940 is benoemd tot adelborst bij den zeedienst Willem Hendrik Johannes Haasse" (27 juli 1940, Bat Nbl). Eind 1941 werd de taaie en robuste Wim doodziek. Hij had typhus, werd slecht behandeld ("organization there must have been virtually non existent") en geraakte in coma. Käthe en Willem kwamen uit Batavia overvliegen, zo ernstig zag het er uit. Toen na een week zijn toestand verbeterde vloog zijn vader terug naar zijn werk in Batavia. Käthe bleef nog een week langer, tot het gevaar geweken was.
   De oorlog : in het kort verteld heeft Wim in 1942 de slag in de Javazee (27-28 febr. 1942) meegemaakt. Hij wist via Tjilatjap over zee naar Australië te ontkomen. Van 20 februari 1942 af vlogen KNILM-DC-3 Dakota’s van Java naar Australië om evacués naar Australië te transporteren. Zijn ouders pakten of kregen niet de kans op een vliegtuig te springen toen het nog kon. Wim nam deel aan de strijd in de Pacific, trouwde 1943 in Perth en voer via het Suezkanaal naar de Middellandse zee en vervolgens naar Engeland (invasie), en was in mei 1945 even in Nederland.
   Zijn leven zag er totaal anders uit dan dat van zijn zuster.

  A d e l b o r s t e n

     

1. Het Marine Hospitaal in Soerabaja, waar voor Wim de diagnose tyfus gesteld werd. Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnummer 2158_031242. Copyright NIMH.
2. Studie- en recreatiecentrum "Willemsoord" t.b.v. de adelborsten-opleiding in Soerabaja, 1941.
Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnummer 2158_032451. Copyright NIMH.

Cdt-Officieren, leraren en Adelborsten, Kon. Instituut voor de Marine te Soerabaja, 25 aug. 1940. Tweede rij van boven, de eerste van rechts is Herrie Heckman, de vijfde van rechts is Wim Haasse, de zesde van rechts Jan Schotman, vijfde van links George Munnik. Bovenste rij tweede van links is Eddy Glaser.
          Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, inventarisnummer 076543. Copyright NIMH.


 Jan Schotman
     


Eddy Glaser
Jan Schotman

    


George Munnik (Dops)

 Herrie Heckman


   

Wim Haasse diende volgens officiële opgave (wijkt iets af van andere opgaven, misschien door angwisseling) :

09.02.1942 - 01.03.1942 aan boord Hr. Ms. MTB 8,
16.06.1942 - 20.07.1944 aan boord Hr. Ms. Heemskerck,
30.07.1944 - 13.09.1944 oudste officier Hr. Ms. MTB 236,
13.09.1944 - 25.09.1944 commandant Hr. Ms. MTB 236 [tot 15.10.1944?].

Hij kreeg het Oorlogsherinneringskruis met vijf gespen
en het Ereteken voor Oorlog en Vrede met twee gespen.

Zijn Recollections over deze periode zijn te lezen op HEA II.

          Foto FOTAX, Soerabaja. Coll. WHP      →   →   →   →

      

Motortorpedoboot Hr. Ms. TM 8 (1940 - 1942) te Soerabaja. Het is de MTB 8 waarop Haasse op 8 febr 1942 geplaatst werd. Na een week werd de crew op de MTB 5 overgezet omdat de MTB 8 gerepareerd moest worden. Op 28 febr vluchtten 11 overgebleven midshipmen per trein naar Tjilatjap aan de zuidkust, het Duinkerken van Indië, vanwaar ze met de vrachtboot Sloterdijk en veel geluk naar Fremantle WA ontsnapten. In Melbourne mochten ze aan land.
      Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnummer 2158_006238. Copyright NIMH.

  

De Sloterdijk. –  www.kombuispraat.com

De Sloterdijk was een van de HAL-schepen bij welke men tijdens de bouw al rekening had gehouden met het plaatsen van geschut in verband met de oorlogsdreiging. Tijdens de bouw is er aan boord brand uitgebroken waardoor de oplevering werd vertraagd tot 15 feb 1940. Na de aanval op Pearl Harbour kwam de Sloterdijk in dienst bij de US War Shipping Administration en werd verbouwd tot troepentransportschip. In 1943 werd een konvooi van Glasgow naar Palermo, waar de Sloterdijk deel van uitmaakte, aangevallen door Duitse torpedo-vliegtuigen. Mede door de luchtafweer aan boord van de Sloterdijk waren de Duitse vliegtuigen gedwongen de aanval af te breken. Vanaf 1946 heeft de Sloterdijk in dienst van de Nederlandse regering gevaren voor het vervoer van vluchtelingen en militairen tussen Nederland en Oost-Indië.

Bovenstaande foto is in april 1943 aan boord van de kruiser Hr. Ms. Jacob van Heemskerck gemaakt. Wim Haasse staat achterste rij, vijfde van rechts, Eddy Glaser achterste rij tweede van links, Herrie Heckman tweede rij derde van links.   Coll. WHP.

Bovenstaande foto lijkt aan boord van MTB 236 genomen te zijn. Dit vaartuig had de naam Hr. Ms. Havik.
Wim Haasse zit vierde van rechts.  Coll. WHP.

Commands listed for HNMS MTB 236 / Havik (MTB 236)

   Commander   From To
1 luitenant ter zee 2e klasse (Lt.) Barend ter Brake, RNN
24 Aug 1943
13 Jul 1944
2 luitenant ter zee 2e klasse (Lt.) Baron Hector Livius Sixma van Heemstra, RNN
13 Jul 1944
13 Sep 1944
3 luitenant ter zee 3e klasse (S.Lt.) Willem Hendrik Johannes Haasse, RNN
13 Sep 1944
25 Sep 1944
4 luitenant ter zee 2e klasse (Lt.) Floris Willem Lambrechtsen, RNN(R)
25 Sep 1944
 


Hr.Ms. Havik, ook bekend als Hr.Ms. MTB 236 was een Nederlandse motortorpedoboot. Het schip werd samen met de Gier, de Kemphaan en de Stormvogel voor 115.000 Britse ponden overgenomen van de Britse marine. De Havik was in Britse dienst bekend als HMS MTB 236 van het 9de MTB-flottielje. Met de aankoop van de vier schepen werd het totale aantal MTB's uitgebreid naar acht en had de Nederlandse marine de beschikking over een eigen MT-flottielje. Tijdens WO II voerde de Havik patrouilles uit op het Kanaal. De buiten dienst stelling van het schip op 16 dec 1944 was een gevolg van het overplaatsen van manschappen van de motortorpedodienst naar de havendetachementen in bevrijd Nederland. Ruim een jaar later, in febr 1946, werd het schip verkocht.

Het Korps Adelborsten in Soerabaja, alwaar de opleiding tot marineofficier na de bezetting van Nederland tot maart 1942 werd voortgezet, luidde het jaar 1940 uit met een kroegjool die de eerste en meteen de laatste was, want de Japanners liepen heel N.O.I. van half dec 1941 tot maart 1942 in nog geen drie maanden onder de voet. De oudejaars-feest-foto is te zien in :
Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnummer 2158_076589. Copyright NIMH.

Na de bevrijding van Nederland in 1945 kwam Wim vanuit Brussel onmiddellijk zijn familie in Holland opzoeken. Oma Cor, Nelly en Corrie in Baarn, Hella en Jan in Oegstgeest.
   Inmiddels was hij op 3 aug. 1943 in Perth met een Australische getrouwd, Ethel May Annear, geboren 1 nov. 1918, overleden 31 oct. 2006. Ze kregen drie kinderen, Helen Elisabeth, Ingrid, en Willem Hendrik. Ethel bleef in Australië tot na de oorlog en ging toen met Helen naar Wim op Java. Daar werd 22 juni 1947 Ingrid geboren. Wim, die nog bij de Marine in dienst was, werd echter met zijn gezin naar Holland overgeplaatst. Hij kreeg een van de eerste huizen die in den Helder in het kader van de naoorlogse wederopbouw gebouwd werden, Billitonstraat 40 in de Indische buurt. Daar werd Will geboren. Ethel kon niet tegen het koude Hollandse klimaat. Ze was wel opgenomen in de saamhorige kring van vrouwen-met-kinderen-en-man-op-zee, maar er bleef een taalbarrière. Ook Wim kon in Nederland niet aarden – en zo werd besloten naar Australië te gaan, waar op de steun van Ethels familie gerekend kon worden. Moeder en dochters kwamen in 1952 met de Oronsay naar Australië. Wim moest eerst zijn ontslag regelen, kwam via Sydney Australië binnen en verenigde zich met zijn gezin.

   
     Ingrid — Willem — Helen    Coll. WHP        Ethel    Coll.WHP

 

Gevraagd: net meisje of werkster voor de ochtenduren.
Mevr. Haasse. Billitonstraat 40.
aanmelden na 5 uur.

       Heldersche Courant 18 maart 1948


  ←  ←  ←   Coll. WHP




       Adresboek den Helder van 1 januari 1948

Wonende in de Billitonstraat in den Helder was Wim in 1948 al bezig met familieonderzoek, zie :

      

W4 aan boord van de Heemskerck.

 HAASSE FAMILY HISTORY 1665 - 1976 ★

     ANNEAR FAMILY HISTORY    

Wim was in Nederland na de oorlog al bezig de geschiedenis van zijn familie na te vorsen. Käthe legde daarvoor de basis doordat het haar lukte gedurende de kamptijd papieren en foto's in een kussensloop te bewaren. Ook was een deel van de bibliotheek en papieren van opa W2 bewaard.

          Coll. WHP             Coll. WHP

Uit het huis in Batavia kon nog iets gered worden, en wat Oma Cor en tante Nel aan familie-aandenkens bewaarden had van de oorlog weinig te lijden gehad. Wim en Ethel woonden een paar jaar in Nederland (een maand in Baarn, jaren in Den Helder), maar Wim kon niet aarden in dit koude land, dat hij nauwelijks kende, en zijn vrouw al helemaal niet. Bovendien kan in hem het gevoel gegroeid zijn dat hij bij de Marine weg wilde -- hij was niet de enige --, als gevolg van de laten we maar zeggen niet optimale politieke leiding bij de gevechten rond Java in 1942 (de KNIL gehoorzaamde tegen beter weten in, terwijl de Britten en Australiërs zich terugtrokken uit de hopeloze situatie). De politieke toestand in Nederland na de bevrijding was trouwens ook niet bepaald zuiver.
   Wim had een sterk karakter, he was his own man, maar het weerzien in Den Helder van collega's uit Java zoals Schotman en Heckman zal hem toch goed gedaan hebben. Haasse, Schotman, Heckman en Glaser vormden op Java geen "Club van vier" maar waren wel hechte kameraden. Ze volgden met elkaar de opleiding van luitenant ter zee (ltz) tot adelborst en werden samen bevorderd tot adelborst en sergeant-adelborst. Heckman heeft het tot schout bij nacht (sbn) en vice-admiraal gebracht, Glaser tot Lt-Kapitein ter Zee en directeur van electronische marinebedrijven. Na de oorlog bleef het onderlinge contact nog een halve eeuw levend, inclusief  reizen van Australië naar Holland en omgekeerd.
      

1. Mijnenveger Hr.Ms. Boeroe (1946-1961) te Nieuw-Guinea in 1951 met zonnetenten achterop. Wim's laatste schip.
Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnr 2158_000322, NIMH.
2. Hetzelfde schip met compleet opgetuigde zonwerende zeilen te Tandjong Priok. Foto IMH.

In 1950 kreeg Wim Haasse het oorlogsherinneringskruis met vijf gespen.

Coll. WHP —— De minister voornoemd was J. F. Schokking in het kabinet Drees – Van Schaik. Ter verduidelijking worden hieronder sterk vergroot de gespen op het lint het bronzen herinneringskruis (het is 4 cm breed) weergegeven, en het centrum van alles, Nederland in de persoon van Wilhelmina. Het ovale medaillon bevat de beeltenis van de oude vorstin, ook al was Juliana haar in 1948 opgevolgd. Op de omlijstende sierlijke rand staat ‘Voor krijgsverrichtingen’, op de vier armen van het kruis de W van Wilhelmina.

                               Wim's indrukwekkende staat van dienst blijkt uit de bijbehorende vijf gespen :

                                           
                                              KRIJG TER ZEE   1940-1945

                                            
                                             JAVAZEE   1941-1942

                                           
                                            MIDDELLANDSE ZEE    1944

                                           
                                            NORMANDIE   1944

                                           
                                            OOST-AZIE – ZUID-PACIFIC   1942-1945

                              

  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦           

                 

1. Vader, zoon en kleinzoon. W4 draagt op deze foto het oorlogsherinneringskruis. Achterop de foto staat “Pinksteren 1950”, dat was 28 mei.
2. Sterk uitvergroot zien we linksonder het kruis met de beeltenis van Wilhelmina, daarboven de gespen, en rechts vermoedelijk het kruis voor oorlog en vrede.   Coll. WHP

   Coll. WHP

Per 1 sept. 1952 verliet Wim de marine. Hij kreeg eervol ontslag. Na een laatste stationering in Nieuw-Guinea (in de papieren van W4 valt te lezen dat hij in Nederlands Nieuw Guinea in werkelijke dienst was van 20 maart 1952 tot 1 sept 1952 aan boord van Hr Ms 'Boeroe' als oudste officier) verenigde hij zich in sept. 1952 met zijn gezin in Kalgoorlie en liet zich naturaliseren. Ze vertrokken snel naar Yundramindra WA, waar Wim werk vond in het bedrijf van zijn schoonvader. Hij werd chef afdeling goudbewerking & goudsmelterij Linden Gold. Käthe kwam ze daar in 1956 opzoeken. In Australië hadden Wims ouders Willem en Käthe al van oct. 1945 tot aug. 1946 vertoefd om te herstellen van de kamptijd in Indië.

Bij het huwelijk van Wim en Ethel in 1943 hadden ze niet tegenwoordig kunnen zijn, en van de geboorte van hun eerste kleinkind in 1944 waren ze niet op de hoogte. Vandaar deze "wedding card prepared by Oma" niet voor Wim en Ethel bestemd was, maar voor Will en Beverley. Op een dubbelgevouwen kaart staat On Your Marriage ; aan de binnenkant de melodie die Käthe 17 dec. 1945 in Perth op een gedichtje voor een andere gelegenheid geschreven had (17-12-'45 K. H.). Op de achterkant staat het gedichtje nog eens geschreven (Käthe Haasse-DW). Ze verstuurde de kaart in 1972, het jaar waarin Will en Beverley trouwden.

                           Coll. WHP

Wim is later bij Western Titanium gaan werken, waar hij omhoog klom op de maatschappelijke ladder. Hella heeft de roman 'Heren van de Thee' (1993) aan hem opgedragen. "Voor W.H.J. Haasse, Wim, mijn broer." Ethel is op 31 october 2006 overleden, Wim op 22 mei 2008, beiden in hun huis aan zee in Busselton nabij Perth.

                

     Wim en Ethel. Wim.  Beide Coll. WHP

S t a r t i n g   i n   A u s t r a l i a

Op de Welcome Walls van het Western Australian Museum is feitelijke informatie te lezen :
HAASSE, Willem Hendrik (W5) / Origin Den Helder, Holland / Accompanying Family
Mother - Ethel May Haasse, born in Perth
Sisters - Helen Haasse, born in Perth, Ingrid Haasse, born in Jakarta
First settled in Yundamindra, Western Australia
Original Occupation Child / Occupation in Australia General Manager
Oronsay [gebouwd 1951, Orient Line, zusterschip van de Orcades]
Departure Port Tilbury, London / Arrival Year 1952 / Fremantle / panel 41
  [Eerst waren ze van Rotterdam naar London gevaren]

“I (W5) arrived into Fremantle with my Mother, Ethel May Haasse, with my two sisters Helen & Ingrid. My Father Willem H. J. Haasse (W4) arrived into Australia at Sydney Airport fom New Guinea in the same year”. W4 vestigde zich dus niet in 1950 in Australië, zoals Hella in Persoonsbewijs schrijft, maar in 1952.

       National Archives of Australia Series number K1331, Barcode 3129321

Op 28 aug. 1952 had Wim dus nog de Nederlandse nationaliteit.

Tussen 1945 en 1952 hebben Wim Haasse (W4) en zijn gezin heel wat afgereisd. Een paar data :
- Passagierslijst: Following passengers left Perth by airliner today: For Kalgoorlie: Mr V. White and Mesdames K. Forrest and E. Haasse (Ethel). Kalgoorlie, Western Australia, 2 feb 1946.
- Passagierslijst: The following passengers will arrive in Kalgoorlie this morning on the express from Perth: Messrs. [...] Haasse ; Mesdames [...] Haasse. Kalgoorlie, Western Australia, 27 mrt 1946.
- Immigratie: HAASSE Willem Hendrik Johannes (W4) born 4 October 1921; Ethel May age 28 ; Helen Elizabeth age 3; Ingrid age 3 months; nationality Dutch; travelled per flight G-AGJL arriving in Darwin, Australia, on 9 October 1947.
- Beroep: Gold Treatment Linden Gold Mining Co. Yundamindra, Western Australia, 28 aug 1952.
- Passagierslijst: HAASSE Willem Hendrik Johannes (W4) - Nationality: Dutch - Arrived Sydney per Aircraft 28 August 1952. Sydney, Australia, 28 aug 1952.

Er is daar in Australië 'down under' door Wim Haasse, zijn vrouw en hun nakomelingen keihard gewerkt om een bestaan op te bouwen. De gedachte aan de moed en het doorzettingsvermogen van de veelvuldig verguisde Seraphia Weitzel dringt zich vanzelf op. De stamhouder van de Haasses, the heir of the genus Haasse in Australia, heeft veel van deze grootmoeder meegekregen.

Ministerie van Defensie / Directie Personeel Koninklijke Marine / Postbus 20702 / 2500 ES 's-Gravenhage
  
Mr. W. H. J. Haasse
54 (E) Geographe Bay Rd. / BUSSELTON 6280 / West Australia / Uw kenmerk Ons nummer P.Haass/900613 / Datum 14 juni 1990 / Onderwerp Ereteken voor langdurige dienst der zeemacht.
  
Naar aanleiding van Uw ongedateerde brief, deel ik U hierbij mede, dat U niet in aanmerking kunt komen voor het Ereteken langdurige dienst als officier der zeemacht op grond van ontslag van rechtswege uit de zeedienst in verband met het verliezen van de staat van Nederlander in 1954.
   Het spijt mij dat ik U in deze niet van dienst kan zijn.
DE MINISTER VAN DEFENSIE / voor deze etc

    

 

 


 


1. Op deze mooie familiefoto zien we rechts Hella's broer Wim (W4), naast hem zijn zoon Willem (W5). Voorts diens drie zonen Adam, Ryan en Paul. Coll.WHP2. Jason Pascoe, zoon van Howard Pascoe en Ingrid Haasse, kleinzoon van W4.

Willem (W5) schrijft in een e-mail van april 2014 :
Opa had ik niet meer gezien nadat we Holland allemaal in 1952 verlaten hadden. Oma kwam ons een keer in Australië opzoeken, en we hadden bij die gelegenheid het geluk haar piano te horen spelen. Verder hebben we haar niet horen spelen, niet in het echt en we hadden ook geen plaatopname van haar spel". Het vervolg laat ik onvertaald.
  [...] Adam is very good at Chess, we all say he inherited my Dad’s intelligence, however it of course must have come from me & Bev, my wife.
  The Haasse Family Australian life is full of undocumented stories, I could imagine arriving in Western Australia after the War would have been like stepping back in time, I was too young at that time to remember any thing different. After arriving into Fremantle on the Oronsay from England we spent very little time in Perth, Dad’s European qualifications were not accepted by the English standards required here and he was given a choice of returning to school or finding work. Mum’s Father had a gold mine many hundreds of miles from Perth, Yundamindra was the name of the mine. We ended up there, in the “Bush” learning schooling by post. Nothing but dust, Aboriginals, Sheep and gold.
  We stayed there long enough for Dad to save money to buy a Govt. land grant seven miles south of a town called Bunbury, several hundred miles south of Perth. The little farm of 115 acres was too small to make a living on and too big just to live. We had many chickens, one Bull called Bruno, several Peacocks and a dog and cat. Dad with the help of us kids built our own house on this property. Mum ended up having a ladies hairdressers shop in the town of Bunbury and Dad worked in a mine at Capel, 15 miles south from where we lived. Mum had the only vehicle we owned so she could go to work and take us three children to school. Dad rode his pushbike to work.
  Dad progressed to a Management level in the Mine and eventually retired from the same place. Mum & Dad then built a new home in Busselton, a town another 30 miles south from our old property and enjoyed their retirement years there. They travelled around Australia by Caravan and spent many retired years in the northern areas of Western Australia rock hunting. I told Dad he was unsettling the Earth by moving the rocks from one area and taking them to another. That is Dad and Mums life in a nutshell.

Jason en Craig stonden model voor Jason in Zwanen schieten (p. 67 vv.). Jason Pascoe schrijft ons "when I was 21 I left home and drove out though the desert approx. 2000 km by myself with my dog. I took a cross bow and fishing gear to hunt for food, and returned home after 12 months travelling around Australia".

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Foto van Howard Pascoe en Corrie Cosgrove-Haasse, gemaakt toen Howard & Ingrid Corrie in Engeland een bezoek brachten op Lower Chancton Farm, Steyning Road, Wiston. Howard (†) is de vader van Jason Pascoe.
Coll. Ingrid Pascoe-Haasse.
2. Lower Chancton Farm, Steyning Road. Permission Wiston Estate Office.

Afstammingslijn Haasse in Australië = The Haasse Family Tree in Australia

W4 Wim Haasse (*Rotterdam 4 oct 1921, overleden Busselton WA 22 mei 2008) ✕ Ethel Annear (geboren 1 nov 1918, overleden Busselton WA 31 oct. 2006. Zij kregen drie kinderen :

Helen Elizabeth Haasse, *Perth 15 juli 1944, ✕ 16 mei 1964 Douglas Mc Arthur Scott, *20 aug. 1942 Bunbury WA.
Kinderen: Natalie Elizabeth Scott, * 25 april 1966 Bunbury, Craig Douglas Scott (*11 maart 1968 Bunbury), Renee Andrea Scott (*2 sept. 1971 Bunbury).
Ingrid Haasse, *22 juni 1947 te Jakarta (Batavia), gehuwd 10 sept. 1967 te Perth met Howard Max Pascoe (*24 mrt 1946 Perth, †2003 te Mandurah WA).
Kinderen: Jason Morris Pascoe, *22 april 1970 te Bunbury WA, gehuwd op 20 juni 1998 in Busselton met Angela Whitehead (*31 dec. 1974, Whangarie, New Zealand), en Katrice Pascoe (* 11 dec. 1973, Bunbury).
  Uit Jasons huwelijk sproten Robert Frederick Pascoe (1999), Isaac Max Pascoe (2004), en Michael William Pascoe, *13 aug. 2006, Subiaco.
Willem Hendrik Haasse (W5), *23 juni 1948 in Den Helder, Nederland, gehuwd op 22 juli 1972 met Beverley Ann Guile (*17 mei 1953 in Bunbury WA).

W5 en Beverley Ann Guile kregen de volgende kinderen

Adam John Haasse (*12 dec. 1972, Subiaco, Perth WA) ;
W6 (Ryan William Haasse *6 dec. 1974, Geraldton WA) ;
● Paul Andrew Haasse (*24 aug. 1976 te Geraldton), gehuwd 9 dec. 2006 met Kirstie Jane Torpy (*23 dec. 1980, Perth).

Uit dit laatste huwelijk werden geboren :

● W7 Willem Alexander Haasse (3 aug. 2009, Subiaco)
● Christian Neil Haasse (2 febr. 2012, Subiaco).

Adam John Haasse en April Kirby (*1974) hebben samen een dochter Alexia Anastasia Kirby-Haasse (*21 nov. 1995, Subiaco, Perth WA).

Een versmelting van Adam en Jason stond volgens de aantekeningen van Hella ("Adam=Jason") model voor de Jason in Zwanen schieten. Daar schrijft zij ook "Zij hadden hem Adam willen noemen" &c. Dat ontkent de familie. Wel was het Jason, die in zijn eentje een jaar lang door het binnenland getrokken is.
  William (W5) bericht "We are sure it is Craig & Jason that Hella used as models in her story Swans Shooting". En dat maakt aan elke onzekerheid een einde.
   We zien dat in dit parenteel voornamen uit het Hollands verleden van het geslacht Haasse voorkomen. Zelfs aan Käthe wordt herinnerd, in Katrice. "Katrice was named after Oma.  If we had a girl it was to be Kate" schrijft Will [W5].
"Mum stayed in Australia till after the War, then went to Java with Helen to join Dad [W4]. Ingrid was born in Java".
[Na de oorlog] "Dad was transferred to Holland whilst still in the Navy, we lived in Den Helder where I [W5] was born.
Mum and the three of us came to Australia on the Oronsay in 1952 whilst Dad applied later for a discharge from the Navy and entered Aust. through Sydney.  Mum did not like the cold weather in Holland so they decided to emigrate to Aust.
Dad returned several times to visit Oma and Hella, Oma came to Aust as well as Hella several times. They were writing to each other all the time. Oma sent Dutch lollies and chocolate letters every year whilst we were young. We children also wrote regularly to Oma".

Vast staat dat Käthe na de dood van haar man (1955) in 1956 haar zoon Wim (nu ook Will genoemd) en diens vrouw Ethel in Australië is gaan opzoeken, per schip, zoals ze gewend was. Vrijheid blijheid! De passagierslijst van het ss Orsova vermeldt bij aankomst HAASSE Katharina – Nationality: Dutch – Arrived Fremantle per Orsova 5 October 1956. Ze kreeg een oefenpiano ter beschikking in Bunbury, niet ver van Willems huis. Jason Pascoe schrijft dat Will and Ethel bovendien een piano gehuurd of geleend hebben, zodat ook de kleinkinderen hun grootmoeder hebben horen spelen. "I did enjoy hearing Oma play the piano, She was very good. I had been a drummer for many years in my teens so a little of Oma had passed down. As I started learning the piano however normal living took over", schrijft Wims zoon, die de jongensdroom had bandleader of conductor te worden. Ze gaf concerten in Perth en Bunbury. Hella vertelt over dat bezoek in «Zwanen schieten», schrijft over de primitieve toestand waarin het gezin volgens Käthe gehuisvest was, maar geen woord over het klimaat, de ruimte en Käthe's pianospel. Hella bezocht Indonesië in 1969, 1976 & 1992, en in 1992 & 1994/95 haar broer in Australië. Wim op zijn beurt had in 1972 Käthe en Hella in Nederland bezocht (foto van moeder, zoon en dochter in «Ik maak kenbaar»).
   Op hun beurt ondernamen Wim en Ethel meermaals de reis naar Holland. Will en Bev begeleidden Wim nog eenmaal naar Holland (Ethel was al overleden) op afscheidsbezoek toen het ging aflopen met Jan van Hella. Ook Helen & Doug en Ingrid, Wim's dochters en schoonzoon, maakten de trip naar Holland verscheidene malen. Ingrid heeft ooit zelfs bij Jan Schotman, een vroeger maatje van Wim, gelogeerd. Hella kwam pas in 1992 eens in WA kijken.

Wim en Ethel op hun gouden bruiloft (1993).   Coll. WHP

Rond de jaarwisseling 1994/95. V.l.n.r. Jan van Lelyveld, Hella Haasse, Renee (dochter van Helen), Beverley & Willem Haasse (W5), Ethel & Wim Haasse (W4). Deze laatste is Hella's broer. Het geslacht Haasse zet zich 'down under' voort! Met o.a. een talentvol clubschaker, Adam Haasse, die als hoogste rating 2235 op zijn naam heeft staan.   Coll. WHP

"Stamvader" Wim Haasse (W4), Hella Haasse, Jan van Lelyveld, Ethel Haasse-Annear. Allen overleden. Coll. WHP

In dec. 2001 had Wim een kerstpresentje aan Hella gestuurd, In the Middle of Nowhere (1998) van Terry Underwood, in paperbackeditie (1999). "Voor Hella / vam Ethel en Wim. / Xmas 2001". Wim had 'from' in zijn hoofd toen hij 'vam' schreef. Het boek gaat over de laatste zelfbenoemde "pioneers of Outback Australia". John Underwood, de man van de schrijfster en ik-figuur Terry is zo'n 20 jaar jonger dan Wim Haasse. Slechts de eerste bladzijden van het boek zijn gelezen, door Hella of Jan? Het is een babbelverhaal over macho landverwoesters, dom en onsympathiek. Het is zijn kinderen niet bekend dat Wim iets met boeken had. Toch, kijk eens naar dit ex libris :

                      Coll. WHP

Dit ex libris trof Willem (W5) in een boek van zijn vader “De Eerste Schipvaart der Hollanders naar Oost-Indie” onder Cornelis de Houtman, 1595-1597; journalen, documenten en andere bescheiden, uitg. en toegelicht door G.P. Rouffaer en J.W. IJzerman (1915). Het kan alleen van W2 of W4 geweest zijn (want W.H.J.). Het lettertype en de opmaak pleiten voor de eerste helft van de 20e eeuw. De omlijsting schijnt een houtsnede te zijn, de prent toont een driemaster, met volle zeilen langs een boei of bootje varende. Wanneer de onderwijzer Haasse (W2) voor een zeilschip op zijn ex libris koos moet het om de rechte koers gaan, en dan dient zo'n schip zich aan als sprekende illustratie. Het is een groot VOC-retourschip met kanonnen. Met 2 masten dwarsgetuigd en 1 mast langsgetuigd. De vlaggen zeggen me niets. De boei draagt duidelijk het getal 35. Bij vergroting meent men 1935 te zien. Zeker is, dat W4 het boek niet op de vendutie in Batavia in 1947 heeft laten veilen en – als het van zijn grootvader was – het uit familiezin bewaard heeft. 'Hou koers' lijkt Zuidafrikaans, in het Nederlands werd zeker in formele context 'Houd koers', plur. 'Houdt koers' geschreven. Maar van Jordaan is een politieke spotprent uit 1933 bekend getiteld 'Hou koers'.
  Op de achterspiegel van het schip zijn twee leeuwen te onderscheiden, die aan het wapen van Batavia doen denken, dat J. Pz. Coen in 1620 de stad voorgeschreven had te voeren.

Inline afbeelding 1

          Bat Nwsbl 18 juli 1938

    

          De Sumatra Post 20 juli 1938

G. M. von Holtz is misschien familie van José van Holtz, de echtgenote van C. H. Dommershuizen jr.

Als cadeautje voor haar 84e verjaardag stuurde Wim (W4) aan Hella het prettig leesbare Cooper's Creek (1963) van Alan Moorehead in de paperback edition van 2001. Hij schreef op het titelblad "2-2-2002. / Voor Hella / van Ethel en Wim." Het boek, dat een bijna legendarische ontdekkingsreis in 1860-61 in het binnenland van Australië beschrijft en documenteert, maar de gevolgen van de Engelse kolonisering in twee, drie zinnen afdoet, kan niet concurreren met de avonturen die Jules Verne zijn helden in 1865 op de 37e breedtegraad laat beleven (De kinderen van kapitein Grant, deel 2, Australië ; Het geheimzinnige eiland). Ook Verne beschrijft het drama van Burke's expeditie, maar hij spreekt zich onverbloemd uit over de onherstelbare verwoestingen en niet te bevatten slachtingen die de kolonisering niet alleen in Australië aanrichtte : Verne spreekt van "de menschenmoordende beschaving uit Europa", bij het trekken van hun kaarsrechte grenslijnen "hebben de Engelschen geen acht geslagen op bergketenen, op den loop der rivieren, op de verscheidenheid van het klimaat, noch op het verschil van ras" – ik citeer de oude vertaling uit mijn jeugd, dezelfde die Hella in 1929 in Bandoeng («Zelfportret») of in 1936 in Batavia las. Vader Haasse had een deel van de boeken van zijn 1935 in Baarn gestorven vader meegenomen. Deze passage is ontsnapt aan het rode potlood van uitgever Hetzel, die politieke uitspraken van Verne niet placht te dulden. Maar de keus van Mooreheads vlot geschreven boek is op zich begrijpelijk, gezien het feit dat de jeugdjaren van Hella en Wim zich in een Nederlandse kolonie aan de evenaar hebben afgespeeld. Hella heeft Wims presentje ongelezen gelaten. Het is het soort pocketboek dat na elk omslaan van een bladzijde geplet moet worden, maar dit exemplaar draagt daar geen sporen van, het was haar misschien te veel werk, misschien ook omdat ze er een ongunstige bespreking van gelezen had – de heruitgave van Phoenix Press is beschamend slecht, maar omdat Phoenix Press de schaamte voorbij is, noem ik het product schandalig slecht. Hella zal de originele uitgave (1963) wel niet gelezen hebben, maar je weet nooit.

Zou Hella Liebe und Tod auf Bali van Vicki Baum eigenlijk gelezen hebben? Het moet wel. Zoals veel Exilromane is het boek door Querido Verlag uitgegeven (1937). Baum heeft een paar maanden op Bali gewoond bij de Duitser Walter Spies (*1895), die zij in haar voorwoord veiligheidshalve de Hollander dr. Fabius noemt. Het heeft Spies niet geholpen, hij werd in 1939 als homosexueel (!) door de Nederlandse overheid (!) 8 maanden gevangen gezet, in 1940 als Duitser geïnterneerd en in 1942 op de Van Imhoff naar Brits-Indië gezet. Het schip is door een Japanse bommenwerper al op de tweede dag onder vuur genomen en tot zinken gebracht. Spies was een van de honderden slachtoffers. Baum presenteert het boek als een bewerking van een manuscript van Spies. Ze schrijft daar ook "Das Buch hat mit einer historischen Begebenheit zu tun, die in der Kolonisierungsgeschichte Balis als der Puputan bekannt ist. Trotzdem ist es kein historischer Roman in strengem Sinn, eher eine freie Paraphrase über wirkliche Geschehnisse". Het verhaal speelt in 1904-1906, eindigend met de 'pacificatie' in de Zuid-Balinese vorstendommen onder het bewind van Van Heutsz.

Cooper's Creek van Moorehead speelt zich af in een land dat Hella pas in 1992 bij een bezoek aan haar broer leerde kennen. Ze schrijft erover "ik benijdde hem om zijn nieuwe vaderland ... zijn woonplaats riep onweerstaanbaar de herinnering op aan het Indië van onze kinderjaren". "De ontroering, ja, de hartstocht, waarmee ik nog altijd reageer op de kleuren, geuren en geluiden van mijn geboorteland, zijn niet geboren uit herkenning, maar uit het besef dat wat ik waarneem voor altijd onbereikbaar blijft". Wims verjaardagscadeau kan als een fijngevoelig gebaar gezien worden jegens Hella die zich in Nederland – niet in overweldigende mate maar wel ten diepste – altijd ontheemd heeft gevoeld. Arjan Peters in gesprek met Haasse over het Nederland van 1935 : "Voelde u zich hier ook thuis?" "Nee. Absoluut niet".
  Phoenix Press verzon als subtitel The classic account of the Burke and Wills expedition across Australia. Daarin wordt de naam van de enige overlevende (John King) van het door Burke slecht geleide viertal – Robert O'Hara Burke en William John Wills leaders, John King en Charles Gray men – dat vanuit het voorraadkamp de eigenlijke barre expeditie ondernam,de enige ooggetuige die het gebeurde kon beschrijven, niet genoemd (!). De landkaarten waarnaar Moorehead verwijst zijn niet opgenomen (!), waardoor de lezer zich van de diverse omzwervingen geen geografische voorstelling maken kan. Van de schilderijen van Longstaff en Nolan die de schrijver noemt ("reproduced here", "... kindly allowed me to reproduce ...") zijn geen afbeeldingen te vinden (!), etc. Ook andere illustraties zijn weggelaten. Wim zal het zich niet gerealiseerd hebben. Moorehead treft uiteraard geen blaam, hij is in 1983 overleden. De Hamish Hamilton edition (1963) heeft die kaarten en (meer) illustraties uiteraard wèl, en houdt zich verre van de opgeblazen ondertitel en tenenkrommende flaptekst van Phoenix Press.

In Persoonsbewijs laat Hella unverfroren een aantal 'uitverkoren' familieleden de revue passeren. "Mijn broer is voor mij stellig de meest onbekende van mijn allernaaste familieleden". Ik vrees dat Wim een betere kijk had op zijn zuster dan omgekeerd. En dat sommige familieleden blij zijn niet door Hella de catwalk op te zijn geduwd, maar met rust te zijn gelaten.



John Longstaff. Arrival of Burke, Wills and King at the deserted camp at Cooper's Creek, Sunday evening, 21st April 1861. Behoort bij wijze van spreken tot het Australisch Nationaal Geheugen. Dit schilderij uit 1907 hangt in The National Gallery of Victoria in Melbourne.

S o e r a b a j a   1 9 4 0   K. I. M.   W i l l e m s o o r d

Vanwege de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) verrees aan de Kruiserkade op het marine-etablissement te Soerabaja, Nederlands-Indië, een nieuw Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) voor de opleiding van adelborsten. De Havendienst bouwde het complex met tien lokalen in slechts dertig dagen. Omdat het KIM verspreid was over nog meer locaties in de stad, kreeg het twee autobussen, voorzien van emblemen van de Koninklijke Marine en het opschrift Willemsoord, dat de band met Willemsoord in Den Helder benadrukte.
   Op 6 augustus 1940 opende viceadmiraal Conrad E. L. Helfrich de school en de volgende dag begonnen de lessen. Van de honderden kandidaten waren er na medische keuring en verdere selectie slechts veertig overgebleven, hoofdzakelijk in Indië geboren Nederlandse jongens. In november werd het korps aangevuld met enkele tientallen, uit Nederland afkomstige, aspirant-marineofficieren.
   Met ingang van augustus 1940 werden tot de opleiding toegelaten onder meer E. V. Glaser, W. H. J. Haasse, F. H. Heckman en G. P. F. Munnik. Zij behoorden tot het eerste echelon.

                   
Bataviaasch Nieuwsblad 23 juli 1940

                
Soerabaijasch Handelsblad 6 aug 1940

  W E L K O M    A A N    D E    A D E L B O R S T E N


Soerabaijasch Handelsblad 6 aug 1940

Het Lied der adelborsten, dat dagelijks bij het ochtend-appèl gezongen werd.

Waar De Ruyter eens moest sneven
Waar een Tromp zijn roem behield
Staan wij aan ’t begin van' t leven
Maar met hoop en moed bezield.
Wordt nog eens in later dagen
Neêrlands vlag ten strijd ontplooid
Stervend zullen wij haar schragen [bis]
Maar die vlag verlaten, nooit [bis]
    Slaat de luipaard eens zijn klauwen

Naar het vrije Neêrland uit
Mocht de adelaar ’t beschouwen
Als gemakkelijke buit,
Tromp, De Ruyter zal herleven
In ’t vrije Nederland  // want ‘t Voorbeeld door Van Speijk gegeven [bis]
Volgen wij met hart en hand [bis]

    Ja, wij slaan het oog naar boven
Waar zij wappert dag aan dag
En wij zweren, wij beloven
Eeuw'ge trouw aan Neêrlands vlag.
Wordt nog eens in later dagen
’t Rood wit blauw ten strijd ontplooid
Stervend zullen wij het schragen [bis]
Die gelofte schenden, nooit ! [bis]

Het in 1904 door Wilhelmina Koninklijk Erkende vaandel, afgebeeld in het

           Jaarboek 1941 Korps Adelborsten

   

Soerabaijasch Handelsblad 7 aug 1940

Vaandel van de KMA Bandoeng 1941, in beheer op de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

Vaandels en standaarden van de Nederlandse krijgsmacht, uitgave van het Ministerie van Defensie,
9 febr 2016.


Link naar filmpje adelborsten marcherend in Soerabaja

Nederlandse marineofficieren

Willem Hendrik Johannes Haasse
ltz3                                 1 mrt 1943
ltz2                                 1 mrt 1945 (eo 1 sept 1952)
ltz2 KMR                      1 sept 1952
2e kl. OC KMR            1 jan 1955 (eo 1 oct 1967)

NB  De adelborsten en hun belevenissen tot het eind van de oorlog hebben niets van doen met het fotoboek met de enigszins misleidende titel Met de mariniersbrigade in Oost-Java (1947), waarin 2e lt H. A. Wilmar het optreden van de brigade bij de eerste politionele actie verheerlijkte. De mariniers waren in UK en USA opgeleid als landmachtsoldaten, ze dienden in infanteriebatajons, reden in tanks enz. De honderden foto's tonen patrouilles en gevechten op het land, er is geen schip te bekennen behalve de Noordam die de 2000 man van Norfolk USA naar Tandjong Priok en Malakka bracht.

H e r r i e  H e c k m a n   e n   G e o r g e   M u n n i k


          Particulier bezit fam. Heckman.

Franciscus Hermannus Heckman, *27 maart 1922 te Keboemen, gehuwd op 10 mei 1947 te 's-Gravenhage met Wilhelmine van West, † 7 nov 2013. Uit dit huwelijk drie kinderen. Blijkbaar is hij hertrouwd, gezien zijn overlijdensadvertentie.
F. (Franciscus) Heckman (*18 oct 1895 te Dokkum), 1940-1948 consul in Durban, was de vader van Herrie die in de Recollections van Wim Haasse genoemd wordt. Franciscus Hermannus’ roepnaam was Herrie. Wim en Herrie hebben tijdens de overtocht met de Heemskerck in Durban gelogeerd en van daaruit tochten door de wijde omgeving gemaakt.

       Registratiecode: VFADNL045259 blad 5, CBG 
Den Haag. Na de oorlog ging het leven ‘gewoon’ door.

-- Herrie Heckman wilde na zijn eindexamen in 1940 eigenlijk medicijnen gaan studeren.
-- Tijdens de vlucht vanuit Tjilatjap langs de kust lag de Sloterdijk overdag met camouflagenetten bedekt in een baai en voer 's nachts langs de kust naar Australië. De adelborsten waren tijdens de korte oorlog op Java "gewoon bang".
-- Toen de van Heemskerck in GB omgebouwd werd, volgde Herrie de opleiding tot artillerieofficier.
-- In 1945 kwam Herrie voor het eerst in Nederland. Pas in 1953, na de Koreaanse oorlog, is Herrie uitgestapt. In 1956 ging het gezin Heckman in den Helder wonen.
-- vd Meer Mohr was eigenlijk bij niemand echt geliefd, maar hij trouwde wel het mooiste meisje.
-- Herrie sprak weinig tot niet over de oorlog. Hij was niet direct actief in het onderhouden van contacten uit die tijd, maar had wel weet van ieders levenswandel. Was een trouw bezoeker van de reünies, evenals de andere mannen.
De mooiste tijd had hij aan boord van de Van Galen.

* GESPREK Frank en Joyce Heckman met George Munnik in Bilthoven, zondag 7 september 2014.

George Pieter Flores (‘Dops’) Munnik *Kebon Djahe, 17 aug 1922 - †Bilthoven, 17 jan 2017.
   George Munnik groeide op in Malang maar bracht zijn laatste middelbare schooljaren door op de CAS in Batavia. Hij heeft onze vader [Herrie Heckman] in Batavia niet meegemaakt want die zat op de K.W.III. als voorbereiding voor Delft.
   Munniks vader verbood hem te mobiliseren in Bandoeng omdat hij voorbestemd was voor het KIM [Koninklijk Instituut voor de Marine, den Helder, Soerabaja], praktisch gezien dus dienstweigering. Hier ontmoette hij Pa [Herrie] voor het eerst, een aardige beleefde jongen, een fanatieke turner (1). De eerste actie was de inauguratie van het KIM – een makkie want de ouderejaars kwamen pas aan nadat ze reeds gevestigd waren. Werden tijdelijk ondergebracht in de marinierskazerne te Goebeng met onderkomen in het pand “Willemsoord” totdat het nieuwe KIM op de basis beschikbaar kwam. Ze werden vrienden zoals dat gaat in zo’n opleiding; zijn vaste maten waren Hans Grippeling en Eddy Thung. Twee keer op bezoek geweest bij zijn moeder thuis (Darmo Kali 6, Soerabaja) (2) en totaal onbekend met de naam Jan Koudijs. Hij kwam op de O 24 terecht.


          Particulier bezit fam. Heckman.
Motortorpedoboot Hr. Ms. TM 5. Op deze boot heeft ook Wim Haasse gevaren (na de MTB 8).

Dops en Herrie werden samen geplaatst op de T.M. Dienst, Dops op de TM4 en Herrie waarschijnlijk op de TM5 (gezien de foto in het fotoalbum). De Slag op de Javazee kwam volledig onverwacht: Doorman wist wat hem boven het hoofd hing maar werd ook maar gestuurd. Dat moet door Helfrich zijn geweest die in Colombo nog aan de grond is gelopen [zei Dops met voldoening]. Het militair gezag was de kluts kwijt en de adelborsten kregen de opdracht op eigen gelegenheid naar Tjilatjap te gaan om te ontsnappen. Tjilatjap was de enige diepwaterhaven aan de zuidkust van Java, maar een val, afgesloten door een grote Japanse vloot over de horizon. De verwarring was totaal. Zonder directe opdracht tot evacuatie deed eenieder wat hem goed dacht. Munniks oom Jan was kapitein van de Sloterdijk (**), een goed voorteken, en hij wist 18 maten onder wie onze vader, over te halen zich in te schepen. De Sloterdijk maakte de gelukkige keuze oostwaats vlak langs de kust van Java te varen en bereikte Freemantle in Australië na een week (3) De meeste andere schepen voeren pal zuid en werden onderschept door de Japanse vloot met alle gevolgen van dien voor de opvarenden.
    In Freemantle bevond zich een flink marine contingent, maar de adelborsten werden doorgestuurd naar Flinders, het opleidingsinstituut van de Australische marine in Melbourne. De lessen vielen tegen maar het passagieren beviel buitensporig. De heren hadden buitenmodel blauw-suède jacks gekocht en ging op pad met holster en pistool. Dops bewaart nog goede herinneringen aan een nachtelijke wandeling over de brug van Sydney met twee dames. Er volgden bezoeken aan Melbourne en Nieuw-Zeeland (City of Sails) met een uitgebreid festijn ter ere van de verjaardag van Bernhard (29 juni 1943). Ze waren ondertussen al bevorderd tot LTZ3 (13 maart 1943).

-- (1) Bevestigd in het Jaarboek Adelborsten 1940 als Commissaris Materieel Schermen van de “Janus” ASAV (Adelborsten Scherm en Athletiek Vereniging).
--  (2) Darmo is een van de nieuwste nieuwbouwwijken in het zuiden van Soerabaia, de Darmo Kali is een lange weg langs de Soerabaia rivier en de foto van Pa in een kano kan best vanuit de tuin zijn gemaakt.
--  (**) Iemand vergist zich hier. Jan Munnik was kapitein van de Bilderdijk, ook een vrachtschip van de HAL. Zie interview Munnik met T. K. en E. K.
--  (3) Er is nog ergens een krantenartikel uit die tijd met een foto van adelborsten die de afwas deden nadat ze bij families uitgenodigd waren om te komen eten.

        
          Foto's particulier bezit fam. Heckman.
Mammy Flinders, Melbourne 1942.    1. Links boven Eddy Glaser, derde van rechts Wim Haasse. 2. Dops.

De heren werden vervolgens naar Colombo gedirigeerd waar de wegen zich scheidden. George Munnik werd geplaatst op de Willem van der Zaan terwijl Pa de Jacob van Heemskerck achterna ging die voor reparaties uitgeweken was naar Zuid-Afrika. Een geslaagde interventie van zijn vader zorgde ervoor dat hij dat hij per trein de van Heemskerck kon bereiken. De van Heemskerck voegde zich vervolgens weer bij de Eastern Fleet in Colombo (19 juli 1943) en was de rest van het jaar actief in de Indische Oceaan zonder daadwerkelijke actie te zien. Het schip werd vervolgens naar Gibraltar gedirigeerd (januari 1944) voor 6 maanden dienst in de Middellandse Zee waarna het voor groot onderhoud naar het UK ging zonder Normandië mee te maken. Op 1 maart 1945 bezocht de bemanning 500 kinderen uit Brabant en Limburg die in Baginton Fields aansterkten. Terwijl hun schip in het dok lag, hadden ze kinderspeelgoed verzameld en zelf gemaakt.
   Munnik was ondertussen bij de Onderzeedienst terecht gekomen en was op D-day in de USA voor scheepsonderhoud. Hij herinnert zich de van Heemskerck niet uit Nederlands-Indië maar die was er wel (4). Munnik was de verbindingsofficier, in 1947 belast met het vercijferen en verzenden van de onderhandelingsresultaten van Linggadjati. Het weerzien volgde in Nederland in 1947.
Nijmegen, HHe/10/09/14.
     --  (4) Speciaal gecheckt. De van Heemskerck meerde op 29 september 1945 af in de haven van Tandjong Priok.

* INTERVIEW met George Munnik, 5 jan. 2017, Bilthoven, door T.K. en E.K.
Munnik was doodziek maar toch zo vriendelijk de afspraak niet af te zeggen. Hij praatte warrig maar wilde persé zeggen wat hem nog dwars zat op het eind van zijn leven. Hij wilde graag over de oorlog praten. Zodra het gesprek een andere wending nam, bracht hij het terug naar die tijd. Regelmatig lichttte een ondeugendheidje in zijn woorden op. Naar we later hoorden, karakteristiek voor Dops. Elf dagen na ons gesprek is hij overleden.
   Munnik is geboren op Sumatra in Kebon Djahe en opgegroeid in Malang bij Soerabaja. “Na de CAS viel de keus op de marine wegens zekerheid van baan en mogelijkheid het tot beroepsofficier te brengen. In Soerabaja aangetreden 2 aug 1940. De opleiding was gratis maar ontoereikend. Evengoed "beter als officier de oorlog ingaan dan als soldaat".
   Aan boord van de mijnenlegger Willem van der Zaan was de sonarapparatuur (ASDIC) 180 graden verkeerd afgesteld, dit heeft maanden geduurd. Munnik was de jongste, bediende de telefoon, wist het – hij zal de enige niet geweest zijn – maar durfde er niets over te zeggen. Zo lagen de verhoudingen in het klein. Ook in het groot. De leiding was dictatorlaal maar incompetent - een ongelukkige combinatie. Zelfs Doorman durfde niet te weigeren de Slag in de Javazee aan te gaan, “een zelfmoordactie bedacht door een dwaze achter een bureau.” *) Het misdadige bevel kostte duizenden het leven en schakelde de vloot uit.

          *) Voor dit meer dan ernstige feit moet de weergave van het interview onderbroken worden. Het vraagt om een
▼                  A D   I N T E R I M  1.  
begin        ▌   ▼   

Vlootvoogd Helfrich was het eens met ‘Londen’ ("doorvechten tot de laatste man", "You must continue attacks until enemy is destroyed", "blijven aanvallen tot de vijand vernietigd is'. ‘Niet tegenstaande luchtaanvallen moet gij de vijand om de oost opzoeken en aanvallen’.J. Furstner zat in Londen als Minister van Marine èn militair bevelhebber van de vloot. Henri van der Zee beschrijft Furstner in In ballingschap. Over de Nederlandse kolonie in Engeland (2005) als een ijdel, autoritair, arrogant persoon. Tekenend voor het ingedutte kabinet zonder parlement is het verhaal van de Engelandvaarders Dogger en Tazelaar (van Contact Holland) die hun opwachting bij Furstner maakten. Toen Tazelaar opmerkte dat zij mede namens Krediet en Hazelhoff Roelfzema spraken, met wie zij in opdracht van Wilhelmina in Nederland contact hadden gehad, beet Furstner hem toe dat hij daar niets mee te maken had. "De Koningin tekent de stukken, wij regeren".
   Doorman had het bevel de Jap aan te vallen kunnen weigeren op grond van slechte communicatie, praktisch geen jachtvliegtuigen, geen luchtverkenning, te weinig en onderbewapende schepen, onervaren en oververmoeid personeel, het achterwege laten van ABDA-oefeningen "om Japan niet te provoceren". Furstner en Helfrich leidden de vloot op eigen incompetent gezag.

Karel Doorman wilde in de Javazee helemaal geen slag leveren met de Japanse vloot. Integendeel, de legendarische schout-bij-nacht was voorstander van een tactische terugtocht uit de Indische wateren. De commandant zeemacht in Indië, Helfrich, heeft Doorman min of meer moeten dwingen de Japanse overmacht tegemoet te varen. Tot vlak voor de slag is Helfrich bang geweest dat Doorman toch nog de benen zou nemen.

Aldus marinehistoricus Ph. M. Bosscher, auteur van De Koninklijke Marine in de Tweede Wereldoorlog (1986), in opdracht van de Koninklijke Marine geschreven.

Ongeveer 2300 militairen kregen in de Javazee een zeemansgraf, waaronder 915 Nederlanders en een aantal Engelsen, Amerikanen en Australiers. Hoeveel inlanders het leven verloren is bekend. Van Nederlanders die in 1942 op Java woonden vernam ik dat in hun vrienden- en kennissenkring iedereen het uitzenden van de vloot van Karel Doorman 'krankzinnig' vond. Doorman had het bevel moeten weigeren. Het was ook koren op de molen van de naar vrijheid dorstende Javanen dat de bezetter (Nederland) door een domme uitzichtloze actie zoveel Indische levens op het spel had gezet. Door velen werd de Jap aanvankelijk als bevrijder gezien - hoe dan ook, het deed de verhouding tussen Nederlanders en inlanders geen goed. Na de oorlog was er voor de georganiseerde Karel Doormanherdenkingen al gauw geen belangstelling meer.

Door de bezetting van Nederland kwam de personeelsvoorziening van de Koninklijke marine in Nederlands-Indië in grote problemen. Tijdens de mobilisatieperiode bleek bovendien dat niet voldoende oorlogsmaterieel kon worden aangeschaft. Een en ander leidde er toe dat de vloot niet voldoende bemand en onvoldoende was uitgerust. Een ander manco zou blijken te zijn dat er geen oefeningen in geallieerd verband plaats vonden. Vice-admiraal C. E. L. Helfrich die eind 1939 de bekwame commandant zeemacht H. opvolgde, wordt door Bosscher positief beoordeeld. Toch waren ten aanzien van Helfrich wat vraagtekens op zijn plaats geweest. Helfrich was een voorstander van het voeren van een offensieve verdediging en legde daarmee zijn vloot in de waagschaal. De gevolgen van dit beleid, dat weliswaar de 'eer' redde, waren desastreus. Een meer kritische benadering van deze vlootvoogd was zeker op zijn plaats geweest.
     Uit een recensie van deel 2 door C. M. Schulten, te vinden op researchgate

J. W. M. Schulten, tweelingbroer van C. M. Schulten, is in 1998 gepromoveerd op De geschiedenis van de Ordedienst. Mythe en werkelijkheid van een verzetsorganisatie. Oud-Riod-directeur dr. C. M. Schulten heeft een boek geschreven over jonkheer Six, die jarenlang leider was van de Ordedienst (OD). J. Schulten stelde : "het belangrijkste kader waarbinnen ik de OD probeer te begrijpen : een organisatie die een belangrijke bijdrage leverde aan het overleven van de samenleving, maar waarvan de militaire functie vrijwel nihil was", hetgeen de nodige ophef heeft veroorzaakt.
De onverzoenlijke standpunten in a nutshell :

In de beeldvorming over het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog neemt de actieve bestrijding van de vijand door het gewapend verzet een centrale plaats in. Ooggetuigen vertellen van succesvolle gevechtsacties, anderen weten 'Van horen zeggen' over de vreselijke martelpraktijken van de Sicherheitsdienst (SD). Maar hadden de slecht bewapende, ongeoefende verzetsstrijders wel zoveel succes tegen een regulier leger? Is de collectieve herinnering aan een martelende SD misschien zo sterk dat er geen plaats is voor enige twijfel? Wat is mythe en wat is werkelijkheid?
   In De geschiedenis van de Ordedienst zoekt J.W.M. Schulten een antwoord op deze vragen door de Ordedienst (OD) centraal te stellen en daarmee meer inzicht in het verzet in zijn geheel te krijgen. Al direct vanaf de bevrijding in 1945 blijkt er zowel een positief als een negatief beeld van de OD te bestaan. [...] De Ordedienst was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland de grootste en best georganiseerde verzetsorganisatie. Nog steeds bestaat in Nederland het beeld dat de Ordedienst een rechtsconservatieve beweging was, geleid door officieren, met als belangrijkste doelstelling het voorkomen van het gezagvacuüm dat bij het verdwijnen van de Duitse bezetter zou kunnen ontstaan. De angst voor het communisme was bij deze verzetslieden uit de midden- en bovenklasse zo mogelijk nog groter dan de weerzin voor het nationaal-socialisme. In dit proefschrift dat de geschiedenis van de Ordedienst beschrijft en analyseert, wordt dat beeld wat genuanceerd. Het is wat dat betreft een correctie op de geschiedschrijving van L. de Jong. De studie weerlegt tevens een aantal mythen over het verzet in Nederland, o.a. door een vergelijking met het gewapende verzet in een aantal West-Europese landen. Het geeft tevens een andere kijk op de manier waarop dat verzet door de Duitsers werd bestreden.
     NBD | Biblion recensie, B. Freriks, 1998.

De verontwaardiging over dit proefschrift was groot. De auteur schreef dat de verhalen over martelingen tijdens het verhoren van verdachten sterk overdreven waren en dat de Duitse en Oostenrijkse politie- en justitie-ambtenaren zich volgens het normale gedragspatroon hadden gedragen. Namens de SSV (Stichting Samenwerkend Verzet, 1979 opgericht) schreef Piet Coumou een brief aan de auteur om zich over deze uitlatingen te beklagen. Hij noemde de conclusie van de schrijver ver beneden de maat van een objectieve wetenschappelijke geschiedschrijving. [...] Schulten antwoordde met een nietszeggende brief. Hij vond dat een nadere discussie weinig zin had, omdat de tegenstelling toch niet overbrugd kon worden en het gevaar bestond dat onnodige emoties bij oud-verzetsstrijders zouden worden opgeroepen.
     
Loek Caspers, De Geschiedenis van de Sichting Samenwerkend Verzet 1940-1945, 2004.

De OD ontwikkelde zich tot het betrouwbaarste contact voor het IB (Inl. Bur.) in Londen. De OD startte zomer 1940 als een apolitieke beweging o.l.v. Joan Schimmelpenninck (13 nov 1941 gearresteerd) en bleef dat onder jhr. P. J. Six. Van gewapend verzet, overvallen e.d. hield men zich verre ; hulpverlening, inlichtingen, communicatie e.d. stonden op het programma. De OD was tamelijk conservatief, tegen onbesuisd geweld jegens de bezetter, tolereerde sabotage op kleine schaal van sommige vechtlustige individuen, maar vreesde links-revolutionaire ontwrichting van de samenleving na de bevrijding. Dat kwam de OD op bittere verwijten en laster van o.a. Koos Vorrink ("actie!") te staan die na de oorlog lang doorgewerkt hebben, ook in de geschiedschrijving.
   Na een verwoestende reeks arrestaties bouwde de reserve-ritmeester der huzaren jhr. Six de OD in de zomer van '42 weer op. In '41 was hij al chef-staf van het gewest-Amsterdam van de OD (de ‘tweede OD’, die van Pierre Versteegh) geweest. De ‘eerste OD’ had onder leiding gestaan van Johan Hendrik Westerveld. Westerveld was in april '41 gearresteerd, Versteegh 12 sept '41. Zij zijn 3 mei 1942 in Sachsenhausen gefusilleerd.

Opvallend is dat de meeste grote historische werken uit de tweede helft van de vorige eeuw in opdracht van belanghebbende instanties geschreven zijn. De Jong (regering, Staatsuitgeverij, 1969-1994), Rüter (min. v. OK en W, uitg. RIOD, Monografie nr. 8, 1960), Sanders (min. v. OK en W, uitg. RIOD, Monografie nr. 9, 1960), Bosscher (Kon. Marine, 1986). Het boekje De kinderen van Versteeg (1970) van H. A. van Lith is uitgegeven door De Koppeling, weekblad voor het personeel van de NS. Niet in opdracht schreven Goudriaan en Huurman (2001). Huurmans Het Spoorbedrijf.... (2001) verscheen als nr. 35 in de boekenreeks van de NVBS *) ; het voorwoord is van Ir. H. Burger, adj. chef Dienst Vervoer NS, waarin het heet "De spoorwegstaking heeft naar mijn mening meer betekend voor het moreel van de Nederlandse bevolking dan dat ze een bijdrage is geweest aan de Duitse nederlaag. Het aantal militaire treinen dat werd gereden, is veel minder dan velen denken. Tijdens de staking werden ze door Duits personeel gereden. Zinvol zou de staking wel geweest zijn als de doorbraak bij Arnhem was gelukt. Toen deze mislukte, leidde zij tot de hongerwinter, die vele slachtoffers eiste". Bezemer (1987, 2 dln), oud-hoofd van de marine-voorlichtingsdienst, werd in zijn plan “een aantal belangrijke verrichtingen der K.M. uit W.O. II te beschrijven warm gesteund door lt.adm. Helfrich b.d.”, hetgeen op de Indische hoofdstukken nauwelijks invloed heeft gehad, althans te oordelen naar de druk van 1987. De aandachtige lezer bespeurt in 1e druk (1954) van Bezemer 1 verschillen die door hun schijnbare onbelangrijkheid opvallen. Ook probeert Bezemer soms te vergoelijken wat niet te vergoelijken is, en zou iets meer oog kunnen hebben voor de politieke achtergronden van al dat geschiet en geschutter op de wateren. Dat Bezemer woordelijk uit verzetsbladen 1942-45 citeert zonder bronvermelding en ooggetuigen van gevechten niet altijd bij name noemt is ook een minpuntje.
          *) De Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen
.

De komst van internet, de groeiende toegankelijkheid van archieven, Delpher, de inmiddels afgebrande autoriteit van De Jong en noem maar op hebben in de afgelopen jaren een reëler zicht op de oorlogsjaren mogelijk gemaakt.

Het was voor Nederland de eerste zeeslag in 150 jaar. De Japanse marine was superieur. De Japanse aanvalsvloot beschikte, in tegenstelling tot de Nederlandse, over luchtsteun, had kanonnen met een groter bereik en lange-afstandstorpedo's. De geallieerde vloot was, reeds bij aanvang van de vijandelijkheden, ontoereikend, al opereerde het duikbootwapen met veel succes, en de strategie was ouderwets navalistisch i.t.t. de opvattingen van Helfrichs voorganger Ferwerda. In de visie van Londen horen machtige, indrukwekkende kruisers elkaar te beschieten. Maar : hoe langer het schip, hoe kleiner de kans een torpedo te kunnen ontwijken. Het was een torpedo-oorlog en dat beseften Furstner en Helfrich niet, hoewel ze op de hoogte geweest moeten zijn van de Duitse U-Bootsuccessen op de Atlantische oceaan. Na het bevel van vice-admiraal H. Ferwerda te hebben overgenomen wijzigde Helfrich in zoverre het beleid dat men zoveel mogelijk ging anticiperen op de aanvaarding van het slagkruiserplan, dat door zijn voorganger als te hoog gegrepen werd beschouwd. Na de eerste gevechten namen de Japanners niet de moeite het overblijfsel van de ABDA-vloot aan te vallen, ze landden gewoon op West-Java, en H.M. De Ruyter plus gevolg o.l.v. Doorman werd daar naartoe gestuurd. En hoe navrant het ook klinkt, Doorman bood zijn eskader als op een presenteerblaadje aan de Japanners aan. Terwijl zijn schip in de golven verdween bleef hij aan boord, gelijk captain May van de Exeter een paar uur eerder. Krijgseer.

Uit de documentaire Slag in de Javazee  (omroep MAX, 26 febr 2017)

Felix Jans, kanonnier aan boord van Hr.Ms. Kortenaer :
   Angst, pure angst. Iedereen begreep wel dat dit de laatste rit was. Alleen we wisten niet wanneer en hoe. Je hield er rekening mee dat elk moment het gevecht zou beginnen. Het eskader ging langzaam richting Sumatra en daar ergens in de Javazee kwamen we de Jappen tegen.
Leon Homburg, conservator Marinemuseum :
   Doorman weet dat hij weinig kans van slagen heeft, die twijfels brengt hij bij admiraal Helfrich, krijgt vervolgens te horen dat hij toch moet uitvaren. 26 febr is het geallieerd eskader uitgevaren op zoek naar de transportvloot van de Japanners. Terwijl de vloot de volgende dag heen en weer kruist tussen de eilanden wordt om 16.15 uur ongeveer de Japanse vloot ontdekt. En dan begint in feite het gevecht dat we tegenwoordig de slag in de Javazee noemen. Het begin van de slag vindt plaats in de vorm van een artilleriegevecht. Dat is een gevecht op grote afstand, 25 km uit elkaar, varen de twee linies van schepen (dus de geallieerden en de Japanners). Het enige wapen dat de afstand kon overbruggen was het kanon, althans dat dacht men. Dat artilleriegevecht gaat ongeveer een half uur duren totdat de Exeter een treffer krijgt in het ketelruim. Het schip draait dan uit, uit de linie en de achterop volgende schepen die denken dat de Exeter een nieuwe koers gaat volgen en varen daar achteraan. Doorman kijkt vervolgens achterom, ziet dat zijn vloot niet meer achter hem aan vaart en seint : All ships, follow me. Enige tijd daarvoor hebben de Japanners hun lange afstandtorpedo's gelanceerd, een torpedo waarvan de geallieerden niet op de hoogte waren en die een enorme afstand kon overbruggen. De vloot draait weg, de Kortenaer wil dit ook gaan doen en wordt op dat moment getroffen door een torpedo, breekt in tweeën, is in 1 keer gedaan en zinkt in heel korte tijd. Eerste echte slachtoffer van de slag. Nadat de Kortenaer is gezonken gaat het gevecht nog enige tijd door. Om 18.30 uur zonsondergang, dan valt er niet meer te vechten in het donker, dus de vloten gaan uit elkaar. Doorman besluit wel om uiteindelijk weer op zoek te gaan naar de Japanners en om 11 uur 's avonds ontmoeten ze elkaar weer op hele korte afstand in het pikkedonker. Dan zijn de torpedo's van de Japanners op zo'n korte afstand erg dodelijk. Ze lanceren er twaalf en twee daarvan treffen doel. De Java eerst, de De Ruyter korte tijd later.

De geallieerden hadden de Maleise barrière al opgegeven (bestond alleen nog maar uit Java, dat van alle kanten al door de Japanners werd belaagd) en ABDA was opgeheven. De Amerikaanse admiraal Hart, commandant geallieerde zeestrijdkrachten, die niet met admiraal Helfrich door één deur kon, wilde alles terugtrekken op Australië in afwachting van de komst van Amerikaanse versterkingen. Maar Helfrich vond hem laf, hij wist wel beter. Na vertrek van Hart en Wavell werd het geallieerde marinecommando overgenomen door Helfrich. Maar die zat niet met zijn marinestaf in Soerabaja, zoals Hart bij zijn mensen zat, maar in het veilige Bandoeng. In het laatste marineoverleg van alle commandanten in het ANIEM-gebouw in Soerabaja was Helfrich dus niet bij zijn mannen, er was dus alleen maar telefonisch contact. Doorman en zijn commandanten wilden unaniem de lijn van Hart volgen, maar Helfrich vond dat Java verdedigd kon worden. Een Java dat al dagelijks werd aangevallen door Japanse bommenwerpers. - Bij diverse namen staat als “rang”: jongen,
In 1987 concludeerde de militaire luchtvaarthistoricus P.C. Boer dat de strijd om de archipel veel eerder dan tijdens de slag in de Javazee werd verloren, namelijk in het luchtruim boven Borneo: ‘Dat eiland beheerste, met zijn vliegvelden, de toegangen tot de Javazee. Zolang die vliegvelden niet vielen en de Militaire luchtvaart ter beschikking stonden, kon de
vijand het hoofdeiland niet naderen’. Na de val van Borneo was de strijd om Java niet meer dan een achterhoedegevecht.

26 oktober 1923, het Binnenhof te Den Haag. De Tweede Kamer stemde die dag over een voorstel en het Binnenhof stond vol met mensen. De belangstelling was groter dan bij enig eerder wetsontwerp en was al weken onderwerp van discussie. Die dag zou de Kamer namelijk gaan stemmen over de "vlootwet-1924", een nieuw plan voor uitbreiding van de marine. Een bescheiden uitbreiding dat wel, maar het plan vond desondanks veel tegenstand.
Door het publiek, en met hulp van de linkse politieke partij SDAP en de socialistische vakbeweging het NVV, was in de voorafgaande periode maar liefst 1,3 miljoen stemmen verzameld tégen het wetvoorstel. Van de 100 leden in de Tweede Kamer ontbrak er één. Zieke leden, zelfs een doodziek lid, hadden zich naar de Kamer gesleept. Het was zeker dat de linkse partijen tegen zouden stemmen en dat het ongemeen spannend zou worden. Tijdens de stemming bleek plots dat 10 leden van de Katholieke fractie zich bij de tegenstanders had geschaard. De vlootwet werd met de kleinst mogelijke meerderheid verworpen: 49 vóór, 50 tegen. Een lid van de SDAP riep de wachtenden door het raam het "goede nieuws" toe; het werd met uitbundig gejuich begroet. De marine was verslagen.
Baron de Vos van Steenwijk, auteur van het uitstekende boek "Het Marinebeleid in de Tweede Wereldoorlog" schreef: "Het is deze droeve gebeurtenis geweest, die de samenstelling van de Koninklijke Marine voor de naastkomende 15 jaar heeft bepaald. Deze beschamende oktoberdag in 1923 heeft de verantwoordelijkheid gedragen dat Nederland een vloot ontzegd bleef, welke ook maar in bescheiden mate afgestemd was op de omvang en belangen van het Koninkrijk der Nederlanden. De 50 tegenstemmers zijn in eerste plaats de schuldigen aan de volledig ontoereikende middelen, waarmee de marine tijdens de Tweede Wereldoorlog de strijd tegen twee grootmachten heeft moeten strijden." Marineschepen.nl

Ondertussen had de Jap op 19 februari vanaf vliegdekschepen die om de Malaysian Barrier heen varend Ambon bereikt hadden, een grote luchtaanval uitgevoerd op Port Darwin in Noord-Australië. De infrastructuur van stad en haven werd verwoest. Op 3 maart bestookten Japanse Zero's de haven van Broome in NW Australië. Daarbij verloren vele militairen en burgers die uit Java gevlucht waren het leven.
   Op 25 febr. was het ABDA-Command (American-British-Dutch-Australian Command), dat een oogje op Z.-O.-Azië hield, uit Java naar New Delhi vertrokken. Generaal Sir Archibald Wavell, de Britse chef van het ABDA Command, moest in minder dan drie weken twee grote verliezen aan Churchill rapporteren: Singapore en Nederlands-Indië. Dat deed hij in bewoordingen die de typisch Britse aloofness kenmerken. Maar toen hij niet lang daarna moest seinen dat de Japanse strijdkrachten vrij spel hadden in de gebieden rondom Brits-Indië en Ceylon kon hij zijn wanhoop en woede niet meer in bedwang houden (lees hier Colombo tragedie). Niet alleen bij de NL was het kommer en kwel en laag moreel. Op 12 april 1942 seinde Wavell aan de Britse chefs van staven in Londen :

It certainly gives us furiously to think when, after trying with less than twenty light bombers to meet attack which has cost us three important warships and several others and nearly 100.000 tons of merchant shipping, we see that over 200 heavy bombers attacked one town in Germany.

In Nederland heeft in mei 1940 alleen de Marine onder commando van vice-admiraal Furstner [! TK] ... niet zonder langdurig overleg en het overwinnen van veel weerstand toestemming van generaal Winkelman verkregen om tijdig naar Engeland uit te wijken. ... Door de luchtmacht is een commando om op 't laatste ogenblik met ieder vliegtuig dat nog vliegen kon weg te komen niet gegeven. Winkelman had na 10 mei 4 dagen tijd om IJmuiden als een klein Nederlands Duinkerken te laten fungeren. Vóór de inval was er überhaupt niet in die richting gedacht. Heel wat manschappen en materiaal zouden niet in duitse handen zijn gevallen maar in Engeland tegen de mof ingezet hebben kunnen worden.
   In Indië weken de niet-NL schepen uit naar Colombo en Australië, enkele bleven achter bij Java. De situatie was uitzichtloos. Niettemin voer het eskader van Helfrich uit om op 27 febr. in de slag in de Javazee tegen de overmachtige Jap ten onder te gaan. Het gezegde "een man moet weten wanneer hij verloren heeft" was niet aan hem besteed. Het besluit om deze schepen in de Javazee, die al bijna ingesloten was, te laten aanvallen is idioterie te noemen, maar dat de andere geallieerden sommige oorlogsschepen onder Helfrichs onbekwaam leiderschap achterlieten is onbegrijpelijk. Militairen (er was geen leiding meer) en burgers, wie kon, vluchtte van Java naar Australië, eind februari. Op 3 maart sprak Wilhelmina voor de radio op 3 maart 1942, na de slag op de Javazee, de volgende proclamatie :

Rijksgenoten,
Ik voel mij gedrongen, met u allen hulde te brengen aan de schitterende prestaties van onze vloot in Nederlands-Indië. Zij heeft bij de aanval op een geweldige overmacht, de eer van de vlag op roemvolle wijze hooggehouden en, tezamen met onze bondgenoten, zware verliezen aan de vijand toegebracht. Daarmede is gestand gedaan de geest uit de tijd van onze grote admiraals en hun bemanningen, de geest uit ons groot verleden, die zich door roemrijke wapenfeiten getoond heeft, en alom eerbied voor onze driekleur heeft afgedwongen.
Wij gedenken met grote dankbaarheid al degenen, die de heldendood stierven voor de verdediging van ons schone Rijk. Wij weten, dat deze keer ook onzerzijds, zware verliezen aan schepen zijn geleden.
  Ik ben overtuigd, dat ik uitspreek, wat in de harten van alle oprechte vaderlanders leeft, als ik thans reeds zeg: Onze vloot zal herrijzen, sterker dan voorheen. Daarmee zal onmiddellijk een aanvang worden gemaakt. Zoals de Van Galen, roemrijk ondergegaan voor Rotterdam, binnen twee jaar onze trotse driekleur weer over de zeeën draagt, dankzij de prachtige nationale geest en offervaardigheid, zo zullen ook de verloren gegane eenheden met dezelfde spoed worden vervangen. Dit is een ereplicht, die op ons rust tegenover allen, die hun leven gaven tegenover ons gehele Rijk.
Wij zullen om Indië te helpen in de grote worsteling, het onmogelijke doen, omdat wij weten, dat alleen hij verslagen is, die zich gewonnen geeft. Wij zijn niet verslagen en de strijd is voor ons niet uit.
Onze marine vecht door, zij zal in de geschiedenis de grote glorie wegdragen, in deze wereldworsteling het gehele Koninkrijk te hebben verdedigd, met een moed en toewijding, die ons de eindoverwinning, en daarmee de onafhankelijkheid van het gehele grondgebied zullen waarborgen. Ondertussen is een hevige strijd in Java ontbrand en betwist het dappere Koninklijke Nederlands-Indische leger met leeuwenmoed aan de vijand het grondgebied van Java, zij aan zij met onze bondgenoten.
Ik kan deze woorden tot u allen, rijksgenoten, niet besluiten zonder de wens te uiten, dat hun moed en volharding uiteindelijk met overwinning zal worden bekroond. Hun roemrijk verleden staat ons allen borg, dat zij de moeilijke taak die thans op hen rust, even schitterend te zullen volbrengen. Mijn gedachten volgen onophoudelijk onze dappere strijders van zee-, land- en luchtmacht in deze dagen van zware strijd.
Moge de eindoverwinning spoedig komen. Ons aller gebeden gaan daarnaar uit.
Wij zijn niet verslagen en de strijd is voor ons niet uit. Onze marine vecht door, zij zal in de geschiedenis de grote glorie wegdragen.”

Het KNIL capituleerde op 8 maart. De marine niet, omdat de kopstukken met tekenbevoegdheid gevlucht waren.

Dit aanvalsbevel, en het bevel de verzetsgroepen in Nederland samen te voegen (eind 1944), behoren denkelijk tot de rampzaligste besluiten die de onvoorstelbaar naieve, moedwillig onwetende regering zonder adequate inlichtingendienst genomen heeft. De Spoorwegstaking in sept. '44 – de Duitsers hadden nb gewaarschuwd dat een staking de voedselvoorziening in gevaar zou brengen – was misschien het ergst. De hongerwinter was het meest ernstige gevolg ervan. Een staking bij het begin van de Jodendeportaties durfde men niet aan (Nederland stond onder Duits burgerlijk bestuur, anders dan België en Denemarken, waar regering en koning niet gevlucht waren en het militaire bewind meer in militaire zaken dan in Joden geïnteresseerd was), maar na Dolle Dinsdag voldeden de leidende regeringsleden, Gerbrandy voorop, in Londen strijdlustig en heldhaftig aan de als verzoek ingeklede order van de SHAEF de staking uit te roepen. 'Wil Nederland niet, dan doen wij het wel'. Montgomery, eerzuchtig en te optimistisch over zijn strategische capaciteiten, had het doorgedrukt.

Schout-bij-nacht Doorman en de Javazee-campagne, dr P.C. Boer en R. Enthoven, 2019.

 

▲  ▲   ▌          A D   I N T E R I M   1.  einde            ▲  ▲

 

▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ – – – – –
– – – – – ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬

Ad Int   2.   
begin


Er is veel over de TREINSTAKING geschreven. Hier wordt op enkele punten nader ingegaan.

   Hoe luidde de code-zin die moest bekrachtigen dat de stakingsoproep op de radio geen fake was, en wanneer bereikten die codewoorden ir. Willem Hupkes, de president-directeur van de Nederlandsche Spoorwegen ?
   Welke waren de verbindingen tussen Engeland en Nederland (radio, telegraaf, Zwitscherse weg enz.) ?

    Een niet te benummeren of te rangschikken onderwerp gaat vooraf.
   Er was die nacht verschrikkelijk gevlogen boven onze hoofden. "Donnerwetter, fliegen die schön!", hoorde ik midden in de nacht een man zeggen tegen de sterren. Men had hier nog zozeer de kinderlijke hoop, dat het transport niet door zou gaan. Van hier uit hadden velen het bombardement kunnen gadeslaan van een naburige stad, misschien was het Emden. En waarom zou er niet eens een spoorlijn geraakt kunnen worden, zodat de trein niet zou kunnen vertrekken? Zoiets is nog nooit gebeurd, maar men hoopt het bij ieder transport opnieuw met een onuitroeibare hoop . . . .
          Etty Hillesum, brief aan Han Wegerif en anderen, 24 aug. 1943, Westerbork. De brief is in het boekje Drie brieven van den kunstschilder Johannes Baptiste van der Pluym (1843-1912) | met twee reproducties | uitgegeven en van een toelichting voorzien door mevr. A. C. G. Botterman – v. d. Pluym. | Eerste honderdtal | Voor rekening van de schrijfster geëxploiteerd door het Boekenfonds “Die Raeckse”, Apeldoorn | — 1917 — .
Uit archiefmateriaal van het NIOD blijkt dat Etty Hillesum geholpen heeft om kinderen weg te krijgen uit Kamp Westerbork. Zij liet samen met de Joodse verzetsheld Ies Spetter kinderen ontsnappen.
mmm
COLOPHON
Deze drie brieven van een schilder
werden voor rekening van de schrijfster
gedrukt op de persen van de c.v.
Boekdrukkerij Laring & Stokveld
te Apeldoorn A.D. MCMXVII
in 100 exemplaren, die
alle werden voorzien
van de paraaf der
samenstelster.
mmm
Etty (Esther) Hillesum (Middelburg 15 jan. 1914 - Auschwitz, 30 nov. 1943) heeft twee brieven over en vanuit Westerbork aan Han Wegerif (Apeldoorn 1879 - Amsterdam 1946) geschreven. Copieën daarvan deden snel de ronde, natuurlijk kreeg haar vriendin Petra (Pim) Eldering (R'dam 1909 - A'foort 1989) ze ook. Zij liet ze aan David Koning (A'dam 1920 - Laren 1971) zien, en die wilde ze graag uitgeven. Hij ‘verpakte’ de twee brieven tussen andere teksten : in het Ten Geleide beschreef hij het leven van een gefingeerde schilder die hij Van der Pluym noemde, en plaatste na Hillesum een brief van Van der Pluym. Het boekje is in het vroege najaar 1943 ijlings samengesteld door David Koning en illegaal gedrukt door drukkerij Gebr. Nooy te Purmerend. Van de opbrengst (het boekje kostte 10 gulden) werden Joodse onderduikers geholpen. Hier de link naar de site waar het boekje is in te zien, helaas met onjuiste vermelding van het jaar van uitgave. Als plaats van uitgave kan Haarlem beschouwd worden, de woonplaats van Kurt May en David Koning, waar ze ook het studenten-verzetsblad Rattenkruid maakten, of Heemstede, waar ze ondergedoken zaten. Ze studeerden in Amsterdam, medicijnen resp. economie. Rattenkruid werd van 3 aug 1942 tot 1 mei 1943 in Amsterdam uitgegeven. Het blad verscheen aanvankelijk wekelijks, vanaf oktober 1942 circa 2 maal per maand.

RATTENKRUID werd onder leiding van H. Halberstadt uitgegeven door o.a. R. Bloemgarten, K. Gröger, C. Hartogh, J. de Roos en C. Barentsen. Zij behoorden allen tot de deelnemers aan de overval op het Bevolkingsregister te Amsterdam op 27 maart 1943 en werden door verraad gearresteerd. Op De Roos na, die bij zijn arrestatie wist te ontvluchten, werden zij op 1 juli 1943 gefusilleerd. In de 'Anklageverfügung' tegen de bedrijvers van de overval werd gezegd: 'Diese fünf (d.w.z. de vijf eerstgenoemden) nannten sich Rattenkruid-jongens.' De arts Kurt May, eveneens nauw betrokken bij de uitgave van het blad, zette RATTENKRUID bij een vriend te Heemstede, waarheen hij onmiddellijk na de arrestatie van zijn vrienden was gevlucht, voort onder de titel DE PATRIOT (zie nr. 670). Op dit adres bevond zich ook de ondergedoken journalist D. Koning, die al spoedig zijn medewerking aan het blad ging verlenen. Omstreeks september 1943 kwam door een toeval contact tot stand met de redactie van de andere Heemsteedse PATRIOT (zie nr. 671), ook wel 'de kleine Patriot' genoemd. May en Koning besloten hierop de uitgave van hun blad te staken en medewerkers te worden van laatstgenoemde uitgave.
          Lemma 708 uit De Ondergrondse Pers 1940-1945, Lydia Winkel, RIOD.
De namen in het boekje zijn gefingeerd. Mevr. Botterman – van der Pluym zou een zuster van de schilder kunnen zijn, maar ook een getrouwde dochter. Antoinette van der Pluym die het Ten Geleide (in oude spelling) in het boekje schreef, is een dochter. Dan volgen twee brieven van Etty Hillesum (zonder naamvermelding, in nieuwe spelling). De derde brief is de afscheidsbrief (in nieuwe spelling) die de zieke Van der Pluym (1843-1912) met de dood voor ogen aan zijn familie heeft geschreven. "Lieve zusters, mijn dochters". Alles camouflage. Wie de derde brief - in nieuwe spelling - geschreven heeft is niet duidelijk. David Koning heeft in elk geval het Ten Geleide geschreven.
   Westerbork wordt i.t.t. wat hier bij EHOC te lezen is, wel degelijk in Elly's brieven genoemd, zelfs kamp Amersfoort komt eenmaal ter sprake. De schuil- en fantasienamen van Koning zijn niet zonder betekenis. “Die Raeckse” spreekt voor zich, evenals maecenas Bertram von Bachau en de geboorteplaats van de schilder, Hilvarenbeek.

In Drie brieven van den kunstschilder Johannes Baptiste van der Pluym waren de twee brieven uit Westerbork van Etty Hillesum naamloos geplaatst tussen een Ten Geleide van Antoinette van der Pluym en een ‘Ten afscheid’ van de fictieve schilder zelf. Het boekje werd in het vroege najaar van 1943 als oppervlakkig vermomde illegale uitgave gepubliceerd door David Koning, die na de oorlog journalist, scenarioschrijver en dramaturg zou worden, en een vernieuwer van de Nederlandse televisie in de jaren zestig. Terzijde : in de tijd dat hij bij de NCRV-televisie als hoofd afdeling Drama werkte was Koning smoorverliefd op Hella Haasse (zie Yvonne Keuls 2018, Zoals ik jou ken, ken jij mij). Op het moment dat Koning de brieven uitgaf, wist hij niet dat Etty Hillesum, 7 sept 1943 op transport gezet, al in Auschwitz was aangekomen, waar zij in november de dood vond volgens de naspeuringen van het Rode Kruis.

Verdere bijzonderheden zijn hier te lezen.

In de loop van 1944 gaven steeds meer machinisten en stokers er de brui aan en doken onder wegens de toenemende beschietingen en bombardementen door geallieerde vliegtuigen en sabotage van verzetsgroepen. Reizen met de trein was levensgevaarlijk geworden. Maar de lijn Westerbork – Hooghalen – Assen – Hoogezand-Sappemeer – Zuidbroek – Winschoten – Nieuweschans had nergens last van. De rails van de treinen van Westerbork zijn bij mijn weten nooit gesaboteerd. Dat had zeker gekund met de uit Duitsland binnenkomende treinen, waarin geen mensen zaten, aldus Johannes ter Horst, leider KP Twente op de site van Johannes ter Horst.
     Het was een van de veiligste trajecten van het land.
∼∼∼∼∼∼
In principe prefereer ik uitingen van directe oor- en ooggetuigen – ook al zullen ze misschien onjuistheden bevatten – boven slordige of de eigen-stoep-schoonvegende d.w.z. door de opdrachtgever gemanipuleerde beschrijvingen van latere auteurs, die vooral sinds de komst van internet de gewoonte hebben ontwikkeld elkaar na te schrijven.

          1.  De codewoorden.

De codezin Alle kinderen van Versteeg moeten onder de wol, het signaal van de regering dat aan de stakingsoproep had moeten voorafgaan, zoals afgesproken, zodat de NS-top zijn voorbereide maatregelen kon uitvoeren, is niet tijdens de uitzendingen van Radio Oranje op 19 sept uitgesproken, zoals later wel beweerd is, is niet een dag eerder uitgezonden zoals de afspraak was, en luidde voorzover achterhaalbaar niet "De kinderen van Versteeg moeten onder de wol" of "De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol" of nog anders. De codewoorden, op zich uiterst nuttig ter verificatie en identificatie van bericht en afzender in een tijd waarin het verspreiden van spookberichten al usance was, speelden in de hectiek van 17 sept nauwelijks een rol. Rüter vermeldt ze niet eens in Rijden en staken (1960). De NS had het voorbereiden van een staking op een laag pitje gezet, reden waarom de staking pas na drie dagen algeheel genoemd kon worden. De spoorwegmensen werden compleet verrast, waardoor de onderduik van de stakers het grootste probleem was.
   Beluister hier de uitzendingen van 17 sept 1944

De Nieuwe Dag 11 juli 1945. In dit artikel wordt van aankondiging der staking, niet van afkondiging gesproken.

In de volgende aanhalingen staan de meest flagrante onjuistheden tussen // \\ .

           ■

Over de wijze, waarop de Ned. Spoorwegen tijdens de bezetting met onze regering te Londen in verbinding hebben gestaan, zijn bijzonderheden aan het licht gekomen bij de huldiging van den heer G.F.H. Giesberger, chef Exploitatie N.S. ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag.
.... Langen tijd is de heer Giesberger de eenige "trait d'union' geweest tusschen Londen en de Ned. Spoorwegen. Eerst veel later kreeg hij eenigen bijstand. 
*) **)
.... Zijnerzijds kon de heer Giesberger bij onze vertegenwoordigers in Londen bedingen, dat men hem 24 uur tevoren zou waarschuwen, wanneer een inval op het vasteland van Europa zou geschieden. Daags voor de landing der geallieerden in Normandië kreeg hij een telegram, dat geadresseerd was „Aan den chef van Dienst. Hgb III Ned. Spoorwegen” en vermeldde: „Ik kom morgen. Piet.”
.... Van de staking in September, waartoe de regeering het bevel had gegeven, was hij niet tijdig op de hoogte gesteld. Toen een andere functionaris hem meedeelde, dat hij de aankondiging der staking via de radio had vernomen, ging de heer Giesberger op onderzoek uit en binnen een half uur ontving hij de mededeeling „
Alle kinderen van Versteeg moeten onder de wol.

De Tijd van 11 juli 1945             Zie het betreffende artikel onder de link De Tijd van 11 juli 1945.

*)  Dat klopt niet. Er was een schakel gelegd tussen de directie en de Duitse instanties door de heer Giesberger tot "verbindingshoofdinspecteur" te maken. Deze weinig fraaie titel dekte een moeilijk en niet bepaald aangenaam werk. De heer Giesberger was niet alleen de 'trait d' union', hij had ook tot taak de Duitsers al cajolerend zand in de ogen te strooien, spanningen op te heffen en in de bres te springen, waar of voor wie maar moeilijkheden ontstonden. Hij heeft haar met virtuositeit vervuld. [...] Bovendien kreeg de heer Giesberger op zeer onverwachte wijze steun. Een Duitser, die op een belangrijke post geplaatst was bij het spoorwegbedrijf, bleek principieel tegenstander van het nationaal-socialisme te zijn. Hij zorgde, bij tijd en wijle, voor overplaatsing van Duitsers, die te lastig werden, hij bevorderde, dat de Nederlandse Spoorwegen zo ruim mogelijk steenkolen kregen en, in zeer moeilijke omstandigheden, zelfs een voor de oorlogvoering zo belangrijke brandstof als dieselolie. Hij hielp voorts bij het doen onderduiken van een grote partij koper. Zijn zorg voor het Duitse vervoer kwam dit niet altijd ten goede, maar desondanks wist hij zich drie jaar te handhaven.
     Pag. 24 en 25 uit Rijden en Staken van A. J. C. Rüter, geschreven -1955, gedrukt 1960. Rüter schrijft in zijn Woord vooraf : “De opdracht, die ik in September 1946 van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie aanvaardde, dekt de opzet van dit boek niet : het Directorium toch vroeg mij de geschiedenis te schrijven van de spoorwegstaking 1944-1945”.
**)   Dan is er nog de verzetsman Co van den Bosch. “Giesberger, die als hoofdinspecteur verantwoordelijk was voor de dienstregeling bij de Nederlandse Spoorwegen (en algemeen directeur van 1 maart 1946 tot 1 juli 1950), stond tijdens de bezetting – samen met de op 28 oktober 1944 gefusilleerde verzetsman Cootje van den Bosch – via een geheime zender in contact met de Nederlandse ballingenregering in Londen. Al vanaf het begin van de transporten van Amsterdam naar Westerbork op 15 juli 1942 hadden ze herhaaldelijk aan Londen gevraagd wat er in verband met de deportaties gedaan moest worden, maar telkens kregen ze weer te horen dat die moesten doorgaan”.
     NS | Gerard de Boer  zie zijn site.

Iman Jacob Van den Bosch (Groningen 30 mei 1891 – Kamp Westerbork 28 oktober 1944), marineman, was 1940 aangesteld als procurator-afdelingshoofd van de buitenlandse expeditiedienst van de Philipsfabriek te Eindhoven. Gaf technische data en vindingen aan Engeland door. De SD kreeg hem in de gaten en hij dook in 1942 onder in Groningen waar hij als de centrale leider van het Nationaal Steunfonds Fonds voor Noord-Nederland werkte onder de schuilnaam Pa van den Berg. Het NSF was door Walraven van Hall en Co van den Bosch opgericht.

De organisatie van het NSF werd verdeeld in regio’s: Iman Jacob van den Bosch organiseerde het NSF in het Noorden en Oosten van Nederland, Walraven van Hall was verantwoordelijk voor het Westen van Nederland en A. J. Gelderblom voor het Zuiden. Men had verschillende afdelingen binnen het netwerk. Zo had men de inzamelingsafdeling, een afdeling die onderzocht welke organisaties en mensen geld nodig hadden, een afdeling die zich bezighield met de distributie en uitbetalingen, de administratieve afdeling die het ‘kasboek’ bijhield en uitbetalingen controleerde en een laatste aparte afdeling die aanvragen voor financiële steun onderzocht. 
Lees hier


     Zie verder :
Een film over verzetsbankier Walraven van Hall draait vanaf donderdag in de bioscoop. Er was nog een verzetsbankier, ....
Groningse verzetsheld verdween stilletjes uit ‘waargebeurde’ film.... Hij heette Iman Jacob van den Bosch. En het enige dat de wereld aan zijn naam heeft gewijd is een plaquette, op het monument op begraafplaats Esserveld in Groningen.

     Hoe-die-andere-verzetsbankier-uit-de-geschiedenis-verdween, NRC 2 mrt 2018.


   Wally was een charismatisch figuur, maar minstens zo belangrijk voor het verzet waren Iman van den Bosch, Andreas J. Gelderblom, met wie Wally het NSF oprichtte en Jacob Buijs, de beste vriend van Wally.      
     De Dokwerker.


De koppenmaker van Het Parool (van 16 sept 1954) maakte het bont : Jongens van Versteeg moeten onder de wol. Maar in de tekst stond De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol. De krant verklaart dat het scheepsembargo drie weken heeft geduurd en dat vanaf half oct voedselaanvoer per schip weer toegestaan was. De inval van de vorst 25 dec maakte daar een eind aan. Hoezo hongersnood, zou je de krant willen vragen die de staking van 35.000 (!) man een bijdrage van betekenis aan de geallieerde oorlogvoering noemt. Mijn vader kwam in 1943 met een hongeroedeem uit Amersfoort terug en dat was er in '44 niet veel beter op geworden. Maar hij was een taaie. Het z.g. invasiegeld voor de stakers (een maand loon) lag klaar, maar aan voedselvoorziening hadden noch Londen noch Utrecht serieus gedacht, laat staan een plan gemaakt.
    Wel drijft het Parool de spot met De Waarheid, die geciteerd wordt : “Nederlanders, in September heeft Gerbrandy met de belofte van spoedige bevrijding het bevel tot een verkeersstaking te geven. De bevrijding is niet gekomen. Het verkeer staakt in dienst van de LEUGEN. Millioenen menschen in het Westen moeten thans in honger en koude . . . . boeten.” De krachtige korte zinnen slaan als een boemerang terug op het pover geschrijf van de Parooljournalist.

Het Parool 16 sept 1954

Een variant is De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol. "Radio-Oranje had reeds het officieuze stakingsbevel doorgegeven". De codezin was in Rotterdam om kwart voor zes "op een geheim zend- en ontvangstation" ontvangen. Door wie staat er niet bij, maar "het was bestemd voor ir. W. Hupkes". Die had de staking officieel moeten afkondigen, maar daarvoor was het al te laat.

De Volkskrant 17 sept 1954

Dezelfde versie geeft De Waarheid nog in 1955 : “Zondag 17 September 1944 kwam over Radio Oranje het volgende bericht in code door :  De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol.

De Waarheid 12 nov 1955

  “Op 17 sept 1944 gaf de Regering te Londen //door de radio\\ het sein tot de Spoorwegstaking. De kindertjes van Versteegh kunnen onder de wol, zo luidde het gecamoufleerde bevel, waaraan prompt gehoor werd gegeven.” Door het bestuur van de NS, welteverstaan. Dat informeerde de leidinggevenden. Immers, slechts drie of vier NS-ers kenden de codezin – het personeel, dat voor het merendeel de aankondiging van Den Doolaard uiteraard niet had kunnen beluisteren, gaf gehoor aan de opdracht of de dringende aanwijzing van hun chefs. NB Versteegh !

Prof. mr. P. Sanders, Het Nationaal Steunfonds en de financiering van het verzet 1941-1945 (1960), p.105.

  De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol luidde in september 1944 de codeboodschap //van Radio Oranje\\, in feite het stakingsstartschot voor de bedrijfstop van de Nederlandse Spoorwegen. Versteeg was de schuilnaam van de president-directeur Hupkes die op de golfbaan stond op het moment dat de door Giesberger en van den Bosch gevraagde bevestiging op het geheime zend- en ontvangststation in Rotterdan ontvangen werd. Hupkes dook direct onder [nadat een koerier of Giesberger zelf hem op de hoogte had gebracht TK].

       Zie o.a. Weg met beledigende posters. A. E. Hupkes te Bilthoven in Trouw 1 oct 2005.

Giesberger woonde in Utrecht, Hupkes in Bilthoven, dus als de telefoon niet werkte was toch snel contact mogelijk. Willem Hupkes dook onmiddellijk onder in Maartensdijk, ook vlakbij Utrecht, maar kwam al spoedig weer te voorschijn want de Duitsers voerden geen represailles uit. Dat Giesberger (codenaam ‘Te Winkel’, contactman bij OD ‘Karel’) via het verzet een verbinding met Londen had betekent tenminste dat hij voorzichtig was. Giesberger had het begin van de affaire Goudriaan van nabij meegemaakt. En toen Hupkes in oct 1940 wnd. president-directeur was geworden (president Jan Goudriaan was 7 oct gearresteerd en ontslagen) had Hupkes in nov 1940 zijn Joodse werknemers geschreven “Ingevolge opdracht van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied terzake van niet-arisch overheidspersoneel en met dat personeel gelijkgestelden, brengen wij te Uwer kennis dat U met ingang van heden van de waarneming van Uwe functie is ontheven.” Met “nog een fijne dag verder” zouden wij de brief tegenwoordig hebben afgesloten, maar die mate van wellevendheid in de omgang was destijds nog niet gemeengoed.

Lees hier het artikel "De Spoorwegstaking. Dood spoor" uit 1970 van C. F. J. Stuldreher, verschenen in de tijdschriftenserie 'Bericht van de Tweede Wereldoorlog'.

Loe de Jong schrijft in Koninkrijk 10a Eerste Deel p. 357 (1980) De kinderen van Versteeg moeten onder de wol.

 

Alle is De’ geworden. Er bestaat een Kinderen van Versteegplein in Zoetermeer, welke naam als volgt verklaard wordt : //"Op Radio Oranje werd deze staking bekend gemaakt met het codebericht  De kinderen van Versteeg moeten onder de wol."\\

Stichting VHV - Spoorwegstaking 1944 was een ramp.
   Lees hier het artikel van Kees van Kortenhof uit juni 2015.

Na 1945 treft men op een enkele uitzondering na De kinderen van Versteeg moeten onder de wol.

Londen, 17 sept 1944.      Rüter schrijft in Rijden en Staken (pag. 221 e.v.) :

De heer Fock [gaf leiding aan het Bureau Inlichtingen in Londen] had de heren Gerbrandy en Van Lith de Jeude gevraagd of doen vragen, of zij het weekend bereikbaar zouden zijn. Na ontvangst van de boodschap van War Office [dat de luchtlandingen zondag 17 sept om twaalf uur 's middags zouden plaats vinden] trachtte hij met bekwame spoed de minister-president In Brown's Hotel, zijn Londens verblijf, te bereiken. Dat gelukte voorlopig niet [Fock kreeg de telefonische boodschap in de nacht van zaterdag op zondag tussen twaalf en een uur]. De heer Fock zegt, dat de heer Gerbrandy die nacht niet in zijn hotel logeerde, de heer Gerbrandy, dat dit wel het geval was maar dat hij 's ochtends een kerkdienst bijwoonde. Hoe dit zij, de heer Gerbrandy keerde eerst tegen twaalf uur terug, het ogenblik dus dat de luchtlandingen moesten beginnen. De heer Fock bracht hem mondeling, met het grote nieuws, de wens van Shaef over, dat de Nederlandse regering de spoorwegen zou gelasten het werk te staken. De heer Gerbrandy was hier onmiddellijk te bereid, maar kon het niet geheel alleen beslissen. Hij trachtte telefonisch de Koningin te bereiken - het is niet zeker of dit gelukt is - en verzocht de heer Fock de quaestie te gaan voorleggen aan de minister van Oorlog. Op dat ogenblik was het echter noch de minister-president noch zijn zendbode bekend, waar de heer Van Lith de Jeude verbleef. Tenslotte bleek hij in deze tijd van spanning de hitte van de hoofdstad ontvlucht te zijn en te Epsom te vertoeven.
   Terwijl de heer Fock zich daar nu per auto heen spoedde, richtte de heer Gerbrandy zijn aandacht op de afkondiging der staking. Het hierboven geschetste oponthoud maakte het onmogelijk gevolg te geven aan het aanvankelijk voornemen, om de staking in de uitzending van een uur af te kondigen. De heer Gerbrandy ontbood thans de heer Den Doolaard. Hij verzocht hem naar het Bureau Inlichtingen te gaan en daar de terugkomst van de heer Fock af te wachten. Van hem zou de heer Den Doolaard de opdracht tot de staking ontvangen, die hij in de eerstvolgende uitzending van de BBC in de Nederlandse taal moest voorlezen.
   De heer Gerbrandy zou zorgen daarbij zelf tegenwoordig te zijn. De heer Den Doolaard begaf zich naar het Bureau Inlichtingen en nam zijn maatregelen. Het leek hem van groot belang, dat de oproep zo mogelijk werd afgekondigd in het Nederlandse nieuws van de BBC, dat tussen kwart voor zes en zes uur gegeven werd, en niet in de uitzending van Radio Oranje, die twee-en-een-half uur later plaats vond. Hoe meer daglicht de stakers tot het treffen van maatregelen of onderduiken gegeven werd, hoe beter.
   Hij verzocht daarom zijn collega De Jong telefonisch zorg te dragen, dat hij ieder willekeurig ogenblik tijdens de uitzending van het Nederlandse nieuws kon binnenvallen om een oproep tot spoorwegstaking om te roepen.
   Tenslotte zocht de heer Gerbrandy zijn ambtgenoot van Justitie, de heer Van Heuven Goedhart op in Essendon, waar hij een buitenhuisje met hem deelde en bracht hem op de hoogte. Meer niet : er lijkt geen sprake van, dat de minister-president zijn collega in een beraad betrok. De heer Gerbrandy had zijn beslissing genomen en wachtte slechts op een ding : het fiat van de heer Van Lidth de Jeude.
   Hem bereikte de heer Fock om ongeveer half drie in Epsom. De minister van Oorlog ontving het nieuws anders dan de minister-president. Hij was enigermate geërgerd, omdat de Nederlandse regering niet te voren gewaarschuwd was, en twijfelde, of de aanval op Arnhem inderdaad plaats zou vinden. Hij tilde, terecht, niet licht aan een spoorwegstaking en vroeg zich af, of de omstandigheden haar inderdaad eisten. De heer Lidth van Jeude was kennelijk volstrekt niet gesteld op de verantwoordelijkheid voor een besluit van deze aard. Op dat ogenblik klonk uit de radio het bericht van de landingen : de operatie was dus een feit. Nog twijfelde de minister. Hij verklaarde zich eerst bereid aan de wens van Shaef gevolg te geven toen de heer Fock hem uiteen had gezet, dat de geallieerde legerleiding zonder twijfel zelf de spoorwegstaking zou afkondigen, indien de Nederlandse regering hiertoe niet over wilde gaan. De heer Van Lidth de Jeude dicteerde vervolgens een proclamatie, waarin de staking werd afgekondigd, en met deze proclamatie reed de heer Fock terug naar het Bureau Inlichtingen, waar hij even over half zes arriveerde.
   Hier trof hij de heer Den Doolaard, die vol ongeduld wachtte : het was van het grootste belang, dat de oproep nog om kwart voor zes werd uitgezonden. Na een woeste rit met negatie van stoplichten zette de heer Fock de hoofdredacteur van Radio Oranje enkele minuten na het begin van de uitzending voor het gebouw van de Europese dienst der BBC af, waar de heer Gerbrandy reeds aanwezig was. En zo klonk even later de proclamatie van de regering uit de Nederlandse radiotoestellen.

Rüter baseert deze weergave der gebeurtenissen op 17 sept op een artikel van C. L. W. Fock in De Gids van nov. 1955. Fock was van sept 1944 tot mei 1945 hoofd van het Bureau Inlichtingen te Londen. Lees via onderstaande link dit artikel.
   De Nederlandse regering in Londen en de spoorwegstaking

Als reactie op dit artikel schreef Gerbrandy :
   Lees hier

   Op 17 September 1944, kwart over zes 's avonds klonk door de Engelsche radio het bevel van de Regeering te Londen, dat het personeel der N.S. in staking moest gaan.
   Dit bevel klonk het gansche N.S.-personeel van hoog tot laag in de ooren als een verlossing ! Het kwam er op 17 September op aan op afdoende wijze te weten te komen of het radio-bevel uit Londen
 
echt, en geen canard of Duitsche val zou zijn. Er moest dus zekerheid verkregen worden. Ook in dien maatregel was voorzien, n.l. door een code-afspraak met een verbindingsman van de Regeering. Er werd terstond via een geheimen zender te Rotterdam geïnformeerd en ja, binnen een kwartier tijds had de Directie zekerheid. De Code-afspraak kwam prompt over

 
"De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol."
 

   Versteeg was een van de schuilnamen van den Heer Ir. Hupkes en zijn "kinderen" waren het personeel, dat "onder de wol" in staking moest!
 
   Zoo werd snel en afdoende zekerheid verkregen, dat het bevel tot staken inderdaad door de Regeering was gegeven.


Tekening van Joop Moesman.   Overdruk uit Het Rechte Spoor van 15 Sept. 1945.
Het Rechte Spoor. Orgaan van den Nederl. R.K. Bond van Spoor- en Tramwegpersoneel St. Raphael.

Op de achtergrond van de tekening staan v.l.n.r. Hgb III (hoofdadministratiegebouw 'De Inktpot') te Utrecht en de stationsgebouwen van Amsterdam, Amersfoort en Utrecht.

Joop Moesman, portret van Giesberger uit 1943.
Collectie Spoorwegmuseum, Utrecht.

Hij staat op het oude station van Utrecht met een spoorboekje, zijn spoorboekje (van 1938), in de hand. Giesberger was als hoofdinspecteur verantwoordelijk voor de dienstregeling bij de Nederlandse Spoorwegen. Hij stond tijdens de bezetting – samen met de op 28 october 1944 gefusilleerde verzetsman Cootje van den Bosch – in contact met de Nederlandse ballingenregering in Londen. Moesman was een directe ondergeschikte van Giesberger. Die heeft hem voor tewerkstelling in Duitsland behoed. Moesman heeft het portret in 1943 gemaakt en 26 juni 1945 aan G. geschonken.
Op ea-III is een paragraaf aan Moesman gewijd. De code-zin "de kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol", hierboven afgedrukt, is in de Petronius gezet, evenals de titel van dit essay.

     

             Johannes Hendrikus Moesman, geboren 6 jan 1909 te Utrecht, gestorven 3 febr 1988 in Houten, deed van alles. Zijn geld verdiende hij als spoorwegbeambte. Onder meer bracht hij elk jaar het spoorboekje uit. In zijn vrije tijd was hij graficus, kalligraaf, amateur-fotograaf, schilder, letterontwerper (de Petronius) en hield zich met verwante zaken bezig. Ook schreef hij een aantal polemische artikelen.
   Vnl autodidact. Hij geldt als de belangrijkste surrealistische schilder van de vorige eeuw. Zijn beroemdste werk is Het Gerucht. Dat toont een naakte vrouw op een fiets, met een kinderviooltje op de bagagedrager. De burgemeester van Utrecht liet het als schadelijk voor de zedigheid' verwijderen van een expositie van Kunstliefde in 1947. In 1932 en 1934 had ander werk hetzelfde lot ondergaan in Amsterdam.
   Oud NS-directeur en verzetsman Giesberger, die via een illegale zender in contact stond met de ballingenregering in Londen, heeft in 1953 tegenover de Parlementaire Enquêtecommissie onder ede verklaard dat hij en C. van den Bosch herhaaldelijk aan de Nederlandse regering in Londen hebben gevraagd wat er in verband met de deportaties van de Joden gedaan moest worden :
 “Londen antwoordde : Niets!  Doorgaan!”
“In Nederland verliepen de transporten zo vlekkeloos, dat het een lust was om te zien.” Adolf Eichmann in 1961 tijdens zijn proces.
Op Giesberger is allicht het een en ander aan te merken, maar hij heeft vele opgejaagden geholpen en kreeg voor zijn verzetswerk onderscheidingen uit België, Frankrijk, en het UK ; en werd Ridder in de order van de Nederlandsche Leeuw.

 

          2a.  De contacten.

De radio-uitzendingen van Brandaris, Radio Oranje, BBC e.a.

Omdat de Ned. pers gelijkgeschakeld was, is men voor dit onderwerp aangewezen op de West- en Oost-Indische en Britse pers, alsmede de illegale bladen in eigen land.

In 1940  zond Radio Oranje 1x per dag uit, om 20.15 uur Ned. tijd, vanaf begin augustus. Er werd ook naar de Engelse radio (Radio London) geluisterd, van de berichtgeving werd o.a. in de Ned.-Indische kranten verslag gedaan.
De B.B.C. verleende, naar Aneta-Londen seint, faciliteiten aan de Nederlandsche regeering voor een dagelijksche uitzending onder auspiciën der Nederlandsche regeering. De nieuwe Nederlandsche omroep is genaamd „Radio Oranje" en zendt dagelijks uit van 19.15 u. tot 19.30 u. Britschen zomertijd (13.45 u. tot 14 u. Javatijd) op 373 meter, voor Holland, alsook via de korte golfstations der B.B.C. G.S.A. op 49,59 m. en G.R.X. op 30,96 m. De omroep vangt aan 28 Juli a.s. en zal door H. M. de Koningin geopend worden. BatNbl 26 juli 1940.

1941.  – Radio Oranje zond dagelijks uit om 20.15 uur. De uizendingen werden als saai ervaren. Omroep De Brandaris startte 23 juli 1941 vanuit Londen met nieuwsuitzendingen, vooral voor zeelieden. Het was een vrije omroep die niet zoals R.O. onder de censuur van de regering viel. Slechts een kwart miljoen radio's in Nederland kon korte golf ontvangen. De European Service van de BBC trok meer luisteraars, door muziek en tot 5 nieuwsbulletins per dag uit te zenden. Radio Oranje en de BBC verspreidden hun nieus over Nederland voornamelijk via hun verlengstuk : de illegale blaadjes en pamfletten die moeizaam uitgetikt, zonodig vertaald, en gehectografeerd werden.
    In oktober 1942 werden Brandaris en Radio Oranje samengevoegd, De naam bleef Radio Oranje. Behalve Loe de Jong kwamen alle medewerkers bij Brandaris vandaan.

1942.  – Van Radio Oranje aanvankelijk 1 uitzending per dag om 20.15. Afwijkende tijden werden in de kranten aangekondigd. Vanaf oct 1942 zond R. O. om 11.45 en 20.45 uit. Daarnaast waren er uitzendingen van Brandaris en nieuwsberichten van Radio London te beluisteren. De B.B.C. verleende eveneens uitzendtijd aan bijv. Frankrijk, Denemarken, Rusland.

           

     Soerabaijasch Handelsblad 30 jan 1942                                   De Indische courant 22 feb 1942


          

     Amigoe di Curacao 26 aug 1942  Z66 15 oct 1942


 

 

 


Beethoven symphony 5 opening.svg

De notenlengten van het motief waarmee Beethovens Vijfde Symphonie begint, zijn, in morse overgezet, 2x kort-kort-kort-lang,     ▪    ▪    ▪    ▬          ▪    ▪    ▪   ▬      = V V .
  Het motief was de tune van de BBC en van Radio Oranje.
Die letter V symboliseerde het begrip Victory, een handige letter die ook gemaakt kon worden door wijsvinger en middelvinger van de rechterhand op te steken. Van de rechterhand, immers, de goede moordenaar Dismas hing rechts. Dezelfde vingers van de linkerhand naar beneden : de Vuilakken Verliezen! De slechte moordenaar heette Gestas, te associëren met Gestapo.
  Aan het motief werd door de Nederlandse luisteraars de betekenis gehecht 'na de Victorie komt de Vrijheid'.
  Beethoven kon niet meer kapot. Aan de Eurolanden mocht hij "Alle Menschen werden Brüder" afstaan. Maar vele Europese broeders hebben deze song bepaald niet hoog zitten.

     Amigoe di Curacao 4 nov 1942

1943.Z66 20 jan 1943 :
Radio Oranje : 12.45 n.m. en 20.45 n.m.
Nieuwsberichten : A 6.40 v.m. B 7.40 v.m., 11.45 v.m., 13.45 n.m., 19.45 n.m., 23.50 n.m.


Op 25 maart 1943 staat in de Oranjekrant VIVERE MILITARE EST :
VOOR RADIOLUISTERAARS
De nieuwe uitzendtijden van Radio Oranje zijn 13.00 en 19.45 uur. Radio London [werelduitzendingen BBC] zendt uit op de navolgende uren 6.45, 7.45, 11.45, 14.45, 15.45, 18.45, 23.45. De golflengten zijn dezelfde gebleven als vóór 29 maart.
Op iedere zaterdagavond te 24 uur zendt Amerika een programma in de Nederlandse taal uit op golflengte 31.40 meter.

1944. – Direct vanaf januari valt in de kranten te lezen dat de Nederlanders zich dienen voor te bereiden op de bevrijding, ook Radio Oranje geeft concrete instructies. Deze berichtgeving verstomt in maart, laait in april weer op. In mei valt in de illegale pamfletten te lezen dat Radio Oranje in een serie van zes uitzendingen in april mededelingen heeft gedaan over de maatregelen die de regering voor het tijdperk na de bevrijding voorbereidt. In juni het nieuws dat de invasie is begonnen, in juli en aug rukt de krijgsmacht op. Op Dolle Dinsdag 5 sept deelt Gerbrandy via R.O. mee dat geallieerde troepen Nederland zijn binnengetrokken.

Het Laatste Nieuws 24 feb 1944 : Uitzendingen Radio Oranje 2 x per dag, om 13.00 en om 20.15 uur.


     The London News 2 apr 1944. In sept, schijnt het, uitz. op 1500, 307, 49, 41, 25, 19 en 16 m.

Met ingang van 24 juli ​begint Radio Oranje zijn uitzendingen weer met muziek ; de luisteraars moeten hun toestel niet te hard aanzetten, denk aan de buren!  Kroniek van de week 23 juli 1944.

Aug 1944 : R.O. om 13.00 en om 20.15 uur tot 10 sept. Op 10 sept 1944 : uitzending om 20.45 uur. Op 12 sept 1944 had R.O. om vier uur een uitzending uit Brussel (naast die van 13.00 uur en 20.15 uur).

2b. De uitzendingen rond 17 sept 1944.

Radio London (B.B.C.) kwam eerder - c. 17.45 - met het stakingsbericht dan R.O. (De Nederlandse verzetsbladen schreven dikwijls 'Radio Londen').

        
                                                                            Duitse posters


     E.N.R.O. nieuws 17 sept 1944 -- 4.45 n.m. (Radio London).  E.N.R.O. = Engeland-Nederland-Radio-Ontvangst.

Goudriaan (litt.) schrijft ”Om 9 uur gaat hij weg om naar de Engelse radio te luisteren ; een vast punt op ons program van elke dag" (15 oct. 1943”).  “...om zes uur [MET] kondigde de Londense radio de spoorwegstaking aan” (17 sept. 1944).
Goudriaan zat in Buchenwald 7 oct 1940 – 23 mei 1941 ; in Haaren 13 juli 1942 – 11 jan 1943 ; dan in Moergestel tot 17 aug 1943 ; tenslotte in Amersfoort waar hij 15 oct vrijgelaten werd. Op 3 sept nam hij de trein naar Eindhoven. Op 2 oct hervatte Goudriaan in bevrijd gebied zijn functie als president-directeur van de NS.


     ROBU 17 sept 1944 -- 20.15 uur (R. O.).  ROBU staat voor Roze Bulletin.


     De Wegwijzer 17 sept 1944 -- zondagmiddag 15.45 uur (Radio London)


     Trouw Luisterpost 18 sept 1944.
Het woord spoorwegstaking wordt - opmerkelijk - niet genoemd. Vergeleken met het dolle optimisme in het vorige bericht (van De Wegwijzer) betracht Luisterpost een verstandige terughoudendheid. Wellicht had Tr. L. bedenkingen tegen de staking en haar gevolgen ? In latere berichtgeving brengt Tr. L. – fait accompli – wèl de boodschap van de regering uit Londen aangaande de geslaagde staking.
   TROUW was meteen vóór : "DE SPOORWEGSTAKING IS EEN ZEGEN. In de stemming van het heden dreigt het gevaar dat de menschen verzet nutteloos vinden. Ze zijn van meening, dat het den toestand maar erger maakt. Wie weigert, zoo hoorden we een redeneering, onttrekt zich en laat anderen voor de zaak opdraaien. We moeten de zaak goed zien. Het gaat hier om de volharding in den strijd.
   Een pracht voorbeeld hiervan is de spoorwegstaking. Het is niet zoo, dat deze den toestand verergert, dat er hongersnood door ontstaat, duisternis en gasnood, straks misschien waternood door komt, kou en narigheid ons deel wordt. Integendeel, de gevolgen zijn dat de vijand niet in staat is op groote schaal gevangenen naar Duitschland te voeren, dat hij in het Westen geen arbeidskrachten voor de linies kan vorderen omdat hij ze niet vervoeren kan, dat hij verhinderd is zijn materiaal voor de operaties tijdig te verplaatsen naar dat deel van het front waar hij het snel van noode heeft".

    Trouw-bulletin nr 4. Speciale uitgave. Woensdag 1 November 1944.
Degene die dit schreef liep wel erg ver achter de feiten aan. In de oorlog kon je goed zijn of fout of iets daartussenin, of lijden aan een gehoorzaamheidssyndroom. Je kon ook gewoon dom zijn.


     Afgeluisterd 18 sept 1944

EEN VOOR ALLEN; ALLEN VOOR EEN ! ! !   HET IS DE PLICHT VAN ELKENNEDERLANDER DE STAKENDE SPOORWEGBEAMBTEN ONDERDAK TE VERLENEN, DAAR DE DUITSERS ALLES ZULLEN PROBEREN HEN IN HANDEN TE KRIJGEN ! DOET  DUS  UW  P L I C H T:  STELT UW HUIS  O P E N ! ! ! !
                               ==========
AANVULLINGEN:  Het Britse tweede leger staat 3 km over de Nederlandse grens. De Duitse verdedigers worden nu van voren en van achteren aangevallen. NEDERLANDERS, DIE NOG IN HET GELUKKIG BEZIT VAN RADIO ZIJN, MOETEN NAAR  E L K E  NEDERLANDSE UITZENDING VAN DE B.B.C. EN RADIO ORANJE LUISTEREN ! ! ! Schrijft de berichten op en geeft ze aan Uw goede kennissen ! VERMENIGVULDIG DE NIEUWSBERICHTEN, [onleesbaar] GEEFT ONS BLAD SNEL EN VOORZICHTIG DOOR ! ! !

    Vrijbuiter 18 sept 1944.

A. Rüter, Rijden en staken. De Nederlandse Spoorwegen in Oorlogstijd (1960) mag dan als het standaardwerk over de spoorstaking gelden, het kan niet meer gelezen worden zonder de correcties en aanvullingen van Prof. Mr. P. Sanders in Het Nationaal Steunfonds en de financiering van het verzet 1941-1945 (1960) en Prof. dr. ir. J. Goudriaan in Vriend en vijand. Herinneringen aan de Nederlandsche Spoorwegen 1938-48 (1961) ernaast. Met allerlei machinaties achter de schermen lukte het de NS de verschijning van Rüters studie vijf jaar lang tegen te houden. Natuurlijk moet ook gewezen worden op L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 10a Eerste helft (1980), en idem 10b Eerste helft (1981).
   Peter Bak geeft in Harde koppen, rechte lijnen. De lokale en regionale edities van Trouw in oorlogstijd (1993)  een misselijkmakend beeld van het bestuursapparaat en de ideeënwereld van het anti-rev. verzetsblad Trouw. Lees pp. 41-43 en voetnoot 2, zie op p. 44 de kop TROUW TOT IN DEN DOOD waarvan de macabere dubbelzinnigheid de redactie ontgaan is, en tracht te begrijpen dat de uitgever, Trouw zelf, op de flap gewaagt van "een luisterrijk jubileumboek voor het vijftigjarige Trouw". Dit terzijde.
    Ik citeer uit hoofdstuk 6 :

Toen A. den Doolaard voor Radio Oranje op zondagavond 17 september 1944 om negen uur Nederlandse tijd voor de tweede maal die avond het spoorwegpersoneel opriep in staking te gaan, vroeg Loe de Jong, redacteur bij Radio Oranje, aan Gerbrandy of de regering zich realiseerde welke consequenties die oproep kon hebben. Wat te doen als het geallieerde offensief mislukte? „Maakt u zich niet ongerust”, had de premier geantwoord, „wij zijn vrijdag in Amsterdam”.
   Beluister hier het fragment : Gerbrandy over spoorwegstaking en hongersnood.
   Het gelijkgeschakelde ANP bracht de volgende dag de reactie van het Reichskommissariat op de stakingsoproep. ‘Stilstand van de spoorwegen betekent stilstand van het levensmiddelenvervoer. Niet voor de bezettingstroepen, die beschikken over genoeg middelen om zich van het nodige te voorzien. Spoorwegstaking betekent echter voor het eigen volk gebrek als het even langer duurt en hongersnood als zij aanhoudt’, waarschuwde het telexbericht, dat aan de nog verschijnende dagbladen ter plaatsing werd aangeboden. Het bericht, dat alleen werd opgenomen in Het Nationale Dagblad, het dagblad van de NSB, en – gedeeltelijk – in de NRC, zal weinigen schrik hebben bezorgd. Met het grootscheepse geallieerde offensief in het zuiden kon de bevrijding toch niet lang meer op zich laten wachten!?
    Zie hier

C. Huurman (litt.) p. 522 : "De staking is voor acht dagen bedoeld geweest".

ONDERWERP : REGEERINGS-OPROEP TOT ALGEMEENE SPOORWEG-STAKING.       Tekst: R.V.D.     Spreker: A.D.

A. den Doolaard, chef van Radio Oranje, riep in de uitzendingen van 17 sept onomwonden op tot een spoorwegstaking. Hieronder volgt de tekst van deze uitzendingen :

". . . lees ik u thans voor de verschillende instructies die zijn uitgevaardigd i.v.m. dit grote nieuws.

Naar aanleiding van een uit Nederland ontvangen vraag en na overleg met het Opperbevel, mede in verband met operaties, die heden in Nederland zijn aangevangen, acht de Regeering thans het oogenblik aangebroken, de instructie te geven tot een algemeene staking van het spoorwegpersoneel, teneinde het vijandelijk vervoer en troepen-concentraties zoo veel mogelijk te beletten.
   De Regeering geeft zich rekenschap van de groote verantwoordelijkheid, die zij daardoor aanvaardt, doch zij meent na rijp beraad, dat in de gegeven omstandigheden, deze daad van zulk overwegend militair belang is, dat niet langer mag worden gewacht met uitvoering te geven aan dezen maatregel.

   De Regeering, in het volle besef van de moeilijkheden, die daardoor ontstaan, laat de wijze van uitvoering aan Uw beleid over en wenscht U allen, getrouwe en en moedige Vaderlanders, de kracht toe deze actie naar beste vermogen uit te voeren.

   Luisteraars, deze oproep van de Regeering wordt herhaald in het Nederlandsch Nieuws van de B.B.C. om kwart voor twaalf. Luistert in elk geval naar deze uitzending, waarin belangrijke verdere berichten voor zouden kunnen komen."

Huurman geeft eerst "Op zondag 17 sept starten de geallieerden om 13.00 de operatie 'Market Garden', de luchtlandingen in oostelijk Noord-Brabant, bij Nijmegen en Arnhem en de rondaanval over de smalle corridor Eindhoven - Nijmegen - Arnhem. Ter ondersteuning roept de Ned. regering in ballingschap 's avonds vanuit Londen om circa 17.45 uur het spoorwegpersoneel op om in staking te gaan. Radio Oranje zendt uit na het Engelse nieuws van de BBC-zender (de Engelse tijd komt op 17 dept overeen met de Nederlandse, in Engeland geldt de dubbele zomertijd en in Nederland de Midden Europese zomertijd. De tekst word opgelezen door A. den Doolaard (pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra).
Den Doolaard leest deze tekst van 'Naar aanleiding' t/m 'uit te voeren' en vervolgt : Deze stakingsoproep wordt om 23.45 uur in het Nederlandse nieuws van de BBC herhaald. -- Ter bevestiging van de opdracht tot algemene staking zoekt de NS-directie via een radiozender van het verzet contact met Engeland. Een kwartier later komt de codezin "De kinderen van Versteeg moeten allen onder de wol"". [....] Door het mislukken van de operatie Market Garden duurt de spoorwegstaking niet zoals verwacht acht dagen.

Giesberger (1885 -1958) nam contact met Londen op en kreeg de bevestigende code-zin "Alle kinderen van Versteeg moeten onder de wol" te horen. Versteeg was de schuilnaam van de NS-directeur ir. W. Hupkes.
Zie Het Parool 16 sept 1954.

De gang van zaken wordt tegenwoordig nogal verschillend beschreven. De spoorwegstaking is nog steeds een contrversieel onderwerp. De volgorde en tijdstippen der gebeurtenissen wordt dikwijls onjuist weergegeven. De codezin verandert in de loop der jaren. Personen worden verwisseld. Zelfs met de datums wordt gerommeld. Ing. C. Huurman schrijft in Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939-'45 (2001), Inleiding : "Ook zijn geen gegevens uit de literatuur opgenomen, zonder dat deze door ooggetuigen of in archiefmateriaal zijn bevestigd. Er bleken in de literatuur te veel historische onjuistheden onderling overgenomen te zijn".

De volgende items bevatten elk een of meer algemeen verspreide onjuistheden, tussen // \\ gezet.

•   Na een oproep van Radio Oranje op 17 september 1944, //met codebericht\\: // De kinderen van Versteeg moeten onder de wol,\\ legden 30.000 personeelsleden van de NS het werk neer. Aldus Wikipedia.
•   Op zondagavond 17 september 1944 zendt de BBC om zeven uur de dagelijkse berichten uit. //Bij de mededelingen voor Holland klinkt het codebericht: \\  // De kinderen van Versteeg moeten onder de wol.\\  www.omroepgelderland.nl.
•   "Ze werd op zondag 17 sept 1944 //door Gerbrandy\\ afgekondigd toen hij voor de radio het spoorwegpersoneel namens de Nederlandse regering aanzegde het werk neer te leggen." Fasseur in Eigen meester niemands knecht (2014).
•   In de tv-serie De oorlog (NPS) zegt Rob Trip “.... in de nacht voor de eerste landingen vraagt het geallieerde opperbevel aan de regering een spoorwegstaking af te kondigen. Premier Gerbrandy stemt meteen in, de minister van oorlog Jhr. ir. Otto C. A. van Lidth de Jeude daarna ook. //Die laat vervolgens eerst een codebericht omroepen\\ dat van tevoren is afgesproken, De kinderen van Versteeg moeten onder de wol. En dan, nadat het codebericht is //omgeroepen\\, haast het hoofd van Radio Oranje, de schrijver A. den Doolaard, zich dwars door alle rode stoplichten van het nachtelijke Londen naar de studio van de BBC. //om nog in het ochtendnieuws het volledige stakingsbevel van de regering te kunnen voorlezen\\”.

∼∼∼ T ij d s t i p p e n ∼∼∼

'IN NEDERLAND IS VANDAAG DE DUITSCHE ZOMERTIJD INGEVOERD
Het A.N.P. meldde officieel d.d. 15 Mei: Op bevel van het opper-commando van de Duitsche bezettingstroepen wordt met onmiddelijke werking bekend gemaakt, dat tot nader order in geheel Nederland de bevolking dezelfde verduisteringsmaatregelen moet treffen al reeds gedurende de afgeloopen dagen van kracht geweest zijn.
Teneinde gedurende de volgende dagen de gevolgen van deze maatregelen zoo gering mogelijk te doen zijn, wordt verder bepaald, dat nog hedennacht om 24 uur in Nederland dezelfde tijd (zomertijd) als in Duitschland zal worden ingevoerd. Daarom moeten alle klokken om 24 uur zoo gezet worden dat zij 1.40 uur aanwijzen.
Het bovenstaande besluit heeft tegelijkertijd gunstige economische gevolgen, daar bijna twee uren daglicht voor den avond gewonnen worden.'

     Rotterdamse Courant, 16 mei 1940
Op 16 mei 1940 voerden de Duitsers de MET [plus een uur vooruit wegens zomertijd] in Nederland in, en die bleef zo.
In Engeland gold de zomertijd gedurende WOII volledig [het hele jaar door] gedurende de periode februari 1940 - oktober 1945. Vanaf 1941 was er zelfs sprake van dubbele zomertijd. In mei 1940 liep Nederland dus 40 minuten achter op de Britse tijd. Ofwel 10 Mei 1940 :  - NL 12.00 uur  - Du 13.40 uur  - Eng 12.40 uur

      Zie deze link naar Slag om de Grebbeberg.

In Nederland was het van 15 mei tot einde oorlog even laat als in Duitsland. De klokken werden op last van de bezetter 1 uur en 40 min. vooruitgezet. Geen probleem. Maar hoe zat het op 17 sept 1944 tussen Engeland en Nederland ?
   In 1944 ging in Nederland de zomertijd op 3 april om 2 uur in en eindigde op 2 oct om 3 uur. De in 1944 bevrijde gebieden in het zuiden kregen dezelfde tijd als Londen, waar men sinds het begin van de oorlog continu zomertijd (‘British Summer Time’ = UT + 1h) voerde, waaraan in de zomermaanden nog eens een extra uur werd toegevoegd (‘British Double Summer Time’ = UT + 2h). Deze Double Summertime eindigde in 1944 in de vroege ochtend van 17 sept. Op 17 sept liep bezet Nederland dus een uur voor op Londen GMT.
   Het bezette deel van Nederland ging op 2 oktober 1944 terug naar Middeneuropese Tijd MET en liep daardoor weer gelijk met de klokken in het bevrijde deel, dus met Londen. Hoe het in Noord-Nederland zat is moeilijk uit te rekenen, maar bij het puzzelwerk helpen externe factoren als de volgende.

In de vroege morgen van 17 juni 1944 stortte een Halifax van het 431e Squadron van de Royal Canadian Air Force (RCAF) neer in de Nieuwstraat, ter hoogte van de Drie Bruggen . . . Tegen 02.30 uur (opgave van de bemanning) werd het vliegtuig boven Maas en Waal getroffen door een Duitse nachtjager. De bemanningsleden slaagden er in om ter hoogte van Puiflijk en Druten (Nederland) het vliegtuig te verlaten.
   In de door de Duitsers zeer nauwkeurig bijgehouden "Abschussliste" wordt het neerschieten van dit "viermotoriges Flugzeug" toegeschreven op het conto van Ltn. Kristopher die behoorde tot het "Dritte Nachtjagdgeschwader".
   Volgens de Abschussliste werd de Halifax op een hoogte van 5800 meter getroffen en crashte in de buurt van "Thiel". Als tijdstip werd 01.20 uur aangegeven. (Het verschil in tijdstip kan te maken hebben met het uur tijdsverschil tussen Engeland en Duitsland).
      Zie deze link
Dit duidt inderdaad op een uur tijdsverschil. UK = Ned. plus 1 uur op 17 juni 1944 oftewel Ned. = 12 uur, dan UK = 13.00 uur. Ik neem dit als uitgangspunt. We naderen 17 sept. 1944.

----------------------------------------------

Vast staat dat Den Doolaard zijn eerste stakingsoproep voorlas, wrs rond 17.45 u., vóórdat de codezin, de bevestiging van het regeringsbevel, niet veel later in Rotterdam opgevangen werd, rond 18.35 u. Radio Oranje verzorgde destijds dagelijks twee uitzendingen, om 13.00 en om 20.15 uur. Op 17 sept echter werd op ongewone tijdstippen uitgezonden vanwege de landingen van geallieerde troepen in Nederland. Dit bericht nam begrijpelijkerwijs de overhand.

Het Geallieerde Opperbevel maakte op Zondagmiddag 17 September 1944 om 15.41 precies, het volgende communiqué bekend : “It is announced by Supreme Headquarters that strong forces of the First Allied Air-borne Army were landed in Holland this afternoon”.
   Onmiddellijk na deze aankondiging volgden diverse instructies van Generaal Eisenhower voor de bevolking van Nederland.  Keesings Historisch Archief.

Via deze link Beluister hier de uitzendingen van 17 sept 1944 valt te horen (Radio London) :

"Vanmiddag zijn sterke afdelingen geallieerde luchtlandingstroepen van het eerste geallieerde luchtlandingsleger in Nederland neergelaten. In het kwartier van kwart voor vijf tot vijven zal een mededeling van de geallieerde opperbevelhebber [Eisenhower] worden voorgelezen die gericht is tot het Nederlandse volk en zal worden uitgezonden op alle golflengten van de BBC." Deze mededelingen (in het Engels) gedaan door een lid van de staf van het geallieerde opperbevel, betroffen datgene wat te doen staat nu de troepen geland zijn, en welke orders opgevolgd moeten worden .
   Dan is er de (eerste, waarschijnlijk om kwart voor zes) Ned. uitzending van de BBC waarin A. den Doolaard namens de regering oproept tot een spoorwegstaking. Daarin zegt hij : "Deze oproep wordt door mij herhaald in de avonduitzending van Radio Oranje kwart over acht, zegt het voort !"
    In een volgende uitzending (waarschijnlijk om 21.00 u.) zegt hij :
"Luisteraars, deze oproep van de regering wordt herhaald in het NL nieuws van de BBC om kwart voor twaalf. Luister in elk geval naar deze uitzending van het NL nieuws van de BBC van kwart voor twaalf waarin belangrijke verdere berichten voor zouden kunnen komen."
    Bak schrijft (1993): "Toen A. den Doolaard voor Radio Oranje op zondagavond 17 september 1944 om negen uur Nederlandse tijd voor de tweede maal die avond het spoorwegpersoneel opriep in staking te gaan . . ."

Heldere samenvatting onderzoek Enquêtecommissie getiteld Drie ministers namen het besluit tot de spoorwegstaking. Kinderen van Versteeg moeten onder de wol.
De Tijd 5 nov 1955. Daaruit het vlg citaat :
“Op 17 September 1944 kwam uit Londen het stakingsparool, veel later gevolgd door de code ‘De kinderen van Versteeg moeten onder de wol’. Het doel was de Duitse transporten naar Arnhem lam te leggen. De SHAEF gaf een als verzoek ingekleed bevel, Eisenhower en Montgomery drongen er op aan. Gerbrandy heeft Wilhelmina ingelicht over wat er te gebeuren stond ; zij was enthousiast."

“Na het mislukken van de stoot naar Arnhem leek het ons dat de bevrijding van Noord-Nederland nog vele maanden kon uitblijven en de generaal vroeg mij hoe ik dacht over een opheffing van de staking. Ik zei dat ik de afkondiging van de staking een uiterst riskante maatregel had gevonden waarvoor ik niet gaarne mede-verantwoordelijkheid zou hebben gedragen maar nu het besluit eenmaal genomen en uitgevoerd was, leek mij elk terugkrabbelen onmogelijk en volstrekt ondiscutabel. Men zou dan moeten zeggen : Tout est perdu et l'honneur”.
     Gesprek c. 8 oct. 1944 te Brussel van Goudriaan met generaal Kruls, de chef van het Nederlandse Militair Gezag.
    J. Goudriaan, Vriend en vijand, p. 189-190.

----------------------------------------------

Door het hele land werden spoorwegemployé's opgepakt. Hun woningen werden vernield of verbrand. Soms volgde een fusillade bij wijze van represaille. Ook Baarn ontkwam niet aan een, zij het indirect, gevolg.
    Jan Hendrik Faber (verzetsnaam: ‘Langs de Weg’) was kweker en tuinarchitect in Baarn (in oct 1940 uit Leiden vertrokken naar Amalialaan 10). Faber begon zijn verzet met het verlenen van onderdak aan Joden, ontvluchte krijgsgevangenen en studenten. In 1943 ving hij twee gedropte geheime agenten uit Engeland op en hielp hen verder met vervalste persoonsbewijzen. Tevens verleende hij hulp aan jongemannen die naar Engeland uit wilden wijken en verzamelde voor een spionagegroep gegevens omtrent Duitse militaire stellingen.
   Naast deze verzetsactiviteiten was Faber betrokken bij de illegale pers. Tot september 1944 verspreidde hij het in Leiden gestencilde illegale blad Kroniek van de week. Toen mede door de spoorwegstaking een zelfstandige nieuwsvoorziening noodzakelijk werd, werd Faber betrokken bij de uitgave hiervan. De Baarnse editie van Kroniek van de week werd vanaf 5 oktober 1944 gestencild in een tuinhuisje bij zijn woning en verscheen in een oplage van 1000 tot 2500 exemplaren.
   Op 12 november 1944 werd Faber door de Sicherheitspolizei in zijn woning gearresteerd. Bij de huiszoeking werden 50 Kronieken gevonden waarna hij overgebracht werd naar het Huis van Bewaring in Amsterdam.
   Op 15 december 1944 werd hij met twee anderen doodgeschoten bij de Tugelaweg in Amsterdam-Oost. De fusillade was een represaille voor een aanslag met dynamiet op de spoorrails aldaar door leden van een Amsterdamse knokploeg. Met twaalf anderen die op dezelfde dag op verschillende plaatsen gefusilleerd waren, werd Faber in een massagraf in de duinen bij Overveen begraven.
          De Eerebegraafplaats bij Bloemendaal.

Aan de Tugelaweg ter hoogte van nr 110 staat aan de spoordijk een monument van Adam Jansma voor de Baarnaar Jan Hendrik Faber, geb. 31 maart 1893. Het is een beeld op een zuil, getiteld Buikschot.

————————————

De laatste transporten uit Westerbork vonden plaats op 3 september, 4 september en 13 september 1944.

————————————

Gerbrandy had althans de moed terug te krabbelen (5 oct) :
“Landgenoten, op 17 september gaf de regering last tot een algemene staking van het spoorwegpersoneel. Dit geschiedde, en met succes. Dit neemt niet weg dat de aanvoer van voedsel thans ernstige moeilijkheden ondervindt. Er dreigt zeer zeker in de grote steden hongersnood indien de bevrijding nog geruimen tijd op zich zal laten wachten”.

 


          Dit zijn 'gleichgeschaltete' kranten !

          Friesche courant 11 oct 1944

            Amersfoortse courant jan 1945
Ortskommandantur Baarn.    11. Dezbr. 1944  
  Bescheinigung.    
Die Niederländer
G.J. B a k k e r, geb.am 30.4.1888,
M.J. Y e t s i n a, geb.am 12.1.1918,
P.H. B e r g h o u t s, geb.am 30.7.1900,
T.K. R o o s j e n, geb.am 27.12.1891,
M.M. K r i m p, geb.am 19.1.1892,
Bloemendaal,
Bloemendaal,
           ,,
           ,,
           ,,

  Het Ned. treinwezen bestond niet meer. Deze m / v Nederlanders werkten voor het Roode Kruis en kregen vergunning met een Duitse personentrein te reizen en zich in spertijd op straat te bevinden.

sind berechtigt, Züge der Deutschen Reichsbahn von Baarn über Amsterdam nach Haarlem zu benutzen.
Die Genannten sind berechtigt, während der Sperrzeit in der Nacht vom 11./12.12.44 in Baarn, Amsterdam
und Haarlem die Strassen zu betreten.

Hauptmann u. Ortskommandant                                 [handtekening onleesbaar].

Zie hier

▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ – – – – –
– – – – – ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬ ▬▬▬▬
Ad Int   2   einde

 

VERVOLG INTERVIEW  G e o r g e  M u n n i k

Dops zal, toen hij nog leefde, begrip hebben gehad voor deze onderbreking en ondersteuning van zijn verhaal.
Munnik herinnert zich Wimpie Haasse, Paultje vd Meer Mohr. “Herrie was een goede vriend van me”. “Mijn vader werd in Batavia geplaatst. Wij woonden tegenover het huis van Wimpie. Zijn vader maakte lenzen. Hella heb ik nooit gezien want toen ik in Batavia kwam was zij al verdwenen [1938]. Ik kwam thuis bij Wimpie Haasse. Het was een huis met twee verdiepingen, wat je in de oost niet zo veel ziet, dat zie je heel weinig.
We waren bang, gewoon bange jongens, zo uit de schoolbanken gehaald. Deels nog stoere knapen tijdens de opleiding, maar toen de gevechten begonnen . . . .”

Van de MTB 4 overgeplaatst op de Willem vd Zaan, vervolgens op de O 21, daarna de O 24 o.l.v. Piet de Jong [de latere min. pres.]. "Toen kregen we een aanval van Japanse [onderzeeboot]jagers in de Javazee. Het commando was duiken ! Onze eigen snelheid was te hoog afgemeten. We voeren allebei even hard. Later zagen we in het Scheepsjournaal, dat ze met z'n tweeën waren. Eén schip hadden ze dubbel opgenomen om het te laten kloppen. Zo is het gegaan, zo staat het ook in het journaal. Dat kan je opzoeken in de Scheepsjournalen in den Haag. Maar die was alleen, dat mocht niet besproken worden.
Paultje van der Meer Mohr, die zat ook op zo'n torpedomotorboot, er waren twee jagers, het was er maar een. Hij riep : we hebben er een tot zinken gebracht ! Er werd een Engelse kruiser [? bedoelt wrs jager] vermist. Ik denk dat ze die tot zinken hebben gebracht.
Ik geloof Paultje vd Meer Mohr wel. Ik heb hem de hele oorlog niet meer gezien om hem dit te vragen. Ik heb twee drukken van dat boek [Zij vochten op de zeven zeeën, K.W.L. Bezemer]. In het ene boek [1e druk 1954] staat dat we gezonken hebben, in het andere [latere druk] staat er niets van in. Je mag het niet opschrijven maar ze hebben em gezonken. Ze hebben een Engelse jager getorpedeerd."  *) **)
 
*) Geen enkele Japanse onderzeeboot heeft aan de Slag in de Java-zee deelgenomen". Bezemer 1, 1987, p. 326.
**) Munnik doelt wrs op de Jupiter.

[Bezemer 1 bevat naast het voorwoord van de schrijver ook een voorwoord van viceadmiraal A. de Booy. Bovendien heeft de eerste druk 423 bladzijden gevolgd door een lijst van intekenaren. Bij latere versies zoals de zevende druk (1983) is ook een voorwoord van oud-minister-president Piet de Jong toegevoegd.]

''Ik ben met de trein naar Tjilatjap gegaan, ik ging met de laatste trein mee, zat niet bij de anderen. Tussen een stel matrozen in. In Tjilatjap hoorde ik dat de Sloterdijk daar lag. Mijn oom was kapitein, oom Jan.**) Ik twijfel er niet aan dat het een vingerwijzing van de lieve Heer was, want mijn oom die was kapitein geweest van de Bilderdijk, een vrachtschip van de Holland Amerika Lijn, was getorpedeerd en had dat overleefd, een gunstig voorteken. Toen zag ik de Sloterdijk [ook van de HAL]. Ik dacht dat ie [oom Jan] nog aan boord zou zijn, hij was niet meer aan boord. Dat schip van hem was gezonken, getorpedeerd. Hij kwam er levend af. Ik beschouwde dat als een goed voorteken. Hij was inmiddels overgeplaatst naar de wal, naar Amerika, maar dat wist ik toen niet. Ik ging aan boord, mijn jaargenoten volgden mijn voorbeeld. Langs de kust ontsnapt. Evenals Wim Haasse van Melbourne naar Perth. Niet in Durban geweest.
Herrie Heckman heeft een adelborstenboek, ook alle fotoalbums. Rechts - richten - mars".
Hier hebben we het gesprek beëindigd, Dops kreeg voor de zoveelste maal een bloedneus.
**) De kapitein die de Sloterdijk naar Australië bracht, was Folkert H. Dobbinga. Vgl. Bezemer 2, 1987.

Jan Munnik was gezagvoerder op de Bilderdijk. Dit schip voer van Rotterdam naar de havens aan de Noord-Amerikaanse oostkust en de Golfstaten. In mei 1940 werd het schip door de Nederlandse regering in beslag genomen en in charter gegeven aan het British Ministry of War Transport. Het werd grijs geverfd en gebruikt voor militair materiaalvervoer. Het schip voer driemaal in konvooi Halifax - Liverpool v.v. Op 19 oct 1940 voer het schip richting Liverpool toen een torpedo het Britse ss Matheran trof. Kapitein Munnik zag dit gebeuren en probeerde een aanvaring te voorkomen, maar intussen werd de Bilderdijk zelf aan stuurboordziijde getroffen door een tweede torpedo. Het schip viel niet meer te redden en de gehele bemanning ging in de boten. Het schip zonk en alle bemanningsleden werden gered door HMS Jason en vijf dagen later aan land gebracht te Methil (aan de oostkust van Schotland). “Gedurende de oorlog trouwden veel marinemannen in Schotland”.

                         

Bij de geboorteaangifte schreef de inlandse ambtenaar 'Flores' waar 'Floris' de bedoeling was. Maar vader liet het zo, hij vond het een mooie gedachte dat zijn zoon de naam van een eiland in hun geliefde Indië droeg. Zijn moeder noemde hem als kleuter Dopsje omdat hij zo'n schattig dopneusje had. En zijn hele leven lang is het Dops gebleven. Na zijn ontslag uit de dienst heeft hij wisselend werk gedaan : autorijschool, evenementenorganisatie e.d.
Dops was niet zo met school bezig, hij was liever buiten of ging naar de film. Toen hij niet over dreigde te gaan naar 5 HBS (aan de CAS), beloofde zijn vader (gouvernementsveearts) hem een motorfiets als hij niet zou doubleren. Zijn moeder was daar niet gelukkig mee en probeerde Dops af te leiden van zijn schoolwerk. Dops kreeg de motorfiets. Tijdens zijn eindexamen kwam Dops niet verder dan een 2 voor Duits, maar omdat de Duitsers Nederland waren binnengevallen werd Duits van de examenlijst geschrapt. Daardoor slaagde hij toch. Na de HBS wilde hij aanvankelijk wiskunde gaan studeren. Het werd de adelborstenopleiding.

Zijn vrouw Lia ontmoette hij in Soerabaja, ze was Marva. Ze hadden stiekeme ontmoetingen waarbij over een muur geklommen moest worden. Waar en wanneer ze getrouwd zijn ? [ik meen 1947 verstaan te hebben TK]. George was in elk geval in vol ornaat (weliswaar gehuurd). Ze kregen 4 kinderen. Het gezin heeft jaren aan de Rubenslaan in Bilthoven gewoond. Gastvrijheid bepaalde de huiselijke sfeer (vanuit Indië meegekregen).

Dops was typisch iemand die zich niet altijd aan de regels wenste te houden. Toen hij net een nieuwe fotocamera had gaf hij matrozen van zijn onderzeeboot opdracht met een sloep van het schip weg te varen en foto's te maken (verboden!) van hem staand op de brug. Dit heeft hij later herhaald met een filmcamera waarbij hij zelf in de sloep zat en beelden maakte van de duikende onderzeeboot. Verder stond Dops bekend om zijn bijzondere humor, soms gekruid met mild sarcasme. Een voorbeeld daarvan uit de jaren dat hij in Bilthoven aan de Hooghlaan woonde (de verzorgingsflat) is dat hij voor zijn raam naar de gemeenschappelijke gang een poster van Loesje had gehangen met de tekst Pluk de dag voor je in een vaasje eindigt. Dat werd door de medebewoners niet zo gewaardeerd, uiteindelijk heeft hij de poster maar weggehaald.

Ondanks zijn hoge leeftijd was Munnik een fanatiek computergebruiker, tot op het laatst van zijn leven. Klopt ; twee weken voor zijn overlijden hadden we nog contact per e-mail. Daar vroeg hij om, want telefoneren ging hem door zijn hardhorendheid minder goed af.

-------------------------------------------------------

Na het voltooien van de adelborstopleiding in Den Helder werd De Jong in 1934 bevorderd tot luitenant ter zee der derde klasse. Van 1935 tot 1947 was hij werkzaam bij de onderzeedienst van de Koninklijke Marine. Op 13 mei 1940 vertrok hij met duikboot Hr.Ms. O 24 naar Engeland. Gedurende de Tweede Wereldoorlog nam hij als oudste officier en vanaf medio 1944 als commandant van de O 24 deel aan de gevechten. Met zijn onderzeeboot heeft hij verschillende Japanse en Italiaanse schepen doen zinken. In april 1946 keerde hij met Hr.Ms. O 24 terug in Nederland.

G e o r g e  M u n n i k

Munnik, George Pieter Flores, *19 aug 1922, Kebon Djahe (Sumatra) werd 1 mrt 1943 ltz3, op 1 mrt 1945 ltz2, op 1 juni ltz1 (eo 16 mrt 1965), op 16 mrt 1965 (eo 1 oct 1967) ltz1 KMR . [Met eo wordt 'eindigend op' bedoeld.] Kreeg het Oorlogsherinneringskruis met 4 gespen alsmede het Ereteken van oorlog en vrede met 1 gesp..

ltz3

1 mrt 1943

ltz2

1 mrt 1945

ltz1

1 juni 1954 (eo 16 mrt 1965)

ltz1 KMR

16 mrt 1965 (eo 1 oct 1967)

OHK4

?

?

OV1

?

?

02.1942

-

03.1942

dienst TMB's Soerabaja

09.06.1942

-

30.04.1943

aan boord, Hr.Ms. Willem van der Zaan

1943

-

1943

aan boord, Hr.Ms. O 21

14.12.1943

-

02.1946

aan boord, Hr.Ms. O 24

Febr 1942 - mrt 1942   dienst aan boord TMB's in Soerabaja, o.a. op de TMB 4. Van 9 juni 1942 tot 30 april 1943  aan boord Hr.Ms. Willem van der Zaan.
1943 - 1943    aan boord Hr.Ms. O 21.
14 dec 1943 - feb 1946  aan boord Hr.Ms. O 24.
Nederlandse marineofficieren

 

H e r r i e  H e c k m a n

BEHARTIGING VAN DUITSE BELANGEN. In september 1939 werd de heer F. Heckman, de vader van Herrie, verzocht de bescherming op zich te nemen van de Duitse belangen in de Unie van Zuid-Afrika. In februari 1940 werd hij zelfs voorzitter van de Deutsche Hilfsverein in Natal ten einde voor de Duitsers, die zich liever op de achtergrond hielden, de kontakten met de Zuid-Afrikaanse autoriteiten te onderhouden. Het gezantschap te Pretoria had hiertegen geen bezwaar, mits de consul er voor zorgde dat de werkzaamheden van de "Verein" zich uitsluitend zouden bewegen op het terrein van de hulpverlening. In mei 1940 kreeg de consul opdracht van de Nederlandse regering bovengenoemde taken te beëindigen. Herrie en Wim Haasse hebben hem in 1943 in Durban bezocht toen de Van Heemskerck daar aangemeerd lag. Aan de heer F. Heckman werd eervol ontslag verleend bij Koninklijk Besluit van 22 mei 1948.

- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, - Oorlogsherinneringskruis met 4 gespen
- Ereteken voor Orde en Vrede met twee gespen
- Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als Officier, met jaarteken 25
- Kruis voor betoonde Marsvaardigheid, Vierdaagsekruis

Na de oorlog heeft Herrie een behoorlijke carrière gemaakt.

H.M. koningin Juliana bezoekt het fregat van de Van Speijk-klasse Hr.Ms. Van Galen (1967-1987) op de Nederlandse Nationale Dag, die gehouden werd op 18 mei 1967, tijdens de wereldtentoonstelling Expo '67 te Montreal. Naast haar loopt de commandant van de Van Galen kapitein-luitenant ter zee Franciscus Hermannus Heckman.
Coll. Fotoafdrukken Kon. Marine, obj.nr. 2158_044866
. Copyright NIMH.  Foto M. J. Debets.

Met “het schoonvegen van de Dam” wordt de actie aangeduid waarmee manschappen van het Korps Mariniers en van de Koninklijke Marine op 25 augustus 1970 de zogenaamde hippies van de Amsterdamse Dam verjoegen.
  In de zomer van 1970 was het monument op de Dam met de tekst van A. Roland Holst een verzamelplaats geworden van een mengelmoes van honderden jongeren, die er dag en nacht zaten en lagen temidden van het afval dat ze lieten liggen. Vanwege de overlast besloot burgemeester Samkalden het slapen op de Dam te verbieden. Dit verbod ging in op 24 augustus 1970 en leidde tot heftige rellen, waarbij 50 gewonden vielen en plunderingen voorkwamen.
   “De volgende dag was het nog niet rustig op de Dam en besloten 80 man uit Doorn en Den Helder het recht in eigen hand te nemen. Zij sloegen de hippies met knuppels en koppelriemen van de Dam. Deze actie leidde tot wisselende reacties in de Nederlandse samenleving; naast afkeuring (zo sprak dagblad Het Vrije Volk van "terreur in wapenrok") was er ook sympathie voor de actie, die onder meer door De Telegraaf werd verwoord met

'Wanneer maatregelen tegen deze marinemannen worden overwogen, dan verdienen deze mensen in ieder geval de grootste clementie. Want het Nationaal Monument was al maandenlang een zwijnestal. De burgemeester [...] kan de zaken niet aan of hij wil het niet. En dan gebeurt zoiets.'

Premier De Jong keurde de actie officieel scherp af, maar gaf later in een vraaggesprek aan sympathie voor de actie te hebben gehad”. — Wikipedia.
   Achter de schermen heeft schout-bij-nacht, vlagofficier personeel Herrie Heckman onofficieel opdracht tot de actie gegeven.

      

1. Collectie Fotoafdrukken Koninklijke  Marine, objectnummer2158_073689. Copyright NIMH.  Kltz Franciscus Hermannus Heckman (*1922), e.o. als sbn in 1976, cdt van fregat Hr.Ms. Van Galen (1967-1987). Foto M. J. Debets.
2. NRC Handelsblad 12 nov 2013.

E d d i e  G l a s e r

Eduard Viktor Glaser,  * Malang 6 nov 1919 – † 1 aug 1984, R. K., begraven in Oud Gastel (Laurentiuskerkhof), huwde Elsie May Bambery 13 sept 1945 in Liverpool. Uit dit huwelijk 2 zoons, Viktor en Stefan, in 1984 wonende te Oud Gastel resp. Anna Paulowna. Eddie heeft o.a. in den Helder, Voorschoten en Oud Gastel gewoond.
Zijn moeder is geboren te Malang, waarschijnlijk heeft Eddy in Soerabaja op de middelbare school gezeten.

Eduard Viktor Glaser 6 nov 1919 – 1 aug 1984, oud 64 jr
Elsie May Bambery 25 april 1921 – 3 aug 2009, oud 88 jr
online begraafplaatsen.nl

     Alg. Hbl. 29 april 1963 — Alsnog onderscheiden !

 


        Bataviaasch Nieuwsblad 27 juli 1940


    


         Soerabaijasch Handelsblad 3 nov 1941

 

←  ←  ←  ← Eddy Glaser na de oorlog.

          Particulier bezit fam. Glaser.

ADELBORSTEN-OPLEIDING. Wim staat eerste rij vierde van rechts. De man rechts van hem is Jan Ivo Schotman. Heckman staat achterste rij geheel rechts. Glaser en Munnik staan wrs ook in het groepje rechts. Coll. WHP

Opleiding adelborsten in Nederlands Indië. Mars door de stelling Soerabaja naar het nieuwe Willemsoord 1941/42.
De vierde van links in de groep is Eddy Glaser. Tweede van rechts is Jan Schotman. Wim, Herrie en Sjors lopen ook mee. Collectie Fotoafdrukken Koninklijke Marine, inventarisnummer 035056. Copyright NIMH.

  Opening Tetterode.
OVERVEEN.   Op donderdagmiddag 25 januari, om twee uur, zal de nieuwe opleidingsschool voor ziekenverplegers van de koninklijke marine, "Tetterode" officieel worden geopend door schout-bij-nacht F. H. Heckman, vlagofficier personeel. Het huis Tetterode aan de Zijlweg 17 is grondig gerestaureerd, nadat het lange tijd had leeggestaan. Daarvoor werd de villa bewoond door de huisarts J. A. Hollander, die destijds de praktijk overnam van de inmiddels overleden G. C. J. Bos. Dokter Bos was de man van een van Nederlands grootste zangeressen, Jo Bos-Vincent, die thans in Bentveld woont. In de bezettingstijd gaf zij in dit huis in het geheim menigmaal een concert, waardoor in die cultuurloze tijd velen uit deze omgeving van haar (zang-)kunst konden genieten."

          Haarlemse Koerier 17 jan 1973.
 

  

     

       Eddy Glaser                          De Telegraaf 2 aug 1984                Eddy Glaser.   Particulier bezit fam. Glaser.

                    


J a n  Y v o  S c h o t m a n

 

           
      Registratiecode VFADNL 119368, blad 15, CBG   Jan Yvo Schotman zat op de Willem III.
Bataviaasch Nieuwsblad 22 mei 1940.

 Jan Yvo Schotman. Particulier bezit familie Schotman.

Autobiografische CV van
Jan Yvo Schotman tot 1946.

          Invoegingen van T.K. tussen haken [ . . . ]
Geboren in Oegstgeest op 27 april 1920.
Vader [Johan W. Schotman] huisarts en psychiater, letterkundige, schrijver, dichter, imker, schilder. Verhuisde +/- 1924 naar China waar hij op verzoek van de Chinese regering – met meerdere buitenlandse artsen – werd verzocht medische assistentie te verlenen bij de behandeling van de slachtoffers bij de malaria- en cholera epidemie tijdens de aanleg van de spoorlijn naar Mongolië, waar hij +/- 10 jaar werkzaam was en vervolgens weer naar Nederland terugkeerde.
Moeder [Constance Eveline Kokke] deed op haar 16e jaar eindexamen HBS en volgde daarna een studie aan het conservatorium te Den Haag, waar ze enkele jaren later cum laude eindexamen deed als concertpianiste.
Huwelijk werd +/- 1922 ontbonden en moeder verhuisde naar Den Haag, waar ze +/- 1925 hertrouwde en met haar tweede man (Eugène Antoine Voorneman) naar Ned.-Indië ging. Hij werd burgemeester van Batavia.
Stiefvader civiel ingenieur, werkte eerst als hoofd afdeling gemeentewerken in Tasikmalaja (West Java) en vervolgens als loco-burgemeester in Cheribon (Midden Java) en als burgemeester in Magelang (Midden Java), Malang (Oost Java) en tenslotte [1933] in Batavia (West Java), uiteraard met zijn gezin.

[ Na de inname van Batavia op 5 maart 1942 werden de resident van Batavia, mr. Abbenhuys en burgemeester ir. Voorneman geboeid door de straten naar de Glodok-gevangenis gevoerd. Ook W. H. Haasse en andere prominenten werden door de Jap in gevangenis of kamp gestopt. Voorneman kwam ziek naar Nederland terug en stierf in 1947. Haasse overleefde. Lager personeel en bijv. spoorwegemployés moesten het openbare leven draaiende houden. ]

Lagere school volgde ik van 1926 tot 1933 tot ik in Batavia op de HBS (Koning Willem III school)  kwam en daar meteen begon met de viering van het 75 jarig bestaan van deze school en waar men in die tijd nog de schoolbank vond waar Louis Couperus zijn naam in had gekerfd. Tussentijds ging het gezin twee maal met Tropenverlof (6 maanden uit en thuis) terug naar Nederland en wel in 1931 en 1938. [Haasse kreeg langer verlof ; in 1935 8 mnd uit en thuis]

Eindexamen HBS deed ik in mei 1940 in Batavia, ten tijde dat de Duitsers Nederland binnen vielen.

KNIL – In afwachting van de uitslag op mijn aanmelding als adelborst bij de Koninklijke Marine diende ik nog een maand als milicien in het leger (K.N.I.L.) op het 1e Depotbataljon in Bandung.
Aanmelding KM als adelborst in juli 1940 en beëdigd als adelborst MSD op 6 augustus van dat jaar.
Bevordering tot kpl [korporaal] en sgt [sergeant] adelborst resp. op 1 maart 1941 en 31 oktober 1941.

Plaatsing aan boord van de kruiser Hr. Ms. “Sumatra” op 27 januari 1942, waarmede via straat Madoera, Javazee, straat Soenda koers gezet werd naar Trincomalee (Oostkust van Ceylon) voor de voortzetting van de  in Soerabaia afgebroken reparaties. Reeds op weg naar Trincomalee kwam het schip ter hoogte van de westkust van Sumatra stil te liggen als gevolg van een foutieve aansluiting van een zoutwaterleiding aan een zoetwaterleiding met als gevolg dat de ketels met zeewater gevuld werden. In Trincomalee kregen we nog een Japanse luchtaanval te verduren die voor ons gelukkig goed afliep. Niet lang daarna stoomden we via Colombo naar Bombay waar de reparatie wederom werd voortgezet. In deze periode werden alle 7 adelborsten MSD (oudste jaar) overgeplaatst naar de “Colombia” (voormalig vlaggeschip van de KNSM omgebouwd tot torpedo werkschip) die ook in Bombay lag en op welk schip wij nog vervolglessen kregen in de vakken stoomwerktuigkunde, turbineleer en sterkteleer. Met de Colombia voeren we medio 1942 naar Mombasa/Kilindini (Oostkust van Afrika) en vandaar omstreeks juli naar East-London {Oos-London, Cape Prov.] waar het schip de rest van dat jaar bleef afgemeerd voor reparatie en vervanging van voor onderzeeboten bestemde torpedo’s. In die periode ging ik met een collega adelborst nog met 14 dagen verlof per trein naar Johannesburg en hebben daar o.a. een bezoek gebracht aan een goudmijn.

Op 4 januari 1943 werd ik overgeplaatst naar de “Eastern Prince” (vrachtschip met passagiersaccommodatie, omgebouwd voor troepenvervoer) die in East-London lag en mij via Durban naar Bombay bracht waar ik aan boord van Hr. Ms. “Soemba” werd geplaatst als oudste ondergeschikte van het hoofd MK. Dit schip was net tevoren teruggekeerd van de Perzische Golf waar het in de moordende hitte maandenlange patrouillediensten had verricht. Op de Nederlandse Ambassade te Bombay werd mij vrij kort daarop medegedeeld dat de “Colombia” op 27 februari 1943 onder de Oostkust van Zuid-Afrika – de dag dat zij weer zee koos –  was getorpedeerd. Hierbij kwamen slechts 4 van de 350 opvarenden om het leven. Het had ook mij kunnen overkomen!

In Bombay ging de “Soemba” eerst een aantal weken in groot onderhoud en werd ik op 1 maart 1943 buitengaats op het halfdek officieel beëdigd tot officier MSD 3e klasse door de toenmalige commandant de KLtz P. Huyer geheel met vol ceremonieel. Van Bombay vertrokken we medio april 1943 naar de Rode Zee voor vele weken van intensieve oefeningen om uiteindelijk op te stomen naar de Middellandse Zee via het Suez-kanaal.

In de Middellandse Zee werden wij ingedeeld bij het Engelse eskader en hebben we daar eerst als konvooieur ettelijke reizen gemaakt tussen Haifa en Alexandrië in het oosten en Gibraltar in het westen. Bijzonder spectaculair bij deze reizen ware de ontmoetingen met andere – in tegengestelde richting varende – konvooien welke niet om elkaar heen maar dwars door elkaar hun weg vervolgden. Een mooier doelwit voor de vijand was nauwelijks te bedenken! Tenslotte werden we ingezet bij de invasie van Sicilië en ingedeeld bij het Engelse smaldeel aan de oostkust van het eiland via het eilandje Lampedusa. Bij de toen volgende invasie verleenden wij artilleriesteun met onze 3 kanons van 15 cm. De coördinaten werden ons opgegeven en zo nodig gecorrigeerd door een boven het gevechtsgebied hangend Pipercup vliegtuigje.

Tezelfdertijd werd met de “Flores” – die intussen uit Engeland was overgekomen – onder hoede van de Amerikaanse vloot een zelfde actie uitgevoerd aan de westkust van Sicilië. Tijdens een dezer bombardementen kreeg ons schip een voltreffer op de open brug waarbij onze commandant Kltz van Sterkenburg, de roerganger en nog twee andere matrozen werden getroffen. De commandant werd  door 17 granaatscherven in zijn rug getroffen.  Uit onderzoek bleek dat de betreffende granaat het schip op het einde van zijn baan had getroffen. Onmiddellijk werd met spoed naar Siracuse teruggevaren waar hij – wachtend op transport – op de wal aan zijn verwondingen overleed. Van een in de haven gezonken vrachtschip werd prompt een stuurkolom met stuurwiel en kompas gesloopt en na vervanging van de beschadigde onderdelen en na compensering van het “nieuwe” kompas werd weer noordwaarts gestoomd om onze artilleriesteun te vervolgen.

Tijdens een van een van de walbezoeken in de buurt van Taormina om oa jerrycans met Italiaanse benzine voor onze sloepen te confisqueren, vond ik enkele geheime rapporten van het Italiaanse leger over een door de Royal AirForce uitgevoerde luchtaanval. Ik heb die rapporten nog lange tijd bewaard. Enkele dagen na het sneuvelen van onze commandant werd hij met militair ceremonieel in Siracuse begraven.

In de voorbereidingstijd voor de landingen en bombardementen op Anzio kregen wij i.v.m. problemen met ons Fletner roer opdracht op te stomen naar Bizerta (Noord Afrika) voor reparatie in het droogdok aldaar. Na herstel voeren we naar Anzio, waar we nog het staartje van de gevechten konden meemaken om vervolgens tussen Rome en Napels met de frontlijn mee te “pendelen”, onderwijl luisterend naar enerzijds de Duitse radiozender en anderzijds naar het Amerikaanse Allied Forces Radio Network. Na volbrengen van onze opdracht kregen wij bevel om via Gibraltar en de Golf van Biscaye naar Engeland te varen. Dit werd met onze “flat bottom” een nogal hachelijke onderneming geacht.

Toen wij vóór onze oversteek, in Gibraltar langs de kade lagen kwam er een klein Nederlands marineschip (de Freya?) bij ons langszij liggen. Een stem riep ons per megafoon toe dat er nog een neefje moest zijn met de naam Schotman die hij graag nog wilde zien. De “omroeper” bleek de commandant Ltz 1 Gosling te zijn die mij sinds voor 1940 niet meer had gezien.

Onderweg naar Southampton konvooieerden we een Engels vissersvaartuig toen er plotseling alarm werd gegeven. Gefluisterd werd dat het voor een Duitse U-boot was, maar er kwam een grote school zeepalingen bovendrijven. Onmiddellijk werd een vlet gestreken om met de visserman de buit binnen te halen.

Na aankomst in Southampton kreeg ons schip een goede onderhoudsbeurt en wij kregen samen met de bemanning van de “Flores” hoog inspectiebezoek van Hr. Ms. Koningin Wilhelmina. De commandant en alle officieren werden persoonlijk voorgesteld. Na enkele weken intensief oefenen tussen Southampton en Plymouth werd eindelijk op 5 juni 1944 het startschot gegeven voor de invasie van Normandië. Door slechte weersomstandigheden werd het nog met een dag uitgesteld. De “Soemba” was ingedeeld in de Amerikaanse sector van “Operatie Overlord”. Er was aanvankelijk niet veel te doen omdat de Amerikanen van mening waren (naar werd gefluisterd)  dat zij het beter zelf  konden doen. Later kregen wij toch meer opdrachten voor het verlenen van artilleriesteun. Door intensief gebruik van de 15 cm kanons van de “Soemba” en de “Flores” waren de lopen t.g.v. de oorlogslading zodanig versleten dat deze zo spoedig mogelijk dienden te worden verwisseld. Van de in Engeland opgelegde Hr. Ms. “Sumatra” werden 10 lopen van 15 cm afgehaald. Eén werd als model naar Amerika overgebracht voor reproductie t.b.v. de “Soemba” en de “Flores” maar dit bleek niet lonend te zijn. Van de overige 9 lopen werden 3 op elk van de “Terrible Twins” gemonteerd. De schepen voeren daarvoor met spoed naar Engeland terug om daarna terug naar het front te worden gedirigeerd. Wij werden weer bij de Amerikaanse sector ingedeeld; de “Flores” bij de Engelse sector waar zij intensiever werden ingezet en mogelijk daardoor eerder toe waren aan verwisseling van de laatste 3 overgebleven lopen. Toen de “Soemba” uiteindelijk haar slagkracht had verloren keerden wij terug naar Engeland en werd het schip opgelegd in de Shadwell-Docks aan de Thames. Daar zaten wij op eerste rang te “genieten” van het schouwspel van overvliegende V-1’s, Alle opvarenden kregen een andere bestemming en zo kwam ik terecht in Schotland bij de onderzeedienst in Dundee om direct na het weekend per trein, boot en wederom trein via Glasgow en Belfast uiteindelijk in Noord Ierland (Londonderry) op de Hr Ms “O-10” te worden geplaatst, waarmee veel oefenpatrouilles werden gevaren. Uiteindelijk voeren we via Cambeltown, Tobermory, Stornoway, Orkney-Islands en Aberdeen naar Dundee.

Daar werd ik overgeplaatst op de “O-9” en later op de “O-23” die in Falkirk in reparatie lag. Tijdens ons verblijf in Dundee kregen we nog een werkbezoek van Hare Kon. Hoogheid Prinses Juliana die met de Nederlandse officieren op de marine- basis een lunch gebruikte.

De officieren waren in die tijd ondergebracht in een groot herenhuis in Edinburg. Na voltooiing van de reparatie en aansluitende opwerkperiode in Holy Loch met Dunoon (Sandbank) als basis, koersten we uiteindelijk aan op Rotterdam, waar de hele bemanning werd ingedeeld in twee verlofploegen van elk twee weken die na elkaar de gelegenheid kregen uit te vinden of  – en zo ja, wie – van de familieleden na 5 jaren oorlog nog in leven was. Hier, in Bussum, ontmoette ik voor het eerst sedert 1921 mijn vader. Intussen was ik op 12 mei 1945 in Dunoon getrouwd met mijn huidige (toenmaals in Croydon woonachtige) echtgenote, die ik op mijn verjaardag (27-4-1920) in Londen had leren kennen als stewardess bij de B.O.A.C. Na de verlofperiode in Rotterdam voeren wij via de Middellandse Zee, het Suez-kanaal, de Rode Zee en Aden (waar wij na het afmeren in de haven het bericht kregen van de capitulatie van Japan) richting Perth in West Australië. Na een walperiode van +/- 4 maanden werd ik overgeplaatst (in de “bovenrol”) op Hr. Ms. “Tijgerhaai” met welke onderzeeboot naar Batavia (Tandjong-Priok) werd gevaren.

In Batavia werd ik belast met het Marine Transportwezen als wel met de wederopbouw van diverse marineobjecten. Hier werd op 19-10-1946 onze eerste zoon geboren die korte tijd later in Tandjong-Priok, op Hr. Ms. “Karel Doorman”, door Ds. Sillevis-Smit werd gedoopt.

[. . .]

Op 1 juni ging ik met eervol ontslag met pensioen en vestigde mij met mijn gezin in Oisterwijk (N.B.) en uiteindelijk in februari 1994 in Den Haag, waar ik tot op de dag van vandaag nog woonachtig ben.

Tot zover deze memoires.

----------------------------------------------------------------

Johan Wilhelm Schotman, geb. Huizen (Hoogeveen) 10 maart 1892, zenuwarts, bijenkweker en letterkundige, geneesheer en hoofd van een afdeling bij het psychiatrisch ziekenhuis Maasoord 1928–, † Zwolle 14 maart 1976, ✕ 1e Oegstgeest 20 okt. 1917 (door echtsch. ontbonden Den Haag ArrRb 22 mrt 1921) Constance Eveline Kokke, geb. Semarang (N.I.) 14 febr. 1892, † Batavia 16 juli 1943, dr. van Jan en Henriëtte Charlotte Aleida Tijl; zij hertr. Eugène Antoine Voorneman; ✕ 2e 1923 (echtsch. uitgespr. R''dam 24 dec. 1934).
    In onderstaand bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden 26 nov 1954 zijn Gerrit van Sillevoldt, dr Johan Schotman (vader van Jan Yvo) en W. van Eemlandt bien étonnés de se trouver ensemble. Van Sillevoldt, getrouwd met Nel Haasse, verzorgde bij Maasoord de 'aankleding' van de nieuwe gebouwen (tuinaanleg e.d.). Hij zat samen met zijn neef Gerardus Ch. van Sillevoldt, notaris, scherpschutter, in de Commissie voor de inrichting van het krankzinnigengesticht Maasoord, gebouwd 1852, herbouwd 1909. Ook Gerrit van Sillevoldt was scherpschutter. In april 1928 zat Gerrit in het bestuur van Maasoord. Op 19 juli 1928 werd Schotman aangesteld. Wellicht maakte Gerrit deel uit van de adviescommissie directeursbenoeming. Dat de imker J. W. Schotman zin bijenkorven in de tuin van Maasoord wilde plaatsen zal op de instemming van de natuurmens Gerrit hebben kunnen rekenen.

   

Burgemeester Voorneman opende gisteravond de banen van de Schiet-vereeniging "Stadswacht Batavia", van welke plechtigheid wij in het ochtendblad reeds melding gemaakt hebben. Zooals men weet schoot de heer Voorneman vier zevens en een zes (de roos is acht), een fraai resultaat, hoewel hierbij bedacht dient te worden dat de burgemeester gewend is, in de raads-vergadering met een snelvuur van argumenten te werken.

Bataviaasch Nieuwsblad
23 aug 1941.

   

Wapen vande Stadt Batauia gelegen opt Eÿlandt Groot Java int Conincrÿck van Jacatra bÿde Generale Geoctroyeerde Oostindische Compagnie Verovert den 30 Maÿ Anno 1619. Jeronimus Becx de Jonge 1651.   Rijksmuseum Amsterdam © Public Domain.

In juni 1928 volgde J. W. Schotman J. H. Pameyer op als directeur van Maasoord. De ongelooflijk veelzijdige Schotman schreef, dichtte en recenseerde, ook in het Chinees, uit welke taal hij de Sji Tsjing vertaalde. Jarenlang had hij er een dokterspraktijk (1921-1927). Hij begon tijdens WO II te schilderen, werd museumdirecteur van het Provinciaal Overijssels Museum te Zwolle (1954-62).

Het nagelaten werk van Schotman is zo omvangrijk – bijna 50 blz in de biografie van Huussen – zijn bezigheden waren zo uiteenlopend, dat totaal onwetenschappelijk een "twee-in-een" associatie in me opkwam.
   1. Ik heb urenlang het gedrag bestudeerd van een moerasschildpad met twee koppen. Aan de rest van het lijfje waren geen onregelmatigheden te bespeuren. Volstrekt duidelijk was dat dat éne lijfje twéé dieren herbergde die ieder een eigen wil hadden en een aantal organen gemeenschappelijk gebruikten. De linkerkop bestuurde drie poten, de rechterkop slechts een, wat echter geen groot nadeel opgeleverd kan hebben omdat het vergroeide koppel de babyleeftijd al ruimschoots gepasseerd was. Het beestje is / de beestjes zijn bij een bedrijfsongeval in de Apenheul te Apeldoorn omgekomen.

 

     Foto gekregen van Wim Mager, toenmalig directeur van de Apenheul, die hem zelf gemaakt zal hebben.

Het verschijnsel wordt chimerisme genoemd. Er zijn veel gevallen van aanelkaargegroeide menselijke borelingen bekend, met wie het dikwijls goed afloopt. Voor inelkaargegroeide borelingen is de toekomstverwachting heel slecht, al kunnen de sterk verbeterde chirurgische mogelijkheden hier af en toe succes boeken.
   2. Ik heb iets meer dan oppervlakkig een man (1930-2001, N.) gekend, de helft van een tweeling, wiens broertje in de baarmoeder in hem vergroeid was. Het hoofdje zat in de borstkas – snijtanden waren tussen de ribben zichtbaar. Wat is dood, wat is leven, daar zal N. met zijn rustige, kalme karakter wel eens over nagedacht hebben. Het broertje was ‘dood’ bij de geboorte maar de doorbloeding maakte dat het lijfje ‘levend’ bleef. Er vond geen ontbindingsproces plaats. Sommige lichaamsdelen groeiden door, zoals het gebit. Een baby heeft geen gebit. Op een andere plek is iets geamputeerd als ik me niet vergis, maar hij wilde er niet graag over praten, 1. omdat hij een gesloten type was, 2. om publiciteit te weren. De man droeg zijn tweelingbroertje zijn leven lang in zich mee. Hij waakte niet over hem, dat zou sentimenteel uitgedrukt zijn. Het was zoals het was. — Hij was een goede zanger, maar had weinig adem. De tweede long was platgedrukt door zijn alter ego, maar N. wilde of kon zijn broertje niet weg laten opereren. N. is aan een virus overleden. Zijn laatste wens was Schmücke dich o liebe Seele van Bach bij zijn uitvaart, misschien had hij het gedicht van Klopstock op dezelfde melodie in gedachten :
          Gottmensch! laß mich würdig nahen,
          Leben! Leben! zu empfahen! [...]
          Laß, Geopferter, mich nahen,
          Leben! Leben! zu empfahen!

De organist heeft het aan het slot van de dienst gespeeld. Leben! Leben! Daar wil je toch wel even bij stilstaan.

Du Perron schreef in Forum, jg 1, 1932 :

Het wordt tijd wat meer te letten op het bestaan van de letterkundige Schotman.

Hij hield van het werk van Marianne Philips en was zeer te spreken over Stiefmoeder aarde (1936) van Theun de Vries. In 1934 had hij al een positieve bespreking gewijd aan diens Eroica, het heldenepos van de revolutie in Rusland. Schotman vond het een belangwekkende, boeiende en meeslepende roman. Een zwak punt erin achtte hij :

Teveel groeit de gestalte der personen uit zelf-analyse, te weinig nog uit hun handelen zelf. Onnatuurlik is deze bijna psycho-analytische bekwaamheid der personen, zichzelf te zien en met zichzelf tot niets ontziende klaarheid te komen.

Hella Haasse had met dit oordeel wellicht haar voordeel kunnen doen.

—    —    —    —    —    —    —    —    —    —    —     


        Nieuwsblad van het Noorden 26 nov 1954
    
Meer dan een halve eeuw geleden, in 1959, zag de Nederlandse vereniging “De Hollandse Club” het licht, toen de préfecture in Nice  op 7 september van dat jaar de oprichting officieel erkende.
  De drie voornaamste doelstellingen zijn: elkaar bijstaan in de soms moeizame contacten met de Franse autoriteiten, elkaar helpen beter te integreren in de plaatselijke gemeenschap, en het bevorderen van de onderlinge contacten tussen de leden.
  Aan de wieg van deze club stonden dhr. en mw. Fernand en Milly de Kuyper
. Het is dhr. de Kuyper die, als zoon van de voormalige Nederlandse consul in Nice, de weg heeft gebaand bij de voorbereiding van de oprichting van de Hollandse club, die in 1980 samenging met Uno Animo, een groep die collectieve regeling van de vergoeding ziektekosten voorstond.

     

 

← ← ← ← Algemeen Handelsblad 9 oct 1947

 

NRC Handelsblad 18 maart 1976
                 ↓
                 ↓

Toen Ethel and Helen in aug 1946 per schip uit Perth in Batavia aankwamen - eerder was echt te gevaarlijk - kon het gezinnetje bij Jan Ivo Schotman en zijn vrouw Nomkea Hannah Klaziena Winter inwonen. Nomkea werd Hansje genoemd. De twee echtparen hebben in 1949 in hun Helderse tijd de kinderen bij vrienden c.q. familie (Baarn) ondergebracht en hebben met de auto een reisje naar Zuid-Frankrijk gemaakt, helemaal tot Nice. Misschien met emigratieplannen in het hoofd, zoals zovelen. Onder v.l.n.r. Hansje & Jan Schotman en Ethel & Wim Haasse aan het strand in Nice, waar een oom van Schotman consul was.


Met dank aan ir. W. Y. Schotman, den Haag, zoon van Jan Yvo. Foto's particulier bezit fam. Schotman.

     
1949 in Nice. Hansje Schotman met Ethel en Wim Haasse.     1949 aan de Côte d'Azur. Jan Yvo, Ethel en Wim.

Jan Yvo Schotman was lid van de Schiedamse Kunstkring Utile Dulci, waar hij toneel speelde, o.m. in het stuk 'Per Luchtpost'. Een foto van de spelersgroep staat in De vrije pers 14 mei 1952. Foto N. Drakulic.
De mannen Haasse en Schotman onderhielden hun verdere leven een vertrouwelijke correspondentie. Eveneens voerde Wim een briefwisseling met George Munnik. Gaandeweg zagen ze hun groepje kleiner worden. Wim betreurde het ten slotte dat hij de reünies van de Adelborsten niet meer bij kon wonen.



Bevolkingsregister Den Haag, pag 175592, Haags Gemeente Archief.
Jan Yvo is geboren uit het huwelijk van Johan Wilhelm Schotman en Eveline Kokke. Zijn moeder is hertrouwd met ir. Eugène Antoine Voorneman, vandaar dat Jan Yvo op de BS kaart van deze man staat overgeschreven. Er staat ook behuwd zoon op de kaart. Maar hij bleef zich Schotman noemen.

Van de site : zie hier

Reizen van Hr.Ms. Karel Doorman QH1.
Deel 11
Zondag 15 december 1946 in Tandjong Priok.
09.30 uur protestantsche kerkdienst op de bak, voorganger ds. Stelma. Doopplechtigheid van Willem Ivo Schotman, geboren 19 october 1946 te Batavia, zoon van Jan Ivo Schotman, officier MSD II kl. en N.H.K. Schotman-Winter. 11.00 uur laden 45 ton drinkwater. Olietanker BB langszij, laden 246 ton olie. 10.00 uur motorkotter naar eiland ‘Lentehof’ met commandant. 17.30 uur commandant terug. 23.00 uur patrouille naar de wal.

E. V. Glaser. Recollections hfdst 5, p. 34, 40   Kapitein E. Glaser directeur Marine Bedrijven Oegstgeest. Tot directeur van het Marine Elektronisch Bedrijf te Oegstgeest is benoemd Kapitein ter Zee (E) E. V. Glaser. Hij volgt KtZ (E) D. van Dijk op die genoemde functie bekleedde. van 2 mei 1964 tot 2 juli jl.
Kol. Glaser was hoofd Elektronische Werkplaatsen te Den Helder van juli 1962 tot juni 1964 en van november 1968 tot mei 1970. Directeur MEOB te Oegstgeest 2 juli 1970 tot 30 september 1972.

Aankomst Hr Ms Jacob van Heemskerck IJmuiden juli 1945. Part. bezit fam. Heckman.

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —

Munnik wist 18 maten waaronder Haasse en Heckman over te halen zich op de Sloterdijk in te schepen. Ze waren gemobiliseerd, getraind en werden ergens naar toegestuurd waar de legerleiding meende dat ze nodig waren. De ergste vergissing van de legerleiding was het uitzenden van Karel Doorman. Frank Heckman merkt op dat deze jongens helden waren tegen wil en dank. Ze waren in de woorden van Frank geronseld voor de adelborstenopleiding zonder werkelijk te beseffen waar ze zich in stortten. Maar na een paar dagen oorlog waren ze gewoon bange jongens. Herrie Heckman had, zich bewust geworden van de gevaren, een ketting met medaillon met foto van zijn moeder en liefje (Marion) omgedaan.
    Herrie Heckman was aangeslagen en boos omdat hij niet brutaal genoeg geweest was zijn moeder mee aan boord van de Sloterdijk mee te nemen. Het was hen verboden. Maar zijn meerderen hadden familieleden en zelfs huisdieren mee aan boord genomen, bleek even later.
  In Durban zag Herrie *) Heckman in het bijzijn van Wim zijn biologische vader voor het eerst. Zijn moeder was kort na zijn geboorte gescheiden en met een andere man getrouwd..
          *) Herrie [sic], niet zoals Wim schrijft 'Harry'.

De zinloze slag in de Javazee was 27 feb in een ramp geëindigd. Pas op 8 maart capituleerden het gouvernement en het KNIL. Al veel eerder was een sauve-qui-peut begonnen buiten het falend gezag om. Op 19 of 20 febr vroeg kol. Koenraad aan het Marine Hoofdkwartier in Bandoeng vier schepen ter beschikking te stellen voor de evacuatie van enige duizenden mariniers. De Gouv. Gen. stemde op 1 mrt toe, Helfrich bleef weigeren. Op zijn bevel hadden alle zeewaardige schepen Tjilatjap verlaten om 400 mijl uit de kust op nieuwe orders te wachten. Koenraad beval in de nacht van 28 feb op eigen gezag de evacuatie. Per trein, sommigen met auto's en vrachtwagens, vluchtte men naar de zuidelijke haven Tjilatjap. CZM (Commando ZeeMacht) had eind febr zes van die schepen, waaronder de Sloterdijk, teruggeroepen om de 3000 verwachte evacués op 2 mrt aan boord te nemen. Er kwamen nog meer schepen bij. Maar de Japanners lagen ze buitengaats al op te wachten. Slechts drie schepen bereikten Australië. Minstens één schip werd tot zinken gebracht. Andere gaven zich onder bedreiging over. De Jappen konden die schepen beter zelf gebruiken dan ze in de grond te boren. Het Duinkerken van Java had een succes kunnen zijn als er tijdig mee was begonnen. De Marine Luchtvaartdienst had een betere kijk op de toestand. Deze stuurde de Tjinegara met KNIL-mensen en luchtvaartpersoneel i.o. reeds op 17 febr naar Australië. Helfrich liet zich niet zien in Tjilatjap maar ontsnapte 2 mrt met een Catalina vanaf een bergmeer naar Colombo. Hij wel.




Migratie van de Haasses in het Rijnland

In het familiegezelschap van Hella Haasse, bloedverwanten en aangetrouwden, bevonden zich talrijke begaafde, interessante personen, kunstenaars, wetenschappers. In deel 1 zijn verschillende voorbeelden gegeven. De Haasse-literatuur heeft daar geen weet van. Zo was Petronella Braak, *Rotterdam 21 apr 1890, † R'dam 13 sept 1956, getrouwd met de acteur Cor Dommershuizen sr. Zij was een tantezegster van Oma Cor, en een nicht van Nelly Haasse, die met Gerrit van Sillevoldt getrouwd was. Deze Nelly, een tante van Hella Haasse, schreef tussen ± 1926 en 1940 twaalf boeken. De schilders Dommelshuizen (Dommersen ; de Australische tak Dommerson) kwamen vanuit Engeland hun zus / tante Cornelia Henriette in Rotterdam bezoeken. Zij was de pleegmoeder van de acteur Cor Dommershuizen sr. Met wie was Maria Johanna Antonia van Sillevoldt (1868 – 1945) getrouwd? Met Charles Dumont. Het gaat om vele personen. En soms om veel geld. Schilderijen van Pieter en Cor Dommelshuizen kunnen op buitenlandse veilingen meer dan € 100.000 opbrengen.
   Daarom bleek het nodig diverse tabellen met jaartallen en woonplaatsen in de tekst op te nemen om al deze personen uit elkaar te kunnen houden, maar ook om de verbindingslijnen inzichtelijk te maken. Het eerst nodige is de vijf generaties Willem Haasse nogmaals duidelijk te onderscheiden. De voorletters vertegenwoordigen de namen Willem, Hendrik en Johannes. Wanneer verwarring dreigt voeg ik het passende kencijfer toe. W4 is de meest geplaagde, in officiële documenten werd hij Willem, door zijn Hollandse verwanten Wim en door zijn Australische familie Will genoemd. Overigens ben ik er vrij zeker van dat bijv. W3 en Escher elkaar niet tutoyeerden, zij spraken elkaar aan met 'Escher' en 'Haasse', zoals in die tijd algemeen gebruikelijk was in het grootste deel van Nederland, zoals ook op mijn Amsterdamse lagere school zelfs bij leerlingen onderling. Opoe werd door de betere stand "oma" (19e-eeuwse nieuwvorming) genoemd. Een mejuffrouw was ongehuwd, mevrouwen waren de dames waar de juffrouwen voor werkten. Toch kon een weduwe in een overlijdensannonce mejuffrouw genoemd worden, waarvan in dit artikel een voorbeeld te vinden is.

W1  1816 W.H.   Haasse 1816 – 1899 Wilm, Willem Nieuwkoop - Rotterdam
W2  1860 W.H.J.   Haasse 1860 – 1935 Willem Rotterdam  -  Baarn
W3  1889 W.H.   Haasse 1889 – 1955 Willem Rotterdam  -  Baarn
W4  1921 W.H.J.   Haasse 1921 – 2008 Wim / Willem / Will Rotterdam  -  Bussington
W5  1948 W.H.   Haasse 1948 Willem / Will Den Helder
W 1974 R.W.   Haasse 1974 Ryan William Geraldton
W7  2009 W.A.   Haasse 2009 Willem Alexander Subiaco


W3 heeft de 70 niet gehaald evenmin als zijn zus Nelly (27 juni 1885 - 21 sept 1952).

A m s t e r d a m  →  G o u w e s t r e e k  →  R o t t e r d a m

De Haasses kwamen uit het Rijnland. Ze waren evangelisch. Johannes Haasse werd katholiek, vermoedelijk omdat hij een katholieke vrouw trouwde. Willem Hendrik Haasse uit Nieuwkoop (W1) was Ned. Hervormd.
- Johann Haasse *1765 werd in 1783 lid van de Hervormde kerk, een algemeen christelijk genootschap - in het Engels aangeduid met 'Reformed Church' door Wim Haasse, Hella's broer, die na W.O. II in de familiegeschiedenis was gedoken.

Inline afbeelding 2
Vertaald uit het Duits door W4.    Coll. WHP

Johanns zoon Johannes Christiaan (*31 oct. 1806 Amsterdam – † 26 april 1879 Harmelen) is 5 nov. 1806 in de Evangelisch-Lutherse kerk aan het Spui gedoopt.

Inline afbeelding 1   Coll. WHP

Deze Johannes Christiaan (*Amsterdam 31 oct. 1806 – † Harmelen 26 april 1879) kreeg een Rooms-Katholieke begrafenis evenals zijn vrouw en kinderen. W1 (W.H. Haasse) staat mede op de overlijdensadvertentie, maar dat zegt niets over zijn kerkelijke gezindte. Na 1880 zijn er geen RC (RK) bidprentjes of annonces meer gevonden van Haasses uit de streek tussen Utrecht (Harmelen, Nieuwkoop, Gouda) en Rotterdam. Wim Haasse W4 heeft in het Gem. Archief A'dam gezocht en afschriften gemaakt van wat hij gevonden heeft, en later copieën laten sturen. In tegenstelling tot zijn vader en zijn zuster Hella, was hij wel in ziin afstamming geïnteresseerd. Toen hij in Australië de boel eenmaal op orde had, heeft hij met diverse archieven in Duitsland en Nederland contact opgenomen. Uiteindelijk kon hij een stamboom opstellen die tot in de 18e eeuw terugging.

Inline afbeelding 1    

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 1

Bidprentjes 1879 en 1880     Coll. WHP          Bidprentje 1879     —     De Tijd 30 april 1879

 


R o t t e r d a m
__________________________

Haasse (W1) geb. 1816 Nieuwkoop, naar R'dam gekomen in 1855, stierf op 11 nov 1899. Zijn zoon W.H.J. is van 1860.  Hij had drie kinderen. Geertrui is gedoopt in de Prinsenkerk 27 april 1884, Nelly is gedoopt in de Oosterkerk 19 juli 1885, Willem is gedoopt in de Groote Kerk 7 aug. 1890, alle te Rotterdam, alle Ned.Herv. Corrie van Sillevoldt, dochter van Nelly, is in de Hervormde kerk van Kralingen gedoopt.

Inline afbeelding 1     

van Sillevoldt

Lidmaat Ev. Luth. Gemeente Rotterdam.
13 April 1829.
Dina Cornelia van Sillevoldt, j.d. van Gouda, bij hare ouders
op 's Gravenweg onder Kralingen.

Dossier Van Sillevoldt.
CBG, Reg. code DOSSNL 038830


Dina Cornelia is een tante van Gerrit *1866, een zus van diens vader Gerardus, lid van de Evangelisch Lutherse Gemeente Rotterdam.


De adressen van de Haasses in Rotterdam zijn op haasse-ea III te vinden. Alle adressen liggen in of dichtbij Kralingen.

Nelly's vader was W. H. J. Haasse (W2), *1860. Haar moeder was Cornelia Franciska Braak (*1861). Haar vaders vader was W. H. Haasse (W1), in 1816 geboren te Nieuwkoop en verhuisd naar Rotterdam in 1855. Hij overleed in 1899, wonend aan het Noordplein. Nelly en haar man Gerrit van Sillevoldt leefden in Kralingen, dat in 1895 bij Rotterdam getrokken werd.

------------------------------------------------

W. H. J. Haasse (W1) en W. H. Haasse (W2)


          Rott. Nwsbl 14 april 1899

In de kranten van 11 en 14 april 1899 staan berichten over de toekenning van een pensioen "aan den eersten klerk bij de drinkwaterleiding" W. H. Haasse (bedoeld is W1 *1816). Hij was hoofd administratie van het juist opgerichte Kantoor Drinkwatervoorziening.

Inline afbeelding 1

          Rotterdamsch Nieuwsblad 11 april 1899

 

         Rotterdamsch Nieuwsblad 14 april 1899    → → →

    

Inline afbeelding 2Inline afbeelding 4

Haasse, W.H. particulier Noordplein 10. Voordat opa Haasse (W1) op 11 nov 1899 overleed, had de R'damse Gemeenteraad de bejaarde man (*1816) tijdens een zitting op 13 april 1899 een pensioen van ƒ 160 toegekend (Rott. Nwsbl. 11 april 1899). De "eerste klerk", voormalig deurwaarder (tot ±1886), was hoofd administratie op het waterleidingkantoor geweest. Hij heeft niet lang van dit extra pensioen mogen genieten. Eerder was hem al een deurwaarderspensioen toegekend :


          Nederlandsche Staatscourant 8 aug 1883

Inline afbeelding 2
          Rotterdamsche Courant 14 dec 1857

Inline afbeelding 1                
 NB:  de overledene wordt Mejuffrouw genoemd.
 Registratie code VFADNL 042482-blad 1, CBG.
   Rotterdamsch Nieuwsblad 13 dec 1899


Beiden, W. H. Haasse en Geertruy Korpershoek, geboren in 1815 resp. ca. 1814, hadden al kinderen uit hun eerste huwelijken en samen kregen ze in 1860 nog W. H. J. Haasse (W2 *1860). Deze trouwde in 1883 met Cor F. Braak. Uit dit huwelijk sproten drie kinderen : Geertrui (1884-1888), Nelly *1886 en Willem *1889 (W3).

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 3

1. Vader Willem Hendrik Haasse W1, moeder Geertruij en zoontje W2 (1860 - 1935). Op de achterkant staat gedrukt "Vereeniging voor Volksvlijt te Amsterdam". Dr. Wotke, Westerstraat 771, Rotterdam. Coll. WHP
2. Cornelia Francisca Haasse-Braak (oma Cor) met W3 (de vader van W4 en Hella). Coll. WHP

De Rotterdamse adresboeken vormen een waardevolle basis voor verder onderzoek.

1886 W1 Noordplein 10

1892 W2 met Hendrik Braak (behuwdbroeder)
Inline afbeelding 14
Inline afbeelding 13

1900 W2 Haasse Noordplein nr 10, Hoefsmit nr 11 aan de overkant van het plein
Inline afbeelding 1Inline afbeelding 15

1906 W2 en oma Cor
Inline afbeelding 18

1910 W2 en oma Cor
Inline afbeelding 20

1914 W2 en oma Cor
Inline afbeelding 22

1916 W2
Inline afbeelding 23

    

1886 W2 — voordien Zwaanshals 183 = wijk H 1179, dat is in Crooswijk, ten westen van Kralingen — voordien Eendragtstraat 74, wijk H 852. Hij trouwde in 1883 met C. F. Braak. In 1885 werd Nelly aan de Zwaanshals geboren. Inline afbeelding 12

1901 W2 en oma Cor
Inline afbeelding 16

1905 W2, oma Cor
Inline afbeelding 17

1907 terwijl Nelly nog bij haar ouders op nr 178 woont heeft C. M. van Sillevoldt op nr 218-220 een pakhuis.Inline afbeelding 19

1911 W2, W3, oma Cor en Nelly
Inline afbeelding 21

1922 W2 W33
Inline afbeelding 24

Adresboeken Stadsarchief Rotterdam 3023-12 t/m 3023-66.

W. H. J. Haasse (*1860 R'dam, onderwijzer) was Ned. Hervormd maar gaf op "geen lid" van de kerk te zijn.
Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940 851-169-0180424, Stadsarchief Rotterdam.


Uit de huwelijksakte (19 april 1883) van W. H. J. Haasse en Cornelia Francisca Braak.
BS Huwelijk b47v, Stadsarchief Rotterdam, registratiedatum 1883, aktenr 283.

. . . . Willem Hendrik Johannes Haasse, oud drie en twintig jaren, onderwijzer, geboren en wonende alhier, ——en—— Cornelia Francisca Braak, oud een en twintig jaren, zonder beroep, geboren en wonende alhier, minderjarige Erkende Dochter van Neeltje Braak, zonder beroep, wonende alhier . . . .

Inline afbeelding 2     Inline afbeelding 1

                      W. H. J. Haasse W2 (*1860) ——————————— Cor Haasse-Braak     Coll. WHP

Inline afbeelding 2   

1. Rotterdamsch Nieuwsblad 15 dec. 1910. Neeltje Braak †  ——  2. De Gooi- en Eemlander 10 jan. 1935.

   

1. Cornelia Franciska Haasse-Braak ('Oma Cor') en haar echtgenoot (W2) t.g.v. hun gouden bruiloft, 1933.
2. W.H.J. Haasse (W2) op 18-jarige leeftijd, dus 1878. Achterop de foto staat gedrukt "Photographie van H.G. Gerstenhauer-Zimmerman, Rotterdam."  Coll. WHP

¨    ¨    ¨    ¨    ¨    ¨    ¨    ¨    ¨    
W2 en gezin woonden in Kralingen, na de annexatie in 1895 dus in Rotterdam. W3 en zijn vrouw Käthe logeerden na hun aankomst uit Batavia in Rotterdam bij zijn ouders, Oudedijk 214b, van 4 juli 1919 tot 11 febr 1920, Hella was toen juist twee jaar oud geworden. Daarna woonden ze Beukelsdijk 25a tot 18 mei 1922, toen gingen ze terug naar N.O.I. Hella was toen 4 jaar. De woning Beukelsdijk 25, waar Wim op 4 oct 1921 geboren is, ligt westelijk van Rotterdam CS, dus niet in de buurt van Kralingen, maar dichter bij het stadhuis aan de Coolsingel, waar W3 werkte.

         Rotterdamsch Nieuwsblad  17 febr. 1920

 

D e    H a a s s e s    i n    B a a r n

Uit adresboeken Baarn e.o. (wat er niet in staat, staat er niet in, wat er fout in staat, staat er fout in) blijkt :

1922 Haasse W. H. J. (W2) Spoorstraat 2  
1925 Haasse W. H. J. (W2) Parkstraat 6 telefoongids Baarn Soest
1939 Wed W. H. J. Haasse geb C. F. Braak
Parkstraat 6 naar Iepenlaan 49 Bloemendaal
  mevr N. van Sillevoldt geb Haasse Krugerlaan 24 Gerrit in Rotterdam, †1950 Baarn
1940 Wed W. H. J. Haasse geb C. F. Braak Krugerlaan 24 4 jan - 12 nov 1940 Bloemendaal (PK)
1948 Wed W. H. J. Haasse (W2) Krugerlaan 24  
  Sillevoldt G. van Krugerlaan 24  
  Haasse W. H. (W3) Nassaulaan 42  
  Lelyveld van J. Archeoloog Nassaulaan 42  
  Haasse W. H. J. Luit. ter Zee 2e kl  (W4) Nassaulaan 42  
1950 Sillevoldt G. van Jr Krugerlaan 24 noemt zich nog steeds Jr
  Haasse W. H. (W3) Krugerlaan 24 naar Steijnlaan 2a in 1954
1956 Wed W. H. Haasse geb Diehm Winzenhöler Steijnlaan 2a  
1961 Haasse mevr K Steijnlaan 2a  

 

         
Baarn Kaart Gemeentewerken mei 1946

1. Spoorstraat 2 ; 2. Parkstraat 6 ; 3. Eemstraat 3 ; 4. Krugerlaan 24 ; 5. Nassaulaan 42 ; 6. Steijnlaan 2a

O v e r z i c h t    h u i z e n    H a a s s e    i n    B a a r n

——— Spoorstraat 2
Eigendom van Vrouwe Sara Maria Ketelaar, zonder beroep, wonende te Villeneuve, Zwitserland, douairière van den Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Meester Pieter Jacob Teding van Berkhout.
   Ingeschreven BS op 18 maart 1922 : oma Cor (Cornelia Franciska Haasse-Braak) en W2, op 5 mei 1922 mevr. W. A. E. Laurillard-Frowein. Telefoonaansluiting kwam in juli tot stand. Tijdelijk onderkomen. Want :

——— Parkstraat 6
Villa Mignon, 12 oct 1922 gekocht door mw Laurillard-Frowein, zij ging daar wonen met een verpleegster, oma Cor en W2.
De verhuizing van de Spoorstraat naar de Parkstraat zal vóór het invallen van de winter hebben plaatsgehad.
Op 3 jan 1935 overlijdt W2 op Parkstraat 6. Oma Cor vertrekt op 4 jan 1940. Tot 12 nov 1940 woont ze met mw Laurillard aan de Iepenlaan 49 in Bloemendaal.

——— Eemstraat 3
Van 18 mei tot 18 dec 1928 woonden W3, Käthe, Hella en Wim in dit 'verlofhuisje'. Met uitzondering van de zomervakantie die het gezin in Zwitserland doorbracht.

——— Krugerlaan 24
Villa Christina, een kast van een huis, op het dieptepunt van de crisistijd, 27 aug 1935, gekocht door oma Cor. Spaargeld ? Toelage Wiwill ? Geld van v Sillevoldt of van Laurillard-Frowein ? Wie zal het zeggen ? Dit is het eerste huis in Baarn dat eigendom van een Haasse is.
- Nelly ingeschreven op 6 febr 1936. Woont daar tot aan haar overlijden op 21 sept 1952.
- Corrie ingeschreven op 6 nov 1936. Staat ingeschreven tot 5 aug 1943. Vervolgens vanaf 26 juni 1947 (tot half maart 1951).
- Oma Cor verzorgt mevr. Laurillard van 4 jan 1940 tot 12 nov 1940 in Bloemendaal. Woont verder in Baarn tot aan haar overlijden op 26 dec 1948.
- Gerrit ingeschreven op 15 febr 1944. Woont er tot aan zijn overlijden op 30 juli 1950.
- Käthe en W3 ingeschreven op 3 jan 1950. Wonen daar tot 24 sept 1955 en verhuizen dan naar Steijnlaan 2a.
- Op 5 maart 1953 werd Krugerlaan 24 door de erven W3 en Corrie verkocht. W3 kocht grond en liet Steijnlaan 2a bouwen.

——— Nassaulaan 42
Nieuwgebouwde villa, gekocht 13 jan 1909 door Jacobus Kramer, koopman uit Amsterdam, die er ging wonen. Het pand bleef eigendom van de familie Kramer. Op 9 oct 1958 heeft Jacobus' zoon Tiemen Jacob de villa verkocht. Zijn vader Jacobus was in 1957 overleden.
- Käthe en haar man Willem (W3) worden op dat adres ingeschreven op 23 dec 1946. Wonen daar tot 3 jan 1950.
- Hella en Jan ingeschreven van 16 mei 1947 tot 17 mei 1949. Dochter Ellen Justine wordt daar op 15 dec 1947 geboren.
- W4 woonde In juni 1947 nog in Batavia aan het Logeplantsoen. Nov 1947 Nassaulaan 42 bij Käthe en Wim. Staat 1 jan 1948 in adresboek Den Helder, Billitonstraat 40. Het huis was toen misschien nog niet opgeleverd.— Diensten op fregat Johan Maurits van Nassau. In jan en feb 1951 RHODE ISLAND U.S.A. — febr 1952 NIEUW GUINEA op Hr Ms Boeroe.

——— Steijnlaan 2a
Het tweede huis in Baarn dat eigendom van een Haasse was. Gebouwd in 1954-55 in opdracht van W3.
- Käthe en W3 op dit adres ingeschreven op 24 sept 1955.
- W3 overleed hier op 4 nov 1955. Käthe, de laatst overgebleven Haasse in Baarn, verkocht het huis op 1 dec 1961 en verhuisde op 5 dec 1961 naar een koopflat, Van Boshuizenstraat 595 in Amsterdam Buitenveldert, en op 25 april 1962 naar een riant appartement in hetzelfde flatgebouw, "Jacob van Campen" genaamd. Woon-, slaap-, badkamer, keuken, 3 balcons, gelegen op de 3e etage, op het zuiden.

Inline afbeelding 1                        Inline afbeelding 5
          Krugerlaan 24, Baarn  Foto's EK             Nassaulaan 42, Baarn

 

E n k e l e    d e t a i l s    b e t r.   h u i z e n    e n    s t r a t e n

Er is weinig over de historie van de Parkstraat te zeggen. Zo heeft er een villa Nelly gestaan – op welk nummer is niet bekend. En ook een villa Lambertha (G&E 1889). Veel meer stond er toen nog niet, 4 villa's aan de even kant, 4 of 5 aan de andere kant. In de tachtiger jaren was er een Café-Biljard op nr 7. Die nummering bestond toen dus al, al werd die voor postbestelling minder gebruikt dan de naam van de villa. Zo was in 1907 een makelaardij, Baarn's Woningbureau, aan Parkstraat 4 gevestigd, in villa Karlsruhe, welke villa later (1922) Johanna genoemd werd. Mignon (Parkstraat 6) is nooit van naam veranderd. Schuin ertegenover lag Parkstraat 5, nu gemeentelijk monument, in ca. 1885 gebouwd. Naam niet bekend. De witte villa heeft een halfronde oprijlaan. De ingang is in de rechter gevel.
   Verder werden vermeldingen gevonden van villa Cornelia (NvdD 1882), villa Henriette (NvdD 1900), villa Karlsruhe (G&E 1918), Sparrenoord (G&E 1918), en De Kastanje (G&E 1927).

Inline afbeelding 1     

Inline afbeelding 1


Map van der Flier was een kleindochter van Gerrit Key (Keij), die mogelijk Parkstraat 6 gebouwd heeft.

      Het nieuws v d dag : kleine courant 4 oct 1897             De Gooi- en Eemlander 8 nov 1919


Het hoogste oneven nummer is nu 23, het hoogste even nummer 14. De huisnummering van plm 1910-20 is vervangen in 1987 t.b.v. het blokje woningen nr 2 - 18 dat in 1987 gerealiseerd is. De laatste bekende jaartallen van bewoning 1967-1968 geven niet het einde van het huis Parkstraat 6 aan. -- De Hervormde Lagere School (nu Parkstraat 30) is op 2 mei 1910 in gebruik genomen. Later met U.L.O. uitgebreid en later Astroschool en Amaliaschool geheten. De ingang (en lange tijd ook het adres) bevond zich tot de renovatie in 1981 aan de Spoorstraat nr 5. Parkstraat 9 is ca. 1973 gesloopt ; daar staat nu het appartementsgebouw Rozenhorst.

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 4

Uit adresboeken  Baarn 1917  en  1967-1968
Bij de volkstelling van 31 mei 1947 werden geregistreerd (d.m.v. kaartjes, door de inwoners zelf ingevuld)
        Gerrit van Sillevoldt, *21-1-1866, won. Krugerlaan 24, Baarn;
        Nelly van Sillevoldt-Haasse, *27-6-1885, won. Krugerlaan 24, Baarn;
        Willem H. Haasse, *19-5-1889, won. Nassaulaan 42, Baarn;
        Katharina Haasse-Diehm Winzenhöler, *5-6-1893, won. Nassaulaan 42, Baarn;
        Hélène S. van Lelyveld-Haasse, *2-2-1918, won. Nassaulaan 42, Baarn.
Dit lijstje is door de Kon. Ned. Ak. van Wetenschappen bijeengezocht op de naam Haasse. Jan van Lelyveld komt er dus niet in voor. Hij staat wèl in het adresboek Baarn 1948 : archeoloog, Nassaulaan 42. Wim H. J. Haasse, Luit. ter Zee 2e kl. stond (met zijn gezin) in 1948 óók op Nassaulaan 42 ingeschreven, maar hij werkte elders (Den Helder).
  Volgens het adresboek Baarn 1948 woonde de wed. C. F. Haasse-Braak ['oma Cor', †26 dec. 1948] op Krugerlaan 24.
  Volgens het telefoonboek 1950 woonden Willem3 en Käthe in 1950 op Krugerlaan 24. Ze zijn dus verhuisd. De hoogbejaarde Gerrit van Sillevoldt was in 1948 overleden. Nog voor het overlijden van Willem3 verhuisden ze wederom, nu naar het huis dat ze aan Steijnlaan hadden laten bouwen. Tussen 1950 en 1955 heeft Willem een deel van de tuin van de fam. Van Ee, Steijnlaan 2, gekocht en er het huis laten bouwen dat er nu nog staat,  Steijn- of Steynlaan 2a, Baarn, waar de "Wed. J. H. Haasse, K. Diehm Winzenhöler" nog in 1961 (telefoonboek) woonde. Het begraafplaatsregister geeft in 1983 nog Steynlaan, maar in feite heeft Käthe nog in Amsterdam, Voorschoten, den Haag en Soest gewoond.

   

Algemeen Handelsblad 30 juni 1921

De villa Krugerlaan 24 was het eerste huis in Baarn waarvan een Haassse eigenaar was. Oma Cor kocht de villa op 27 aug 1935. Oma Cor en de Van Sillevoldts hebben er gewoond. Haar erfgenamen Corrie en W3 lieten het na de dood van Nel van Sillevoldt (21 sept 1952) in 1953 veilen. De Krugerlaan is een zijstraat van de Nassaulaan. De naam is van de gevel verwijderd.

 

Wat schreef W4 in zijn HAASSE FAMILY HISTORY ?
“Cornelia Francisca Haasse-Braak [Oma Cor] died on the 26th of December [1948] and was buried in Baarn on the 29th. She was interred in the same grave as her late husband”. [In dit graf werd ook de urn met de as van W3 bijgezet toen zijn vrouw Käthe er in 1983 begraven werd. Baarn, Wijkamplaan]
   “Gerrit van Sillevoldt died on the 30th of July 1950 and was buried on the 2nd of August. It was now decided that my parents and my father's sister [Nelly] would share Cornelia's house, and after some alterations were made, to allow for seperate entrances, my parents moved in. My aunt Nel however, passed away, on the 21st of September 1952 and was buried on the 25th. My parents now decided to build a smaller home for themselves, as the old one they were in [Krugerlaan 24] was too cumbersome to maintain, and also much too large for the two of them”. [Dit werd het huis Steynlaan 2. De villa Krugerlaan 24 werd verkocht].

         Inline afbeelding 3    Inline afbeelding 2

            30 juli 1950       —       21 sept. 1952       —       Registratiecode VFADNL 122396-blad 14  CBG

Nel van Sillevoldt was juist vóór oma Cor naar Baarn gekomen, na het overlijden van W2 1935. Zo schrijft W4 maar dat jaar 1936 in de BS klopt m.i. niet - zie verderop). Van aug 1938 tot 16 mei 1947 woonde Hella in Amsterdam, onderbroken door de periode van 6 aug 1942 tot 6 dec 1943 waarin ze woonde althans ingeschreven stond in Haarlem. Jan van Lelyveld en Hella ontbreken in het Baarns adresboek, vermoedelijk omdat ze geen hoofdbewoners waren, maar (tijdelijk) bij familie inwoonden.

Op de gezinskaart van W. H. Haasse W3 BS R'dam staat een notitie over zijn bereikbaarheid in 1922 : "Schrijven n/ Baarn, Spoorstraat 2, ouders 29 april 1922". Daarboven een half uitgewiste notitie over aankomst of verblijf in Amsterdam 25 juli 1919. Vertrek naar Indië 18 mei 1922. Even vooruitblikkend houdt dat in dat Hella (*2 febr 1918) van medio 1919 tot medio 1922 en van medio 1925 tot medio 1928 in Holland leefde, meer in Holland dan in Indië dus. In 1935 zaten Hella en Wim op het Baarnsch Lyceum ; vanaf sept 1938 studeerde Hella in Amsterdam en kwam veertig jaar later nog eens terug in Indonesië. Dat Hella een 'Indisch meisje' was . . . ze was een koloniaal meisje, al bestaat die uitdrukking geloof ik niet.

Inline afbeelding 3

Inline afbeelding 1
          Gezinskaarten Rotterdam, periode 1889-1940, 851-169-0180423, Stadsarchief Rotterdam.


          Haagsche Courant 2 juli 1928

In een lijst van Gemeubileerde Kamers met volledig pension te Baarn staat Mej. C. van Veen, Eemstraat 3. Haar pension beschikte over 2 zitkamers, 4 slaapkamers en 5 bedden, gas en electrisch licht, en was vanaf 1 maart geopend. Het gezin Haasse heeft er in 1929 verbleven.
          Baarns Bloei. Hotel en pensiongids 1929 en volgende jaren.

 

A D R E S S E N

BAARN Spoorstraat 2 —— Villa A J A L

W2 en oma Cor verhuisden in 1922 van Rotterdam naar een grote villa aan de Spoorstraat 2 te Baarn, in 1880 gebouwd. Vrouwe Teding van Berkhout had het pand, de villa ( אַיָל LIA van rechts naar links te lezen, ivriet voor "hert" : de eerste bewoner kan een Hirsch geweest zijn) op 28 juni 1893 gekocht. Ze woonde er volgens de adresboeken zeker t/m 1917. Op 30 oct 1918 kocht M. P. Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, burgemeester van Breukelen, het huis, als lasthebber van Vrouwe Sara Maria Ketelaar (= Vrouwe Teding van Berkhout). In 1922 kwam de villa in handen van makelaar F. Barendse. Hij verkocht het pand aan de curator van de geesteszieke mevr. W. Laurillard-Frowein. Deze zette het op haar naam. Er kwamen wel een paar notabelen aan te pas.

“De weledelgestrenge Heer Meester Matthijs Pieter Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren, Burgemeester der gemeente Breukelen Sint Pieters, wonende aldaar, als lasthebber van Vrouwe Sara Maria Ketelaar, zonder beroep, wonende te Villeneuve, Zwitserland, douairière van den Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Meester Pieter Jacob Teding van Berkhout.”

Jhr. mr. P. J. Teding van Berkhout (Amsterdam 27 mei 1847 - Baarn 22 april 1885) was de gelijknamige zoon van jhr. mr. Pieter Jacob Teding van Berkhout (1810-1892), lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland en raadsheer bij het gerechtshof van Amsterdam, en Hieronyma Maria Antonia Fortunata barones van Slingelandt (1814-1875). Hij studeerde rechten en trouwde met Sara Maria Ketelaar (1847-1929) ; uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren.    In 1872 werd P. J. TvB benoemd tot burgemeester van Hasselt bij Zwolle. Op 30 mei 1880 volgde hij mr. J. H. M. baron Mollerus van Westkerke op als burgemeester van Baarn en Eemnes. Teding van Berkhout overleed op 37-jarige leeftijd in Baarn. De Teding van Berkhoutstraat in Baarn is naar hem vernoemd.

Inline afbeelding 1
          Gezinskaarten Rotterdam, periode 1880-1940, 851-288-0306696, Stadsarchief Rotterdam.
Inline afbeelding 2

Mw Laurillard-Frowein (*Arnhem 1875) verhuisde naar de Spoorstraat 2 in Baarn op 5 mei 1922. Haar man, A. J. A. Laurillard, handelaar in tabak, was twee weken eerder op 25 april overleden. WHJ Haasse (W2) en zijn vrouw gingen mevr. Laurillard vóór naar Baarn om het huis in te richten. Zij lieten zich op 18 maart 1922 inschrijven (dus nog vóór het overlijden van A. J. A. Laurillard). Ze waren de eerste Haasses die officieel in Baarn kwamen wonen. Gerrit van Sillevoldt had er misschien al eerder, onofficieel, een pied à terre naast zijn huis in Rotterdam. De Haasses hadden rond 1900 kinderen van overleden familieleden in huis genomen, ze hadden ervaring met het voogdijschap. Het is niet verwonderlijk dat hun gevraagd werd voor mevr. Laurillard te zorgen. Dat hadden ze ook in Rotterdam kunnen doen, maar een reden om naar Baarn te verhuizen kan geweest zijn dat een of twee van de betrokkenen reuma had. In die tijd zei de dokter dan "gaat u maar op de Veluwe of in het Gooi wonen". Mijn schoonmoeder kreeg die raad kort na de oorlog. Ze verhuisde van Loosdrecht naar Wapenveld en haar handen, krom van de reuma, trokken vanzelf weer recht.

Inline afbeelding 1

          Rotterdamsch Nieuwsblad 17 febr 1920

    

          
De Soester 12 aug 1922

G.l.O. wil zeggen Gewoon Lager Onderwijs. No. 5 is het schoolnummer. In R'dam had elke school een nummer.

Inline afbeelding 2
          Gezinskaarten Rotterdam, periode 1880-1940, 851-169-0180424, Stadsarchief Rotterdam.
Inline afbeelding 1

W2 en zijn vrouw huurden of kregen te huur aangeboden een deel van de villa Ajal, Spoorstraat 2 te Baarn, als verzorgers en voogden van de geesteszieke weduwe Wilhelmina Adriana Elisabeth Laurillard-Frowein. In 1922 stond ze nog in het Rotterdamse adresboek. Waarschijnlijk kwam een verpleegster met haar mee. Op 4 oct 1922 is ze officieel krankzinnig verklaard. Nog in hetzelfde jaar verhuisde men naar de villa Mignon, Parkstraat 6, gekocht en op haar naam gezet door haar curator, H. (Henri Johan) Frowein te Arnhem, haar broer. Er was steeds een inwonend verpleegster aanwezig.

Inline afbeelding 2
          Reg. code VFADNL 035086-blad 10, CBG

Krankzinnigheid werd in die tijd door velen als een schandvlek beschouwd die in de welgestelde families bovendien een reëel gevaar voor de opbouw van een leven (huwelijk, carrière) betekende op grond van de te vrezen erfelijkheid. Men hield de betroffen verwanten dan ook buiten gezicht, vaak al vanaf jonge leeftijd, en bracht ze een eind weg, stopte ze in een gesticht (meestal niet best) of beter bij particulieren, zoals in dit geval. Geld genoeg.
   Een advertentie uit 1897 in het NvdD luidt : “TE HUIS gevraagd voor een Juffrouw van zenuwachtigen aard, in een daarvoor geschikte Inrichting of Huisgezin tegen ƒ 20 per maand, onverschillig waar.”

Adolf Jacobus Antonie Laurillard, tabaksmakelaar, *Rotterdam 1 april 1866, † Rotterdam 25 april 1922, 56 jaar oud. Ondertrouwd op 6 febr 1896 te Arnhem, gehuwd op 29-jarige leeftijd op 20 febr 1896 te Arnhem met Wilhelmina Adriana Elisabeth Frowein, 20 jaar oud, geboren op 16 juli 1875 te Arnhem. Hij was een oomzegger van de dichter Eliza Laurillard.

Inline afbeelding 3

          

 

1. De Soester, 26 aug 1922.
2.
 De villa Spoorstraat 2, Baarn, vóór 1940. Gebouwd 1880, nu gemeentelijk monument. Coll. Groenegraf.nl

 DATA Wilhelmina Adriana Elisabeth Frowein - geb. 16 juli 1875 te  Arnhem -  nat. Ned. - zonder  beroep - dochter van Egbertus Adrianus Frowein en Wilhelmina Adriana Elisabeth  Beelaerts -  gehuwd  20 febr 1896 DEN HAAG met Adolf Jacobus Antonie Laurillard.
 Woonplaatsen en adressen na 1922 : ROTTERDAM — 5 mei 1922 BAARN Parkstraat 6 — 25 jan  1940  BLOEMENDAAL Iepenlaan 49 — 21 aug 1941 WASSENAAR Prins van Wiedlaan 12 — 23 mrt  1942 PB  14745  — 19 feb 1944 LEIDEN Koninginnelaan 82 — 3 sept 1945 ERMELO Rietlaan 27 —  5 nov 1954  ERMELO  Lelielaan 4 — 17 mrt 1972 ERMELO Veldwijk 75 — Overleden te Ermelo 23  sept 1973.


In Rotterdam woonde het gezin Laurillard-Frowein in een schitterend pand aan de Westersingel 48. Bloemendaal was een twee-onder-een-kap. Het huis in Leiden is een rijtjeshuis, Rietlaan 27 en Lelielaan 4 in Ermelo zijn vrijstaande villa's. Veldwijk 75 in Ermelo is het adres van het Psychiatrisch Ziekenhuis aldaar. Dat wil zeggen dat mw Laurillard-Frowein alleen de laatste anderhalf jaar van haar leven in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef en de rest van haar krankzinnige leven particulier is verzorgd. Haar familie was muzikaal (violisten, ik heb er een nog horen spelen in een strijkkwartet van mijn vader). Zelf speelde mevr. Laurillard piano. Haar piano ging met haar mee van het ene naar het andere adres. Ze is op 23 sept 1973 op 98-jarige leeftijd overleden.

———   W. A. E. Laurillard-Frowein (1875-1973, sinds 22 april 1922 weduwe van Adolf Jacobus Antonie Laurillard) had twee dochters :
1. Wilhelmina Adriana Elisabeth (met dezelfde voornamen als haar moeder en haar grootmoeder), *Rotterdam 9 dec, was gehuwd 2 oct 1923 te den Haag met Adriaan Rudolph Willem Gey van Pittius, kapitein bij de generale staf van het Indische leger. Deze A. R. W. Gey (Geij) van Pittius overleed 29 nov 1949 op 62-jarige leeftijd te Wassenaar. De familie was gefortuneerd. Wilhelmina jr. overleed 17 juni 1976 te Wassenaar, betreurd door haar zuster en een nicht. Charlotte stelde de overlijdensadvertentie op.
2. Charlotte, *Rotterdam 5 nov 1900, is ongehuwd gebleven. Ze woonde in 1922 nog in Rotterdam, op 23 jan 1961 Backershagenlaan 40 te Wassenaar, is 22 mei 1991 te Wassenaar overleden. Charlotte heeft tijdelijk in Batavia gewoond :

Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 3   Het Nieuws vd Dag voor N.I. 13 sept 1930

Inline afbeelding 1     Inline afbeelding 2
          De Telegraaf 22 juni 1976             De Telegraaf 25 mei 1991


Na het overlijden van hun vader (als gezin woonden ze te Rotterdam aan de Westersingel 48) en na de verhuizing van hun moeder naar Baarn, gingen de zussen Wilhelmina en Charlotte op 3 sept 1923 samen in den Haag wonen aan de Wassenaarschekade 8. Ze verlieten het ouderlijk huis in Rotterdam, maar gingen niet in de buurt van hun krankzinnige moeder in Baarn wonen. Adolf Jacobus Antonie Laurillard, haar overleden echtgenoot, was makelaar in tabak, evenals zijn vader Johannes Martinus Laurillard (een broer van de dichter Eliza Laurillard, *Rotterdam 25 maart 1830, dominee in Amsterdam, † Santpoort 10 juli 1908).

Inline afbeelding 1       Inline afbeelding 1      

 

 

 

 

 

 

 

De Maasbode
10 feb 1922

De familie en de curator van de weduwe Laurillard-Frowein vernamen dat te Baarn de villa Ajal aan de Spoorstraat te koop werd aangeboden. W2 en oma Cor verzorgden mw Laurillard en waren zodoende de eersten die uit Rotterdam naar Baarn vertrokken. In Baarn verhuisden ze een paar maanden later naar een geschikter huis, Parkstraat 6. Het werd gekocht door Wilhelmina Adrienne Elisabeth Frowein, ter zake vertegenwoordigd door Henri Johan Frowein, koopman te Arnhem.

Eliza Laurillard, Dr theologie, *Rotterdam 25 mrt 1830, † 10 juli 1908, gehuwd 10 dec 1863 te Amsterdam met Anna Gerardina Wilhelmina Roos, *Amsterdam 11 mrt 1840, † 22 jan 1916 te Haarlem op 75-jarige leeftijd.
   Eliza Laurillard (de dichter-theoloog) was een oom van A.J.A. Laurillard (de man van Wilh. Frowein). Eliza was ook de grootvader van de schilderes Jacoba Adriana Geertruida Laurillard, *Deventer 21 jan 1894, † Esschen 25 nov 1965, gehuwd 5 nov 1920 te Deventer met fabrikantszoon Popko Henri van Groningen (*18 apr 1895 te Djaboong N.I. - rubberplantage op Oost-Java -, † Brasschaat 27 juli 1966, sinds 1924 directeur van de Capsulefabriek 'Deventer' in Esschen, net over de grens onder Roosendaal in België). Jacoba van Groningen-Laurillard schilderde fraaie bloemstillevens waarvan er verschillende bij Simonis & Buunk te zien zijn. Ook landschappen. Woonde afwisselend in Nederland (Deventer, Arnhem, Nispen) en België (Brasschaat).



Kranteknipsel Baarnsche Courant 1982 [?].
Parkstraat 4 (jongensinternaat de Sparrenhorst).
Baarn Kadaster 3174, Panden- en woningbeheer: — Parkstraat 2 was al eerder in vlammen opgegaan.

Inline afbeelding 3

BAARN Parkstraat 6 — Villa M I G N O N . Het karakteristieke hekwerk is ook aan de overzijde te zien. Coll WHP.

BAARN Parkstraat 6 —— Villa M I G N O N
(House staat onder huis in Wim's handschrift. Geen jaartal.) 
Links staan een verlaten tafel en stoelen, wit tuinmeubilair. Boven de deur een glazen luifel, op de bakstenen deurlijst het huisnummer 6. Van de tuinkabouter (zie foto onder) is geen spoor te bekennen. Sterke klimopbegroeiing. Boven de voordeur staat op een stenen travee  M I G N O N. Gerrit Key (1829-1897), eigenaar van een steenfabriek aan de Eem, die opklom van makelaar/ aannemer en ontwerper tot architect, heeft veel in de Parkstraat neergezet. Deze klassicistische villa zou een van zijn eerste geweest kunnen zijn.
   Het meest bekende gebouw van Key is wel de intendantswoning van paleis Soestdijk uit 1863, Amsterdamsche Straatweg 18. Het zo karakteristieke fragiele oud-Baarnse hekwerk scheidt de achtertuin en serre-uitbouw van het zandpad dat hier vroeger liep in plaats van de vierbaans provinciale asfaltweg die wel ‘de landingsbaan van prins Bernhard’ genoemd werd.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/b/b9/Overzicht_van_de_voorgevel_en_de_zijgevel_van_het_gebouw_aan_de_overzijde_van_het_paleis_-_Soestdijk_-_20423412_-_RCE.jpg

Intendantswoning A'damsche Straatweg 18, Gerrit Key, 1857. Verwante stijl, verwante bouw.
Foto J. van Galen, 2004. 
Zie hier

Inline afbeelding 1      




Inline afbeelding 1

De vijfjarige Wim Haasse in de tuin van Parkstraat 6, Baarn, 14 aug 1927.

Achter Wim zijn de spijlen van het hek aan de overkant van de straat te zien, en een van de twee witte palen die de op- en afrit van het erf markeerden. Ook staat er een lantaarnpaal.
Dergelijke details helpen om de plaats waar het huis gestaan heeft, te bepalen, wat geen eenvoudige opgave blijkt te zijn.
  Dit is de voortuin aan het begin van de bocht naar de Laanstraat. De zon komt van links.
  Het is niet zoals het kadaster aangeeft de plek waar nu nr 20 staat. Dat huis dateert van 1907. Het oude huis Parkstraat 6 dateert van vóór 1880 en is ca. 1980 gesloopt.
   Foto gemaakt door Oma Cor ? Coll. WHP

Hella schrijft in Zelfportret “Mijn grootouders woonden in een stille zijstraat in de kom van het dorp, in een standaardtype buitenhuis uit de late negentiende eeuw : een vierkante stenen doos, met de voordeur precies in het midden, symmetrische rijen ramen, links een aangebouwde serre. Op het grasveld voor het huis stond de traditionele kabouter met een kruiwagen vol begonia's. Groepen hoge struiken camoufleerden aan weerszijden van de tuin de schuttingen. Het hek bleef dicht door middel van een ring aan een ijzeren ketting”.

Wim schrijft "tegenover nr 5" en "My grandparents lived in a three story house with a garden of about one acre. Lilacs were climbing all over the walls and in the back garden there was a kind of a low hill, bordered by gooseberry bushes".
  De laatste bewoner, van Schaffelaar, verkocht het aan de gemeente. Een mevr. Moud heeft er nog een opvangcentrum voor Turken bestierd, maar er brak brand uit (voor de gemeente niet onwelkom) en de ruïne werd gesloopt. De Dansschool van van Es op nr 4 stond er toen nog. De villa op nr.6 stond precies daar waar nu de parkeerplaats tussen de overige huizen ligt.   Het halfcirkelvormige grasveld in de voortuin is op luchtfoto's goed te onderscheiden. Achter het huis was een schuur voor tuingereedschappen etc. Na de oorlog schijnt er een garage gebouwd te zijn.

Inline afbeelding 2     Inline afbeelding 3
     Luchtfoto Parkstraat 1960 Archief Kadaster Zwolle.        Luchtfoto Parkstraat 1947 Archief Kadaster Zwolle.


Inline afbeelding 2 

     Luchtfoto 1960. Archief Kadaster Zwolle. Duidelijk is de halve cirkel van de voortuin van Mignon aan het begin van de bocht in de Parkstraat te onderscheiden. Op deze uitvergroting zien we, hoe onscherp ook, meer van het huis en zijn omgeving. Het steegje uit de achtertuin naar de Laanstraat bijvoorbeeld, de villa AJAL linksboven, de Leelaan onder in beeld. De villa Mignon was in 1922, toen WHJ en oma Cor haar betrokken, al een halve eeuw oud. In 1872 werden vlakbij de kom van het toen nog kleine dorp Baarn aan de Eemnesser straatweg villa's gebouwd. Voorbeelden genoeg uit de periode rond de bouw en ingebruikneming van het spoorstation in 1874. Zie de Gooi- en Eemlander 7 mei 1881 en vergelijk Het nieuws van den dag 20 jan 1883 :

Inline afbeelding 2          Inline afbeelding 1

          De Gooi- en Eemlander 7 mei 1881                                 Het nieuws van den dag 20 jan 1883

Inline afbeelding 5
De gele stip is Parkstraat 6. Daarnaast de villa Johanna. Foto uit 1924.
           Beeldbank NIMH / objectnr 2155_001070.

De villa MIGNON Parkstraat 6 Baarn : De villa genaamd „Mignon” bestaande uit Heerenhuis met erve en grond en verdere opstallen aan de Parkstraat, nummer 6, te Baarn, stond in 1922 kadastraal bekend onder Sectie B, nummers 2777 en 3271, samen groot twaalf aren, twee en tachtig centiaren. De Parkstraat buigt vanaf nr 6 naar de Laanstraat toe.

Volgens mededeeling dd 13 December 1940 aan H. C. A. Vermeulen van Kruiningen, notaris te Wassenaar, is bij beschikking van de Arrondissements Rechtbank te Arnhem, dd 24 October 1940, tot curator benoemd over Mevrouw Wilhelmina Adrienne Elisabeth Frowein, weduwe van den Heer Adolf Jacobus Antonie Laurillard, de Heer Willem Gey van Pittius, particulier wonende te Wassenaar. 1940.
           Amersfoort,
16 Dec. 1940, De Hypotheekbewaarder, Kaaskooper.

            Inline afbeelding 1
                         Telegraaf 1 maart 1962

      
Het huidige blokje huizen in de Parkstraat, in de bocht naar de Laanstraat, is in 1987 gebouwd.
Na de sloop van Mignon ± 1978 is het terrein dus minstens tien jaar braak gelegen, hoewel er minstens één bouwaanvraag is ingediend.
   In de Telegraaf van 1 maart 1962 verscheen een advertentie - zie links - die niet op de villa's Mignon (nr 6) en Johanna (nr 4) betrekking heeft, maar op Parkstraat 9, waar het appartementengebouw 'Rozenhorst" de plaats van de bestaande villa ging innemen.
   Het dubbelhuis op Parkstraat nu nr 20 en 22, vroeger nr 8, is gebouwd in 1907 en schijnt in 1930 duchtig gerenoveerd te zijn, maar kan dus niet na de sloop van Mignon in 1978 de plaats van Mignon hebben ingenomen. Op nr 4 was tot kort voor de sloop de Dansschool Van Es gevestigd.


Inline afbeelding 7    Inline afbeelding 4


1. De Historische Kring Baerne vermeldt dat deze villa, Parkstraat 9, werd bewoond door Jhr A. M. C. Bowier. Ze is ca. 1973 afgebroken. Het appartementengebouw "Rozenhorst" is ervoor in de plaats gekomen. Een strook van de tuin is afgestaan. Daarop kan geparkeerd worden, zie hiernaast. — 2. Zicht van de andere kant op de huidige bocht met nummer 7 en 5. Rechts Rozenhorst, links de even zijde met het blokje nrs 2-18 en een spar. Foto EK.

De drinkwaterfontein

De Parkstraat begint dichtbij de Brink en slingert van de Laanstraat naar het Prins Hendrikpark. Dat maakte in 1879, toen Pr. Hendrik stierf, nog deel uit van het Baarnse Bos op het domein Soestdijk en lag ten zuiden van de spoorlijn. De foto van Wim - zie onder - bij een drinkwaterfontein zou in de Baarnse / Soestdijkse bossen gemaakt kunnen zijn.

https://2.bp.blogspot.com/-gbtreQ7ZJDQ/VvwKtRcMpmI/AAAAAAAADcQ/dEw6204XtCMkS1IPhRlJRzhtfuIHhTbxQ/s640/drinkfontijn%2Bop%2Bde%2Bbrink%2B1930_edited-1.jpg
          Stichting Groenegraf.
     Op een van de 35 grote kavels voor villa-bouw verrees een watergenees-inrichting annex badhotel, mogelijk gemaakt door de buiten-gewone kwaliteit van het grond-water in dit beschermde gebied. Een fonteintje dat leek op dat in de Oude Plantage zou in een park noordelijk van paleis Soestdijk gestaan hebben. De watertoren aldaar, aan het eind van de Utrechtse heuvelrug, en een ondergronds leidingenstelsel zorgden voor watertoevoer naar de fonteinen in de wandel-bossen rondom het paleis. Verscholen in het bos ligt nog steeds een uitgebreid stelsel van ontzinkbedden en waterreservoirs met het voormalige pompstation dicht bij de weg.


De drinkfontein op de Brink in Baarn ca. 1930, vlakbij het verlofhuisje van de Haasses in de Eemstraat.

De Oude Plantage in Rotterdam, waar Käthe met Hella en Wim als baby in de kinderwagen gewandeld zou kunnen hebben, lag aan de Maas bij het eind van de Honingerdijk, waar de watertoren van Kralingen stond. Het zag er ca. 1915 zó uit (ingekleurde foto) :

Inline afbeelding 1
          Inventarisnr 26234-1, Museum Rotterdam.

Op het drinkwaterfonteintje staat een manneke met kruik, hier op de rug gezien. De dorstige wandelaar kan met een zelfsluitend kraantje op de rug van het kereltje via een kruik die het ventje vasthoudt water in een kroes gieten. We staan hier in de noordelijke punt van de plantage, aan het eind van de laan kon men de Rhijnspoorweg oversteken naar de Honingerdijk. Het spoor eindigde tot 1876 even voorbij de plantage. In dat jaar kwam het Maasstation bij het Oostplein gereed.

Inline afbeelding 1   Ansichtkaart 1939 Coll. TK

Die kroes, aan een ketting bevestigd, houdt Wim Haasse op de foto hieronder in zijn linkerhand. Hij kijkt richting spoorwegovergang naar de Honingerdijk, even verderop.

Inline afbeelding 1

Wim Haasse, op zijn zondags gekleed, tijdens een wandeling in 1935 bij het drinkwaterfonteintje in de Oude Plantage in Rotterdam. Een min of meer identiek exemplaar zou in een park bij paleis Soestdijk gestaan kunnen hebben. Coll. WHP


De Plantagelaan langs de Maas bij Kralingen. Op de achtergrond Rotterdam. Anton Dirckx 1910. Tekening in waterverf. Stadsarchief Rotterdam Nr. IX-2387-03-02.

HSH schrijft in Zelfportret “Wij woonden in Rotterdam. Ik herinner mij een groot besneeuwd park in de schemering van een wintermiddag. Tussen de kale bomen een paviljoen, een muziektent of zoiets, en achter de heggen, netwerk van takken, reeksen lichtjes : in de huizen worden een voor een de lichtjes aangestoken. Ik wandel aan de hand van mijn vader [...]”. Zal winter '21-'22 geweest zijn. De Patria vertrok 8 april 1922 van Rotterdam naar Java.
   De beschrijving van Hella past op zowel Het Park als op de Oude Plantage. In Het Park staat een fontein met drie danseressen. Ook is Anton Verhey, leraar van Käthe Haasse tussen 1919 en 1921, er met een standbeeld vereerd. Maar in de Oude Plantage zal Käthe niet vaak gewandeld hebben.

   Adresboek Rotterdam 1922

De Beukelsdijk is in 1940 gebombardeerd.

Inline afbeelding 2

De Oude Plantage in 1947. Over de spoorlijn de huizenrij van de Honingerdijk, naar links gaand de gasfabriek, de Lambertuskerk en de Oostzeedijk. Van de Plantage resteert alleen het drinkwaterfonteintje. De bomen zijn in '44-45 door de bezetters tot stellingpalen en door de Rotterdammers tot brandhout verzaagd. Het manneke met zijn kruikje is in 1950 nog in de AHOY-hal gezien en is sinds de Floriade van 1960 spoorloos.
          Collectie uitgeverij Voet, foto J.F.H. Roovers.

Inline afbeelding 1

          1950 Rotterdam AHOY. Relict uit de Oude Plantage.

Inline afbeelding 1

          Inv. nr 34536-14, Museum Rotterdam. Glasdia.
De sloot bij de spoorwegovergang. Foto gedateerd tussen 1915 en 1930. Rechts achter weer de Honingerdijk enz.

Inline afbeelding 1

          Museum Rotterdam.
Men ziet de silhouetbepalende schoorstenen, en over de Maas Feyenoord. Links gaat het naar de Oude Plantage.

Inline afbeelding 1       
''When the days were pleasant, my grandfather used to take me for walks in the forest. To avoid monotony, my grandfather devised different walks.
The environs of Baarn were mostly forests, sandy heath, small lakes and some agricultural land. The summer palace of the Queen was nearby, in walking distance. The huge palace stables were alongside the main road and the coaches and horses always provided new interest.''
              Amersfoortsche Courant 15 oct 1907               Wim (W4) in Recollections. Coll.WHP

Inline afbeelding 2
Inline afbeelding 1

                       D r i n k f o n t e i n

    

Inline afbeelding 1

                     De Soester 24 sept 1932

Van 1922 tot 1939 woonden aan Parkstraat 6 W2 en zijn vrouw 'Oma Cor. W2 overleed begin 1935. In 1939 begeleidde Cor Wil Laurillard naar een woning aan de Iepenlaan in Bloemendaal, waar Cor, bijgestaan door een verpleegster, haar verzorgde, als overstap naar opname in Meer en Burg, veronderstel ik. Maar de Duitse bezetting zal de plannen gewijzigd hebben. Over het lot van de bewoners van krankzinnigengestichten in Duitsland was in Nederland voldoende bekend. Mevr Laurillard is in 1940 in Wassenaar ondergebracht. Het uitbreken van WO II was in Baarn direct merkbaar. Bij de Eembrug is flink gevochten.

  Baarn, 21 Mei '40
Beste ouders,
Jullie kaart ontvingen wij hedenmorgen. We hadden al gehoord dat in de Noordelijke provinciën niets beschadigd is. Alleen stonden jullie een dag eerder onder Duitse bescherming dan wij. Jullie zult die eerste morgen ook wel geschrokken zijn van vliegtuiggeronk en schieten. Baarn dat heel dicht bij Amersfoort en Soesterberg, vlak achter de z.g. Eemlinie ligt, was zo onveilig dat we reeds ’s middags naar Laren N.H. moesten evacueren, naar verkiezing per auto of fiets. Wij hebben het noodzakelijkste op de fiets geladen en zijn met duizenden anderen vertrokken. Een kleine 3 uren hebben Griet en Aafie moeten wachten voor ik een inkwartieringsbiljet had bemachtigd. Vele vluchtelingen hebben tot middernacht moeten wachten, terwijl er waren die een plaats in een kerkgebouw of zolder werd aangewezen. Wij zijn best onderdak gekomen bij 2 oudere mensen, broer en zuster, erg rijk en het huisvol met antiek dat we er haast niet bij konden. In ’t begin had ik een beetje strubbeling met hen over slaapplaats en voeding, maar later werden we beste maatjes vonden ze het heel prettig dat ze niet alleen waren bij luchtalarm e.d. ’s Zaterdags ben ik nog teruggeweest naar het verlaten Baarn, waarvoor ik een bewijs van doortocht moest hebben van den Burgemeester. Diverse nuttige dingen heb ik toen nog naar Laren gesleept. Achteraf bleek het niet nodig, want Woensdagavond, toen we terug mochten, vonden we Baarn onbeschadigd terug.

          Groenegraf.nl 16 sept 2016 - Een brief uit de oorlog, door Eric van der Ent.
 


Een aantal huizen aan de Parkstraat werd op 8 nov 1940 in beslag genomen door de Duitse Wehrmacht voor huisvesting. De burgemeester van Baarn berichtte aan belanghebbenden dd 30 mei 1941 : "Naar mij thans gebleken is, is het huis Parkstraat 6, Baarn, verzegeld en voorzien van het opschrift dat de toegang verboden is zonder toestemming van de Wehrmachtskommandantur Amersfoort. Het huis dient derhalve beschouwd te worden in beslag genomen te zijn door de Duitsche Wehrmacht". Echter, op 25 aug berichtte de Loco [sic] Burgemeester aan de eigenaar mevr. de weduwe A. J. A. Laurillard geb. Frowein p.a. haar schoonzoon en curator A. N. W. Geij van Pittius te Wassenaar dat het beslag was opgeheven. Een afschrift van die brief plus de huissleutels gingen naar makelaar C. Adriaanse te Baarn. Door Geij van Pittius werd een poging ondernomen het huis te laten slopen – "daar de bestaande woning niet meer bewoonbaar is (*) of nog bewoond zal worden" (rapport Opzichter Gemeentewerken Baarn Afdeeling Bouwpolitie) – om er twee middenstandswoningen voor in de plaats te zetten. Dat plan had op zich wel kans van slagen ondanks afkeuring door de Schoonheids-Commissie en bezwaren tegen de slechte bouwtekeningen, maar het is er niet van gekomen. De villa was door de Duitse militairen redelijk behandeld en werd na vrijgave weer bewoond. Cor F. Haasse is in 1940 zonder mevr. Laurillard uit Bloemendaal teruggekeerd.
    *) Bij deze bewering past de vraag wie er belang hadden bij de sloop, immers, de woning werd nadien nog jarenlang bewoond en is pas eind jaren '70 met de naastgelegen villa Johanna op nr 4 gesloopt. De vraag is niet moeilijk te beantwoorden.

Het adresboek Baarn 1939 geeft de volgende bewonerslijst van de Parkstraat :

Inline afbeelding 1 Inline afbeelding 1

De Ned. Herv. Astro-Amaliascholen op <"nr 16"> hadden hun ingang tot 1981 nog aan de Spoorstraat.

 DATA Cornelia Francisca Braak - geb. 2 sept 1861 te Rotterdam - nat. Ned. -  zonder beroep - dochter  van Neeltje Braak (*15 oct 1832 Alkemade) - gehuwd met Willem Hendrik Johannes Haasse  *4 apr  1860 te Rotterdam - huwelijk gesloten 19 apr 1882 te Rotterdam - huwelijk ontbonden 3 jan 1935 te  Baarn door  overlijden echtgenoot.
 Woonplaatsen en adressen na 1922 : ROTTERDAM — 18 mrt 1922 BAARN Spoorstraat 2 villa AJAL — kort na  15 sept  1922 BAARN Parkstraat 6 villa MIGNON — 4 jan 1940 BLOEMENDAAL Iepenlaan 49 — 12 nov 1940  BAARN Krugerlaan 24  — 31 mei 1941 PB 001274 — overleden te Baarn op 26 dec 1948.


Op de persoonskaart van oma Cor staat dat ze op 18 maart 1922 naar Parkstraat 6 verhuist. Op de gezinskaart van W2 en oma Cor staat echter dat ze op 18 maart 1922 naar Spoorstraat 2 verhuizen. Mw Laurillard kocht Parkstraat 6 op 16 sept 1922. De persoonskaart is dus niet correct ingevuld, tenzij Ajal leegstond.

Oma Cor was op 12 nov 1940 al weer in Baarn terug. Daar was haar huis in de Parkstraat door de Wehrmacht bezet, maar ze vond tot haar dood blijvend onderdak in haar eigen huis aan de Krugerlaan 24, waarvan haar dochter Nelly van Sillevoldt en haar kleindochter Corrie een deel gehuurd hadden. Meer dan de Duitsers hebben de Canadese bevrijdingstroepen in de Parkstraat de beest uitgehangen. Niettemin bleef de villa na de nodige reparaties voor bewoning geschikt ; de gemeente kocht het pand ; er werden mensen die uit Duitsland en Indië terugkeerden opgevangen, er werd gewoond. Links was aan het huis een serre gebouwd, ruimte genoeg.
   De afbraak kwam in de jaren '70 snel naderbij. De dansschool op nr 4 stond er nog toen Mignon al gesloopt was. Volgens een plantekening uit een rapport architectuuronderzoek van 1979 zou het deels in nr 20 opgegaan zijn, maar dat huis stamt uit 1907, dus.... Wim Schaffelaar, oorspronkelijk gymnastiekleraar, heeft op nr. 6 nog een opvang voor moeilijk opvoedbare jongens gerund, maar ten slotte schijnt een brand de villa noodlottig geworden te zijn. De laatste koper was H. Schuijff. Mignon ging tegen de vlakte, in 1980, en A. G. Fisch kocht het braakliggende terrein. Kort daarna werden ook de villa Johanna op nr 4 en Sparrenoord op nr 2 gesloopt. Het fraaie stadsbeeld is in de Parkstraat onnodig geweld aangedaan, o.a. om meer parkeerruimte bij het stadhuis te creëren.
   Een aantal huizen aan de Parkstraat te Baarn is op 8 nov. 1940 door de Wehrmacht gevorderd, waaronder nr 6, voor huisvesting. In dec. 1941 heeft de curator van de weduwe W. A. E. Laurillard-Frowein, A. R. W. Geij van Pittius te Wassenaar, via de Baarnaar G. W. F. Berning een sloopvergunning voor het pand aangevraagd, alsmede toestemming daarvoor in de plaats een dubbel middenstands woonhuis neer te zetten. De vergunning kwam er, maar de Schoonheidscommissie en het Gemeentelijk Bouwtoezicht hadden bezwaren. Tussen haakjes, Geij was H. Frowein na een onduidelijk conflict als curator opgevolgd. Mevr. Laurillard bleef eigenaresse van Mignon tot 23 jan 1961. F. J. Frowein te Arnhem, ook familie, was de schrijver van Het volbloed fokwezen (1944).

Perceel sectie L nr 1649 (Oud Parkstraat 6) ingeschreven eigenaren : 20 juli 1917 fam. Fischer, 17 mrt 1920 fam. Fischer, 16 sept 1922 mevr W.A.E. Frowein, 23 jan 1961 dhr J. L. Lodewijk, 15 dec 1966 dhr H. Schuijff, 10 jan 1975 dhr A. G. Fisch.

Regionaal Archief Dordrecht 1043. In 1953-1955 Aankoop grond gelegen achter de Zuidendijk en aan de Krabbeweg, sectie M nr.85 t/m 88, groot 27470 ca van mevr. W.A.E. Laurillard-Frowein. R.b. d.d. 15 juni 1954, nr.3, bijl. nr.139.

BLOEMENDAAL  Iepenlaan 49

Op 25 april 1935 kocht Wilhelmus Johannes Maria Stam volgens de kadastergegevens dit huis. Stam was sigarenhandelaar (Laurillard was makelaar in tabak), in 1914 te Bloemendaal getrouwd met Helena Geertruida Maria Bos. Overleden in 1955 te Haarlem op 64-jarige leeftijd. Hij woonde op dit adres.

          Adresboek Bloemendaal 1936 :

Inline afbeelding 1
Op 2 nov 1939 werd Iepenlaan 49 (zie kadaster) door Stam verkocht aan de Heer Doctor Ingenieur Willem Meyeringh, scheikundig ingenieur wonende te Misburg, Duitsland, via mw Dina Aleida Abel, weduwe van dhr Dirk Constant Jan Minkman, particuliere, wonende te Bloemendaal handelende als mondeling lasthebster van dhr Meyeringh.
   Meyeringh is niet in de adresboeken Bloemendaal te vinden. Hij ging niet aan de Iepenlaan wonen. Mw wed Minkman-Abel staat in 1940 in adresboek Bloemendaal op Borskilaan 4.

          Adresboek Bloemendaal 1940 :

Inline afbeelding 1 Zij was al bijna 80 jaar !
 Inline afbeelding 3
Op 23 nov 1957 werd volgens de kadastergegevens het huis Iepenlaan 49 verkocht aan Ir P. M. Heringa door een makelaar die handelde als lasthebber van de Heer Doctor Ingenieur Willem Meyeringh, nu wonende te den Haag, Riouwstraat 88.

          Adresboek Bloemendaal 1958 e.v.
Inline afbeelding 2
Meyeringh was eigenaar van het huis maar bewoonde het niet, verhuurde het dus.

-----------------------------------------------

BAARN  Krugerlaan 24 —— Villa C H R I S T I N A

De villa Krugerlaan 24 was het eerste huis in Baarn waarvan een Haassse eigenaar was. Oma Cor kocht de villa op 27 aug 1935. Haar erfgenamen Corrie en W3 lieten het na de dood van Nel van Sillevoldt (21 sept 1952) in 1953 veilen. De Krugerlaan is een zijstraat van de Nassaulaan.

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 1

                         Algemeen Handelsblad 21 febr 1953                                 Algemeen Handelsblad 6 febr 1953

Ook de inboedel werd geveild, waaronder NB een viool en een cello van Josef Lülsdorff, Köln, geboren 3 dec 1868 in Düsseldorf. Heeft aan een expositie in Rotterdam deelgenomen. Dat doet denken aan Bart Rietkerk, die in zijn onuitgegeven boekje over W. H. van Eemlandt schrijft dat Willem Haasse in zijn jeugd een jaar of vier vioolles gehad zou hebben.

De Nassaulaan volgend (waar Käthe, W3, Hella + gezin, en W4 + gezin gewoond hebben) met de oplopende huisnummers mee, staat in de eerste zijstraat na nr 42, één huis van de hoek af, Krugerlaan 24.

BAARN  Steijnlaan 2a

Gebouwd in 1954-55 in opdracht van W3. Käthe en W3 lieten zich op 24 sept 1955 bij de BS op dit adres inschrijven. Willem overleed hier op 4 nov 1955. Hij heeft maar heel kort plezier van het huis gehad. Käthe verkocht het huis op 1 dec 1961 en verhuisde op 5 dec 1961 naar Amsterdam. Volgens het adresboek 1967-68 woonde op Steijnlaan 2a T. S. Kramer.

In het vervolg laat ik diverse afbeeldingen van 'Familieberichten' en B.S. etc. zien omdat die naar mijn ervaring grosso modo een betrouwbaarder uitgangspunt bieden voor genealogisch onderzoek dan sommige geneasites of de genealogische klantenwervers, die van elkaar overschrijven, vaak van de simpelste gegevens niet op de hoogte zijn, tegenstrijdige info geven en cruciale data onvermeld laten.

Wat betreft de afstamming van Hella Haasse, de lezer zij gewaarschuwd voor internet en andere genealogisch vervuilde bronnen. Genealogieonline beweert bijv. ijskoud "Helena Serafia (Hella) is geboren 2 maart 1916" en leest Jansʃon als Jansfon waar de oude schrijfstijl Jansson bedoelde. Haasse wordt in vele bronnen als Haasʃe geschreven, dat foutievelijk als Haasje, Haasze of Haasfe weergegeven wordt. Gens Nostra van jan. 2012 laat Hella's vader in 1888 geboren worden en plaatst bij Hella's grootouders van vaderskant een foto van de grootouders van moederskant. Bij Veenkoloniale Genealogieën stuit men op : Vader NN Diehm Winzenhoehler, kleermaker (schoenlapper volgens Hella). Enzovoort. Diverse slordigheden, tikfouten, als geboortejaar van "Lilly" [Lily] wordt 1890 opgegeven. Ook over de slordigheden in de Ned. literatuurwetenschap betr. HSH is het nodige te zeggen, zoals al gebleken is, en tevens over die van de schrijfster zelf.

      Inline afbeelding 2

Op de achterkant van deze foto staat : This is taken in the dining room [van een hotel? het ziet er meer uit als een huiskamer T.K.]. Coll. WHP

Inline afbeelding 1     

V. l. n. r. Zittend aan de linker tafelhelft Hella, Käthe, W. H. Haasse (W3), oma Cor,

staand op de achtergrond de heer en mevrouw Driessen (vrienden van W3),

zittend aan de rechter tafelhelft Susi, Gerrit van Sillevoldt, oma Hélène, opa W. H. J. Haasse  (W2) en Wim,

staand Nelly van Sillevoldt, Corrie, opa de Vries.

Sander en Lily waren in Indië.

Coll O. Cosgrove, Perth WA

Er is bij het diner t.g.v. het 12½-jarig huwelijksfeest van Willem en Käthe in Baarn 1928 een foto gemaakt ; de bovenste coll. W. Haasse, Perth WA, de onderste coll. O. Cosgrove, Perth WA. Zijn commentaar : "Apparently Hella 's hair caught fire moments after the photo was taken, from the magnesium(?) flash". Beter exemplaar niet beschikbaar. De afdrukken zijn verschillend afgeknipt.

Hélène Serafia (Serafina in fam. adv. AlgHbl 1918) Haasse werd tot haar twaalfde Helly, Hellie genoemd, in de familie ook 'Häschen', 'Hesje', 'Hel', 'Helleke', roepnaam op het lyceum 'Konijn'. Nog in 1943 : "Voor Douwe van Hel. (con amore)". Een exemplaar van Oeroeg – 1e druk 1948 – bevat een handgeschreven opdracht van de auteur aan haar ouders : Voor Mams en Paps / van / Hel. Haar vader was Willem Hendrik Haasse (1889-1955), bestuursambtenaar in Ned.-Indië, die, sinds najaar 1946 wonend in Baarn, na zijn pensionering als Hoofd Vermogensopsporing bij de Fiscale Recherche in 1950 speurdersboeken ('romans policiers') begon te schrijven en ze tussen 1953 en 1955 onder het welgekozen pseudoniem W. H. van Eemlandt met veel succes gepubliceerd kreeg. Haar moeder was de concertpianiste Käthe Diehm Winzenhöler (1893-1983), die als zes-zevenjarig meisje met haar moeder en haar zusjes Lily en Susi via Zwitserland naar Nederland gekomen was. In 1914 verliet Käthe de Muziekschool van de M.t.B.d.T. te Amsterdam zonder officieel einddiploma piano, omdat ze geen voortgezet onderwijs genoten had, volgens Hella.

Inline afbeelding 1       Inline afbeelding 2

1. Käthe tegen het eind van haar studietijd in Amsterdam Coll. WHP. 2. De tweede foto Coll. WHP is een uitsnede uit een staatsiefoto, gemaakt door M. H. Laddé, Nieuwendijk, Amsterdam, op 17 sept. 1910, toen Käthe de Burger Weesmeisjes begeleid had "met de Valerius - Gedenck Klanken ter gelegenheid van het bezoek van Koningin Wilhelmina met Koningin Elizabeth van België aan dit Weeshuis, 17 Sept. 1910", schreef Käthe een halve eeuw later. Ze draagt een ornament aan de haarband. De weesmeisjes droegen de rood-zwarte outfit waaraan ze herkenbaar waren als beschermelingen van de stad Amsterdam.

Inline afbeelding 4       Inline afbeelding 4

                     NRC 17 sept 1910                                                                    Alg. Hbl. 17 sept 1910

Prins Hendrik en Koning Albert waren ook meegekomen, maar stonden in Käthes geheugen kennelijk minder op de voorgrond. Een heugelijk moment voor de 17-jarige pianiste, die later tijdens het bezoek van het vorstelijk echtpaar van Siam in Batavia van 5 tot 7 aug 1929 een pianovoordracht zou geven. Er moet een boekje van 13 pag. bestaan, Het verblijf van H.H.M.M. de koning en koningin van Siam te Batavia 5-7 Augustus 1929.

    

In het Burgerweeshuis zong een meisjeskoor Gelukkig Vaderland  en Wilt heden nu treden, beide uit Valerius' Gedenkklank. De keuze van Gelukkig Vaderland was enigszins pikant, gezien in het licht van de Belgische Opstand in 1830 en de Tiendaagsche Veldtocht waartoe koning Willem I, gekrenkt, in 1831 besloot. "Dan liever de lucht in !" riep Jan van Speijk toen zijn schip in Antwerpen op de Schelde aan lager wal was geraakt en overmeesterd werd, en hij stak zijn sigaar in het buskruit.
   Jantje van Speijk was 1802-1820 in het Burgerweeshuis grootgebracht. Men plaatste daar onmiddellijk een
MONUMENT OPGERIGT TER EERE VAN VAN SPEIJK
IN HET BURGERWEESHUIS, TE AMSTERDAM.

Van Speijk werd in de Nieuwe Kerk aan de Dam, naast het ‘Paleis’, als een held begraven, na een zegetocht van de lijkstoet, waarbij de weesjongens hem toezongen.
"B 6138" by Jan Baptist Tetar van Elven, Gerrit Lamberts - Amsterdams Historisch Museum. Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons - zie de site

Inline afbeelding 1   

 

 

       T E R   H E R I N N E R I N G

        A A N   H E T   B E Z O E K

     •   •   •   V A N   H E T   •   •   •

   B E L G I S C H E    K O N I N G S -

   P A A R   T E   A M S T E R D A M

     •   •   •   •   1 9 1 0   •   •   •   •

 

 

   Verzameling Prentbriefkaarten
    Ned. Vorstenhuis (1900-1970)
    53A27-01-P043-1


   Koninklijke Bibliotheek
   den Haag


In 1970 was het schilderij van Christian Dommelshuizen 'Bezoek van het Belgisch Koningspaar aan Amsterdam' in het bezit van koningin Juliana volgens de beschrijving ervan die het tentoonstellingsboekje Christian Dommelshuizen, schilder van het schip door Ph. M. Bosscher (1970) geeft. "Koningin Wilhelmina heeft zich, gezien het feit dat zich relatief veel werk van Dommelshuizen in de Koninklijke collectie bevindt, door dat werk laten boeien". Ook Charles F. H. Dumont, getrouwd met Maria van Sillevoldt, zwager van de schilder Cor van Sillevoldt, was in 1910 als tekenaar bij dit staatsbezoek aanwezig, maar in de Koninklijke Verzamelingen bevinden zich geen tekeningen van Dumont.

Cornelis Christian Dommelshuizen, Bezoek van het Belgisch Koningspaar aan Amsterdam. Coll. Koninklijk Huis

Cornelis Christian Dommelshuizen, Bezoek van het Belgisch Koningspaar aan Amsterdam. Middenop de Koninklijke sloep met de gasten. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag. Hangt in Amsterdam in het Paleis op de Dam.

Titel : Bezoek van Wilhelmina, koningin der Nederlanden (1880-1962), Hendrik, prins der Nederlanden (1876-1934) en het Belgisch koninklijk paar [koning Albert I en koningin Elisabeth] aan de Nederlandse vloot. Beschrijving : Het IJ met daarin een groot wit pantserschip aan de rechter zijde en drie oorlogsschepen aan de linker kant; in het midden de koningssloep met standaard en de Nederlandse vlag; op de achtergrond Amsterdam; links: Hr.Ms. Kortenaer, Piet Hein en een ander pantserschip. Afmetingen in cm 104 x 178. Datering 1910. Aldus het Koninklijk Huisarchief.
   De betiteling en beschrijving door Philip M. Bosscher in de catalogus bij de expositie in het Helders marinemuseum in 1970 Christian Dommelshuizen, schilder van het schip is uitvoeriger en correcter : Bezoek van het Belgisch Koningspaar aan Amsterdam, 17 september 1910. Olieverfschilderij op doek, gesigneerd r. o. "Christian Dommelshuizen 1910". Hoog 78 cm, breed 131 cm. Bosscher geeft de afmetingen zonder de lijst, uiteraard.
   Men ziet vanuit Oostelijke richting over het IJ, met midden in het achterplan de r.k. kerk de Posthoorn, van daaruit naar links het Centraal Station, de Filiaalinrichting van het K.N.M.I. en de St. Nicolaaskerk. Op het voorplan de Koningssloep, die achteruit de Nederlandse vlag en vooruit de Nederlandse en Belgische Koninklijke vlaggen voert.
   Links van de Koningssloep een linie van drie pantserschepen, bestaande uit (van links naar rechts) Hr. Ms. „Piet Hein”, „Evertsen” en „Jacob van Heemskerck”. Rechts van de sloep het pantserdekschip Hr. Ms. „Friesland”, met daarachter gedeeltelijk zichtbaar de bij deze gelegenheid aanwezige kleine oorlogsvaartuigen (tien torpedoboten, één "onderzeesche torpedoboot" en de mijnenleggers „Hadda” en „Balder”). [Coll. Hare Majesteit de Koningin.]

Koningssloep

Op de voorplecht van de koningssloep herauten met trompet te paard, Neptunus te paard (Neptunus equester) ; dan 18 roeiers (geen 20 !) ; de kajuit met zes of meer inzittenden ; achterop de kapitein/roerganger.
   Deze afbeelding, een van de mooiste, zo niet de mooiste van de sloep in historische omgeving, varend in zijn eigen natte element, is in De Koningssloep (2015) van Bosmans et al. helaas over het hoofd gezien.

    

Inline afbeelding 1

Signatuur Christian Dommelshuizen 1910

 



          Leidsche Courant 14 febr 1911

Inline afbeelding 1

Potloodschets van de Koningssloep ca. 1900, Chr. C. Dommelshuizen. Ik tel 18 roeiers.
           Collectie Marinemuseum den Helder, inv. nr. A/003/644.

  Inline afbeelding 1  

Inline afbeelding 1

Ons Blad : katholiek nieuwsblad voor N.-H.,
14 sept. 1910


Inline afbeelding 1    

1. Käthe op haar kamertje in Amsterdam, ongedateerd. Coll. WHP
2. Tekening van Dommelshuizen "d'après un tableau de Artz". Voor een poëziealbum (?), 1893, sign. Chr.DH 93– . Dommelshuizen laat in Artz’ en J. Israels' geliefkoosde Scheveningse duinen een aantrekkelijker tafereel zien dan Artz zelf (1837-1890). De vrouw heeft een toegedekte voedselmand bij zich. Op de achtergrond naderen twee schepen.
          L 47858 BR/RKD/1448-NEG/Ned.II/Tekenkunst /RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Op de geboorte-aangifte van Cornelis' oudste broer bij de BS Utrecht staat Pieter Cornelis. Als naam en beroep van zijn moeder wordt Cornelia Dommershuisen, naaister, opgegeven. Op Cornelis’ eigen geboorte-aangifte bij BS Utrecht staat Cornelis Christiaan, de naam van de moeder wordt als Cornelia Dommelshuizen geschreven, zonder beroep.

Inline afbeelding 2

Zeegeschiedenis in een glorieus platenboek. De havenmond van IJmuiden in 1878, kort na de opening van het Noordzeekanaal. Een fregat wordt door een radersleepboot buiten de pieren gesleept. Een schilderij van Dommelshuizen, voorkomende in het hierbij besproken boek. NRC Handelsblad 18 dec. 1970.

Uit een recensie van Zeegeschiedenis van de lage landen, Ph. M. Bosscher, geschreven door G. Kruis in de Nieuwe Leidsche Courant 3 nov 1975.
   Bosscher zelf in zijn catalogus van 1970 bij no. 16 : “De havenmond van IJmuiden. Olieverfschilderij op doek, gesigneerd r. o. "Chr. Dommershuizen 1878". Hoog 77.5 cm, breed 126 cm. De havenmond is voorgesteld vanaf de Noorderpier, terwijl een grote driemastbark, gesleept door de radersleepboot IJmuiden No. 2, in zee gaat. Op de achtergrond een fregat, dat juist is doorgeschut, onder zeil.”
   Amsterdam, Amsterdams Historisch Museum.


Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
Inline afbeelding 3
          Stadsarchief Amsterdam. Afbeeldingsbestand 010097016318.
 

Schets van het Oosterdok voor het schilderij Tocht door het Oosterdok van Z.K.H. de Prins der Nederlanden. De tekening is gemaakt vanaf de Marinewerf op Kattenburg. Afmetingen: 261 x 690 mm. Datering : 1903.

   Schets voor een  “schildery verkocht aan H. M. de Koningin / de tocht door het Oosterdok door Z. K. H. de Prins der Nederlanden / geteekend op het terrein der Nederlandsche Werf te Amsterdam, 1903”.

Inline afbeelding 1


Veel zal De Muinck er niet verkocht hebben – in de handel komt minder dan sporadisch een exemplaar opduiken.

Hangt het origineel van ONZE VLOOT ergens in Kopenhagen, waar de opdracht vandaan kwam ?
Wat in Nederland als het origineel geldt, is licht beschadigd, en heeft mogelijk een nieuwe lijst.

  

Inline afbeelding 2

          Het nieuws v d dag : kleine courant 3 sept 1903

      

       Vlissingse Courant 19 mei 1909

Inline afbeelding 4

          Advertentie in Nieuwsblad voor den boekhandel 25 mei 1909

Inline afbeelding 2
          Marine Museum den Helder, uitgeleend aan het Nationaal Militair Museum te Soest.
(Onscherpe) foto van het schilderij (zonder opdruk van scheepscategorieën en -namen). Olie op doek.

Inline afbeelding 1

Een 18 x 58 repro van de Muinck is in depot in het Maritem Museum Rotterdam. De kleuren zijn bijgewerkt. Een exemplaar in mijn bezit (lijst 64,5 x 26,8, prent 52,6 x 12,8) staat inderdaad op uiterst dun luchtpostpapier (opdruk : Drukwerk . . Aan, en vijf stippellijntjes waarop het adres geschreven kon worden). Ook zijn er vouwlijntjes waarlangs zes gelijke delen van briefkaartformaat op elkaar gevouwen konden worden. Het aldus ontstane pakketje kon per post verzonden worden, zelfs zonder enveloppe. De Muinck sprak van een aquareldruk. Die geeft inderdaad heldere, scherp begrensde kleuren, wat het kleurverschil tussen de olieverf en de repro verklaart.
Coll. TK

Inline afbeelding 1

Bij de vervaardiging is een reepje papier uiterst rechts gesneuveld. Iemand bij de Muinck met ogen in zijn hoofd schijnt het zesde (meest rechtse) part, waaraan dus een reepje ontbrak, bij sommige exx. weer in zijn oorspronkelijke staat teruggefotoshopt te hebben, of een nieuwe druk gemaakt te hebben. Hulde ! Het verwaarloosde origineel moet het afleggen tegen een alerte conservator / fotograaf. Hier mag wel opgemerkt worden dat het (vermoedelijke) origineel in het Mil. Mus. te Soesterberg niet goed hangt. Het hangt op ooghoogte, Iedereen kan het betasten en er zijn bespeekseld commentaar op geven. Bovendien is van de meeste schilderijen de bovenrand nagenoeg onzichtbaar doordat de verlichting er bijna loodrecht boven hangt en de lijst dus een deel van de schildering beschaduwt. Hoe bedenk je zoiets !
    Onze Vloot is te breed voor een goede weergave op een laptopscherm. Daarom worden onderstaand de linker- en de rechterhelft van de originele 18 x 58 afdruk (met de scheepsnamen er door de Muinck opgedrukt) apart weergegeven.


ONZE VLOOT tot 1903. (Bijeengebracht op een schilderij door Chr. Dommelshuizen). Signatuur r.o. voluit Christian Dommelshuizen 1903. De namen van de afgebeelde schepen staan in kleine rode letters langs de bovenrand van de fotomechanische druk vermeld. Op het schilderij zelf staan ze niet. Wel is een folder gedrukt waarin ze genoemd worden.
   ONZE VLOOT houdt het midden tussen een curiositeit en een kunstwerk, maar het onderwerp en het ten toon gespreide vakmanschap hebben Dommelshuizen geen windeieren gelegd. De hier afgebeelde plaat (Coll. TK) is ruim 58 cm lang. Het is een reproductie van De Muinck, bovenin enigszins beschadigd door bevestiging aan het passepartout, aan de rechterkant ontbreken 3 mm. Als afmetingen van het origineel (olie op doek, Marinemuseum in Den Helder) worden opgegeven h 50,5 cm, b 141 cm (!).

Inline afbeelding 2

De signatuur op het schilderij.

Inline afbeelding 3

De signatuur op de druk.

Links op de voorgrond torpedoboten van de Indische militaire marine en een Monitor. Daarachter het pantserdekkorvet 'Sumatra' en flottiljevaartuigen. Meer naar rechts achtereenvolgens de kustpantserschepen type 'Kortenaer' en torpedoboten voor dienst in Nederlandse wateren, pantserschepen type 'Koningin Regentes' en rivierkanonneerboten ('strijkijzers'), pantserdekschepen type 'Holland' en tenslotte geheel rechts op de voorgrond de rammonitor 'Reinier Claeszen' en daarachter het pantserdekschip 'Koningin Wilhelmina der Nederlanden', stoomfregatten en monitors.
   De beschrifting luidt :

Onze Vloot / tot 1903. / (bijeengebracht op een schilderij door Chr. Dommelshuizen)

1. Lijn Ind. Koloniale Oorlogschepen
incl. Torpedo's
Cerberus, Hydra, Scylia, Minetaurus, Phyton, Sphinx
2. Monitor Luipaard
3. Lijn Pantserschepen Kortenaer, Evertsen, Piet Hein, Stier
4. Lijn Vischtorpedo's Ophir, Pangrango, Rindjani, Tanka, Wajang, Lamongan, Makjan, Nobo, Etna
5. Lijn Pantserschepen Koningin Regentes, de Ruijter, Hertog, Hendrik, Tromp
6. Lijn van Kanonneerbooten Balder, Braga, Bulgia, Dura, Freija, Hadda, Hefring, Heimdall, Njord No. 3 etc., Thor
7. Lijn Pantserdekschepen Holland, Zeeland, Friesland, Utrecht, Gelderland, Noord Braband
8. Pantserdekschip Koningin Wilhelmina van Nederland
9. Lijn Monitorschepen Reinier Claesen, Bloedhond, Draak,, Matador, Wesp, Haai,, daarboven Transport &, Oorlogsflotille
   
Overige schepen / categorieën Pantserkorvet Sumatra, Ind. Kustoorlogschepen, Ind. Hydrographie & Schepen, Ind. Flotille & Schepen
  Hekla, Goentoer, Habang, Idjen, Cycloop, Foka, Krakatau, Batok, Dempo
  Tyr, Udur, Ulf, Vali, Wodan, Bever, Brak, Hydra,
   
Correcties Minetaurus = Minotaurus.   ; In legenda : N Braband

 

In september 1902 bevond zich voor het begin van de verbouwing van Huis Noordeinde, in de ontbijtkamer, op een ezel geplaatst, het schilderij van Dommelshuizen 'Marineschip op het water in het Oosterdok te Amsterdam', waarop waarschijnlijk prins Hendrik staat afgebeeld. De koningin liet het doek na 1902 overbrengen naar de grote rode antichambre naast de (thans verdwenen) audiëntiekamer.

Uit een toespraak van de “voorzitter der feestcommissie ter herdenking van het 50-jarig bestaan van het Instituut voor de Marine, den gepensioneerden schout-bij-nacht W. A. Arriëns” tijdens het gouden feest van de Opleiding tot Zeeofficier te Willemsoord (de z.g. Oude Zeewerf in den Helder) het volgende, dat weergeeft hoe CC te werk is gegaan bij Onze Vloot en De landing bij Kwala Loë.

 

“Ik geloof van Uw aller instemming verzekerd te zijn, wanneer ik verklaar, dat het eene zeer gelukkige gedachte is geweest, dat aandenken te doen bestaan in eene voorstelling eener groote militaire actie van Zee- en Landmacht uit het begin der tweede expeditie tegen het voormalig rijk van Atjeh.
   Dat juist eene episode uit deze expeditie gekozen is, juich ik te meer toe, omdat zij naar ik meen de grootste is geweest die ooit van Java's kusten vertrok en nagenoeg de geheele in Indië aanwezige vloot eraan deelnam, eene expeditie toch, die gedurende eene lange reeks van roemrijke daden heeft aanleiding gegeven.
   Het geschenk stelt voor de landing der tweede brigade op dien gedenkwaardigen morgen van den 9den December 1873, nadat gedurende den nacht alle voorbereidende maatregelen waren genomen.
   Naar dit oogenblik was door al wat tot de expeditie behoorde reikhalzend uitgezien, daar het Expeditionnaire Corps reeds ongeveer 3 à 4 weken ter reede aanwezig was en de cholera dagelijks hare slachtoffers eischte.
   Aan de bekwame hand van den Marine-schilder C. DOMMELSHUIZEN heeft het mogen gelukken in den zeer korten tijd van 2 maanden eene juiste voorstelling dier landing op het doek te brengen, voor welker details hij de hulp heeft moeten inroepen van vele oud-officieren van Zee- en Landmacht en vele officieele bronnen heeft moeten raadplegen.”

          Marineblad 1 oct 1904

 

        

          Haarlem's Dagblad 8 september 1904

   

Zwart-wit foto van schilderij van C. Dommelshuizen, 1904. De landing van de tweede brigade bij Kwala Loë op de noordkust van Atjeh aan de Malakka passage op 9 dec 1873 door de zee- en landmacht in Ned. Oost-Indië, in een zwarte lijst met goudrandje. Het originele schilderij was ooit in het bezit van het KIM (zie onder) maar werd tijdens een expositie te Parijs in de jaren '30 door brand verwoest.
          Marineblad, 1 oct 1904

 

De Reuniefeesten, een ieder nog versch in 't geheugen, hebben ook op ooggetuigen niet-reunisten een diepen indruk gemaakt; vooral wat betreft de tocht met de oorlogsschepen in het gevolg van de Hooge Gasten aanboord Hr. Ms. „Hertog Hendrik". De Marine-schilder C. Dommelshuizen heeft den indruk dien hij behouden heeft van dien dag weergegeven in een drietal schilderijen, waarvan hij een ten geschenke gegeven heeft aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. Waar aan zijn doek „de landing bij Kwala Loë", het geschenk der Reunisten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine een waardige plaats gegeven is en deze schilderij ter rechterzijde van de vestibule de hoofdtrap siert, zoo werd aan het geschenk van den schilder, het souvenir der onvergetelijke reuniedagen, voorstellende Hr. Ms. „Hertog Hendrik" de haven verlatende (vanaf de reede gezien) eene plaats verleend aan de hoofdtrap ter linkerzijde van de vestibule.
          Internet Archive Marineblad

 
Inline afbeelding 6        

Verslag van den Staat der Hooge,
Middelbare
en Lagere Scholen
in het Koninkrijk

1908

Chr. Dommelshuizen schilderde niet alleen maritieme tableaux, zijn productie was zeer veelzijdig. Andere aspecten van zijn kunstenaarschap worden belicht in het hoofdstuk Dommelshuizen / schilders zie deel III.

—    —    —    —    —    —    —    —    —    —    

                      Inline afbeelding 3

                                                      Coll. TK                                                                 Käthe 1914. Coll. WHP

Tot 1913 was Johan Wijsman (1872-1913) hoofdleraar piano bij de M.t.B.d.T., hij had eerder – 1906-08 – Cor Kint les gegeven. Ulfert Schults volgde hem op. Maar Käthe had les van Julius Röntgen. In Een handvol achtergrond schrijft Hella dat haar moeder vertrok "met afscheidsbloemen van de directeur van de Muziekschool en hartelijke briefjes van haar oud-leraren Bernard Zweers en Julius Röntgen". Die directeur wás Röntgen. Zweers gaf theorie.

De Toonkunstmuziekschool van Amsterdam stamt uit 1865, het Conservatorium uit 1884. Gedurende de 19de eeuw heeft de Afdeling Amsterdam van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van het muziekleven in de hoofdstad. Sinds 1829 had de Afdeling een zangvereniging (‘Toonkunst’) en exploiteerde sinds 1864 een Muziekschool. Sinds 1884 was zij belast met het oppertoezicht over het Amsterdamsch Conservatorium (1884). Deze instelling was de eerste in zijn soort in Nederland, en ontstond uit een aantal fusies. Naar aanleiding van een interview met Kes in De Telegraaf van 20 juni 1923, waarin deze zich zeer negatief over het Amsterdamsch Conservatorium had uitgelaten, heeft Röntgen Kes publiekelijk de les gelezen. Maar hoofdleraar en directeur Röntgen was en bleef een slecht docent die geen leerlingen van formaat afleverde. Zijn school schijnt diverse vakken niet onderwezen te hebben.

Op 21 nov. 1914, twee maanden na het overlijden van haar grootmoeder [Anna?] Katharina Elisabeth Weitzel in Frankfurt, vertrok Käthe ongeacht de Duitse duikboten – een paar weken terug was de Zweedse Andrea in de Noordzee getorpedeerd – met het stoomschip Vondel naar Ned.-Indië, waar ze op 4 jan. 1915 arriveerde. Haar weggaan uit Nederland kan in zekere mate gezien worden als ontsnapping aan het ouderlijk milieu, waarbij een onduidelijke relatie in Batavia die ze in Amsterdam had leren kennen, tegenover haar ouders als argument kon dienen. De relatie liep op niets uit. Haar moeder was sowieso tegen een huwelijk met een Indo. Die moeder, Seraphia Weitzel uit Frankfurt, die zich rond 1908 Helene Seraphia ging noemen, wordt door verschillende familieleden, aanvankelijk ook door Hella, niet in een gunstig daglicht gesteld, evenmin als haar (stief)vader Anne de Vries, maar toch kreeg Käthe concertkleding en een tropenbestendige concertvleugel mee op reis, of geld om er bij aankomst een te kopen, zodat ze in Batavia onmiddellijk kon beginnen met pianoleerlingen te werven, en, belangrijker, haar speeltechniek na zes weken op het schip gezeten te hebben kon herwinnen om audities te doen en een carrière op te bouwen.

  Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 3

                Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 29 april 1915

Käthe had snel succes. Haar zus Lily die eind 1912 met haar man Sander de Vroe als pasgetrouwd stel in Batavia was gaan wonen, waar hij als militair werkzaam was en zij muziekjournalistiek werk deed, zal de nodige massage hebben verricht en relaties aangeknoopt. Sander was in Indië geboren. Ze hebben Käthe na aankomst de nodige steun verleend. Helaas moest de Militaire Sociëteit Concordia in het BatNbl van 23 maart 1915 per advertentie melden "Mejuffrouw KäTHE DIEHM WINZENHöLER [sic] is door ongesteldheid verhinderd hedenavond hare medewerking aan het Symphonieconcert te verleenen." Maar op 27 april begeleidde ze in Buitenzorg (Bogor, 30 km bezuiden Batavia, hoger gelegen, dus koeler) de sopraan Lena Kruithof-van Diggelen. Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië schreef "Ten slotte een woord van lof aan Mej. Käthe Diehm Winsenhöler [sic], van Batavia, aan de vleugel. Haar begeleiding is uitstekend ; zij trad ook voor de eerste maal in Indië op, zij kan met voldoening op den concertavond terugzien.

Het NvddNI plaatste op 19 mei 1915 een recensie van het concert in Concordia te Batavia van dinsdag 18 mei, waarbij "mej. Käthe Diehm Winzenhoeler" als soliste optrad in Beethoven IV met het orkest van de Stafmuziek o.l.v. Nico Gerharz, en aan het klavier de begeleiding van de sopraan Lena Kruithof-van Diggelen verzorgde. 

Inline afbeelding 1

Het nieuws voor den dag voor N.I. 29 mei 1915

108e Symphonie-Concert Concordia.

 

De avond bracht twee noviteiten. Eerst een symphonie in D-dur van Mozart, waaraan het programma een zeer uitvoerige beschrijving wijdde. Die eer was ze als geheel niet waard ; daartoe verheft ze zich te weinig boven 't niveau van de lang vergeten massa-producties van den componist. Een dergelijke ontleding – maar dan liefst met een afdruk der hoofdthema's - is op haar plaats bij een werk van meer ingewikkelden bouw, dat bovendien een blijvenden, immer voortwerkenden indruk kan maken. Zoo is deze symphonie in 't geheel niet ; ik kan dan ook de bewondering van den steller der beschrijving niet deelen. Een uitzondering dient gemaakt te worden voor de finale ; werkelijk een prachtstukje. De vertolking was, op de gewone onzuiverheden in 't koper na, zeer bevredigend, hier en daar zelfs bijzonder goed. Trouwens, het orkest heeft zich den geheelen avond goed gehouden, zoo in zijne eigen nummers als in de verschillende begeleidingen.
   Tweede noviteit: twee schetsjes voor strijkorkest van onzen stadgenoot, den heer P. Sitzen. Als al zijne prestaties op muzikaal gebied zijn ook deze composities een kruising van muzikaliteit en gemis aan zelfcritiek ; de mogelijkheid van uitvoering wortelt in het heerschende systeem van "adoration mutuelle". Natuurlijk hadden de stukjes veel succes, en rustte het publiek niet vóór de componist zijn vriendelijk-dankbaar gezicht vertoond had.
   De twee solisten van den avond waren mej. Käthe Diehm Winzenhöler en mevr. Lena Kruithof van Diggelen. Liever zweeg ik over beide. Waartoe een oordeel neerschrijven, dat niet in allen deele gunstig is, als het publiek blijkbaar opgetogen was? Bovendien, de pianiste is eigenlijk aan de beoordeeling door een concert-criticus nog niet toe ;

 

de aanwijzingen van een strengen leermeester zullen meer er toe kunnen bijdragen om haar te overtuigen van de waarde van klaar, duidelijk, accuraat spel, en van de noodzaak van 't gehoorzamen aan de bedoelingen van den componist. 
Mevrouw Kruithof is heel wat rijper in ontwikkeling. de indruk van haar zang is zeer gemengd. Naast zeer mooie, gave, krachtige tonen, zijn andere die ruw en onverzorgd klinken, weer andere die als van een glasheldere maar ongeschoolde meisjesstem zijn ; verder een doorloopend mooi en gemakkelijk aansprekend mezza voce. De keuze van 't programma was niet gelukkig. Mendelssohn's Elias-aria ligt te hoog. De liederen na de pauze waren een wel wat al te bont mengelmoes. Is 't genegenheid voor een oudere studiegenoote geweest die de zangeres verleidde het uiterst onbeduidende "Cupidootje" van Dina Appeldoorn op 't program te zetten? Beter was een tweede lied van Zweers op zijne plaats geweest. Deze bijzonder mooie liederen waarin het stil beschouwende karakter van Boutens' poëzie zoo buitengewoon goed is weergegeven, verdienen veel meer gekend en gezongen te worden.
   Het was ongepermitteerd vol ; door de nog ongewone regeling der plaatsbespreking konden zij die een half uur voor den aanvang van het concert kwamen, al geen redelijke plaats meer krijgen. Het werd ook veel te laat : tot kwart over twaalf met plezier naar muziek te luisteren is héél moeilijk. Maar het publiek was enthousiast, en de bloemen waren als altijd heel mooi.

Dr. Z.  in  
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 19 mei 1915. 

— M u z i k a l e  K r o n i e k .

 
 

".... De sopraan [Lena Kruithof-van Diggelen] werd aan den vleugel met hart en ziel begeleid door mejuff. Diehm Winzenhöler, die, behalve études en 'n Rondo van Chopin, als hoofdnummer het 3e Concerto van Beethoven voor haar rekening had genomen. Dit jonge meisje speelde àl deze werken als . . . . . 'n jong meisje, d.w.z. liefelijk, duftig*) en poëtisch. Laat me er bijvoegen : eenvoudig.
   En dit alles nam dadelijk voor haar in. In de stukken van den Poolschen bard wilde ze niet plus Chopin que Chopin doen, en in het werk van den koning der symphonieën trachtte zij niet aanstellerig-diepzinnig en herculisch te zijn. Het staat vast, dat ze door haar toetsenspel uitsluitend en vooral de poëzie van die onderscheiden composities naar voren heeft gebracht.
  Maar het blijft een vraag, of Beethoven niet massiever en gespierder bovendien, en of Chopin niet met meer morbidezza en schittering kan worden gespeeld. [...] De pianiste werd tot een toegift genoopt, ik meende : een dans van Schubert".

  Aldus Hans van de Wall in BatNbl 19 mei 1915. — *) Met 'duftig' zal fijntjes, licht, luchtig bedoeld zijn.
 


                 Inline afbeelding 1                  Inline afbeelding 2

       Willem Hendrik Haasse (*1889), naar zijn kleding te oordelen nog in Holland, dus voor 1911. Coll. WHP

Willem Haasse (W3) begon zijn beroepsleven als employé bij het Rotterdams Waterleidingbedrijf, waar eerder zijn grootvader gewerkt had. Al snel hield hij het daar voor gezien en vond een baan bij de Amerikaansche Petroleum Maatschappij. In de hoedanigheid vertrok hij naar Batavia waar hij op 11 nov. 1911 aankwam. daar wist hij een aanstelling te bemachtigen bij de gouvernementsbedrijven in de financiële sector, in lijn met zijn voorvaderen die belastingontvanger of financieel inspecteur waren in de streek tussen Utrecht en Rotterdam.
    Käthe speelde Beethoven III op 18 mei."Hij zat op die 18de mei in de zaal en was op slag 'verkocht", zo luidt de 'officiële' versie van HSH. Andere verhalen laat ik buiten beschouwing.
  Op 1 juni speelde Käthe met hetzelfde orkest het pianoconcert van Grieg in de Stadsschouwburg. Ze kreeg een goede recensie, die ik helaas niet terug kan vinden. Maar ik kan citeren uit Een handvol achtergrond : "Ze had in dat witte tulen kleedje met breede volants veel van 'n aristocratisch jong meisje uit den tijd van Chopin en De Musset. Ik zeg dit om mijn verbazing te meer te doen uitkomen, dat deze tengere muziekfee zoo'n physieke kracht heeft kunnen ontwikkelen als vereischt wordt in het Concerto van den Noorschen bard [...]. Zij speelde [...] met een ongeloofelijk brio, daarbij met de bekoorlijkste elegance die zich denken laat, terwijl de rotsvaste zekerheid van haar geheugen en aanslag verbluffend werkte", aldus Victor Ido (ps. v. Hans van de Wall) over de "kleine fijne frêle blonde dame". Na dat concert kreeg Haasse van een suppoost toestemming om achter het podium Käthe met haar spel te complimenteren.

 Inline afbeelding 1   Coll. WHP

Engelse vertaling door Wim (W4) van het originele certificaat dat in Perth in huize Haasse bewaard wordt.
Het houdt in dat Helena S. Weitzel op 20 dec 1915 haar toestemming voor het huwelijk van haar dochter Käthe gaf.

Inline afbeelding 1       Aankondiging van ondertrouw

          Coll. fam. De Vries nr 9231-2.1.13-48-50, Stadsarchief Amsterdam

Op 2 maart 1916 trouwden Willem en Käthe. Willem woonde aan de Sawohlaan 5, Käthe aan de Salembalaan 1. "Wegens familieomstandigheden geen receptie" staat op de kennisgeving van ondertrouw van 8 febr. d.a.v. Wat voor omstandigheden? Onbekend, maar veel mogelijkheden zijn er niet. Een sterfgeval in de familie was er niet. Wel kan een rol gespeeld hebben dat Käthe bij de G.G. van N.I. een request had ingediend te mogen trouwen zonder dat zij een bewijs van toestemming van haar ouders kon overleggen. Het verzoek werd een week voor de huwelijksdatum ingewilligd. Tot 1970 hadden Nederlandse trouwlustigen tot hun 30ste jaar altijd toestemming van hun ouders nodig om te kunnen trouwen, ook in de overzeese gebiedsdelen. Käthe was 22 en Wim was 27.



N.V. Charls & van Es en Co, Ned. Indië Batavia. Coll. WHP

Een van de verlovingsfoto's van Willem en Käthe uit 1915.

Afstammingslijn Haasse

Volgt in grote lijn de gegevens die Wim (W4) verzameld had. *geboren, ✕ getrouwd, ✕✕ hertrouwd, † overleden.

W1    1816   W.H.   Haasse 1816 – 1899 Wilm, Willem *Nieuwkoop †Rotterdam
W2    1860   W.H.J.   Haasse 1860 – 1935 Willem *Rotterdam †Baarn
W3    1889   W.H.   Haasse 1889 – 1955 Willem *Rotterdam †Baarn
W4    1921   W.H.J.   Haasse 1921 – 2008 Wim / Willem / Will *Rotterdam †Bussington
W5    1948   W.H.   Haasse 1948 Willem / Will *Den Helder  
W   1974   R.W.   Haasse 1974 Ryan William *Geraldton  
W7    2009   W.A.   Haasse 2009 Willem Alexander *Subiaco  

    Coll. WHP

Op dit velletje heeft W1 (Willem Hendrik *1816) zijn in Römersberg (in Ned. vermoedelijk verstaan als Remersberg) geboren, naar Holland geëmigreerde Duitse voorvaderen vastgelegd.

  Vaders Ouders zijn geweest
  Johan Coenraad Haasse
  en Anna Maria Storck.
    Kinderen uit dit Huwelijk zijn
 Adam Haasse.
 Johannes Haasse.
 Anna Catharina Haasse.
 en Eva Haasse. —
 allen geboren te Remersberg
 of Roemersberg
 
 W. H. Haasse


I.  Johann Haasse (*1665-1719) Römersberg, Schwalm-Eder-Kreis, had twee zonen:
- 1) Hans Curth (*... – ... )
- 2) Johannes (*1699-1766) Singlis.

II.  Johannes Haasse (1699) ✕ 29 mei 1724 Anna Martha Kayser (ged. 9 oct. 1698). Uit dat huwelijk :
- 1) Johann Heinrich (ged. 25 aug. 1726)
- 2) Anna Catharina (ged. 1 febr. 1730 Singlis)
- 3) Johann Conrad (ged. 20 dec. 1733 Singlis, † bij krijgshandelingen)
- 4) Johannes (ged. 7 febr. 1738 Singlis)

III.  Johann Conrad Haasse (ged. 20 dec 1733 Singlis) ✕ 20 oct 1765 Anna Maria Storck (ged. 30 dec. 1731 Römersberg – † 30 dec. 1790 Römersberg). Voor en uit dit huwelijk :
- 1) Georg Adam (ged. 29 mrt 1758)
- 2) Johann(es) (*1765 Römersberg)
- 3) Anna Catharina (ged. 20 apr 1768)
- 4) Anna Eva (ged. 4 juli 1772)

IV.  Johann Haasse (*1765 Römersberg) ✕ 9 nov. 1795 in Harmelen bij Utrecht met Anna Elizabeth Smit († ...) en ✕✕ op 6 mei 1804 in de Oude Kerk te Amsterdam met Maria Elisabeth Fischer (ged. 3 nov. 1773 Amsterdam – † 1851 te Harmelen). Johannes † Nieuwkoop 14 jan 1845, op 79-jarige leeftijd.

Uit zijn eerste huwelijk (met Anna Elisabeth Schmidt. Deze Anna was ook afkomstig uit Römersberg) :
-1) George Nicolaas *9 dec 1797 te Leiden.


Dopen NH Hooglandsche Kerk, deel 256, periode 1796-1803 / Erfgoed Leiden en Omstreken.

Uit zijn tweede huwelijk (met Maria Elisabeth Fischer) :

- 1) Johannes Haasse *13 febr. 1805 te Amsterdam (dood ter wereld gekomen) begraven op het Karthuizer kerkhof te Amsterdam.

- 2) Johannes Christiaan Haasse (*31 oct. 1806 Amsterdam – † 26 april 1879 Harmelen) 1806, winkelier te Harmelen (1841), ontvanger te Harmelen en Veldhuizen (1879), † Harmelen 26 april 1879, ✕ Nieuwkoop 27 april 1831 Maria Machtilda Swillens, *Nieuwkoop 10 mei 1800, † Harmelen 18 aug. 1879, dr van Joannes Swillens, notaris en burgemeester van Nieuwkoop, en Gesina Vulling.

WHP schrijft “I have a Silver round, I think it is an ink well and paper clip holder that was given to J.C. Haasse and has the time 1850-1875. The description is as follows : HET GEMEENTE BESTUUR van HARMELEN aan den HEER J. C. HAASSE ~~~~ WEGENS GETROUWE AMBTSVERVULLING ALS GEMEENTE ONTVANGER 4 NOVEMBER 1850–1875. Due to the date I feel it is the one (JC Haasse 1806-1879 ) that married Maria Machtilda Swillens in 1831. My family probably ended up with this as JC Haasse had no male living relatives and his Daughter Gesina never married”.

 Coll. WHP

Uit dit huwelijk:
1a. Johannes Arnoldus Haasse, *Harmelen 29 okt. 1832, † Harmelen 14 nov. 1832.
2a. Gesina Johanna Haasse, *Harmelen 7 okt. 1833, † Harmelen 17 juli 1834.
3a. Gesina Maria Johanna Haasse, *Harmelen 26 april 1836, † Harmelen 5 maart 1880.
4a. Joannes Lucius Henricus Haasse, *Harmelen 10 maart 1838, † Harmelen 19 mei 1838.
5a. Joannes Lucius Henricus Haasse, *Harmelen 5 april 1840, † Harmelen 18 april 1840.
6a. Levenloze dochter, *Harmelen 3 jan. 1844.
7a. Johannes Franciscus Haasse, *Harmelen 17 aug. 1845, † Harmelen 20 juni 1846.

- 3) Willem Karel Haasse *A'dam 25 jan 1809, gedoopt 1 febr, begraven 9 juli 1809 op Karthuizer kerkhof A'dam.

        


Den 1. Februarij: Ds. Lagers.

Willem Karel.

(Geb: 25 Jan:)

Vad: Johannes Haasse

Moed: Maria Eliz Fischer

Get: Johanna Maria Peetsz

Archief van de Burgerlijke Stand : doop-, trouw- en begraafboeken van Amsterdam (retroacta van de Burgerlijke Stand), Doopregister: NL-SAA-23550200, Stadsarchief Amsterdam.

- 4) Maria Elisabeth Haasse (in sommige geboorteaktes te Nieuwveen Haze gespeld), *A'dam 4 mei 1810, bapt 13 mei 1810, † Nieuwveen 23 dec 1865, dienstbode (1834), ✕ Nieuwveen 13 mei 1834 Arie Jacob van Wijngaarden, molenaar, *Nieuwveen 28 juli 1810, gedoopt 5 aug. 1810, † Zevenhoven 5 dec 1882, zoon van Goris van Wijngaarden en Antje de Jager.

Uit dit huwelijk:
1a. Anna van Wijngaarden, *Nieuwveen 17 febr. 1835, † 's-Gravenhage 18 juli 1906, ✕ 1e Zevenhoven 12 mei 1854 Wilhelmus Meijer, *Zevenhoven 1809, zoon van Dirk Meijer en Baaltje van Pijlen; ✕✕ 2e Zevenhoven 25 jan. 1877 Frederik Meijer, *1829, broer van haar eerste echtgenoot; ✕✕✕ 3e Zevenhoven 15 jan. 1880 Jan Slingerland, *Zevenhoven 1820, zoon van Jan Ariez Slingerland en Anna van Leeuwen.
2a. Johannes van Wijngaarden *Nieuwveen 11 sept 1836, † Bodegraven 22 jan 1911 ✕ Henrietta Gerardina van der Zwaard 13 mei 1866.
3a. Maria Elisabeth van Wijngaarden, *Nieuwveen 10 mrt 1838, † Rotterdam 4 feb 1912, ✕ Frans Heemskerk 15 mei 1873.
4a. Catharina van Wijngaarden, *Nieuwveen 28 maart 1839, † 21 aug 1922 te Nieuwveen ✕ 1 oct 1869 Theunis Zekveld (*1844 - † 1922) te Nieuwveen.
5a. Wilhelmina van Wijngaarden, *Nieuwveen 14 juni 1840, † Nieuwveen 22 sept 1918 ✕ Nieuwveen 7 mei 1868 Johannes van der Breggen, *Nieuwveen 1836, zoon van Gerrit van der Breggen en Trijntje Splinter.
6a. Alida van Wijngaarden,*Nieuwveen 24 juli 1841, † 6 maart 1842.
7a. Goris van Wijngaarden, *Nieuwveen 17 sept. 1842, † Mijdrecht 21 jan. 1890, ✕ Nieuwveen 16 juli 1868 Jacoba Wilhelmina Schaap, *Nieuwveen 19 dec 1847 (dr van Aart Kornelis Schaap en Femmetje Koldendijk), † Mijdrecht 27 april 1928.
8a. Johanna Maria van Wijngaarden, *Nieuwveen 7 okt. 1843, † 14 juli 1849.
9a. Neeltje van Wijngaarden, *Nieuwveen 8 dec. 1844, † 24 dec 1844.
10a. Arie Jacob van Wijngaarden, *Nieuwveen 15 jan. 1846, † 15 juli 1849.
11a. Willem van Wijngaarden *Nieuwveen 1848, † Zuidlaren 9 sept 1919 ✕ Grietje Kaasbergen (*1850).

12a. Lambertus van Wijngaarden *Nieuwveen 4 apr 1849, † Nieuwveen 14 mrt 1872.
13a. Arie Jacob van Wijngaarden *Nieuwveen 8 dec 1851, † Katwijk 1 sept 1919.
14a. Neeltje van Wijngaarden *Nieuwveen 23 sept 1854, † Nieuwveen 18 oct 1854.

- 5) Wilm Hendrik (Willem Hendrik) Haasse *29 juli 1816 Nieuwkoop – † 11 dec. 1899 Rotterdam.

Inline afbeelding 5   Inline afbeelding 2
                     W1, W2 en W3    Coll WHP                        Geertruij Korpershoek


V.  Wilm Hendrik (Willem Hendrik) Haasse, (W1) *Nieuwkoop 29 juli 1816, klerk, later deurwaarder te Nieuwkoop 1845-en Rotterdam (1855-) (1880), † Rotterdam 11 dec. 1899, ✕ 1e Zaltbommel 11 juli 1840 Neeltje van Eijk (Eyken, IJke), *Zaltbommel 12 aug. 1810, naaister, † Rotterdam 11 maart 1855, dr van Lucas van Eijken, schipper, en Hendrika Kralen; ✕✕ 2e Rotterdam 30 dec. 1857 Geertruij Korpershoek, *Rotterdam 16 april 1815, † Rotterdam 6 okt. 1898, dr van Sijmon Korpershoek en Kaatje Zijdenburg, en weduwe van Gerhard Hendrik Schupper. Ze bracht negen kinderen mee. Zie de stamboomlijn Schupper-Korpershoek hieronder.

Uit het eerste huwelijk (van Wilm met Neeltje van Eijken):
-   1)    Johannes Haasse, *Nieuwkoop juni 1841, † Rotterdam 10 maart 1860.
- 2)  Hendrika Haasse,*Nieuwkoop 1842, † Rotterdam 1 nov. 1899, ✕ Utrecht 27 juni 1877 Karel Grimmelikhuijsen, *Utrecht 16 okt. 1853, † Rotterdam 20 juli 1892, zoon van Geertruida Grimmelikhuijsen.

Haar kinderen:
1a. Hendrika Haasse, later Grimmelikhuijsen, *Zwijndrecht 15 jan. 1871, † Utrecht 12 mei 1881.
2a. Theodora Geertruida Haasse, *Utrecht 1 sept. 1875, † Utrecht 28 sept. 1875.
3a. Willem Hendrik Karel Grimmelikhuijsen, *Utrecht 28 juli 1877, † Utrecht 11 okt. 1877.
4a. Geertruida Grimmelikhuijsen, *Utrecht 3 dec. 1878 - † 23-02-1953 te Rotterdam ✕ Rotterdam 5 nov. 1903 Adriaan Kroesbeek, *Kralingen 1882, zoon van Dirk Jacobus Kroesbeek en Aletta Blok.
5a. Karel Grimmelikhuijsen, *Utrecht 4 sept. 1881.
6a. Wilhelmina Hendrika Grimmelikhuijsen, *Rotterdam 30 sept. 1882, † Rotterdam 27 nov. 1885.
7a. Karel Grimmelikhuijsen, *Rotterdam 28 maart 1886, ✕ Rotterdam 29 mei 1912 Johanna Mostert, *Hillegersberg 1889, dr van Klaas Mostert en Hendrina Vente.

- 3) Maria Elizabeth Haasse, *Nieuwkoop 13 jan. 1844, † Nieuwkoop 6 maart 1846.
- 4) Lucas Haasse, *Nieuwkoop 10 jan. 1846, † Nieuwkoop 14 mei 1847.
- 5) Maria Elizabeth Haasse, *Nieuwkoop 21 nov. 1847, winkelbediende te Breda 1872-1874, woont in Leiden 28 mei 1907-1914, van 1914-1921 in 's-Gravenhage, † Leiden 1 jan. 1935, ✕ Rotterdam 17 febr. 1875 Alphonsius Josephus Henrikus Mouwen, *Breda 8 jan. 1851, winkelier in de Ridderstraat A425 te Breda -1881, zonder beroep te Teteringen 1881-, † Teteringen 12 aug. 1905, zoon van Cornelis Mouwen en Maria Agatha Keijn. Het adres vanaf 28 maart 1882 in Teteringen was wijk F, huis nr. 235, later 102.
Charles Louis Armand Berlioz, *Rouen 22 febr. 1873, muziekleraar, heeft van 16 sept. 1891 tot 20 dec. 1899 als ‘commensaal’ bij voornoemd echtpaar Mouwen-Haasse in huis gewoond.

Uit het huwelijk van A. Mouwen en Maria El. Haasse (vader en kinderen RK, moeder NH) :
1a. Cornelis Willem Alphons Mouwen, *Breda 8 nov. 1875, rk, van 28 april 1891 tot 16 maart 1893 in huis bij zijn oom Willem Hendrik Johannes Haasse (W2), spoorwegambtenaar te Oldenzaal (1911), ✕ Uitgeest 23 sept. 1900 Guurtje de Roo, *Uitgeest 1876, dr van Jacob de Roo, bakker, en Hillegonda Smit.
2a. Maria Neeltje Geertruida Mouwen, *Breda 21 april 1877, † Breda 29 maart 1878.
3a. Maria Elisabeth Geertruida Mouwen, *Breda 22 juni 1878, 17 febr. 1899 naar Leiden.
4a. Willem Alphonse Marie Mouwen, *Breda 4 juni 1880, † Teteringen 20 febr. 1895.
5a. Louisa Agatha Geertruida Mouwen, *Breda 13 sept. 1881, 20 april 1906 naar Meerenberg, Bloemendaal, filiaalhoudster te 's-Gravenhage 1906-1936, 1936 naar Soest, 4 maart 1938 uit Hilversum naar Antwerpen.
6a. Marinus Alphonsus Ignatius Antonius Mouwen, *Teteringen 28 mei 1883, broodbakker te Leiden 19 jan. 1901-1912, te 's-Gravenhage, 1921-1925 in Rotterdam, filiaalhouder Carels te 's-Gravenhage, 6 jan. 1927-1934 in Rotterdam, daarna kok grote vaart, ✕ Adriana Roest, *Zwammerdam 8 april 1880.
7a. Alphonse Marie Mouwen, *Teteringen 22 aug. 1884, machinist, 23 okt. 1907 naar Leiden.
8a. Cornelia Louisa Carolina Mouwen, *Teteringen 15 mei 1886, winkeljuffrouw, ✕ 's-Gravenhage 25 jan. 1911 Gommarus Johannes Antonius Beens, *Breda 30 nov. 1886, winkelbediende, slager te ’s-Gravenhage 1909-, te Breda 1919-, zoon van Jacobus Franciscus Beens, vleeschhouwer, en Antonia Allegonda de Greef.

        — Uit dit huwelijk [van 8a Cornelia L. C. Mouwen] vijf kinderen, hier niet genoemd.
9a. Gerardus Hendrik Louis Mouwen, *Teteringen 17 okt. 1887, † Teteringen 29 jan. 1887.
10a. Johanna Geertruida Hendrika Mouwen, *Teteringen 15 jan. 1889, † Teteringen 14 juli 1889.
11a. Geertrui Louise Mouwen, *Teteringen 10 nov. 1890, onderwijzeres, 20 juli 1906 naar Leiden, † Leiden 5 aug. 1947.

- 6) Neeltje Haasse, *Nieuwkoop [1850], † Tiel 22 mei 1898, ✕ Rotterdam 25 juli 1883 David Floris Etienne de Wette, den Haag 12 juli 1850, † Apeldoorn 25 jan. 1928, zoon van Desiré de Wette en Catharina Wilhelmina Alida Mair.
David hertrouwde 28 dec. 1899 te Tiel met Neeltje Cornelia Reek, *Hoorn, † 13 sept. 1921 te Apeldoorn.

Uit dit huwelijk:
1a. Geertruida de Wette (*Tiel 9 nov 1888), ✕ Apeldoorn 31 juli 1913 Johan Tieleman Hiensch (*1882), koopman, zoon van Hendrik Tieleman Hiensch, koopman, en Johanna Hillegonda Maria de Boer.
2a. David Floris Etienne de Wette (*1887), brievenbesteller, † Utrecht 19 nov. 1916, ✕ te Rheden 18 juni 1914 Jacomine van der Graaf, dr van Simon van der Graaf, koopman, en Maria Catharina Hillebron.*)
3a. Willem Hendrik de Wette (*10 febr. 1886 – † 1954, NH, onderwijzer), ✕ te Apeldoorn 20 juli 1915 Kornelia Boogerd, *10 juli 1882, dochter van Leendert Boogerd en Kornelia Hocke.
4a. Levenloze dochter *8 okt. 1884 te Tiel.

*) 2a David Floris Etienne de Wette senior (pettenmaker) huwde Neeltje Haasse op 25 juli 1883 te Rotterdam. Zij kregen 3 kinderen. Moeder Neeltje stierf op 23 mei 1898. Vader David Floris Etienne sr zorgde niet of niet goed voor zijn kinderen, in elk geval werden die onder de voogdij van W2 (en zijn vrouw Cor Fr. Braak) gesteld. De Wette sr stierf op 25 jan 1928 te Apeldoorn.

De kinderen de Wette waar W2 en oma Cor in 1900 de voogdij over kregen, waren :
- Willem Hendrik de Wette *Tiel 10 feb 1886, trouwde 20 juli 1915 in Apeldoorn, stierf 19 juli 1954 te Bussum
-
David Floris Etienne de Wette *Tiel 26 sept 1887, trouwde 18 juni 1914 in Rheden, stierf 19 nov 1916 te Utrecht (was brievenbesteller)
-
Geertrui de Wette *Tiel 9 nov 1888, verder (nog) geen info

- 7) Wilhelmina Hendrika Haasse, *Woubrugge 27 febr. 1852, dienstbode te Breda 1871-1879, woonde bij haar zuster Maria Elisabeth Haasse in Teteringen vanaf 22 okt. 1904, † Teteringen 13 juli 1905.
- 8) Jacoba Adriana Haasse, *Rotterdam 11 maart 1855, † Rotterdam 2 april 1855.
Neeltje van Eijken stierf in het kraambed, op 11 maart 1855. Zij schonk het leven aan Jacoba Adriana. Het meisje overleed 2 april 1855, 22 dagen later. W1 heeft zijn vrouw en jongste dochtertje kort na elkaar moeten begraven.

Uit het tweede huwelijk van Wilm Haasse (met Geertruij Korpershoek):
- 1) Willem Hendrik Johannes Haasse (* Rotterdam 4 april 1860, † Baarn 3 jan. 1935).

VI. Willem Hendrik Johannes Haasse (W2) *Rotterdam 4 april 1860, "onderwijzer bij de gemeente" [Rotterdam, later hoofd], † Baarn 3 jan. 1935, ✕ Rotterdam 19 april 1883 Cornelia Francisca Braak, *Rotterdam 29 dec. 1861, naaister, later "onderwijzeres maatknippen", † Baarn 26 dec. 1948, dr van Cornelis Franciscus Kapteijn en Neeltje Braak. Kinderen : Geertruida 27 mrt 1884, Nellij 27 juni 1885, gehuwd 15 mei 1913, Willem Hendrik *19 mei 1889, gehuwd 1915.
     Inwonend Hendrik Braak, behuwdbroeder [zwager], *8 april 1867, "gepensioneerd". Allen NH.
    Tevens inwonend Cornelis Willem Alphons Mouwen, RC, neef, *Breda 8 nov. 1875. Aldus de gezinskaart  BS Rotterdam.

   

Willem Hendrik Johannes Haasse en zijn echtgenote Cornelia Francisca Braak (Oma Cor). Coll. WHP

Wim Haasse (W4) schrijft in Haasse Family History 1665 - 1976 (pag 19 e.v.) het volgende:
“The amounts of money received by Cornelia Francisca, must have been quite substantial because the salary which Willem Hendrik Johannes received as a teacher, good as it was for those days, would on his own not have been sufficient to keep them in the lifestyle they enjoyed. The extra income must have certainly contributed to their ability to eventually purchase the lovely three story country home on a few acres of ground, in the township of Baarn, to which they retired in later years. On top of this, the couple became guardians and looked after five of their nieces and nephews after the parents of those children had died and took care of their education.
    On the 26th of October, 1898, Geertrui senior [*1815] died. Her death was followed on the 11th of December 1899 by that of Willem Hendrik senior [W1
*1816] [Beiden overleden te Rotterdam].
    On the 10th of January, 1900, Willem Hendrik Johannes [*1860] was appointed guardian over Geertruida and Karel Grimmelikhuizen, children of Hendrik Grimmelikhuizen. He died on the 18th of July, 1893. His wife Hendrika Haasse died on the 1st of November 1899. On the 18th of June 1900, Willem Hendrik Johannes also became guardian of Willem Hendrik de Wette, David Floris Etienne de Wette and Geertrui de Wette, children of the late David Floris Etienne de Wette senior and his wife Neeltje Haasse, who died on the 23rd of May, 1898. Gerhard Hendrik Schupper had carried out the function of guardian since May 1898, but had passed away on the 27th of March 1899. This resulted in the need to appoint a new guardian over the children”.

Het jaar 1922

In 1922 bezat of pachtte Gerrit van Sillevoldt jachtgronden en een hondenkennel in het buitengebied van Baarn. Zelf woonde hij er niet. Maar met de verhuizing van W2 en 'Oma Cor' op 13 mei 1922 van Rotterdam naar Baarn, Spoorstraat 2, kort daarop naar Parkstraat 6, kwam een langzame intocht van Haasses in Baarn op gang. Op 4 april 1920 had W2 zijn ontslag als onderwijzer in Rotterdam gekregen. Hij ging met pensioen en verliet Rotterdam dat hij al verhuizende goed had leren kennen. W. H. Haasse (W3) met gezin, 4 pp, vertrok met de Patria van R'dam naar Java 8 april 1922 en arriveerde daar ca. 15 mei 1922. Zijn vader W. H. J. Haasse vertrok met echtgenote in hetzelfde jaar naar Baarn. Zou er verband tussen deze gebeurtenissen bestaan?

    
1. Parallelle tak. Gerrit Gzn geboren 2 aug. 1869. Registratiecode VFADNL122396-blad 11, CBG
2. Hoflaan  zie hier

De Haasse's (W2 en oma Cor Braak) woonden rond zijn pensionering aan de Oude Dijk in Rotterdam (1916 - 1922) :

Op de achtergrond rechts de Hoflaankerk, Hoflaan 1, en nog verder links het woonhuis van Gerrit van Sillevoldt jr en Nelly Haasse. Deze uitvalsweg, na de Hoflaankerk 's Gravenweg genoemd, leidde naar Gouda.

Informatie Oude Dijk

Dit is het Rotterdam dat de Haasses verlieten. Per 31 maart 1922.

De drukke havenplaats werd verruild voor een prachtige landelijke gemeente met zowel bos en hei als weidegronden. Maar of dat de echte reden voor de verhuizing was, is niet bekend. Waarom verlieten W2 en oma Cor alle familie en vrienden in Rotterdam om in een hun onbekend dorp in het Eemland opnieuw te beginnen? Pas in 1935 kwamen Gerrit en Nelly - en Corrie - in Baarn wonen. Wim (in zijn Family History) geeft aan dat Gerrit en Nel in Baarn gingen wonen, bij oma Cor, na het overlijden van W2. Nel ging voor haar moeder naar Baarn.

Op de Rotterdamse BS-kaart van WH3 staat genoteerd "gek. v. Amsterdam / bev. v. afschrift 25/7 1919" en "wegens vertrek naar N.O.I. schrijven naar Baarn, Spoorstraat 2 (ouders), 29 april 1922."

                      De Soester 12 aug 1922

 
 
     Parkstraat 6, Baarn, vóór 1940. Coll. WHP Het huis is ca. 1978 afgebroken.


Uit dit huwelijk:
- 1) Geertrui (Truusje) Haasse, *Rotterdam 27 maart 1884, † Rotterdam 3 juli 1888.
- 2) Nelly Haasse, *Rotterdam 27 juni 1885, † Baarn 21 sept. 1952, ✕ R'dam 15 mei 1913 Gerrit van Sillevoldt, *Kralingen 21 febr. 1866, † Baarn 30 juli 1950, zoon van Gerardus van Sillevoldt en Christina Been. Zij verhuisden 6 febr. 1936 naar Baarn.
     — Uit dit huwelijk: Cornelia Christina van Sillevoldt, *Rotterdam 11 febr. 1915 - † 12 april 1997 Worthing, ✕ Bryan Alphonsus Cosgrove (*1 oct. 1908 Belfast – † 11 dec. 1956 Ipoh, Malaysia).
- 3) Willem Hendrik Haasse W3 (*Rotterdam 19 mei 1889 -† Baarn 1 nov. 1955).

Inline afbeelding 1     

Rotterdamsch nieuwsblad 10 juli 1888

Dochter Geertrui (Truus) werd in 1884 geboren en stierf in 1888.

 

 

 

W. H. J. Haasse *1860 W2

Coll. WHP


Om een idee te geven, toen W2 in 1900 als voogd over deze kinderen werd aangesteld hadden ze deze leeftijden :
- Geertruida 22 jaar
- Karel 14 jaar
- Willem Hendrik 14 jaar
- David Floris Etienne 13 jaar
- Geertruida 12 jaar
Zijn eigen kinderen waren toen 15 (Nellij) en 11 jaar (W3). Of al die kinderen in Rotterdam in zijn huis waren ondergebracht betwijfel ik.

VII.  Willem Hendrik Haasse (1889 – 1955, W3) ✕ 2 maart 1916 Catharina Diehm Winzenhöler *Frankfurt am Main 5 juni 1893 - † Soest 24 jan. 1983.

Uit dit huwelijk:
- 1) Hélène Serafina Haasse (*Batavia 2 febr. 1918 – † Amsterdam 29 sept. 2011) ✕ 18 febr 1944 Jan van Lelyveld (*1918 - † 2008)
- 2) Willem Hendrik Johannes Haasse (W4) *Rotterdam 1921 - † Busselton 2008

VIII.  Willem Hendrik Johannes Haasse (1921 - 2008, W4) ✕ 3 aug 1943 Ethel May Annear (*1918 - † 2006)

uit dit huwelijk:
- 1) Helen Elizabeth Haasse *15 juli 1944 Perth ✕ 16 mei 1964 Douglas Mc Arthur Scott (*20 aug. 1942 Bunbury WA).

Uit dit huwelijk:
Natalie Elizabeth Scott (*25 april 1966 Bunbury)
Craig Douglas (*11 maart 1968 Bunbury)
Renee Andrea (*2 sept. 1971 Bunbury).

- 2) Ingrid Haasse *22 juni 1947 Jakarta (Batavia) ✕ 10 sept. 1967 Perth met Howard Max Pascoe (*24 mrt 1946 Perth, † 2003 te Mandurah WA).

Uit dit huwelijk:
1a. Jason Morris Pascoe, *22 april 1970 Bunbury WA, ✕ Busselton 20 juni 1998 Angela Whitehead (*31 dec. 1974, Whangarie, New Zealand).
          — Uit dit huwelijk:
          1b. Robert Frederick Pascoe (1999)
          2b. Isaac Max Pascoe (2004)
          3b. Michael William Pascoe, *13 aug. 2006, Subiaco.
2a. Katrice (* 11 dec. 1973, Bunbury).

- 3) Willem Hendrik Haasse *1948 (W5)

IX. Willem Hendrik (Will) Haasse *23 juni 1948 Den Helder, Nederland, ✕ 22 juli 1972 Beverley Ann Guile (*17 mei 1953 Bunbury WA).

Uit dit huwelijk:
- 1) Adam John Haasse (*12 dec. 1972 Subiaco, Perth WA)

Adam John Haasse en April Kirby (*1974) hebben samen een dochter Alexia Anastasia Kirby-Haasse (*21 nov. 1995, Subiaco, Perth WA).

- 2) Ryan William Haasse (*6 dec. 1974 Geraldton WA)(W6)
- 3) Paul Andrew Haasse (*24 aug. 1976 Geraldton), ✕ 9 dec. 2006 Kirstie Jane Torpy (*23 dec. 1980, Perth).

Uit dit huwelijk
Willem Alexander Haasse (*3 aug. 2009, Subiaco) (W7)
Christian Neil Haasse (*2 febr. 2012, Subiaco)

(Het laatste gedeelte (Australië) staat al uitvoeriger bij WIM)

—————

    

                                                          Registratiecode VFADNL 042482-blad 1 / CBG

W1 Willem Hendrik Haasse (*19 juli 1816 te Nieuwkoop) huwde in 1838 te Zaltbommel Neeltje van Eijken (*5 aug. 1810 Zaltbommel – †11 maart 1855 Rotterdam). Willem Hendrik hertrouwde 30 dec. 1857 te Rotterdam met Geertruij Korpershoek (*17 april 1815 Hillegersberg bij Rotterdam – †26 oct. 1898 Rotterdam). Hij stierf 11 dec. 1899 te Rotterdam.

Hun zoon W2 Willem Hendrik Johannes Haasse werd op 4 april 1860 te Rotterdam geboren en stierf 3 jan. 1935 te Baarn. Hella heeft hem en zijn vrouw ('oma Cor'), die 87 jaar oud werd, nog gekend. Cornelia Francisca Braak werd op 2 sept. 1861 in Rotterdam geboren, trouwde met W. H. J. Haasse op 19 april 1883 te Rotterdam en overleed op 26 dec. 1948 te Baarn.

W3 Willem Hendrik Haasse is geboren 19 mei 1889 te Rotterdam als zoon van Willem Hendrik Haasse (*4 april 1860 Rotterdam – † 3 jan. 1935 Baarn), onderwijzer, en Cornelia Francisca Braak (*2 sept. 1861 Rotterdam - † 26 dec. 1948 Baarn).

                         

Cornelia Francisca Braak, 1878 Fotograaf François Hermans, Hang 69, Rotterdam, gevestigd sinds 1857.
Foto gemaakt t.g.v. haar 17e verjaardag, 2 sept. 1878. Coll. WHP



          BS Overlijden Archief 1005, reg nr 123, aktenr 11, registratiedatum 1935, Erfgoed Leiden en Omstreken

Wij lezen hier dat Gerrit Hendriks, 39 j oud, incasseerder, wonend te Leiden, op 4 jan. 1935 bij de BS van Leiden verklaarde dat op 1 jan. 1935 overleden is Maria Elizabeth Haasse, zonder beroep, 87 jaar oud, *Nieuwkoop, wonend te Leiden, [...] dochter van Willem Hendrik Haasse en Neeltje van Eijken. Twee dagen vóór haar broer in Baarn. Het belang van zo'n documentje ligt daarin, dat het de foutieve gegevens op het vervuilde internet en in gedrukte 'wetenschappelijke' publicaties buiten spel zet. Waar Hella en haar vader over Neeltje 'van Eyken' spreken, ziet men hier en elders in deze tak meestal 'van Eijken' geschreven.
  In de Nederlandse genealogie zou men niet met het begrip 'juiste spelling' (tenzij met voorzichtigheid na 1950), maar met begrippen als 'meest / minst voorkomende spelling', 'groepsspelling', 'tijdgebonden spelling', 'plaatselijke spelling' en 'geïmporteerde spelling' moeten werken. Rond 1900 werden vele maar niet alle ij door y vervangen in een proces dat tientallen jaren duurde.
  Als je ziet dat in Gens Nostra 67 (2012) een voorouder in de stamboom Haasse Lethmader / Litmates genoemd wordt en begrijpt dat de auteurs geen oud Duits schrift kunnen lezen, kan, mede gezien de overige blunders in dat artikel, het nut van zo'n tijdschrift twijfelachtig genoemd worden. Zelfs 19e eeuws Nederlands schrift lezen is sommige zich noemende genealogen te machtig : op hun staten wordt Haasse Haasje genoemd (Haasʃe). Ook met bekende sites als Genealogie Online blijft het uitkijken, want wanneer als geboortejaar van Hella Haasse 1916 opgegeven wordt laat zich de rest wel raden. Alleen foto's, fotocopieën, facsimile's en scans zijn in beginsel te vertrouwen. Wie overigens meent dat zo'n pietluttig verschil y-ij toch niets uitmaakt, heeft geen genealogische antenne, gaat naar van Eyken op zoek, en loopt kans van Eijken en IJke (jawel) te missen.

[Gedrukt uittreksel] 3. Neeltje van Eijken, *5 aug. 1810, gedoopt 12 aug. 1810, te Zaltbommel.
Zij trouwde op 11 juli 1840 met Willem Hendrik Haasse, klerk te Zaltbommel. Vermeld werd, dat Neeltje de dochter was van Lucas van Eijken, schipper, en Hendrika Kralen, beide wonende te Zaltbommel. — Gedeelte Huwelijksacte:
"Gehoord de Bruid welke ons verklaard heeft, dat haar ten volle bekend is, dat de Vader genaamd is Lucas Van Eijken en laatst genoemde dezelfde persoon is, en wel onder den naam vermeld bij de doop-acte onder de naam Lucas Van Eijk".
Neeltje is in 1855 te Rotterdam overleden: Overledene Neeltje van Eijken, 44 jaar en 7 mnd.
Vader Lucas van Eijken, Moeder Hendrika Kralen, weduwe/weduwnaar Willem Hendrik Haasse.
Plaats Rotterdam. Datum overlijden 11 mrt 1855.
Bronverwijzing Stadsarchief Rotterdam1855b015v.

Een generatie terug : Wilm Hendrik Haasse (W1 *29 juli 1816 te Nieuwkoop, - †11 dec. 1899 te Rotterdam), klerk, deurwaarder der directe belastingen, en Geertruij Korpershoek (*16 april 1815 te Rotterdam, †26 oct. 1898 te Rotterdam). Wilm was een zoon van Johannes Haasse (*±1766 in (Reimersberg ?) Römersberg in het toenmalige graafschap Hessen-Kassel omgeving Frankfurt, †14 jan. 1845 in Nieuwkoop) en Maria Elisabeth Smit. Willem Hendrik Haasse (W1) trouwde voor de eerste maal met Neeltje van Eijken, in Zaltbommel op 11 juli 1840, en in tweede echt als Wilm Hendrik Haasse met Geertruij Korpershoek. Vast staat de doop van George Nicolaas Haasse, *9 dec., op 10 december 1797 in de Hooglandsche Kerk te Leiden. Vader Johannes Haasse, moeder Anna Elisabeth Schmidt. Maar of het dezelfde Haasse en Smit/Schmidt zijn?

       

                Registratiecode VFADNL 042482-blad 1 / CBG

W. H. Haasse (W3 *R'dam 19 mei 1889) is op 2 maart 1916 gehuwd met Käthe Diehm Winzenhöler, en is – 66 jaar oud – overleden op 1 nov. 1955 te Baarn, en begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan aldaar. Op diverse genealogische sites en in een officieel document (volkstelling 1947) vindt men het geboortejaar 1889. Maar de website "Graven in het Eemland" en www.crime.nl geven 1888 op, vermoedelijk omdat op de grafzerk 1888 staat. Hella zei tegen Ischa Meijer "mijn vader is gestorven toen hij 67 was" en schreef eerder, in «Persoonsbewijs», "dat mijn grootvader in 1882 [moet zijn 1883] getrouwd is" met C. F. Braak, en dat uit dit huwelijk "Willem Hendrik (1888-1955)" [moet zijn 1889-1955) geboren werd. W. H. van Eemlandt (zijn pseudoniem) krijgt op internet beide geboortejaren toebedeeld, hoewel op de achterflap van zijn meeste boeken staat "Van Eemlandt werd in 1889 geboren in Rotterdam". Het Digitaal Hella Haasse Museum en "Ik maak kenbaar" zijn helaas niet scheutig met (anders gezegd vermijden zoveel mogelijk) het geven van namen, jaartallen en datums. Maar het archief van de B.S. in Rotterdam, naar de geboorteaangifte van Willem Hendrik Haasse gevraagd, geeft op :

Geboorteakte Akte nr. 2660
Naam Datum   Rol Plaats
Willem Hendrik Haasse 19-05-1889 Geboorte Kind Rotterdam
Vader Willem Hendrik Johannes Haasse Moeder Cornelia Francisca Braak

De overlijdensakte BS Baarn, Aktenummer 179 vermeldt : Aangiftedatum: 03-11-1955. Overledene Willem Hendrik Haasse. Geslacht: M. Overlijdensdatum: 01-11-1955. Leeftijd: 66. - Nu volgt de geboorte-aangifte Stadsarchief Rotterdam.

          BS Geboorte, pag d049, registr datum 1889, aktenr 2660, Stadsarchief Rotterdam

1889. Er valt moeilijk te ontkomen aan de constatering dat op de grafzerk in Baarn en in Persoonsbewijs een onjuist geboortejaar staat.

Persoonsbewijs geeft 1860 als geboortejaar van Cornelia Francisca Braak. Maar het grafregister van de begraafplaats Wijkamplaan te Baarn en de BS van Rotterdam vermelden 1861.
Ook geeft Persoonsbewijs foutievelijk 19 april 1860 als geboortedatum van W. H. J. Haasse.

NB Oude schrijfwijzen met ʃ = s, zoals in Haasʃe en Visʃer, zijn vervangen door Haasse en Visser.

~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~.~

Tijdens de traditionele Guild Meeting van de Scotch Church in Rotterdam droeg een zekere W. Haasse op 22 juli 1909 in de zaal van het voormalig kerkgebouw Caledonia (=Schotland) het melodramatische Papa's Letter voor, "een gedicht van een onbekenden Amerikaanschen auteur". Daarbij "wist hij in zijn keurig Engelsch den juisten toon aan te slaan", waarmee hij de secretaris Rev. Jeffrey van de British and Foreign Union for Sailors inleidde. [Rott. Nbld, 23 juli 1909.] Als W.H.J. Haasse (W2) bedoeld wordt, deze onderwijzer beperkte zich inderdaad niet tot de uitoefening van zijn beroep, hij organiseerde ook toneeluitvoeringen en voordrachtsavonden voor de jeugd. Maar ik denk dat W2 te bekend was om "een zekere W. Haasse" genoemd te kunnen worden. Het gaat hier om Hella's vader W3 (1889), die al eerder in de prijzen gevallen was.

 

            Coll. WHP

Willem Hendrik Haasse, geboren in Nieuwkoop in 1816, trouwde voor de eerste maal met Neeltje van Eijken, in Zaltbommel op 11 juli 1840, en in tweede echt als Wilm Hendrik Haasse met Geertruij Korpershoek, Zijn zusje Maria Elisabeth Haasse trouwde in Nieuwveen 13 mei 1834 met Arie Jacob van Wijngaarden, zijn broer Johannes Haasse in Nieuwkoop op 27 april 1831 met Maria Machtilda Swillens. De geboorteplaats van zowel Maria Elisabeth als Johannes is Amsterdam.

Cornelia Francisca Braak, naaister, later onderwijzeres maatknippen, was een dochter van Neeltje Braak (*15 oct. 1832 te Alkemade, †11 dec. 1910 te Rotterdam). Neeltje heeft Cornelia op 28 maart 1883 als dochter erkend. Neeltje huwde op 10 nov. 1875 Cornelis Franciscus Kapteijn, *17 juni 1820 in Rotterdam, †8 juni 1884 te Rotterdam, 63 jaar oud. Het was Kapteijns tweede huwelijk. Neeltje was een dochter van Hendrik Braak (1796-1859, Arnhem, arbeider - ook zijn vader en grootvader, beide Hendrik geheten, waren in Arnhem woonachtig) en Cornelia van Egmond (1797-1860), beiden overleden in Alkemade.

Hella’s grootouders van vaderskant waren Willem Hendrik Johannes Haasse W2 (geboren 4 april 1860 te Rotterdam, overleden te Baarn 3 jan. 1935) en Cornelia Francisca Braak (2 sept. 1861 Rotterdam – 26 dec. 1948 Baarn). Ze traden op 19 april 1883 – niet 1882 («Persoonsbewijs») – te Rotterdam in het huwelijk. Ze rusten op de begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn in het familiegraf waarin later Hella's ouders begraven zijn.

 W. H. J. Haasse (1860-1935)

NB hier niet correct Winsen-Holer.

Registratiecode VFADNL
042482-blad 2, CBG

Foto Schotel jr Rotterdam.
Coll. WHP

C. F. Haasse-Braak

NB hier Winzenhöhler.
De advertentie zal dus door Hella opgegeven zijn.

Registratiecode VFADNL
013337-blad 16, CBG

Foto Schotel jr Rotterdam.
Coll. WHP

       ✼

Nelly van Sillevoldt-Haasse (1885 - 1952)

Nelly (Nellij, Nel) Haasse werd 27 juni 1885 in Rotterdam geboren en aldaar op 15 mei 1913 getrouwd met Gerrit van Sillevoldt Jr. *Kralingen 21 jan 1866 – †Baarn 30 juli 1950). Nel is op 21 sept. 1952 te Baarn overleden.

Hella was niet de enige schrijvende Haasse. Bijna vergeten zijn de boeken die haar tante Nel tussen 1930 en 1941 geschreven heeft. De politieromans van Hella's vader, Nelly's jongere broer, tussen 1953 en 1956 uitgegeven onder het pseudoniem W. H. van Eemlandt, verwierven grote bekendheid. Oma Cor hield een oorlogsdagboek bij, en Hella's broer Wim heeft veel over de de geschiedenis van zijn eigen familie en die van zijn vrouw geschreven (niet gepubliceerd, maar op deze website onder diverse buttons te vinden). Wim (W4) had, naar zeggen van zijn zoon, veel contact met Nelly, Corrie en Käthe's zuster Lily. Hij sprak regelmatig over ze. Hella was niet familieziek, maar had een zekere band met Nelly en haar dochter Corrie. Daarom is ook aan Corrie een hoofdstuk gewijd.

Inline afbeelding 6            Inline afbeelding 4

 1. Gerrit en Nelly in verschillende jaren. Gerrit was 19 jaar ouder.   2. Atelier Schotel, Rotterdam. Coll. WHP

Inline afbeelding 1              

Inline afbeelding 2

Een latere foto van Truusje.

1884 - 1888


1. Achterop de linker foto staat Moeder Haasse [oma Cor, C.F. Braak] met kleine Truusje. Foto H. J. van Dorp, Kipstraat 101, Rotterdam. Coll. WHP.   2.  I. Baer, Schiedamse Singel 55, Rotterdam. Coll. WHP

Inline afbeelding 1   De (zwart-wit) foto is door een fijnschilder gekleurd.  Coll. WHP

Geertrui is genoemd naar Geertruy Haasse, de vrouw van opa Haasse W1, die op 26 oct 1898 in Rotterdam in haar huis aan het Noordplein is overleden. Ook een foto van oma Hélène is op die manier in kleur gezet.

Nellij (Nelly, Nel, Haasse (27 juni 1885 Rotterdam – 21 sept. 1952 Baarn) en Geertrui (Truusje, 27 mrt 1884 Rotterdam – 3 juli 1888 Rotterdam) waren de zusters van Willem Hendrik Haasse W3 (1889-1955). Broers had hij niet. Nelly was dus de enige tante aan vaderszijde van Hella S. Haasse. Ze is op 27 juni 1885 geboren (op internet treft men ook 1886 aan – niets van aantrekken). In haar jonge jaren wordt haar naam nog wel als Nellij geschreven (BS akte R'dam nr. 1697). In akte 3079 wordt ze Nelly genoemd. Op 15 mei 1913 is ze met Gerrit van Sillevoldt (21 jan 1866 – 30 juli 1950) getrouwd.
    Van welke naam is Nel/Nelly de verkorte vorm? Er is ooit een Pieternella in de familie geweest, Pieternelletje Ariensdr Kroon (1754-1834), die met Jan Simonsz Korpershoek was getrouwd. Zij was een van de overgrootmoeders van Cornelia Franciska Braak, Nelly's moeder, die met W. H. J. Haasse
W2 getrouwd was. Zeker is in dit geval dat de naam Nelly van Cornelia komt – zie de woningkaart A'dam –, ze is naar haar moeder vernoemd. Oliver Cosgrove heeft onderzoek gedaan naar de voorvaderen van Corrie, die met zijn oom getrouwd was. Hij heeft een Gerrit van Sillevoldt *Kralingen 1786 - † 15 mei 1858 opgediept.
    De kleinschalige letterkundige productie van haar vader buiten beschouwing latend, was N. van Sillevoldt-Haasse de eerste schrijver in de familie die een flink oeuvre op haar naam heeft gebracht. Twaalf boeken en wat kleingoed tussen ca. 1930 en 1940. De dochters van HSH wisten daar niets van (!), totdat ik het aan Ellen van Lelyveld vertelde. Voorzover mij bekend bevonden zich in de nalatenschap van HSH geen boeken of artikelen van haar tante.
    Dieper de familie van HSH induikend treffen we Petronella Braak aan, *21 april 1890 in Rotterdam, op 15 april 1914 gehuwd met de acteur Cornelis Hendrik Dommershuizen,
*5 sept. 1880 in Utrecht, †26 oct. 1963 in A'dam, en overleden 13 sept. 1959 te Amsterdam.
Meer over de schilders en acteurs Dommers-/Dommelshuizen in deel IV.

 

Nelly in jaartallen tot haar huwelijk in 1913

1885 - op 27 juni wordt Nellij Haasse geboren. Het gezin Haasse woont Zwaanshals 183. Nelly's vader zou aan een bewaarschool in de Erasmusstraat verbonden zijn geweest. Misschien als invaller. In feite was hij onderwijzer L.O.
1900 - Noordplein 8.
1900 - Nelly verlaat de M.U.L.O. 2e kl. school nr 5, de meisjesschool aan de van der Werffstraat 25, na een escapade met overbuurjongen Henri Hoefsmit. Het gezin verhuist naar Saftlevenstraat 9. Nelly's vader is onderwijzer op de Tweede Tusschenschool (schoolnr. 5, 2e klas) in de Erasmusstraat, die loopt tussen de Tollensstraat en het Noordplein. Nadien heeft hij aan de school in de Gashouderstraat (Kralingen), en weer terug in de Erasmusstraat lesgegeven.

          Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Onderwijs, uit inventarisnr. 745.

1901 - 1 apr. Nelly als kwekeling op de M.U.L.O. 2e kl. schoolnr. 5, d.i. de meisjesschool aan de Van der Werffstraat 25.
1902 - Nelly krijgt een Engelse editie van de Bijbel, vermoedelijk van Rev. Brown. De opdracht op het schutblad is gedateerd ‘Christmas, 1902’.
1903 - Het gezin is naar Saftlevenstraat 11 verhuisd. De Van der Werffstraatschool is in de buurt van het Noordplein.
1904 - 18 mei akte G.L.O. gehaald. Het gezin woont nu Houttuin 79.
1906 - Op 7 jan wordt Nelly aangenomen als lid van de Schotse Kerk.
1906 - Op 2 maart examen nuttige handwerken in den Haag (Akten van bekwaamheid voor huis- en schoolonderwijs in de nuttige en fraaie handwerken voor meisjes 1885-1918, zie Nationaal Archief 2.04.09, inv.nr. 931). Het gezin woont in de Hoogstraat 173.
1906 - Kwekeling (nu als handwerkklerares) op de MULO 1e kl. (A) voor meisjes, Voorschoterlaan 77, Kralingen, naast het hofje 'Uit Liefde en Voorzorg'. Het gezin woont dan in de Hoogstraat nr 173. De Voorschoterlaan kruist de Oudedijk en komt uit op de Oostzeedijk waar de Kralingsche Katoenfabriek stond.
1906-1910 - hebben de Haasses in de Hoogstraat 178 (de R'damse Kalverstraat van weleer) gewoond.
1907 - maart. Voordracht benoeming als onderwijzeres door B&W.
1907 - 13 dec 1907 benoemd als onderwijzeres door de R'damsche gemeenteraad.
1908 - 1 jan onderwijzeres op de G.L.O. school nr. 26, 3e klas, Oranjeboomstraat 107 in Feijenoord. Studeert ondertussen voor akte muziek (zangonderwijs).
1910 - verhuisd naar Hoogstraat 176c.
1911-12-13 Rotterdamsch Adresboek noemt Nelly "onderwijzeres muziek". Het gezin woont Kortenaerstraat 8a. Inline afbeelding 1
1911 - 8 nov. Optreden met pianiste Anna de Groot bij concert van Symph. Ver. 'Mozart' o.l.v. Jac. Dorrenboom.
1913 - 15 mei trouwt Nelly met Gerrit van Sillevoldt *1866. Op 11 feb 1915 werd hun enige kind Corrie geboren.

G E R R I T   V A N   S I L L E V O L D T

We kijken nu eerst naar Nellys echtgenoot, Gerrit van Sillevoldt (21 jan 1866 – 30 juli 1950), die niet alleen bijna 20 jaar ouder was dan Nelly (*1885) maar wiens interesses ook nogal verschilden van die van zijn vrouw. Nelly zou volgens HSH een ander op het oog gehad hebben, maar haar ouders gaven de voorkeur aan Van Sillevoldt, waarom, is niet bekend. Hij was een van de kinderen van Gerrit v Sill sr en C. Been ontsproten :

1°  Angeniesje *24 mei 1859
2°  Elizabeth Henrietta *29 sept 1860, † 1863
3°  Jan *3 sept 1863, † 1864
4°  Jan *.... 1864 Henrietta Fredrika van Aken, hadden drie zonen : Gerardus Christiaan (*24 mrt 1895), Jan (*3 mrt 1901) en Hendrik Frederik (*30 oct. 1902)
5°  Gerrit *21 jan 1866, † 30 juli 1950
6°  Johannes Martinus *29 febr 1868, † 1932
7°  Elizabeth Henrietta *26 juni 1870, † 1967

        Geboorte Gerrit jr. NRC 23 jan 1866

Inline afbeelding 7

          Rotterdamsch Nieuwsblad 25 jan 1913

Inline afbeelding 1

          Rotterdamsch Nieuwsblad 13 feb 1915

Inline afbeelding 2

           Registratiecode VFADNL 122396-blad 9 / CBG 

     

Inline afbeelding 5

          De Maasbode 4 april 1911

Gerrit was misschien geen natuurvriend naar de maatstaven van nu, maar zijn wereld bestond uit fauna en flora, uit weide, bos en heide. Hij handelde in groot- en kleinvee, hield kippen, fokte honden, zag meer in een moestuin dan in een siertuin, en ging geregeld op jacht, alleen, of met vrienden van de schutterij op de Veluwe of in Drenthe.

De Vereeniging tot Bevordering van 's Lands Weerbaarheid

Deze vereniging ontstond toen in 1866 gevreesd werd dat Pruisen elk moment Nederland kon binnenvallen. De Rotterdamsche Afdeeling ervan werd op 7 sept. 1866 in Rotterdam opgericht door Abraham van Stolk onder het motto “Alles voor het vaderland.” Koninklijke goedkeuring werd verleend op 1 aug. 1867 en hernieuwd op 23 sept. 1898. Het doel van de vereniging was: vrijwillige oefening in het wapengebruik ter bevordering van ‘s lands weerbaarheid. Het archief van de landelijke Vereeniging is in 1940 in het toenmalige gemeentearchief van Utrecht ondergebracht.
In 1867 kwam daaruit voort het Korps Koninklijke Scherpschutters van Rotterdam. Zowel Willem III als zijn broer prins Hendrik kwamen in Rotterdam naar schietwedstrijden kijken. De straatnamen Schietbaanstraat en Schietbaanlaan houden de herinnering aan deze honderden jaren oude traditie levend. Een aantal leden uit het Korps richtte na een conflict in het bestuur op 26 oct 1883 de Scherpschutters Vereeniging "Rotterdam" op. Deze vereniging bestaat nog steeds. In 1948 aanvaardde Z.K.H. Prins Bernhard het beschermheerschap. Bij het 75-jarig bestaan in 1958 werd het predicaat "koninklijk" verleend. Sindsdien is de naam Koninklijke Scherpschutters-Vereniging "Rotterdam" (KSVR). in 1933 werd Jan van Sillevoldt, een broer van Gerrit jr, voorzitter van de scherpschuttersvereniging 'Rotterdam', benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

schutter49   schutterijspqr

1. Een Rotterdamse Schutter die aan de Tiendaagsche veldtocht heeft meegedaan. 2. Emblematisch aquarel van de schutterij van Rotterdam uit 1787. S.P.Q.R. betekent Senatus Populusque Roterodamus (de Raad en 't Volk van R.), welke woorden ook gegrift staan – als deel van een langere tekst – op de sokkel van het Erasmusbeeld uit 1622 op het Grote Kerkplein. – www.engelfriet.net.

Inline afbeelding 1

De oude Sociëteit van de Scherpschutters Vereeniging Rotterdam, 1900.
Stadsarchief R'dam, Inventarisnr 4029-PBK-348.

    

Er waren meer schietverenigingen in Rotterdam en Kralingen. Er bestond ook een Mobiele Schutterij Zuid-Holland. In de 19e eeuw stonden schutterijen ergens tussen leger en politie in, de laatsten betiteld als “de uitwendige en de inwendige orde.” Maar een vergelijking met de marechaussée gaat niet op en de werkelijkheid was veel gecompliceerder dan beschreven in het beknopte Mannetjesputters van Rotterdam (1979) van Herman Romer.

HSH schrijft in Zelfportret "Wij reisden [1922] op een klein passagiersschip, de Patria. [...] Er stond een piano op het dek. Van tijd tot tijd ging daar een van de passagiers zitten spelen. Een bepaalde wijs kwam telkens weer terug, werd meegezongen : [het refrein] Daar komen de schutters, daar komen ze an ... [de mannetjesputters van Rotterdam].

Nellys echtgenoot Gerrit (21 jan. 1866 Kralingen – 30 juli 1950 Baarn) met wie ze 15 mei 1913 in Rotterdam getrouwd was – hij was toen 47 jaar – was veehandelaar, keurmeester, bestuurslid van de Holl. Mij. van Landbouw, scherpschutter, hondenfokker, jager en wat niet al. Hij leverde jachthonden aan de aristocratie tot en met prins Bernhard. Wat Nel van de jacht als hobby vond, is in Grootmoeders Tooverdoos te lezen. Wim, W4, die 1924-1927 bij zijn grootouders in de Parkstraat in Baarn logeerde, schrijft in zijn Recollections "mijn oom, de man van mijn vaders zuster, bracht ons nu en dan een haas, patrijs of kwartel. Hij had een fraaie dubbelloops". Gerrit woonde in Rotterdam, bezat daar stukken land, maar had – vermoed ik – ook ergens in of bij Baarn een 'menagerie' zoals men dat toen wel noemde. Overigens, het oude gebouwtje van "Rotterdam" lag achter Gerrits huis, bij de schietbanen van de andere verenigingen een eindje het land in, bereikbaar via de Bermweg.

Inline afbeelding 1     

De oude Schutterssociëteit (1886)

Bron : SVR

De vlag in top herinnert aan de Weerbaarheidsverenigingen, waaruit de SV 'Rotterdam' is voortgekomen, om na vele fusies en verwikkelingen de meest vooraanstaande plaats tussen de scherpschuttersverenigingen van Nederland in te nemen - qua ballotage, qua inrichting (landmacht en marine trainen hier), en qua clubgeest (het sociëteitsgebeuren,
de saamhorigheid).


Het door de architect J. Verheul Dzn ontworpen schietcomplex aan de Bermweg in Kralingen werd op 13 mei 1886 geopend. De gemeente Rotterdam onteigende in verband met het 'Bosch- en parkplan' het schietbanencomplex aan de Bermweg, en het uitbreken van WO I leidde door het vorderen van geweren en later het niet meer beschikbaar zijn van munitie tot een scherpe daling van het ledental. Na WO I wist de vereniging zich langzaam weer op te werken. In 1926 nam het bestuur o.l.v. Jan van Sillevoldt het besluit vrouwen tot de schietoefeningen toe te laten, waardoor de gezelligheid in clubverband een gunstig werkende factor kon worden. Lid konden ze nog niet worden. Alleen 'dames van leden' (daar was Nelly er ook een van) mochten zich na betaling van contributie oefenen in het hanteren van de buks. Nelly zal van dit voorrecht geen gebruik hebben gemaakt.

Deel van kaart uit 1910. Stadsarchief Rotterdam.


De 25-bladige kaart van 1910 werd tot 1947 steeds bijgewerkt. Op deze druk staat het nieuwe gebouw uit 1925 (bovenste baan).

Inline afbeelding 1De Telegraaf 23 mei 1925


Inline afbeelding 1
Rotterdamsch Nwsbld 19 dec 1898

   

Inline afbeelding 1Het oorspronkelijke vignet uit de tijd van Gerrit v Sillevoldt.
Bron : SVR

Inline afbeelding 1
1894  1896  1897  1898
Adresboeken Stadsarchief Rotterdam

G. van Sillevoldt zal Gerardus Sr zijn, want Gerrit plaatste doorgaans Jr achter zijn naam. Senior zat dus samen met zijn zoon Jan in het bestuur van de scherpschuttersvereniging 'Rotterdam'. Er waren meerdere Van Sillevoldts die Gerrit of Jan heetten (om het makkelijk te maken). Maar dat het hier om Gerardus Sr en zijn zoon Jan gaat is aannemelijk.

Inline afbeelding 1

Jan van Sillevoldt

Voorzitter Scherpschutters-
vereniging ‘Rotterdam’
1919-1933

Bron : Sch.sch.ver. 'Rotterdam'.

     Inline afbeelding 6

      Inline afbeelding 1

     Persoonlijkheden in het Koninkrijk der      Nederlanden in woord en beeld, 1938.
     Huygens Instituut voor Nederlandse      Geschiedenis

Jan, broer van Gerrit jr. Scherpschutter, 1864-1945. Jan was procuratiehouder van de Kralingse Katoendrukkerij van zijn vader Gerardus. In 1931 hield de fabriek op te bestaan en in 1933 is Jan naar Ede verhuisd.

      Gerrit v Sill_ jr *1866
      ✕ Nelly Haasse 1914.
      Uitknipsel uit foto 1928.       Coll. WHP
Gerardus Ch. van Sillevoldt, *1895. Notaris, hobby-scherpschutter. Lid van de Commissie voor de inrichting van het krankzinnigengesticht Maasoord.
Voorzitter tennisclub.
Zoon van nevengenoemde Jan.

Inline afbeelding 9

M. H. van Sillevoldt is een nicht van G. Chr. namelijk Margaretha Henriette *1928. Zij is de dochter van Jan jr. *1901. De vrouw van G. Chr., Alida van Sillevoldt-Metz, was op 5 juni 1963 overleden.

  Inline afbeelding 1

                        KSVR                                                                 Reg. code VFADNL 122396-blad15 / CBG

Gerardus Christiaan, notaris, was een volle neef van Corrie, de dochter van Nel Haasse. Hij heeft veel functies bekleed. Kinderloos huwelijk. Woonde in Rotterdam.

                          

De nieuwe sociëteit (1925). Het gebouw, van de architecten de Ruyter en van der Graaf, moest van de gemeente in 1992 een paar honderd meter verplaatst worden. Dat werd jammer genoeg te duur. Bron KSVR.

Op de website van de (sinds 1958 Koninklijke) Scherpschutters-Vereniging (KSVR) "Rotterdam" staat te lezen :

Op 26 oktober 1883 richtte een aantal leden van het Korps Scherpschutters de Scherpschutters-Vereeniging "Rotterdam" op. Na vele jaren op diverse banen in Rotterdam en omgeving geschoten te hebben, konden op 23 mei 1925 de schietbaan met sociëteit op het huidige terrein, maar met de ingang aan de Kralingseweg 238, in gebruik worden genomen. Het verenigingsleven kwam tijdens de oorlogsperiode tot stilstand, maar werd daarna weer met hetzelfde enthousiasme voortgezet.


De Scherpschutters-Vereniging Rotterdam in 1925. Jan van Sillevoldt zit vooraan in het midden. Gerrit staat op de middelste rij, zesde van rechts, naast hem een dame met pothoed. Dat zou Nelly kunnen zijn. Foto t.g.v. de Opening Schietbaan Kralingen 1925. De stijl van het fraaie gebouwtje doet me aan Dudok denken. Raadhuis en Nassauschool Hilversum dateren uit dezelfde periode. Bron : KSVR.

 
            Het nieuwe vignet van de KSVR

    

Inline afbeelding 2

            Prijspenning SVR. Museum Rotterdam

Z.K.H. Prins Bernhard aanvaardde in 1948 het beschermheerschap van de vereniging. Bij het 75-jarig bestaan in 1958 werd het predicaat "koninklijk" verleend. Sindsdien is de naam Koninklijke Scherpschutters-Vereniging "Rotterdam" (KSVR).

Luchtfoto Schietbaan 1945. Stadsarchief Rotterdam.
De schietbaan twintig jaar later. Het moet de vereniging bijzonder moeilijk gevallen zijn de baan in 1945 na de oorlog weer in gebruik te nemen.

————————————————————————————————————————————

 

    ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬
    ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬
    ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬     ▬


 Zij rusten in vrede     

       

 

           Stadsarchief Rotterdam / Archief 170 Koninklijke Scherpschuttersvereniging Rotterdam inv. nr. 829

                                                     

           Inline afbeelding 7
                      Foto EK


Het houten kruis dat de verzetsstrijders gedenkt die in de laatste maanden van 1944 werden gefusilleerd op de schietbanen van de Scherpschuttersvereniging Rotterdam, wordt vervangen door een eenvoudige bronzen gedenkplaat.
   Op 21 september 1944, nu 25 jaar geleden, werden drie executies voltrokken. In de periode van 22 september tot en met 24 december werden er nog eens 35 mensen, bijna allen verzetsstrijders, zonder vorm van proces doodgeschoten.
   De Vereniging Voormalig Verzet Zuid-Holland zorgt voor de vervanging van het kruis door een gedenkplaat op de muur van het gebouw op de schietbaan. Zaterdag 20 september, om drie uur, zal men de gefusilleerden met een korte plechtigheid gedenken.

          Het Vrije Volk 10 sept 1969

     ——    ❀      ❀      ❀      ❀     ❀      ❀      ❀      ❀      ❀    ——

 

DE EERSTE VOORZITTER van de Scherpschuttersvereeniging Rotterdam was J. van Mens, 1883-1898. Hij werd opgevolgd door D. Boest Gips (1898-1904) de beste schutter van het team dat op de Olympische Zomerspelen van 1900 in Parijs op het onderdeel militair pistool de bronzen medaille won. Marcus Ravenswaaij leidde de SVR van 1904 tot 1919. Ook hij was een formidabele schutter die in Parijs op militair geweer twee vijfde plaatsen haalde, een met zijn team en een persoonlijk. Ravenswaaij was getrouwd met een nicht van Gerrit jr *1866 en Jan *1864 van Sillevoldt (Alida Cornelia, zij was een kleindochter van Cornelis Martinus van Sillevoldt, de rijstman). Jan van Sillevoldt volgde zijn zwager Marcus na diens overlijden in 1919 op. In 1933 vertrok Jan naar Ede (in 1931 was de katoenfabriek opgeheven) en beëindigde zijn voorzitterschap. Na hem wachtte B. Hanegraaff de moeilijke taak de SVR door de crisisjaren en de oorlog te leiden. In 1949 trad hij af.

In 1983 vierde de vereniging haar 100-jarig bestaan. Prins Bernhard zond bij die gelegenheid een telegram (deze gelukwens hangt in het verenigingsgebouw) :

soestdijk
 
voorzitter bestuur koninklijke scherpschuttersvereniging rotterdam
kralingseweg 238 rotterdam
 
de koninklijke scherpschuttersvereniging rotterdam kan terugkijken op een eeuw geschiedenis. van harte feliciteer ik u allen met deze gedenkwaardige viering en wens u een heel goede toekomst toe in verenigingsverband zowel als individueel.
 
hartelijke groeten
 
bernhard

Ook in het Gooi waren schietverenigingen actief. Baron Francois Eugène Van Heerdt, grootgrondbezitter, was van 1932 tot 1946 voorzitter van Schietvereniging Baarn & Omstreken. Een zwager van Gerrit van Sillevoldt, Lodewijk Karel Kesting (1866-1942), is lid geweest van 'Rotterdam' en zal na zijn verhuizing naar Zeist de vereniging van Gerrit wel gevonden hebben voor zijn hobby.

 

 

De opleiding van Nelly Haasse in het onderwijs en de muziek


          Adresboek der Gemeenten Rotterdam en Kralingen 1889

Nelly (*18) heeft op de (meisjes) M.U.L.O. Van der Werffstraat 25 Rotterdam gezeten. De school begon in 1881 als MULO en kreeg later ook een afdeling G.L.O. De school staat in de adresboeken vermeld als Jongejuffrouwenschool, bestemd als ze was voor meisjes uit de betere kringen. Nelly heeft die school op 28 febr 1900 verlaten, dus kort na het overlijden van haar opa (11 dec 1899).


Schoolgeld Nelly Haasse. Staten van ontvangen schoolgeld, per school, per leerling, 1897-1904, MULO van der Werffstraat.
           Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Financiën uit inventarisnr. 1354.


Nelly is in 1901, 1902 en 1903  als kwekeling teruggekomen naar haar oude school aan de Van der Werffstraat.
          Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Financiën uit inventarisnr. 1352.


          Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Financiën uit inventarisnr. 1353.
In 1908 staat Nellys naam als kwekeling op de G.L.O. Oranjeboomstraat, 3e klas. Ze gaf toen muziekles. In 1909 werd haar jaarwedde van ƒ500 naar ƒ600 verhoogd. Misschien niet genoeg om het ouderlijk huis te verlaten ?

   

 

tijd. kweek v GLO 3-76 tot Ulto Sept. '07
uitbet. 26 Oct. 07 weer terug als kweek.

 

Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie
Rotterdam afd. Financiën uit inventarisnr. 1353


 

Rotterdamsch Nieuwsblad 13 dec 1907 meldt dat Nelly op 13 dec 1907 is benoemd als onderwijzeres door de R'damsche Gemeenteraad. Bovenstaand knipsel komt uit de notulen van de Raadsvergadering op 13 dec 1907, Stadsarchief Rotterdam. Nelly heeft op de school Oranjeboomstraat (Feijenoord) les gegeven. Mogelijk heeft Nelly handwerkles gegeven want ze had het jaar daarvoor het examen Nuttige Handwerken gehaald.

Nelly was tijdelijk kwekeling aan GLO 3-76 tot ultimo sept 1907. Op 26 oct 1907 kreeg ze uitbetaald. Daarna kwam ze op de G.L.O. 3e klasse nr. 74 aan de Pootstraat in Oud-Crooswijk vlakbij Kralingen.
   Mw. van Sillevoldt-Vreede was vice-president van de Avond-Naaischolen voor meisjes boven de 12 jaar. Misschien heeft Nelly (18) op een van die scholen gezeten na het halen van haar akte G.L.O.  in 1904. Nelly kan zangles hebben gekregen van Mw. J. M. Hendrikse-Mik. Zij gaf zangles op het Muziek-Instituut waar ook Dorrenboom tot 1910 muziekonderwijzer was. Het instituut en Dorrenboom waren buren van Nelly.

In 1908 komt Nellys naam voor als muziekonderwijzeres in de lijst van onderwijzers van het Gewone Lager Onderwijs 3e klas (Oranjeboomstraat).


          Adresboek R'dam 1910


          Adresboek R'dam 1913


          Adresboek R'dam 1911 t/m 1915

Gezinskaart Van Sillevoldt-Haasse :

Inline afbeelding 1
     Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940, 851-435-0466623, Stadsarchief Rotterdam.

Inline afbeelding 1
        Voor- en achterkant van de kaart.
Inline afbeelding 2
Gerrit had wapens in huis, stond te boek als jager, alle mutaties dienden aan militaire zaken te worden doorgegeven.

Inline afbeelding 1
Gerrit kwam officieel 15 febr 1944 van Rotterdam naar Baarn.
          Stadsarchief Rotterdam.

Inline afbeelding 4
          Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1936 t/m, 1943, 1948

Inline afbeelding 1
          Telefoonboek Baarn 1940

Bij het citeren uit dergelijke dataverzamelingen is voorzichtigheid geboden. Zoals bij deze vermelding in het telefoonboek van 1940. W. H. J. Haasse was namelijk begin 1935 overleden. Hier wordt zijn weduwe bedoeld.


          Adresboek Rotterdam 1939

Sillevoldt, G. v.  //  z.b.  //  Oudedijk 163b had sinds 1935 ook een adres in Baarn, Krugerlaan 24. Zijn vrouw woonde daar permanent.

De dirigent van de Symphonie-Vereeniging Mozart, Jac. Dorrenboom, oorspronkelijk fagottist, was tevens dirigent van het muziekkorps van de schietvereniging Rotterdam ("Daar komme de schutters, daar komme se an'). Dorrenboom woonde 1907-1909 Eendrachtstraat 111 (om de hoek van Nellys huis, Kortenaerstraat 8a). In het adresboek staat hij als muziekonderwijzer genoemd bij het Muziekinstituut, Witte de Withstraat 86, ook om de hoek van de Kortenaerstraat, tot ca 1910. Dit instituut gaf muzieklessen waaronder solozang aan onderwijzers en onderwijzeressen.

      
           Algemeen Handelsblad 21 mei 1907                                     De Tijd 18 sept 1908

Het dpt Rotterdam der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen beheerde een zaal waarin concerten werden gegeven, o.a. door Het Symphonie / Harmonie Orkest (o.a. Muziekcorps Scherpschutters) o.l.v. van Jac. Dorrenboom. Bij het concert van de Symph.-Ver. Mozart o.l.v. Dorrenboom in 1911 in de Nutszaal gaf Nelly Haasse met Anna de Groot aan de piano aan de piano een muzikaal intermezzo ten beste, voorzover bekend het eerste belangrijke openbare optreden van Nelly Haasse als zangeres.
   Het is niet uitgesloten dat Nelly en Gerrit elkaar in die omgeving muziek, tuinderij (onder "het Nut" viel ook de Nutscommissie voor de Volkstuintjes) ontmoet hebben. Nelly's ouders zagen een huwelijk met de welgestelde van Sillevoldt wel zitten. Alleen koesterde Nelly niet zulke warme gevoelens voor de bijna 20 jaar oudere Gerrit. Niettemin is het er toch van gekomen. Gerrit was een bescheiden, ietwat in zichzelf gekeerde man, hij zat in de dierenhandel en fokkerij, noemde zich 'koopman', in het openbare leven hield hij zich meer op de achtergrond dan de andere Van Sillevoldts, en dat kan Nelly aangesproken hebben ondanks de schutterij die ze verfoeide.
   Maar vanaf 1914 (na zijn huwelijk met Nelly in 1913) is Gerrit te vinden in verschillende commissies, die hij jarenlang trouw bleef.

1926
Inline afbeelding 3

1928
Inline afbeelding 2
     Adresboeken R'dam 3023-70 t/m 3023-74

  

1926
Inline afbeelding 4

1930
Inline afbeelding 1
     Stadsarchief R'dam

In 1916 richtte "het Nut" (de Mij t N v h A) met medewerking van de Nederlandse Vereeniging voor Schoonheid in Opvoeding en Onderwijs de eerste leeszaal voor Jongens en Meisjes in, die beheerd werd door de Commissie van de Leeszaal voor Jongens en Meisjes. Het doel was om kinderen te leren lezen in rust, in een omgeving die hun concentratie bevorderde. De eerste zaal was gevestigd aan Oppert 81 maar vanwege de grote toeloop naar die ene jeugdleeszaal werden na een paar jaar successievelijk een zaal in het Kralingsch Volkshuis en een in de Oranjeboomstraat geopend.
   De meeste bezoekers (leeftijden tussen ca. 10 - 17) waren vooral jongens (die misschien niet meer schoolplichtig waren, half volwassenen, vrij van school maar nog niet bij wet gedwongen tot het volgen van herhalingsonderwijs). De ouders van meeste kinderen waren vooral handwerkslieden. In die leeszalen was vaak geschoolde hulp nodig om kinderen de weg te wijzen, of raad te geven in de keuze van leesboeken (meisjes hadden er meer moeite mee dan jongens).
Ook werden vertelavonden georganiseerd die vooral door jongens bezocht werden. Verder functioneerden de zalen als Uitleenbibliotheek. De winter vormde soms een probleem omdat sommige ouders hun kinderen dan niet toestonden om na schooltijd de zaal te bezoeken.
   Het is denkbaar dat Nelly in een van die zalen heeft geholpen als leider of vertelster. Misschien ook heeft zij verhalen en later boeken geschreven speciaal voor de jeugdige bezoekers van de leeszalen. Verschillende van haar verhalen en boeken spelen in Rotterdam : voor de kinderen makkelijker om zich in het verhaal te verplaatsen.



      Rotterdamsch Nieuwsblad 25 nov 1895

   

Inline afbeelding 2          
Het nieuws vd dag voor NI 27 juli 1928

Inline afbeelding 1
          
Rotterdamsch Nieuwsblad 11 maart 1942

Deze G. van Sill. is Gerrit jr,, de man van Nelly Haasse.

Inline afbeelding 1

Diner op 3 febr 1922 van de Koninklijke Nederlandse Vereeniging 'Avicultura' ter gelegenheid van de 10e tentoonstelling, georganiseerd door de Leidsche Pluimvee Vereeniging. Van links naar rechts: Jan Duym, Ernst Ostermann (zakenman), Jan Mantel, Dr H. E. Th. van Sillevoldt (directeur van het Rijkszuivelstation), M. J. Visser, J. Zaalberg, ?, de Jong (de eigenaar van de tentoonstellingskooien), rechts verdergaand ?, ?, C. S. Th. van Gink jurylid, Henk van der Horst, secretaris van de LPV, Willem van Gorkum (uitgever van Avicultura), H.W. Tieleman (Leids conservenfabrikant) en Cor van Sillevoldt van Amphora.
           Beeldbank Haags Gemeentearchief,  identificatienr 1.02092.

Inline afbeelding 1         

Inline afbeelding 7
          Rotterdamsch Nieuwsblad 21 maart 1899

 

 <  <      Gerrit van Sillevoldt
              Zou zijn hond de foto genomen               hebben?


             Coll. WHP

Inline afbeelding 1          

 

 Inline afbeelding 1
          De Telegraaf 2 febr 1926

   

Landelijk werd een oproep gedaan de hond Molly terug te vinden, een Airedale terriër.
Ook in de Gooi- en Eemlander is de oproep geplaatst.
          Soester Courant 29 jan 1926

      Nieuwe Rotterdamsche Courant 9 febr 1922             


Gerrit moet, zeker nadat hij in Baarn domicilie had gekozen, een goede bekende geweest zijn van Jhr. W. H. de Beaufort (1881-1976), die in de jaren '30 en '40 Nassaulaan 45 in Baarn woonde, vlakbij van Sillevoldt dus. De Beaufort was niet alleen jagermeester in buitengewone dienst van de koningin, maar zette zich bestuurlijk in voor de natuurbescherming (Natuurmonumenten, Vogelbescherming, Heidemaatschappij enz.) ; Kon. Jachtvereniging Nimrod en Kon. Ned. Jachtver. ; adviseerde Kröller (Hoge Veluwe) tot zijn benoeming in de Gedeputeerde Staten van Utrecht. in 1942 trok hij zich terug, om zich na de oorlog in 1951 weer beschikbaar te stellen voor het algemeen bestuur terrein- en wildbeheer, vooral op de Hoge Veluwe. Werd onderscheiden met de Zilveren Anjer van het PBF.
   Voor de oorlog was er al distributie. In Baarn waren levensmiddelen in juni 1940 op de bon. Maar het wild was over het hoofd gezien. Hazen, konijnen, fazanten, eenden – de poeliers en Gerrit konden een tijdlang goede zaken doen.

 

Z o   l a n g   a l s   d e   w e g   n a a r   K r a l i n g e n

Inline afbeelding 1
's Gravenhof in Kralingen, 's Gravenweg 168, gebouwd 1723, en recht daarnaast nr 170, waar Gerrit, Nel en Corrie tot 1935 (of '36?) gewoond hebben. De panden hebben een grote voortuin met oprijlaan en ophaalbrug. Boven de deur van het hogere loopbruggetje (de “kwakel”) naast de rijbrug stond NON PLUS ULTRA, op de drager van het brugdek vooraan het huisnummer 170. —
          Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Rijksmonument Nr. 32911. Wikifrits - 3-11-2007 | Licentie: PD (wiki).

 
          Foto LL

Inline afbeelding 1

          ’s-Gravenhof. De oprijlaan ligt hier nog aan de linkerkant voor de huizen. Collectie Uitgeverij Voet.

Onder de opbouw van de brug door is de voorkant te zien van Gerrits huis, dat van latere datum is (1885) dan het majestueuze hoofdgebouw van 1723. Het rechter nevengebouw is na de brand van 1870 uitgegroeid van magazijn tot villa. Vóór 1870 lag het kantoor en de overige gebouwen - voor opslag, bewerking enz. - achter de villa, waarin de Van Sillevoldts woonden en Gerrit vermoedelijk geboren is. 's Gravenhof staat op de Rijks Monumentenlijst. De weg van Gouda naar Kralingen was eens de langste bestrate weg van Nederland. Zie ook Nick Hunt, Walking the Woods and the Water (2014). Niet te verwarren met het gezegde 'zo oud als de weg naar Rome'.

Inline afbeelding 1

Katoendrukkerij van de Kralingsche Katoen Maatschappij aan de Oostmaaslaan, gezien uit het westen, 1911. Op de achtergrond de Oude Plantage. Een rookpluim verraadt de stoomlocomotief die over de Rijnlijn uit Utrecht komt.
          Beeldbank Stadsarchief Rotterdam nr 4100-XV-174.
Inline afbeelding 1
          Rotterdamsch Nieuwsblad 4 juli 1933

Inline afbeelding 1

Patroonlap met fabrieksstempel, tussen 1813 en 1831. De fabriek lag aan de „‘s Graaffwegh onder den Ambagte van Cralingen”, niet in Rotterdam, zoals het stempel wil doen geloven. Une annexion avant la lettre !
          Uit : De katoendrukkerij Non Plus Ultra" door Dr. E. Wiersum en J. van Sillevoldt.

Inline afbeelding 3
          Rotterdamsche Courant 23 april 1840

Inline afbeelding 1     

|
|
|
|

Catalogus
der Algemeene nationale
tentoonstelling
Haarlem 1861

|
|
|
|

Stofstalen Kralingsche Katoenmaatschappij van na de brand en verhuizing in 1870 :

1882 vierkante blauwe doek, bedrukt met doorlopende rand van bloemen en buta-motieven
Inline afbeelding 2

1902 katoen met dessin van Chinese mensfiguurtjes in verschillende tinten blauw
Inline afbeelding 5

1909 veelkleurig dessin van bloemen en vogels Inline afbeelding 10

1917 katoen met veelkleurig batikdessin met
bloemranken op lichtgeel fond  
Inline afbeelding 1

1929 door ornamenten gevormd ruitpatroon in rood Inline afbeelding 1

     Museum

 |
 |
 |  

1884 Sarong met afbeeldingen planten, dieren en ruiters
Inline afbeelding 4

1905 dessin van pauw en bloemranken in tinten groen
Inline afbeelding 8

1907 katoen met dessin in roze, blauw en groen van
eenppauwptussenpbloeiendepplanten Inline afbeelding 9

1922 veelkleurig dessin van fijne bloemrankenInline afbeelding 15

1928 veelkleurig dessin van sprookjesfiguren Inline afbeelding 12

1929pdeelivanieenisarongInline afbeelding 13

      Rotterdam

          

Tot 1870 was op het terrein van 's Gravenhof een katoendrukkerij gevestigd, waarvan sinds 1840 G. van Sillevoldt sr de eigenaar was (Gerardus, roepnaam wrs Gerrit, die ik voor de duidelijkheid toch Gerardus blijf noemen, de vader van Gerrit van Nel Haasse). De oude naam Non plus ultra werd veranderd in De Hollandsche Katoendrukkerij van G. van Sillevoldt, in 1857 veranderd in G. (Gerardus) van Sillevoldt & Zoon, in 1871 in Van Sillevoldt & Kesting. In 1870 werd de fabriek door brand volledig verwoest. Het huis van 's Gravenhof met aanbouwsels bleef bij de brand gespaard. De fabriek werd herbouwd bij de Maas aan de Oostzeedijk aan het eind van de Hoflaan, naast de rijstpellerij die zijn broer Cornelis Martinus er in 1856 gevestigd had. Het huis op 's Gravenweg nr 170 is in 1885 gebouwd. Het verving het lage kantoor/opslaggebouw.
Litt. Dr E. Wiersum en J. van Sillevoldt, De Katoendrukkerij Non Plus Ultra, 1921 (in RJB, artikel op internet). Mr. G. Chr. Kok, Rotterdamse juristen uit vijf eeuwen, 2009.
    De 's Gravenhof heeft tegenwoordig twee huisnummers, nr. 168 en 170. In de vroegere adresboeken tot ca. 1897-98 komt alleen 's Gravenweg 170 voor met de van Sillevoldts als de enige bewoners. Bij de annexering van Kralingen werd deze situatie rechtgetrokken.

           Bewoners van 's Gravenweg 170 na de annexatie :
- 1898 -1905 G. van Sillevoldt en J. M. van Sillevoldt (sigarenfabrikant).
- 1905 staat G. van Sillevoldt Jr (koopman) voor de eerste keer vermeld op 's Gravenweg 170 zowel als G. van Sillevoldt en J. M. van Sillevoldt (sigarenfabrikant).
- 1910 G. Van Sillevoldt is niet meer in het adresboek te vinden. Dit is de vader van Gerrit van Nelly Haasse, overleden in 1908.
- 1912 - 1939 woont Gerrit van Sillevoldt Jr (koopman) op 's Gravenweg 170.
- 1931 woonden Gerrit van Sillevoldt Jr en een G. van Sillevoldt op 's Gravenweg 170.
- 1939 staat G. van Sillevoldt Jr niet meer in het adresboek. Volgens zijn BS kaart woonde hij op Oudedijk 163b.

          Rotterdamsch nieuwsblad 17 maart 1908

Gerardus van Sillevoldt, katoendrukker, *3 april 1821
in Kralingen, † 12 maart 1908 in Kralingen, dat in
1895 bij de gemeente Rotterdam gevoegd was.



          Stadsarchief Rotterdam Nr. P007625.
Portret van Gerrit van Sillevoldt 
(1777-1873) , eigenaar katoendrukkerij "Non plus ultra", geschat op 1865-1870.

     

Gerrit van Sillevoldt, 26 dec. *1777 te Vreeland, †3 aug. 1873 in Kralingen, huwde Elisabeth Hendrietha / Hendrietta Furstner (aka Furst, Vurst), *1780, †4 aug. 1859 in Kralingen. Zij kregen acht kinderen, onder wie Johan Hermanus *1805, grootvader van de keramiekfabrikant, tekenaar en schilder Cornelis Martinus van Sillevoldt *1878.
Deze Gerrit uit Vreeland was als werkmeester / opzichter bij de katoendrukkerij Non Plus Ultra in dienst. Hij werkte zich omhoog en bereikte een zekere welstand waardoor hij (evenals zijn andere zoons) financieel kon bijdragen toen zijn jongste zoon Gerardus (*1821 - †1908), de vader van Gerrit *1866 (gehuwd met Nelly Haasse), de katoendrukkerij overnam.

De Van Sillevoldts vormden een invloedrijke familie in Kralingen. Hun grondbezit was aanzienlijk. Gerrits vader (Gerardus, *1821) was een van de notabelen. De Gerardus van Sillevoldtstraat, die de 's Gravenweg kruist, is naar hem vernoemd, en ook de van Sillevoldtlaan.

Een andere tak van de Kralingse familie begint bij C. M. van Sillevoldt, de rijstfabrikant. Even- goed nam hij aandelen in de katoendrukkerij van zijn familie.

De tweede zoon van Gerrit *1777 was Cornelis Martinus van Sillevoldt sr (1808 – 1888), getrouwd met Alida Cornelia Bartels (1811 – 1873). Cornelis was koekbakkersknecht, begon voor zichzelf, werd dus winkelier, ging ook koffie verkopen, wat uiteindelijk leidde tot een koffiebranderij en import van specerijen. Later grootfabrikant. Hij was de grondlegger van het Silvo rijstconcern. In 1856 nam hij de stap tot aanschaf en inrichting van een stoomrijstpellerij achter de Oostzeedijk in Kralingen. Naast hem streek in 1871 zijn broer Gerardus met de katoendrukkerij neer.
    Blijkens een akte uit 1871 zat C.M. ook in de katoendrukkerij. Cornelis Martinus van Sillevoldt, koopman, Gerardus van Sillevoldt, katoendrukker, en Johannes Fredrik Kesting, koopman, zijn een vennootschap aangegaan,

"ten doel hebbende de uitoefening eener Katoendrukkerij in de fabriek, tot heden toe bekend als de Rotterdamsche Katoendrukkerij. De vennootschap is gevestigd te Kralingen onder de firma VAN SILLEVOLDT & KESTING ".
Cornelis Martinus van Sillevoldt, koopman, en Johannes Martinus van Sillevoldt, rijstpelmolenaar, zijn op 1 juni 1877 een vennootschap aangegaan, gevestigd te Rotterdam onder de firma C. M. Van Sillevoldt, tot het uitoefenen van den HANDEL in Rijst en de daaraan verbonden Rijstpellerij, ter voortzetting van de door hen sedert eenige jaren gedreven zaken. De vennoot Cornelis Martinus van Sillevoldt heeft alleen de teekening der firma in alle zaken, de vennootschap betreffende, doch niet tot het opnemen of ter leen geven van gelden, het doen van aankoopen van- of speculeeren in publieke fondsen, het aangaan van borgtochten of dergelijke contracten. Wordende deze bekendmaking gedaan ingevolge art. 88 van het Wetboek van Koophandel.

D e   h u i s n u m m e r i n g   a a n   d e   's G r a v e n w e g

G. van Sillevoldt, fabrikant, woonde voor en in 1897 op 's-Gravenweg E 149 en in en na 1898 op 's Gravenweg 170.
Op 's Gravenweg E 149 woonde (sinds 28 febr 1895 in Rotterdam! daarvóór in Kralingen) Gerardus (zie zijn BS kaart hieronder), de vader van Gerrit *1866.
Op de BS-kaart is het huisnummer E 149, waar Gerrit met vrouw en kinderen woonde, in 1898 veranderd in 170.

Inline afbeelding 1
          Gezinskaarten Rotterdam periode 1880-1940, 851-435-0466621, Stadsarchief Rotterdam.
BS kaart Gerardus van Sillevoldt *1821.

G. v. Sillevoldt staat in de adresboeken vanaf 1888 ingeschreven op 's Gravenweg E 149, daarvoor in 1875 op Oostzeedijk 68, en 1869/1870 op de Boerenvischmarkt 7-30.

Inline afbeelding 1   Adresboek Rotterdam 1888  nr 3023-32 pag 88                             Adresboek Rotterdam 1899 nr 3023-43 pag 124
Stadsarchief Rotterdam                                                             Stadsarchief Rotterdam      

De 's Gravenweg sluit in het westen aan op de Oudedijk in Kralingen. De naam duidt er op dat deze weg of dijk door een van de Hollandse graven is aangelegd. Nadat Kralingen in 1895 door Rotterdam was geannexeerd, heeft het stadsbestuur de naam overgenomen. Ook de straten in de omgeving van de 's Gravenweg hebben hun naam behouden.
Het Kralingse adres van de Gravenhof was : 's Gravenweg E 149. Het Rotterdamse adres: 's-Gravenweg 168-170. Men schreef vroeger 's Gravenweg, nu 's-Gravenweg.


De schrijfster N. van Sillevoldt - Haasse

Gerrit en Nel hadden een dochter, Corrie (Cornelia Christina, *11 febr. 1915, aangifte BS Rotterdam 13 febr), die naar Nelly's moeder Cornelia F. Braak en Nelly's oma Neeltje Braak vernoemd werd, en met haar tweede voornaam naar Gerrits moeder, Christina Been. Corrie heeft een vriendschappelijke maar onduidelijke relatie met Hella gehad. WO II heeft hierin mogelijk een rol gespeeld. Aan Corrie is hieronder een apart hoofdstukje gewijd.

De Kralings-Rotterdamse van Sillevoldts vormden een welgestelde familie van makelaars, kooplieden en fabrikanten (Van Sillevoldt rijst!). Nelly Haasse had een mooie lage altstem, ze heeft bij kerkdiensten en concerten ("in de Fransche Kerk aan de Hoogstraat", "in de groote Doelezaal") in Rotterdam en omgeving gezongen. Het echtpaar was (vrijzinnig) hervormd, evenals Hella's vader.

Het Wonder begint verrasenderwijs met een wandeling over de 's Gravenweg. Verderop lees je "Je weet immers dat mijn moeder een Engelse is, en in Engeland werd grootgebracht ? Nel was natuurlijk lid van een kerkgenootschap daar, niet de Engelse, maar de zogenaamde Schotse Kerk, de Presbyteriaanse Gemeente. Toen zij als achttienjarig meisje haar belijdenis moest doen, droeg de predikant haar en haar mede-catechisanten op een brief te schrijven "aan een denkbeeldigen vriend, die moeilijkheden heette te hebben om werkelijk en innig te geloven."

     

Inline afbeelding 2
ZB, Krantenbank Zeeland,
Zeeuwsche Kerkbode 2 dec 1938
  —  een weekblad, gewijd aan de belangen der gereformeerde kerken.

Uitsnede uit de familiefoto van sept 1928 te Baarn. Nel, Corrie, Gerrit en oma Hélène rond de dinertafel t.g.v. het 12½-jarig huwelijksfeest van Willem en Käthe. Coll WHP

Nelly schreef op latere leeftijd onder haar schrijversnaam N. van Sillevoldt-Haasse boeken voor de jeugd en volwassenen, meestal met vrijzinnig-hervormde en pacifistische strekking. Ik heb er twaalf kunnen achterhalen. Hella's dochters wisten niet eens dat hun tante boeken had geschreven, zoals ik bij mijn kennismaking met Ellen van Lelyveld met enige verbazing moest constateren.

  • Door Dik en Dun (als feuilleton gepubliceerd in het weekblad Vrij en Blij jg. 14, 1930).
  • Grootmoeders tooverdoos (Kluitman 1932). Drie oplagen.
  • En een kind zal hen leiden... Een verhaal uit de laatste dagen van het stadhouderschap (z.j.). Littooij, Terneuzen, 1933. Als verschijningsdatum is mij ook 1926 opgegeven door een boekenkenner uit Terneuzen, op grond van de uiterlijke verschijningsvorm. Het zou dan om een eerste en tweede oplaag gaan.
  • De Taak (Uitg. Mij. E. J. Bosch Jbzn, Amsterdam, 1932). Een streekroman.
  • Uw wil geschiede (z.j., speelt in de crisistijd, Littooij ±1935 of wat later, ook andere jaartallen worden genoemd).
  • Het Wonder (Kemink 1935, 2e druk Kemink in band van J. G. Kesler).
  • Daar zij licht (Littooij 1937). Tot op heden geen exemplaar gevonden.
  • Sleutels (Broekhoff v/h Kemink 1938).
  • De schimmel van IV c (Kramers 1939/40). Twee oplagen.
  • Noodlanding (van Bottenburg 1940). Twee oplagen.
  • De rechte weg (van Bottenburg z.j. 1934 of eerder) Kerstuitgave 1940, geschenk van de christelijke weekillustratie Het Schouwvenster bij abonnement voor 1941.
  • Het geheim van moeders bijbel (van Bottenburg 1945). Twee drukken.

Dit laatste boek speelt in 1920, de epiloog in 1935. De eerste druk zou dus in 1935 uitgekomen kunnen zijn. Noodlanding staat nog geheel in de oude spelling. De laatste twee staan in nieuwe spelling, een enkele uitgangs -n en een verdwaald 'zoo' daargelaten. Tweede oplaag noem ik een herdruk zonder veranderingen, een tweede druk kent wijzigingen, zoals andere omslag of illustraties. — Tussendoor mag wel even opgemerkt worden dat bij uitgever van Bottenburg de eerste nummers van het verzetsblad Trouw gedrukt werden.

 

Hieronder een link naar Noodlanding.

Noodlanding



          Wereldkroniek 1932
/ KB

   


In de Wereldkroniek zijn tot nu twee verhalen van Nelly van Sillevoldt-Haasse aangetroffen :

23 dec 1932 Stille nacht, een modern kerstverhaal voor de jeugd. In dit verhaal komt een zekere 'Hella' voor.
4 maart 1933 Moeders Roode Rozen.

In augustus 1937 werd De rechte weg in Schouwvenster aangekondigd.
Verder stond dit boek op de 'Neem een boek mee op reis' lijst van juli 1938. Het werd in 1936-37) uitgegeven. Aanleiding om te zoeken in de latere jaargangen in het geval dat Daar zij licht (1937) op dezelfde manier aangekondigd werd.

Inline afbeelding 2
Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 104 no 46, 17 nov 1937

Inline afbeelding 3
Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 105 no 48, 30 nov 1938.Inline afbeelding 1
Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 106 no 49, 6 dec 1939



Het Schouwvenster : weekillustratie voor het christelijk huisgezin Kerstmis 1934 - jrg. 27 (1933/34) / Special Collections / VU-Bibliotheek, Amsterdam

   
Het Schouwvenster Kerstmis 1934 - jrg. 27 (1933/34) / Sp.l Coll. VU-Bibl Bibl. Ardam

Van Daar zij licht kon tot nog toe geen exemplaar achterhaald worden.

L I T T O O Y


      Archief van de Gereformeerde Kerken / Archief Terneuzen

Ds Arie Littooij (1834-1909) was geref. predikant in Middelburg. Hij kreeg 14 kinderen, waaronder Dingeman Hendrik Littooij (*1881) en Abraham Dingeman Littooij (*1872). Ds A. Littooij en Ds J. C. Sikkel (de vader van Hendrina Elisabeth 'Betsy' Gerbrandy-Sikkel) kenden elkaar. Ds A. Littooij had een broer David (*1848), boekhandelaar in den Haag. Deze David had een dochter Johanna Neeltje (*7 mei 1885) die kaarten stuurde aan de Jongejuffr. H. E. (Betsy) Sikkel (*1886) :

Inline afbeelding 1   Inline afbeelding 2

Inline afbeelding 2   Inline afbeelding 3
Uit deze briefkaarten van 1900 blijkt dat Johanna Littooij (*7 mei 1885) in 's Hage en Betsy (Hendrina) Sikkel (*26 feb 1886) in A'dam elkaar kenden, en bij uitbreiding dat de families Littooij en Sikkel elkaar kenden.
          Tresoar Leeuwarden / 1748 Archief mr. dr. Pieter Sjoerds Gerbrandy / inventarisnr. 31

Dingeman ('Dim') Hendrik Littooij  *Middelburg 18 juni 1881 - † Weesp 11 april 1967 ✕ Middelburg 22 juli 1904 Jacomina Adriana Pouwer  *Middelburg   5 febr 1880 - † Weesp 29 juli 1962
Uit dit huwelijk twee zonen, Arie en Izaak

Littooij (evenvaak Littooy geschreven) is in 1904 in Terneuzen een boekhandel/bibliotheek begonnen. Zijn familie was al voor 1900 in Middelburg in de boeken- en bladenbranche werkzaam. Dim zocht dus een andere plaats. Zijn zaak fungeerde lange tijd als sociaal contactpunt voor gereformeerden, bijv. als iemand iets zocht, een kamer, een baan, of iets te koop aanbood. Littooij was een A.R.-man met diverse functies in het chr. verenigingsleven. De godsdiensige grenzen waren scherp afgebakend. Gaandeweg kwam het zwaartepunt van het bedrijf op de drukkerij te liggen. Dingeman stierf in 1967 in Weesp, hij ligt bij zijn eerder overleden vrouw op de begraafplaats Landscroon begraven. Zoals zijn overlijdensadvertentie laat zien woonden zijn zoon Izaak Adriaan en schoondochter Nel Turkenburg óók in Weesp. Izaak (gemeentearchitect van Weesperkarspel en Muiden) woonde namelijk al sinds 1938 in Weesp. Het bedrijf Azn Littooij D.H. zat volgens het tel.boek 1950 nog in Terneuzen, maar D.H. zelf woonde toen met zijn vrouw blijkens de ovl.akte van zijn oudste zoon Arie († 5 aug '46) in 1946 in Bussum (Terneuzen is in de akte doorgehaald). Allebei (65jr/66jr) zonder beroep. Inderdaad, op 17 juni 1939 zijn ze naar Bussum, Wisentstraat 48 verhuisd. In 1956 was het echtpaar daar nog woonachtig blijkens de ovl.adv. van zwager J. L. Pouwer. Later zouden ze naar Weesp verhuisd zijn. D.H. is – veronderstel ik – met zijn vrouw, gezien hun gevorderde leeftijd, bij zoon Izaak in de buurt gaan wonen om bij optredende hulpbehoevendheid enige steun te vinden, waarop hij in Terneuzen om onbekende reden niet kon rekenen. Door oudere dorpelingen wordt achter de hand gezegd dat D. H. zich beter niet meer in Terneuzen kon vertonen. Het waarom is in nevelen gehuld. De andere zoon Arie Littooij (1905 – 1946) was boekhandelaar van beroep, en wel in Terneuzen, hij zal in het bedrijf van zijn vader geholpen hebben, wellicht compagnon geworden zijn. Arie heeft de zaak overgenomen. Hij was getrouwd met Jacomina Adriana Stouthamer (1907-1998).
    Na Arie's dood in 1946 runde zijn vrouw Jacomina de zaak. Hun enig kind, Jacomina (Miep) Adriana Littooij (*1932) trouwde met Maarten Pieter Meeusen (*Breskens, 1929). Zij zetten samen het bedrijf voort. Cees Bareman, als 14-15-jarige als hulpje van D. H. Littooij begonnen en al jaren chef drukkerij, die meer inkomsten genereerde dan de boekerij, nam het bedrijf in 1958 over onder de naam Drukkerij Bareman v/h Littooij. De afdelingen boek- en kantoorboekhandel alsmede de uitgeverij werden gehandhaafd. Ariël Meeusen, zoon van Maarten, is jarenlang eigenaar van 'Boekhandel Littooij' in de Vlooswijkstraat (Terneuzen) incluis de bibliotheek geweest. De drukkerij van Bareman is naar de Axelsestraat 156 verhuisd. Archieven van voor 1945 die bijv. correspondentie met Nel v Sill_ zouden kunnen bevatten zijn er niet. Er is een brand in de bibliotheek geweest.

 

H E N D R I N A   E L I S A B E T H   S I K K E L  (1886 - 1980)

Hendrina Elisabeth (bij haar tweede voornaam Betsy genoemd) Sikkel is geboren op 26 febr 1886 in Hijlaard, Baarderadeel (Friesland). Als kind werd ze ook Bastiaan genoemd door een kaartschrijvende tante G. Betsy sprak geen Fries. Haar vader kwam uit Utrecht, haar moeder uit Amsterdam. Ze trouwde 18 mei 1911 Pieter Sjoerds Gerbrandy *13 april 1885. Ze is op 4 mei 1980 in Apeldoorn overleden.
   Zij was een dochter van ds Joh. Corn. Sikkel (1855-1920) en Christine Odink (1856-1895). Sikkel begon in 1882 als predikant in Biezelinge op Zuid Beveland. Ook zijn zoon en diens collega Sietsma aanvaardden hun eerste beroep in Zeeland. In 1885 werd Sikkel in Hijlaard predikant. Zijn vrouw, Christine Odink, overleed in 1895 aan TBC. Vandaar dat vader J. C. en zoon C. J. Sikkel zitting namen in het bestuur van De Vereeniging tot Christelijk Hulpbetoon aan T.B.C. lijders. J. C. was de oprichter van Sonnevanck te Harderwijk. In 1896 hertrouwde hij, met Christine's zuster Hendrina Elisabeth Odink. Hij overleed 17 aug 1920. Zij, Betsy's stiefmoeder, overleed 24 nov 1931.

Het gezin van J. C. Sikkel (*1855 te A'dam) is op 31 aug 1899 van den Haag naar Amsterdam Jan Luykenstraat 46 boven verhuisd. Op 22 april 1908 woonde Sikkel C. Huygensstraat 120 bv. Op 14 juni 1921 verhuizing naar Sijsjesstraat 22 bv. Uit verzonden p/a briefkaarten blijkt nog dat Betsy in den Haag bij mevr. v.d. Voorn, Piet Heinstraat 61 en dec. 1901 p/a mej. Weyland gelogeerd heeft.
    In hetzelfde jaar als ds J. C. Sikkel, de vader van Betsy, werd in de Geref. Kerk A'dam, opgericht 16 sept 1897, beroepen ds C. van Proosdij (1859-1915), de vader van mr. A. C. G. van Proosdij bij wie Sjoerd Gerbrandy (zoon van Pieter Sjoerds en Betsy) als advocaat werkte, en de opa van Jacob van Proosdij die in WO II voor het kantoor van mr. Kotting werkte.
- ds. C. van Proosdij (Cornelis), beroepen : 18 juni 1899, herkomst : Leiden-gk-A, 11 mrt 1915 overleden.
- ds. J. C. Sikkel (Johannes Cornelis), beroepen : 9 aug 1899, herkomst : 's-Gravenhage, 18 aug 1920 overleden.

Inline afbeelding 1
          Rotterdamsch nieuwsblad 27 feb 1899

Betsy woonde dus komend uit den Haag per 31 aug 1899 Jan Luykenstraat 46 bv in het gezin ; 22 april 1908 C. Huygensstraat 120 bv weer in het gezin. Op 5 sept 1901 is ze uitgeschreven uit A'dam naar Valburg (dat is dicht bij Zetten), 15 jaar oud, om de Normaalschool in Zetten te bezoeken (1901-1903). In dezelfde tijd zat Piet Gerbrandy op het gymnasium in Zetten, maar van elkaars bestaan hadden ze geen weet. Ze hebben elkaar pas later leren kennen. De Amsterdamse Huishoudschool had in in 1895 een nieuw gebouw (Zandpad 5, langs het Vondelpark) gekregen. Het is mogelijk (Sjoerd Gerbrandy heeft op de zolder van zijn moeder een foto als onderstaande gezien) dat ze daar bij haar terugkomst uit Zetten in 1903 naar toe gegaan is. De school lag 8 minuten lopen van haar huis. Er werd veel aandacht aan kooklessen besteed. Een werkkring als onderwijzeres of anderszins heeft ze voorzover bekend voor haar huwelijk niet gehad.

Inline afbeelding 1
          Geheugen van Nederland, [SFA003000776], Het Leven, Spaarnestad Photo.

Op 14 april 1911 stuurde Piet Gerbrandy Betsy een kaart vanuit Enkhuizen naar de C. Huygensstraat, dat was een maand voor hun trouwen. Na huwelijk en huwelijksreis langs de Rijn is Betsy op 1 juli 1911 ingeschreven in de BS Leiden.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
          

 

     Tresoar Leeuwarden / 1748 Archief mr. dr. Pieter Sjoerds Gerbrandy / inventarisnr. 31.

Wat Piet in de politiek gedaan probeerde te krijgen streefde Betsy als evangeliste en maatschappelijk werkster op Kattenburg (A'dam) na. Ze organiseerde ook bijeenkomsten van vrouwen uit 'linkse' t/m communistische milieus. Nam in 1939 Engelse les. Gerbrandy zelf sprak Fr en Du in de vergaderingen van de Radioraad, waarvoor hij naar Frankrijk, Zwitserland en Duitsland reisde.

Ds  J. C. Sikkel (1855-1920), de vader van Betsy,

werd in februari 1883 predikant in Biezelinge en in mei 1885 in Hijlaard.
    Met twee Friese collega-predikanten vormde hij de redactie van het Friesch Kerkblad.
   In nov 1888 werd Sikkel predikant in Den Haag, in aug. 1899 in Amsterdam.
   Aan de redactie van de Zuid-Hollandsche Kerkbode bood hij zijn diensten aan. Daar viel hij in de smaak en medio jan. 1880 werd hij tot mede-redacteur van dit jonge weekblad benoemd.
    Door zijn bekendheid als redacteur van beide kerkelijke bladen en zijn belangrijke rol in de Gereformeerde Kerken bij synodes en zendings-congressen (het waren roerige tijden vanwege de Doleantie o.l.v. Abraham Kuyper in 1886) werd Sikkel gevraagd als rapporteur / spreker voor het Christelijk Sociaal Congres van nov 1891 te Amsterdam.
  In jan 1894 werd Sikkel hoofdredacteur van de Zuid-Hollandsche Kerkbode, die hij op 1 juni 1895 voortzette als Hollandsch Kerkblad en 1 jan 1905 als Hollandia, dat tot 1916 bleef bestaan. Alle genoemde bladen waren weekbladen.

  |    |    |    |    | 
  | 
  | 
  | 
  | 
  | 
  |

Ds  A. Littooij (1834-1909), een oom van Johanna,

werd in 1865 beroepen te St Annaparochie, 1866 te Gouda, 1867 te Middelburg. Is tot aan zijn emeritaat op 1 mei 1908 te Middelburg gebleven).
   De dominees Sikkel en Littooij kenden elkaar o.a. van gereformeerde synodes en van publicaties in geref. bladen. Ze hebben niet tegelijk gestudeerd. Ze hebben ook niet tegelijkertijd als predikanten in den Haag gestaan.
    Betsy heeft van 1888 tot 1899 in den Haag gewoond en daar haar vriendinnetje Johanna Littooij, een nichtje van ds A. Littooij, opgedaan. Johanna's vader David was boekhandelaar in den Haag.
   Johanna is geboren 7 mei 1885 en Betsy 26 feb 1886. Ze zullen bij elkaar in de klas hebben gezeten. Toen het gezin Sikkel aug 1899 naar Amsterdam ging hebben de meisjes contact gehouden (de kaart is geschreven in 1900, vlak na de verhuizing van Betsy).

Betsy's vader, ds J. C. Sikkel, vormde in den Haag de Dolerende kerk (eerste gereformeerde kerk aldaar). Sikkel was erg actief en probeerde ook op de koninklijke familie invloed uit te oefenen. Hij bood haar een kerkbank in de gereformeerde kerk aan, maar zijn aanbod werd beleefd afgewezen. Ook deed hij een vergeefse poging bij de koning een huisbezoek af te leggen. Willem III gaf duidelijk blijk van zijn afkeer van de Doleantie. De Oranjes zijn steeds hervormd gebleven.

Dingeman (Dim) Hendrik Littooij (*Middelburg 18 juni 1881 – †Weesp 11 april 1967), die de boekhandel Littooij in de Vlooswijkstraat in Terneuzen dreef, besloot begin jaren 1900 met zijn broer Bram als drukker drukwerk te gaan produceren, familiedrukwerk zoals geboorte-, trouw en rouwkaarten. Het duurde niet lang voordat er vraag kwam naar ander drukwerk. Littooij werd uitgever. De drukkerij stond naast de winkel in de Vlooswijkstraat. Er werd veel religieus werk gedrukt. Littooij opende ook nog een uitleenbibliotheek op de eerste etage van de winkel. Vanaf ca. 1921 was D. H. Littooij bestuurslid van de Chr. Nat. school van Terneuzen, een school waarop naast "goed zakelijk onderwijs, ook plaats was voor de opvoeding van kinderen volgens de christelijke waarden". Van 5 jan 1918 tot 25 dec 1920 drukte hij ZEEUWSCH-VLAANDEREN, ondertitel : Orgaan ter verspreiding der Christelijke Beginselen in Zeeuwsch-Vlaanderen. Kwam 2x per week uit. David was scriba in de gereformeerde kerk in den Haag. In de tijd dat J. C. Sikkel daar voorging dreef hij, evenals zijn broer in Terneuzen, een boekhandel.
     Inline afbeelding 1
          Telefoonboek 1950 II                                                         Het nieuws van den dag 9 mei 1888

De Gezelle Meerburg's Kalender was een (scheur)kalender die door 12 bekende gereformeerde predikanten samengesteld werd. Elke maand kwam een ander onderwerp aan bod. — Nelly van Sillevoldt schreef ook in Bouwen en Bewaren, Orgaan van den bond van Meisjeswereldverenigingen op gereformeerden grondslag in Nederland. Opgericht 1918.


ZB, Krantenbank Zeeland,
de Faam en de Faam/de Vlissinger, 30 juni 1937


ZB, Krantenbank Zeeland, de Faam en de Faam/de Vlissinger, 7 december 1938

    

Bouwen en bewaren ; orgaan van den Bond van Meisjesvereenigingen op Gereformeerden Grondslag,    9 juli 1937

Nelly werkte in de jaren 1933, 1934 en 1935 mee aan het maandblad Meisjesleven.
Kindergedichtjes zijn her en der te vinden, bijv. in het bundeltje Twee vriendjes (1935), vertellingen voor jongens en meisjes van 6-8 jaar door Felicie Jehu, Nannie van Wehl, Agatha Snellen, E. Hess Binger e.a., Veen's Uitg. A'dam.

De blaadjes vallen, Bij oma en Moederzorgen zijn gedichtjes van de hand van Nelly.

Nelly heeft in 1932 -33 ook in het kleuterweekblad Kie-ke-boe gedichtjes voor kleuters geschreven.

   

Meisjesleven (1933-39).

Voor meisjes van 14-18 jaar verschijnt een ‘fleurig, gezond en krachtig orgaan’ dat als een spiegel moet dienen van ‘het meisjes-leven in den besten zin’ (aldus de uitgever). ‘Meisjesleven’ is bedoeld voor meisjes van gegoede komaf met een behoorlijke opleiding, die voorbereid moeten worden op de toekomst. Meteen al in het eerste nummer roept de redactie lezeressen op te laten weten waar het meisje van nu in geïnteresseerd is. Ook Cissy van Marxveldt en Willy Corsari schreven er in.

    
ZB, Krantenbank Zeeland, de Faam en de Faam/de Vlissinger, 7 december 1938

De medewerkers van de tijdschriften waarvoor Nelly verhalen en gedichtjes schreef weerspiegelen de Christelijk-literaire omgeving waarin ze zich bewoog. Behalve P. Gerbrandy treft men ook Hendrika Kuyper-van Oordt, de vrouw van de zoon van min.-pres. Abraham Kuyper, Abr. Kuyper Jr (1872-1941). Twee dochters van min.-pres. de Geer (zelf 14 jaar journalist geweest) zaten in redacties van Chr. tijdschriften voor jonge meisjes. Ook andere bekende schrijfsters zoals J. M. Westenbrink-Wirtz schreven in Meisjesleven en het Schouwvenster.

Inline afbeelding 2


  Inline afbeelding 2
Coll.TK
 

 

 


ZB, Krantenbank ZeelandZeeuwsche Koerier, provinciaal Volksblad, 6 oct 1939

Twee vriendjes : vertellingen voor jongens en meisjes van 6-8 jaar. Coll.TK
Auteur Nannie van Wehl, pseudoniem van S. J. A. Lugten-Reys. 64 blz., [1ste druk , 1935].
Medeauteurs o.a. Felicie Jehu, Agatha Snellen. Illustrator Netty Heyligers, Uitgever L. J. Veen, Amsterdam. In De Kabouterkoningin ("Ons Thuis"-serie" voor kinderen van 6-10 jaar) staat éen gedichtje van Nel, Jonge Hondjes. 
★ Lees hier

          Haagsche Courant 5 aug 1933

Inline afbeelding 1

 

          Jonge Hondjes

zeg, lief, zoet hondenmoedertje,
Wat heb jij in je mand ?
Zijn dat jou hondenkindertjes ?
Neen, bijt niet in mijn hand !
Ik wil ze maar eens aaien,
Je hoeft niet bang te zijn.
Dacht jij dat ik ze kwaad wou doen,
Jou hondjes, teer en klein ?

Die eene, dat 's een mooie, zeg !
Die is precies als jij !
Kijk, wit en zwart ! En die is zwart !
Zijn er ook witjes bij ?
Ik kan ze haast niet tellen,
Ze kriebelen door elkaar !
Weet jij wat 'k doen zal, moedertje ?
Ik tel de staartjes maar !

Zes ! Lieve help, wat een gezin !
Nog méér dan 'k had gedacht.
Zeg, heb je melk en brood genoeg ?
En is je mand wel zacht ?
En . . . . als je soms eens eventjes
Bepááld naar buiten moet,
Dan pas ik op je kindertjes,
Dat vind je toch wel goed ?

        Nel van Sillevoldt-Haasse

Uit : De Kabouterkoningin

★ Hier

is summiere info over deze boekjes te vinden, vnl bestaande uit omslagplaatjes, waarbij verschijningsjaren worden opgegeven.
    Harde gegevens over inhoud (wie schreef wat) en auteurs (van wanneer tot wanneer werkten ze mee?) ontbreken.

Niettemin een sympathiek en nuttig intiatief dat uitwerking verdient.

In de Ons-Thuis-serie werd Sillevoldt soms geschreven zonder de slot-t !

          Coll. TK

Gedichten van Nel in de "ONS THUIS" - SERIE   

Was dat niet slim? - door Felicie Jehu e.a.
Au! In 't zonnetje ; Brom is dom.
Knikkeren -door Felicie Jehu e.a.
Popjes wieg.
Bertje vergeet al -door Felicie Jehu e.a.
Poes is stout.
De Kabouterkoningin -door Felicie Jehu e.a.
Jonge hondjes.
Knorretje Flapoor - door Felicie Jehu e.a.
Koude voetjes ; Het ketelliedje ; Stil zijn!

—    —    —    —    —

Een avontuurlijke reis van St. Nicolaas in 1833 is uitgegeven door de erven G. van Sillevoldt z.j. Een auteur wordt niet vermeld, maar als het Nel van Sillevoldt niet is, wie dan ? Nieuwe spelling, op éen woord na.
   Drie illustraties, gekleurd in rood, wit, blauw, oranje en bruin, gesigneerd Overbeeke. Het toch al niet zo witte papier is gelig verkleurd. 6 pp. Op de achterkant staat “Aangeboden door Uw kruidenier.” Op de binnenzijde Erven G. van Sillevoldt, Anno 1833 / Amsterdam / Rotterdam / New York / Fabrikanten van : / Postillon Koffie en Thee / Silvo pudding, custard, specerijen, rijst enz.). Postillon en Silvo waren merken van de firma Van Sillevoldt. Het verhaaltje speelt in Overdam. De tekstblokken zijn in de vorm van een mijter gedrukt temidden van allerlei cadeautjes, waartussen de stoomlocomotief en de stoomboot voor 1833 niet anachronistisch zijn !

Gijsb. Joh. van Overbeek, 1882-1947, Rotterdam, was een paardenschilder, zie onder. Zou hij de Overbeeke kunnen zijn die de illustraties voor het Silvo-Sintverhaal heeft verzorgd ?


undefined 
undefined
       Uitsneden uit 'Paarden en wagen op de kade van Rotterdam'. Gesigneerd G. J. van Overbeek. 91x71 incl. lijst.

De illustratie op het omslag van onderstaand Sint Nicolaas verhaaltje is opmerkelijk : de Sint rijdt op een schimmel, staf in de hand, en leidt met zijn andere hand een reservepaard links van hem, dat wel met zakken vol cadeautjes zal zijn behangen Achter dit span ment Pieterbaas een tweede span, dat een grote postkoets, met cadeautjes volgeladen, trekt. Achterop het dak van dit rijtuig zit de postiljon, de posthoorn aan de mond, naast een tweetal schoorsteenvegers – of als zodanig uitgedoste Pieten – die zich op de komende gebeurtenissen verheugen. Zij gaan de schoorstenen vegen waardoorheen de Sint en de Pieten met de cadeautjes hun entree maken in de huiskamers met de kindertjes in blijde of bange afwachting. De Pieten zien we niet op de prent, ze reizen op de overige wagens met cadeautjes.

                                   Inline afbeelding 1

Inline afbeelding 2 Inline afbeelding 3 Inline afbeelding 2
Inline afbeelding 4 Inline afbeelding 3
Illustratie gesigneerd OVERBEEKE.

Een avontuurlijke reis van St. Nicolaas in 1833

Ta tarara ta ta ta ta . . . Vrolijke tonen schalden in de vroege ochtend door het stadje. Ratelen van wielen en het getrappel van snelle paarden op de hardbevroren grond maakten Jan, het zoontje van de waard van Overdam, opeens klaarwakker. Met één sprong kwam hij uit zijn bed. Brrr, het was koud op de houten vloer van zijn kamertje boven het koffiehuis. Maar Jan voelde het nauwelijks. Met twee stappen was hij bij het venster en haastig drukte hij zijn mond op de ruit, om met zijn warme adem een mooi rond o-tje te maken in de bloemen, die de strenge vorst op het glas had geschilderd. Net op tijd was hij klaar, want daar kwam zijn vriend Koos de Postiljon al de hoek om met zijn postkoets. Hij maakte zijn wangen bol en gaf de laatste stoot op de hoorn : ta taa ! Jan's ogen schitterden toen hij door zijn kijkgaatje de koets zag, die tweemaal per week bij vader's koffiehuis stilhield om de paarden uit te spannen. Koos de Postiljon sprong van de bok en stampte door de sneeuw naar zijn trouwe viervoeters.
   Maar wat was dat ? Zag Jan dat goed, of sliep hij nog ? Wie hielp Koos daar zo behoedzaam van de voorste draver ? Een oude man, met een lange witte baard, een mijter op zijn sneeuwwitte lokken, een rode mantel om met goud afgezet . . . maar dat was toch . . . ja natuurlijk dat was St. Nicolaas ! En wie sprong daar van het andere paard, zo kwiek, dat zijn fluwelen baret met de zwierige veer van zijn zwarte kroeskop in de sneeuw rolde ? Niemand minder dan de Pieterbaas, de trouwe knecht van de Sint. Nog vlugger dan anders stopte Jan zijn snuit in de waskom. Proestend van het koude water wreef hij zich droog en met een paar tellen had hij broek en buis aan. Nu nog vlug zijn kousen en schoenen en met twee treden tegelijk vloog hij de trap af naar de gelagkamer, waar hij de hoge bezoeker met moeder en vader hoorde praten. "Wel, wel, dat was me een reis," zei de oude Sint en huiverend wreef hij zich in de koude handen. "Maar gaat U toch dicht bij het vuur in deze makkelijke stoel zitten, goede Sint, "zei moeder bezorgd en met zachte drang leidde zij de oude man naar de schouw, terwijl Vader vlug een paar fikse houtblokken in de vlammen wierp. Pieterbaas schoof een bankje onder de voeten van de grijsaard en Jan, die naderbij gekomen was, schikte een kussen in zijn rug, waarvoor de Sint hem met een moede glimlach dankte. "Meester so koet sitte", vroeg de knecht met een tedere blik in zijn trouwe ogen en toen vertelde hij in zijn koeterwaals het verhaal van de moeilijke tocht naar Overdam.
   St. Nicolaas wilde ook dit jaar zijn verjaardag beslist in Holland vieren en hoe Zwarte Piet de bisschop ook smeekte in het warme Spanje te blijven, omdat zijn gezondheid achteruit ging, hij had de Sint niet van zijn plan kunnen afbrengen. "Neen Piet", had hij steeds met nadruk gezegd, "de kinderen rekenen óók in het jaar 1833 op me". En daar bleef het bij. Zo kwam de dag dat St. Nicolaas en zijn knecht zich in de haven van Lissabon inscheepten om van het Zonnige Spanje koers te zetten naar het kleine Holland, waar in dat jaar juist de strenge vorst alle rivieren en grachten met een dikke laag ijs had overdekt. Langs de Spaanse kust ging het goed, maar in Het Kanaal stak een storm op, die zo hevig werd, dat de Sint en Piet, met behulp van het bootsvolk, dag en nacht werk hadden om te zorgen dat de geschenken niet over boord sloegen. Nachtenlang kwam St. Nicolaas niet uit de kleren en als hij soms even sliep, dan hield hij onder zijn arm stevig een poppenwagentje geklemd, met in de ene hand een bromtol en in de andere een prachtig gekleurde bal.
   Eindelijk besloot de kapitein de haven van Duinkerken binnen te lopen en St. Nicolaas, bang dat de kinderen anders dit jaar vergeefs op hem zouden wachten, huurde overal paarden en koetsen, liet de cadeautjes vliegensvlug van boord halen en in wagens laden. Zo was hij, door nacht en ontij rijdend op tien kilometer van Overdam in de sneeuw gestrand met een wagen vol geschenken, omdat in het duister een wiel brak op een scherpe steen. Gelukkig dat juist Koos de Postiljon met de postkoets voorbij reed. Toen was Sint spoedig uit de narigheid. "Maarrr laat brrrave Koos dat zelvers verrtelle", zei Pieterbaas en knikte vriendelijk naar de postiljon, die juist uit de stal kwam, waar hij de paarden had verzorgd. Jan keek bewonderend naar zijn held op. Maar de postiljon was een man van weinig woorden. "Genoeg gepraat", zei hij. "Ik heb de postkoets met geschenken volgeladen en omdat er geen plaats meer in de wagen was, zette ik Sint en Piet elk op een draver en . . . tatarata, daar ging het op Overdam aan. Dat is alles . . . en nu heb ik trek in koffie, daar zal de oude kindervriend ook van opknappen." Dat was een taal die ieder begreep. Moeder kwam vlug met de koffiepot. Jan droeg van het fornuis een ketel warme melk aan en de postiljon zorgde er voor, dat allen een ogenblik later met een heerlijke krachtige kop koffie gezellig bij het vuur zaten. Sinterklaas fleurde zienderogen op na iederen slok. "Zo", sprak hij "dat smaakte, nu kan ik er gelukkig tegen. Dank zij de goede hulp van Koos de Postiljon en de heerlijke kop koffie, kan ik toch in 1833 de kinderen in Holland hun cadeautjes weer brengen."

Erven G. van Sillevoldt, Anno 1833, Amsterdam - Rotterdam - New York
Fabrikanten van : Postillon Koffie en Thee - Silvo Pudding - Silvo Custard - Silvo Specerijen, enz.

Inline afbeelding 2  
KW XKW 2888, Koninklijke Bibliotheek, den Haag  

  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o   


          DE VEREENIGING VAN INTERNATIONAAL JEUGDVERKEER
                                                          door
                               N. VAN SILLEVOLDT-HAASSE

Wellicht zijn er onder de abonnees van "Meisjesleven", die deze vereeniging niet, of slechts bij name kennen. Voor haar willen wij gaarne een en ander vertellen over het doel en de werkwijze dezer vereeniging, daar we van verscheidene meisjes en jongens hoorden hoezeer ze hun lidmaatschap waardeeren en hoeveel leerzaams en onderhoudelijks de Internationale Correspondentie, waartoe hun de mogelijkheid wordt geboden, hun reeds heeft gegeven.
   Bovengenoemde vereeniging werd in September '31 te Leiden waar ook het secretariaat is gevestigd, opgericht, met het doel "te bevorderen het vriendschappelijk verkeer tusschen de Nederlandsche en buitenlandsche jeugd."
   Dit doel tracht zij te bereiken, ten eerste door briefwisseling, en verder door het organiseeren van groepsreizen en het uitwisselen van Nederlandsche jongelui met die van andere landen. Oorspronkelijk was het Mevr. Dr. M. Nieuwenhuis-van Uexküll, die dit werk bevorderde als leidster van het "Nederlandsch Bureau ter bemiddeling van Internationale Jeugdcorrespondentie", maar haar stijgende werkzaamheden als gevolg van het stijgend succes ervan, werden tenslotte te zwaar voor één persoon, en zoo werd dan, zonder iets aan den geest of opzet ervan te veranderen, de vereeniging in haar tegenwoordigen vorm gesticht.
Het aantal leden bedraagt thans 600, er zijn 75 Nederlandsche scholen aangesloten, verder eenige vereenigingen en jeugdorganisaties. In een rondschrijven werd kortgeleden aan de leden bekend gemaakt, dat sedert September '31 ongeveer 6000 aanvragen voor briefwisseling werden ontvangen. Rekent men dat ieder lid drie verschillende correspondentie's voert, dan worden door onze jongens en meisjes ongeveer 18000 brieven uit 15 verschillende landen ontvangen. wel een bewijs dus, dat er animo voor dit werk bestaat.
    Het practische ervan zie je allemaal wel in, nietwaar ? Men leert allerlei toestanden en gebruiken kennen, die bijdragen tot algemeene kennis en een ruimeren blik geven op volksaard en bestaansmogelijkheden in andere landen. En vergeet niet de vaardigheid waarmee men zich door deze correspondentie leert uitdrukken in vreemde talen, een niet te versmaden voordeel !
Dat er ook een ideëele zijde aan dit werk is, kan je met eenig nadenken eveneens begrijpen. Laten we alleen maar noemen de woorden : vredesgedachte, samenwerking tusschen de volkeren onderling, en je zult zelf gaan zien aan hoeveel moois en nuttigs je op deze manier kunt meewerken.
    Afgezien dus van het persoonlijk genoegen dat er kan ontstaan uit briefwisseling met jongelieden van je eigen leeftijd, zijn er nog veele voordelen aan verbonden, die het lidmaatschap dezer vereeniging van waarde doen zijn. Temeer daar de contributie uiterst gering is, het minimum bedraagt ƒ 0,50, hoewel hoogere bedragen natuurlijk gaarne ontvangen worden. In ieder geval, we willen jelui hierbij het adres van het secretariaat geven : Jan van Goyenkade 44, Leiden. Wil je er dan meer van weten, schrijf er dan eens heen, en je krijgt meer volledige inlichtingen dan wij jelui hier uit den aard der zaak konden geven. Aanraden doen wij het je zeker !

          Uit Meisjesleven 1933, waarin ook een gedichtje 'Voorjaarszorgen' staat.

 
          Haarlem's Dagblad 10 juli 1935.

 –    Verhaaltjes van Nelly van Sillevoldt-Haasse in   KIE-KE-BOE , weekblad voor de jeugd.

Jrg. 3, afl.   9 (1932) : Nacht
Jrg. 3, afl. 11 (1932) : O-ma's Bril
Jrg. 3, afl. 29 (1932) : Stout!
Jrg. 3, afl. 49 (1932) : Snuf-fel-neus-je
Jrg. 4, afl. 10 (1933) : 't Hand-werk voor O-ma
        

 


www.geheugenvannederland.nl

   Versjes en verhalen van Nelly van Sillevoldt-Haasse in Meisjesleven.    G = gedicht  V = verhaal.
       1933 – 1e Jaargang

G  Je eerste bal, Voorjaar, Rapportendag, Voorjaarszorgen, De Eerste, Treinbuurtje, Reisdrukte, Verjaarspartijtje, Leni’s Naaidoos, Late Roos, Kwartjesmystiek, Sinterklaas
V  Ezau Hotkiss from Caïro-Egypt ; Catherine from Chattanooga [Tennessee U.S.A.]
   1934 – 2e Jaargang
G  Theeschenken, Brei-rage, De Blokstertjes, Leeswoede, Na ‘t Examen, Uitverkoop, Wat zou je willen worden? Huiswerk, Herfst-uithaal
V  Oudejaarsavond ; De Blauwe Vogels ; Wat onze Grootouders op school leerden ; Natuurkundige proeven voor honderd jaar ; Voor Moeder ; Kookkunst
   1935 – 3e Jaargang
G  Aan ’t Nieuwe Jaar, Groote-Stads-Rand-Idylle, Dweepstertje

 

Nelly schreef ook in Het Schouwvenster, Weekillustratie voor het Christelijk gezin. Onder de bonte pluimage van medewerkers vallen namen als Johanna Breevoort, Prof. Mr. P. S. Gerbrandy en ‘Wap Smit’ op. Van Sillevoldt (Ned. Herv) en Gerbrandy (gereformeerd) behoorden sinds 1931 tot de losse, sinds 1933 tot de vaste medewerkers. Het Schouwvenster organiseerde korte reizen naar Italië, Frankrijk, Duitsland enzo. De Gerbrandy's plachten met het gezin op vacantie te gaan, meestal naar Zwitserland.

In Schouwvenster :
'De eer van de arbeid', P. S. Gerbrandy /  Kerstmis 1931
'Werkloos' Nelly van Sillevoldt-Haasse / 21 oktober 1932
'Geen arbeid' P. S. Gerbrandy / 9 december 1932
'Die dokter', Nelly van Sillevoldt-Haasse / 30 november 1934
'Kerstboodschap', P. S. Gerbrandy / Kerstmis 1934
'Oude Liefde', Nelly van Sillevoldt-Haasse / 5 april 1935
'De Gesjeesde Dominee', Nelly van Sillevoldt-Haasse / 1935 (?)
'Lichtpunten te ontdekken door de mist heen', P. S. Gerbrandy / Kerstmis 1936
'Opgang of nedergang', P. S. Gerbrandy / Kerstnummer 1937
'Versterkte Voorstellingen', P. S. Gerbrandy / Kerstmis 1938
'Oorlogs Kerstfeest' , P. S. Gerbrandy / Kerstmis 1939
'Van kribbe tot kruis', Nelly van Sillevoldt-Haasse / jrg 29/30 1934-35
'De zachtmoedigen', Nelly van Sillevoldt-Haasse / jrg 31/32 1936-37
'Vaders knoop', Nelly van Sillevoldt-Haasse / jrg 31/32 1936-37
'Overvloed en toch armoede', P. S. Gerbrandy / jrg 33/34 1938-39
Oorlog's Kerstfeest ... Toch vrede op aarde (Kerstnr. 1939)

Het is niet zo verwonderlijk dat Nel v Sill__ een paar jaar na de oorlog aan Betsy Gerbrandy kon vragen of ze haar dochter Corrie aan een kantoorbaan kon helpen.

In nov. 1941 hieven de Duitsers het blad op.

Het Schouwvenster 26e jaargang 1933-1934

Inline afbeelding 1
       Het Schouwvenster 27e jaargang 1933-1934 / Special Collections Vrije Universiteit Bibl. Amsterdam.

In de Wereldkroniek :
'Moeders roode rozen' 4 maart 1933 en 'Stille Nacht' 23 dec 1932 / Nelly van Sillevoldt-Haasse

           Inline afbeelding 1

1. Uit het Correspondentieblad van de Vereeniging voor Internationaal Jeugdverkeer, 1e jg No. 6, dec 1933 /
Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam.
 2. De Eemlander 29 sept 1934.

          

 

Bij het overlijden van HKH prinses Emma

 

Meisjesleven April 1934
Het Vaderland 8 april 1934

Adelheid Emma Wilhelmina Theresia (Arolsen, 2 aug 1858 – Den Haag, 20 mrt 1934), prinses van Waldeck-Pyrmont, de tweede echtgenote van koning Willem III van 7 jan 1879 tot zijn dood op 23 nov 1890, en koningin-regentes der Nederlanden van 1890 tot 1898. Als regentes nam zij het koninklijk gezag waar ; eerst drie dagen voor de dood van haar echtgenoot Willem III (23 nov 1890), vervolgens voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, de koningin. Emma en Wilhelmina brachten op 9 juni 1899 een bezoek aan Rotterdam. Nelly was toen 14 jaar oud en zat op de g.l.o.-school op het van der Werffplein. Een maand later begon 'de romance van Rotterdam'.


          Stadsarchief Rotterdam.
De twee koninginnen met burgemeester F. B. 's-Jacob op het bordes van het stadhuis te Rotterdam, 9 juni 1899


Nelly schrijft in het sterk autobiografische Grootmoeders Tooverdoos :
"Nu zou er bij het Stadhuis gezongen worden voor de vorstelijke personen, en daarvoor waren de hoogste klassen van alle scholen gevraagd. Meta was erbij, maar Marie, die een klasse lager zat, óók, omdat ze toen al zoo'n mooie, heldere stem had. De kinderen moesten in 't wit zijn, met oranje sjerpen om den schouder, en een oranjestrik in 't haar. [....]"
Marie (Nelly) droeg om reden van het verwachte gure weer een lichtblauw manteltje, speciaal voor de gelegenheid gemaakt, maar "een kwartiertje, vóór dat de koetsen met den stoet aankwamen, kwam er werkelijk een zonnetje door, het oranjezonnetje, en toen het Prinsesje, óók in 't wit, met haar Moeder op het bordes van het stadhuis kwam staan, om naar al die zingende kinderen te luisteren, toen was er een helderblauwe lucht vol schitterende zonneschijn, en 't was precies zooals de kinderen zongen :"

           dˆOranjezon zal stralen
   Wàt ook de tijd moog' rooven,
Terwijl wˆalom herhalen
   De leus: „Oranje boven !”
       
                                            [ dooven ? ]

Bij deze aubade heeft Nelly ongetwijfeld meegezongen, dat blijkt uit hoe ze de gebeurtenis in details weet te beschrijven.
Hieronder twee gedichten uit Meisjesleven 1935 :

 

.

GROOTE-STADS-RAND-YDILLE

Een koolasweg met rijwielsporen,
Een sloot, wat wilgen en een wei.
Een gasfabriek, een straat in aanbouw,
Wat spoelingbakken op een rij.

Een voetbalveld met twee-drie schapen,
In door-de-weekse eenzaamheid.
Een pad, langs stoffig gras en netels,
Dat naar een tennisbaantje leidt.

En langs dat pad een piepjong paartje,
De armen om elkander heen.
Zij luisterend, hij druk betogend,
De hoofden dierbaar dicht bijeen.

Dan, aan het slot van zijn bewering :
„Zeg Anneke, begrijp je 't goed ?”
En kwélend zij : „O, dánk je, Theo,
„Nóu weet 'k hoe die vertaling moet !”

    

 

DWEEPSTERTJE

Onze Franse docent dat is zo'n schat !
Een engel gewoon ! Heus, 't is waar !
Hij heeft zo'n allersnoezigst gezicht,
En zulk bééldig kastanjebruin haar !
Zijn teint is, weet je, zo prachtig mat,
En zijn handen zijn blank en fijn.
Zijn ogen zijn diep als zwart fluweel,
En zijn voeten zijn smal en klein !
Hij is altijd zo grappig in de klas,
Hij doceert uitstekend, hoor !
En is je werk maar een drie-min waard,
Dan geeft hij toch een drie ervoor.
O, ik ben werkelijk wég van hem,
En waren we even oud,
Ik geloof dat ik ..... ja ..... och neen .....                                     maar 't is wáár
vréselijk veel van hem houd !

Je hebt het geweldig te pakken, kind,
maar je zult er wel van genezen.
Alleen, je moet niet, jij dweepstertje,
Zoo ..... ákelig-innig wezen !


 Inline afbeelding 3

De tekening van Willi Bredyk laat het silhouet van Kralingen zien. In Het Schouwvenster nr 23 1929/30 staat het verhaaltje ‘Van Kribbe tot Kruis’, een van Nelly's eerste schrijfsels, en ‘zoo ..... ákelig-christelijk’, dat men in bovenstaande gedichtjes niet onmiddellijk dezelfde schrijfster zou vermoeden.

Inline afbeelding 1       De Blaadjes vallen' komt uit het boek
         Twee Vriendjes door Felice Jehu e.a.

 

Inline afbeelding 1             Nelly van Sillevoldt - Haasse. Coll. WHP
             Foto S. Schotel jr, Rotterdam.

Wim (W4) de zoon van Nelly's broer W3, schrijft dat Grootmoeders Tooverdoos werd geschreven toen hij nog heel jong was. Het zou gebaseerd zijn op het leven van zijn grootmoeder Cornelia Franciska Haasse-Braak (oma Cor) en haar kleinkinderen.

Een (lovende) bespreking van Noodlanding staat in de Nieuwe Prov. Groninger Courant van 20 febr. 1940.

N. van Sillevoldt-Haasse heeft ook reeds verschillende boeken geschreven, waarvan enkele bij Bottenburg uitkwamen. In haar nieuwste werk maken we kennis met een weduwnaar, die dreigt onder te gaan met zijn drie kinderen. Maar dan maakt hij, naar de titel van het boek, een "Noodlanding" -- zelfs de titels der hoofdstukken houden verband met de vliegerij, inderdaad fameus gevonden -- zoodat het geluk weerkeert. Overigens vinden we de verandering bij den held van het verhaal te vlug en wat goedkoop, terwijl de pianoleerares te gemakkelijk haar hand schenkt aan iemand, van wien zij weet, dat die niet godsdienstig is, althans zich tegenover haar niet uitgelaten heeft. Mooi is intusschen geteekend de figuur van de vriendin uit de jeugdjaren, die niet de uitverkorene wordt van den weduwnaar.

In Nederlandse bibliotheken en antiquariaten kon ik het boek niet vinden, maar de North West University Library / Ferdinand Postma Library in Potchefstroom, 2531 South Africa, heeft een exemplaar. Het telt 244 blz. Ik ben de bibliothecaresse mrs Marie de Wet van Interbib erkentelijk voor het vervaardigen en opsturen van een digitale copie en Lillian Lubega voor het in goede banen leiden van e.e.a. Ook van De Taak heeft Lillian een exemplaar kunnen bemachtigen. Dat boek begint als een streekroman, maar eindigt onbedoeld met een karikatuur van christelijke liefde, evenals Noodlanding.

Van de schrijfster N. van Sillevoldt-Haasse verscheen indertijd een boek "De Taak" en daarna "De rechte weg" ; het eerste vertelt van Martine, en haar opofferende liefde, het tweede van Dries Gevers, de bloemenjongen met z'n zonnige humeur en gulle hulpvaardigheid. "Noodlanding" is een boeiend verhaal van een weduwnaar, die met zijn drie kindertjes, door 't leven worstelend dreigt onder te gaan, maar een "noodlanding" maakt, waardoor zijn leven heel anders wordt en ten goede gekeerd wordt. Een passende roman in een Chr. Bibliotheek. DIGIBRON.

   Inline afbeelding 2    Inline afbeelding 1

   1. N-W-University Library / Ferdinand Postma Library / Zuid Afrika.  2. 9024204 / Kon. Bibl. ---- Tweede oplaag ?

In de BOEKENGIDS 19e jg febr. 1941 van het Algemeen Nederlandsch Bibliografisch Tijdschrift, gevestigd te Antwerpen, is de volgende bespreking te vinden :

Van Sillevoldt-Haasse, N. — NOODLANDING — A'dam, H. A. van Bottenburg, 1940 (21 X 16) 244 blz. fl. 2,25] — Hans Marcus, jong weduwnaar, vader van drie kinderen maakt op het juiste oogenblik in zijn leven een 'noodlanding'. Geholpen door de onbaatzuchtige liefde en krachtdadige steun van 'n goede vriendin, Willy Staring, leert hij 't christendom kennen. Daardoor gesterkt, zet hij naast zijn tweede jonge vrouw met moed en vertrouwen zijn taak voort. Willy blijft alleen, doch vindt in haar geloof en haar liefde de noodige kracht om met voldoening terug te zien op hetgene zij tot stand heeft gebracht. — Goede christelijke lectuur, zonder bijzonder letterkundige beteekenis.
E. MOERKERK.


En een kind zal hen leiden is geen 'documentaire roman', zoals Bentinck tegen Bentinck van Hella Haasse – dat ook 'Twintig jaar uit het leven van Charlotte Sophie von Aldenburg in brieven' zou kunnen heten –, maar een verhaal over burgers die leefden en handelden in de directe context van de machtsstrijd in de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden, waarbij de Heeren Staten en hun patriottenmilities het tegen stadhouder Willem V en zijn gemalin Frederika Sophie Wilhelmina, Prinses van Pruisen, opnamen.
  Deze Wilhelmina van Pruisen reisde in 1787 van Het Loo via Nijmegen naar 's Gravenhage, om met de Staten daar te onderhandelen. Willem V had daar de moed niet toe. Maar de leider van Wilhelmina's escorte, graaf Bentinck, moest op 28 juni lijdelijk toezien hoe het reisgezelschap vlak voor Gouda bij het oude posthuis aan de Vlist tegengehouden werd en in Hekendorp bij de Goejanverwellesluis ingekwartierd, om uiteindelijk onverrichter zake richting Nijmegen en het Loo terug te keren. De weergave van de feiten is sober, correct en zonder verwijzing naar bronnen. Nel schrijft het verhaal kennelijk op zoals ze het kende ; daarbij vergist ze zich bij de naam Adriaan Leeuwenhorst, de man heette Adriaan van Leeuwenhoek. Leeuwenhorst was de naam van de buitenplaats van de patriot Johan Valckenaer bij Bennebroek. De bedoeling een geschiedenisboek te schrijven had de schrijfster zeker niet. Afgaande op de verteltrant, als betrof het een familieoverlevering, zou het mij niet verbazen als een of ander personage in het verhaal een voorvader van Nelly's moeder Cornelia F. Braak geweest zou zijn, maar we kunnen het de schrijfster niet meer vragen. Het is naar mijn smaak haar meest geslaagde boek.

   Goejanverwellesluis
Willem Gustaaf Frederik Bentinck, 1762-1835, met oranje kokarde.
De patriottenkokarde was zwart.
  Wilhelmina van Pruisen bij de Goejanverwellesluis. De goede oude schoolplaat uit 1911 van J. J. R. de Wetstein Pfister (1866-1937).
In de man met oranjerode sjerp kan men Bentinck vermoeden.


       Coll. TK

   

Willem Gustaaf Frederik Bentinck (1762-1835), Sansom van Londen, F. Portret in medaillon met randschrift en rechthoekig randwerk / borstbeeld rechts, kopergravure, Proefdruk, 's Hage, I. F. Jacobs De Agé, (1787).
Onder het portret een gedicht van 10 regels van Johan van Hoogstraten. Daarin wordt Bentinck, die dan ongeveer 25 jaar oud is, 'Zo groot een Staatsman als ernsthaften burgerheld' genoemd. Ook is hij een volksvriend maar bijzonder een 'schrik der muitzucht en een geessel van 't geweld!' Onderaan middenin het wapen van Bentinck met de zinspreuk Craignaz Honte (Vrees de schande).
   Met "Graaf Bentinck" doelt Van Sillevoldt op Willem Gustaaf Frederik Bentinck ('s Gravenhage 21 juli 1762 – Varel 22 oct. 1835), adjudant-generaal van Willem V, Heer van Rhoon en Pendrecht, Heer van Kniphausen en Varel, 1785 lid van de Ridderschap van Holland, jeugdige schout en baljuw in den Haag, gecommitteerde ter Admiraliteit te Amsterdam enz. Wordt soms om mij onbekende reden baron genoemd, hoewel hij de titel 'Graaf' reeds in 1785 droeg, blijkens de in dat jaar gedrukte dithyrambe Aan den hoog-edelen hoog-gebooren Jonkheere WILLEM GUSTAAF FREDERIK, GRAAVE VAN BENTINCK, van Maria Geertruida de Cambon van der Werken. —`Zijn grootvader Hans Willem Bentinck, de vertrouweling van stadhouder Willem III, droeg de titel graaf van Portland (Engelse tak).

Over zijn vader Willem en diens vrouw Sophie heeft Hella Haasse jaren later haar grote historische romans Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter en De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck geschreven.


De  zangeres Nel van Sillevoldt-Haasse

Nelly Haasse bleef ook na haar huwelijk (1913) zingen. Bij de tentoonstelling van de afd. Rotterdam van de Ned. Ver. van Huisvrouwen, van 17 tot 21 dec. 1922, vermeldt het zeer gevarieerde programma onder meer dat "de dames Antoinette van Dijk en Nel v. Sillevoldt-Haasse liederen zullen zingen" (Rotterdamsch Nieuwsblad 15 dec 1922). Dat is opmerkelijk, omdat Antoinette van Dijk (1879-1975, zangeres, kinderboekenschrijfster en radio-persoonlijkheid) geen kleintje was : zangles bij Cath. v. Rennes, operastudie in Parijs, trad op van Schotland tot Italië, operadebuut in Londen, zong 1909 t.g.v. geboorte Juliana in de Dutch Church aldaar. Het uitbreken van WO I beëindigde haar operacarrière. Haar verdere leven heeft zoveel gemeen met dat van Nel, qua interesses en idealen, dat onderstaande link voor belangstellenden een aanrader is. Zie ook Wikipedia.
    © DVN, een project van Huygens ING en OGC (UU). Redactie, Dijk, Antoinette van, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Lees hier [10/10/2014].

Inline afbeelding 4     Rotterdamsch Nieuwsblad 20 dec 1922

Nel van Sillevoldt was lid van een comité dat zich beijverde radio's in ziekenhuizen te plaatsen, nadat de radio in het Ziekenhuis aan den Bergweg ("hoe de stemming onder de zieken werd verhoogd, hoe het radio-uurtje door allen als een verkwikking werd genoten") een succes was gebleken. Rotterdamsch Nieuwsblad 2 april 1927. In een van haar jeugdromans geeft een dominee een radio aan een ziek kind dat de hele dag te bed ligt.

Inline afbeelding 4         

Inline afbeelding 9
Inline afbeelding 8
          De Tribune : soc. dem. weekblad 14 dec 1921

Inline afbeelding 10

          Rotterdamsch Nieuwsblad 26 april 1922             Rotterdamsch Nieuwsblad 18 juni 1923


Nel zong, begeleid door Schaddelee, in het benefietconcert voor de Russen in de Nutszaal. In De Doelen verleende ze haar medewerking aan het jubileum van dr A Freymark, "den beminden leeraar der Duitsche Evangelische Gemeente" te Rotterdam. De Zangdominee. Zou ze vaker bij de Duitsche Evangelische Gemeente ter kerke zijn gegaan vanwege het zingen daar ? Het knipsel waarin staat dat Schaddelee Nelly begeleidde bij haar solozang tijdens de Rusland-actie in 1921 zegt nog meer over hun samen musiceren.

Inline afbeelding 2      

Of er goed gezongen kan worden hangt in hoge mate af van de organist."Het orgel speelt", is in Nederland de vaste uitdrukking voor het werk van de organist. In de Ledevaertkerk in Chaam hangt bij het orgel het volgende gedichtje :

Achter het paars lakensche gordijntje
zit stil de organist
die voor de gemeente pas tot leven komt
als hij zich een keer vergist

 

Rotterdamsch Nieuwsblad 28 sept 1923


♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦

In het kader van de bekende strijdvraag 'Geschiedschrijving onder Literaire vlag of Literatuur onder Historische vlag' veroorloof ik mij een uitweiding over de historische roman.

Matthijs Kramer (mijn grootvader) noemde zijn boek Weken van angst (dat tijdens de Engels-Russische invasie van 1799 in en rond Castricum speelt) in het Voorwoord "een geschiedkundig verhaal". Nelly van Sillevoldt noemde En een kind zal hen leiden "een verhaal", Hella Haasse noemt Mevrouw Bentinck "een ware geschiedenis", Bentinck tegen Bentinck "een geschiedverhaal". Als belichting van een iconisch moment in de vaderlandse geschiedenis is Van Sillevoldts boek vergelijkbaar met dat van Kramer, met dit verschil dat Kramers relaas gebaseerd is op uitputtende bronnenstudie in archieven, onderzoek naar sporen van de gevechten in de dorpsbebouwing en op het land – daarvan waren er begin 20e eeuw nog verscheidene te vinden –, en op gesprekken met oude streekbewoners. Ja, zelfs nog op een familielegende, die wil dat een voorvader, Beppie Stet (zo verstond ik zijn naam, luisterend naar mijn oudtantes, bezig op de naaimachine of brood bakkend in de keuken), aan Franse zijde had gevochten, in elk geval Napoleons veldtocht naar Rusland had meegemaakt en overleefd, en souvenirs uit Parijs had meegebracht, waar de Franse overwinning in Noord-Holland op de Arc de Triomphe (1806) vermeld staat als Alkmaer (Bep was/is niet alleen een meisjesnaam, denk aan de bokser Bep van Klaveren). Van Sillevoldt had maar weinig bronnen tot haar beschikking maar het ging haar evenals Kramer meer om de vertelling dan om het (bekende) geschiedkundige decor, als ik het goed inschat. In 1937 was 'Goejanverwellesluis' 150 jaar geleden, ze zal het boek met het oog daarop geschreven hebben.
  Pas aan het slot wordt de betekenis van de titel En een kind zal hen leiden duidelijk. Die verwijst naar Jesaja 11:6, de profetie van de gouden tijd, van het messiaans paradijs. "De wolf huist bij het lam, de panter vlijt zich neer naast het bokje, het kalf en de leeuw weiden samen, en een kind zal hen leiden".
  Haasse's Bentinck-boeken bestaan uit samenhangend gerangschikte brieven en archiefstukken, met korte intermediaire teksten. Kramers intentie komt in zoverre overeen met die van Haasse dat zijn personages werkelijk bestaan hebben, maar zijn uitwerking congrueert met die van Van Sillevoldt. Haasse doet een tijdvak herleven aan de hand van correspondentie van hooggeplaatste personen, in wat wel collage- of beter montagetechniek genoemd wordt. Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern, een levens-geschiedenis, is aanvankelijk als een "evocatieve schets" van Joan Derk van der Capellen opgezet, — Appeltern versus Apeldoorn zou een aardige titel geweest zijn, al week Willem V pas in 1785 uit naar Het Loo. Van Sillevoldt en Kramer beschrijven een episode van een paar jaren resp. weken door middel van een verhaal, waarbij de ellende die over de lagere standen, stedelingen en plattelanders, wordt uitgestort, door henzelf wordt verwoord. Ondanks die paar weken wordt Kramer mede op grond van zijn overige werk door Ernst Mooij in het Jaarboek 2008 van de Vereniging Oud-Castricum "Castricums eerste geschiedschrijver" genoemd.
  Het eerste grootschalige voorbeeld van montage met moderne druk- en reproductietechnieken dat me te binnen schiet, is Nederland in den oorlog.  Historisch document met reproducties van officieele stukken. Samengesteld door F. Vervooren en W. C. Kentie, Bruna 1941-42, in 15 delen. François Vervooren bewaarde na 10 mei 1940 kranten, illegale bladen, aanplakbiljetten, vlugschriften, identiteitsbewijzen, bonkaarten etc. In 1945 begon dezelfde uitgever met Nederland in den oorlog. Zooals het werkelijk was! Herinneringen en onthullingen. Onder redactie van S. H. A. M. Zoetmulder en François Vervooren†, m.m.v. Alex van Wayenburg, Constant van Wessem en het Archief Govers.

I promessi sposi van Manzoni, de Mémoires d'Hadrien van Yourcenar e.a. spelen evenmin als Haasse's Bentinckboeken tijdens het ontstaan van een 'nationale mijlpaal', een 'historische gebeurtenis', zijn daar ook niet mee verweven en behoren in mijn optiek tot een andere subgroep in het genre 'historische romans'. Over de definitie van dat genre en zijn subgenres is heel wat te doen geweest. Zie voor Haasse's ideeën daarover Klein Reismozaïek (1952), waarin zij de Vita di C. Castracani (1520) van Macchiavelli terloops aanduidt als een voorloper van de historische roman, maar serieuzer gaat ze in De moderne historische roman (in: Jaarboek van de Mij. der Ned. Letterkunde 1981-1982) te werk.
  In dit essay schrijft Haasse "Wat de familie Bentinck betreft, ik kende de naam alleen als behorend bij de gunsteling van Willem III". Of de naam Bentinck bij de geschiedenisles op lagere school of CAS genoemd was, is niet na te gaan, maar zeker sloot de belangstelling die zich bij Hella voor dat soort historische gebeurtenissen ontwikkelde en die ze deelde met leraar Peter John Koets (klassieke talen en Nederlands), bij het verhaal van Nel van Sillevoldt aan. Het is moeilijk voorstelbaar dat Hella, in 1935 in Baarn verblijvend en april-nov op het Baarnsch Lyceum schoolgaand, het pasverschenen boek van haar tante Nel, waarin Bentinck, vertrouweling en rechterhand van Willem V, een rol speelt, toen niet gelezen zou hebben. Sterker, in Een handvol achtergrond schrijft Hella "aanvankelijk werd besloten dat ik in Baarn zou blijven voor de resterende schooljaren [op het Baarnsch Lyceum]. De nieuwe cursus was in september begonnen, ik woonde al bij een tante, toen mijn ouders op het laatste moment van mening veranderden". Hella moest mee terug naar Indië. Die tante was Nelly van Sillevoldt-Haasse.

Nelly zong toen niet meer. Hella's opmerkingen "nadat zij het zingen had opgegeven, was zij als bijverdienste en vrijetijdsbesteding meisjes- en kinderboeken gaan schrijven, vriendelijke opvoedkundige verhalen" en "ze had een uitgesproken neiging tot het morbiede*, geheimzinnige" (Persoonsbewijs) doen Nelly m.i. absoluut onrecht. Het is niet eens een pot-verwijt-de-ketel geval, want Hella is – veel meer dan Nelly – zèlf door het morbiede, geheimzinnige, spookachtige gefascineerd geweest, ze was aan de horror verslaafd. Kortom, ik begrijp Hella's bewering niet, nog minder kan ik ze billijken. Zeker, misschien is slechts een enkel braaf boek van Nelly nog de moeite van het lezen waard, bijvoorbeeld voor wie zich door de schrijfster door het vooroorlogse niet-gebombardeerde Rotterdam wil laten leiden, en weer eens beschreven ziet hoe men in die tijd met de grote standsverschillen omging. Maar, of men Nelly's christelijk georiënteerd schrijfwerk nu waardeert of niet, het is doortrokken van toepassingen van het ideaal der geweldloosheid in het dagelijks leven. Van vergevingsgezindheid ook. Van nuttige ideeën ook : radio's in ziekenhuizen plaatsen om de verveling van langliggende patiënten te bestrijden. Niks vrijetijdsbesteding !
   [* sic, HSH spelde ook "luciede".]

 


1. Nelly verzorgde,  begeleid door Anna de Groot, een intermezzo in een symphonisch concert. Een dergelijke programmasamenstelling was in die tijd niet zeldzaam. NRC, 2 nov. 1911.2. Dorrenboom is een schakeltje tussen de wereld van Nelly en die van Gerrit. Het Vaderland 28 april 1930.

In de adresboeken Rotterdam van 1911 en 1912 staat Nelly vermeld als muzieklerares. Van wie zij zelf zang- en theorieles gekregen heeft is niet bekend. Besselaar komt in aanmerking, Dorrenboom (R'dams Muziekinstituut) ook. Tussen 1907 en 1909 heeft Dorrenboom om de hoek van Nelly en haar ouders huis gewoond. Nelly heeft misschien tussen 1909 en 1911 muziekonderwijs gevolgd op de Muziekschool (ook om de hoek) waar onderwijzers en onderwijzeressen o.a. solozang konden volgen. Dorrenboom was leraar op deze school.

“Mozart” was als strijkorkest begonnen. Bij het 10-jarig bestaan In 1902 heette het nog Orkestvereeniging. Maar omdat zich ook blazers aanmeldden, veranderde de naam van Orkestvereniging in Symphonievereniging. Dorrenboom, van huis uit fagottist, leidde het ensemble. Hij componeerde ook : liederen, een kinderoperette, marsen etc.
   Dorrenboom had de piepjonge Rosa Spier als solist ! Hij zal ook wel eens medewerking van een koor gevraagd hebben. Nelly zal zeker niet als soliste begonnen zijn maar eerst in een kwartet of koor meegezongen hebben.

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2

          Caecilia jan 1905

Inline afbeelding 5

          Nieuwsblad voor den boekhandel 29 juli 1898

   

Inline afbeelding 3

          Nieuwsblad voor den boekhandel 10 aug 1894

Inline afbeelding 4

          Nieuwsblad voor den boekhandel 3 aug 1894

Nelly heeft zangles gehad. Ze zal begonnen zijn in een koor te zingen. Af en toe was er een solo voor haar weggelegd. Nelly was, evenals haar broer, lid van de Scotch Church.

                            W e s l e y  H y m n s .
In de Scotch Church heeft gisteravond ds. J. Irwin Brown, zooals hij een vorige maal den dichter Cooper behandelde, het gehad over Wesley.
   Dat deze avonden in den smaak blijken te vallen bewees de oopkomst. Nog zelden hebben wij het intieme kerkje zoo vol gezien, met de plaatsen was gewoekerd, toch konden de banken ternauwernood alle belangstellenden bevatten.
   De lezing liep over de gezangen van Wesley, in verband gebracht met zijn leven, en alweer had de spreker zijn leing zoo ingedeeld, dat telkens een van Wesley's Hymns gezongen kon worden ter illustratie van dit gedeelte van zijn leven wartoe de spreker met zijn auditorium genaderd was. [...]
   Het spreekt vanzelf dat deze studie een vrucht-dragende behandeling van het onderwerp niet weinig ten goede kwam en de aanwezigen in staat stelde zich makkelijker aan te sluiten bij het koor waar het gold een gedeelte mee te zingen. Met groote aandacht is ds. Brown gevolgd, en speciaal zij, die door de studie van professor Van Nes' uitmuntend werk over John Wesley zich voor het onderwerp hadden geprepareerd, hebben een genotvollen avond gehad.

          Rotterdamsch Nieuwsblad 29 oct 1912

   Inline afbeelding 2
          Rotterdamsch Nieuwsblad 19 nov 1913

 


               Vredes-dankdienst in de Schotse kerk          [Zondag 27 juli 1919]


    Nadat Psalm 100 gezongen was, ging reverend J. Irwin Brown voor in het gebed en las Kronieken 1 hoofdstuk 29 vers 10 tot en met 13, waarop Gezang 1 gezongen werd : "Holy, holy, holy, Lord" en na een nieuw gebed van dr. Brown bracht het koor op indrukwekkende wijze Gezang 644, Te Deum Laudamus, ten gehoore, het welk staande aangehoord werd.
    Hierop las dr. Brown Hebreeën 11 van vers 32 af, waarna Gezang 122 : "When morning gilds the skies" gezongen werd en in een nieuw gebed o.m. de zegen gevraagd werd voor H.M. Koningin Wilhelmina, den koning van Engeland en den president der Vereenigde Staten. Nadat een mooie solo was gezongen door één der damesleden van het koor, sprak dr. Brown het "Onze Vader" uit en vervolgens een kort woord ter herdenking van de totstandkoming van den vrede naar aanleiding van Deuteronomium 8 : 2. Na de hoop te hebben uitgesproken, dat er een tijd mocht komen, dat er geen oorlog meer zal zijn, herdacht dr. Brown hen, die gevallen zijn. Hij wees daarna op het falen van de voorspellingen, dat de Britsche koloniën zouden afvallen van het moederland en betreffende de onverschilligheid, welke het materialistische Amerika, waar ieder rijk is of rijk wil worden, zooals het heette, zou koesteren voor de nooden van Europa. Hij stelde daartegenover het hoog-idealistische standpunt, dat president Wilson getoond heeft in te nemen. Hij herinnerde daarop aan de merkwaardige kracht van het schoone Frankrijk en aan de groote taak, welke Engeland heeft verricht, veel meer dan waar toe velen beide landen in staat achtten, om tenslotte God dank te zeggen.
    Nadat Gezang 20 : "Now thank we all our God" was gezongen, herdacht luitenant-kolonel reverend F. W. Welbon op gevoelvolle wijze de kameraden, die gevallen zijn in Frankrijk, Gallipoli, Mesopotamië, Oost-Afrika en op den Balkan. geen herdenking is volledig, zei hij, zonder een eerbiedige gedachte te wijden aan "those who paid the full price". Groot Brittanje en zijn koloniën verloren ongeveer 1 millioen dooden, Frankrijk 1.300.000, Rusland, waar nog strijd is, 2 millioen, de Vereenigde Staten 60.000 en ook in de andere landen is veel rouw, zijn vele leege plaatsen, treurende weduwen en weezen. Rev. Welbon beval de gesneuvelde mannen aan in den zegen van God. zal de wereld herstellen, dan zijn noodig de bezieling, het idealisme en de daadkracht van hen, die hun leven gaven in den oorlog.
    Hierop werd gezongen Gezang 339 : "For all the saints, who from their labour rest" en vervolgens het "God save our gracious King", waarop de bijeenkomst met gebed werd gesloten.
   's Avonds had een musical service plaats. Nadat Psalm 102 tweede deel vers 16 - 22 was gezongen, ging dr. Brown voor in het gebed, waarop hij van Psalm 116 vers 7 tot en met 19 las. Nadat Gezang 447 was gezongen en dr. Brown opnieuw een gebed had uitgesproken, las hij Openbaringen 5 vers 4 tot en met 14, waarop een heer, begeleid door het orgel, als solo verklankte : Song of Jesus.
    Het woord werd daarna gevoerd door rev. dr. Henry Beach-Carré, professor in de theologie aan de Vanderbilt-Universiteit, die verklaarde gaarne gevolg te hebben gegeven aan de uitnodiging van dr. Brown om ook een Amerikaansche stem te doen hooren op deze dankdag. Hij herdacht 't aandeel der verschillende landen in den strijd, de dooden en degenen, die nooit man, vader of broer terugzagen. Ook memoreerde hij het schitterende werk door de vrouwen verricht. Tenslotte sprak hij over den Volkerenbond, welken men dient te maken tot iets levends, opdat de wereld den vrede deelachtig blijve.
    Met Gezang 371, het Engelsche volkslied en gebed werd deze tweede bijeenkomst beëindigd.

          Rotterdamsch Nieuwsblad 29 juli 1919

For all the saints, who from their labour rest is een machtig, indrukwekkend lied, dat met Alleluja! Amen! eindigt, en evenals de andere liederen in Hymns Ancient & Modern 1906 nr 437 staat. De psalmverzen zullen als chant – een in Nederland niet gepractizeerde gregoriaans-achtige niet-metrische reciteerwijze – gezongen zijn.

Ook na haar huwelijk bleef Nelly zingen. Zo vond een optreden plaats op zondagmiddag 9 dec. 1917 in de Hervormde Kerk te Heenvliet, bij de inspeling van het nieuwe Standaart-orgel, geschonken door de ambachtsheer en vrouwe P. Lamaison van Heenvliet ter nagedachtenis van vrouwe mr. J. L. M. C. Lamaison van Heenvliet-Van der Minne. De dames mevrouw M. J. van den Berg, sopraan, kleindochter van de vrijvrouwe van Heenvliet en mevrouw Van Sillevoldt, alt, beiden van Rotterdam, zongen bij deze gelegenheid op roerend schoone wijze eenige passende nummers, begeleid door den heer J. J. van Melle van Rotterdam.
          Het Rotterdamsch Nieuwsblad 11 dec. 1917

Inline afbeelding 1    

Rotterdamsch Nieuwsblad 14 sep 1925

 


Rotterdamsch Nieuwsblad 29 dec 1920


Inline afbeelding 1
          Rotterdamsch Nieuwsblad 24 dec 1921

 

In 1923 zong Nelly onder de naam N. van Sillevoldt liedjes van Anna de Wijs-Mouton voor – schrik niet – het Rotterdamsche Geheelonthouders-kinderkamp. Het was een benefietconcert.



Zie  Voorwaarts, soc.-dem. dagblad 18 juni 1923

Inline afbeelding 4
          Rotterdamsch Nieuwsblad 7 nov 1922
 

Het Comité voor de Ontwikkeling en Ontspanning van de Werkloozen organiseerde in de Groote Nutszaal een middag op 1 nov 1922. Voor muzikale medewerking waren aangetrokken het dameskoor van mw Bettink-De Haas, mw Schupper, viool en mw van Sillevoldt, zang. Jeanette Bettink-de Haas (*11 sept 1876 R'dam ✕ Jan Bettink 7 juni 1906 R'dam) is niet dezelfde persoon als Johanna van den Bussche (*1877 Batavia ✕ Th. H. Wefers Bettink).

  
   In de Groote Kerk, die eveneens stampvol was, hebben wij gaarne naar een mooie, warme altstem van mevrouw N. van Sillevoldt-Haasse geluisterd, evenals naar degelijk vioolspel van mevrouw M. Schupper-Whitehead, die heel knap Mischa Elman's arrangement van Schubert's  S t ä n d c h e n  ten beste gegeven heeft.
          R'damsch Nwsbl 29 aug 1922              Nwe Rott Crt 1 sept 1922


Hendrik de Vries was een fameus organist. De violiste M. Whitehead († feb 1942) is met een Schupper getrouwd. Zij heeft bij de uitvaart van Hendrik de Vries gespeeld, die in de St. Laurens begraven is.
Amersfoortsch Dagblad / De Eemlander 13 maart 1929.

Inline afbeelding 1
 

H u i s v r o u w e n
Causerie van mevrouw Hijmans-van Beek over de versiering van Kersttafels. Zang van het huisvrouwenkoor.
   Het huisvrouwenkoor, onder leiding van mevr. Deys-Draayer heeft de bijeenkomst met zijn zang opgeluisterd. Verder hebben de dames Hopman en Stenesse, mevr. J. van Raalt-Schouten, de dames van der Ende, Stenesse en van Sillevoldt Kerstliederen ten gehoore gebracht. Mevr. C. Sentrop-van Enthoven, die bloemen kreeg, heeft den zang begeleid.
   Na de pauze is de kerstcantate van mevr. Anna Lambrechts-Vos gezongen.

          Delftsche Courant 18 dec 1922   
Nelly zal een kinder-operette o.i.d. op touw hebben gezet,
zoals haar vader vroeger met zijn schoolkinderen deed.

            NRC 22 dec 1928


Nelly's opvattingen over geweldloosheid stroken met het feit dat ze lid werd van de Oxford Groep, wat zich uitte in boeken als Sleutels. Voor het 'tiendaagsche nationale kamp' van de Oxfordbeweging te Holten in Augustus 1938 dichtte én componeerde "de Baarnsche schrijfster" het lied De vloed komt op (zo luidde reeds de titel van een dikke propaganda-brochure uit begin 1938). "In Holten is, om het verjaardagswoord van Frank Buchman te citeeren, de geestelijke herbewapening van Nederland begonnen", zo schreef Mr. Dr. J. van Walré de Bordes in het Utrechtsch Nieuwsblad. In de dreigende jaren kort voor WO II wekte deze christelijk-utopische stroming veel belangstelling van goedbedoelende, maar soms erg naïeve burgers. Tegenwoordig kan men slechts met huiver lezen over "de dictatuur van Gods levenden Geest, die aan ieder mensch de innerlijke tucht geeft die hij behoeft en de innerlijke vrijheid die hij begeert" (aldus de genoemde brochure).

        

Tekst en muziek van
N. van Sillevoldt- Haasse.
De muziek is niet teruggevonden.

Utrechts Nieuwsblad
13 aug 1938
 


De kerk en de Oxford-Groep ; Open brief aan een vriend, Rietkerk G. / Archief G. Rietkerk / W. Rietkerk, Utrecht.

In het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam ligt een brochure 'De Kerk en de Oxford-Groep', door G. Rietkerk te Lisse. Daarin staan deze 2 coupletten van het feestlied uit 1937, gezet op de melodie van In naam van Oranje doe open de poort. Het couplet van het lied dat voor 'De vloed komt op' gecomponeerd werd door Nelly sluit hier niet bij aan, het versritme verschilt, Nelly had een eigen melodie gecomponeerd.

In de hoogste kringen zocht en vond men bijval : minister van Buitenlandse Zaken mr. Patijn onderschreef openlijk de idealen en ook koningin Wilhelmina liet haar interesse blijken: "Wie de teekenen des tijds begrijpt, weet dat thans van ons gevraagd wordt een daad van vertrouwen, van zelfopoffering en zedelijken moed en van geloof." "Heren als jhr. De Brauw van de toentertijd [1942] nog Oxford-beweging geheten groep verkondigden dat men 'de Duitsers met liefde tegemoet moet treden', om ze dusdoende 'te bekeren'", schreef H. M. van Randwijk in In de schaduw van gisteren. Kroniek van het verzet 1940-1945. In een brief aan Fokke Sierksma schreef W. F. Hermans "Vóór 1939 zag je t.a.v. Hitler : mensen met christelijke neigingen kunnen absoluut niet begrijpen tot welke daden mensen zonder christelijke neigingen in staat zijn en menen bovendien luidkeels van hun onwetendheid te moeten getuigen . . ." Evengoed was Buchman in New York voor de oorlog al dusdanig in opspraak geraakt door zijn positieve benadering van Nazi-Duitsland dat de beweging aanhang begon te verliezen. In Nederland deed het feit dat lieden als Rost van Tonningen en broer en zus Op ten Noort lid werden van de Oxford Groep een alarmsignaal afgaan voor wie het wilde horen. Ik denk dat Nelly van Sillevoldt zoals zovelen geen oog had voor de politieke achtergrond van deze massabeweging, die eigenlijk niet zelf bewoog maar bewogen werd door gevaarlijke volksmenners bij wie een steekje los zat. Na de oorlog nam de Morele Herbewapening het stokje over.

In 1933 en 1935 werden in Baarn houseparties van de Oxfordbeweging gehouden, maar althans in 1933 woonde Nelly nog in Rotterdam. In ieder geval was ook de kerkvoogd van de Hervormde gemeente van Baarn gegrepen door de beweging. Tussen 1934 en 1937 werden bijeenkomsten gehouden in de Bachzaal van het Amsterdams Conservatorium. De Bachzaal werd bekend als ‘de kerk van de Oxfordgroep’. In 1937 was de grote bijeenkomst in Utrecht. Of Nel van Sillevoldt na 1945 nog bij de Morele Herbewapening betrokken was is mij niet bekend.

Is er ook wel iets zo intiem als 's mensen verhouding tot God ? En daarom toch een zekere weerzin tegen die Oxford-bijeenkomst van laatst. Zo exhibitionistisch. Zo publiek vrijen met God. Zo bacchanaal-achtig en dan die brave kleine burgers en zoekende oude juffrouwen. Nee ! Toch maar niet weer zoiets. Voor de sensatie misschien een keer aardig. Maar daarvoor weer te fatsoenlijk bedoeld om er als een sensationeel schouwspel naar te zitten kijken.
     Etty Hillesum, 3 april 1942.

Het pretentieloze meisjesromandebuut van Hella Haasse, Kleren maken de vrouw (1947, uitg. Allert de Lange), sluit qua naïveteit, 'nobele bedoelingen' en 'de vijand te vriend houden' van de hoofdpersoon Reina (anagram van Irena) geheel aan bij de boeken van haar tante Nel. Alleen is het niet christelijk, hoewel er een excuusbijbel in de kast van de meisjes staat. Het boek is goed leesbaar tot aan het laatste (10e) hoofdstuk. Maar dan is de clou voorbij, het verhaal is uit, er moest o jeminee de lezeressen toch een nabeschouwing plus moraal ten afscheid aangeboden worden, de radio eindigde immers ook met een dagsluiting? Het boek zakt in elkaar en roept vooral daar de sfeer op van het (niet zo sterke) bakvisachtige acteren van Hella aan het eind van het Polygoonfilmpje uit 1945 Onze nieuwjaarswens 'Achter de horizon' (zie aanhang). Daarmee vergeleken gaat Van Sillevoldts Noodlanding in het laatste hoofdstuk volstrekt 'over de rooie'. Of de masochistische zelfopoffering van het personage Dora nog wel christelijk genoemd kan worden betwijfel ik, maar dat valt onder de vraagstukken waarin ik mij niet verdiep. Het leven is al zo kort.
   Tante Nel stopte merkwaardig genoeg in 1935 Hella, die met haar ouders en Wim in Nederland op verlof was, mondaine romans van de schrijfsters Vicki Baum en Joe Lederer (Drei Tage Liebe) toe, opdat ik het leven zou leren kennen" (Persoonsbewijs). Een keuze die niet voor de hand ligt, zou men denken, gezien Nelly's eigen levensopvatting. Maar Helene Willfüer (1928) "der Roman eines jungen Mädchens unserer Zeit" en Menschen im Hotel (1929) zijn een goede keus, die beslist getuigt van enige ruimdenkendheid en realiteitszin aan Nelly's kant.

Inline afbeelding 1

          Folder van Verlag Ullstein

 
"Die Drehtür muß offen bleiben. Der Ausgang muß jederzeit parat sein. Sterben muß man können, wenn es einem paßt. Wenn man selber will". Zover zijn we in Nederland anno 2018 nog niet eens. "Sie tanzen. Es ist ihr erster Tanz an diesem Abend und in diesem Leben" (Drei Tage Liebe, Lederer, het meisje heet Lena, jawel). Het loopt niet goed af met Lena.

Van Sillevoldts Het Wonder (1935) draait om Jo Verdonk, een 14-jarige vanaf de heupen verlamde jongen, aan bed en rolstoel gekluisterd. Hij krijgt van een dominee A noble life. Fiat voluntas tua van Diana Maria Craik Mulock (1866) cadeau, dat de dominee samen met hem gaat lezen, en een radio- toestel om naar nieuws en muziek te luisteren, zich te ontwikkelen, en eens een preek aan te horen. Waarom zou tante Nel Drei Tage Liebe aan Hella gegeven en En een kind zal hen leiden achtergehouden hebben ? Hoe was Nelly's eigen jeugd verlopen ?

 

  INTERMEZZO  

 

Gerbrandy - van Rhijn - Ramondt

Uit een brief van Nelly aan Corrie (gedateerd 4 oct 1950) blijkt een warm contact tussen moeder en dochter. Corrie had haar baan opgezegd in verband met haar huwelijk en verhuizing naar Ipoh, maar haar aanstaande, Brian Cosgrove, stelde het huwelijk uit. Ze was genoodzaakt een andere baan te zoeken. Corrie woonde althans verbleef op dat moment niet in Baarn. Nelly schreef aan Corrie "ik denk dat je iets in Frankrijk of Zwitserland zou kunnen zoeken .... Ik wil wel aan Mevr. Gerbrandy schrijven maar wacht toch liever even tot jij van de Jonge hebt gehoord."
  De laatste zin trekt de aandacht. De plaatsgenoten (gedurende 3 jaar) Nel van Sillevoldt en Betsy Gerbrandy kenden elkaar, misschien via Schouwvenster, of de Van Rhijns, misschien hadden ze elkaar in de hongerwinter in de rij voor de soepuitdeling getroffen ; ze hadden het ijveren voor pacifisme gemeen.

Corrie had bij mevr. Gerbrandy geen introductie nodig, ze had een baan in Amsterdam, liet zich daar 5 aug 1943 inschrijven maar kwam regelmatig bij haar ouders over de vloer met wat voedsel. Gerrit had zijn geweer moeten inleveren, maar zal af en toe een konijntje hebben gestrikt.
   Hendrina Elisabeth (Betsy) Gerbrandy-Sikkel (26 feb 1886 – 4 mei 1980) was sinds 18 mei 1911 de echtgenote van Pieter Gerbrandy, die Sjoerds (Sjoerdszoon) aan zijn naam had toegevoegd. Toen Gerbrandy 13 mei 1940 in Engeland 'in ballingschap' ging was hij minister van justitie. Op 3 sept 1940 werd hij Minister-President. Zijn vrouw Betsy Sikkel was inmiddels met de twee jongste kinderen vanuit hun villa aan de Kanaalweg in Scheveningen, waar ook de Willem en Coba Tholen woonden zie deze site die verhaalt over Tholen e.a., naar Leeuwarden vertrokken, waar ze familie had. In juli 1942 kwam ze naar Baarn. Hun oudste zoon Sjoerd (*Sneek, 14 juli 1914) was advocaat en procureur in Amsterdam.
   Op 19 en 20 juli 1940 werden 231 verlofgangers uit Ned.-Indië opgepakt als represaille voor de internering van 2400 Duitsers* in Ned.-Indië. Ze werden naar Buchenwald gebracht en de 'Indische gijzelaars' genoemd. Op 7 oct werd een andere groep van 116 (veelal vooraanstaande) Nederlanders door de Duitsers als gijzelaars gearresteerd en naar Buchenwald gebracht. In deze groep bevond zich ook Sjoerd Gerbrandy, evenals de oudste zoon van Bolkestein (minister van onderwijs), Willem Drees, Jo Juda, Evert Straat en vele anderen. Deze groep en ook latere gegijzelden werden o.a. door De Jong ook tot de 'Indische gijzelaars' gerekend. Een verwarring scheppende benaming die na 8 maart 1942, de val van Ned.-Indië, in geschiedkundige zin al helemaal onjuist is.

 

*Zou Deierkauf in 1940 geïnterneerd zijn ? Ned. paspoort, maar overtuigd fascist.

De z.g. Indische gijzelaars hoefden niet te werken, ze mochten (althans Sjoerd mocht) naar huis schrijven, ze werden niet met zoveel woorden mishandeld, maar het eten, de kleding, het beddegoed en de geneeskundige zorg waren abominabel. In de eerste winter stierven al 15 Nederlanders van de kou. Acht zijn er gefusilleerd.
   Op 16 nov 1941 werden ruim 200 gijzelaars, onder wie Sjoerd Gerbrandy, – gelukkig vóór het invallen van de winter – per trein van Weimar naar Oisterwijk en van daar met vrachtwagens naar het Groot Seminarie in Haaren bij Vught vervoerd (inclusief bagage), waar de levensomstandigheden veel beter waren. Hier kwamen regelmatig weer gijzelaars bij die, net als de tweede groep 'Indische gijzelaars', vaak geen enkele band hadden met Indië. Onder hen communisten, die op de lijst stonden die de chef van de Rotterdamse Politie Inlichtingendienst C. Bennekers in 1939 voor de Centrale Inlichtingendienst opgesteld had.

   Sjoerd werd op 16 nov overgeplaatst naar Haaren (N.Br.) en 11 febr 1942 vrijgelaten met een ernstige pleuritis. Hij had meer dan een jaar nodig om te revalideren voor hij zijn beroep weer kon uitoefenen. Vervolgens sloot hij zich als helper aan bij de verzetsgroep van Maria van Proosdij. Later kwam hij in contact met van Randwijk.

In een van de gesprekken die wij (TK en EK) met de 103-jarige Sjoerd Gerbrandy mochten voeren vertelde hij dat hij in Haaren op een dag commandant Wacker aan zijn bed trof. "Sind sie bereit zu reisen ?" Sjoerd dacht aan Buchenwald terug. "Wohin, Herr Kommandant ?" "Nach Hause ! Das Gepäck soll so eingerichtet worden daß es revidiert werden kann." (Heinrich Wacker. De man werd door medegevangenen in Haaren omschreven als 'tamelijk soepel en rechtvaardig' en 'een prachtvent'). Toen is Sjoerd (niet zonder avontuur) per trein naar Leeuwarden gekomen. Sjoerd hoopt Wacker aan de hemelpoort te treffen om de lieve Heer te verzoeken of de man ook binnen mag.

          [ Ds. Sjoerd Gerbrandy *Nieuw Weerdinge 31 oct 1927 - † Zutphen 28 febr 2015 behoort tot een andere tak van de familie. ]

Pieter Sjoerds Gerbrandy was sinds 3 sept 1940 minister-president van het oorlogskabinet in Londen. Sjoerd heette zijn oudste zoon. Deze studeerde net als Arie van Namen en Jaap van Proosdij rechten aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en zat samen met van Namen in het dispuut Demosthenes. In de vroege jaren dertig was de opkomst van het nazisme onder VU-studenten nauwelijks een onderwerp, zeiden Sjoerd en Jaap van Proosdij. Dit i.t.t. Henk van Randwijk, die in jan. 1934 aan Klaas Heeroma schreef "(...) het is om razend te worden dat de oorlog even misdadig als onvermijdelijk zal blijken te zijn".

Sjoerd Gerbrandy geb. 14 juli 1914 te Sneek, overl. 20 maart 2018, woonde 29 sep 1930 ASD Brahmsstraat 26 bhs, 21 feb 1939 Heerengracht 425 hs, 7 oct 1940 Buchenwald, 16 nov Haaren bij Vught, 11 feb 1942 vrijgelaten, Leeuwarden Emmakade 87 [10 juni 1942 PB], 7 juli 1942 Baarn Mollerusstraat 16, nov. 1943 Valeriusstraat 19 hs bij fam. Brans ASD, 23 aug 1945 Valeriusstraat 19 hs bij Brans, 22 juni 1954 Vondelstraat 186 hs+I, 30 jan 1962 J. Verhulststraat 151 hs. Huwde 9 juli 1959 Albertine Nora Kielman, advocate (*Batavia 13 feb 1925, † Bilthoven 12 dec 2017).

Inline afbeelding 1

     Amigoe di Curacao : weekblad voor de Curacaosche      eilanden 15 jan1941

         Soerabaijasch Handelsblad 10 jan 1941 → → →  

 

Sjoerd jr werd 7 oct. 1940 naar Buchenwald gebracht en 11 febr 1942 vrijgelaten. Hij was in de marge betrokken bij Vrij Nederland. Bijna legendarisch is de confrontatie tussen Henk van Randwijk enerzijds en Jacoba van Tongeren anderzijds in sept. 1944. Ze vertelde de "macho" van R. – die in Wikipedia nog mede-oprichter van Vrij Nederland genoemd wordt – over de werkelijke oprichters, en gaf hem als bewijs de originelen van de eerste drie exemplaren van het blad. Zie : Paul van Tongeren (2015, 42017), Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940–1945).

     Inline afbeelding 2

De aanslag op de BS in Amsterdam is het bekendste wapenfeit van De Vrije Kunstenaarskring. Wie kent niet de namen Gerrit van der Veen, Willem Arondeus, Johan Brouwer en jhr Willem Sandberg? Van der Veen zat ook in de Groep 2000, als nummer 2200, evenals Frieda Belinfante (203, allerlei falsificaties, telefoonpost bij overval BS) en Rudi Bloemgarten (2010, vervalste Pb's). Ondanks verraad is Frieda met de zelfverloochenende hulp van Bloemgarten uit handen van de Duitsers gebleven. Ook Sandberg hebben ze niet te pakken gekregen.

Op 12 maart 1945 vond op het Weteringplantsoen de fusillade plaats van 30 gevangenen die uit het Huis van Bewaring waren gehaald. Dat drama en zijn omstandigheden mogen als bekend worden verondersteld. Honderden voorbijgangers, onder wie Els Borst, werden gedwongen toe te zien. Maar er was nog een slachtoffer, de Ned. Herv. predikant ds J. Koopmans, die toekijkend uit een raam van zijn onderduikadres bij J. van der Flier – een confiturierr (banketbakker) met een winkel aan de Haarlemmerdijk 138 – aan de overkant van de gracht, Stadhouderskade 73, door een verdwaalde kogel werd getroffen en twaalf dagen later in het Wilh. Gasthuis overleed. Niet "ter plekke" zoals Paul van Tongeren schrijft. Aan Koopmans besteedt hij weinig aandacht, ten onrechte, want hij was geen randfiguur. Mulder en Koedijk doen dat beter, zij vestgen ook de aandacht op de relatie Koopmans-Kohlbrugge,
    Jan Koopmans *Sliedrecht 26 mei 1905, †Amsterdam 24 maart 1945, was predikant o.a. in Goes, en studeerde theologie in Utrecht. Gepromoveerd in 1938 en sinds 1939 bijbelstudiesecretaris van de NCSV (Nederlandse Christen Studenten Vereeniging) was hij in nov. 1940 de auteur van het pamflet "Bijna te laat" waarin hij opriep de Ariërverklaring niet te ondertekenen. In 1941 schreef hij anoniem de brochure "Wat wij wel en wat wij niet geloven" tegen het antisemitisme. In datzelfde jaar werd hij beroepen door de Herv. kerk in Amsterdam en wat later tot hoeder van de Noorderkerkgemeente benoemd.
    In augustus 1942 werd het ‘Adviesbureau ten bate van niet-arische Christenen’ opgericht. Ds dr Jan Koopmans werd als directeur aangesteld. Het bureau was gevestigd in de Nieuwe Kerk op de Dam. Het voornaamste doel was om Joden uit handen van de nazi's te houden. Er werden doopbewijzen verstrekt waaruit bleek dat de houder ervan geen Jood maar een Christen was. Ruim duizend Joden wisten zo te overleven.  zie  link naar Dokwerker-artikel Ook Abraham Abas en Hebe Kohlbrugge werkten er, hij als magazijnchef van voedsel en andere zaken t.b.v. het verzet, zij op het kerkeraadsbureau. Koopmans en Kohlbrugge waren bevriend. Beiden hadden contact met de Bekennende Kirche. Koopmans had als directeur van het adviesbureau regelmatig contact met de Duitse instanties.
   Vanuit zijn functie van bijbelstudiesecretaris van de NCSV had Jan Koopmans regelmatig contact met de Bekennende Kirche in Duitsland. Hij was nauw geestverwant van zijn leermeesters prof. K. H. Miskotte en ds. Oepke Noordmans, predikant in Laren (Gld.). Ze waren aanhangers en pleitbezorgers van de theologievernieuwing die door de Zwitser Karl Barth was ingezet. Oepke Koopmans was betrokken bij de optredens van Barth in Nederland. "NCSV en Oxford Groep sloten voor velen naadloos op elkaar" (H. D. de Loor p. 224, zie aanhang.)
    Ds Kleijs Hendrik Kroon (Groep 2000, nr niet bekend, bijnaam 'de rooie dominee') studeerde aan de VU en de RU. Hielp samen met Kohlbrugge Jan Koopmans bij de verspreiding van diens pamfletten. Kwam kort voor de oorlog in Amsterdam wonen. Bezocht geregeld bijeenkomsten van Groep 2000 om morele steun te bieden.

  Inline afbeelding 2   Inline afbeelding 3

1. Foto van De Dokwerker.  2. Alg Hbld 28 maart 1945.  3. Foto uit Twee maal twee is vijf van Hebe Kohlbrugge, 2002.

In het Tweede Weteringplantsoen, herbenoemd tot H. M. van Randwijkplantsoen op het Weteringcircuit te Amsterdam is in 1970 een gedenkmuur geplaatst waarop de slotregels van v. R.'s gedicht Bericht aan de levenden zijn aangebracht
                 EEN VOLK DAT VOOR TIRANNEN ZWICHT
ZAL MEER DAN LIJF EN GOED VERLIEZEN
DAN DOOFT HET LICHT . . .

Niet iedereen is even gelukkig met de plaatsing van die monument-achtige muur op deze historisch zwaar beladen en omstreden plek. En met de verbanning van Jacoba van Tongeren naar een waaierige verkeersbrug in de Burg. Fockstraat in Amsterdam Nieuw-West. Ze voert, o Parzen – Es fürcht’ die Beamten das Menschengeschlecht! – over de Afwateringstochtsloot naar het Gerbrandypark (!). Brugnummer 602. De straatnamen waren een halve eeuw geleden aan de mannen vergeven. Bestonden er dan vrouwelijke verzetsstrijders ? Vrouwen die verzetskrantjes rondbrengen kun je vanuit de macho-perceptie toch geen verzetsstrijders noemen ? Diezelfde macho-strijders, waarbij zich vele figuren van slechte tot gewetenloze reputatie aansloten (collaborateurs die de bui zagen hangen, zwarthandelaren, verraders) hebben uit de laatste maanden van de oorlog door hun onberaden acties, aangemoedigd door het communistenvrezende Londen, veel onnodige slachtoffers gemaakt, direct, en door represailles van de Duitsers, die de slachtoffers voor hun fusillades soms zelfs door Nederlanders toegeschoven kregen.

Geconfronteerd met het 'monument' op de Dam zou Vondel zeggen  “nu sla ik 't aanzicht schaamzaam neêr”.


Leden van het gezin Gerbrandy, moeder Betsy *1886 en haar kinderen Sjoerd (Oef) *1914, Christine (Tineke) *1924 en Johannes Cornelis (Jop) *1926 woonden Mollerusstraat 16 te Baarn van 7 juli 1942 - 30 oct 1945. Zoon Sjoerd sterkte in Baarn aan na zijn verblijf in Buchenwald. Tineke studeerde aan de kweekschool Mariënborg in Leeuwarden. Jop ging naar het Baarnsch Lyceum. Baarn nam hen op, bood hen gastvrijheid, ze leefden niet in een isolement. Vader Gerbrandy kwam 19 sept. in Baarn wonen. Pieter Gerbrandy, de premier, regeerde het land van 19 sept tot 30 oct 1945 bij wijze van spreken vanuit Baarn, waar hij stond ingeschreven tot de bouwwerkzaamheden rond en in de nieuwe huisvesting van het gezin in den Haag beëindigd waren. Baarn heeft daar geen weet meer van. Geen Gerbrandyweg, -straat of -markt herinnert aan die tijd. Politieke controversen kunnen de oorzaak van die vergetelheid geweest zijn. In elk geval kan Baarn zich erop beroemen geen parkeermeters te hebben. Dat ene stoplicht, ach.

————————

Het gezin van Proosdij woonde aan de Nassaukade 359 te Amsterdam bij het Leidsepleinkwartier. Vader A. C. G. (Antonin Cornelis Govert) van Proosdij had daar zijn advocatenkantoor.  Sjoerd Gerbrandy kwam als advocaat bij A. C. G. te werken. Toen Sjoerd in Buchenwald was heeft Jacob van Proosdij (Jaap, *15 april 1921, zoon van A. C. G.) de cliënten van Sjoerd waargenomen.
   De van Proosdij's en de Gerbrandy's waren goed bekend en bevriend met elkaar. De vaders waren tegelijkertijd advocaat in Amsterdam (NB Fasseur noemt de naam van Proosdij nergens. De Jong wel, in Deel 6-I.). Ze konden vanwege hun rebelse aard goed met elkaar overweg. Het hele gezin van Proosdij nam deel aan het verzet ; vader, moeder en de kinderen (3 zonen en 2 dochters).
   Na zijn vrijlating uit Haaren op 11 feb 1942 nam Sjoerd de trein naar Leeuwarden waar zijn moeder met Jop en Tineke woonde. Hij had een ernstige pleuritis. Oom Hiskia Gerbrandy, de longarts, oordeelde dat Sjoerd beter op zandgrond zou genezen. Zodoende ging Betsy met haar drie kinderen op 7 juli 1942 in Baarn wonen, Mollerusstraat 16. Goede vriend Kees van Rhijn (met zijn gezin sinds 12 juli 1940 wonende Nassaulaan 45, Baarn) had ze aan een woning kunnen helpen. Tineke  zal buiten de vacanties in Leeuwarden gebleven zijn om haar studie aan de kweekschool af te maken.
    Sjoerd *1914 verbleef in Baarn vanaf 7 juli 1942. Op 1 sept 1943 schrijft Betsy aan mw Ramondt (uit Schoondijke, zendster van voedselpakketten) : "Mijn zoon, die nog altijd herstellende is, heeft ook nog altijd extra bonnen". Vermoedelijk woonde Sjoerd toen nog in Baarn bij zijn moeder. Betsy schrijft op 5 juli 1943 aan mw Ramondt : "Ons gezin is gelukkig nog bij elkaar".- en op 16 juli 1943 aan haar man : "Oef nog zwak". Op 3 nov 1943 schrijft ze aan haar man : "Ik ben de heele dag alleen geweest. Jop was een dagje uit en de twee anderen wonen niet meer bij mij." Tineke zat op de kweekschool in Leeuwarden. "Oefie probeert weer in zijn werk te komen".

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 1

1. Leeuwarder Courant 12 sept 1940
2. Nwsbl v Friesland : Hepkema's Crt 13 juli 1942

        

Inline afbeelding 2Inline afbeelding 1

Tineke bleef in 1942 in Leeuwarden wonen. Ze zal alleen in de schoolvacanties en een paar weekends naar Baarn zijn gekomen. Voor de voedselbonnen liet ze zich in Baarn inschrijven. Betsy had ze harder nodig dan zij. Tineke trouwde in Scheveningen de Noorse zendingspredikant Kjell Clausen. Direct na hun huwelijk 28 juli 1951 in de Prins Willemkerk in Scheveningen vertrok het paar naar het geboorteland van Clausen, India. Daar werden  in 1952 Hendrina Elisabeth, in 1954 Inger Kristin, en in 1960 Jurgen Michael geboren. Op zeker ogenblik na 1961 kwam Tineke naar Noorwegen (Oslo) terug, waar ze Christine genoemd werd. Op 25 nov 2017 is ze in Oslo overleden. Waar en wanneer haar echtgenoot, die in het overlijdensbericht niet genoemd wordt, overleden is, is niet bekend.

—  —  —  —  —  —  —  

In de brief van 16 juli 1943 schrijft Betsy aan haar man : "Volgende week gaan we een paar dagen uit naar menschen die jij niet kent. Heelemaal niet uit onze kring en nog minder uit onzen geest maar ze hebben voor Oefie gezorgd toen hij pas thuis kwam en ik geen gelegenheid had hem te verzorgen. Dat geeft dus een band". Wie die mensen geweest zijn ? Sjoerd ging, toen hij weer in Amsterdam woonde, iedere zondag per trein naar zijn moeder in Baarn. Totdat dat niet meer kon.

Toen Sjoerd, die op de Heerengracht te Amsterdam woonde, op 7 oct. 1940 zijn huis verliet rook hij onraad - mannen van de Gr. P. verzamelden zich - maar hij was op tijd weg. Het bericht in het Soerabaijasch Handelsblad 10 jan 1941 (zie hierboven) is in zoverre onjuist, dat de Grünen op het kantoor aan de Nassaukade Sjoerd, die daar werkte, niet aantroffen, en toen niet "zijn vriend", maar mr. van Proosdij senior meenamen. Daarop heeft Sjoerd zich gemeld.
   Jaap v Proosdij vertelt dat Sjoerd Gerbrandy gedurende de bezetting weinig kon ondernemen vanwege zijn vader die minister-president was. Sjoerd vertelde in twee gesprekken die wij (TK en EK) op 26 en 28 juli 2017 met de 103-jarige mochten voeren, dat van Proosdij sr. zijn leermeester in de advocatuur is geweest. Sjoerd kon naar zijn zeggen niet aan risicodragende laat staan spectaculaire activiteiten deelnemen, en hij is ook beslist nooit ‘chef van de O.D.’ of leider van een knokploeg geweest, maar heeft wel Maria Gerardina, dochter van Proosdij, geholpen met verzetstaken achter de schermen. Maria verzamelde inlichtingen, was koerierster, codeerde berichten en heeft een paar maal een zender vervoerd. Ook was Sjoerd Gerbrandy betrokken bij overleg over samenwerking tussen verschillende verzetsgroepen en over de vraag hoe het na de bevrijding verder moest met Nederland.
   Op de site van USHMM staat een lang interview zie hier met Jaap van Proosdij. Hij heeft in de oorlog als advocaat veel Joodse mensen behoed voor deportatie en de eretitel Yad Vashem ontvangen.

Op 2 aug. 2017 had Jan Ramondt (kleinzoon van mw Ramondt uit Schoondijke) vergezeld door Ellen Klomp Sjoerd Gerbrandy een bezoek gebracht. Tot haar grote spijt kon Ramondts vrouw niet meekomen. Op een later moment hebben de echtelieden tezamen Sjoerd kunnen bezoeken om hun dank uit te spreken voor de ook in godsdienstig opzicht bemoedigende brieven die Jan's oma van Sjoerds moeder na de voedselzendingen ontvangen had. Ellen en Thijs zijn op 22 aug. 2017 nog eens langs gegaan.

Sjoerd is er door onze verhalen van overtuigd geraakt dat het contact tussen zijn moeder Betsy en mw Ramondt tot stand is gekomen door de wederzijdse kennis ds Kornelis Sietsma en niet door zijn oom N. J. G. Sikkel. Jan Ramondt heeft uiteengezet dat Middelburg waar Nico Sikkel destijds gestationeerd was (Openbaar Ministerie) vanuit Schoondijke moeilijk bereikbaar was vanwege de tussenliggende Westerschelde. Contact was in die tijd niet zo makkelijk. In 1938 werd Nico Sikkel trouwens substituut-officier van justitie in Haarlem. Dat het contact via hem gelopen is, is niet aannemelijk vanwege de grote afstand. Ook kan Jan niet bedenken in welke hoedanigheid zijn opa bekend zou zijn geraakt met Nico Sikkel.
   Daarbij komt dat de weduwe ds Sietsma en mw Ramondt-Weijns na de oorlog briefcontact met elkaar hebben gehouden. Ook nadat mw Sietsma (geboren Jannetje Dekker), rond 1952, met haar kinderen (4 zonen en een dochter) naar Australië was geëmigreerd.
   Het contact Ramondt - Gerbrandy is tot stand gekomen via ds C. J. Sikkel, die nauwe banden had met ds Sietsma en met zijn zus Betsy Gerbrandy. Oma Ramondt zond voedselpakketten naar mw Gerbrandy en naar mw Sietsma. Volgens Jan was er in de oorlog meer dan voldoende voedsel voorradig op de boerderij. Sjoerd is nooit in Schoondijke geweest.

Na afgelegd classicaal examen bleek deze proponent een begeerd man, want hij ontving niet minder dan 13 beroepen. In zijn hart ging de keuze tussen Grijpskerk en Schoondijke, maar na een gesprek tussen ds, L. Bouma, die Zeeland zoo goed kende, besliste hij voor Schoondijke. Daar toog hij dus heen en werd er 23 Nov. 1924 door De Moene bevestigd. Zijn intreêpreek bleef steken in de overtocht. Alles moest over de Schelde worden aangevoerd en de preek zat in een kist, die nog niet was gearriveerd. Toen wachten niet langer mogelijk was, zette Sietsma zich den avond tevoren weer aan den arbeid en maakte een nieuwe preek. Het kwam toch alles goed terecht.
   Schoondijke ligt in het aardige, in zoo menig opzicht aantrekkelijke land van Zeeuwsch-Vlaanderen, een welvarend Zeeuwsch dorp met wijde akkers. De kerkelijke gemeente was zeer uitgestrekt. Geruimen tijd was zij vacant geweest en er viel aan herderlijken arbeid veel te doen. In de Hervormde Kerk ter plaatse was het treurig gesteld met het geestelijk leven. In dit vruchtbare land lag zij als een stuk heidegrond in geestelijk opzicht. Sietsma wierp zich dan ook met name op den herderlijken arbeid in eigen gemeente en op de evangeliesatie. Het preeken ging hem, reeds toen al, vlot af. Sietsma had haast in zijn leven en treuzelde nooit. Hij leverde ernstig werk, maar deed het snel. Dat kwam ook hierdoor, dat hij zichzelf niet in den weg zat, de zaak des Heeren diende en een heel scherp besef had van wat de Heere op een bepaald moment van hem vroeg. En dan deed hij dat.
   Daarom was in Schoondijke zijn thuisblijven weinig, snelde hij veel over de lange en soms niet zoo gemakkelijk begaanbare wegen. In herderlijke trouw heeft hij er veel gesproken en veel bereikt, banden gelegd, die bleven. Men kreeg hem daar lief en dat voor lange jaren. Toen in Amsterdam de schaarschte groot werd, was men in Schoondijke in zorg over zijn gezin en bood men gaarne hulp. Want men kon hem ook toen nog niet vergeten.
Ook de gave met andersdenkenden te spreken, die bij Ds Sietsma was gesterkt en geoefend, omdat God hem telkens weer in het volle leven had geworpen, kwam hem in de Evangelisatie in zijn eerste gemeente te stade en hij woekerde ook met dit talent.
  Zoo vloog de tijd voorbij. De gemeente bloeide en zijn gezin groeide. Zijn vrouw schonk hem hier twee zonen. [...] Het lag voor de hand, dat het verblijf in de eerste gemeente niet al te lang zou duren. [..] In Juni 1928 beroepen, werd Sietsma den 9den September d.a.v. te Eindhoven bevestigd.

   Uit : Een waarlijk vrije levensschets van Dr Kornelis Sietsma door C. J. Sikkel. V.D.M.-serie II, 1946.

Sjoerd Gerbrandy vertelt dat hij zich de dag van zijn arrestatie nog goed weet te herinneren. Het was een nare dag. Er hing onraad in de lucht, hij was voorzichtig. Hij verliet het advocatenkantoor van v. Proosdij aan de Nassaukade. Hij had bemerkt dat er veelvuldig driftig werd getelefoneerd op kantoor. Dat gaf onrust. In de buurt van zijn woning aan de Heerengracht aangekomen, zag hij dat de buurt was afgezet en dat mannen een omtrekkende beweging aan het maken waren. Hij werd gezocht, vond een schuilplaats, maar aarzelde geen seconde zich aan te geven toen hij vernam dat mr Proosdij sr in zijn plaats was opgepakt.
   Ruim na de oorlog liet Sjoerd zich eens door vrienden overhalen te vertellen over zijn tijd in het kamp Buchenwald. Daar werd hij zo vreselijk beroerd van dat hij er nadien nooit meer over heeft willen vertellen. Niet door wat hem was overkomen, maar vanwege de mensoterende behandeling van anderen. Hij zat samen met andere prominente Nederlanders als gijzelaars in een apart afgezet gedeelte van het kamp, maar kon alles zien en horen wat zich aan de andere kant van het prikkeldraad afspeelde.
   Sjoerd zegt over Jaap van Proosdij : hij was een fijne vent. Ik heb zeer veel respect voor wat hij in de oorlog gedaan heeft. Hij veranderde niet. Was als 18-jarige jongen dezelfde als de latere man. Jeugdig, gezellig, altijd vrolijk, energiek, prettig in de omgang. Toen Jaap naar Zuid-Afrika emigreerde heeft hij daar opnieuw rechten moeten studeren (ander recht dan in NL, "nog uit de tijd van Rembrandt" volgens Sjoerd). Jaap leerde snel en had een grote advocatenpraktijk.
   Sjoerd merkt spijtig op dat al zijn vrienden zijn overleden. "Ik weet niet waarom ik zo lang moet leven".
   Toen hij in Amsterdam woonde heeft Sjoerd kerkdiensten van ds Sietsma bijgewoond. “Hij kon goed preken, maar hij rolde over zijn woorden”. Sjoerd heeft geen idee waarom Sietsma is opgepakt. Sietsma sprak zich nooit expliciet anti-Duits uit. Ook niet in de privé-sfeer.

Sjoerd vertelt over zijn oom Hiskia Gerbrandy. Hij was opgepakt en heeft een tijdje in kamp Amersfoort gezeten met allemaal andere artsen. Hiskia wist uit die tijd alleen maar leuke verhalen te vertellen. Bijvoorbeeld van een Duitse kampcommandant die iedere dag vreselijk tegen de gevangenen stond te schreeuwen. De man kreeg een oogprobleem. Hij bevond zich in een kamp met artsen dus ging te rade bij dr Zeeman (deze was internationaal bekend als oogarts). Dr Zeeman onderzocht hem en stelde de diagnose dat het oogprobleem voortkwam uit het voortdurend harde schreeuwen. De man heeft niet meer geschreeuwd.
  Sjoerd zegt zich niet bewust te zijn geweest van de voedselpakketten die zijn moeder in Baarn ontving. (Hij heeft zelf NB een bedankbrief aan mw Ramondt gestuurd, deze is bewaard gebleven).

---------------------------------------------------

Mulder en Koedijk schrijven over Sjoerd Gerbrandy in : H. M. van Randwijk. Een biografie (1988) :

Van Randwijk kwam half febr 1945 met het voorstel om Vrij NL en Groep 2000 hun verzorgingswerk te  laten bundelen onder supervisie van VN. Als vertegenwoordiger van VN schoof hij een verzetsrelatie, mr. Sjoerd Gerbrandy, naar voren. [pag. 417]
   Tijdens het spoedberaad maart 1945 of op Stadhouderskade 56 wel of niet een inval zin had, was Sjoerd Gerbrandy met van Randwijk namens VN aanwezig. Namens de Groep 2000 spraken Jacoba van Tongeren en H. F. van der Meer. [pag. 419]
   Op 14 april 1945 hadden v. Randwijk en mr. A. van Nierop (een confrère van Sjoerd Gerbrandy) een bespreking met Groep 2000 waarbij v. Randwijk stipuleerde dat VN de Groep 2000 volledig in zich moest opnemen. Ze stuitten op zoveel onwil en tegenwerking van de leden van de groep op het kantoor dat ze onverrichterzake afdropen. [pag. 430]. Ze werden gewoon genegeeerd.

Jacoba van Tongeren schrijft in haar memoires (in : Jacoba van Tongeren en de onbekende verzetshelden van Groep 2000 (1940-1945) door Paul van Tongeren, 22015 p. 145, 42016 p. 149) :
"Gerbrandy was topman van de Landelijke Knokploegen" [medio 1944].
Op 1 mei 1944 kreeg Jacoba bezoek van Prins, Fernhout en Gerbrandy, de top van de LO en LKP. De ‘Bonnenkoningin’ werd uitgenodigd toe te treden tot het Dagelijks Bestuur Amsterdam van de LO en deel uit te maken van de RVV, de top van het verzet. Ze sloeg de uitnodiging om verschillende redenen af. De belangrijkste reden was de eis van de LO om alle namen en adressen van Groepsleden en onderduikers vrij te geven.
sept 1944 - Gerbrandy en van der Meer moest(en) Jacoba uitleggen dat ze beter niet naar de begrafenis van haar broer kon gaan, te riskant. [pag. 158]
sept 1944 - v. R.  (hij bezoekt Jacoba alleen) krijgt de eerste exemplaren van VN overhandigd door Jacoba [pag. 163].
10 dagen later - v. R. en Gerbrandy (laatstgenoemde voert het woord) bezoeken Jacoba om haar te overreden tot vereniging van Groep 2000 en VN [pag. 169 en 170]. Jacoba zet de heren schaakmat.
Begin oct 1944 - bijeenkomst van top VN (v Randwijk en Gerbrandy) en top Groep 2000 (Jacoba en v d Meer) waarin v R en Gerbrandy het bestaansrecht van Groep 2000 naast VN betwisten. [pag.174]
12 jan 1945 - op initiatief van Jacoba wordt een algemene vergadering gehouden waarvoor bestuur en leden van VN en Groep 2000 zijn uitgenodigd. Gerbrandy (van de Raad van Verzet) laat verstek gaan. [pag.199]
9 mrt 1945 - topvergadering van BS met van Hall, Jacoba, v R, Gerbrandy en nog een paar kopstukken. [pag 210]
10 mrt 1945 - krijgsraad  (de voltallige verzetstop is aanwezig) over het wel of niet overvallen van Stadhouderskade 56. Jacoba wil wachten, Gerbrandy en uiteindelijk v R ook. [pag. 217]
apr 1945 - v R en Gerbrandy komen 'de boel overnemen'  van Jacoba [pag. 244 ev]. Dit loopt voor de heren gênant af. In de biografie van v R staat dat v Nierop met v R meekwam.

Doordat de leden van Groep 2000 van elkaar geen namen maar alleen nummers kenden en bij uitzondering een adres was de persoonlijke veiligheid van de leden veel groter dan in de groep van Van Randwijk. Ook de RVV waaraan de meisjes Schaft en Oversteegen verbonden waren sprong voorzichtiger met namen en adressen om dan de KPD en de OD.

----------------------------------------------

Op de site hier de link waar het boek Het Grote Gebod (Gedenkboek van het Verzet in LO en LKP) in zijn geheel te lezen is, komt de naam van Sjoerd Gerbrandy *1914 in het geheel niet voor. Dat geeft te denken.

Jacoba schrijft in haar dagboek over meerdere ontmoetingen met Gerbrandy. Dat is (waarom zou ze zich vergissen ?) voor waar aan te nemen. Gerbrandy moet een belangrijke rol voor van Randwijk hebben gespeeld, gezien het feit dat v. R. Gerbrandy meenam naar alle belangrijke ontmoetingen.
Mulder en Koedijk hadden tijdens het schrijven van hun v Randwijk biografie geen beschikking over internet, noch inzage in de memoires van Jacoba. Daardoor zijn sommige passages achterhaald.

Gerbrandy stelde zich tijdens onze gesprekken resoluut op. Hij had de dochter van van Proosdij administratief geassisteerd, maar was bij het eigenlijke verzetswerk op de achtergrond gebleven. Op de directe suggestie dat Sjoerd toch wel een van de leidinggevenden was geweest kwam het antwoord : "Daar hoorde ik niet bij, dat waren meer van Randwijk en dergelijke figuren. Ik speelde een zeer ondergeschikte rol." Het is uitgesloten dat Gerbrandy tijdens onze gesprekken geen weet had van de inhoud van het boek over Jacoba v Tongeren -- het was vrijwel het enige losliggende boek in zijn woonkamer, al bij ons eerste bezoek. Met zijn leesapparaat heeft hij zeker de brisante hoofdstukken nauwgezet bestudeerd. Maar hij marginaliseerde zijn rol bij VN en hield verder de boot af.

Gerbrandy komt er niet zo best af in de beschrijvingen van Jacoba van Tongeren. Van Randwijk uiteraard nog veel minder.

De Gereformeerde Amsterdamse verzetskring.
Twee collega’s van ds Sietsma, ds. C.J. Sikkel en ds. P.G. Kunst, speelden een actieve rol in de hulp aan joden om onder te duiken. H. Dienske (ouderling in de Waalkerk), was oprichter van de LO in Amsterdam. C.J. Sikkel was een oom van Sjoerd Gerbrandy (*1914). Sjoerd zou via zijn oom in contact geweest kunnen zijn met Dienske.

Toen het geheel uit mannen samengestelde kabinet op 13 mei 1940 de Noordzee naar Londen overstak bleven hun echtgenotes en kinderen in Nederland achter, behalve mw Van Kleffens die Amerikaanse en haar mans secretaresse was. Met pantserwagens waren de ministers van het Kabinet-De Geer II op 13 mei uit Den Haag vertrokken om in het Fort Hoek van Holland nog een laatste vergadering te houden. De ministers van Rhijn en Steenberghe waren in den Haag achtergebleven om het regeringsgezag aan opperbevelhebber Winkelman over te dragen. Daarna reden ze alsnog naar Hoek van Holland. Van het plan om met een Engelse torpedojager naar het nog veilige Zeeland te gaan werd afgezien. Besloten werd om direct uit te wijken naar Engeland. Om 19:20 uur zetten de ministers en de koningin met de HMS Windsor scheep naar Harwich. Nederland capituleerde op 15 mei.

Voor Mevrouw Gerbrandy-Sikkel was het grote gezinshuis in Scheveningen te duur geworden. Ze was kort na de capitulatie met haar kinderen in het huis van haar overleden schoonmoeder in Leeuwarden gaan wonen. Daar woonden een broer van haar echtgenoot, Hiskia Gerbrandy, de longarts, en haar schoonzus Anna. Maar zoon Sjoerd had een ernstige pleuritis aan Buchenwald overgehouden en Hiskia raadde het gezin aan het natte Friesland te verlaten en een woonplaats op zandgrond te zoeken. In febr 1942 was Sjoerd teruggekomen. In juli 1942 vertrok Betsy met haar kinderen naar Baarn. De bevriende van Rhijns hadden een onderkomen voor haar gevonden aan de Mollerusstraat 16, hoek Eemnesserweg.

Mollerusstraat 16, Baarn. Oudere foto met dank aan Anja van Gelder.

Inline afbeelding 6
          Foto uit 1924. Beeldbank NIMH / objectnr 2155_001070.
Bij de rode stip midden boven staat de villa Mollerusstraat 16. Hier woonde 1942-1945 mevr. Gerbrandy-Sikkel, de echtgenote van Piet Gerbrandy, de Nederlandse premier ‘in ballingschap’ in Londen.

Mw Gerbrandy zat daar naar eigen zeggen betrekkelijk eenzaam. “Baarn is een rare plaats. Wij kennen hier eigenlijk niemand . . ." schreef ze aan mw Ramondt 23 april 1944, om de controleurs om de tuin te leiden ? Maar twee belangrijke zaken functioneerden : ze kon van haar man brieven ontvangen via mw van Rhijn (Tony van Rhijn) en hem ook brieven sturen, hoewel dat niet zonder haperen verliep en na sept. 1944 niet meer via de Zwitsersche weg mogelijk was. Bovendien ontving ze regelmatig een voedselpakket van mevr. Ramondt-Weijns uit Schoondijke. Daar kwam na de spoorwegstaking van sept '44 en de bevrijding van Zeeuws Vlaanderen echter een eind aan. De hongerwinter begon.

1940–1945          1   Krugerlaan 24 -- Nel van Sillevoldt-Haasse ; Corrie van Sillevoldt ; Cor F. Haasse-Braak
1940–1945          2   Nassaulaan 45 -- van Rhijn
1940–1945          3   Mollerusstraat 16 -- Gerbrandy-Sikkel

Inline afbeelding 3
          Baarn Kaart Gemeentewerken mei 1946


“Wij kennen hier eigenlijk niemand” is op te vatten als misleiding voor eventuele censuur. Op Nassaulaan 45 in Baarn woonden sinds 1940 de Van Rhijns. Daar werden de brieven voor Betsy Gerbrandy van haar echtgenoot bezorgd. En inderdaad, het was misschien beter dat ze niet bij de van Rhijns op bezoek ging en omgekeerd, dat kon consequenties hebben. Een onbekende bezorgde de brieven.

Inline afbeelding 1

     

Tijdens WO I waren Gerbrandy en Kees van Rhijn op Terschelling gelegerd, Gerbrandy als sergeant en van Rhijn als korporaal.
   In de twintiger jaren woonden zowel de Gerbrandys als de Van Rhijns in Sneek. Ze waren bevriend en dat is vele jaren zo gebleven. Gerbrandy was daar advocaat.

 

Piet Gerbrandy en zijn oudste zoon Sjoerd, 1917.
Tresoar Leeuwarden 1748 Archief mr. dr. Pieter Sjoerds Gerbrandy / inventarisnr. 12
  Sjoerd Gerbrandy, honderd jaar later.
Coll. TK-EK (foto EK 2017)

In 1930 gingen de Gerbrandys naar Amsterdam, de van Rhijns naar Den Dolder.

 

 

Auke Antonie (Auke) Beckeringh van Rhijn
*Sneek 26 april 1920

               
         Haagsche courant 29 april 1920                           Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant 1 juni 1920           


“Volgende week gaan we een paar dagen uit naar menschen die jij niet kent. Helemaal niet onze kring en nog minder uit onze geest." Ze gaan mensen bezoeken die hebben geholpen met de opvang en revalidatie van Oef na zijn vrijlating uit Haaren. Brief van Betsy aan Piet.

Nieuw Nederland loopt van stapel door Dr. H. D. de Loor, 1986, is een boekje over de Oxford groep. Maarten van Rhijn, broer van, heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in die organisatie. Het boekje handelt ook over de Baarnsche house party's, heeft een namenregister.

 

C O N T A C T E N

Ook met zijn beide zoons had Gerbrandy vanuit Londen soms briefcontact.

V a n   R h i j n  /  B e c k e r i n g h   v a n   R h i j n 

Prof. Dr. Cornelis Hendrikus van Rhijn (*Delft 22 juli 1849, † Groningen 16 feb 1913)
1875 Anna Geertruida Pijnacker Hordijk (*Naaldwijk 11 aug 1856 - † Naaldwijk 8 juli 1878) en
mei 1882 Aletta Jacoba Francina Kruyt (den Haag 10 feb 1859, † Groningen 25 dec 1945).
Corn. H. 1849 is vernoemd naar zijn grootvader Cornelis Hendrikus Felix.

Het eerste huwelijk was kinderloos. Uit het tweede huwelijk :

• Adriana Josephine (Joos) (*Gouda 23 juni 1884 - † 's Hage 10 mei 1976)

• Pieter Johannes (*Gouda 24 mrt 1886 - † Groningen 9 mei 1960)

Maarten (*Groningen 29 apr 1888 - † Utrecht 3 okt 1966) prof. dr. theologie, secretaris Ned. Christen-Studenten Vereniging, hoogleraar kerk- en dogmengeschiedenis Universiteit Utrecht, woonde veelal in Utrecht en Bilthoven. Was actief in de Oxford-beweging.

Cornelis Hendrikus (Kees) (*Groningen 10 jan 1890 - † Bilthoven 25 mei 1969) ✕ Antonia Beckeringh Lankhorst (Tony) (*Sneek 23 oct 1891 - † De Bilt 6 mrt 1971) uit dit huwelijk 3 kinderen, Cornelis Hendrikus *'s Hage 1918 ; Auke Antonie (Auke) Beckeringh van Rhijn *Sneek 1920 ; Aart Jan Theodoor *Sneek 1924.

Arie Adriaan (Aart) (*Groningen 23 oct 1892 - † den Haag 11 feb 1986) ✕ Engelina Maria Elisabeth van Dijk (Groningen *21 jan 1898 - † den Haag 20 sep 1976) [kabinet-De Geer II].
Hij was voorzitter van de buitengewone Algemene Rekenkamer te Londen (1941-1945). Hij was ook lid van de Oxford-beweging. Uit dit huwelijk : Siepke Maria Elisabeth [Siepke, *Amsterdam 1920], Cornelis Hendrikus [Kees, *Amsterdam 1924], Arie Adriaan Theodoor [Theo, *Amsterdam 1926], Aletta Jacoba Francina [Aletta, *'s-Gravenhage 1930].

Op Den en Rust te Bilthoven staat de grafsteen van Cornelis Hendrikus van Rhijn (10 jan 1890 - 25 mei 1969) en zijn vrouw Antonia Beckeringh Lankhorst (23 oct 1891 - 6 mrt 1971).

Inline afbeelding 1

          www.online-begraafplaatsen.nl

    

Dit echtpaar kreeg 3 kinderen, drie zonen :

• Cornelis Hendrikus van Rhijn *29 sept 1918 den Haag, † 26 maart 2016, Houten.

• Auke Antonie Beckeringh van Rhijn *26 april 1920 Sneek, † 20 juni 2017, Amersfoort.

• Aart Jan Theodoor van Rhijn * 10 mei 1924 Sneek, † 17 april 2013, Zeist.
Hun roepnamen waren Kees, Auke en Aart.

Opvallend is dat Auke gebruik maakte van de achternaam naam Beckeringh van Rhijn. “Op mijn achtste is bij Koninklijk Besluit Beckeringh aan mijn familienaam Van Rhijn toegevoegd. Dat was een deel van de achternaam van mijn moeder: Antonia Beckeringh Lankhorst. Mijn grootvader, ook een Auke Beckeringh van Rhijn, directeur van de nog altijd bestaande Sneeker Touwfabriek Lankhorst, wilde niet dat de naam zou verdwijnen”.
          Ned. Dagblad 30 jan 2016.
          Uit interview door Hans Hopman.

Piet en Betsy Gerbrandy waren bruiloftsgasten bij het huwelijk van Kees en Tony van Rhijn in 1916.

De oudste zoon, Kees *1918, was even oud als Hella Haasse. Kees en Auke zaten gelijktijdig met Hella en Wim Haasse op het Baarnsch Lyceum. Dit van Rhijn-gezin was in 1930 in Bilthoven aan de Bachlaan komen wonen.

Inline afbeelding 1
          De Telegraaf 20 juni 1937

A. A. Beckeringh van Rhijn (Auke) deed in 1938 eindexamen aan het Baarnsch Lyceum.

Inline afbeelding 3
          Algemeen Handelsblad 6 juli 1938 / De Maasbode 6 juli 1938

De jongste zoon, Aart *1924, heeft een rammelende levensbeschrijving van zijn vader geschreven. De link ervan staat verderop op de site, alsmede een bewerkt uittreksel van die biografische schets.
   In 1940 ging het gezin in Baarn wonen. Het gezin van Rhijn vertrok juli 1940 uit Den Dolder wegens de uitbreiding van de vliegbasis Soesterberg, het werd te gevaarlijk. Ze kozen voor Baarn zodat hun jongste zoon het Baarnsch Lyceum kon afmaken.

Cornelis Hendrikus van Rhijn *10 jan 1890 Groningen

10 jan 1890 - Groningen
1909 - dienstplicht bij de Koninklijke Marine
1910 - studie te Zürich
tijdens WO I- Korporaal Kustwachter te Terschelling
1916 - studie te Zürich
25 sept 1916 getrouwd te Beetsterzwaag met Antonia Beckeringh Lankhorst *23 oct 1891
april 1918 geslaagd te Zürich voor werktuigbouwkundig Dipl. Ingenieur
sept 1918 - woont in den Haag
1919 - woont in Sneek
1930 - woont in Bilthoven, Bachlaan
4 aug 1933 - woont in (den Dolder) Zeist, Reelaan 15
12 juli 1940 - strijkt neer in Baarn, Nassaulaan 45
7 aug 1945 - terug nar Bilthoven, Sweelincklaan 84
20 oct 1953 - Bilthoven, Merellaan 3
25 mei 1969 - te De Bilt overleden

zijn vrouw Antonia Beckering Lankhorst vervolgens :
30 sept 1970 - Bilthoven, Julianalaan 15
6 maart 1971 - te De Bilt overleden

 

Mr. Dr. A. A. (Arie Adriaan) van Rhijn (R.N.L, C.O.N.), *Groningen 23 oct 1892, jur. dr. Groningen 1918, dr. staatswetenschappen Utrecht 1920, lid CHU, secretaris-generaal Ministerie van Economische Zaken 1934-1940, minister van Landbouw en Visserij te Londen 1940-1941, voorzitter Buitengewone Algemene Rekenkamer 1941-1945, secretaris-generaal Ministerie van Sociale Zaken 1945-1950, staatssecretaris van Sociale Zaken 1950-1958, lid Raad van State 1960-1967. Huwde op 16 apr 1919 te Groningen met Engelina Maria Elisabeth van Dijk (*Groningen, 21 jan 1898, Groningen, ovl. 20 sep 1976 in 's-Gravenhage), dr van Theodorus Engelbert van Dijk en Siepke Eenkema. A. A. van Rhijn woonde in Groningen, Utrecht, Amsterdam en vanaf 2 april 1928 in den Haag, Wassenaarscheweg 69. Overleed aldaar 93 jaar oud op 11 feb 1986. Met de Zwitsersche weg heeft hij geen bemoeienis gehad. Overigens, ook deze van Rhijn was lid van de Oxford-beweging.
Zie voor het volgende  deze link
[ Correctie. Moet zijn A Aart van Rhijn ]
   Gaf in 1940 in het Londense kabinet, meer nog dan De Geer, als zijn mening dat onderhandelingen met Duitsland wellicht onvermijdelijk waren. – Runde 1941-1945 vrijwel in zijn eentje de Buitengewone Algemene Rekenkamer, die toezicht hield op de uitgaven van de Nederlandse regering. – Verbleef in 1943 en 1944 enkele maanden in de VS en Canada om studie te doen naar financieel toezicht en woonde samen met minister Van den Tempel de vergadering van de Internationale Arbeidsorganisatie in Philadelphia bij. – Ondertekende in december 1945 met 48 partijgenoten een verklaring tegen samenwerking tussen CHU en ARP (het zgn. Comité van 49). Verliet de CHU in april 1946 en werd lid van de PvdA. – Zijn broer Cornelis Hendrikus van Rhijn Baarn (vriend van Gerbrandy) was 2 jaar ouder. In 1941 vond Gerbrandy Arie Aart van Rhijn niet geschikt genoeg voor een ministerpost.

Een zoon van Cornelis Hendrikus van Rhijn *1890 was Auke Antonie (Auke) Beckeringh van Rhijn *Sneek 26 april 1920. Arie Adriaan (Aart), voorzitter van de Rekenkamer te Londen (1941-1945) was dus een oom van hem. Kort na de geboorte van Auke (Haagsche Courant 29 apr 1920) vertrokken zijn ouders uit Sneek (Nieuwsblad van Friesland : Hepkema's courant, 1 juni 1920) met onbekende bestemming (Zürich?) ; in 1930 naar Bilthoven, Bachlaan. Op 12 juli 1940 vestigden C. H. (Kees) van Rhijn en Antonia Beckeringh Lankhorst zich in Baarn, Nassaulaan 45. Auke heeft in 1938 op het Baarnsch Lyceum het examen HBS, litt.-econ.afdeeling, met succes afgelegd (Alg. Hbl. en De Maasbode, 6 juli 1938). In 1946 verhuisden de van Rhijns terug naar Bilthoven, Sweelincklaan 84.
   Volgens een zoon van Jop Gerbrandy heeft zijn vader (1926-2003) tijdens de oorlogsjaren op het Baarnsch Lyceum gezeten, en in 1944 eindexamen gedaan. Zijn twee jaar oudere zuster (Christine) heeft niet op het Baarnsch Lyceum gezeten. Ze heeft de kweekschool in Leeuwarden doorlopen.
   A. A. Beckeringh van Rhijn (Auke) verhuisde begin januari 1942 van Rotterdam waar hij studeerde naar het ouderlijk huis, Nassaulaan 45 in Baarn (Soester Courant 16 januari 1942). Auke is op 97jarige leeftijd op 20 juni 2017 in Amersfoort overleden.

         Een levensbeschrijving van Cornelis Hendrikus (Kees) van Rhijn 1890 staat hier te lezen
         Ingekort en bewerkt :
Na zijn diensttijd bij de Kon. Marine ging Kees naar Zürich waar hij na een voorbereidende cursus van een jaar tot de Eidgenössische Technische Hochschule werd toegelaten. In april 1916 slaagde hij voor zijn kandidaats. In 1913 was zijn vader op 16 febr 1913 overleden. Naast de moeilijkheden die de studie in Zürich met zich meebracht, kreeg hij nu ook financiële problemen door het wegvallen van de ondersteuning door zijn vader. In 1914 begon WO I. Kees werd bij de mobilisatie opgeroepen als korporaal-kustwachter op Terschelling. Hij trouwde op 25 sept 1916 te Beetsterzwaag met Tonie Beckeringh Lankhorst. Kees kreeg verlof met Tonie naar Zürich te gaan zodat hij zijn studie in april 1918 af kon maken. Vermeldenswaard is, dat Kees in Zürich gast-colleges van Einstein gevolgd heeft, die de grondprincipes van zijn relativiteitstheorie uit de doeken deed. Zij verhuisden in 1930 naar Bilthoven en huurden een huis aan de Bachlaan.
    Omstreeks 1933 informeerde Wim Rasch, directeur van Vlaer & Kol te Utrecht, naar het wel en wee van Kees (die hij kende van de N.C.S.V.- kampen Ned. Christen Studenten Vereniging ) en nodigde hem uit in zijn dienst te komen om t.z.t. het op te richten kantoor te Bilthoven te bemannen. Aldus geschiedde en het kantoor werd in 1935 geopend. Zijn werk op de bank was succesvol. De toekomst voor Kees en Tonie met hun drie zoons zag er weer hoopvol uit en ze besloten hun schip TK-3 van Sneek over te brengen naar Loosdrecht. In de grote vakantie, als zijn gezin in Loosdrecht op de boot huisde, moest Kees een vervoermiddel hebben, want de afstand Bilthoven-Loosdrecht was wat veel om dagelijks te fietsen. Omstreeks het jaar 1937 werd in Bilthoven – verzamelaars opgelet ! – een rijwiel met hulpmotor gefabriceerd, naar de Bilthovense Metaal Industrie de B.M.I. genoemd. Kees kocht er een en was toen in het bezit van de allereerste bromfiets, waarmee hij dagelijks naar Bilthoven reed. Eerst echter een rijbewijs halen + nummerbewijs + belastingbewijs! Later gebruikte hij de B.M.I. ook vanuit Den Dolder. Na de meidagen 1940 werd vliegveld Soesterberg richting Den Dolder dermate vergroot, dat het wenselijk werd naar elders te verhuizen. Het werd Baarn (1940), in verband met het Lyceum. In 1942 moest de boot verkocht worden. Kees moest dagelijks met de trein naar Bilthoven waar het bankkantoor geopend bleef, en later, na de spoorwegstaking, per fiets met anti-plof-banden. Een zware opgave voor hem, op een lege maag. Maar het hele gezin heeft de oorlog overleefd en verhuisde terug naar Bilthoven.

Brieven voor mevr. Gerbrandy van haar man in Londen werden verzonden via mevrouw van Rhijn, Nassaulaan 45, Baarn. Zij zou de brieven om het risico te spreiden door Nel of Corrie v Sillevoldt, die vlakbij haar woonden, hebben kunnen laten bezorgen. Maar aanvankelijk kreeg Betsy niet veel brieven. “Mevrouw is zeer teleurgesteld door het uitblijven Uwer berichten. Zij heeft U via verschillende schijven geregeld geschreven, doch vrijwel nimmer antwoord van U ontvangen. Bij Hed. is nu het vermoeden gerezen, dat reeds in Engeland Uwe brieven onderschept worden. Zij verzocht mij U dit ernstige vermoeden kenbaar te maken en U voor te stellen op dezelfde wijze met Uw gezin te correspondeeren zooals zulks Dr. A. A. van Rhijn met succes doet. Diens brieven komen per koerier steeds door en worden door mijne echtgenoote of mijzelf verder gegeven.”
              Jhr A. P. A. Elias van Stabrouck aan P. Gerbrandy 5 oct 1942 / NL-HaNA, Gerbrandy, 2.21.068 inv.nr. 41

Een zoon van Arie Adriaan van Rhijn zei later "Via Nederlandse ambassades in neutrale landen ontving mijn moeder namelijk minstens eenmaal per week een brief van mijn vader".
          Fasseur, Eigen meester, niemands knecht, het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. 2014.

Gestempeld op 28 april 1943 te Lisboa Central. Geprüft Oberkommendo der Wehrmacht. Verstuurd van Londen via Bristol – Lissabon naar Johannes Cornelis / Pr [poste restante] van Rhijn te Baarn. Johannes Cornelis is Jop, Gerbrandy's jongste zoon.  Als deze kaart je bereikt, is je dag al weer lang voorbij. Ik wil je even Gods zegen wenschen voor je nieuwe jaar. Het is goed dat een mensch het juk in z'n jeugd draagt, staat in het Boek geschreven. Ik hoor dat je het draagt met dat mooie vervoermiddel : humor. Werk daarmee m'n allerbeste jongen voor jezelf en voor allen thuis en bedenk dat ik je zoo zielsgraag weer wil zien. | G. P.

Inline afbeelding 2

Inline afbeelding 3
          Tresoar Leeuwarden / 1748 Archief mr. dr. Pieter Sjoerds Gerbrandy / inventarisnr. 23
De dikke grijsblauwe streep betekent 'mag doorgaan'. De verzender Sybrandt zal bij de Ned. ambassade gewerkt hebben.

Er zijn meerdere 'Zwitscherse wegen' geweest. Zie bijv. Het Gedenkboek 1940-1945 van het Amsterdams Lyceum, C. P. Gunning (1947). Indrukwekkend.
   Mevr. van Rhijn, Nassaulaan 45 Baarn, was de echtgenote van Kees (C. H.) van Rhijn, niet te verwisselen met de vrouw van Dr. Arie Adriaan (Aart) van Rhijn, Engelina Maria Elisabeth van Dijk. Aart A. van Rhijn was minister in het kabinet de Geer II en personifieerde in zijn eentje de Buitengewone Algemene Rekenkamer te Londen 1941-1945. Net als Gerbrandy's vrouw is de vrouw van Aart van Rhijn in Nederland (den Haag) gebleven.


     Soester Courant 16 jan 1942
    

BAARN


     Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1942. Mevr. Wafelbakker was niet de eigenaar van het pand Mollerusstraat 16.

Geen Gerbrandy, geen Sikkel in deze jaargang te vinden. Maar wel


In de jaren 1943 en '46 woonde Jhr. W. H. de Beaufort Nassaulaan 45 E, (45 étage?) tel. 2933. Van Rhijn en de Beaufort waren huurders.

De Beaufort is bij Gerrit van Sillevoldt al ter sprake gekomen.
Het verzamelen van gegevens voor het Ned. telefoonboek 1943 is afgesloten op 24 april 1943.


     Tel.boek 1943 Baarn
  Inline afbeelding 3


     Tel.boek 1946 Baarn

 

 

----------------------------------------------------------------------------------------

 

Pieter Sjoerds Gerbrandy *13 april 1885  

Na hun trouwen op 18 mei 1911 zijn Betsy en Piet in juni gaan wonen aan de Nieuwe Mare 3 in Leiden. In jan 1914 betrokken ze in Sneek het pand dat nu Westersingel 33 & 34 genummerd is. Daar zijn hun drie kinderen geboren.

   Bij de mobilisatie werd Piet 17 mei 1915 als sergeant op West-Terschelling gelegerd, vervolgens in Rijs (Gaasterland), waar hij een wakend oog hield op een kamp van Belgische geínterneerde militairen. Na de oorlog is hij (1919-1921) reservekapitein geweest, weer op Terschelling. Tijdens zijn verloven kon hij zijn advocatenpraktijk in Sneek waarnemen, juist zoals tijdens de oorlog.
29 sep 1930 - Amsterdam Brahmsstraat 26 bhs
18 oct 1939 - den Haag Kanaalweg 113c
8 aug 1940 - Leeuwarden Emmakade 87
14 mei Brown's Hotel, Londen, room 36, tot mei 1945. In de weekends zat hij meestal op het platteland.
British Phone Books 1943 / www.ancestry.co.uk

[17 feb 1941 - Centr. Bev. Reg.]
19 sep 1945 Baarn Mollerusstraat 16. Gerbrandy heeft even in Baarn gewoond terwijl het huis aan de Kanaalweg in den Haag opgeknapt werd. "Prof. mr. P.S. Gerbrandy te Baarn benoemd voorzitter van de Raad voor het Rechtsherstel, waarvan sprake is artikel 4 van het besluit Herstel Reschtverkeeer." (De Rotterdammer 13 aug 1945 / Nederlandsche Staatscourant 3 sep 1945).
oct den Haag van Alkemadelaan [vermoedelijk nr 350, flatgebouw Duijnwyck
1 nov 1945 - den Haag Kanaalweg 113c (deze werd vanaf 20 nov 1961 de Prof P. S. Gerbrandyweg genoemd).

Pieter is 7 sept 1961 te den Haag overleden. Betsy is 4 mei 1980 in Apeldoorn overleden.

 

Hendrina Elisabeth (Betsy) Gerbrandy-Sikkel *26 feb 1886 - Hijlaard bij Baarderadeel (Fr.)

nov 1888 - den Haag

31 aug 1899 - A'dam, Jan Luykenstraat 46 - bovenhuis

5 sept 1901 - Valburg (Christelijke Normaalschool Zetten)

18 juli 1903 - A'dam, Jan Luykenstraat 46 - bovenhuis

22 apr 1908 - A'dam, C. Huygensstraat 120 - bovenhuis

mei 1908 - Leiden, verloving met Pieter Gerbrandy 1 juli 1911

18 mei 1911 na trouwen - Leiden Nieuwe Mare 3

jan 1914 - Sneek Westersingel 33 & 34
29 sep 1930 - Amsterdam Brahmsstr. 26 bhs
18 oct 1939 - den Haag Kanaalweg 113c
8 aug 1940 - Leeuwarden Emmakade 87 [10 oct 1941 - PB]

7 juli 1942 - Baarn Mollerusstraat 16
april 1945 ondergedoken/gevlucht Snelliuslaan Hilversum ? - onbekend
.... den Haag van Alkemadelaan [ vermoedelijk nr 350, flatgebouw Duijnwyck ]

30 oct 1945 - den Haag Kanaalweg 113c (deze werd vanaf 20 nov 1961 de Prof P. S. Gerbrandyweg genoemd, Piet was 7 sept 1961 overleden)

4 juli 1962 - Voorst Rijksstraatweg 85

9 dec 1969 - Zutphen Coehoornsingel 3b

23 feb 1976 - Voorst Rijksstraatweg 85

4 mei 1980 - te Apeldoorn overleden

 

Hun kinderen

* Sjoerd (Oef, Oefie), *Sneek 14 juli 1914 - † Bilthoven 20 maart 2018.
   Zijn vrouw Albertine Nora Kielman *Batavia 13 feb 1923 – † Bilthoven 12 dec 1917.

* Christine (Tineke), *Sneek 21 mei 1924 - † Oslo 25 nov 2017.

* Johannes Cornelis (Jop), *Sneek 26 april 1926 - † 13 april 2003, begraven in Oosterbeek.

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 2Haagsche Courant 18 oct 1939                                    17. staat voor 17 april 1945. Baarnsche Courant 6 juli 1945

Tussen deze twee kranteknipsels liggen zes oorlogsjaren. Nogmaals, WO II begon op 1 sept 1939 en eindigde op 15 aug 1945. Betsy was 7 juli 1942 in Baarn gaan wonen. We verleggen onze aandacht naar Baarn.

Volgens een geloofwaardig bericht roeide het groepje met een boot over de Eem naar Amersfoort en kwam met meel en aardappelen terug. Bij Amersfoort werd achter hun een brug opgeblazen. Dominee Jan Bos, 17 nov 1938 in Baarn beroepen, had oorlogservaring. In 1940 was hij veldprediker. Hij hield een journaal bij.

 
GEREFORMEERDE KERK VAN BAARN, secr. Steynlaan 5, Baarn, 27 September 1939.
De Raad der Gereformeerde Kerk van Baarn machtigt hierbij Ds J. Bos, Gereformeerd predikant aldaar, in bijzondere omstandigheden, tijdens zijn arbeid als Legerpredikant, tot het vormen van een veldkerkraad en tot het bedienen van Woord en Sacramenten. / Deze machtiging is verleend overeenkomstig het advies der Deputaten der Generale Synode voor de verzorging van de geestelijke belangen der militairen. / Namens den Raad der Kerk W. Seinen, Praeses, G. van Wijnen, Scriba.

          UBVU Protestantse Erfgoedcollecties / archief J. Bos / collnr 42 / VU Amsterdam.

         Inline afbeelding 1
                   UBVU Protestantse Erfgoedcollecties / archief J. Bos / collnr 42 / VU Amsterdam.

  In hun wanhoop trokken de mensen in groten getale er zelf op uit om wat eten op te scharrelen. Meestal per fiets. Het platteland op. Naar Oost en West, Noord en Zuid. Soms dagen achtereen onderweg. Vaak van hun schamele oogst onderweg beroofd door Duitsers of hun handlangers. Menigeen haalde Baarn niet meer. Van honger, kou en uitputting aan de kant van de weg gestorven. Voorjaar 1945 stierven er in Baarn 246 personen. Baarn in oorlogstijd, S. J. Vermeulen-Brauckman, 1990.
   Mevrouw Gerbrandy ontving van februari 1942 tot en met augustus 1944 aan Mollerusstraat 16 in Baarn voedselpakketten van mevr. Ramondt uit Schoondijke (Zeeuws Vlaanderen). Dat valt op te maken uit bewaarde brieven van mw Gerbrandy aan mw Ramondt. Er ontstond in die jaren een vertrouwelijke briefwisseling tussen beide vrouwen. Mw Gerbrandy verhaalde openhartig over haar familieleden en schreef in februari 1944 zich zorgen te maken om de situatie van mw Ramondt. Vermoedelijk is het contact tussen mw Ramondt-Weijns en mw Gerbrandy-Sikkel tot stand gekomen door de wederzijdse kennis ds. Kornelis Sietsma. Deze was van 23 nov. 1924 tot 26 aug. 1928 gereformeerd predikant te Schoondijke.
   Jacomina Weijns (*Axel 7 jan 1894, † 25 nov 1970) trouwde in 1918 Jan Ramondt (*Axel 24 apr 1895, † Schoondijke 6 juli 1947).

Inline afbeelding 1          Inline afbeelding 1

Jan Ramondt
 
Jacomina Ramondt-Weijns

Foto's ter beschikking gesteld door kleinzoon Jan Ramondt, Schoondijke.
Jan Ramondt *Axel 24 april 1895, † 6 juli 1947 Schoondijke ; Jacomina Weijns *Axel 7 jan 1894, † 25 nov 1970. Zij woonden na hun trouwen in een hofstede onder Hoofdplaat. Daar was alleen een hervormde kerk. Daarom kerkten ze 9 km verderop in Schoondijke omdat daar een gereformeerde kerk was, waar ds. K. Sietsma voorging. In 1929 gingen Jan en Jacomina in Schoondijke wonen.
   Kornelis Sietsma (*Nijega 25 aug 1896, † Dachau 7 aug 1942) was predikant in achtereenvolgens Schoondijke, Eindhoven en Amsterdam (van 20 mei 1934 tot 7 aug 1942). In Amsterdam werkte Sietsma sinds 1934 nauw samen met zijn collega-dominee Constantijn Johan Sikkel.
   Constant Sikkel (*den Haag 28 aug 1895 † Amsterdam 22 jan 1967) was gereformeerd predikant in Oosthem en Amsterdam (van 1 juli 1928 tot 18 oct 1965). Hij was een broer van mw Hendrina (Betsy) Gerbrandy-Sikkel.

C. J. en Dirk waren broers van Hendrina, de J. C. (arts in Amstelveen)  was een zoon van predikant Dirk Sikkel.

Voor de oorlog (in 1936) namen de heren K. Sietsma, C. J. Sikkel en P. S. Gerbrandy bestuurshalve deel aan een vergadering van De Vereeniging tot Christelijk Hulpbetoon aan T.B.C. lijders te Amsterdam, uitgaande van sanatorium Sonnnevanck te Harderwijk. Zij woonden in die tijd allen in Amsterdam. Mevr. Gerbrandy zat ook niet stil. Het Algemeen Handelsblad van 26 jan 1939 meldt bijv. dat benoemd is tot lid van het bestuur der Burgerlijke Instelling voor Maatsch. Steun te Amsterdam mevr. H. E. Gerbrandy-Sikkel.

zie : hier

Tijdens de oorlog schreef een zich als zeer christelijk beschouwende NSB'er te Amsterdam op 13 april A.D. (Paasmorgen) 1941 een brief naar de districtsleider van de NSB in de hoofdstad waarin hij er bij deze op aandrong, 'wat gereformeerde kameraden de opdracht (te) geven, naar de prediking van ds. Sikkel en ds. Sietsma te luisteren' en 'de bevoegde instanties' (de Sicherheitspolizei) te verzoeken, bij ds. Sietsma de tekst op te vragen van de prediking die hij die ochtend gehouden had. 'Ik ben van mening', aldus de NSB'er, 'dat deze prediking vals en zeer sterk insinuerend is. Het gedeelte van de preek dat mij genoopt heeft, de kerk uit te lopen, was de passage waarin (naar mijn gevoelen) de bezettende overheid vergeleken werd met de wachters bij het graf die op de vlucht sloegen bij het verschijnen van de Engel.' (brief, 13 april 1941, van W. B. v. M. aan]. W. de Ruiter, Doc. 1-1186, a-az) Deze brief werd naar Lages en door Lages naar de Sicherheitspolizei in den Haag doorgezonden (vgl. Lou de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 5 tweede helft).

Op zaterdagavond 31 jan 1942 werd collega ds. C. J. Sikkel gewaarschuwd, dat ds. Sietsma in de gaten gehouden zou worden op de dag erna, zondag. Op maandag werden ds. Sietsma en zijn collega ds. Overduin opgepakt en veroordeeld tot concentratiekamp Dachau op grond van ophitsing. Overduin werd in 1943 vrijgelaten maar Sietsma overleed op 7 sept 1942*. Maandag 14 September bereikte mevrouw Sietsma de droeve tijding. In de overlijdensannonce staat 7 aug.

* De overlijdensadvertentie van Sietsma stond in het anti-revolutionair dagblad De Standaard (verschenen van 1872 tot 1944) van 15 sept 1942. Op 14 sept bereikte mw Sietsma het bericht dat haar man op 7 aug was overleden. Deze datum liet de familie dus in de overlijdensadvertentie zetten. Later bleek dat bericht onjuist te zijn geweest. Kornelis Sietsma is op 7 sept overleden.

Zie C. J. Sikkel, Een waarlijk vrije levensschets van Dr. Konelis Sietsma (1946).

Inline afbeelding 1   Inline afbeelding 1  

        

1. Kornelis (Kees) Sietsma. Foto uit C. J. Sikkel, Een waarlijk vrije levensschets van Dr. Kornelis Sietsma (1946).
2. Dagblad De Standaard 15 sept 1942.
3. Struikelsteen Valeriusplein 5, Amsterdam. Helaas met foutieve sterfdatum. De Oorlogsgravenstichting en het Verzetsmuseum geven correct 7 sept 1942. Foto EK

Ds. Constantijn Johan Sikkel speelde in de oorlog een actieve rol in de hulp aan Joden om onder te duiken. C. J. Sikkel en Sietsma waren beide aan een gereformeerde kerk in Amsterdam Zuid verbonden (Raphaëlpleinkerk resp. Schinkelkerk). Sikkel stond met Jaap en Gerard Musch aan de wieg van de NV-groep (Naamloze Vennootschap, Nederland Vrij), die ruim 250 joodse kinderen overal in het land veilig wist onder te brengen. In 1946 bracht hij als eerbetoon aan zijn omgekomen collega en vriend het boek Een waarlijk vrije Levensschets van dr. Kornelis Sietsma uit bij Kirchner in Amsterdam.
     Telefoonboek : In 1943 woonde J. C. Sikkel, arts, in Amstelveen, K. Karelweg 423 ; zoon van Dirk Sikkel (z.o. nr 3).
    C. J. (Constantijn Johan) Sikkel, Geref. Pred. woonde Lomanstraat 97 te Amsterdam ;
     Dirk Sikkel, Geref. Pred., woonde van Baerlestraat 79 te Amsterdam.
Ook in Utrecht en Weesp, niet ver van Baarn, woonden Sikkels. Haarlem en Rotterdam liggen verder weg. Het wordt druk hier. Een overzicht van de nakomelingen van Joh. Corn. Sikkel moet voldoen.

Johannes Cornelis Sikkel, *Utrecht 18 nov 1855, predikant te Kapelle, Hijlaard en Amsterdam, †A'dam 17 aug 1920, begr. ’s-Gravenhage (Nieuw Eik en Duinen) 21 aug 1920,
1e Amsterdam 15 feb 1883 Christine Odink, geb. Amsterdam 9 dec. 1856, overl. ’s-Gravenhage 10 nov 1895, d.v. Derk Odink en Hendrina Elisabeth Rocker, oudere zuster van Hendrina Elisabeth ;
2e ’s-Gravenhage 12 aug 1896 Hendrina Elisabeth Odink, * A'dam 5 juli 1863, † A'dam 24 nov 1931.

         — Uit het huwelijk Joh. Corn. Sikkel met Christine Odink :
1. Arnold Sikkel, *Kapelle 17 mei 1884, mr., overl. Zeist 8 juni 1945, ✕ Anna Charlotte Elsbeth Reichenbach, geb. Cottbus (D) 22 juni 1891, † Zeist, 7 dec 1952, d.v. Ernst Paul Reichenbach en Johanna Wilhelmine Lilie.
2. Hendrina Elisabeth Sikkel, *Hijlaard (Baarderadeel) 26 feb 1886, † 4 mei 1980, ✕ Amsterdam 18 mei 1911 Pieter Sjoerds Gerbrandy (*13 apr 1885, † 7 sep 1961).
3. Dirk Sikkel, * Hijlaard (Baarderadeel) 22 nov 1887. Ds D. Sikkel, Geref. Pred., woonde van Baerlestraat 79 A'dam. ✕ A'dam 17 oct 1912 Maike Hasper (*Amersfoort 16 oct 1889, † A'dam 16 nov 1952). D. Sikkel † A'dam 1 sep 1950.
4. Johannes Cornelis Sikkel, *den Haag 9 mei 1891, rechter Arr. Rb. Breda, † Breda 30 nov 1933, begr. Ginneken (De Bieberg) 4 dec 1933, ✕ Oegstgeest 16 sep 1919 Maria de Graaf, *Leiden 21 oct 1892, † A'dam 4 nov 1946, begr. Ginneken (De Bierberg) 8 nov 1946, d.v. Cornelis de Graaf, stalhouder, en Cornelia Hillegonda van Leeuwen.
5. Christine Sikkel, *den Haag 21 aug 1893, † den Haag 28 mrt 1894.
6. Constantijn Johan Sikkel, *den Haag 28 aug 1895, predikant te Amsterdam-Zuid, ✕ 8 oct 1925 Cornelia Hillegonda de Graaf, † 15 feb 1980) † Amsterdam 22 jan 1967, begr. (Zorgvlied) 26 jan 1967,

         — Uit het huwelijk van Joh. Corn. Sikkel met Hendrina Elisabeth Odink :
7. Nicolaas Johannes Gerardus Sikkel, *den Haag 1 sep
1897, Amsterdam VU Jura, rechterlijk ambtenaar (1926), Officier van Justitie bij de Arr. Rb. Haarlem (1949-1954), † Haarlem 17 jan 1954, crem. 20 jan 1954, ✕ Middelburg 10 jan 1927 Catharina Bodenhausen, * Sittard 10 feb 1900, † 1970, d.v. Christiaan Wilhelm Bodenhausen en Geeltje de Boer.
8. Frederik Lodewijk Sikkel, *den Haag 3 nov
1898, † A'dam 14 mei 1956.
9. Stephanus Johannes Aulus Sikkel, *Amsterdam 29 dec
1899, † 23 mrt 1900.
10. Adriana Elisabeth Sikkel, *Amsterdam 29 mrt
1901, † Amsterdam 1 oct 1901.
11. Jeanne Sikkel, *13 juni
1904, overl. Haarlem 10 sep 1969, otr. Zwammerdam 8 aug 1934, ✕ Amsterdam (kerk) 22 aug 1934 Michiel van Muiswinkel, *17 sep 1903, arts, † Haarlem 19 mei 1966.

De site hier te zien trekt de witte plek tussen 1926 en 1949 in lemma 7, Nicolaas J. G. Sikkel de aandacht, wat juist niet de bedoeling geweest zal zijn. Zonder bezwaar had vermeld kunnen worden dat N. Sikkel in 1938 substituut-officier van justitie in Haarlem werd en dat zijn functioneren van 1940 tot 1949 controversieel is geweest. Punt. Wat er gebeurde is algemeen bekend maar pijnlijk, en het is enigszins begrijpelijk dat daar in een stamboom niet op ingegaan wordt. Zie gewoon Wikipedia.

In Schoondijke was het gezin Ramondt-Weijns actief betrokken bij het verzet. Dochter Ineke Ramondt (nu mw Catsman-Ramondt) weet ons (TK en EK op 12 juli 2017 in Schoondijke) te vertellen dat er meerdere onderduikers (waaronder een burgemeester) in huis op zolder verbleven evenals een zender die in een kinderwagen verstopt naar de boerderij werd gebracht terwijl meer dan 100 Duitse soldaten dicht in de buurt waren gestationeerd. Mw Ramondt stuurde per post regelmatig levensmiddelen (meel, eieren, vlees, bonnen) in een grote blikken koektrommel naar de weduwe van ds. Sietsma, het contact zal sinds 1928 gebleven zijn. Mw Sietsma stuurde de trommel weer terug, gevuld met o.a. jurkjes waar haar kinderen uitgegroeid waren en die goed van pas kwamen. O.a. Ineke droeg de deftige jurkjes. Op dezelfde manier werd mw Gerbrandy - op voorspraak van ds J. C. Sikkel, haar broer - ondersteund. Na de oorlog hebben prof. Piet Gerbrandy en zijn vrouw de Ramondts in Schoondijke bezocht om ze te bedanken voor hun materiële en geestelijke steun in de oorlog. Hoe hard de ondersteuning nodig was blijkt wel uit de aantekening van P. Gerbrandy dat zijn vrouw hongeroedeem had toen hij haar in mei 1945 terugzag.

In het boekje
      GETROFFEN -- Herinneringen uit Schoondijke '40 - '45, door Lia Geelhoed-Tournois en Anke Ramondt-van der Slikke, uitgave Comité 4-5 mei Schoondijke
zijn herinneringen opgetekend aan de slachtoffers onder de burgerbevolking die in het dorp Schoondijke (2500 inwoners) gevallen zijn. Opmerkelijk is het feit dat de vaste en tijdelijke bewoners van de boerderij van Ramondt allen behouden de bevrijding gehaald hebben. Niemand is omgekomen.
   Geluk is een factor, natuurlijk, maar ik heb de indruk dat Ramondt de zaken goed in de hand had, hij zat er bovenop, en, waren de omstandigheden niet zo bedroevend, zou je het een succesverhaal noemen.

Op 13 oct 1944 stortte de Spitfire van de Deense piloot Niels Juul Buchwald neer in Schoondijke, deels op de schuur van de familie Ramondt. De Duitsers wilden het lichaam van Buchwald meenemen maar Jan Ramondt en een van zijn zoons wisten de Duitsers te overreden de zorg aan hen over te laten. Ramondt begroef de piloot aan de rand van zijn erf, zichtbaar vanaf de weg. Mw Ramondt omgaf het graf met planten en bloemen.

In november 1946 is Niels Buchwald door zijn familie herbegraven in Denemarken.

Inline afbeelding 7    Inline afbeelding 3

1. Het graf van Niels Buchwald in Schoondijke kort na de begrafenis. Voor de gelegenheid is over de rechter kruisarm de Deense vlag gedrapeerd  (en daarna fluks weer verwijderd, denk ik). Het houten kruis hangt nu, opnieuw geschilderd, in de kerk van Bislev.  Foto : The Royal Danish Library.
2. Het graf zomer 1945 of '46. Foto www.airmen.dk/a123001.htm

Inline afbeelding 1
ZB, Krantenbank Zeeland, Zeeuwsch Dagblad 8 juli 1947

 

Toekomstige huismoeders ontvingen diploma.
Na een grondige opleiding.

“Ik feliciteer jullie van harte, ik hoop dat jullie goede en zorgzame huismoeders zullen worden”, deze woorden richtte burgemeester F. A. van Roosevelt tot de 45 meisjes van de landbouw-huishoudschool "Prinses Marijke" te Schoondijke, die Vrijdagmiddag uit handen van de presidente der commissie van bijstand en toezicht van deze school, mevrouw E. Ramondt-Weijns, haar diploma voor het met succes beeindigen van haar studie mochten ontvangen.
[...]


ZB, Krantenbank Zeeland, Provinciale Zeeuwse Courant 19 juli 1952

Als dank heeft de familie Buchwald de familie Ramondt een gedenkbord gegeven met de volgende inscriptie :

TER HERINNERING AAN DEN DEEN NIELS JUUL RYSENSTEEN BUCHWALD, FLYING OFFICER R. A. F. DIE OP 13 OCTOBER 1944 BIJ SCHOONDIJKE NEERGESTORT IS. EN ALS BLIJK DER DANKBAARHEID DER OUDERS VAN NIELS BUCHWALD TEGENOVER DE FAMILIE RAMONDT WEIJNS.

Inline afbeelding 2     Inline afbeelding 9

          Zie hier de site met het levensverhaal van Niels Buchwald

—  —  —  —  —  —  —  —  

Wie, zoals vele ambtsdragers hier, vrouw en kroost in Nederland heeft achtergelaten, voelt zich, begrijpelijkerwijs, geremd om in het openbaar al te fel te worden. Wie kan het een functionaris kwalijk nemen dat hij denkt aan een zoon in krijgsgevangenschap? Zulke gevoelens hebben niets te maken met defaitisme. Er zijn wel labbekakken in Londen, maar die geven beslist niet de toon aan.
          Meyer Sluyser 1965 in Daar zaten wij. Impressies over ‘Londen '40-'45’.

Er ontstonden veelsoortige sluipwegen oover de grenzen van bezet Nederland, diplomatieke verbindingen, smokkelroutes, vluchtwegen. O.a. tussen Nederland en Zwitserland. Contact tussen de echtelieden Gerbrandy was, behalve via het Rode Kruis, Zweden, en de "Spaansche route" van Philips, beperkt mogelijk via een ‘Zwitsersche weg’, waarbij Tamme Jan Albert Delhaas, die sinds 1938 in Zwitserland woonde en vrij kon reizen (en het pseudoniem Vallensis Lepusculus [!] voerde), via de legatie in Bern post, ook privépost van Gerbrandy naar een afgesproken adres in Amsterdam of Amersfoort kon sturen, vanwaar koeriersters het verder brachten, bijv. naar mevr. van Rhijn, Nassaulaan 45 in Baarn bracht, en iemand anders het weer op de Mollerusstraat 16 afleverde. De route begon met Londen-Bristol-Lissabon. De diplomatieke lange-afstandspost Nederland-Bern werd o.a. door Adriana Nodelijk per trein verzorgd. Maar Nodelijk kon niet zonder risico in de Mollerusstraat langsgaan. Mevr. van Rhijn, die gesmokkelde post ontving (maar ook directe brieven van Gerbrandy), en Corrie en Nel v. Sill. zouden in het laatste traject een rol gespeeld kunnen hebben. Van Rhijn en Van Sillevoldt woonden bij elkaar om de hoek. Op 2 oct 1943 werd door Washington aan Gerbrandy bericht dat er in de gehele Nassaulaan huiszoeking was gehouden. De bevrijding van Zuid Nederland maakte een eind aan de Zwitsersche weg. Het diplomatieke contact met de omstreden mr. Sikkel in Haarlem over wat de Velser affaire is gaan heten verliep op andere wijze.

Inline afbeelding 1  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Inline afbeelding 6      Inline afbeelding 5
1. NL-HaNA, Gerbrandy, 2.21.068 inv.nr. 41.
2. Baarn, Mollerusstraat 16, geknipt uit een luchtfoto NIMH (1924).
3.
Baarn, Nassaulaan 45 in 2017. Foto EK

Toen Gerbrandy 'in ballingschap' ging (1940-1945) bleven zijn vrouw Betsy en de drie kinderen in Nederland. Zij schreef vanuit Leeuwarden of Baarn, onder gebruikmaking van haar meisjesnaam Sikkel aan mevr. Delhaas in Glion (zie het swastika-stempel op de afgebeelde briefkaart). Delhaas (Onstwedde 1903 – Amsterdam 1979) was conrector van het Prinses Beatrix Lyceum in Flims en Glion-sur-Montreux.
     Delhaas maakte deel uit van de z.g. Zwitsersche Weg. Vanuit zijn functie kon hij vrij in-en-uit Nederland reizen en koeriers meenemen. De Zwitsersche Weg, de smokkelroute, werd vnl. gebruikt om contact te onderhouden tussen bezet Nederland en de regering in Londen. Ze was opgezet op verzoek van Wilhelmina en Gerbrandy door ds Willem Visser 't Hooft (in Genève werkzaam) en Hebe Kohlbrugge. In het NIOD ligt een map over de Zwitsersche Weg. Marc Couwenbergh schreef in 2000 Agent van de Zwitserse Weg. Het levensverhaal van Jan van Borssum Buisman. Er waren overigens meerdere niet-officiële "Zwitsersche wegen".

Het Prinses Beatrix Lyceum werd gesticht in het Zwitserse Flims-Waldhaus. [Hebe Kohlbrugge – 'Chris' in het verzet, Christine Doorman – zou een aanstoot hebben gegeven tot oprichting van het stichtingscomité, maar ik kan de bron daarvoor  niet terugvinden. TK]. Geopend in dec 1938. Medio 1941 werd het Lyceum verplaatst naar Glion bij Montreux. Het was het eindpunt van de Zwitschersche weg en een doorgangsstation naar Lissabon v.v.

 

Inline afbeelding 1      Inline afbeelding 2

          Het Vaderland 18 oct 1938 ——— Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 12 juni 1939

 



          NL-HaNA, Gerbrandy, 2.21.068 inv.nr. 42

 

Inline afbeelding 2  mw. van Rhijn

 


          NL-HaNA, Gerbrandy, 2.21.068 inv.nr. 42

Briefkaart van mevr. Gerbrandy aan mevr. Roos Delhaas. Tamme Delhaas was getrouwd met Anne Elisabeth Kolfhaus. Gerbrandy werd door zijn vrouw in correspondentie als Roos geadresseerd, vandaar de adressering Mevrouw Roos Delhaas ; hij noemde haar Kay.
Mimi (Tine?) Buwalda was mogelijk koerierster van G2000 nr 20100.

        Inline afbeelding 1
                   NL-HaNA, Gerbrandy, 2.21.068 inv.nr. 44
        Een briefje, geschreven vlak voor Dolle Dinsdag, van mevr. Gerbrandy aan mevr. Ramondt.

Mollerusstraat 16 was het officiële woonadres van mevr. Gerbrandy. Meyer Sluyser schrijft in zijn artikel 'Hij ging met een zwaard in zijn hand' in Vrij Nederland van 16 sept 1961 “Toen de bevrijding van het hele land nog maar een paar dagen oud was, heb ik hem [Gerbrandy] opgezocht in de Snelliuslaan in Laren, waar zijn vrouw ondergedoken was geweest”. Met verkeerd jaartal geciteerd in P. Sj. Gerbrandy, red. C. Bremmer, D. Th. Kuiper en A. Postma (1985). In Laren was en is geen Snelliuslaan, maar in het Gooi in Hilversum wèl. In Baarn werd op 26 april 1945 bij een granaatinslag in de Mollerusstraat nr 7 Hilde Fernhout gedood (Baarnsche Courant 6 juli 1945). Op 26 april doodden de granaten vier mensen. Naast Hilde Fernhout, dhr. Scheppers (in zijn huis op de hoek Eemnesserweg-Teding van Berkhoutstraat), mevr. Hendrika Maria Gielen-Schoots, de vrouw van smid Gielen en een evacué van wie naam en afkomst mij niet bekend zijn. De inslagen verwondden vele mensen (in de Laanstraat, Heemstralaan, Eemnesserweg, Zandvoortweg, Gaslaan en Ferdinand Huyklaan) en verwoestten een aantal huizen. Baarn lag op de route Amersfoort – Amsterdam bij de Eembrug, de onveiligste plek in de omgeving. De weilanden waren geïnundeerd, sommige Baarnaars zochten een schuilplaats op de hogere zandgronden, Lage Vuursche, Hilversum, Laren. In Hilversum woonde Sophie Ramondt, directrice (Midd. Afd.) van de Godelindeschool. Zij had geen contact met de Ramondts in Schoondijke en er zijn geen directe aanwijzingen gevonden voor Sluysers bewering dat zij Betsy Gerbrandy voor korte tijd aan een schuiladres in de Snelliuslaan te Hilversum heeft geholpen (diepe kelders, er woonden radiotechnici, Sluyser was zelf hoofd radio Londen). Wrs een vergissing. Als voorzitter van de Ned. Radioraad sedert 1934 reisde Gerbrandy veel. Het was geen bijbaantje. Vooral naar Genève en de Rivièra. Ook naar Montreux, waar hij in het voorjaar van 1939 zijn hele gezin liet overkomen.
   Sjoerd Gerbrandy woonde toen in Amsterdam en vertelde dat de weg van Amsterdam naar Baarn door de bezetter volledig afgesloten was. Hij wist niet hoe het met zijn moeder ging en kon niet naar Baarn toe. Baarn lag op de route A'foort-A'dam, de Eembrug was daarin cruciaal. De Canadezen en Engelsen hadden Nijkerk, lieten Amersfoort links liggen en beschoten Baarn vanuit Bunschoten. Een Canadese verkenningspatrouille is door de Duitsers bij de brug opgepakt. Omgekeerd werd een Duitsche patrouille van 9 man ingerekend. Toen het nog kon zijn sommige Baarnaars naar Bussum, Lage Vuursche, Hilversum voor het te verwachten oorlogsgeweld gevlucht. De meesten schuilden in de kelder. Op zeker moment sloten de Duitsers Baarn af. Geen mens mocht er meer uit. Maar dat duurde niet lang. Er vonden al wapenstilstands-onderhandelingen plaats tussen de bevrijders en de bezetters, en tot gevechten in Baarn is het niet gekomen. Van dat alles was Sjoerd Gerbrandy in Amsterdam niet op de hoogte.
    Op 7 mei 1945 's avonds bracht het harmoniekorps 'Crescendo' zijn moeder een serenade. Min. Pres. Gerbrandy kwam zijn vrouw twee dagen later vanuit Apeldoorn in Baarn bezoeken. Toen pas vonden de militairen het veilig genoeg om hem door te laten. Hij bleef een uur in Baarn en reed toen door naar Amsterdam. Volgens sommige berichten ging Betsy met haar man mee.


          Excerpt from the War Diary of Cornelia Francisca Haasse. Coll. WHP

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 1
1. 25. staat voor 25 april 1945. Baarnsche Courant 6 juli 1945. -- 2. Baarn in oorlogstijd, door J. K. van Loon, aug 1945, p. 112. "Maandagavond" was 7 mei.


Gesprek (TK en EK) met Sjoerd Gerbrandy op 22 aug. 2017
- Piet Gerbrandy en Betsy Sikkel hebben (dat bleek later) tegelijk in Zetten onderwijs gevolgd. Hij gymnasium, zij normaalschool. Dat moet in 1901 en 1902 geweest zijn.
- Betsy heeft nooit als onderwijzeres of verpleegster gewerkt. Sjoerd refereert aan een foto die zijn moeder op zolder had hangen waar meisjes op een koksschool te zien waren. Bij zijn weten heeft Betsy nooit een beroep uitgeoefend.
- Sjoerd zegt de naam 'Bastiaan' voor zijn moeder niets. Geen idee.
- Toen Sjoerd vijf jaar oud was heeft hij met zijn moeder een aantal maanden in Zwitserland gewoond. Op aanraden van een professor in Leiden moest Betsy daar aansterken en vooral goed eten (WO I was net ten einde). Zij had last van een maagzweer en kreeg als remedie de net op de markt gebrachte medicijnpoeders die goed hielpen.
- Sjoerd heeft geen weet van een zieke Piet in Londen, waarschijnlijk is dit codetaal in een brief geweest. Evenals vioolspel van Piet (kan verwijzing naar het spelen van de eerste viool - min.pres. - zijn geweest).
- Betsy Gerbrandy-Sikkel stond tijdens haar verblijf in Baarn ingeschreven bij de gereformeerde kerk aldaar. De contacten met ds. Bos waren goede.
- Sjoerd is na zijn herstel in Baarn bij het rk gezin Brans, Valeriusstraat 19 in Amsterdam komen wonen. Hij vatte zijn werk als jurist bij het advocatenkantoor van v Proosdij aan de Nassaukade weer op. Tijdens het resterende deel van de oorlog en nadien woonde hij bij de fam. Brans.- de naam Sophie Ramondt zegt hem niets.
- Sjoerd werd de wacht aangezegd door de gereformeerde kerk van Amsterdam-Zuid toen bleek dat hij zich niet had laten inschrijven nadat hij in Amsterdam was komen wonen. Liever sloot hij zich aan bij de gereformeerde kerk in Amsterdam Centrum. Deze had een wat vrijer denkende gemeente. Na veel formaliteiten, overleg en geschrijf werd goedgekeurd dat Sjoerd zich bij de kerk van zijn keuze mocht inschrijven.
- Op 4 mei 1945 bemerkte Sjoerd dat er tegen de avond veel mensen op straat waren, druk pratende. Hij trok de conclusie van een op handen zijnde capitulatie en wilde de fam van Proosdij daarover inlichten. Telefoon deed het niet meer. Hij is toen met gevaar voor eigen leven van de Valeriusstraat naar de Nassaukade gelopen, schuilend van portiek naar portiek. In de Hobbemastraat kwam er een colonne Duitse tanks aan. Avondklok ! Hij kon geen kant op en drukte zich plat tegen een iets inspringende deur van een café. De tankcommandant móet Sjoerd hebben zien staan, maar heeft geen sjoege gegeven. “Als ik die man ooit aan de hemelpoort tref, zal ik de lieve Heer vragen of deze man ook binnen mag”. Sjoerd heeft zonder ongelukken de Nassaukade bereikt en van Proosdij het goede nieuws gebracht. Onder geen beding hebben ze hem de weg terug laten gaan, hij is in het pand blijven slapen.
- Sjoerd was niet op de Dam aanwezig toen zijn vader op 9 mei '45 de menigte aldaar toesprak.
De eerste ontmoeting tussen vader en zoon na de oorlog was (Sjoerd weet de exacte datum niet meer) bij het kantoor van Van Proosdij. Er kwam een grote zwarte auto voorrijden, en er stapte een man in uniform uit die het portier voor zijn vader opende.
- Piet Gerbrandy was zo muzikaal als een aap (woorden van Sjoerd). Het verhaal gaat dat Gerbrandy tijdens het horen van de eerste tonen van het kinderliedje "Hop Marianneke, stroop in 't kanneke" opstond, met eerbied zijn hoed afnam in de veronderstelling dat het Wilhelmus klonk.


1) familiebezoekje van een uur :

Inline afbeelding 3
          Baarn in oorlogstijd, door J. K. van Loon, aug 1945. Het boekje werd afgesloten per 26 juni 1945.

2) ". . . Op weg hierheen zag ik mijn vrouw in Baarn . . ." :

Inline afbeelding 2              Inline afbeelding 3

          Het Parool : extra editie voor Rotterdam en omstreken 10 mei 1945.

3) Dit stuk zegt dat Betsy meeging naar Amsterdam :

Inline afbeelding 2

4) Fasseur schrijft in Eigen meester, niemands knecht (2014) blz 463 :

In Baarn vond Gerbrandy zijn vrouw en kinderen terug. Over dat weerzien liet hij een half jaar later tegen zijn voormalige medewerker Lovink niet veel meer los dan dat hij hen 'in redelijke toestand' had aangetroffen. Hij was er niet de man naar om zijn diepste zielenroerselen in woord of geschrift te uiten. -- “Mijn vrouw had hongeroedeem maar is nu hersteld. Mijn oudste zoon heeft in Buchenwald wel geleden maar is tamelijk wel. De beide andere kinderen zijn best gebleven”.

S O P H I E   R A M O N D T  (1900 - 1993)

Sophie Ramondt (Iet) *Breda 15 juni 1900, † Heelsum 8 mei 1993, was verre familie van de tak in Zeeuws-Vlaanderen. Een achterneef van Jan Ramondt (1895-1947) had wel eens contact met Sophie Ramondt. In de telefoonklapper die Sophie na de oorlog in gebruik nam staat D. Ramondt Bloemendaal (Annie).

Inline afbeelding 1
          Adresboek van Bloemendaal 1946

Mej. A. S. C. Ramondt (Amy Sophia Catharina) *1925 Kediri (Java) ✕ mei 1952 P. Klaassen.
D. J. K. M. Ramondt Jr. (Dick Johannes Karel Marinus) *1922 Sido Ardjo, te vinden in HET ARCHIEF VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN, VANAF 21 AUGUSTUS 1941 MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN, TOT 20 JUNI 1945 :
1943 apr 27 vrijwillig dpl sld D.J.K.M. Ramondt, hij was Engelandvaarder, RAF.
D. J. K. M. Ramondt lived in Roswell, GA, Tennessee 30076 and passed away at the age of 80 years. Hij werkte voor Bruynzeel (houtvoorziening).
D. Ramondt Sr. (Dirk) *1897 Dodewaard - † 1969 Haarlem ✕ Anna van der Laar. Dirk was een volle neef van Sophie (tante Iet). Hun vaders waren broers.

Sophie's ouders verhuisden 7 sep 1903 naar den Haag. Ze kwam in 1917 van het gymnasium en ging klassieke talen studeren in Amsterdam. In 1923 scheidden haar ouders. Sophie en haar moeder gingen samenwonen in Amsterdam, Daniël de Langestraat 14. Haar moeder was toen presidente van de afd. Ned. van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid. Ze woonden nog even in den Haag. In 1925 haalde Sophie haar doctoraal en promoveerde in 1932 te Leiden op Illustratieve woordschikking bij Vergilius. Diss. Leiden, 1932. Heeft in Amsterdam Hobbemakade 100 gewoond vóór verhuizing 18 dec 1934 naar Hilversum, Hooge Naarderweg 35, na de omnummering nr 79. waar Sophie directrice van de Godelindeschool werd. In 1949 ging ze aan het Hilversums gemeentelijk gymnasium lesgeven. In 1953 kreeg ze de leiding van het z.g. Incrementum, dat aan zijn derde jaar begon. Ze gaf de prinsesjes een klassieke opleiding. In 1945 waren ze uit Canada in Nederland teruggekeerd. Juliana besloot hen toen naar de Werkplaats Kindergemeenschap van Kees Boeke in Bilthoven te sturen. — (Terwijl Juliana zelf in een klasje van vier het vrije, ‘vernieuwende’ onderricht van Jan Ligthart had genoten. Ze zal meer baat gehad hebben bij het zangklasje van Cath. van Rennes, waarin ook jongens waren opgenomen.) — Boeke bleek geen succes. Toen Bernhard en Juliana èn Beatrix zelf ontdekten dat de rekenvaardigheid en taalkennis van de twee oudsten veel te wensen overlieten werd in 1951 op advies van dr. class. en hoogleraar paedagogiek Willy Stellwag (*Groede op 4 km van Schoondijke) in de voormalige ambtswoning van baron Baud schuin tegenover paleis Soestdijk het schooltje "Soestdijk" gestart. Stellwag was directrice maar werd door Bernhard op een zijspoor gezet toen hem bleek dat zij tot de Hofmanskliek behoorde. Ze kreeg een adviserende functie tot 1 sep 1952.
     [Greet Hofmans *23 juni 1894 woonde sinds 6 oct 1948 in Oldebroek (op het landgoed van de familie Van Heeckeren van Molencaten) bij Hattem, van 18 jan 1956 tot 8 sep 1964 in Baarn aan de Regentesselaan 8, vanaf paleis Soestdijk langs de straatweg over het spoor meteen links ]

De nieuwe rector J. A. Vor der Hake overleed na een paar maanden op 11 mei 1951. Mevr. Gertrude Büringh Boekhoudt (vroegere gouvernante van Willem Oltmans!) nam voorlopig zijn functie waar.

 
“Oltmans, als altijd bereid tot psychoanalytisch (zelf)onderzoek, geeft een verklaring. Hoewel hij voor de politieke lijn van Beatrix geen waardering kan opbrengen, wordt hij door broederlijke gevoelens gedreven. Oorzaak: de vorstin en hij hebben 'een tweede moeder’ gedeeld. Die moeder is de in 1982 overleden pedagoge Gertrude Büringh Boekhoudt, ofte wel 'BB’. Oltmans leerde mejuffrouw BB kennen toen deze hem in 1942 bijles ging geven in de Duitse taal. Er ontstond meteen een hartelijke verbintenis. Toen dezelfde BB in 1950 werd aangesteld als rector van het speciale klasje waarin de toenmalige kroonprinses werd ondergebracht op het Baarns Lyceum, werden Oltmans en Beatrix een soort geestelijke familie van elkaar”.
           De Groene Amsterdammer 14 apr 1999. De vrouw achter Beatrix.
 

In 1952 werd "Soestdijk" overgeplant naar een bijgebouw naast Amalialaan 20 te Baarn, dichtbij het Baarnsch Lyceum aan de andere kant van het station. Al spoedig kwam de villa op nr 20 (in de toenmalige huisnummering) vrij en trok het schooltje daarin, als dependance van het Baarnsch Lyceum. Dr. Sophie Ramondt werd op voorspraak van Bolkestein voorjaar 1952 tot een gesprek met Bernhard en Juliana uitgenodigd en 1 jan 1953 tot rectrix benoemd.

Inline afbeelding 1  

Inline afbeelding 3



1. Beatrix en Irene fietsen het schoolterrein op tussen de palen van het hek door. 2. Het Incrementum, Amalialaan 20, ca 1980 gesloopt.  NOS   

   Inline afbeelding 3  Inline afbeelding 2    
De monumentale hekpijlers waaraan het toegangshek hing staan er nog.  Foto's EK
   Ze staan ietwat van de weg af, en dat is misschien hun redding. Aan de even zijde van de laan heeft de oorspronkelijke bebouwing geheel plaats gemaakt voor verzorgingshuizen en een kantoorgebouw. Alleen de villa op de hoek met de Gerrit van der Veenlaan, de voormalige sociëteit, staat er nog. Aan de overkant is eind 2016 de villa op nr 39 gesloopt, een openbaar schandaal dat hevige commotie heeft opgeroepen.
   Ik zie nog wel gebeuren, wanneer de dagen kort en de nachten lang zijn, dat een ondernemende ondernemer twee man met vier schoppen, twee voor het werk en twee voor de breek, erop afstuurt. Als de zon opgaat zijn de palen weg.
   De doorgang leidde naar een kleiner bijgebouw, waar les werd gegeven tot na enige tijd de school in de villa zelf terecht kon. Het bijgbouw is met de komst van het Philipskantoor afgebroken. Dat hier op de open plek gebouwd gaat worden is zeker. Dat het een lelijk bouwsel zal zijn is te verwachten gezien de mankerende controle of wegzien door de gemeente. Het zou beter zijn dat de gemeente deze historische prachtstukken uit 1880 tijdig zèlf laat verwijderen en er in Baarn een passende bestemming aan geeft in overleg met Baarns Behoud.

Inline afbeelding 1  

De school groeide tot 75 leerlingen, de prinsesjes haalden hun achterstand snel in. 's Middags stonden voor enkele leerlingen kunst en sport : kunstgeschiedenis, muziek, paardrijden, tennis, op het rooster. Beatrix' eerste daad als praeses van de leerlingenraad was juffr. Ramondt op te dragen een naam voor de school te bedenken. Het werd ‘het Incrementum’.

Incrementum
is Latijn voor ‘stekje’, ‘loot’, ‘groei’. Musici kennen de romaanse woordstam -cre- uit crescendo, wat ‘toenemend in klanksterkte’ betekent.

De leerlingen onder elkaar noemden Sophie ‘Ramona’, wat ongeveer hetzelfde betekent. Ramo (Sp.) = twijg, loot, tak.

Er zijn weinig foto's van Sophie Ramondt uit deze jaren te vinden. De foto hiernaast is een paspoortfoto, maar ze is duidelijk.

          Foto archief Dolf Thierens.

 

Paleislyceum naar Baarn overgeplaatst
In verband met de schoolopleiding van de prinsessen werd vorig jaar Maart besloten tot de oprichting van een bijzonder lyceum, dat voorlopig gevestigd werd in de villa, gelegen aan de overzijde van paleis Soestdijk. Sinds April 1951 volgde prinses Beatrix met kinderen uit Baarn en Soestdijk hier het middelbaar onderwijs. De nieuwe school werd later overgeplaatst naar het paleis zelf. Naar we vernemen is thans besloten tot aankoop van de villa aan de Amalialaan 20, vlak bij het Baarnse station, waar prinses Beatrix met haar klasgenoten in het vervolg les zal krijgen.

          De Tijd 31 maart 1952

          

Ramondt verdedigde na haar pensionering vooral Beatrix met ingezonden stukken tegen onbehoorlijke journalistiek, die mij de betreurde Badhoevedorpse Henriette Boas in herinnering roepen. Voorbeelden te vinden in

NRC Handelsblad 13 jan 1979    “Minderwaardig”
NRC Handelsblad 30 apr 1980    “Familie Oranje”
NRC Handelsblad   4 jun 1982    “Venijn”
NRC Handelsblad 23 nov 1982    “Staatsbezoek”

"Mijn maat is nu wel vol : met gelijke post zeg ik na 30 jaar deze krant op".

Inline afbeelding 2

1953 is precies 1 jan 1953. In 1964 ging Ramondt met pensioen. Het Incrementum werd in 1967 opgeheven.

[...] Het leven in een paleis, aan een hof, hoe eenvoudig het daar in vergelijking met vroeger ook toegaat, is onrustig. Er gebeurt altijd wel wat dat de aandacht vraagt.
Dat was de reden dat Beatrix tijdens haar gymnasiumjaren lange tijd dagelijks haar huiswerk ging maken bij haar conrectrix, mevrouw Ramondt, aan de Hilversumse Bergweg. Daar werd zij na schooltijd opgevangen met een kopje thee en was er een vrouw die vol begrip luisterde naar haar verhalen, de belevenissen van alledag
. [...]

     

[...] Het sprookje klopte niet, ruzies waren er.
   De kinderen hebben er geen fijne herinneringen aan. Een gelukkige jeugd kan het niet geweest zijn.  
   Beatrix bijvoorbeeld ging na school heel vaak met auto en chauffeur naar conrectrix mevrouw Ramondt in Hilversum, de lerares van het Incrementum.
   Het klasje waarin ze les had. Dronk ze daar gezellig thee. En maakte er haar huiswerk.
[...]

Fred Lammers in Trouw
2 febr 1980
  Fred Lammers in De Gooi- en Eemlander
2 nov 2016


[...] Het huis van de conrectrix werd voor Beatrix een toevluchtsoord toen ze het door de spanningen rond de gehate Hofmans thuis niet langer te harden vond.
 
[...]

       


[...] Een echte vertrouwelinge van de prinses is (ook nu nog) mevrouw Ramondt uit Hilversum, die indertijd de conrectrix was van het Baarns Lyceum waar Beatrix op het gymnasium zat. In lief en leed heeft mevrouw Ramondt de prinses veelvuldig met raad en daad terzijde gestaan [...]

Jolande Withuis, Juliana, Vorstin in een mannenwereld, 2016   Leidse Courant 28 april 1980

“En maakte er haar huiswerk.” Lammers vergist zich. Beatrix deed in 1956 eindexamen. Sophie Ramondt woonde toen nog aan de Hoge Naarderweg. Ze is pas 3 aug 1957 naar de Bergweg 29d verhuisd. Haar moeder, die sinds 1934 met Sophie in Hilversum woonde was inmiddels 83 jr oud en overleed 20 nov 1957. Ze was van 1871. Op 28 mei 1969 vertrok Iet naar de Koningshof in Heelsum. Dat beiden tot veel later in de adres- en telefoonboeken op de Bergweg te vinden zijn is een kleinigheid vergeleken bij wat de burger anno nu van het digitale gekluns van overheid en bedrijven heeft te verduren.
   Lammers vergiste zich ook toen hij Ramondt in de G&E van 2 nov 2016 een onderwijzeres noemde. Ze was  lerares.
          [ S. E. Ramondt-Wichers, Bothalaan 1, Hilversum was weduwe van een onbekende Ramondt. ]

[...] Om de hoek hangt een liefst twee meter lang gedicht, dat Beatrix in 1964 voor dr. Sophie Ramondt, conrector van het Baarnsch Lyceum, maakte. Het poëem is verluchtigd met tekeningetjes die nog eens bewijzen dat er aan de vorstin een groot beeldend kunstenaar verloren is gegaan. "Rien Poortvliet zou geduchte concurrentie hebben gehad!"
          Jan Thijsen 29 januari 2010 in HP de Tijd.
  Het museum Buren & Oranje bevindt zich in Buren (Gld). Het museum is een paradijsje om in rond te kijken voor aanhangers van het koningshuis. D. J. Thijssen had al als particulier het nodige verzameld en opende de deuren in 1988.
   Beatrix deed in 1956 eindexamen. Vermoedelijk is het gedicht door haar vriendinnen bewaard en bij de pensionering van Ramondt, die in 1964 plaatsvond, aan haar overhandigd
.

Prinses Beatrix getuige bij huwelijk

BAARN (ANP) - Zaterdagmorgen vindt in Baarn het burgerlijk en het kerkelijk huwelijk plaats van een zeer goede vriendin van prinses Beatrix. De bruid is de 24-jarige Marie Adelaide Hasseleij Kirschner, haar aanstaande echtgenoot is van geboorte Fries en heeft zich in Den Haag gevestigd als advocaat en procureur. Het is de 34-jarige mr. C. L. baron van Harinxma thoe Slooten. Behalve de Prinses zal getuigen haar 23-jarige zuster Louise.
De bruid en de Prinses kennen elkaar al vanaf hun twaalfde jaar, van het gymnasium, later op de universiteit van Leiden bleven zij steeds met elkaar omgaan. Hieruit is een zeer goede, blijvende vriendschap ontstaan.

          Het vrije volk 31 mei 1963


De zusjes Adelaide en Louise Kirschner tonen op nevenstaande tekening links het uit- en rechts het als een Dode Zee-rol opgerolde prentdicht.
De tekeningen en versjes zijn verbleekt.

          Met dank aan D. J. Thijsen, Buren.

            

Inline afbeelding 1

   SOUVENIR

   Oh mijn lieve Augustijn :

   De oudste klas van deze school,
   Altijd al uw idool,
   Spande zijn begaafdheid in
   Voor de geest van het gym.
   Alpha's het ware bloed,
   Beta's wat minder goed.
   Daarom brengen Alpha's hier
   Uw souvenir.

Inline afbeelding 3

Aan de achterkant heeft dr Ramondt geschreven Van Beatrix, Adelaïde, Louise   4 - 7 - 1964. Die datum zal ze er pas veel later op geschreven hebben, want het gedicht gaat voornamelijk over het stampwerk voor het eindexamen en de klassereis erna naar Rome in 1956. Ik weet niet goed, wat hiervan te denken. Rijm- en tekenwerk doen nogal kinderlijk aan voor 18-jarige gymnasiasten. Humor ontbreekt vrijwel geheel. Van enig taalgevoel, laat staan enig idee van versbouw blijkt niets. De inhaalslag lijkt mislukt, het harde werken ten spijt.

Sophie Ramondt's levensgezellin was Tilly Cool, Mensendiecklerares. Tine Cool (schrijfster en tuinarchitecte) is naar horen zeggen wel eens bij Tilly op bezoek geweest, maar of er een familierelatie was is niet bekend. In Sophie's telefoonklapper staat onder de C na Copieerinr. NAS als tweede M. H. Cool 08373-3587 vermeld. 08373 was het kengetal van Renkum en Heelsum. Tine Cool heette : Catharina Alida Cool en Tilly Cool heette : Mathilde Henriette Cool.
   Mathilde (Tilly) Henriette Cool, geboren 26 maart 1902 te Schoterland (Friesland), is overleden 9 feb 1988 te Heelsum. Haar moeder is de wed. Cool geboren de Bruijn Tengbergen, die in Hilversum aan de Utrechtseweg 41 gewoond heeft. Tilly Cool is in 1925 te Nijmegen getrouwd met Dirk van Lankeren Matthes. Het huwelijk eindigde met een scheiding.

Inline afbeelding 2          De Gooi- en Eemlander 9 dec 1939

De annonce hierboven bevat een drukfout     M. A. moet zijn    M. H. zoals rechts gedrukt is.

    

 

 

    

Inline afbeelding 1
          De Gooi- en Eemlander 19 dec 1942

In 1956, na het eindexamen van Beatrix, nam Dr Ramondt de hele klas mee naar Rome. Dat deed ze ook in 1961 met de klas van Margriet.

Op de Godelindeschool in H'sum heeft Ramondt in de klas gehad Dorothea Nelly Warmolts (genoemd Puck, *Laren N.H. 19 mei 1933), dochter van Cornelis Evert Warmolts en Dorothea Geertruida Nieuwenhuys. In die tijd had Puck nogal last van asthma en ondervond daarbij veel steun van Sophie. Ze hebben nadien lange tijd gecorrespondeerd. In 1957 vertrok Puck voor 6 maanden naar Canada. Daar leerde ze haar man kennen, Hans Kerkhoven. Puck trouwde 17 jan 1959 te Laren met Johannes Eduard Kerkhoven, *26 dec 1925 op de theeplantage Gamboeng, Java. Zijn grootvader was Rudolph Eduard Kerkhoven (1848-1918). Hans en Puck emigreerden naar Canada, waar ze een veeteeltbedrijf in Deroche (British Columbia) begonnen.
   Toen 'tante Iet' van het huwelijk hoorde wilde ze direct weten of Hans misschien familie was van een zekere Tan Kerkhoven, die met een leraar van de Godelindeschool was getrouwd. Inderdaad, hij was een volle neef.
   Tan Kerkhoven, geboren Tan Tjan Nio, is in 1926 getrouwd met Gerardus Otto Kerkhoven *1891, planter in Indië.
             Inline afbeelding 1    De Sumatra Post 22 feb 1926
Bij haar trouwen kreeg Puck van tante Iet een gouden broche met diamanten bezet, die Sophie alleen maar droeg wanneer ze bij de koningin op bezoek ging. Sophie dacht dat het een afscheid voor altijd was, vandaar het kostbare geschenk. Maar het contact bleef. Puck kwam in 1965 over naar NL, en in 1967 en 1970 bezocht tante Iet Puck in Canada. Ze schreven elkaar zeker maandelijks.
   Uit een brief van Puck aan Dolf Thierens van 6 nov 1993 valt op te maken dat Tante Iet ervan overtuigd was dat Puck en zij elkaar al veel langer kenden dan in dit leven. Sophie kon heel goed met Puck's man Hans overweg en het heeft haar enorm gespeten dat zij Hella Haasse's Heren van de thee vanwege haar slechte ogen niet kon lezen. Ze wist dat het boek geschreven werd. De hoofdpersoon is Hans' grootvader Rudolf. Hans' vader was diens derde zoon Emile. Puck en haar man waren bij de presentatie van Heren van de thee in het Tropenmuseum in Amsterdam (1992) aanwezig en brachten toen een extra bezoek aan tante Iet in Heelsum.

Kleinkinderen van de theeVolkskrant 12 aug. 1995. Dit hele artikel bevindt zich in het archief van Sophie Ramondt met onderstreping van de naam Kerkhoven (met blauwe pen) :

Op initiatief van de Utrechtse astronoom Karel A. van der Hucht - zelf een regelrechte nazaat van de eigenlijke godfather van de thee-'clan' - was al in 1983 de Stichting Indisch Thee- en Familie-archief Van der Hucht c.s. opgericht, en de collectie die er in is ondergebracht heeft met z'n honderden voorwerpen en foto's en duizenden brieven een historische waarde en een cultureel-volkenkundige betekenis die je zonder een spoor van overdrijving onschatbaar mag noemen. [...]

Lees hier het hele artikel

          Uit   Kleinkinderen van de thee – Volkskrant 12 aug. 1995

Onlangs maakten de nazaten van drie plantersfamilies een groepsreis door de Preanger. [...]

   Niet alle betrokkenen schijnen even gelukkig te zijn geweest met het idee om Hella Haasse inzage te geven in het familie-archief ten gerieve van een roman die zich, bij alle breedheid waarvan het meervoud in de titel getuigt, toch zou concentreren op het minder gelukkige huwelijksleven van Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop. Is het toeval dat zich voor het reüniegezelschap niet één Roosegaarde Bisschop heeft gemeld? De leden van de reiscommissie zouden het niet weten, of durven zeggen.
          Jan Blokker  (die mee mocht met de dames en heren van de thee).

Op initiatief van de Utrechtse astronoom Karel A. van der Hucht - zelf een regelrechte nazaat van de eigenlijke godfather van de thee-'clan' - was al in 1983 de Stichting Indisch Thee- en Familie-archief Van der Hucht c.s. opgericht.
   "Er was een Kerkhoven van 1920 - 1934 hoofd van de sterrenwacht te Lembang", schrijft F. S. Rost van Tonningen-Heubel in Op zoek naar mijn huwelijksring. Dat klopt niet. Grootscheepse financiële steun voor de Indische sterrenwacht kwam van K. Bosscha en Rudolf Kerkhoven, maar Joan Voute was 1923-1940 de directeur. Hella Haasse kende het stadje Lembang en de sterrenwacht goed, haar vader was gefascineerd door de sterrenhemel, hij heeft zelf een telescoop gebouwd. "Wij reden vaak naar Lembang, waar de Sterrenwacht gevestigd was, of naar de krater van de Tangkoeban Prahoe" (HSH, Parang Sawat in Een handvol achtergrond, 1993.

Het flatgebouw van zes kleine flats op de Bergweg in Hilversum waar mijn vriendin Tilly CooI en ik woonden, hadden we zien bouwen in de jaren '50, toen Tilly en ik ieder nog in een heel huis woonden aan de Hoge Naarderstraat, niet ver van de Bergweg. Dat van TilIy was modern en vrij groot, wat z'n voor- en nadelen had: ze kon er in '46 tijdelijk uit Indonesië teruggekeerde familie onderdak geven en hun drie dochters met verzorgsters nog enige jaren in huis hebben. ZeIf hield ze nog mooie woonruimte over en een grote kamer voor haar Mensendieck-lessen. Dat kon aIlemaaI, maar er was veel in dat huis te doen met weinig hulp, en de verwarming was ook vaak een probleem. Mijn huis was een kleinere oude tuinmanswoning, weI groot genoeg om mijn moeder een leuke kamer te geven, toen zij in '42 door de Duitsers uit haar mooie flat in Den Haag verjaagd was. Dat huisje van mij was wel typisch. Het had een heerlijke grote tuin.
   Zo hadden we dus de voor- en nadelen van een heel huis goed gekend, toen in '56 niet ver van ons vandaan die zes flatjes werden gebouwd en te koop gezet. Het was mijn lieve moeder, inmiddels 85 jaar oud, overleden 20 nov 1957 die ons aanmoedigde snel werk van die flatjes te maken. Van een heel huis, waar je zo'n 20 jaar gewoond hebt, verhuizen naar een kleine flat! De Koningshof in Heelsum werd pas een klein tiental jaren later gebouwd.
          Sophie in huisblaadje Koningshof.

Tine Cool, schrijfster van een meisjesboek van cultuurhistorische betekenis.
 
Catharina (Tine) Alida Cool (1887-1944) was de dochter van kunstschilder Thomas Cool (Sneek 1851-Bussum 1904). Ze werd geboren in Rotterdam en woonde van 1892 t/m 1896, van haar vijfde t/m haar negende jaar, in Rome. In 1896 verhuisde het gezin met de drie kinderen, van wie Tine de middelste was, naar Bussum. Over Tine Cool schreef Marcus van der Heide een veelomvattend artikel "Tine Cool, schrijfster van een meisjesboek van cultuurhistorische betekenis" in Tussen Vecht en Eem (TVE) jg 31/4, dec. 2013. Dat boek, Wij met ons vijven in Rome, in 1928 bekroond als 'beste meisjesboek", werd tweemaal herdrukt en in 2011 in het Engels uitgegeven (The five of us in Rome), geannoteerd en met een Appendix waarin de familieverwantschap van de Cools met Mesdag, Nijhof, Alma Tadema en hun artistieke milieu (Pander, van Gogh, Mauve) worden aangestipt.
   Tine Cool (*Rotterdam 29 aug 1887) kwam op 10 sept van dat jaar in Bussum te wonen. Ze ging in een kwekerij werken maar was allereerst schrijfster. Er verschenen zo’n zeventig artikelen van haar hand in diverse tijdschriften. In 1919 adverteerde zij met het ‘aanleggen en bloemrijker maken van tuinen’ en ging zij als tuinarchitecte aan de slag. Vanaf de oprichting was ze betrokken bij de Bond van Ned. Tuinarchitecten (B.N.T.), afd. Naarden-Bussum, waarvan ze meer dan twintig jaar secretaresse is geweest. Vrijwel geen enkele excursie sloeg zij over, op geen enkele vergadering ontbrak zij en steeds stond zij iedereen met raad en daad terzijde als het over bloemen en planten ging. De groote groei en bloei der Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde is dan ook voor geen gering deel aan haar te danken. Van haar hand verschenen verscheidene boekjes op het gebied der plantkunde en tuinverzorging. Ook schreef zij den bekroonden roman: „Wij met ons vijven in Rome". Het zojuist verschenen The five of us in Rome van Tine Cool, over het verblijf van een kunstenaarsfamilie in de Villa Strohl-Fern van 1892 tot 1896, is wellicht extra interessant voor lezers en onderzoekers van Louis Couperus. Het boek bevat namelijk historische gegevens over de schilder Thomas Cool (1851-1904), die mogelijk model heeft gestaan voor het romanpersonage Duco van der Staal uit Langs lijnen van geleidelijkheid. […].

Op de Jaarvergadering van de Hilversumsche Volksuniversiteit 3 juli 1944 deelde de voorzitter mee dat te Deventer na een vrij lang ziekbed overleden was mej. Tine Cool, bekend tuinarchitecte hier ter plaatse.
 Gooi&Eemlander 4 juli 1944.        Lees hier het artikel van Jan van Zijverden : 'Wij met ons vijven in Rome'.

Inline afbeelding 1
Adresboek Hilversum 1942

Tilly is mw M. H. Cool, P. C. Hooftweg 22. Haar moeder is wed. Cool geb. de Bruijn Tengbergen Utrechtscheweg 41.
In Bussum woonde ir. G. Cool, een broer van Tine, Gerrit (1889-1951). In Amerongen woonde nog een verwante Cool.

  Inline afbeelding 1  

 

 

Inline afbeelding 1
Signatuur in ex.Wij met ons vijven in Rome. Coll. EK

  Inline afbeelding 1

 Gooi & Eemlander 4 juli 1944                                                                            NRC Handelsblad 11 feb 1988

Na haar pensioen schreef Sophie Ramondt Mythen en sagen van de Griekse wereld, een bestseller met een lang leven : 1e druk 1967 van Dishoeck, 2e druk 1970, 9e druk 1980, 21e druk 1989, laatste mij bekende druk 2001. Een autobiografie en nog een ander boek zijn niet gepubliceerd. In haar laatste jaren werd Sophie geplaagd door sterke afname van haar gezichtsvermogen.
Voor de crematieplechtigheid had Beatrix een krans met lint gestuurd ; Juliana en Bernhard stuurden een telegram.

Inline afbeelding 1          

Inline afbeelding 2

                          NRC Handelsblad 12 mei 1993    ----  Archief Dolf Thierens

Het is zeer de vraag of Sophie Ramondt of iemand anders Betsy Gerbrandy aan een schuiladres in de Snelliuslaan te Hilversum geholpen heeft. Richting Lage Vuursche – Hilversum was veiliger omdat op de route Amersfoort – Amsterdam bij Baarn de enige brug over de Eem lag. Betsy moet geweten hebben van gijzelingen bij wijze van represaille in Baarn, zoals die van Mevr. de Koning.

De theosofisch georiënteerde moeder van Sophie Ramondt Cornelia Ramondt-Hirschmann was een pacifiste en strijdster voor vrouwenkiesrecht en mensenrechten van internationale betekenis. Ze was allerminst naïef en heeft samen met anderen gedaan wat ze kon om WO I te beëindigen, de wapenwedloop die daarop volgde te stoppen en de nieuwe oorlog die er als een locomotief zonder remmen aankwam tegen te houden. Een bewonderenswaardige vrouw.

 



Vrij Nederland : nieuwsbulletin voor Midden Noord-Holland 17 mei 1945 :

          Kroniek van de week ; "vriheyt en is om gheen gelt te coop" met medewerking van Het Parool 10 mei 1945



           Verzetsblad Trouw : speciale uitgave voor         Rotterdam en omstreken.

    


     Vrij Nederland : nieuwsbulletin voor Midden Noord-Holland
     17 mei 1945

                            


      De Nieuwskroniek voor het Eemland. Bevrijdingsnummer. Het oranje spat van het papier! Zaterdag 5 mei.
      
Uitgegeven door Henk Vermeulen en Aat Repelaer van Driel. Linoleumsneden van Gerhard Breedvelt.
     Deze uitgave was van Kroniek van de week en Het Parool.  De Telegraaf deed niet mee.
     In 1945 was Het Parool gevestigd in het voormalig gebouw van de Telegraaf (vlg. Het Parool 10 mei 1945). 

                   Inline afbeelding 2
                         Begraafplaats Oud Eik en Duinen, den Haag       Foto EK

Inline afbeelding 8
     Reg code VFADNL036975, blad 17 / CBG

Inline afbeelding 6
     Algemeen Handelsblad 29 mei 1969

  

 

 

Inline afbeelding 7
     NRC Handelsblad 7 mei 1980

Inline afbeelding 5
     NRC Handelsblad 9 maart 1971

obituary        Inline afbeelding 2        

Tientallen nakomelingen van Cornelis Hendrikus van Rhijn 1849 zijn naar hun voorvader vernoemd.

Nevenstaand twee voorbeelden.

De naam is nog niet uitgestorven..
Zo meldt de Twentse Courant Tubantia dat Cornelis Hendrikus van Rhijn, geboren
op 29 sep 1918 in den Haag,
overleden is
op 26 mrt 2013 in Houten.

          Familieberichten.nl                            Zoon van Aart van Rhijn                     

Artikel 'De avonturen van Billbrandy'.

Auke Beckeringh van Rhijn schreef najaar 2014 in de Nieuwsbrief van 'Het Geslacht van Rhijn' :
Ik begin in Sneek. Toen in het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw, woonde het gezin Gerbrandy en ook mijn ouders in de stad. Zij waren bevriend en dat is vele, vele jaren zo gebleven. Gerbrandy was daar advocaat. Na mijn eerste contact met het gezin Gerbrandy viel me op dat de beide ouders elkander steeds met de achternaam aanspraken. Een kostelijke ervaring. Vooral ook omdat tante Betsy, zo mocht ik haar noemen, naast hem zeer eloquent assertief was. Dat bleek mij ook een keer toen ik tegen haar zei : "Daar heb ik geen tijd voor". Haar reactie was : "Dat is een leugen. We krijgen allemaal 24 uur per etmaal".

   Een ander voorbeeld wil ik niet voorbij laten gaan. Direct na de Londense periode gingen ze een poosje wonen in een flatgebouw langs de van Alkemadelaan in den Haag. Zulks in afwachting van hun definitieve huisvesting in Scheveningen (Kanaalweg 113c). Gerbrandy ging op een andere avond naar een vergadering met de afspraak dat hij dan en dan thuis zou komen. Toen dat eindelijk het geval was en hij zijn komst aankondigde door op de deurbel te drukken werd niet direct open gedaan. "Wie is daar ?" vroeg Sikkel "Wat wilt ge ?" Gerbrandy liet merken graag binnen te willen komen. Dat gelukte nadat hij via de nog gesloten deur beloofd had in het vervolg altijd op tijd thuis te komen ! De hele buurt leefde mee . . .

    De oorlogsjaren zijn voor beiden zeer moeilijk geweest. Rob Hartmans heeft daar in De Groene over geschreven onder de titel “De avonturen van Billbrandy” met als bijschrift “Tijdens bombardementen op Londen ging Gerbrandy dikwijls de straat op om te kijken wat er aan de hand was”. Tante Betsy had het financieel ook niet gemakkelijk omdat de bezetter haar geldelijke beperkingen had opgelegd. Mijn vader, Cornelis Hendrikus van Rhijn heeft haar op de een of andere manier financieel begeleid. Je zou kunnen zeggen dat beide partijen na 1940-1945 weer een beetje aan elkaar moesten leren wennen. Zij slaagden daarin.

 


  EINDE INTERMEZZO  

 

 

Het romantisch avontuur van Henri en Nelly, zomer 1899

    


   Het Nieuws van den dag, kleine courant, 15 juli 1899



   De Tijd, 20 juli 1899

.... dat zij het voornemen hebben zelfmoord te plegen. Uit omstandigheden, die na het vertrek bleken te bestaan, kan hun voorgewend voornemen worden weggedacht (Politieblad).

    


De Haagsche Courant, 12 juli 1899.


Goessche Courant 15 juli 1899.

Het verhaal heeft destijds o.a. de voorpagina van de Goessche Courant gehaald. De namen van de verliefden werden er kiesheidshalve niet genoemd. Maar het bericht geeft een paar andere details. Voor de ouders moet het een nachtmerrie geweest zijn.

En de “ontknooping”.

      

1. Zierikzeesche Nieuwsbode 20 juli 1899. — 2. Het nieuws van den dag : kleine courant 17 juli 1899.

Het einde van ‘de roman van Rotterdam' ....

      

                                                       Venloosch nieuwsblad 15 juli 1899

      

                                                              De Maasbode 16 juli 1899

          
                 

“ 't ergste eindje komt nog, Greet ! ”

Deze illustratie door Paul van Eekhout
in Het geheim van moeders bijbel zal Nelly misschien onwillekeurig hebben doen terugdenken aan de steeds moeilijker wordende zwerftocht van haar en haar vriendje tussen Nijmegen en Venlo.
Alleen waren de weersomstandigheden in juli lang niet zo barbaars als in de winter van dit plaatje, waar de kinderen langs de Maas lijken te lopen.

Wie de belevenissen van Henri en Nelly gevolgd heeft, zal begrijpen waar N. van Sillevoldt in Grootmoeders Tooverdoos (1932) de inspiratie voor hoofdstuk 9 opdeed :

Nu dan, je vader wilde elk oogenblik wat anders worden. Nu eens koetsier op de paardentram, dat was toen hij voor 't eerst daarin een ritje had gemaakt, dan weer kruidenier [...]. dominé, [...], dokter [...], kapper. Knip! knip! deed hij den heelen dag [...] En zoo betrapte ik hem dan eens op een dag, dat hij met het handwerkschaartje onzen hond zat te knippen. [...] Een paar dagen bemerkten wij er niets meer van, dat we een kapper in huis hadden, maar [...] Bertha huilde of ze minstens vermoord werd. [...] Waar waren Bertha's krullen gebleven? Eén hing nog opzijde, aan den anderen kant van haar hoofdje, maar de rest? [...] Die stoute vader van jou was weer aan het barbiertje spelen geweest. [...] Later, bij den wèrkelijken kapper, werd tante Bertha's hoofd zoo kaal als een jongensbolletje geschoren. Dat was de eenige manier, zei de man, om het weer  g e l ij k  te laten aangroeien.

De verdwijning van Nellij en Henri werd vermeld in het Algemeen Politieblad van het Koninkrijk der Nederlanden 1899 Vol. II, onder "Bekendmakingen" 13 juli 1899. Ze zijn op 10 juli verdwenen en op 14 juli werden ze naar Rotterdam teruggebracht. De zaak heeft nationale bekendheid gekregen.
    Of de gelieven elkaar nadien nog gezien hebben? Een half jaar later had het tragische liefdesavontuur dat zo sterk tot de verbeelding had gesproken zich al "in de vorige eeuw" afgespeeld en Nelly haalde braaf haar L.O.-diploma.


            Alg Hbl 19 mei 1904 

WHJ kreeg zijn acte op 18-jarige leeftijd en werd tot hulponderwijzer benoemd.
Rotterdamsch Nieuwsblad 28 nov 1878.


          Rotterdamsch Nieuwsblad 6 juni 1884


          Rotterdamsch Nieuwsblad 17 feb 1920

Het gebouwtje dat we vooraan links op onderstaande ansichtkaart zien is het rechter perceel naast de ingang van het hofje Uit Liefde en Voorzorg (gebouwd in 1904). Het sluithek staat niet meer op de foto, evenals het symmetrisch gebouwde hoekperceel aan de andere kant van het hek. De ramen aan de straat lijken op een kapel te duiden, maar het zijn hofjeshuizen met gestileerde straatzijde. In het hoge gebouw daarnaast waren aanvankelijk twee scholen gevestigd : een G.L.O. A voor meisjes, en een school voor G.L.O. B. De aanduidingen A en B betreffen het standsverschil : deftig en 'gewoon'. Op de stoep groepjes leerlingen in schoolkleding, jongens en meisjes, onder toezicht van onderwijskrachten.

Inline afbeelding 7     
          De Voorschoterlaan plm. 1910. Coll. TK             Het hofje / Foto LL

 

D e   H o e f s m i t t e n

Henri Hoefsmit is *24 dec 1883 geboren in Crooswijk op de Goudscheweg nr 112. Zijn vader was privé-taalleraar en tolk/vertaler, die tevens een boekhoudkundige of economische opleiding gevolgd heeft met als resultaat dat hij een effectenkantoor kon openen.


De Wekker, weekblad voor onderwijs en schoolwezen jrg 32, 17 april 1875 (18 jaar oud).

De adressen waar vader Hendrik Willem Hoefsmit met zijn gezin woonde geef ik vanaf 1882 :

Inline afbeelding 11

          Gezinskaarten Rotterdam 1880-1940, 851-193-0208079, Stadsarchief Rotterdam

1882
Inline afbeelding 1

1884
Inline afbeelding 2

1896 voor het eerst in een adresboek 'onderwijzer' genoemd.
Inline afbeelding 3
Inline afbeelding 4

1900 nu weer 'taalmeester' op Noordplein 11Inline afbeelding 5

Inline afbeelding 15

    

1900 op 5 jan sterft Neeltje Hoefsmit-de Hoog, Henri's moeder. Hoefsmit hertrouwt Maria, zus van Neeltje.

1901 had zijn effectenkantoor aan de Wijnbrug-straat 7. Henri werkte daar als kantoorbediende.Inline afbeelding 6

1902 idem.
Inline afbeelding 7

1903 Noordsingel 85
Inline afbeelding 8

1904 stiefmoeder en  tante van Henri
Inline afbeelding 9
zij staat met de manufacturenwinkel tot 1910 in de adresboeken.

1905
Inline afbeelding 10

1912 vader Hoefsmit overlijdt.

Henri is in 1904 vanaf Noordsingel 85 vertrokken naar Penang, Maleisië, op doorreis naar zijn eindbestemming Deli op Sumatra.

Adresboeken Rotterdam 3023-27 t/m 3023-56, Stadsarchief Rotterdam

            
          Rotterdamsch nieuwsblad 8 jan 1900                         Rotterdamsch nieuwsblad 22 oct 1912
Hoefsmits eerste vrouw, Neeltje de Hoog, overleed 5 jan 1900. Hij hertrouwde met haar zus Maria.

   

          Rotterdamsch nieuwsblad 8 oct 1900                                    Algemeen Handelsblad 6 oct 1912
Linksboven de melding van ondertrouw op 4 oct 1900. Henri's vader hertrouwde op 18 oct 1900 met zijn schoonzus Maria Pieternella de Hoog (*R'dam 16 dec 1872). Rechts het bericht van zijn overlijden.

BS Rotterdam gezinskaart van Hendrik Johannes (Henri) Hoefsmit *24 dec 1883. — — Voor- en achterkant :

Inline afbeelding 1
Inline afbeelding 2
Toegangsnr 494-03 / inv.nr 1356 / pag 299 / Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam

We zien hier dat Henri Hoefsmit op 24 dec. 1883 in Rotterdam geboren is. Hij was dus anderhalf jaar ouder dan Nelly die van 27 juni 1885 was. Zijn vader (Hendrik Willem, † 1912) is kantoorbediende, taalmeester en effectenhandelaar geweest. Henri vond een aantrekkelijke werkkring bij de Nederlandsche Rubber Maatschappij, later Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam. Hoefsmit reisde sept 1904 naar Penang (Malaysia) en ging in 1915 voor de R.C.M.A. de onderneming Serangdjaja beheren. In 1935 werd hij administrateur van de onderneming Liberta. Henri is in Medan gebleven tot 1939, het jaar waarin hij zijn functie bij de Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam neerlegde (Sumatra Post 8 nov 1938 en 2 jan 1939), onderbroken door een verlof in 1933 (BS-kaart).

Inline afbeelding 3

Henri op weg naar Deli (Sumatra).

    Inline afbeelding 2
          De Sumatra Post 29 sept 1904             De Sumatra Post 7 oct 1904

 

          De Sumatra Post 21 juli 1915

Serang Djaja is een dorp in het noorden van Sumatra. Rubberplantages.

Henri Hoefsmit , op den voorgrond hevea-zaad, bedden twee maanden oud. (Foto dec 1911) >>>
Nationaal Archief / Archief NV Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam 4. RCMA inventarisnr. 329

            

 

    Inline afbeelding 4     Inline afbeelding 1

 

                      Henry Hoefsmit  -  foto's uit part. bezit

Op 15 aug 1914 is hij getrouwd met Kame Kanervoz, geb. 15 maart 1889 in Bangkok. Hun kinderen zijn geboren in 1917, 1919 en 1924. Ondertussen was Henri jan-aug 1921 met verlof in Nederland geweest. Ze woonden op Sumatra en kwamen in 1933 naar Nederland, waar ze zich 29 juni in den Haag inschreven en zich op 27 sept in R'dam-Schiebroek vestigden, dichtbij zijn oude buurt. Hij heeft langer dan een halve eeuw uit hoofde van zijn functie de wereldzeeën bevaren. Nog als 67-jarige is zijn naam te vinden op de passagierslijst van de Nieuw Amsterdam, die 30 maart 1951 uit New York vertrok. Zijn Nelly van zo lang geleden zou in 1952 overlijden, maar Henri, nog bevangen door dezelfde reis- en trekdrift die ook Nelly in zekere mate wel in zich had, vertrok 16 nov 1956 op de Empress of Britain uit Liverpool naar Montreal. Canada was zijn eindbestemming. Acht jaar later overleed hij in Quebec, op 8 maart 1964.

          De Telegraaf 18 maart 1964

 

 

Nelly kwam regelmatig naar het Noordplein, waar haar grootvader, de bejaarde ex-deurwaarder W. H. Haasse (W1 *1816) en zijn vrouw op nr 10 woonden, terwijl het gezin Hoefsmit met Henri na hun verblijf in de Goudschestraat (waar de Gemeentelijke Schoolbioscoop gevestigd was) sinds 1898 op Noordplein 11 huisde. Daar zullen ze elkaar hebben leren kennen. Resteert de vraag waar Henri en Nelly schoolgingen.


De Tollensstraat in 1912 gezien vanaf de kruising met de Noordmolenstraat. Op de achtergrond staat de gereformeerde Nieuwe Noorderkerk uit 1901 aan de Snellemanstraat. Buiten gebruik gesteld in 1966, gesloopt in 1977. Coll. TK
snellemankerk
   Inline afbeelding 5
1. De Nieuwe Noorderkerk kort na de bouw aan het eind van de Tollensstraat. www.engelfriet.net
2. Noordplein en Noordsingel 1908 naar het oosten gezien. Coll. TK

2. In de huizenrij links woonde Henri, rechts opa Haasse W1 . Het plein eindigt op de voorgrond bij de Rotte. Daarachter begint Kralingen. De Tollensstraat (W. H. J. Haasse, W2 *1860) en het Noordplein bevinden zich in dezelfde buurt, het Erasmuskwartier, het begin van de uitbreiding naar het noorden die omstreeks 1890 begon. Maar na het avontuur (‘schandaal’) Henri/Nelly in 1899, zijn de Haasses en de Hoefsmeden eind 1900 een stukje uit elkaar gaan wonen, de Haasses W2 aan de Saftlevenstraat, de Hoefsmeden in 1900 aan de Jonker Fransstraat 132. Het was een moeilijke tijd voor beide families, waarin op 11 dec. 1899 opa Haasse en op 5 jan. 1900 de moeder van Henri te overlijden kwamen. Nelly werd lid van de Schotse kerk in 1906, haar broer Willem (roepnaam Wim) in 1909.

Inline afbeelding 1

          Bevolkingsregister Rotterdam periode 1880-1900, 494-03-540-0117, Stadsarchief Rotterdam


          962.01 Register of Membership Archives of the Scots Church, Inventarisnr. 53 / Stadsarchief Rotterdam.
             De notitie achter de naam luidt "(now mrs      relationship dropped)".

Nelly heeft zich, misschien met haar verhuizing naar Baarn in zicht, maar waarschijnlijker kort na haar trouwen ("now mrs") bij de Schotse Kerk afgemeld.

Willem en Nelly Haasse hebben de Sunday School van de Schotse Kerk gevolgd als voorbereiding op hun lidmaatschap van de kerk. Ze waren allebei een korte periode afwezig, maar hebben daarna de cathechisatie afgemaakt: Nelly in 1906 en Willem in 1909. Willem heeft zelfs een gedicht voorgedragen in zijn "keurig Engelsch" tijdens een 'Guild Meeting' in de kerk (Rotterdamsch Nieuwsblad 23 juli 1909).

962.01 List of Pupils 1898-1906 Archives of the Scots Church Rotterdam (Schotse Kerk), Inv.nr. 58 / Stadsarchief Rotterdam


          962.01 Lists of Voting Members Archives of the Scots Church Rotterdam. Inv.nr. 58 Stadsarchief Rotterdam.

Het gezin W.H.J. Haasse woonde van 1911 t/m 1915 op Kortenaerstraat 8a. De Schotse kerk (toen ook Chapel of St. Sebastian genoemd) werd in 1911 gesloopt, een jaar nadat Nelly en haar ouders naar de Kortenaerstraat verhuisden (periode 1911-1915). Daarvoor hadden ze in de Saftlevenstraat (1901-1903), Houttuin (1904-1905) en Hoogstraat (1906-1910) gewoond. De hier genoemde voting member W. Haasse is vader W.H.J. Haasse (W2). W.H. (W3) staat nog in de adresboeken R'dam 1911 en 1912 vermeld, maar hij was in 1911 naar N.O.I. gegaan. Überhaupt was hij veel te jong om voting member te kunnen zijn.

Schotse kerkdiensten werden sinds 1643 in Rotterdam gehouden in de Sint Sebastiaanskapel op de hoek van de Lombardstraat en de Meent, gesloopt 1911. In 1697 kwam een nieuw gebouwd godshuis gereed aan het Vasteland, op de hoek met de Herderstraat. Daar gingen de Haasses ter kerke. Deze kerk ging bij het bombardement op Rotterdam in 1940 verloren. Alleen het avondmaalzilver en de archieven bleven in een ondergrondse kluis gespaard.

schotsekerk1800vasteland

De Schotse Kerk in Rotterdam op de hoek van de Herderstraat en het Vasteland (1697). Verwoest 14 mei 1940. www.engelfriet.net

Rev. Dr. John Irwin Brown, M.A., B.D., (1858 Limavady - 1937 Rotterdam) was predikant van deze kerk. Nel en Wim Haasse hebben hem gekend. Corrie misschien ook. Een opmerkelijk man, schrijver van een boek over de Ned. taal en een roman, lid van het Ned. Letterkundig Genootschap.
    J. Irwin Brown is in de Jaarboeken 1937 en 1943 van DBNL herdacht.

johnirwibrownpt         

Rev. J. Irwin Brown, M.A., B.D., predikant van de Schotse Kerk van Rotterdam, 1858 - 1937.

Op zijn catechisaties schroomde hij niet zijn leerlingen ook in andere literatuur dan die der Heilige Schrift in te leiden. Als verteller was hij alom bekend. Zijn humor kwam hem daarbij zeer te stade. Hij had het vermogen om in wat anderen ergerde, het menselijk beperkte en komische te zien. Meer dan veertig jaren heeft dr Irwin Brown in Rotterdam geleefd en gewerkt en allen die met hem in aanraking kwamen, gesticht door zijn geest, zijn vroomheid, wijsheid en zijn persoonlijkheid.

Sommige mensen hebben de gave om onmiddellijk iemand voor zich in te nemen en tot een zeker vertrouwelijkheid te stemmen. Irwin Brown was een van hen. Zeker heeft hij op Nelly grote invloed gehad,

www.engelfriet.net

Brown hield jarenlang lezingen door het hele land. Honderden van dit soort jubelende stukjes zijn in de kranten te vinden.

Inline afbeelding 1     

En wie komen we hier tegen ?

Op 9 april 1908 schreef ds Brown aan de Commissie voor Evangelisatie onder Zeevarenden te Rotterdam :    “Our Rotterdam Branch has for its President the Right Honourable Count Bentinck of Middachten who, we trust, will speak a few words on Sunday evening & lead the meeting in Prayer. Count Bentinck's great interest in all Christian work commends our endeavours in Rotterdam & we trust will contribute to winning many new friends”.

Inline afbeelding 1

     Het nieuws van den dag, kleine courant 26 oct 1905        Middelburgsche Courant 31 mei 1917

Een goed beeld van binnen- en buitenkant van deze "Zeemanskerk' geeft
oud.rotterdam010.nl/509-Kerken/02/Kerk-schotsekerk.htm


Hoe verliep Nelly's zangcarrière naast haar baan in het onderwijs?

Men had in Rotterdam een Deutsche Evangelische Kirche, gelegen aan de Zwarte Paardenstraat 97, een zijstraat van de Witte de Withstraat vlakbij de Kortenaerstraat en de Eendrachtstraat. Nelly woonde van 1911 tot haar huwelijk in 1913 in de Kortenaerstraat. De organist en leider van het Kirchenchor was tot 1914 Johannes Teunis Schaddelee. In dat jaar werd hij organist van de Lutherse kerk. Hij is in 1934 overleden, 55 jaar oud. In sept 1923 begeleidde hij het zangtrio waarin Nelly de middenstem zong.

Inline afbeelding 1

De Duitse kerk (Deutsche Evangelische Kirche) aan de Zwarte Paardenstraat. Tekening van onbekende hand. Datering 1 jan 1903 - 31 dec 1907.
Stadsarchief Rotterdam nr 4080-XVIII-232-01 .
   Op 20 mei 1877 werd de kerk ingewijd. Na het provisorisch herstel van de oorlogsschade van 1940 durfde men de klok niet meer te luiden, bang dat het gebouw zou instorten.
   In 1974 werd het orgel verkocht aan de Oud-Gereformeerde Gemeente in Krimpen aan de IJssel. Bij de plaatsing aldaar is het van een nieuw front voorzien. Maar in de acoustiek van zijn nieuwe behuizing klonk het minder mooi. Dus toen de Gemeente een groter – en vermoedelijk ook moderner – orgel wilde, werd het Steinmeyerorgel in 1995 aan een liefhebber uit Zwanenburg verkocht.

   


De muzikale faam die de kerk zich verworven had leidde ertoe dat het oude orgel uit 1882 van Oberlinger uit Windesheim vervangen werd door een groter instument, dat door Steinmeyer te Oettingen gebouwd werd - op. 1640. Het werd op 26 maart 1939 ingewijd. "De Nederlandse driekleur en de Hakenkruisvlag tooiden den gevel". Steinmeyer was o.m. de bouwer van het beroemde Prinsessekerk-orgel van Piet van Egmond. Het is Pfarrer Dr Albert Freymark geweest bij wie de kerk de bijnaam 'zingkerk' kreeg. Hij was van 1898 tot 1927 aan de Deutsche Gemeinde verbonden. Het kerkgebouw was in 1940 aanzienlijk beschadigd. Het kon bovengronds opgelapt worden, maar de wankele fundamenten noopten in 1973 tot sluiting en in 1974 tot afbraak.
   “De jaren in de Duitse Kerk zijn onvergetelijk geweest. Het orgel was een geschenk van Hitler aan de Duitse Kerk. Dat er daardoor eventueel een vloek rustte op het orgel heb ik nooit gemerkt, integendeel, het was een geweldig orgel!“ schreef de organist Cor van Esch, leerling van Jet Dubbeldam, de organiste van de Duitse kerk. “Naar de Duitse Kerk en het Steinmeyer-orgel dat daar stond heb ik nog altijd heimwee. Het orgel was nota bene een geschenk van Hitler uit 1939. Er zat veel zinken pijpwerk in maar iedereen was altijd verwonderd dat het zo goed klonk. De kerk was niet zo groot maar had een uitstekende akoestiek”, aldus Jet Dubbeldam in een interview.
De Orgelvriend 15 juni 2014.
Foto coll Jet Dubbeldam.

Het orgel werd in 1974 gekocht door de Oud-Gereformeerde Gemeente in Krimpen aan de IJssel aan de Nachtegaalstraat 3 bij de Bermweg, het verlengde van de Kralingse weg. Het instrument bleef dus 'in de buurt'.

De Oud-Gereformeerde Gemeente in Nederland van Krimpen aan den IJssel heeft het monumentale orgel van de Duitse Evangelische kerk aan de Zwarte Paardenstraat in Rotterdam overgenomen.
   Het bestaande orgel van de Oud- Gereformeerde Gemeente vertoonde al enige jaren gebreken. Daarom stichtte de kerkeraad in 1972 een orgelfonds en benoemde hij een orgelcommissie, die de mogelijkheid van grote en kostbare reparaties en misschien totale vervanging onder ogen moest zien. Onverwachts deed zich de gelegenheid voor, het orgel van de Duitse kerk in Rotterdam, die binnenkort wordt afgebroken, aan te kopen. Het lukte in zeer korte tijd, het nog ontbrekende geld bijeen te brengen in de vorm van renteloze leningen. Het nu gekochte orgel werd in 1939 gebouwd door de Duitse firma G. F. Steinmeyer en Co, bekend door het beroemde orgel in de Dom van Passau. Het orgel, dat ruim 1600 pijpen heeft, biedt zeer veel bijzonderheden. Het heeft met zijn niet bijzonder groot aantal registers een monumentaliteit en tevens een grote verscheidenheid in de zachte registers. Voor het begeleiden van de gemeentezang heeft het vele mogelijkheden. De firma J. Mogenes te Waalwijk is belast met de overbrenging en de opbouw terwijl Jan Bonefaas, organist van de Grote Kerk te Gorinchem, optreedt als technisch adviseur.

         Reformatorisch Dagblad 27 februari 1974.

De man uit Zwanenburg, fan van Piet van Egmond, kocht het orgel dus in 1995. Hij haalde het zelf uit de kerk. Hij bezat al de speeltafel en pijpwerk uit het orgel van de A'damse Prinsessekerk die in 1984 gesloopt is. Van dàt materiaal construeerde hij een groot huisorgel. Met het pijpwerk van de Duitse kerk erbij kon hij een flinke uitbreiding realiseren. Het resultaat schijnt in Berdorf in Luxemburg te staan, in zijn tweede woning of bijgebouw. —Wordt vervolgd, of niet

—    —    —    —    —    —    —    —    

Johannes Teunis Schaddelee, † 16 oct. 1934.

Een achtenswaardige figuur is het Rotterdamsche muziekleven ontvallen : de bekwame organist, de degelijke toonkunstenaar J. T. Schaddelee is in den afgeloopen nacht plotseling overleden. Een benauwdte, gevolg van hartzwakte, maakte in weinig oogenblikken een einde aan zijn werkzaam leven. Allen, die Schaddelee gekend hebben, omgang met hem hadden, zullen het de laatste weken opgemerkt hebben, dat zijn gezondheidstoestand gestaag minder werd ; edoch zijn werkkracht was nog onaangetast, was nog groot, en daardoor ontging velen de broosheid van het lichaam. In Schaddelee hebben wij een uitstekend organist verloren, die vele jaren zijn groote diensten aan de Luthersche Kerk geschonken heeft. In die kerk placht hij ook geregeld orgelconcerten te geven met medewerking van solisten en dat waren altijd concerten, die aan de eischen geheel voldeden. Want Schaddelee was een ernstig kunstenaar, die zich aan half werk zoo ergeren kon. Met de grootst mogelijke zorg bereidde hij zich voor telkens wanneer hij spelen moest ; voor hem bestonden in de kunst geen kleinigheden. Schaddelee was ook een degelijk pianospeler, heeft ook zoo nu en dan wel eens iets gecomponeerd, liederen die een artistieke gevoeligheid verrieden, welke duidelijk maakte, dat hij eigenlijk veel meer kunstenaar was dan tal van zijn collega's organisten ; ook zijn geschriften - waarvan er enkele in feuilletonvorm verschenen zijn - verrieden een fijnen, zoekenden geest. Behalve als organist genoot Schaddelee ook als paedagoog algemeene achting ; sedert vele jaren was hij werkzaam aan het Conservatorium voor Muziek van Jos. Holthaus ; als privaat onderwijzer stond hij te goeder naam bekend. Schaddelee was in 1879 op Zuid-Beierland geboren. Op negentien-jarigen leeftijd kwam hij bij J. H. Besselaar Jr., die hem opleidde voor het examen van de Koninklijke Nederlandsche Toonkunstenaarsvere eniging en daarna voor het organisten-examen. Hij kreeg toen spoedig een aanstelling als organist van de Duitsche Kerk in de Zwartepaardenstraat alhier en werd in 1914, toen Besselaar als organist van de Luthersche Kerk aftrad, in zijn plaats aangesteld.

Registratiecode VFADNL 116836-blad 3 / CBG

Inline afbeelding 4     

Inline afbeelding 8

          Rotterdamsch Nieuwsblad 28 sept 1923

Inline afbeelding 9

          De Maasbode 27 jan 1915             Haagsche Courant 18 oct 1934


Eenmaal wonende te Baarn schijnt Nelly niet meer solistisch gezongen te hebben. Ze was bij de verhuizing in 1935 ruim 50 jaar oud. Cantate Deo was veel op de radio te horen, zou Nelly koorlid geweest zijn ?

      Inline afbeelding 2

                 Voorwaarts 21 feb 1928

Inline afbeelding 2           

‘Levensbeweging en Radio’

noemde zich een groep protestante
christenen die positief tegenover
het verschijnsel ‘radio’ stonden,
onder wie Nel van Sillevoldt-Haasse.
Dat thema speelt een rol in een van haar boeken.

Zo sprak op 22 febr. 1928 J. Schouten,
lid van de Tweede Kamer, van 8.00 tot
8.30 u. voor de N.C.R.V. over
‘Levensbeweging en Radio’,
gevolgd door een uitzending vanuit de
Evangelisch Lutherse Kerk in Rotterdam, waaraan het kerkkoor Cantate Deo,
de Lutherse Orkestvereeniging,
de violiste Thea Rexwinkel,
de tenor Johan van der Ploeg,
en de organist Johannes Teunis
Schaddelee meewerkten.

 

 

<-- <-- Rotterdamsch Nieuwsblad
          20 dec1928

 

 N.a.v. Grootmoeders Tooverdoos p. 39-40 :

De kwekelingen en zangleerlingen Nelly Haasse (*27 juni 1885) en Maria Huyser (*17 juni 1885) woonden niet ver van elkaar. Maria woonde eerst in de Jericholaan en later in de Kralingse Plaslaan en Nelly op de 's Gravenweg. Ze trouwden in hetzelfde jaar : Nelly op 15 mei 1913 en Maria op 12 juni 1913. Ze kenden elkaar, misschien waren ze vriendinnen.
   "Tante Marie, Mies noemen jelui haar tegenwoordig, was niet getrouwd, maar wel een groot meisje, was altijd vroolijk met een boel vriendinnen, en als ze die mee thuis bracht, dan zetten zij het heele huis op stelten. Een vriendin had ze, dat was een heel rijk meisje, een eenig kind, en als er een feestje was, moest Marie er altijd zijn. Dan moest ze voordragen, en zingen. Ze had zoo'n mooie, frissche stem".
   Tijdens de kermistijd mocht Nelly van haar moeder een paar vriendinnetjes die zij zelf mocht uitkiezen, meenemen. De kermistijd wordt mooi beschreven als een happening in het gezin ; kermiscadeautjes, op de 2e zaterdag van augustus werd de kermis ingeluid. Tante Marie uit Grootmoeders Tooverdoos kan Nelly zelf zijn.
   "Ze zat over een handwerk gebogen onder de lamp, die vroeg was opgestoken, want het was weer een sombere regendag geweest, Tante moest moest zich wat haasten met dat werk, het was een geschenkje voor een jarige onder haar vriendinnen".
   Nellie heeft haar dochter Corrie borduren geleerd : kussens komen in beeld (p. 107). Corrie maakte in Engeland een kussen voor Wendy en ook knielkussens voor Buncton Church.
    Maria M. C. Grimberg-Huyser, *17 juni 1885 (even oud als Nelly), enig kind, dochter van welgestelde ouders kan model gestaan hebben voor Maria uit het boek. Nelly en Maria waren in 1904 samen kwekelingen. Ze hebben allebei tekenles gehad op de Ambachtsschool van Hofdijk (dichtbij de Van der Werffstraat en het Noordplein). Iedere namiddag van 12.30 tot 3.30 en van 5.30 tot 8.30 en ....". Nelly (alt) had misschien dezelfde zanglerares als Maria Huyser (sopraan).

Nationaal Archief / Archief Ministerie van Binnenlandse Zaken : Afdeling Lager Onderwijs 2.04.09 inventarisnr. 1031.

IN MEMORIAM MEVROUW M. C. GRIMBERG-HUYSER door Mej. C. C. WILBRENNINCK. (z.j.)

   Maria Cornelia Huyser werd op 17 juni 1885 in Kralingen aan de Voorschoterlaan geboren; ze was enig kind. Haar vader had een sigarenfabriekje aan de Honingerdijk. Als kind op school mocht zij vaak op de zanglessen de solopartijtjes zingen en op haar 18e jaar vertolkte ze de rol van Bastienne in Mozart's jeugdopera. Op 1 september 1904 werd zij, na de kweekschool te hebben afgelopen, als onderwijzeres aan een school in de Gaffeldwarsstraat benoemd. Het lesgeven lag haar; ze hield van kinderen en had dadelijk contact met hen. Maar van de zanguurtjes wist zij toen al iets bijzonders te maken. Vanaf 1905 trad ze op als soliste in Elias, Athalia en andere oratoria en concerten in en buiten Rotterdam. Ze had zangles van Cato Scholten en ijverig en plichtsgetrouw in alles, wijdde ze zich met grote toewijding aan deze studie. In 1913 huwde ze met Dirk Grimberg, werkzaam bij W. Muller en Co, en slechts twee dagen voor de voltrekking van haar huwelijk nam ze afscheid van haar school. In 1918 leidde ze samen met Cato Scholten de volkszangavonden en na enige tijd nam zij de leiding daarvan geheel over. Hieruit volgde in 1922 de volkszangdag op het Spartaterrein, waaraan 5500 kinderen van de hoogste klassen der lagere school deelnamen. Ter ere van het vijfentwintigjarig regeringsjubileum van H.M. Koningin Wilhelmina in 1923, begon ze met een volkszanguurtje in de Beurs en al spoedig kreeg zij de leiding van de traditionele aubades voor het Raadhuis, die voordien door Bernard Diamant werden geleid. In de tijd dat in Amsterdam Joh. van Oostveen en in Den Haag Arnold Spoel optraden, gaf zij in Rotterdam voor de Ned. Vereniging ten behoeve van Volkszang avonden in de Doelen en Nutszaal. Onze kennismaking dateert van 1924. Voor het kinderkoor van het Kralingsche Volkshuis werd een leidster gezocht en mevrouw Grimberg kwam praten. [....]
          Rotterdam's Jaarboekje/Historisch Genootschap Roterodamum - Reeks 06, Jaargang 05, 1957, p. 170-174 / Stadsarchief Rotterdam.

Verkiezing DE 50 VROUWEN VAN ROTTERDAM. Marie Grimberg-Huijser 1885-1956 vinden we op de 14e plaats bij Cultuur, Maatsch ontwikkeling e.d.
    Muzikale dochter van een Rotterdamse sigarenfabrikant die talloze kinderen én volwasenen liet zingen bij nationale feestdagen. Van 1904 tot haar huwelijk in 1913 was zij onderwijzeres in de Jaffadwarsstraat. Na haar huwelijk ging zij volkszangdagen organiseren, in de Doelen en in de Nutszaal. Lentefeest, ontvangst van Sint Nicolaas of inwijding van de Noorse Kerstboom? Dit organisatietalent liet iedereen erbij zingen! Ze had vele fans, tot in de vrouwengevangenis toe waar zij ook regelmatig naar toe ging om met de dames te zingen. Terecht dat we in Prinsenland de M.C. Grimberg-Huijserstraat hebben! Mevrouw Grimberg staat bij vele generaties in het geheugen gegrift als de organisator van de aubades op de Coolsingel. Zij organiseerde en leidde zo niet alleen samenzang: ze verbond rijk en arm, jong en oud, Noord en Zuid.
           www.deouderotterdammer.nl/archief

Onderstaande advertentie krijgt nu meer betekenis. Nelly zingt solo in de Lutherse kerk met het koor Cantate Deo waar Schaddelee in die tijd organist was.

Inline afbeelding 2    R'dams Nieuwsblad 10 sept 1925

Onderstaand stukje gaat over die Lustrum-viering.

Inline afbeelding 4     

Inline afbeelding 5


          Rotterdamsch Nieuwsblad 17 sep 1925


Cantate Deo was veel op de radio te horen, zou Nelly lid van dat koor geweest zijn ?      

♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  ♦  o  ♦

Nelly's verhalen lezende valt op dat ze dikwijls in en rond het Rotterdam van voor de oorlog gesitueerd zijn. Ook kijkt men in haar eerste boeken even op bij de naamgeving van sommige personen (uit haar familie gekozen). Henk, Cor, Francine, Fien = Serafine, Lene, Diemer (uit Diehm Winzenhöler samengetrokken), Leentje.
   Hella kiest bij haar naamgevingen óók uit haar familie, maar meer consequent. Ook dat soort samenhangen spraken haar aan. In De verborgen bron (1950) en het vervolg De ingewijden (1957) komt een Rina (Katharina) van Starvold voor, wier moeder Elin Breskel zich in Frankrijk Eline noemde, in Griekenland Elina. Breskel doet denken aan Cornelia Braak (oma Cor) en Helena Weitzel (oma Hélène). Beide grootmoeders in Hella's eerste niet-historische roman! Het begin van het boek is overigens al in het tijdschrift Het Woord van nov. 1945 afgedrukt als 'Fragment van een brief'. Terzijde : de ik-figuur heet Siebeling, via 'sibling' een intrigerende naam voor wie de boeken gelezen heeft. In De meermin (1962) vallen Leonard Doornstam en de dichteres Sera Diem op, wier vader, de heer Diem, pianist is. De samenstellende delen van de naam Hölmann komen in Winzenhöler en Altmann voor, de namen van Hella's grootouders en overgrootmoeder van moederskant. Nog in Fenrir (2000) worden Waldschade en Altman gebruikt (Wald = woud, Schade = Schatten = schaduw. Sillevoldt is het dorp Silvolde bij Terborg. Andere namen zijn betekenisdragend : in De Meester van de Neerdaling (1973) is de duivelse Edmond anagrammatisch uit 'demon' geconstrueerd, hij wordt rond Kerstmis opnieuw geboren als Renato.
    Ook op andere punten wordt men getroffen door al dan niet toevallige overeenkomsten in het werk van Nelly en Hella. We zagen de naam Bentinck in beider werk vallen. In De schimmel van IV c (1939/40) leert Nikki "het hele gevolg van vrouwen van Hendrik VIII" ; Hella "kon alle maîtresses van Louis XV in chronologische volgorde opnoemen" (Zelfportret). Nelly en Hella hebben beiden de gewoonte plaatsen met de beginletter aan te duiden : B. (Baarn), R. (Rotterdam) enz. Het plot in een boek als Sleutels is spannend genoeg om Nelly's broer W. H. Haasse te laten denken "dat kan ik ook!", en kan hem er toe geïnspireerd hebben W. H. van Eemlandt te worden. Hij begon te schrijven lang nadat zijn zuster de pen had neergelegd. Maar hij hield er een ander soort naamgeving op na. Zo voert hij in Schimmenspel op Zee, waarin de Prinsendam van New York naar Rotterdam vaart, de commissaris Maasland, diens adjudant Van Saarloos (Charlois) en de Officier van Justitie mr. van Hilligersberg op. Dorp- en streeknamen uit de omgeving van zijn geboorteplaats Rotterdam dus.
   Nelly ging dezelfde gang als haar vader (W2). Ze begon als hulponderwijzeres en deed vervolgens examen L.O. voor volwaardig onderwijzeres. Ik vermoed dat ze voor kinderen à bout portant verhalen kon verzinnen en vertellen.

Inline afbeelding 4
Inline afbeelding 3

Nederlandsche Staatscourant 30 juni 1878


Stadsarchief Rotterdam / Gemeentesecretarie Rotterdam afd. Financiën, uit inventarisnr. 1305.

W. H. J. Haasse, Nellys vader onderwijzer G.L.O. 1e kl. nr.5 (Erasmusstraat), een zijstraatje van de Tollensstraat. Daarvoor was hij onderwijzer op een school voor Voortgezet L. O. in de Gashouderstraat (dicht bij de Oudedijk).
2e kolom - datum van Indiensttreding (overgeplaatst 1 jan 1902)
3e kolom - jaarwedde
5e kolom - rijkskorting per maand op wedde
6e kolom - gem. pensioenfunds korting per maand op wedde plus tegemoetkoming woninghuur
7e & 8e kolom - betaling per maand (uitsluitend wedde)
[Bron : Jaarwedden onderwijzend personeel van G.L.O. 2e kl, 1e kl, U.L.O, M.U.L.O. en Gymnastiek 1904 -1908 R'dam]

Inline afbeelding 1
Het nieuws van den dag 5 maart 1906

In maart 1907 had Nelly al een benoeming te pakken :

Inline afbeelding 2
Rott. Nwsbl.19 maart 1907


Rott. Nwsbl. 13 dec 1907

G.L.O. kan in Rotterdam zowel gewoon als gemengd lager onderwijs betekenen, eerder dan gemeentelijk lager onderwijs. Voorbeeld :


Middelburgsche Courant 24 aug 1914

Carry van Bruggen was ook zo'n vertelster die ging schrijven, al houdt daar de vergelijking natuurlijk op. Hella heeft het vertelstadium overgeslagen. Ze heeft nooit voor een klas gestaan. Hella vertelde niet in haar jeugdjaren, ze bedacht teksten bij kinderspelletjes en discussieerde later met studiegenoten en leraren. Maar Hella had met Carry het bij elkaar pennen van een œuvre gemeen. Trouwens, Nel van Sillevoldt is in de jaren '30 ook flink bezig geweest, jaarlijks een boek, twaalf stuks. Toen Hella's vader op stoom lag produceerde hij elke drie, vier maanden een 'detective', en van Hella zelf had Farce Majeure bijna kunnen zingen "Zij kon er het schrijven niet laten, zij schreef om het jaar een roman".

Dochter van een onderwijzer, begon Nelly als schooljuffrouw, behaalde een handwerkdiploma en werd onderwijzeres handwerken. Die vaardigheid en dat oog voor verzorgde en modieuze kleding had ze van haar moeder, die er een handwerk-/modevakschool op nahield. Ook deze lijn trok zich door naar de kleindochter : jaren later vonden Corrie's vrienden in Engeland dat ze altijd zo onberispelijk gekleed ging.

Inline afbeelding 1

  R'damsch Nwsbl 28 mei 1896


  R'damsch Nwsbl 29 mei 1896


  R'damsch Nwsbl 13 mei 1897


Ook zong ze en gaf muziekles. Voor 1906 geeft Dordtena een vernoeming "Nellij Haasse Rotterdam" (d.w.z. uit R'dam – er bestond geen stoomschip Rotterdam) Nederland – handwerken 1885-1918.

NV Rotterdamsche Maatschappij van grondbezit werd op 10 dec 1896 opgericht te Rotterdam. Staatscourant 1896 nr 467. Oprichters :
-Joh. Th. Furstner, koopman te Amsterdam, gehuwd met Elisabeth Henriette van Sillevoldt
-Andries Christoffel van Sillevoldt, koopman
-Hendrikus Hermanus van Sillevoldt, koopman
-Alida Cornelia van Sillevoldt
-Gerrit van Sillevoldt Gz (gewoonlijk Gzn)
-mej. Antje Alida van Sillevoldt = Moggy

De NV is mede-opgericht door een Gerrit van Sillevoldt. Maar welke Gerrit ? Niet 'onze' Gerrit Jr, de man van Nelly Haasse, noch zijn vader. Er zijn meerdere Gerrit van Sillevoldt Gzn binnen deze familie !
   De hierboven gekleurd afgedrukten zijn kinderen uit één gezin (zie hieronder). Het zijn kleinkinderen van
C. M. van Sillevoldt (*1808), de winkelier/koekbakker/fabrikant. Hieronder wordt de plaats van Gerrit Jr in het geheel verduidelijkt.
   Hendrikus Hermanus, getrouwd met Anna Geertruida van Sillevoldt, was de vader van de bekende rijstmagnaat en oprichter van de stichting Neyenburgh C. M. van Sillevoldt Jr. *1882.

G E N E A L O G I S C H
I N T E R M E Z Z O

NB Er zijn meerdere Marcussen Ravenswaaij. Ik noem er twee, die in de loop van dit verhaal als 'stamvader' op de achtergrond een rol spelen.
Nr 1. is direct gelieerd aan de v Sillevoldts (getrouwd met een van Sill_ en voorzitter van de SVR) uit Kralingen, namelijk

1.  Marcus Ravenswaaij (*Kralingen 6 aug 1862 - † 14 maart 1919) Alida Cornelia van Sillevoldt (7 nov 1867 - 23 mei 1914). Kinderen :
- Caroline Louise Ravenswaaij (1892 - 1939)
- Anna Alida Ravenswaaij (1897 - 1952)


Inline afbeelding 1Gezinskaarten R'dam periode 1880-1940, 851-387-0413866, Stadsarchief Rotterdam

          Dan is er een tak met kunstzinnigen uit Gorinchem :

2.  Marcus Ravenswaaij (*Gorinchem 9 mei 1856 - † 21 juni 1906) ✕ Jenneke van Andel, 6 kinderen waaronder :
Huibert Antonie Ravenswaaij (*1 juni 1891 in Gorinchem - † 1972), kunstschilder, lithograaf, kunstcriticus en dichter. Studeerde aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam. Huibert ✕ Gorinchem mei 1924 Rozina Walraven, dochter van Johannes Walraven en Fijke de Koter. Rozina Walraven *Gorinchem 2 april 1898 - † Gorinchem 6 feb 1978. Twee van hun kinderen :
—— Marcus (1925 - 2003), beeldhouwer, dichter
—— Rozina schilderes

          Weer zo'n familie met allemaal dezelfde namen . . . een doolhof is het !

De kunstschilder Huibert Antonie Ravenswaaij (1891-1972) is familie van de schutter Marcus R en wel als volgt :

— ene Marcus Ravenswaaij *1792 heeft 5 kinderen waaronder Pieter *1824 en Huibert Antonie *1821.
—— Pieter heeft 7 kinderen waaronder Marcus *1862 die met Alida Cornelia van Sillevoldt trouwt en scherpschutter is.
——Huibert Antonie krijgt 1 kind, Marcus *1856. Deze Marcus heeft 6 kinderen waaronder
———— Huibert Antonie Ravenswaaij *1891

FAMILIEBANDEN : KUNSTZINNIGE BANDEN

Gerrit van Sillevoldt (1777-1873) ✕ Elisabeth Henriette Furstner (1780-1859). Acht kinderen uit dit huwelijk :

1°  Johan Hermanus (1805-1889). Hij is grootvader van de schilder en Amphoradirecteur Cor(nelis Martinus) van Sillevoldt (1878-1967).
2°  Anna Geertruida (1807-1858).
3°  Cornelis Martinus (1808-1888) ✕ Alida Cornelia Bartels (1811-1873). Begonnen als koekbakker. Met hem begint de "rijst-tak" van de Sillevoldt-stamboom. (Er zijn nog twee andere C. M. van Sillevoldts, wat het genealogisch ontwarren en plaatsen van de vele leden van deze familie niet vergemakkelijkt).
      Een van zijn kinderen is Gerrit (*1838) ✕ Antje Alida Furstner. Zij kregen 3 kinderen :
     Gerrit van Sillevoldt Gzn (1869-1928) ✕ Johanna Sarah Schotel (1872-1953). Hij was patroon bij de rijstfirma van C. M. van Sillevoldt en hoofdman bij de brandweer in Rotterdam.
     Antje Alida (aka Moggy) (11 febr 1872 - 19 april 1927) ✕ de beroepsmilitair Jacob van der Kop (25 juli 1868 Schoonhoven - 26 jan 1945 Vught). Jacob was 1e Luitenant der Mariniers. Op 19 jan 1899 ✕ Anna A. (Moggy) van Sillevoldt in Rotterdam. Jacob was een neef van de schilders Ad en Han van der Kop.
     ♣  Alida Cornelia (7 nov 1867 -23 mei 1914) ✕ Marcus Ravenswaaij (6 aug 1862 - 14 mrt 1919).
4°  Dina Cornelia (1810-1894).
5°  Johanna Henriëtte (1814-1892).
6° Theodora Frederika (1818-1889).
7°  Gerardus (3 april 1821 – 12 maart 1908).
Deze Gerardus Gzn (*1821) was de vader van Gerrit van Sillevoldt Jr (*1866) die met Nelly Haasse trouwde.
8°  Lammina Elizabeth (1823-1899) ✕ Willem Cornelis van Aken (1822-1886).

        

De families Ravenswaaij en van Sillevoldt waren gelieerd door het huwelijk van Marcus Ravenswaaij (evenals Jan en Gerrit van Sillevoldt lid van de schuttersvereniging Rotterdam) en Alida Cornelia van Sillevoldt.

Marcus Ravenswaaij, lid van dezelfde schutters-vereniging als de van Sillevoldts (en ingetrouwd in de van Sillevoldtfamilie) was zo'n formidabele schutter dat hij in 1900 aan de Olympische Zomerspelen deelnam. Hij werd vijfde op 300m militair geweer knielend Heren.
Gerrit en Jan deden niet mee.

Jacob van der Kop (getrouwd met Moggy van Sillevoldt) legde zich toe op revolverschieten. Werd persoonlijk twaalfde in de Olympische Winter-spelen van 1908, en zesde met het team.
Van hem nevenstaande actiefoto.

     Inline afbeelding 1

         

          www.collectievanderkop.nl

Inline afbeelding 2

     
Inline afbeelding 1

     Algemeen Handelsblad 20 april 1927                       Registratiecode VFADNL 122396-blad 7 / CBG

Nel van Sillevoldt-Haasse

 

 



                 
Nieuwe Rotterdamsche Courant 15 mei 1913

 
Na hun verloving eind jan. 1913 is Nelly op 15 mei 1913 te Rotterdam gehuwd met Gerrit van Sillevoldt, *21 jan. 1866 in Kralingen, zoon van Gerrit van Sillevoldt (1821-1908) en Christina Been (1831-1898). Gerrit is als ‘kantoorbediende’ bij zijn vader begonnen volgens de BS Rotterdam, maar leidde als grondbezitter, speculant en dierenhandelaar een tamelijk onbezorgd leven, al moest hij van tijd tot tijd een stukje land verkopen. Van de beurskrach in 1929 heeft hij veel te lijden gehad. Ik denk dat de financiële inbreng van Nelly met haar boeken goed van pas kwam.

Terzijde : een parallelle tak van de familie van Sillevoldt, óók van vader op zoon Gerrit/Gerard geheten, was betrokken bij de Rotterdamse brandweer. Die van de rijst was weer een andere tak. Genealogisch gezien is de familie Van Sillevoldt een harde noot om te kraken. — Gerrit en Nelly verhuisden van Rotterdam naar Baarn, Krugerlaan 24, maar niet gelijktijdig. Nelly was nog in de kracht van haar leven, Gerrit liep tegen de 70 en de echtelieden verschilden sterk in hun belangstellingen, aan contact hadden ze weinig behoefte meer, ze vermaakten zich wel, ieder op zijn eigen terrein. Nel kwam in 1935, inschr. 1936, Gerrit liet zich pas in 1944 in Baarn inschrijven.



Dagelijksche Kroniek uit het Rotterdamsch Jaarboekje, 6 april 1917

Rotterdamsch Nieuwsblad 28 sept 1918

  

Inline afbeelding 1

Voorwaarts 21 febr 1931 - 's-Gravenweg 170

Inline afbeelding 1           

S T A A T S A L M A N A K 
1 9 2 5

  ZORG VOOR ZENUWLIJDERS EN GEESTESZIEKEN

     Bouw  nieuwe  inrichting  Maasoord
 

Inline afbeelding 2

De Telegraaf 28 feb 1938      NB Oudedijk 163

Inline afbeelding 4   Inline afbeelding 1
NRC 11 maart 1925 — Eilanden-nieuws (Christelijk streekblad op gereformeerde grondslag) 8 feb 1939


Adresboek Rotterdam 1939

Opvallend is dat Gerrit in 1939, wonende te Baarn, nog steeds deel uitmaakte van de Commissie 'Maasoord'. De andere leden waren allemaal ingezetenen van Rotterdam.

Het gezin van W. H. Haasse was nov 1935 na een verlofperiode juist weer naar Indië vertrokken. Er zal familie-overleg plaatsgevonden hebben over vestiging in de buurt van de weduwe Haasse-Braak ('oma Cor') in het prettige dorp Baarn. Corrie kwam na, op 13 nov. 1936.

Het dorp Baarn is korte tijd (1946-48) het Wereld Haassecentrum geweest, als ik me een eerbiedige scherts mag veroorloven, met vijf schrijvende Haasses onder zijn inwoners, Nelly, Willem, zijn dochter Hella, zijn zoon Wim, en Cor Haasse-Braak ('oma Cor') die een oorlogsdagboek bijhield. Het is helaas spoorloos, maar gedeelten eruit, die vooral de voedsel- en oorlogstoestand betreffen, niet het familieleven, zijn door Wim vertaald en hier ★ Oorlogsdagboek Oma Cor ★ in te zien.

                 

                   Algemeen Handelsblad 8 nov 1898                                        Rotterdamsch Nieuwsblad 14 maart 1908

G. van Sillevoldt Jr. is in 1913 met Nelly Haasse getrouwd en de vader van Corrie geworden. In het reeds geciteerde Grootmoeders Tooverdoos vertelt de schrijfster : "Hoe het ook zij, grootvader had van jongs af aan thuis gezien, hoe zijn vader en zijn ooms en de oudere broers uit jagen gingen, en zoo deed hij er, toen hij oud genoeg was, ook zelf aan mee, zonder er eigenlijk ooit over na te denken of het goed was of kwaad. - En toen wij trouwden en hier in Rotterdam kwamen wonen, kon hij wel niet meer zoo naar hartelust jagen als buiten, *) maar in 't najaar ging hij toch altijd een paar dagen naar zijn vroeger tehuis om met de ooms en de oude vrienden op jacht te gaan. Ook tusschen Kerstmis en Nieuwjaar genoot hij ervan, omdat we dan meestal bij de familie gingen logeeren.
   Ik had er al dikwijls wat van gezegd, dat ik het niet prettig vond en dat we toch eten genoeg hadden, zonder die mooie, vrije diertjes gebraden op tafel te krijgen, maar grootvader ging nu eenmaal graag uit jagen, en buitendien had hij weinig liefhebberijen, dus ik liet hem, al was het dan ook niet van harte, zijn plezier behouden". [....] Grootma werd ernstg ziek.
   Nu, ik was weer beter, al moest ik nog voorzichtig zijn, en toen de jacht begon, was ik blij, dat Grootvadere er eens een paar daagjes uit kon, dat zou hem weer eens wat opvroolijken na al die treurigheid.
   Maar, kindje, hoe verwonderd was ik. toen Grootpa den volgenden dag, véél eer dan ik hem verwachtte weer thuis kwam ! Eerst dacht ik, dat hij toch nog ongerust over  m ij  was geweest, maar dat was niet zoo ! „Vrouw!” zei Grootvader, terwijl hij zich over mij bukte, „ik ga nóóit meer op jacht.” [....] „Kijk, we waren in het veld en we liepen zoo elk ons eigen stuk af om patrijzen te jagen, toen ik opeens stootte op een koppel jongen, met de patrijzenhEn erbij. Ze waren bijzonder jong, heel laat gebroed zeker, en de kloek wae zóó bezorgd voor haar kroost, dat ze bijna rakelings langs mij vloog, een heel andere richting uit, om mij maar af te leiden van haar kuikens, zonder op haar eigen gevaar te letten.
   Natuurlijk draaide ik mij direct om en legde aan. Weer kwam ze vlak langs mij en ik zou haar zeker geraakt hebben als ik geschoten had. Maar ik kòn niet schieten opeens. Ik moest ineens denken aan jou, vrouw, hoe wij weken lang àlles hadden gedaan wat we konden om je voor de kinderen te redden, hoe jijzelf met den dood gestreden had, omdat je wist, dat de kleintjes niet buiten je konden. [....] En toen dacht ik : „sta ik nu op het punt, om zonder eenige andere reden dan voor mijn eigen genoegen, d i t moedertje te dooden, dat ook kinderen moet achterlaten, waarvan ze zóóveel houdt, dat ze zich in het grootste gevaar begeeft om haar kleintjes te kunnen redden? Terwijl wijzelf pas ons moedertje hebben mogen behouden?”

Het zij Nelly gegund dat Gerrit inderdaad tot andere gedachten is gekomen. Of geeft ze hier uitdrukking aan een vrome wens?
*) In dit boek is Fientje (van Serafia) de kleuter Nellij, Maria de 11-12-jarige Nelly, tante Bertha de wat oudere Nel, Grootma Nel op middelbare leeftijd. Grootpa was veel ouder dan Grootma en is al gestorven. Dat komt overeen met het Nelly's levensloop. Grootpa (Gerrit sr.) was in Kralingen geboren en werkte als katoendrukker bij Non Plus Ultra. Maar zijn grootvader was geboortig van Vreeland aan de Vecht, niet ver van de Utrechtse Heuvelrug. Daar waren goede jachtterreinen in de buurt, water- en bosgebieden. En er zou familie in Twente gewoond hebben.

Inline afbeelding 1

Nel van Sillevoldt-Haasse overleed 21 sept. 1952 te Baarn op 67-jarige leeftijd. Haar echtgenoot Gerrit was haar op 30 juli 1950 op 84-jarige leeftijd voorgegaan. Coll. WHP

Gerrit en Nelly zijn op kerkhof Wijkamplaan begraven in een eigen graf, no. 67–1. Het graf, een eigen graf, bestaat niet meer want de familie heeft er afstand van gedaan. Het is geruimd.

Onderstaand rechts de overlijdensadvertentie van ‘de brandweerman’. Hij had twee zonen, genaamd Gerrit en Jan. Het blijft oppassen geblazen met al die identieke namen.

Inline afbeelding 1            Inline afbeelding 3
   Leidsch Dagblad 13 maart 1908       Rotterdamsch Nieuwsblad 25 april 1928

 

Inline afbeelding 13

Coll. WHP

 

        

Corrie van Sillevoldt (1915 – 1997)

 DATA Cornelia Christina van Sillevoldt — geb. 11 febr 1915 te Rotterdam — nat. Ned. — opl. part secr. (o) —  dochter van Gerrit van Sillevoldt (*21 jan. 1866 in Kralingen en Nellij Haasse *27 juni 1885 in Kralingen).— 1915 ROTTERDAM Oudedijk 163 — 6 nov 1936 BAARN Krugerlaan 24 — 5 aug 1943 AMSTERDAM Singel 402 hs —  26 juni 1947 BAARN  Krugerlaan 24 — huwt in Singapore 3 april 1951 Brian Cosgrove — 1951 IPOH (Malaya) — vacantiereis naar LONDON — idem in 1954 — Brian overleden 1956 IPOH, Corrie kwam naar Ned. terug — 1962 Corrie LONDON 40 Kenver Avenue, Finchley — — 1961 LONDON — 1964 NEW BARNET, Upper Flat, 47 Hadley Road — 1977 WISTON, Shirley House — 1985 WISTON, Lower Chancton — 1993 2 Charlton Cottage, Mouse Lane, STEYNING — Corrie is overleden 12 april 1997 WORTHING.
Enkele dagen voor haar dood brachten Hella Haasse en een zekere Elizabeth haar een afscheidsbezoek.

Bevallen: G. Sillevoldt

        NvddNI 3 april 1915
Drukfout : Sillevoldt, G. v. Haasse moet natuurlijk
N. van Sillevoldt-Haasse zijn.
  De naam Christina komt reeds voor  in het gezin van Cornelis Franciscus Kapteijn te Rotterdam. De moeder van Gerrit van Sillevoldt heette Christina Been.
  Hella Haasse noemde haar eerste kind (1944) Chrisje.

Corrie is gedoopt in de Ned. Herv. kerk Hoflaan 1, Rotterdam Kralingen, op 17 febr 1915.

35-02 Archief van de Nederlandse Hervormde Gemeente te Kralingen – Aanvulling Doopboek 1905-1915 / Stadsarchief Rotterdam. K = kind, v = vader, m = moeder.

Cornelia Christina van Sillevoldt (Corrie, in de familie wel 'jonge Cor' genoemd, in de wandeling 'Coca') was een nicht van Hella Haasse. Geboren te Rotterdam op 11 febr. 1915, waar ze misschien evenals haar moeder de Scots Church bezocht, volgde ze een gymnasiumopleiding A in Rotterdam. Op 3 april 1951 is ze in Singapore gehuwd met Brian A. Cosgrove uit Belfast, een jurist die in WO II als squadron leader aan de RAF verbonden was en na de oorlog bij de Special Services (lees Geheime Dienst) werkte. Hij overleed in 1956. Corrie keerde terug naar Europa en ging in Engeland wonen en werken.
   Ze is overleden te Worthing aan de Engelse zuidkust bij Brighton, op 12 april 1997, aan de gevolgen van uitgezaaide kanker (Carcinomatosis - Primary unknown) en malfunctie van de hartklep. Ze is gecremeerd.



Stamboek van de H.B.S. voor Meisjes (1916–1932) in Rotterdam.
Archief 1e HBS voor Meisjes Rotterdam / Inventarisnr 60 5 Stadsarchief Rotterdam.

In juli 1932 werd Corrie bevorderd tot de vijfde klas.


Namen en adressen der leerlingen en hun ouders van de 1e H.B.S. voor Meisjes, cursus 1932-1933 en 1933-1934.
Archief 1e HBS voor Meisjes Rotterdam - Inventarisnr 60 7 Stadsarchief Rotterdam.

In september 1867 werd het nieuwe gebouw van de H.B.S. aan de Kortenaerstraat in gebruik genomen. In 1892 werden meisjes als leerling toegelaten. Overigens was in september 1870 de hbs voor meisjes aan de Witte de Withstraat, in de wijk Cool, al van start gegFaan, terwijl in 1875 de HBS met driejarige cursus aan het Van Alkemadeplein, in de wijk Rubroek, werd geopend, waardoor de naam van de school werd gewijzigd in ‘1e HBS met vijfjarige cursus’.

Corrie zat van 1921 tot 1927 op de G.L.O. A no. 141, IJsclubstraat 9, Kralingen, een school voor meisjes, waar Mej. M. A. Danser hoofdonderwijzeres was. Vervolgens is ze naar de Tweede H.B.S. voor Meisjes aan de Mecklenburglaan gegaan (1927-1932). Tenslotte ging dit volhardend studiehoofd naar het Eerste Lyceum voor Meisjes (1932-1934) aan de Witte de Withstraat. Daar behaalde ze in 1934 het diploma gymnasium A. Een zus van Maria Agnes Danser, Elisabeth, gaf les op de G.L.O. in de van der Werffstraat, waar Nelly op gezeten had.

Inline afbeelding 1

De HBS aan de Mecklenburglaan, ook ‘Libanon’ genoemd, later MMS. Rijksmonument. Uitgeverij Takken, Utrecht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Coll.WHP

 

Nel van Sillevoldt-Haasse en haar dochter Corrie in 1928. Corrie leek op haar moeder. Ze trok op 13 nov. 1935 of 1936, komende uit Rotterdam, bij haar moeder in Baarn in. Ze had een Schoevers-cursus gedaan (Hella een paar jaar later ook) en kreeg een baan als particulier secretaresse. Op 5 aug. 1943 ging ze in Amsterdam wonen, Singel 402hs. Daar woonde ook Bram Jansen van 2 aug 1941 tot eind '46. In 1945 verbleef ze in Baarn om haar ouders van voedsel te voorzien.
   Haar moeder schreef over de manier waarop ze haar bejaarde ouders door de hongerwinter sleepte The Coca Chronicles for 1945, vier bladzijden in het Engels, op rijm. Deze zijn hier in te zien

      ★ The Coca Chronicles for 1945 ★     

"... There was scarcely enough food to keep us alive. / If we had not had our dearest, strong Corry / we would surely have died of cold, hunger and worry! / But she mounted her byc and said : wait and see ! / I'll forage for you, for begging is free !"

Na dit verslag van een Baarnse hongerlijdster een rapport van een Engelse hulpverleenster in Maastricht.

Medical Team Report. Report on Activities of Hospital 7. June 20th, 1945.
Team members left England in two separate parties : eleven by train on the 27th and twelve with transport on the 29th. They linked up again in Utrecht, the British Red Cross Headquarters for Civilian Relief on May 31st. One party travelled via Brussels, the second in convoy via Bruges, Ghent, Breda, Nymegen, Arnhem to Utrecht. We were billeted all together.

   On June 2nd, Dr. Brennan was detailed to go to Nymegen to contact certain British and Dutch with the view to opening a Hospital there. None of these people was there and after enquiries, on the spot he formed the opinion that an extra Hospital was needed there, and reported accordingly.
   Between June 2nd, and June 8th, several trips were made at the request of the Red Cross and Civil Affairs to Nymegen, and the final conclusion reached by them was the same as that formed by Dr. Brennan on his first visit, that the situation in Nymegen did not call for a second hospital.The principal Dutch Doctor there said that we were urgently needed in Maastricht, and that the authorities there had a building ready for us. This was not confirmed by our Red Cross Headquarters till June 12th, when we received a Movement Order to proceed to Maastricht on the 13th June, and there contact the Army and Civil Affairs who would give us further instructions and rations etc.
   The wait in Utrecht was in many ways interesting and pleasant, but we had waited so long in London and elsewhere, that we were impatient to get down to work. During the wait our Nurses and Orderlies helped a local relief team in desinfecting and scabies treatment, and two days before we left we came to an arrangement for eight of our nurses to work in the local Academische Stad Hospital, where they were very short handed, and many of their staff ill by overwork or under-nourishment.
   The general situation of the people in North-Holland was and still is very bad. People of all classes were unashamed to beg for food and cigarettes, offering jewelry very often in exchange. Very few shops were open. Money had no real value as there was nothing to buy, and barter was general in practice. The men looked particularly ill, most having been afraid to go outside their homes for nearly a year for fear of being taken for slave labor to Germany. The Germans had taken or destroyed every single form of transport excepting bicycles before they left, and this had completely paralysed, and even now the only transport is that provided by the military for milk and essentials. So food is going to waste in the country, and there is a great shortage in the big towns.
   To return to our activities, we left Utrecht on the morning of the 13th, having been lent two extra two-ton lorries for our luggage and personnel. These lorries were far heavier than we needed, and those who had to travel inside one of them had a very disagreable journey over bad roads, and were very shaken up by the end of the day when we came to Maastricht. Dr. Brennan and Mrs. Brennan and Miss Pope left earlier in advance to prepare for our arrival.
   We found ourselves to our surprise in an American sector. The Dutch Repatriation Committee welcomed us and handed over a very nice building as our hospital. It is the St. Bernardus School, a fine modern building used as a primary school before the war. No accomodation had been arranged for ourselves, so we spent the night in the school.
   On the 14th, we contacted the local Army and Civil Affairs Detachment. Those were of course American, and had heard nothing of our arrival. The Town Mayor was very helpful, and requisitioned two good adjoining houses for us, ten minutes walk from the Hospital, which had been used as Gestapo [P.T.O.] Headquarters. The cellars incidentally were left untouched, and the traces of the brutalities carried out by the S.S. were still there to be seen.
   We came up against real difficulties over the question of supplies and rations. According to Army regulations it is impossible for an American Unit to victual a British one, and for several days following our arrival, we lived of the rations issued for Displaced Persons - which indeed we felt we were !
   We had meals at a Dutch Emergency Hospital for sick displaced persons, and visited their wards. Here we saw the type of patient we will have to look after. Living wrecks from the Concentration Camps, and slave labour units. Some will recover, but a great proportion are incurable T.B. cases. We saw men with their limbs scarred, and even broken by beatings. These people are arriving every day by train and lorry from Germany. Maastricht is a huge clearing centre with many camps where they spend a few days being disinfected and examined before going to their homes. The food situation being acute in the North they are not able to send these on at once. The sick unfit for travel are treated here and naturally it is a great strain on the local resources, and the local Doctors and Committees are really glad of the help we can give.
   On the 15th, I went with Miss Pope to Brussels to try and arrange for our rationing. In the meantime everybody was working with a will to get the Hospital ready. The letter from the head of the Red Cross in Brussels to the C.O. American troops here requesting rationing facilities proved a failure. We still lived of the Displaced Persons rations issued to us by the Dutch.
On the 18th, we formally opened the Hospital. At 7.30 a.m. Fr. Brul of the African Mission, celebrated Holy Mass in the Hospital and blessed it. We received our first ten patients that day. They were delighted with their new surroundings, and the day went well.
   On the 19th, a further visit to straighten out the rationing problem. This time with success. We are now attached for rations to the nearest British Unit, which is in Diest, 30 miles away, and we will send in there for provisions every other day. This is a perfectly satisfactory arrangement. More patients newly come in from Germany were sent to us last night, two in a bad state from Dachau. The Hospital is running very smoothly. The kitchen staff are working under difficulties still, as the kitchen is being built around them as they work. We have five Dutch orderlies attached to us, and washers up who come in voluntarily. In every way the local people are trying to make us feel welcome, and are giving us all the assistance they can : they have had the house we live in re-painted and repaired for us. They gave a dance for us, and a glowing account -very inaccurate- of our activities has appeared in their one sheet daily newspaper -translation attached-.
   This is a complete Catholic province - Limburg, and we feel fortunate that we have been sent here, and are able to help these people in their very grave difficulties at present. Many of the patients have come to us straight after their journey from Germany, and after only two days show a remarkable improvement in spirits and appearance.
   Maastricht is a lovely and historic town, and we all hope to be able to stay here at our work for some time.

                    Angela Antrim      Deputy Leader
 

                                                                                Met dank aan Oliver Cosgrove, Perth.


♦   o   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   o   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   ♦   o   ♦

 

           

De Banier :

staatkundig
gereformeerd
dagblad

4 juli 1934.

De H.B.S. voor meisjes met 5-j. cursus te Rotterdam had aanvankelijk een Eerste en een Tweede Lyceum, ieder met een eigen Gymnasium afdeling. Dat werd te veel van het goede en daarom werd per september 1932 deze constructie veranderd : Het Eerste Lyceum kreeg Gymnasium en M.M.S. en het Tweede Lyceum H.B.S en M.M.S.
    Op 1 sept 1927 werd Corrie (12 jaar) toegelaten tot de eerste klas. Op 12 juli 1932 werd ze overgeplaatst van lyceum 2 naar klas VI van het 1e lyceum en deed in 1934 eindexamen gymnasium alpha, een jaar later dan normaal. Dat kan te maken hebben met de wankele gezondheid in haar jonge jaren. Een medische ingreep kan bovendien oorzaak geweest zijn van het feit dat ze geen kinderen kon krijgen. Rond 1934-35 volgde ze de hoogste Schoevers-cursus en voegde zich in Baarn bij haar moeder. Haar vader hield zijn huis in Rotterdam aan en kwam pas in 1944 definitief naar Baarn.

Inline afbeelding 2       

Corrie raakte in 1932 tijdens een schoolreisje bevriend met Rita, Joan, Ernest Brown en hun moeder en werd lid van de in 1931 in Brighton opgerichte International Friendships League. Daarmee hield ze gelijke tred met haar moeder Nel van Sillevoldt-Haasse, die lid van de Oxford Group was geworden. Op enig moment in de jaren '30 werd Corrie lid van de ANWB.

In het tijdschrift DE KAMPIOEN van den Koninklijken Nederlandschen Toeristen Bond van 30 maart 1940, jg 57 staat de Tweede Naamlijst van
Vrijwilligers voor het LEGIOEN DER GETROUWEN
bevattende de namen van hen, die gevolg gaven aan den oproep van het Bestuur om, in verband met de tijds-omstandigheden, een nieuw bondslid aan te brengen
[W.O. II was op 1 sept 1939 begonnen].
     De oproep bleef niet zonder resultaat.

P. F. Baron van Heerdt (1911-1992), stelde C. van Sillevoldt te Baarn als kandidaat voor het LEGIOEN DER GETROUWEN voor. P. F. Baron van Heerdt was de zoon van F. E. Baron van Heerdt (1877-1948) die 1932-1946 voorzitter van de Schietvereniging Baarn & Omstreken was.

De connectie met Gerrit van Sillevoldt ligt voor de hand.

 

Corrie, niet echt geposeerd, eenvoudige jurk, pothoed, mooie meid, goede fotograaf. Ze had rood haar.
Coll. Ingrid Pascoe-Haasse.

Na de oorlog werkte Corrie als tolk, eerst bij de Canadezen in Nederland, later bij Britse War Crimes Trials in Lüneburg en het Neurenbergproces van de Amerikanen. In Duitsland ontmoette ze de Ierse jurist Brian Cosgrove (*Belfast, 1 oct. 1908). Hella leerde Corrie in 1935 beter kennen en raakte met haar bevriend. Corrie is de enige vriendin aan wie Hella meer dan een paar regels wijdt, op een overigens bevreemdende bladzij over haar en haar moeder in Persoonsbewijs.

Op 26 juni 1947 streek Corrie weer in Baarn neer (waar Hella toen ook woonde), bij haar ouders, en moet daar in 1950 nog gewoond hebben. Corrie schreef vanuit Baarn op 5 maart 1951 nog een brief aan Brian. vlak voor haar vertrek naar Singapore.

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 1

Mej. C. van Sillevoldt (Krugerlaan 24, Baarn) 1945. Vertaalster bij War Crime Trials in Duitsland.
Foto's 010164029632 resp. 010164014702 / Collectie Atelier Merkelbach, Stadsarchief Amsterdam (https://redeenportret.nl/merkelbach). In het stadsarchief van Amsterdam staat op de site hier te lezen Corrie te boek als vertaalster, verdere tags liberator, uniform.

Cornelia Christina [niet Christine] van Sillevoldt (12 feb 1915 - 12 april 1997) was na de Bevrijding tolk / vertaalster, tot sept bij de Britten in Nederland, daarna in Duitsland. Daar leerde ze haar man kennen, de RAF vlieger Brian Alphonsus Cosgrove die na de oorlog bij de Special Duties diende en op enigerlei wijze bij kleinere zaken tegen oorlogsmisdadigers betrokken was. Zie verderop.
         Zie hier



  • Birth 1908 Belfast, County Antrim, Northern Ireland
  • Death 11 Dec 1956 Malaysia
  • Burial Batu Gajah, Perak, Malaysia
  • Memorial ID 153429141          unithistories.com

De Engelsen plegen Luneberg te schrijven i.p.v. Lüneburg (gelegen in de Britse sector van het verslagen Duitsland, 50 km zuidoost van Hamburg), Nuremberg i.p.v. Nürnberg. Bij digitaal speurwerk is het goed daar rekening mee te houden.

Brian Cosgrove was a Belfast attorney commissioned in 1940 by the RAFVR (Administrative and Special Duties Branch). He was also a pilot and in 1942, he was transferred to the Royal Air Force Regiment as a Squadron Leader. The following year, he was transferred back to the Administrative/Special Duties Branch, and in 1945, he served as an Acting Judge at The Belsen Trial also known as the Lüneburg War Crimes Tribunal.   zie hier  Even before the Nuremberg Trials took place, the first war crimes trial, the so-called Belsen Trial (Bergen-Belsen-Prozess), began in Lüneburg on 17 September 1945, conducted against 45 former SS man, women and kapos (prisoner functionaries from the Bergen-Belsen and Auschwitz concentration camps).
   In 1945 Lüneburg surfaced once again in the history books when, south of the town on the hill known as the Timeloberg (near the village of Wendisch Evern) the German Instrument of Surrender was signed that brought the Second World War in Europe to an end. The location is presently inaccessible to the general public as it lies within a military out-of-bounds area. Only a small monument on a nearby track alludes to the event.
   Cornelia Christine van Sillevoldt, Cosgrove's wife, was a translator during the Nuremburg War Crimes Tribunal sessions.

26 aug 2016

Hello Ellen.
    The major Nuremburg trials were held November 20, 1945, to October 1, 1946. Minor trials (or what were called "Subsequent Nuremberg Proceedings") were held 1946-1949. There is no record on Brian's file of his RAF presence at Nuremberg; perhaps he was there in a civilian capacity. This would support the family contention that he was a part-time judge at the trials: having a serving military officer as a judge would have been unconscionable. If he had been involved with Nuremberg then that might be a clue as to where he lived after service and before marriage.
    Other than that I cannot help. The obituary speech was perhaps the most amount of information any of us living got about Corrie. Certainly my cousin Rowy and I are the most informed in our family. Before the obituary Rowy's knowledge of Corrie derived almost totally from fragments of conversations recalled from her own mother and from Corrie's funeral, which she attended. Since Thijs' email about the wedding in Singapore being a civil one, and about the absence of Brian's family at the wedding I have formed the impression (a suspicion, perhaps) that the marriage was not approved. This suspicion is strengthened by no contact between Corrie and our family after Brian's death.
   Her address for purposes of a ship's manifest had been 9 Gracechurch St London EC3 which is an imposing multi-storey building in the financial quarter of London. It had been a bank building and may have been the address of an organisation that had her in its employ. A pub called Crosse Keys is there now but I hardly think it would occupy more than the ground floor. Brian's RAF record notes that post-discharge correspondence was to be addressed to 34 King Street Belfast after his remove from RAF West Kirby.
   Regards, Oliver.

24 Sept 2017

Hello Thijs
    I have long been worried about the absence of documents about Brian Cosgrove taking a juridical or prosecutorial role at Nuremberg. I think I have the answer. I think that he didn't have a public role at all. Family talk about his activities at Nuremberg may have been misinterpreted. I thought I'd concentrate on Corrie in making inquiries in the hope that something about Brian's involvement might crop up, but nothing. There is a Nuremberg war trials museum and I spoke to the people responsible for its administration. They have found nothing in their records that indicated Corrie serving as an interpreter. The use of the word 'interpreter' is important here. An interpreter [tolk] changes spoken language whereas a translater [vertaler] changes written language. The attachment will probably explain it better.
    Regards Oliver

10 September 2017

Dear Mr Cosgrove,

   The aiic secretariate forwarded your email to me considering that I am the person who might be able to answer it.
           [ met aiic wordt bedoeld de Association of Interpreters at International Conferences ]
For some years a dedicated group within aiic, specifically aiic Germany, has developed an iniative to preserve the memory of our pioneer colleagues at the Nuremberg Trials. The project is called 'One Trial - Four Languages' and is pursued by a non-profit association which some aiic members have established. The website is profession-of-interpreting.org and you can find out everything about the project there.
    As part of these efforts we started to systematically collect the names of the interpreters and their photos. This proves to be very difficult, because except for a few names, very little is known and many disappeared into oblivion. Nor are there any army records or the like, nobody paid any attention to the interpreters then.
  As this was the breakthrough for simultaneous interpreting, i.e. the foundation of modern conference interpreting, we concentrated on those interpreters who worked in the courtroom in simultaneous mode and only on those who worked at the first trial. There were many others working in simultaneous mode in the follow-up trials and most importantly, before, during and after all of the trials a great number of bilingual persons worked as interpreters during interrogations or other kinds of investigations. Certainly also many worked on written translations. Almost all of these people were neither professional interpreters nor translators, but simply possessed language skills and learnt on the job.

   It was very good that you sent along the photo, because we have many photos for which we do not have any names and some names without photos. I have compared Ms v. Sillevoldt's photo with all the photos we have and she seems not to be shown anywhere. Her name did not come up during the investigations so far. Neither do I think that she would have been in either the German or the English booth, considering that her native tongue was Dutch, although she certainly had a good command of German and English.

   So I'm sorry to say that it does not seem that she belonged to the group of interpreters at the trial proper, i.e. in the courtroom. She could have worked for the trial in interrogations or other respects, however, there is no evidence for that. There is no evidence for any of these people who interpreted for one or the other purpose, we only know of some who spoke about it themselves and are on record.

   Should you find any other material, e.g. photos showing her in the booth or anyone in a booth for that matter, this might give us new insights. We are continuing our research all the time and are grateful for any lead. If in the course of our work we should come across her name again, we will certainly inform you. I hope you are not too disappointed about these news and wish you lots of success with all your investigations to retrace your family history which seems most interesting, albeit sad, indeed.

   Best regards from Nuremberg

 

image.png

 

 

 

SPECIAL DUTIES SQUADRONS
In honour of the men and women
of the Special Duties Squadrons
whose operations sustained
the struggles of the peoples of oppressed nations
in their fight for freedom

against tyranny & enemy occupation

1939 - 1945

     Inline images 1


10 sept 2017                        
Dear Ms Limberger

Thank you so much for your email. I'm not at all disappointed - even a null response is of value. My knowledge of Corrie's involvement with Nuremberg came from oral history in the family and you will know that such history is not notoriously reliable so I was pleased to get information that was authoritative. The case with Corrie's husband was similar - he'd been described by family as having been an 'acting judge' at Nuremberg, but I found no record of this in Public Records Office Kew and in the Imperial War Museum, and when I got his RAF service record last year there was no record of him having been a judge. Your email does nothing to lessen my appreciation of how valuable the work was that both of them undoubtedly did - Brian was awarded a Mentioned in Despatches clasp in the Victory Honours List.

He was in the secretive SD - Special Duties Squadron, The memorial plaque in the church of St Clement Danes in Fleet Street London, which is the official church of the RAF makes very specific reference to the work SD Squadrons did in helping the struggle of people of oppressed nations. It is much more probable than not that Corrie's interpreter skills were used on documents.
I have looked at the websites you mentioned and they are both very informative and easy to navigate around.
Again, thank you for your kindness in this matter.

Regards, Oliver Cosgrove

26 sept 2017
Dear Thijs
Thanks for the stuff you sent about Luneberg. ... I checked the Law Reports on the Luneberg trial but couldn't find Brian's name anywhere. I consulted Prof Andrew Williams, University of Warwick, who has researched this. His reply is below. Looking at Brian's record of service I found that in 1945 he spent 2-3 weeks in a number of different squadrons. I suspect he was making inquiries.
Regards
Oliver

Andrew Williams schrijft : "As for your uncle, what a fascinating story. From what I know Brian Cosgrove certainly wasn’t one of the court at the first Bergen-Belsen trial. The law Report of that trial (against Kramer et al), which I have seen, names the court members as:
   Major-General H. P. M. Berney-Ficklin, as President, and, as members, Brig. A. de L. Cazenove, Col. G. W. Richards, (Royal Tank Regiment), Lt-Col. R B. Morrish, (Royal Artillery), and Lt.-Col. R McLay (Royal Artillery). Lt.-Col. J. W. L. Corbyn, (Wiltshire Regiment), was waiting member. The Judge Advocate was C. L. Stirling, Esq. Barrister-at-Law. There’s no record of any other personnel involved in the judge advocate or members of the panel.
    Brian Cosgrove wasn’t one of the prosecuting or defence lawyers either. That doesn’t mean he wasn’t acting behind the scenes in some capacity, but I haven’t come across his name.
   However, there was a second Belsen Trial, held in 1946. I have not seen the transcript for this but one exists in the National Archives at Kew (ref WO 235/148). There were a few hundred similar small and concentration camp scale trials in NW Germany so it is possible he could have served as one of the members or Judge Advocates at one of those. But I don’t know how one would track that except by accessing and going through the many files at Kew. Being in the RAF he would more likely be assigned to a trial involving RAF personnel – they tended to assign officers from the same service as either the accused or the victims where that was relevant. That might narrow down the search a little.
   But I was wondering whether it possible his war crimes trial experience was in the Far East? There were many of these held from Singapore to Ipoh including at Labuan and Kajang. That, of course, would open up a whole new area for research though.
I’m sorry I can’t be more helpful. However, I will be going down to Kew sometime in the autumn and may have a look for you then, assuming you haven’t easy access there.
Best wishes
Andrew

Na alles wat hierboven geschreven is mag ik niet nalaten een stukje te citeren uit de funeral speech die bij de begrafenis van een van de twee hoofdpersonen, Corrie, gesproken is. De gehele speech staat verderop onder een link.

In 1945, Holland was liberated by the Allied forces. Corrie with thousands of others lined the main square in Amsterdam and everyone was cheering. The first jeep to enter the square stopped by her and a British officer, a Captain Jackson, asked if anyone spoke English. Corrie said “I do” – little did she know that those two words were to change her whole life. He said “I want to borrow you”, to which she replied “You'll have to see my boss first”. He then lifted her onto the roof of the jeep and drove her round to see her boss who immediately agreed. What a sight it must have been, Corrie on the roof of a jeep with her bright red hair streaming in the wind. That night, she ate her first square meal for 4½ years in the Officers' Mess, it was corned beef.
    She then became an official interpreter wearing a British Army uniform with a Netherlands flag on her shoulder and as such signed the Officials Secret Act. In early 1945 she paid a brief visit to England and saw 'the Girls' in order to recharge her batteries, as she said at that time! She then moved with the liberating forces to Hannover where by June 1945 she was working again as an interpreter with the Allied Control Commission. This had been set up at the end of the war, to sort out the repatriation of civilian POW's from all over Europe and Russia, housed in camps in Germany. After that she moved to Nurembergh for the War trials, again as an official interpreter and “saw them all”, as she put it! -- She was a brilliant linguist.

---------------

Corrie schreef haar verloofde Brian Cosgrove begin maart 1951 nog om te zeggen dat haar koffers gepakt waren en om te vragen of in Singapore alles met de getuigen goed geregeld was. Vervolgens reisde ze via Den Haag en Rotterdam (afscheidsbezoeken) naar Singapore. Brian had een baan gevonden als partner bij het notariskantoor Gibbs and Co. in Ipoh, Perak. Op 3 april 1951 trouwden ze in Singapore, niet in de kerk, maar voor een ambtenaar, zoals Oliver Cosgrove ter plekke heeft uitgezocht. Brian was een Roman Catholic uit Ierland, een land verscheurd door godsdiensttwisten, Corrie was NH gedoopt.

De Willem Ruys vertrok op 15 maart van Rotterdam
Inline afbeelding 1

     Het nieuwsblad voor Sumatra 17 maart 1951
   

en arriveerde op 2 april te Belawan.

Inline afbeelding 3
Nieuwsblad van het Noorden 2 april 1951

Inline afbeelding 1
De Tijd 3 april 1951

Inline afbeelding 2
De Heerenveensche koerier 5 april 1951

Op de dag van aankomst, 3 april 1961, zijn Corrie en Brian getrouwd.
Dezelfde dag voer de Willem Ruys al weer door naar Perak.

Corrie zat in tijdnood nadat het uiteindelijk "JA" van Brian gekomen was. Koffers pakken, inhoud beschrijven voor de douane, honden uitlaten. Ze schreef Brian begin maart dat ze voor haar vertrek uit Rotterdam een dag of wat nodig had om afscheid te nemen van familie en vrienden in Den Haag en Rotterdam.. Zo had haar vader Gerrit heel wat familiaanhang van broers en zussen met kinderen. Gerardus Christiaan, de notaris, was een volle neef van Corrie, de zoon van haar oom Jan, die ze niet kon passeren. Maar op 15 maart zat met haar vele bagage, geholpen door de famile op tijd op de boot.

Het huwelijk vond dan eindelijk op 3 april plaats, in Singapore. Voor de staat, niet voor de kerk, zoals Oliver Cosgrove in Singapore aan de weet is gekomen. Brian had het huwelijk uitgesteld – Nel zag het terecht een beetje somber in –, wat alles te maken had met het feit dat Corrie niet katholiek maar Nederlands Hervormd was. De Church of Scotland was tolerant, de Ierse katholieke kerk bepaald niet. De familie Cosgrove ook niet. “His delay at marriage may have been due to him having discovered that there would never be approval from his family and so he began to find chambers overseas” (Ol. Cosgrove).
   Uiteindelijk heeft Brian de knoop doorgehakt. Het paar vestigde zich in Ipoh, de hoofdstad van de staat Perak in Malakka. Toen haar moeder overleed woonde Corrie als mevr. Cornelia Cosgrove (housewife) met haar echtgenoot (lawyer) in Ipoh.

Oliver Cosgrove schreef in aug. 2016 :

There couldn't have been a marriage between them that would have in any way been acceptable to Brian's mother, Or for that matter, the rest of the family and the church. Recall the encyclical Ne Temere. Ne Temere ('without fear') was the Vatican ruling that governed what was in those days known as 'mixed marriages'. Marriage couldn't be solemnised by a nuptial mass, nor with any solemnity within the sanctuary area of a Catholic church. If marriage enacted within a Catholic church at all it was done in the sacristy (the robing-room at the side of the sanctuary area), The non-Catholic party to the marriage had to promise that the children of the marriage would be brought up in the Catholic faith.
    An example of the seriousness of a mixed marriage was that of the Clooney family in Fethard on Sea, Irish Republic. The wife was Protestant when the marriage occurred in 1949. Upon the Clooney's two children reaching school age the mother enrolled them in the local Church of Ireland (Anglican) church school. The enraged RC parish priest had them removed. The mother took the children to Belfast and thence to an unknown place (suspect Scandinavia) in Europe. In this she had help of a Protestant organisation that did this kind of thing. Church brought the case to the Crown Court in Belfast charging the mother with kidnapping. Local bishop in the Republic advocated a boycott of Protestant businesses in the area. The hitherto happy community was riven with sectarian violence. Eventually Eamon de Valera, the President of Ireland carpeted the local bishop and had him call off the boycott. Wife came home and mother home-schooled them.
   The story is told in a movie called "A Love Divided". Although most of these events occurred after Brian's death, they indicated the strength with which the matters were held. Perhaps he went home to Belfast to seek parental blessing for the wedding. No one in the family (and there is only my cousins left) ever mentioned Brian's coming home.
   When I went to Singapore and got hold of the marriage certificate I was told that had the marriage occurred within a church then I should have to apply to the church for a copy of the certificate; the Republic only kept certificates in respect to marriages performed in a registry office.
    In any event, Corrie was known (to at least my cousin in London) to be unable to have children. I daresay the wedding would have been a bitter-sweet and lonely event.

D O C U M E N T

Technically, you only need permission, not a dispensation, to marry a Protestant Christian. To obtain permission to marry a non-Catholic baptized Christian, the following conditions must be fulfilled : (1) you declare that you are prepared to remove dangers of the faith ; (2) you make a sincere promise to do all in your power so that all offspring are baptized and brought up in the Catholic Church ; (3) the other party is to be informed at an appropiate time about the promises which you are to make, in such a way that it is certain that he or she is truly aware of the promise and your obligation ; and (4) both parties are to be instructed about the purposes and essential properties of marriage which neither of the contracting parties is to exclude.
   As for being married by a priest, you will be required to be married in the presence of your bishop or pastor (or a priest or deacon delegated by either of them) unless you pursue a dispensation to permit you to have a non-Catholic ceremony. This is known as a "dispensation from form" since it allows you to marry without observing the Catholic form of the marriage ceremony.
lees hier

In Persoonsbewijs (1967) schrijft Hella "Na de oorlog trouwde zij met een Ier ; zij leefde jarenlang op Malakka, en heeft zich nu, weduwe geworden, ergens in Engeland gevestigd. Ik weet niet wáár, ik heb haar sinds meer dan twintig jaar niet meer ontmoet".
   Had Hella zoals gewoonlijk haar jaartallen niet op orde ? Ik denk dat Corrie, evenals Wim, ieder om zijn eigen reden, genoeg had van de benepen entiteit "Nederland" zoals deze zich niet alleen internationaal presenteerde maar ook aan de eigen inwoners opdrong ; intern onbeheerst conflictueus, extern te naief, te wereldvreemd. Zeker droegen de autoriteiten daaraan schuld, maar de verzuiling niet minder. De gevolgen van “De Nederlander / de Nederlandse identiteit bestaat niet” (al heel lang een ontweken en verzwegen feit, pas door Máxima in 2017 verwoord) vormen een steeds grotere bedreiging voor de staat, die door corruptie, mafia en bureaucratische regelgeving nauwelijks nog een rechtsstaat genoemd kan worden. Toen Hella 1938 in Nederland kwam stelde met name de regelwoekering nog niet veel voor, maar in het algemeen bevond het land zich al op de glijdende schaal. Tegenkrachten waren marginaal. Bundeling van krachten, eensgezindheid in het verzet in W.O. II waren illusoir, de Groep 2000 van Jacoba van Tongeren uitgezonderd. In dit Nederland kwam HSH in 1938 terecht. Ze nam aan het studentenleven deel, niet in overdreven mate, volgde nauwelijks colleges (zou ze ooit een tentamen gedaan hebben ?). Ze kende hier niemand, zei ze. Wetend dat dat ‘een haasje’ is gaan we eens na wie al die mensen waren die ze niet kende.

Allereerst is daar haar nicht en vriendin Corrie van Sillevoldt. De Britse War Crimes Trials in Lüneburg, Braunschweig, Hannover en andere plaatsen vonden grotendeeels in de eerste helft van 1946 plaats en de uitspraak in het Amerikaanse proces te Nürnberg viel op 1 oct 1946. Het waren de Amerikanen die nog een paar jaar processen voerden. Hella en Corrie woonden vanaf juli '47 gedurende twee jaar op loopafstand van elkaar in Baarn. Meer dan twintig jaar niet gezien ? Corrie was tot maart 1950 in Nederland . . . verzwijgt Hella iets ? Tijdens de bezetting hadden Hella en Corrie zeker tot 1943 contact. Of Corrie bij Hella's huwelijk aanwezig was is me niet bekend. Er is veel later wel weer gecorrespondeerd, en Hella heeft Corrie op haar sterfbed bezocht.
    Corrie woonde in de oorlog op kamers in hetzelfde huis als Bram Jansen, Singel 402 hs. Alle twee Rotterdammers, alle twee uit het jaar 1915 en Ned. Herv. Misschien bezochten Corrie en Bram dezelfde kerk. Corrie volgde onderwijs op meisjesscholen. Ze zaten dus niet bij elkaar in de klas. Bram woonde met zijn ouders in Rotterdam, Hugo de Grootstraat 142b, in de wijk Rubroek, en in Crooswijk Singel 13a, beide wijken grenzend aan Kralingen, waar het gezinnetje van Sillevoldt op de Oudedijk woonde. In 1929 zijn de Jansens naar den Haag verhuisd. Corrie stond tot 1936 in R'dam ingeschreven.

Frits Eggink wijst naar Douwe Radsma die een ontkennend of je-snapt-het-niet gebaar maakt.
     Coll. Isabella Radsma.

Over vrienden en kennissen van Hella Haasse 1938-45 is wel het een en ander te zeggen – en te vragen. Over reeds genoemden als Corrie v Sill, Wim Hora Adema (*1914), Luisa Treves, Herman Vierhout, Clara Eggink, Herman Apituley, Frits Eggink & Isa Hoog en hun vrienden (zie m.n. de link op haasse-ea deel 1 over de bevrijding van Douwe Radsma) is voldoende bekend. Hetzelfde geldt voor haar studiegenoten van de toneelschool, haar dispuut en de studenten Zweeds. Maar misschien heeft ze Vierhout nooit in levenden lijve gezien. Hij doet mee als candidaat voor ‘The Unseen’.

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —

Iets anders. Mogelijk via Annie de Bruijn (sinds mei 1944 noemde de actrice zich Elisabeth Andersen) is er sprake van twee schakers in Haasse's omgeving. Joan Leonard Enklaar van Guericke (spr. Géricke, genoemd Kees), geboren 3 mei 1906 in den Haag, gehuwd met Cornelia Plugge, werd in 1938 lid van de Schaakclub "Santpoort" (1937). Hij schreef zijn naam zelf als Enklaar van Gericke, of gewoon Enklaar. Vader F. Enklaar van Guericke was orthopedisch chirurg aan het Gemeenteziekenhuis van den Haag 1900-1933. Hij vestigde daar een Zanderinstituut in het ziekenhuis in Zuidwal. Kees Enklaar van Guericke overleed op nog onbekende datum, in ieder geval na 1981.
   Ook Hans Smitt speelde bij de Santpoortse Schaakclub. Van het clubtijdschrift Caïssa zijn de nummers sept 1944 t/m dec 1947 helaas niet in het verenigingsarchief bewaard. Maar uit andere stukken kon opgemaakt worden dat Smitt vóór maart 1943 een tijdlang afwezig was (hechtenis). Hij nam ook deel aan tournooi- en simultaanschaak. In maart 1944 was hij alleenwonend te Santpoort. Als godsdienst gaf hij op: Evangelisch. In het overlijdensregister wordt hij 'fabrikant' genoemd. Hij speelde wedstrijden in 1941, in 1942, in maart 1943 en sept 1944. Werd omgebracht maart 1945.
   Max Euwe (*A'dam 20 mei 1901 – A'dam 26 nov 1981) was van 1935 tot '37 wereldkampioen schaken. Hij was bevriend met de vader van Annie de Bruijn (*den Haag 1 jan '20), Willem de Bruijn, een sterk schaker, lid van de schaakclub 'Santpoort'. Ze kwamen bij elkaar thuis en speelden menig partijtje met veel plezier ondanks het verschil in speelsterkte. Max Euwe en Hans Smitt kunnen kennis gemaakt hebben op schaaktoernooien, waaraan ze deelnamen, de een in de kopgroep, de ander in de lagere regionen. Dàt ze elkaar kenden neem ik wel aan, op grond van informatie die sub rosa met    ■   ■   ■   aangegeven moet worden.

Als Douwe Radsma en Bram Jansen schaakten zullen ze op puur amateurniveau gespeeld hebben.

          Het Volk 5 jan 1942

In dit tournooi speelden behalve Euwe enkele leden van Schaakclub "Santpoort" mee, onder wie ir. J. C. Smitt.

Hans Smitt (‘Hendrikse’) [*A'dam 4 juli 1910] was aan het begin van de oorlog als scheikundig ingenieur werkzaam in het laboratorium van de NV Bataafsche Petroleum Maatschappij in Amsterdam. Na in juli 1940 op wachtgeld te zijn gesteld, hield hij zich zelfstandig, in een door hem opgezet eigen laboratorium, bezig met de fabricatie van zoetmiddelen en geneesmiddelen en met de import van en handel in chemicaliën. Vanaf 1941 verleende hij individueel hulp aan joodse landgenoten. Nadat hij langere tijd vergeefs contact had gezocht met illegale groepen teneinde zich daarbij te kunnen aansluiten – men was huiverig, onder meer omdat hij inzake een ‘zoetstofaffaire’ diverse malen in moeilijkheden was gekomen met de Prijsbeheersing, was gearresteerd en een zeer hoge boete had gekregen – kwam hij in september 1944 in contact met het V-Leger, een in Velsen actieve verzetsorganisatie. Voor deze inmiddels in de BS [Binnenlandse Strijdkrachten o.l.v. H. Koot, Amsterdam) opgenomen groep verzamelde hij, onder andere in de haven van IJmuiden, militaire inlichtingen. Op de avond van 23 februari 1945 werd Smitt in Santpoort in zijn woning aan de Wijnoldy Daniëlslaan 33 gearresteerd – samen met V-Leger-medewerker C. Peereboom – door de ‘foute’ politiemedewerkers A. Kipp en J. J. Langendijk, en via het Hoofdbureau van politie op 2 maart overgebracht naar het HvB-Weteringschans in Amsterdam. Op 8 maart 1945 werd hij aan de Amsteldijk gefusilleerd als represaille voor de moordaanslag op Rauter.
          Tekst van de Eerebegraafplaats te Bloemendaal.

***Abraham Kipp, NSB, Waffen-SS, SD, mishandelingen, juni 1944 bij politie Velsen en informant voor de SD, oorlogsmisdiger, nam begin maart 1945 de wijk naar Spanje. Kreeg in 1949 bij verstek de doodstraf. Nederland haastte zich in 1948 om in Madrid nadere informatie te vragen, maar Kipp vluchtte op 21 dec 1948 naar Argentinië, dat in 1988 na een uitleveringsverzoek van Ned. weigerde hem uit te leveren.

*** J. J. (Ko) Langendijk, herenkapper in IJmuidenn, Germaansch SSer, werkzaam bij politie Velsen en voor de SD. Een aanslag op hem door Jan Bonekamp, de vriend van Hannie Schaft, is mislukt. Ook overleefde hij op 15 maart 1944 de aanslag door Hannie Schaft en Truus Oversteegen. Toen de bevrijding daar was lag Langendijk in het ziekenhuis. Hij kon niet ontsnappen en is gevangen genomen. Hij is veroordeeld tot levenslang op zijn Nederlands.
——  Smitt werd godzijdank niet als eenzame enkeling op een afgelegen plek troosteloos afgemaakt. Op 8 maart werden op verschillende plaatsen in Nederland in totaal 263 mannen gefusilleerd. In Amsterdam werden aan de Amsteldijk bij theehuis Rozenoord 53 man gefusilleerd, van wie ik er naast Smitt één noem wegens de "Weg B" : Nico Akkerman verzamelde militaire info voor het Bureau Inlichtingen in Londen, die via ‘Weg B’ naar Zwitserland werden gezonden. Op 3 feb 1945 werd hij verraden en met zijn koerierster E.M. (Bep) Koomen (‘Willy’) gearresteerd. Na gevangenschap in Alkmaar en het HvB Amsterdam, werd hij op 8 mrt 1945 gefusilleerd.

Het is ondenkbaar dat Smitt in het verenigingsblad niet te eniger tijd na de Bevrijding op passende wijze herdacht is. Ook zou in het kader van een algemene terugblik een woord aan andere schakende verzetslieden van Caïssa gewijd kunnen zijn. Helaas ontbreken sinds een verhuizing de nummers van Dolle Dinsdag 1944 tot jan 1948. Maar er is een kans dat er nog iets boven water komt. Met dank aan Ton Haver.

   

Archief Schaakclub 'Santpoort'. Caïssa maart 1943.
In de eerste kolom van dit knipsel Smitt, Enklaar en Blansjaar.
Na aug. '43 mocht het blad de titel Caïssa niet meer voeren.

.ONS CLUBLEVEN
     Ons clubleven lijdt onder den ernst van den tijd. dat is volkomen begrijpelijk en dit lot deelen wij met vele andere vereenigingen. De oorzaken zijn tweeërlei : psychisch en materieel. Over de eerste zullen wij het niet hebben, maar wij willen wel enkele factoren van de 2e soort die ons clubleven nadelig beïnfluenceeren in het licht brengen. Daar is allereerst ons orgaan. Dat is ook al niet meer wat het geweest is. De toon, de inhoud is noodzakelijkerwijze veranderd en daarmee de belangstelling misschien gedaald. In elk geval is de schaak-opvoedende waarde veel geringer. Door allerlei oorzaken missen wij enthousiaste en trouwe comparanten, zoals Versteeg - Hoeffelman - Schuurman - Blansjaar - Kroone - Hofman - v.d. Burg - Smitt - Visser e.a., die allen in meer of mindere mate hun eigen beteekenis hadden in ons milieu. Door hun heengaan is er iets veranderd, [...].
           A. H. J. Schweitzer, voorzitter CAÏSSA no. 15, 27 april 1943

Joop Oversteegen (1900-1994, zie artikel Joop Oversteegen), anarchist van huis uit, leidde een woelig leven, sloot zich bij de NSB aan. Hij was een van de oprichters van de schaakclub 'Santpoort' (7 sept 1937), en materiaalcommissaris dwz beheerder van de borden, stukken en klokken. Verhuisde april 1943 met achterlating van al zijn bezittingen hals over kop naar Eindhoven, waar hij tot zijn dood (1992) bleef wonen en een plaatsje in de Brabantse poëziewereld trachtte te veroveren. Freddie en Truus Oversteegen – Truus vriendin van Hannnie Schaft, beiden bevriend met Mari Andriessen – waren de dochters van zijn broer Jacob Wilhelm. Truus Oversteegen zat een periode bij Andriessen in Haarlem ondergedoken, werd door zijn werk als beeldhouwer geïnspireerd en nam na de oorlog les van hem. In de voorkamer van zijn huis kwamen de leden van de Raad van Verzet afd. H'lem bij elkaar, de groep waartoe Hannie Schaft behoorde.
   Truus Oversteegen trouwde 1 nov 1945 in Velsen met Piet Menger. De familie keek Joop met de nek aan, niet zozeer vanwege zijn NSB-verleden dat weinig voorstelde, maar omdat hij zijn oudste zoon naar het Oostfront liet gaan, waar de jongen in '42 of '43 sneuvelde.

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —

         FAILLISSEMENT

De Haarlemsche Rechtbank heeft op Donderdag 6 Mei het navolgend faillissement uitgesproken :
ir. J. G. Smitt, scheikundig-ingenieur, wonende te Santpoort, gemeente Velsen, Wijnoldy Daniëlslaan 33.
Rechter-commissaris: mr. J. P. Petersen. Curator: mr. dr. F. A. Bijvoet, advocaat en procureur te Haarlem
.

Haarlemsche courant : nieuwsblad voor Noord-Holland 7 Mei 1943

         IJmuider Courant 19 april 1948 ➞ ➞ ➞

         

----------------------------------------------------------------

Ko (Jacobus Josephus) Langendijk, *Enkhuizen 29 mrt 1912. Hitler gaf in 1941 opdracht tot het opzetten van de Antlantikwall, in maart 1942 begon de daadwerkelijke bouw in Frankrijk. Er hebben tenminste 30.000 Nederlanders in Frankrijk en België aan de Atlantikwall gewerkt. Het werk in dienst van Todt bood bescherming tegen uitzetting naar Duitsland en de lonen waren goed. Langendijk werkte van 1942 tot 1943 als kapper bij de Org. Todt in Frankrijk. In dat jaar keerde hij terug naar Velsen, waar hij informant voor de SD werd. In een kapperszaak hoor je wel eens wat. Na de oorlog werd hij voor de deportatie van tientallen en voor de dood van tenminste 25 mensen verantwoordelijk gesteld.

        

          De Waarheid 28 maart 1949

            
1. Knipsel uit artikel over Cor Peereboom. Limburgsch dagblad 5 oct 1988. 2. Trouw 9 april 1949.

Ko Langendijk werd 9 april 1949 door het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam tot levenslang veroordeeld, nadat driemaal de doodstraf geëist was. Het BG in den Bosch veroordeelde 28 oct 1947 zijn vriendin Willy van der Meyden, verraadster van o.a. Hannie Schaft, na een eis van 10 jaar tot slechts 7 jaar. Daaraan was juridisch gesteggel bij het BG in Amsterdam voorafgegaan, waarbij eerst 20 jaar geëist werd en de zaak vervolgens naar den Bosch verwezen was. Mogelijk is Langendijk in 1959 gratie verleend. Hij zal zich direct naar de BRD gehaast hebben. Oorlogsmisdadigers met smeriger handen zijn in die periode óók vrijgelaten. Nederlandse journalisten hebben Langendijk in 1980 in Hamburg opgespoord en geïnterviewd. Het is mij een raadsel, waarom na 9 april 1949 in de kranten niets meer over Langendijk te vinden is. Doofpot ? Zonder twijfel wist hij te veel, evenals Kipp, die de gelegenheid kreeg via Spanje naar Argentinië te ontsnappen. Nederland liet Julio Poch in Madrid arresteren, maar Kipp niet. Ook de Jong (Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog 1939-1945) zwijgt in alle talen over Langendijk en Kipp.

Met dat eenmans-geschiedwerk van Lou de de Jong, begonnen in 1955, is iets vreemds aan de hand. Zelfcensuur? Dwang / dreiging? Beide bentgenoten uit Velsen, Langendijk en Kipp) worden bij de Jong niet genoemd.
   De Jong noemt Hannie Schaft maar die andere “twee meisjes”, de zussen Truus en Freddie Oversteegen niet. Wèl wijdt hij drie bladzijden en passims aan Nico Sikkel, wiens daden hij natuurlijk niet recht kan praten, maar toch met "hij stierf als een gebroken man" niet geheel onsympathiek laat overkomen.
   Een stel dolle RVV-ers uit Haarlem wilde voedsel stelen bij een boer die onderduikers en gedeserteerde Duitsers verborg. Ze schoten de man dood. De Jong noemt de overvallers maar vermeldt de naam van het slachtoffer niet, terwijl dat voor zijn nabestaanden veel betekend zou hebben, een monumentje in de Jongs toen nog in hoog aanzien staande oorlogsepos. Het was Willem van der Son. Een pijnlijke omissie, en niet de enige.
   Sjoerd Gerbrandy slaagt er opvallenderwijze in helemaal niet genoemd te worden bij de Jong. Waarom? Wie hebben de Jong overreed / gedwongen Sjoerd niet te noemen? “Hans Blom [dir. NIOD] had een heilig ontzag voor Haagse hoogwaardig-heidsbekleders. Dat had tot gevolg dat de NIOD-directeur veel te gemakkelijk meeging met de wensen van regeringsautoriteiten.” Gerard Aalders, Het NIOD als schoothondje van Den Haag. Eerder verschenen als 'Haags ontzag' in Argus, 23-01-2018.
   De Jongs geschiedschrijving eindigt met deel 12 (Epiloog, 1988, twee banden). Na veel gedoe en tegenwerking was het toch zover : in 1982 werd Hannie Schaft herdacht. Prinses Juliana onthulde het beeld 'Vrouw in het verzet', gemaakt door Truus Menger-Oversteegen. Geen woord over die herdenking, over dat monument. Breedvoerig beschrijft de Jong minder belangrijke onderwerpen uit de oorlogsgeschiedenis, maar bij iconische issues, die diepe en blijvende indruk op de bevolking hebben gemaakt, laat hij verstek gaan.
   In deel 13 (Bijlagen | Register, 1988) legt hij verantwoording voor zijn werkwijze af. Daarbij staan de omineuze woorden “Ik was, zo voelde ik het, een in wetenschappelijke onafhankelijkheid werkende auteur maar ik was ook een ambtenaar”. Hij dekte zich a.h.w. in met “Zou het dan niet verstandig beleid van die overheid zijn om, als onderdeel als het ware van de aan mij verstrekte opdracht, ook visies te publiceren die van de mijne afweken, en was dat niet ook uit wetenschappelijk oogpunt wenselijk? Ik meende van wel”.
   In 1991 verscheen deel 14 van het magnum opus, Reacties, in twee banden. Dit deel heeft hij zelf niet uitgegeven maar van meet af aan wel gewild – dat moet men hem nageven. Er komen verschillende critici aan het woord, die vele weglatingen, verdraaiingen en verfraaiingen (o.a. in het geval Zwolsman) aan het licht gebracht hebben.
Wordt vervolgd.

--------------------------------

De ouders van Annie de Bruijn (Elisabeth Andersen), Willem de Bruijn en Dina C. M. van Swieten, trouwden 2 febr 1915.

           

             Leidsche Courant 11 febr 1915                        Het volk 15 mei 1933

Willem de Bruijn (de vader van Elisabeth Andersen) was lid van het Haagsche Schaakgenootschap "Discendo Discimus". Hij was een speler van hoofdklassesterkte, bevriend met Max Euwe. Vanaf 1912 is hij in de kranten te vinden als speler (eerder ook een C. P. de Bruijn, familieband niet bekend). De vader van Andersens vader heette Willem Karel de Bruijn. Naar hem is Annie's broertje Wim genoemd.

 

          De Telegraaf 10 oct 1918

In dit knipsel zien we Reeser (The Chessgames of G.J. Reeser), W. en C.P. de Bruijn. Willem de Bruijn is de vader van Anna Elisabeth de Bruijn (in de wandeling Annie, na mei 1944 Elisabeth Andersen). Sommige auteurs spellen de Bruyn, maar de familie zelf en de BS schrijven De Bruijn.

 “Mijn vader was een heel goed schaker. Er kwamen bij ons internationaal bekende schaakmeesters over de vloer. Een diner met alle grote kampioenen, Aljechin, Maróczy, Bogoljoebov, ik herinner het me nog, al die mensen zaten bij ons aan tafel. Max Euwe was een soort oom van ons. Ik zat altijd maar met beroemde mensen om me heen en vond dat mooi”.
Lees hier het hele artikel

Het huwelijk van haar ouders liep stuk. Willem werd failliet verklaard, een proces dreigde, de boedel moest verkocht worden. Er zijn vier lezingen over wat haar moeder vervolgens deed.
1. Mevr. Dina Catharina Maria de Bruijn-van Swieten is met Annie Elisabeth en haar broertje Willem Karel (Wim) op 1 april 1930 in Amsterdam voor een half jaar in het gezin van schaker en familievriend Max Euwe (v., m., 3 d.) opgenomen, zo vertelt Andersen in het interview met Ischa Meijer van 8 oct 1984 (Een uur Ischa). Daarna betrok het gezin een tweekamerwoning aan de Olympiaweg. Aldus ook Rob van Gaal in zijn boekje over Andersen uit 1998. Een betwijfelbaar verhaal.
— Max Euwe trouwde Caroline Elisabeth Bergman in 1926 en woonde sindsdien aan de Valeriusstraat 173. Dat de roepnaam van zijn vrouw 'Caro' was moet hem plezier gedaan hebben : de Caro-Kann is een bekende opening.
2. De BS-kaart van Dina de Bruijn-van Swieten vermeldt 1 april 1930 van 's-Hage naar A'dam Olympiaweg 52 driehoog. Verhuisde 5 juni 1934 naar Herculesstraat 12 driehoog.
3. Voordat Dina in de Olympiaweg 52 terecht kon vond ze misschien eventjes onderdak bij haar zuster Toos terwijl ze een woning zocht. Dat is een aannemelijke veronderstelling. Lisa Zeitz echter schrijft in Der Mann mit den Masken. Das Jahrhundertleben des Werner Muensterberger (2013) dat Annie bij haar moeders zuster Catharina (die Toos genoemd werd) van 1930 tot 1933 of later in de Herculesstraat woonde. Maar Toos is volgens haar BS-kaart pas op 26 juni 1934 in de Herculesstraat 12 gaan wonen, bij haar zuster. Zeitz laat de scheiding in 1930 plaatsvinden. Ook dat klopt niet.
— Toos van Swieten woonde sinds 1922 in de Rijnstraat 54 en verhuisde op 30 aug 1932 naar de Biesboschstraat 1'', aldus de BS-kaart.
4. Waarschijnlijker dan tijdelijke inwoning van Dina met haar twee kinderen bij Toos, vind ik de veronderstelling dat het meisje, Annie, even bij oom Max en tante Caro en hun twee dochtertjes (1927, 1928, de derde kwam 1934) mocht logeren – en met tante Caro af en toe een spelletje schaak kon spelen. En moeder Euwe een helpend handje in haar huishouden kon bieden !  Onderhand bivakkeerden Dina en haar zoontje Wim bij Toos in de Rijnstraat, vanaf een datum vóór 1 april, want toen had Dina de woning Olympiaweg 52 gevonden.
   In Max Euwe, een biografie (1976)***, wordt over deze episode met geen woord gerept. De naam Willem de Bruijn komt in het boek niet voor. Hij was lid van het Haagse Discendo discimus, maar partijen van hem zijn nauwelijks te vinden. Belemmerde een persoonlijkheidstoornis een serieuze beoefening van zijn sport?
*** Dit boek is een verzameling schaakpartijen, geen biografie. Wikipedia geeft meer informatie.

De scheiding werd in april 1931 uitgesproken. De roekeloze, onberekenbare, frauduleuze schaakmeester Willem de Bruijn die zijn gezin aan de bedelstaf bracht stierf op 15 mei 1933. Hij was qua karakter de tegenpool van Max Euwe. Wonderlijk, zulke vriendschappen. Er kwam een breekpunt, niet tussen vader Willem en Max Euwe, maar tussen moeder Dina en Max Euwe, vgl. Rob van Gaal, Elisabeth Andersen, actrice. Van Gaal vraagt niet door, hij had niet de intentie een biografie te schrijven.
   Dina kon met moeite de eindjes aan elkaar knopen, maar in 1941 nam ze aan de Februaristaking deel en verloor dientengevolge haar kantoorbaan. Met vrienden startte ze daarna een kleine boekwinkel. In Elisabeths leven heeft literatuur altijd een belangrijke rol gespeeld.
   “Vater [Willem de Bruijn] starb kurz bevor er eine Gefängnisstrafe wegen Betrugs antreten mußte”. Er staat letterlijk in dit boek (de schrijfster Lisa Zeitz ontmoette Andersen op 26 juli 2011, Hella leefde nog) : “Ihre Beziehung mit Muensterberger mußte geheim bleiben, sonst wären beide deportiert worden. [...] Eine der wenigen, die von der Beziehung wußten, war die später sehr bekannte holländische Schriftstellerin Hella Haasse, die gemeinsam mit Elisabeth eine Theaterklasse besuchte.” Ook staat er te lezen : “Seit Mitte der Dreißigerjahre wohnte sie mit ihrem Bruder, ihrer Mutter und ihrer Tante im obersten Stock [Herculesstraat]”. In de benedenwoning woonden in de oorlog Elisabeth en Werner (ondergedoken).
          Lisa Zeitz, Der Mann mit den Masken (2013).
Werner Muensterberger (*1913) verliet zijn vriendin die zijn leven had gered en vestigde zich in 1947 in New-York. Zij vroeg hem haar naar de VS te halen, maar dat deed hij niet. Uiteindelijk is Andersen met Jan Retèl getrouwd. Muensterberger Is 2011 in New-York gestorven. Tja, de betrekkelijkheid der dingen.

   Het Vaderland 31 oct 1925

Hier speelt Ruud Loman (1861-1932) voor Discendo Discimus. Tussen 1888 en 1912 was hij verscheidene malen schaakkampioen van Nederland, ofschoon hij als organist van de Dutch Church in Londen woonde. In deel EA4 wordt ‘het zetje van Loman’ besproken.

Bij Dijkgraaf 2014 p. 102 vertelt Haasse "In opdracht van de oer-Mastbroek (een personage uit De meermin), een chemisch ingenieur die in zijn garage een soort laboratorium had, kreeg ik iets in bewaring, een paar kistjes." Ze had die kistjes onder haar bed geschoven. Toen een bevriend student medicijnen er eens in keek, bleek er dynamiet in te zitten. Haar vriend [Douwe] wilde niet dat ze die onder haar bed liet liggen en kwam ze ophalen met een bakfiets. – Over De Meermin zegt HSH dat het deels uit eigen ervaring geschreven is. Ik ben zo vrij van dit verhaal geen woord te geloven.

De vader van Isa Hoog, kantonrechter in Amsterdam, kwam rond 1947-48 eens thuis met het verhaal dat hij Hella Haasse had moeten berechten op winkeldiefstal. Ze was op heterdaad betrapt. Het gestolene was niet van hoge waarde. In haar verweer stelde ze dat ze wilde ervaren hoe het voelt om te stelen, om dat goed te kunnen omschrijven in een roman. Beetje vreemde affaire, die een kijkje geeft op Haasse's ongebreidelde fantasie Het thema "stelen" speelt overigens geen rol in haar werk.

Jan van Lelyveld zat gevangen van mei 1943 tot jan. 1944. Douwe Radsma zat van 28 mei 1943 tot 25 mei 1944 vast.
   Elisabeth Andersen *1920, toneelschool, vriendin Hella, na 1942 banden verbroken i.v.m. onderduik Werner.
Wim Hora Adema *1914, pension de Lairessestraat 3, verzetsvrouw (Het Parool, koerierspost), heeft HH in contact gebracht met de literaire wereld.
   Bram Jansen woonde in de oorlog op kamers in hetzelfde huis als Corrie, Singel 402 hs. Beiden kwamen uit Rotterdam en waren Ned. Herv. Bram woonde met zijn ouders in Rotterdam in de Hugo de Grootstraat 142b, in de wijk Rubroek en in Crooswijk Singel 13a, beide wijken grenzend aan Kralingen. In 1929 verhuisde het gezin naar den Haag. Op 5 aug. 1943 ging Corrie in Amsterdam wonen, Singel 402hs. Daar woonde ook Bram Jansen van 2 aug 1941 tot eind '46.

Werner Muensterberger (*1913), een ondergedoken jood, was verloofd met El. Andersen. Werkte met HH in 1946.
   Joan Leonard Enklaar van Guericke (genoemd Kees), *3 mei 1906 in den Haag, was tijdens de oorlog lid van de Santpoortse Schaakclub, alleenwonend maart 1944 te Santpoort. Vader orthopedisch chirurg,
   Douwe Radsma *1920, jeugdliefde HH, zat in het verzet. Moest onderduiken.
   Johannes Gesinus Smitt (Hans), *1910, scheikundig ingenieur ✕ Nelly Avis in 1940, lid Santpoortse schaakclub, omgebracht 8 maart 1945, 1 dochter Christiane Jasmina (overl. 1988).

Huwelijksannonce.     —     Getrouwd :
J. C. Scheer en Dolly Nikkels (Blaricum),
9 December 1947 te Arnhem.
De Heer en Mevrouw Scheer-Nikkels danken, mede namens wederzijdsche ouders, voor de belangstelling bij hun huwelijk ondervonden. Toek. adres : Utrechtscheweg 48, Arnhem.
    Uit dit huwelijk 3 kinderen: Peter, Frank, Simone. Dolly Nikkels, *31 mei 1920 te Bandoeng, weduwe van Jaap Scheer, is op 92-jarige leefttijd overleden. Ze is gecremeerd te Sneek
.

     Registratiecode VFADNL117322, blad 16, CBG.

   
Dolly Nikkels, *Bandoeng 1920, h. in Blaricum gewoond, ✕ J. C. Scheer 9 dec 1947 in Arnhem, waar ze lange tijd gewoond heeft. Mensendieck lerares. In 2011 had ze nog een Facebook-site.
Drie kinderen : Peter, Frank, Simone. Geëmigreerd naar de USA en teruggekomen. In juli 2012 als 92-jarige overleden, in Sneek gecremeerd.
Een van haar woonadressen valt onmiddellijk op :
   31 dec 1937 BLARICUM Vliegweg 3 (fam. Scheer)
   3 mei 1940 AMSTERDAM de Lairessestraat 3hs
   14 oct 1943 AMSTERDAM Minervalaan 35 II
   20 nov 1947 BLARICUM Vliegweg 3

 

Inline afbeelding 1    Inline afbeelding 3

         Het nieuws v d d voor Ned.Indië  14 juni 1930                    Het nieuws v d d voor Ned.Indie 14 nov 1930

Inline afbeelding 2   2e huwelijk moeder van Dolly :Inline afbeelding 4

     Het nieuws v d dag voor Ned.Indië. 10 jan 1924                 Het nieuws v d dag voor Ned.Indië. 4 nov 1924

 

--------------------------------

 HELLA   * 2 febr 1918  CORRIE   * 11 febr 1915
  1935   Baarn   1935   Rotterdam, 1915, Oudedijk 163
  1936   Batavia, Kramatlaan 22   1936   6 nov uitgeschr. R'dam. Ingeschreven Baarn
  13 nov 1936, Krugerlaan 24 bij Nel v Sillevoldt
  1937   Batavia   1937   Baarn
  1938 sept   De Lairessestr 3 hs Amsterdam   1938   Baarn
  1939 sept   Prinsengr 704 hs   1939   Baarn
  1940 mei   Zomerdijkstraat 28 III   1940     Baarn
  1940 juli   Singel 301 hs   1940   Baarn Krugerlaan 24
  1941 sept   Leidschegracht 14 hs   1941
  Baarn
  1942 mrt   Frans v Mierisstr 89 II rd
  bezoek El. Andersen op kamer Jan?
  1942   Baarn
  1942 aug   Haarlem Nieuwe Gracht 86
  en pieds à terre in Amsterdam
  1943

  5 aug Amsterdam Singel 402 hs

  1943   Zomer 1943 : brengt voedsel en foto's
  naar Douwe Radsma in gevangenis
  7 juni 1943 brief uit A'dam verstuurd
  van De Lairessestr. 3 aan Hooykaas
   
  1943 dec   Keizersgracht 641 hs Amsterdam   1943   A'dam Singel 402
  1944 aug   Tongelreschestraat 171 Eindhoven   1944   Diverse adressen in A'dam en Baarn
  1945 jan   Rhijngeesterstraatweg 149 Oegstgeest   1945   A'dam / Baarn tot Bevrijding
  1945 juni   van Breestr 123 hs Amsterdam   1945   Tolk bij de Britten in Hannover en Lüneburg
  1946   idem     20 nov 1945 - 1 okt 1946 proces in Nürnberg
  1947 mei   Nassaulaan 42 Baarn   1947   26 juni terug naar Baarn Krugerlaan 24
    Nassaulaan 42 Baarn   1948   Krugerlaan 24, Baarn (?)
  1949 mei   Oranje Nassauln 17 hs Amsterdam   1949   Krugerlaan 24, Baarn (?)
  1951 oct
  1953 nov
  1967 juni
  1981 aug

  Courbetstraat 42hs, Amsterdam
  Milletstraat 56', Amsterdam
  Den Haag, Mozartlaan 67
  Saint Witz, Frankrijk, bij Parijs

  1950


  1952

  Huwelijk Brian Cosgrove en Corrie
  te Singapore, 3 april
  Baarn 30 juli 1950 Gerrit v Sill overleden
  Baarn 21 sept 1952 Nel overleden

Nel, Corrie's moeder, verhuisde in 1935 van R'dam naar Baarn, maar liet zich daar pas 6 febr 1936 inschrijven. Gerrit en Nel waren niet de eigenaren van het huis Krugerlaan 24, maar ze huurden een deel ervan van Oma Cor die het 27 aug 1935 gekocht had. Corrie bleef in R'dam bij haar vader wonen totdat ze haar studies had afgemaakt. Na haar eindexamen volgde ze een Schoeverscursus hoogste klasse en kreeg in 1938 in Amsterdam een baan als privésecretaresse, die ze tot 1945 behield.

B R I A N   C O S G R O V E

Inline afbeelding 8

Coll. WHP


                   Brian in zijn studietijd Coll. Sheena Bannon > >

 

International Friendship League, opgericht 1931.  —————  “Build Friendships for Peace”

  

Bibliotheek van het Vredespaleis, Den Haag / Peace Movement Collectie.

WORTHING BRANCH. — "Our membership is well maintained at about 170, and interest in the summer camp continues to be keen" (1935). De IFL is in 1931 opgericht door Noel Ede en andere jongeren, de uitgave van het tijdschrift startte in 1934.

The International Friendship League was founded in 1931 in the belief that the most effective way to increase international understanding is the development of personal friendships between individuals of different countries.
In 1931 Noel Ede, having experienced the Great War brought about by the rivalries within Europe, was looking for a way of replacing old enmities with friendship and peace between the European nations. To this end he invited thirty students from Berlin University to visit him in Peacehaven, his home on the south coast of England, to meet and work with British students. From this modest beginning he got together a group of like-minded friends to form an association which would enable young people from various European countries to meet one another and develop a mutual understanding of each other's way of life.

Bij deze groep sloot Corrie zich aan. Rita Brown was secretary of the Branch North London. De IFL had leden in heel West-Europa, ook in Duitsland !
   "It is an encouraging sign in these days of party rivalries to be able to reflect on the extraordinary success with has attended the co-operation between the Esperanto movement and the I.F.L. in the cause of international friendship and peace".

Inline afbeelding 4    


    1951
    April
    3rd

 marriage certificate     6149/3087

Inline afbeelding 6
Marriage Record of Corrie Christina van Sillevoldt and Brian Alphonsus Cosgrove.

National Archives of Singapore (NAS)


Wendy Rowland, vriendin van Corrie, in gesprek met Lillian Lubega :

          Corrie Cosgrove and the Catchpoles
Bernard and Phyl Catchpole lived mainly in London but came down regularly to Wiston. I knew the Catchpoles because my parents and the Catchpoles knew each other very well. And my brother and I were the same age as the Catchpole children and we knew each other as well.
  When Bernard died, Phyl stayed on in the house. And then Corrie came to Wiston from London and moved in with Phyl. Corrie was a friend of theirs for a very long time. They kept each other company because it was a very big house and although Corrie worked a bit, she was not a rich woman. We then got to know Corrie too. Corrie also looked after my father when my mother died. Wiston is a small village and we tend to know each other.
   In 1985 they moved to a slightly smaller house, Lower Chancton. By then Mrs Catchpole was not very well. Corrie had a difficult time looking after her because she was ill for a long time. When Phyl died in 1992, Corrie stayed on in the house for about a year / a year and half. It was a big house though for a woman on her own. It was also a rented house, rented from the Wiston Estate Office.


britishphonebook.com

At a certain stage the Estate wanted the 'big' house back and they offered Corrie a small cottage down the road in Mouse Lane, close to Steyning. I think that it was rented out to her at quite a reduced rate. They were kind to her because she had looked after the mother of the owner of the Estate Harry Goring. She had also helped her to type out their family history as well as helping her with office stuff. So they became quite good friends.
  Looking after Phyl was difficult for Corrie and at the end she was exhausted. I remember when Phyl died [1992], Corrie went on a long trip, to Perth, Australia where she had relatives. It was a sort of a 'big holiday away'. I stayed in her house when she was away and looked after her cat; a very, very ancient and very, very temperamental Siamese cat. This was quite a responsibility but it suited me because it was close to the farm and we were lamming at the time. When Corrie returned from her holiday she brought me back a nice handbag which I loved very much but unfortunately it was stolen.

          Corrie the person
Corrie was a nice and kind person. She was a famous person in the village. She did some translation work at the Wiston House where European 'discussions' were mainly held. I also know that she worked for a retired diplomat, Sir Oliver Carroll. Corrie was also on some committees in the village for example the Women's Institute (it does not exist anymore). She was very active.
   Corrie had worked for a gardner who was setting up a nursery and he brought into the country the Peruvian flower 'Alstroemeria'. She used also to arrange flowers in the Buncton Church. She could make things look nice.
   Corrie was always well dressed and terribly smart. I was known for being scruffy and not particularly well equipped with good clothes. One time I had to go to Worthing hospital for 2-3 days and Corrie was concerned that I did not have a nice dressing gown. So she lent me one of her one which I gave back later. I think that around Christmas she gave me money to buy myself one in case the same thing happened and I happened to go back to the hospital. Up to now I still have the same gown.
   In a way she was also a private person. She never talked about her past. She certainly did not talk about her time during the war in Holland which I believe was very difficult, for example the Dutch famine.

          The Corrie Cosgrove Support Group
When Corrie was not doing so well we used to try and organise things for her. I remember taking her shopping in a wheelchair when she was not in good form.
   Sometimes she was hard to please. And she would try to play us off against each other. She would ask one person to go to the village to get a loaf of bread and you would ask her if that was all that she needed. She would then send someone else to go and get milk. So we would ring each other up and just laugh about it.
   We would have a little reunion occasionally, 'the little gang' of 4. We knew each other but we were also a strange collection of people. In any case we used to call ourselves the Corrie Cosgrove Support Group.
   There was another couple in village, Mr & Mrs Paupen, about her age and who lived near her, who also were her friend.

          Corrie's illness
When Corrie became ill, she needed help with quite a lot of things. There was a girl, a neighbour of hers who could easily come in and help out. When we wanted her to go to a care home (we had found her a very nice one), she consented, but did not like it. Yet it was a nice house with a view of the downs. The home organised also activities for the residents and the lady who run it was very good. But Corrie did not like it. She did not take to it. She wanted to be at home.  She was a determined woman and sometimes quite awkward.
   Unfortunately Corrie did not stay at the home that long and then she was taken into hospital where she passed away.
   I think she gave up at the end. It was difficult because there was nobody close really. She had relatives in Holland who eventually came to visit but I think it was hard at the end for her.
   Her Thanksgiving was held at Buncton Church and I remember that the little church was relatively full. There was a young lady who attended the service, a cousin, maybe? I do not know.*) Anyway it was a nice service".
     *) Stebbie ?

-------------------------------

Toen Corrie in 1962 een baan aangeboden kreeg in Londen van Sir Douglas Waring, haar voormalige chef in Kuala Lumpur, ging ze wonen in een appartement in New Barnet, Hertfordshire, 47 Hadley Road, in het noorden van Greater Londen, later in Victoria Road, vlakbij het station, naast de zusjes Rita en Joan Brown.


© Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com London Electoral Registers, 1832-1965 , Barnet 1964-1965, Hadley Road

Ca. 1977 ging Corrie samenwonen met haar vriendin Phyllis Catchpole in Shirley House, Wiston. Phyl woonde daar alleen, na het overlijden van haar man. Corrie vond werk bij het Wiston House / Foreign Office, dichtbij. Op zeker moment verhuisden ze naar Lower Chancton Farm.
   1992 overleed Phyl. Haar dochter Ann meldde haar verscheiden bij de Registry. Ann had een hoveniersbedrijf recht boven Londen in de buurt van Boston, een flink eind weg dus. Corrie verhuisde 1993 naar 2 Charlton Court Cottages, Mouse Lane, Steyning. Ze woonde er nog vier jaar lang zelfstandig. Maar in feb. 1997 moest ze in Bury Rest Home, bij Pulborough, opgenomen worden. Eind maart bezocht Corrie haar cottage in Mouse Lane nog eenmaal. Ze voelde haar einde naderen. Op dezelfde dag werd ze opgenomen in het ziekenhuis in Worthing, waar ze 12 april 1997 kwam te overlijden.
   Vanuit Malakka en later vanuit Engeland had ze steeds de grafrechten voor het graf van haar ouders op de begraafplaats Wijkamplaan te Baarn betaald. Van de families Van Sillevoldt en Haasse bekommerde zich niemand om het graf. De gemeente Baarn, die de grafrechten uitgeeft en de betalingen int, was op de hoogte van haar wisselende woonplaatsen en stuurde nota's. Corrie telefoneerde in 1975 over het onderhoud van de staande zerk en de beplanting. In 1977 was er schriftelijk contact, vermoedelijk over hetzelfde onderwerp. Maar begin jaren '90 ging er iets mis. De gemeente had het adres Lower Chancton niet helemaal correct, en gebruikte de postcode BN4 3DD i.p.v. BN44 3DD, hoe dan ook, de post kwam onbestelbaar retour, Corrie werd een dagje ouder en miste de nota's misschien niet. In 1994 werden de grafrechten vervallen verklaard.

Op 4 oct 1950 schreef moeder Nel vanuit Baarn een brief aan haar dochter Coca over het ellendige nieuws betreffende het uitstel van het huwelijk Brian-Corrie. Brian was Roman-Catholic, Corrie was protestant, NH. Corrie moest weer een baan zoeken. Of ze in die periode zelfstandig bijv. in Amsterdam woonde is niet bekend. In elk geval nam Brian het besluit te trouwen, ook al kon dat niet in een R.K. kerk en al helemaal niet in Belfast. Op 5 maart 1951 schreef Corrie vanuit Baarn haar aanstaande echtgenoot Brian vlak voor haar vertrek naar Singapore een brief o.a. om te vertellen hoeveel bagage ze meenam.

De ouders Cosgrove hebben het huwelijk van Corrie en Brian in 1951 niet kunnen tegenhouden. Zeker is dat Brian's moeder Rosetta er fel op tegen was. Wat dat in Ierland betekende mag als bekend verondersteld worden. Rosetta McIvor leefde van 1883-1949, Joseph Cosgrove leefde van 1881-1945. "In any event, Corrie was known (to at least my cousin in London) to be unable to have children. I daresay the wedding would have been a bitter-sweet and lonely event", aldus Oliver Cosgrove.

Brian Alphonsus Cosgrove is geboren op 1 oktober 1908 te Antrim, 35 km van Belfast, N.-Ierland. Godsdienst R.K., opleiding CBC in Belfast. BA Law. Beroep advocaat. Als zodanig gevestigd te Belfast. Irish Dancing Judge. Van 1941-1945 was hij Squadron Leader bij de RAF, afd. Intelligence in Egypte. Als rechter betrokken bij het War Crimes Tribunal in Nürnberg. Huwde Cornelia Christina van Sillevoldt, die in Duitsland als tolk bij rechtszaken tegen oorlogsmisdadigers optrad. Werd partner van Gibb & Co te Ipoh in Malaysia. Overleden 11 dec. 1956 aan TBC in het Batu Gaja Hospital, Ipoh, en de volgende dag begraven op Batu Gaja Cemetery. Ze hadden geen kinderen. Corrie is niet hertrouwd. Op 10 april 1997 bracht Hella Haasse haar samen met een zekere "Elizabeth" (niet Elisabeth Andersen) een afscheidsbezoek. Het contact tussen Corrie en Hella is dus op zeker moment hersteld.

O L I V E R   C O S G R O V E
Van Oliver Cosgrove, zoon van een zuster van Brian, vernamen we "of Brian I know that when he was young he was an Irish dancer and then a dancing judge. I have copies of RAF entries in the London Gazette marking his promotions towards Acting Squadron Leader in, variously, the Royal Air Force Voluntary Reserve, and the Administrative and Special Duties Branch RAF.*) Family lore has it that Brian served in a legal capacity at the Nazi war crimes trials. The same lore has it that he met his wife-to-be, Cornelia 'Corrie' van Sillevoldt, when she was an interpreter of German at the trials".
*) Brian's Record of Service is opgenomen in de aanhang.

 Oliver is verwekt door een hoge geestelijke, bij zijn moeder weggenomen en in Australië grootgebracht. Hij heeft daardoor noch Brian noch Corrie noch zijn moeder gekend, maar is een paar jaar geleden op de hoogte gekomen van het miserabele begin van zijn leven, heeft in Belfast en het U.K. onderzoek gedaan, en met lotgenoten de staat een proces aangedaan. Het is tot een schikking gekomen.

A UK inquiry has concluded its public hearings into how child migrants were sexually abused, beaten and used as slave labour at Australian farm schools.

     Updated 27 July 2017.


British Health Secretary Jeremy Hunt has told a UK inquiry that last century's child migration policy was "fundamentally flawed" and led to the sexual abuse of children at farm schools in Australia. In a statement read to the child sexual abuse inquiry sitting in London he reiterated a 2010 government apology to former child migrants for the suffering the policy caused them. The inquiry has heard former migrants tell of being sexually, physically and emotionally abused at institutions run by the royals-backed Fairbridge Society, the Christian Brothers and other church and charity groups in Australia up to the 1970s. Up to that time around 130,000 children in care, whose parents often could not afford to keep them, were shipped from the UK to institutional care in Australia, Canada, New Zealand and the former Rhodesia. In part the policy was designed to populate the dominions with "good, white British stock" and often children were falsely told their parents were dead.
    Hunt said the British government had failed to ensure the safety and welfare of child migrants and should have enacted regulations to lessen the likelihood of sexual abuse and ensure children could report such abuse. The inquiry has heard that children who complained of abuse were accused of lying and often flogged in front of other children as a warning not to complain. Hunt noted that at in the 1940s and 1950s only a few instances of sex abuse at institutions in Australia had come to the attention of authorities in Britain. But he accepted it was not good enough "to say we didn't know" and it was clear from the evidence of numerous former child migrants that sexual abuse occurred. "The abuse was vastly more widespread than was reported at the time."
    Hunt said the UK government had assisted the Child Migrants Trust with more than STG7 million ($A11.5 million) in funding to help former child migrants find the families they had been separated from and to provide counselling. The trust has called for full financial redress for surviving migrants as well as ongoing funding for family reunification and counselling. Hunt said the government would carefully consider the recommendations of the inquiry which wrapped up public hearings on Wednesday and is due to publish a report by the end of the year. That report is expected to make recommendations on a redress scheme for former child migrants, following one planned in Australia.

 
Oliver schreef in april 2018 :

"It has been a busy year, I have twice last year assisted an Inquiry and given evidence as a witness.

This month our Western Australian parliament passed a new law allowing victims of child sexual assault to lay civil charges no matter how long ago the offences occurred - previously there was a limit of six years. I am going to be the test case."

"We have finally achieved justice and no longer will anyone - most of all those people who say they follow God's law - be able to ignore man's law."






Oliver Cosgrove


Zie hier : interview Oliver Cosgrove on channel4 /Feb 2017/abuse-survivor-speaks-out

In 1954 reisden Brian en Corrie met de Willem Ruys van de R'damse Lloyd via Tandjong Priok naar Southampton, waar ze 1 juni aankwamen. Ze hebben bij de Browns in North Finchley gelogeerd, Ernest, Rita en Joan, goede vrienden – zie de Funeral Speech. Tijdens het vervolg van die verlofreis hebben ze Noord-Ierland, Birmingham en Londen bezocht maar zijn niet naar Nederland overgestoken. Brian was toen al ernstig ziek. Op 17 nov 1954 aanvaardden ze de terugreis met de Glenorchy (Glen Line Ltd) vanuit Londen naar Penang (Malaysia).

UK, Outward Passengerlists, 1890 - 1960 for Brian A. Cosgrove / www.interactive.ancestry.co.uk / National Archives London, England.The National Archives copyright are taken from www.ancestry.co.uk
© Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com

De met rood potlood bij sommige passagiersnamen geschreven cijfers duiden voor het personeel van de ocean liner 'the special needs for specific passengers' aan. Op de twee formulieren staan de cijfers bij Brian en niet bij Corrie. Mr. Alan Berry (Corries oude baas in the Allied Control Command) zei tegen zijn vrouw dat Brian er erg slecht uitzag toen de Cosgroves in de zomer van 1954 bij hem in Birmingham langs gingen (zie de Funeral Speech). Brian en Corrie reisden ook 1e klasse, vermoedeljk vanwege de speciale verzorging die Brian tijdens deze lange reis nodig had. Zes maanden later overleed hij inderdaad aan TBC.
   In andere kolommen op andere biljetten geven getallencodes extra informatie bij de nationaliteit van de passagier (resident in Engeland etc.), of noemen het aantal kinderen, gesplitst naar j/m.

Uit de gezinskaart van het Rotterdamse bevolkingsregister blijkt dat Nelly Haasse en Gerrit van Sillevoldt één kind hadden, een dochter, Cornelia Christina, geboren op 11 feb 1915 in Rotterdam. In sommige engelstalige documenten wordt zij met de voornamen Christina Cornelia aangeduid en is ze op 12 febr. geboren. Hier is sprake van vergissingen. Na de dood van haar man heeft ze nog enkele jaren in Maleisië gewerkt en is in 1962 naar Engeland gegaan waar ze, tot haar pensioen als secretaresse en vertaalster werkend, een rustig leven heeft geleid. Ze is niet hertrouwd, maar woonde samen met een vriendin, Phyl, ook een weduwe. Elk jaar bezocht ze Holland, schreef ze in 1989 aan Wim en Ethel. Of ze de Engelse nationaliteit aangenomen had is mij niet bekend.

   
      Posthuum portret van Brian Cosgrove, olieverf
       Sign. Paul Fitzgerald AO 1950

       Coll. Sheena Bannon
 
Op de grafsteen van Brian Cosgrove staan de dichtregels "From thee I learned how Love can graft a stronger plume on Life's dishevelled wing". Batu Gajah Christian Cemetary AKA Gods Little Acre, Perak, Malaysia.


Het bijzondere, het ontroerende van dit grafschrift is, dat het door de weglating van twee woorden wederkerig is. Corrie zegt het tegen Brian, Brian zegt het tegen Corrie. Ze moeten dit samen bedacht hebben.

  From thee, dear wife, I learned how Love can graft
A stronger plume on Life's dishevelled wing –
How, turning to the earth from which it sprang.
The spirit gathers strength, and yet may find
In daily rounds of duty and of love
The sands of life still sparkling as they flow.
 


Uit HOMEWARD BOUND, een lang gedicht van William Edward Hartpole Lecky (1838-1903).

De Australische portretschilder Paul Desmond Fitzgerald (*1922) heeft meer vooraanstaande personen op het doek vereeuwigd dan enig ander Australisch kunstenaar. Hij werkte van 1949 tot 1957 buitenslands, o.a. vijf jaar in Londen. Hij portretteerde o.a. Elisabeth, Philip en Charles van het Britse vorstenhuis en paus Johannes XXIII. Paul spent five years in London painting some of the Commonwealth’s most influential people including Lord Gowrie, governor-general Sir William Slim and his wife, Lady Slim, and Lieutenant-Commander Michael Parker.
    Paul had been friends with Michael Parker and his sister Mary in Melbourne, when both families had lived near each other in Kew. In London, Lieutenant Parker was private secretary to Prince Philip, Duke of Edinburgh. Mary was pursuing an acting and radio career with the BBC in London when Paul arrived there. Dat zich tussen al die prominenten Brian Cosgrove bevindt, doet veronderstellen dat zijn werk buiten de schijnwerpers bij de inlichtingendienst van de RAF, en na de oorlog meer in het openbaar bij het vervolgen van Nazifiguren, niet zonder belang is geweest.

Queen's Boxing Club 1928-1929. Photograph of the Queen's University Belfast Boxing Club, 1928-1929, joint holders of the Irish Inter-Varsity Championship. Back row standing: W. K. McCollum; R. Lee; F. Leddy; W. P. Berrington. Front row seated: J. Ross; B. A. Cosgrove; J. McGale; K. R. Kennedy. Photographer: Charles H. Halliday, Belfast.
 QUB/E/6/3/B/15/2 / Special Collections - Queen’s University Belfast.

Brian (r) en twee studiegenoten. Photo Beula Martin, Belfast. Coll. Sh. Bannon

Corrie and Brian on holiday at the Gap of Dunloe Killarney, Ireland, in June 1954. Coll. Sheena Bannon.

         Inline afbeelding 1

1. Op vacantie Coll. Sh. Bannon 2. Corrie in de sneeuw, 30 dec 1931 Coll. WHP

               

Inline afbeelding 1

Corry gekiekt 30 December 1931 door Oma  [Cor]
(Cornelia Franciska Haasse-Braak)
in den tuin van het huis Parkstraat  [6 te Baarn].

          The Straits Times, 12 dec 1956

Brian's lapel has the Fianne Uir badge. Fianne Uir Is the Gold level, meaning high proficiency in speaking Gaelic. The kids would be sent off each year to the Gaeltacht area in Donegal for a summer camp course in speaking Gaelic. This was consistent with his father's Nationalist leanings.

Toen Corrie's einde naderde kwamen "her cousin Hella and Elizabeth her friend since the age of 13, both from Holland" op 10 april uit Nederland overgevlogen naar Worthing Hospital om afscheid te nemen. (De vriendschap met Elizabeth N.N. moet ontstaan zijn in 1928 in Rotterdam.) Twee dagen later overleed Corrie, 12 april 1997, in haar 83e levensjaar. Julia Barker (die haar kleding voor de crematie verzorgde) heeft Corries 'passing' gemeld bij de Registry. Op de akte staat ook vermeld waaraan ze is overleden. De Funeral Speech zou gesproken zijn door haar peetdochter Stebbie Hastings. Volgens de speech zijn de Hastings tot haar dood bevriend geweest met Corrie. Ze heeft haar lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld en is na dat onderzoek gecremeerd.

1. Certified copy of Corrie's Death Certificate BBG 933079 / Crown Copyright. Worthing Hospital, Worthing / County of West Sussex. Death Certificate van Cornelia Christina Cosgrove-van Sillevoldt (cf «Persoonsbewijs» p. 33-34).
2. Buncton Church, Wiston / Foto LL

All Saints Church is an Anglican church in the hamlet of Buncton. The church is still used for Christian worship, and English Heritage has listed it at Grade I for its architectural and historical importance. Corrie maakte eerst een knielkussen voor Wendy en vervolgens ging ze door en voorzag alle banken van kniel- en zitkussens. Haar laatste grote arbeid.

image2.JPG       Inline afbeelding 6

Links : 2 Charlton Court Cottages, Mouse Lane, Steyning, West Sussex. Corrie is op 15 april 1993 op dit adres komen wonen. Ze is hiernaartoe verhuisd na het overlijden van Phyl in 1992 met wie zij voorheen op de boerderij van Lower Chancton Farm woonde. / Foto LL
Rechts : Corrie tijdens haar bezoek in 1992 aan Wim en Ethel in Bussington WA. “This photograph was taken at a holiday resort called Karri Valley in the South West of Western Australia (with Wim, Ethel, Ingrid and Howard). Wild Emu’s and Kangaroo’s wander around the resort”. Coll. Ingrid Pascoe-Haasse.

Van de herdenkingsrede die bij de Service of Thanksgiving in Buxton Church te Wiston (2 mei 1997) werd uitgesproken had Wim in Perth een copie. Waarschijnlijk heeft Hella erom gevraagd, en een copie aan Wim gestuurd. De toespraak is te lezen op onderstaande link.

★ Funeral Speech ★

The service.

Sentences    
Hymn God be in my head , and in my understanding ;
God be in mine eyes , and in my looking ;
God be in my mouth , and in my speaking ;
God be in my heart , and in my thinking ;
God be at mine end , and at my departing .
Anon. French 'Book of Hours' 1490
Reading St. Matthew 5.1  
Reading

IF I SHOULD GO BEFORE THE REST OF YOU ,
BREAK NOT A FLOWER NOR INSCRIBE A STONE ,
NOR WHEN I'M GONE SPEAK IN A SUNDAY VOICE ,
BUT BE THE USUAL SELVES THAT I HAVE KNOWN .

WEEP IF YOU MUST ,
PARTING IS HELL .
BUT LIFE GOES ON ,
SO SING AS WELL .

 

 

Written by Joyce Grenfell

The Address   [ the funeral speech ]
The Prayers    
Hymn

Praise , my soul , the King of heaven ,
to his feet thy tribute bring ;
Ransomed , healed , restored , forgiven ,
Who like me his praise should sing ?
Alleluja ! Alleluja!
Praise the everlasting King .

Prace him for his grace and favour ,
To our fathers in distress ;
Praise him still the same as ever ,
Slow to chide and swift to bless :
Alleluja ! Alleluja !
Glorious in his faithfulness .

Angels , help us to adore him ,
Ye behold him face to face .
Sun and moon bow down before him ,
Dwellers all in time and space .
Alleluja ! Alleluja !
Praise with us the God of grace .

Inline afbeelding 1

Reading

        ‘Non Nobis Tantum Nati’
Though I am dead , grieve not for me in tears ;
Think not of death with sorrowing and fears ;
I am so near that every tear you shed
Touches me , although you think me dead .
But when you laugh and sing in glad delight ,
My soul is lifted upwards to the height ,
laugh and be glad for all life is giving.
And I , though dead , will share your joy in living .

Liturgie van de afscheidsdienst
in Buncton Church, Wiston.
Coll. WHP
The Blessing    


Corrie 1915 - 1997

Corrie (*1915) doorliep de lagere school in Rotterdam en volgde – gesteld dat ze door gezondheidsproblemen niet een jaar had moeten overdoen – vanaf 1927 een middelbare opleiding.
1931-1932 De International Friendship League (IFL) werd in aug 1931 opgericht door Noel Ede in Peacehaven, Sussex. Corrie meldde zich als lid.
Zomer 1932 Corrie (17 jr) bezocht Engeland voor de eerste keer, met een schoolreis. Ze was een van de 250 studenten uit Nederland, Duitsland, Frankrijk en België die in aug. 1932 hun zomervakantie doorbrachten in Brighton, Worthing, Hastings and Londen (website IFL). Corrie leerde het gezin Brown kennen (mrs. Brown, Ernest, Rita en Joan). Ze woonden op 40 Kenver Avenue Finchley, N.12 (London).
1933 Corrie ging weer met vakantie naar Engeland. Ze verbleef in Angelsey / Crystal Palace Hotel. Sprak vloeiend Engels. Had weer contact met de Browns, het begin van een levenslange vriendschap. Tot 1938 bracht zij elke zomer 2 weken door met de Browns.
1934 Eindexamen gymnasium R'dam. De eerste nieuwsbrief van Friendship News, afd. Engeland kwam uit (IFL website).
   Volgens het London Electoral Register 1832-1965 woonde Mrs. Margareta A. Brown (1885-1955) met haar zoon, Andrew Ernest (tot 1939), haar dochter Margarita (Rita) Olga (1913-2003) en dochter Joan Amy (1916-1990) op 40 Kenver Avenue, Finchley, N.12. Na het overlijden van de moeder in 1955 bleven Rita en Joan in het huis wonen. In 1962 woonde Corrie ook in dit huis (het laatste register is van 1965).
1935 Schoevers cursus ?
1936 Op 6 november liet Corrie zich uitschrijven bij de BS Rotterdam. In feite woonde ze in 1935 al bij haar moeder in Baarn, Krugerlaan 24.
1938 Ze ging 2 weken met vakantie in North Finchley en tourde met de fam. Brown Yorkshire, Devon and Cornwall.
1938 Corrie (23 jr) vond haar eerste baan in Amsterdam als privé-secretaresse bij een bedrijf. Ze bleef daar ook tijdens de bezetting werken. Mrs. Brown drong er op aan dat Corrie met haar vader en moeder naar Engeland zou vluchten, maar haar telegram is niet aangekomen.
1943-1947 Van 5 augustus 1943 tot 26 juni 1947 woonde Corrie (28-31 jr) in Amsterdam, officieel ingeschreven Singel 402hs. In het huis woonden meerdere huurders, onder wie een zekere Bram. Overdag werkte ze en 's avonds deed ze typewerk voor het verzet. Bram sliep overdag en was 's nachts op pad.
1944-1945 In de hongerwinter verbleef ze vnl. in Baarn om haar ouders van voedsel te voorzien. Haar moeder Nelly schreef over de manier waarop ze haar bejaarde ouders door de hongerwinter sleepte The Coca Chronicles for 1945, vier bladzijden in het Engels, op rijm.
1945 Nederland is bevrijd. Corrie werd na "signing of the Official Secrets Act" als tolk/vertaalster aangesteld bij het Engelse leger. Ze ging gekleed in een Brits legeruniform waarop de kleuren van de Nederlandse vlag als embleem aangebracht waren. Kennis van meer dan twee talen was niet de belangrijkste kwaliteit van een goede tolk. Ook belangrijk was 'a broad sense of culture, encyclopaedic knowledge, inquisitiveness, as well as a naturally calm composition', schrijft Simona Tobia in zijn artikel Crime and Judgement : Interpreters/Translators in British War Crimes Trials 1945-1949. Dat zegt iets over het karakter van Corrie. Een voorbeeld van wat haar werkzaamheden met zich meebrachten :

     
A Collection of statements to the War Crimes Team at Bergen-Belsen regarding War Crimes in Prisons and Concentration Camps / Holocaust Research Project H. E. A. R. T.

In Nürnberg werd geëxperimenteerd met simultane vertaling. De cabines van de tolken waren dichtbij die van de beschuldigden met een glaspaneel ertussen. De tolken stonden onder enorme druk om te zorgen dat de afschuwelijke gebeurtenissen en verklaringen accuraat en zonder eigen oordeel te laten blijken weergegeven werden. Natuurlijk kwam nadien de vraag in hoeverre de tolken door alles wat ze hoorden en zagen getraumatiseerd waren. Volgens Wendy Rowland sprak Corrie nooit over WO II, de hongerwinter en de War Trials.
   In juni 1945 vertrok ze naar Hannover waar ze als vertaalster bij de Allied Control Commission ging werken. De commissie was opgericht om bij de repatriëring van Europese burgers uit Duitse kampen te assisteren en voormalige SS-ers te verhoren. Daarna werkte Corrie weer als tolk voor de World War Trials in Nürnberg. Deze ervaringen hebben Corrie geholpen om andere functies te bekleden in Malaya en Engeland. In Nürnberg ontmoette ze haar toekomstige echtgenoot, Brian Cosgrove, Captain in de RAF en jurist van beroep.
1950-1951 Corrie en Brian Cosgrove hebben zich verloofd. Brian vertrok naar de Britse kolonie Malaya waar hij bij een notariskantoor in Ipoh ging werken. Corrie reisde (via Den Haag en Rotterdam) met de Willem Ruys naar Singapore. Op 3 april 1951 trouwden Brian en Corrie in Singapore.
   In Singapore leerden Brian en Corrie Cosgrove de Catchpoles (Bernard en Phyi Catchpole) elkaar kennen, misschien via hun werk : Brian als advocaat en partner in een notariskantoor, en als Malayan Civil Servant (administratief ambtenaar).
1954 Op 1 juni 1954 arriveerden Brian en Corrie met de Willem Ruys in Southampton voor een zomervakantie. Het adres waar ze verbleven is 9 Grace Church Street London EC3. Ze bezochten familie en vrienden in Ierland en Engeland. Corrie stelde Brian voor aan haar vriendinnen. Ze bezochten ook Alan Berry in Birmingham, die haar baas bij Allied Control Command was geweest. Daarna logeerden ze bij de familie Brown op 40 Kenver Avenue, N12.
   Op 17 november 1954 reisden Corrie en Brian terug naar Ipoh. Hun laatste adres in Engeland was dat van Margareta A. Brown, 40 Kenver Avenue, Finchley, N12.
1955 In maart kwam Margareta A. Brown te overlijden. Ze werd 70 jaar,
1956 Op 11 december 1956 overleed Brian. Corrie (40 jr.) bleef in Ipoh. Ze werkte als kabinetchef voor de Chief Minister van Perak, Datoh Panglima Bukit Gatang (1948-1957).
1957 Corrie verhuisde naar Kuala Lumpur. Daar werd ze kabinetchef van de toenmalige Malayan Govt. Minister of Finance van 1957-1959, Colonel Henry Lee, die in 1924 naar Malaya geëmigreerd was om zijn familiebedrijf (tinmining) te runnen. In febr. 1959 werkte Corrie er nog steeds. Daarna kreeg ze een baan bij de London Tin Corporation in Kuala Lumpur en werd kabinetchef van Sir Douglas Waring. Waring stond destijds bekend als de World Authority on Tin. Hij werd President of the Federated Malaya States Chamber of Miners. Hij verliet Malaya in 1959. Corrie heeft fantastische, vermoedelijk heel goed betaalde banen gehad.
1962 Corrie (47 jr), met vakantie in Londen, ontmoette daar Sir Douglas Waring die voorzitter was geworden van de London Tin Corporation. Hij bood haar een baan als directiesecretaresse. Corrie accepteerde de baan zonder terug te gaan naar Malaya. Volgens de Londen England Electoral Registers 1832-1965 van 1962 woonde Corrie toen bij Rita en Joan op 40 Kenver Avenue, N12.
               London Electoral Registers 1962
         © Crown Copyright Images reproduced by permission of The National Archives, London England, and Ancestry.com
1964   Volgens de London Electoral Registers 1832-1965 van 1962 woonde Corrie in 1964 in Upper Flat, 47 Hadley Road in New Barnet, Hertfordshire, een wijk ten noorden van Finchley. Ze reisde iedere dag heen en weer naar the City waar ze nog voor Sir Waring werkte. Elk jaar ging ze een keer naar Nederland, maar "No one in the extant family knew much about her, and I gather she had little or no contact with them upon her return to Europe from Malaysia – by the time I discovered the family there were five siblings-in-law alive but none mentioned her" schreef Oliver Cosgrove in 2012.
1965 Patrick en Marjorie Hastings, pasgetrouwd, betrokken een appartement onder het appartement van Corrie Cosgrove (881 Upper Flat, 47 Hadley Road, New Barnet, Hertfordshire). Dat was het begin van een 32 jaar lange vriendschap tussen Corrie en de Hastings. Hun dochter Stephanie, roepnaam Stebbie, werd Corrie’s peetdochter.
1977   Het bedrijf London Tin Corporation werd overgenomen door het Maleise bedrijf. De toenmalige voorzitter David Mitchell en Corrie ging met pensioen. Corrie verhuisde naar Wiston, waar ze ging samenwonen met Phyl Catchpole die ze uit Malaya kende. Phyl woonde alleen in Shirley House op Wiston Estate na het overlijden van haar man Bernard (1919-1975). Corrie vond werk bij het Wiston House / Foreign Office. Corrie en Phyl verhuisden naar Lower Chancton Farm.
In 1989 schreef Corrie in een kerstbrief (1989) aan Ethel en Wim in Perth dat ze in een koortje Christmas Carols gaat meezingen in een kerk dichtbij (Buncton Church?), heel echt in koorkleding, lange zwarte rok en witte zijden bloes.
    In haar handschrift :

Inline afbeelding 1           Inline afbeelding 2
1. Uit een brief van Corrie naar Wim en Ethel. Coll. WHP      2. Corrie op Lower Chancton. Coll. Ingrid Pascoe-Haasse.

Sir Olaf Caroe (1892-1981) was gouverneur van de provincie Pathan in Brits Indië in de periode 1946-1947, vóór de machtsovername. Later werd hij een erkend expert en schrijver over het Midden-Oosten en Azië. Zijn boek The Pathans (1958) wordt een "exceptional piece of history" genoemd. Hij bracht zijn oude dag in Newham House in Steyning door en is daar overleden. Corrie hielp hem met zijn biografie, die nooit is uitgegeven. Corrie zal hem geholpen hebben in de periode dat zij bij het Wiston House / Foreign and Commonwealth Office (European Discussion Centre) werkte. Sir Olaf Caroe steunde het kerkkoor, maar was vermoedelijk te oud om er nog in mee te zingen. Maar je weet niet . . . Corrie zong waarschijnlijk in datzelfde kerkkoor.
1992  Phyl Catchpole overleed. Corrie had haar trouw verzorgd, zoals ze tijdens de hongerwinter in Baarn voor haar ouders zorgde. Corrie ging met vakantie naar Perth waar ze Wim Haasse en misschien verwanten van de Catchpoles bezocht.
1993  Corrie verhuisde naar 2 Charlton Court Cottage, Mouse Lane, Steyning. Ze woonde hier nog 4 jaar. Bleef actief. Zat in verschillende commissies in Steyning.
1997 In februari werd Corrie naar Bury Rest Home bij Pulborough gebracht omdat ze niet meer alleen kon blijven wonen.
   Eind maart bezocht Corrie haar cottage in Mouse Lane voor de laatste keer. Op dezelfde dag werd ze opgenomen in het ziekenhuis in Worthing. Op 12 april overleed Corrie in het ziekenhuis van Worthing. Mei 1997 : Corries Thanksgiving Service in Buncton Church. Haar naaste vrienden waren aanwezig, dorpelingen, Stebbie, haar pleegkind, zal uit Londen zijn overgekomen, Hella Haasse was er ook, met een zekere Elisabeth. Elisabeth Andersen was het niet (naar haar eigen mededeling aan TK en EK). Eerder is te denken aan een jeugdvriendin uit Holland, die wat jonger was en de 80-jarige Hella tot steun en hulp was tijdens de heen- en terugreis.
2003  Haar vriendin Rita Brown overleed op 90-jarige leeftijd.

In de Steyning Museum Newsletter van april 2013 stond een interview met Ros Golds, opgenomen op 25 sept 2012. Zij woonde in Station Road, Steyning. Over Sir Olaf Caroe zei ze het volgende :

Sir Olaf Caroe who lived at 'Newham', was very good to us in the Choir because he would allow us to have coffee mornings in the lovely garden there. When his wife died he asked me to sing a solo, which I did. She was a lovely lady.

Ros Golds heeft van jongs af aan gezongen. Lid van de Worthing Philharmonic, zong in de Albert Hall. Ze schrijft bijv.

We used to go carol singing there with the Youth Club. There was one evening when we were going up there carol singing we had borrowed a market garden three wheel truck to take this organ accompanying us singing and it belonged to my Uncle who had 'Yewtree' in Bramber. We borrowed it. Jack Ash was our youth leader, and we took this cart round Steyning collecting money for the Youth Club. We were coming back down with the boys and went down quite fast and the truck tipped over and the organ fell off and I'm afraid it broke a bit. Anyway, Uncle was quite good about it.

 

Uittreksel uit de stamlijn van Van Sillevoldt

Zonder van elkaars bestaan te weten hebben Wim Haasse en Oliver Cosgrove, broer van Hella resp. oomzegger van Brian, beide in Perth woonachtig, een stamlijn voor de Haasses in brede zin resp. voor Corrie van Sillevoldt opgesteld. Aan de laatste ontleen ik een en ander dat ik op mijn beurt weer aanvul. NB Kralingen was indertijd een zelfstandige gemeente, in 1895 bij Rotterdam getrokken ; aka = also known as.

I.  Hermanus van Sillevoldt ✕ de weduwe Kuniera / Cunira Wildschut, † Gouda 20 mei 1817, 72 jaar oud.

II.  Gerrit van Sillevoldt, *1777 † Kralingen 3 aug 1873, ✕ Elisabeth Hendrietha / Hendrietta Furstner (aka Furst, Vurst), *1780 † Kralingen 4 aug 1859. Uit dit huwelijk sproten ondermeer  IIIa en IIIb :

     IIIa.  Johan Hermanus *Gouda 1805 † Oegstgeest 16 maart 1889 ✕ 4 aug 1841 Maria Johanna Antonian       Beekman *1812 † Rotterdam 19 april 1882. Van hun 8 kinderen noem ik hier alleen de oudste –[voor IIIb zie onder] :


IVa.  Hermanus Gerardus van Sillevoldt
*Den Haag 14 juni 1842 † Wassenaar 28 maart 1936 ✕ Louise Anna Catharina Vijzelaar *1847 † Valkenburg Z.H. 6 juni 1930. Zij kregen 7 kinderen :


1)  Maria Johanna Antonia *Rembang (Java) 31 jan 1868 † Lunteren 16 april 1945 (Ede) ✕ Oegstgeest 23 april 1896 Charles François Henri Dumont (zie informatie verderop in dit excours) *Semarang (Java) 10 juni 1866 † Diepenveen 24 jan 1933.
Dumonts ouders waren Dr. Med. Jean Benjamin Dumont *Semarang 1837 † Sindanglaya 19 juli 1883 en Angélique le Roux *Kediri (Oost Java) 18 maart 1841 † Utrecht 6 sept 1917 ✕ Semarang 5 aug 1865. Jean was in maart/juni 1860 als jong Off. v. Gezondheid per zeilschip om de Kaap naar Indië gekomen.
2) Hendrik Eliza Theodorus *1871 † Wassenaar 20 sept 1946. Dr chemie, dir. Scheikundig Laboratorium der Univ. Leiden ✕ Leiden 25 juli 1922 weduwe Elisabeth Henriette Versteegh, dochter van Frederik Christiaan Vijzelaar *Lunteren 1878 † Oegstgeest.
3) Frederik Christiaan *1874 † Oegstgeest 3 mei 1903. Ingenieur bij Waterstaat en 's Lands Burgerlijke Openbare Werken in Ned.- Indië.
4) Louise Hermine *Serang 16 sept 1875 † Bennekom 31 juli 1964. ✕ Oegstgeest 2 mei 1901 François Louis Wittenrood *Modjokerto 4 april 1871 † Leiden 31 aug 1923. President van de Raad van Justitie te Padang op de westkust van Sumatra. Behaalde in 1898 bij de jaarlijkse examens van de Ned. Toonkunstenaars Vereeniging te 's-Gravenhage het Diploma A voor piano-onderricht.
5) Cornelis Martinus *Poerworedjo 8 febr 1878 † Den Haag 26 dec 1967. Keramiekfabrikant, tekenaar, schilder ✕ Leiden 26 aug 1920 Petronella Clasina Diederica (Nelly) Paling *Amsterdam 23 maart 1882 † Nigtevecht 14 sept 1963. Gescheiden 1 febr 1937 te Leiden (verderop is een hfdst aan hem gewijd).
6) Hermanus Gerardus *Poerworedjo 23 oct 1880 † Den Haag 11 aug 1939. Accountant ✕ Katwijk 5 nov 1937 Margaretha Sophia Maria Bakkes *Rotterdam 10 mei 1900.
7) Pieter Louis *Leiden 5 april 1884 † 9 mei 1945. ✕ in 1913 Marie Joséphine Neujean *29 jan 1891 - † 22 juni 1944. Beiden overleden in Indische kampen.

     IIIb. Gerardus van Sillevoldt, katoendrukker, *Kralingen 3 april 1821 † 12 maart 1908 Kralingen 28 juli 1858 Christina Been *Rotterdam 18 juli 1831 † Rotterdam 7 november 1898, dochter van Jan Been en Angenietje Witteroos.
Uit dit huwelijk :

IVb.
1)
 –